Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1597

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-04-2021
Datum publicatie
19-04-2021
Zaaknummer
8898347 \ CV EXPL 20-5168
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van zorgpremies en zorgkostennota’s. Het verzoek om uitstel van de bewindvoerder kan niet worden gehonoreerd, dus de vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8898347 \ CV EXPL 20-5168

Vonnis van 13 april 2021

in de zaak van

de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,

eisende partij, hierna te noemen VGZ,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [A] BEWINDVOERING,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het bewind over de goederen van [X] ,

zaakdoende te [plaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen de bewindvoerder respectievelijk [X] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 november 2020;

- de brief van de bewindvoerder, aangemerkt als conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek van VGZ;

- de brief van de bewindvoerder, aangemerkt als conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2 Waar gaat deze zaak over?

De vaststaande feiten

2.1.

[X] heeft bij VGZ een zorgverzekering afgesloten. [X] heeft op grond daarvan de verplichting om de premies en de zorgkostennota’s aan VGZ te betalen. In die betalingen is een achterstand ontstaan.

2.2.

De goederen van [X] staan sinds 6 april 2020 onder bewind bij [A] Bewindvoering.

2.3.

Op 25 januari 2021 heeft de bewindvoerder namens de heer [X] een betalingsregeling met VGZ getroffen voor de betalingsachterstanden. Vanaf 1 februari 2021 betaalt de bewindvoerder € 12,50 per maand aan VGZ, voor de duur van drie maanden.

Wat wil VGZ?

2.4.

VGZ wil dat de bewindvoerder de achterstallige premies en zorgkostennota’s betaalt, plus rente en incassokosten. Er is weliswaar een betalingsregeling getroffen, maar dat is gebeurd na de dagvaarding. De procedure is daarom niet nodeloos begonnen. De betalingsachterstand bij VGZ is € 3.380,53. Vermeerderd met rente en incassokosten en verminderd met betalingen stelt VGZ nog recht te hebben op een bedrag van € 4.981,15. In deze procedure vordert VGZ een bedrag van € 500,00 aan hoofdsom, onder uitdrukkelijke reservering van haar rechten op het resterende bedrag.

VGZ vordert daarom dat de bewindvoerder bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 500,00 aan hoofdsom aan VGZ. VGZ vordert dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling en veroordeling van de bewindvoerder in de proceskosten en de nakosten.

Wat vindt de bewindvoerder?

2.5.

De bewindvoerder voert aan dat [X] financiële problemen heeft. Daarom wordt geprobeerd een stabiele situatie te creëren, waarna een schuldhulptraject bij de gemeente aangevraagd zal worden. De bewindvoerder verzoekt om uitstel en het achterwege laten van maatregelen, zodat tegen die tijd door de schuldhulpverlener een nieuwe betalingsregeling getroffen kan worden.

3 De beoordeling

Wat vindt de kantonrechter van de zaak?

3.1.

De vordering van VGZ wordt door de bewindvoerder niet betwist. Het verzoek van de bewindvoerder om uitstel van de zaak tot het schuldhulptraject is aangevraagd, is begrijpelijk. De kantonrechter kan echter niet om die reden de zaak aanhouden. Alhoewel de kantonrechter van mening is dat het (ook) aan de schuldeiser is om de schuldenaar niet met nog meer kosten op te zadelen door in weerwil van betalingsproblemen een procedure te beginnen, kan die overweging niet tot afwijzing van de vordering leiden. Er was ten tijde van de dagvaarding een openstaande vordering en nog geen (voorstel voor een) betalingsregeling. VGZ heeft het recht om betaling te vorderen en zo een veroordelend vonnis te verkrijgen. De vordering van VGZ tot betaling van de achterstallige premies en nota’s ligt daarmee voor toewijzing gereed. VGZ heeft haar vordering beperkt tot € 500,00 aan hoofdsom. Zij heeft in deze procedure geen betaling gevorderd van de wettelijke rente tot aan de dag van dagvaarding en ook niet van de buitengerechtelijke kosten. Nu in ieder geval meer dan € 500,00 aan hoofdsom openstaat, zal deze vordering worden toegewezen.

3.2.

De bewindvoerder moet over dit bedrag de wettelijke rente (vanaf de dag van dagvaarding) betalen, omdat de premies en zorgkostennota’s niet op tijd betaald zijn. De wettelijke rente zal, zoals gevorderd, worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (24 november 2020) tot de dag van volledige betaling.

3.3.

Het staat partijen natuurlijk vrij om te zijner tijd in onderling overleg alsnog een (nieuwe) betalingsregeling te treffen.

Tot slot

3.4.

De bewindvoerder krijgt in deze procedure ongelijk. Daarom wordt hij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van VGZ. De proceskosten worden tot op heden begroot op:

Kosten dagvaarding € 102,96

Griffierecht € 126,00

Salaris voor de gemachtigde van VGZ € 150,00 (2 punten x liquidatietarief € 75,00)

Totaal € 378,96

3.5.

De nakosten, waarvan VGZ betaling heeft gevorderd, worden begroot op € 37,50 aan salaris gemachtigde (½ punt x liquidatietarief € 75,00).

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt de bewindvoerder tot betaling aan VGZ van een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 24 november 2020 tot de dag van volledige betaling;

4.2.

veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten aan de zijde van VGZ, tot op heden begroot op € 378,96;

4.3.

veroordeelt de bewindvoerder in de nakosten, begroot op € 37,50;

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021.