Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1382

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-04-2021
Datum publicatie
01-04-2021
Zaaknummer
08.000629.21 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 28-jarige man tot een gevangenisstraf van 108 dagen, waarvan 58 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De man pleegde samen met twee vrienden geweld tegen politieagenten op oudejaarsdag 2020.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.000629.21 (P)

Datum vonnis: 1 april 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 maart 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Hoekstra en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 31 december 2020 samen met anderen een politieagent heeft mishandeld, door hem te slaan;

feit 2: op 31 december 2020 openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een aantal politieagenten;

feit 3: op 31 december 2020 een politieagent heeft mishandeld, door tegen zijn hand te duwen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 31 december 2020 te Almelo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ambtenaar, [aangever 1] (brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland),

gedurende en/of terzake van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening

heeft mishandeld door die [aangever 1] een of meerdere malen in/tegen het gezicht

en/of het lichaam te slaan en/of te stompen;

2.

hij op of omstreeks 31 december 2020 te Almelo

openlijk, te weten, op/aan de Karel Doormanstraat, in elk geval op of aan de

openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [aangever 2]

(brigadier van politie eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 3] (BOA domein

generieke opsporing politie Eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 4] (brigadier

van politie Eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 1] (brigadier van politie

Eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 5] (Brigadier van politie Eenheid Oost-

Nederland) en/of (andere) politieambtenaren en/of hulpverleners

door

- een of meerdere malen naar, althans in de richting van, voornoemde

(politie)ambtenaren af te rennen en/of lopen en/of

- een of meerdere malen te slaan en/of te stompen op/tegen, in elk geval naar, de

licha(a)m(en) van die [aangever 2] en/of [aangever 1] en/of [aangever 4] en/of [aangever 3] en/of

[aangever 5] en/of (andere) politieambtenaren en/of hulpverleners en/of

- een of meerdere malen (met kracht) te duwen op/tegen de licha(a)m(en) van

voornoemde personen;

3.

hij op of omstreeks 31 december 2020 te Almelo,

een ambtenaar, [aangever 4] ,

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening

heeft mishandeld door die [aangever 4] op/tegen de hand, in elk geval tegen het lichaam,

te duwen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op 31 december 2020 kwamen een aantal politieagenten en BOA’s bij de Karel Doormanstraat in Almelo. Daar waren te veel buurtbewoners op straat aanwezig. Er werd met carbid geschoten en er brandde een vreugdevuur. Op enig moment ontstond er een handgemeen tussen een aantal mensen en vervolgens werd de politie aangevallen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van feit 2 heeft hij zich op het standpunt gesteld dat het geweld in elk geval is gepleegd tegen de verbalisanten [aangever 2] , [aangever 4] en [aangever 1] .

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om vrijspraak van feit 1, omdat uit de aangifte van verbalisant [aangever 1] niet blijkt dat hij door verdachte is geraakt en dat hij daardoor pijn of letsel heeft opgelopen.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 31 december 2020 bevond verdachte zich samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op straat aan de Karel Doormanstraat in Almelo. Medeverdachte [medeverdachte 2] kreeg ruzie met [naam] , een journalist die daar ook aanwezig was. Verbalisant [aangever 1] is tussen de verdachten en de journalist gesprongen om de mannen uit elkaar te houden. Verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens naar [aangever 1] gelopen en hebben slaande bewegingen in zijn richting gemaakt. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft [aangever 1] daarbij in zijn gezicht geraakt. [aangever 1] heeft medeverdachte [medeverdachte 2] naar de grond gewerkt om hem aan te houden. Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] bleven geweld gebruiken tegen [aangever 1] . Daarop hebben de verbalisanten [aangever 2] , [aangever 5] en [aangever 4] [aangever 1] afgeschermd, zodat hij medeverdachte [medeverdachte 2] kon aanhouden. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn op [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 4] afgerend en hebben hen geslagen. Ook is [aangever 1] geduwd en heeft verdachte [aangever 4] geduwd, waarna de linker middelvinger van [aangever 4] gebroken bleek te zijn.

Feit 1, 2 en 3

Op grond van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden acht de rechtbank de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft in vereniging met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geweld gepleegd tegen de verbalisanten [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 4] . Daarbij is [aangever 1] in zijn gezicht geslagen. Er is sprake van een eendaadse samenloop van de openlijke geweldpleging en de mishandeling van [aangever 1] .

Verdachte en de medeverdachten droegen allemaal bij aan het geweld en trokken samen op. Nu de rechtbank tot het oordeel is gekomen dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking en dus van medeplegen bij de mishandeling, is voor de bewezenverklaring niet van belang wie van de drie verdachten de bewuste klap aan verbalisant [aangever 1] heeft uitgedeeld. Ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw dat niet blijkt van pijn of letsel overweegt de rechtbank dat [aangever 1] in zijn aangifte heeft verklaard dat hij werd geraakt op of onder zijn jukbeen en dat hij daar een kleine wond had.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op of omstreeks 31 december 2020 te Almelo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ambtenaar, [aangever 1] (brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland),

gedurende en/of terzake van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening

heeft mishandeld door die [aangever 1] eenmaal of meerdere malen in/tegen het gezicht

en/of het lichaam te slaan en/of te stompen;

2.

hij op of omstreeks 31 december 2020 te Almelo

openlijk, te weten, op/aan de Karel Doormanstraat, in elk geval op of aan de

openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [aangever 2]

(brigadier van politie eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 3] (BOA domein

generieke opsporing politie Eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 4] (brigadier

van politie Eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 1] (brigadier van politie

Eenheid Oost-Nederland) en/of [aangever 5] (Brigadier van politie Eenheid Oost-

Nederland) en/of (andere) politieambtenaren en/of hulpverleners

door

- een of meerdere malen naar, althans in de richting van, voornoemde

(politie)ambtenaren te rennen en/of lopen en/of

- een of meerdere malen te slaan en/of te stompen op/tegen, in elk geval naar, de

licha(a)m(en) van die [aangever 2] en/of [aangever 1] en/of [aangever 4] en/of [aangever 3] en/of

[aangever 5] en/of (andere) politieambtenaren en/of hulpverleners en/of

- eenmaal of meerdere malen (met kracht) te duwen op/tegen de licha(a)m(en) van voornoemde personen.

3.

hij op of omstreeks 31 december 2020 te Almelo,

een ambtenaar, [aangever 4] ,

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening

heeft mishandeld door die [aangever 4] op/tegen de hand, in elk geval tegen het lichaam,

te duwen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 141, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van:

1. het misdrijf: medeplegen van mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

en

2. het misdrijf: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

en

3. het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 80 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, een proeftijd van drie jaren en de volgende bijzondere voorwaarden:

  • -

    een meldplicht bij de reclassering;

  • -

    een gedragsinterventie agressiebeheersing;

  • -

    een gedragsinterventie middelengebruik;

  • -

    een ambulante behandeling met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname;

  • -

    meewerken aan middelencontrole.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd een taakstraf voor de duur van 60 uren op te leggen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen straf te beperken tot de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten en daarnaast een voorwaardelijke taakstraf op te leggen, in combinatie met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft samen met vrienden geweld gepleegd tegen de politie. Ze zijn meermaals op de politieagenten afgegaan om hen te slaan of te duwen. De politieagenten waren op dat moment bezig met de uitoefening van hun publieke taak en werden daarin door verdachte en zijn medeverdachten belemmerd.

De rechtbank constateert dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 15 februari 2021 eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Wat betreft de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met het door mevrouw A.M. Schabbink op 10 maart 2021 opgemaakte reclasseringsadvies betreffende verdachte.

Verdachte heeft geen geschikte dagbesteding. Verdachte wijt zijn delictgedrag aan alcoholgebruik. Hij wil graag geholpen worden om voorgoed te stoppen met zijn middelengebruik. Gelet op de verdenking vindt de reclassering het ook noodzakelijk om een aantal gedragsinterventies in te zetten, gericht op agressieproblematiek en middelengebruik.

Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden:

  • -

    een meldplicht bij de reclassering;

  • -

    een gedragsinterventie agressiebeheersing;

  • -

    een gedragsinterventie middelengebruik;

  • -

    een ambulante behandeling met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname;

  • -

    meewerken aan middelencontrole.

Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte heeft al enige tijd in voorlopige hechtenis gezeten voor deze zaak. Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat een langer onvoorwaardelijk strafdeel dan de duur van de voorlopige hechtenis niet geboden is. Wel is van belang dat verdachte begeleiding krijgt om zijn leven weer op de rails te krijgen. De rechtbank zal daarom een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met daarbij de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.

Verdachte heeft korter in voorarrest gezeten dan de twee medeverdachten. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om dat verschil te compenseren met een taakstraf. In plaats daarvan zal de rechtbank aan verdachte een gelijke gevangenisstraf opleggen als aan de beide medeverdachten, maar met een langer voorwaardelijk deel.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 55 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

de eendaadse samenloop van

feit 1 het misdrijf: medeplegen van mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

en

feit 2 het misdrijf: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

en

feit 3 het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 108 (honderdacht) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 58 (achtenvijftig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

- actief deelneemt aan de gedragsinterventie I Respect of een andere door de reclassering te bepalen gedragsinterventie

die gericht is op agressiebeheersing. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

- actief deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijl 24/7 of een andere

gedragsinterventie die gericht is op verslaving en middelengebruik. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

- zich laat behandelen door JusTact forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na een positieve intake. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Wanneer daartoe aanleiding bestaat, bijvoorbeeld in geval van terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld en er een grote kans op risicovolle situaties ontstaat, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

- meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol, cannabis en speed/amfetaminen om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. M.J.G.B. Heutink en mr. V. Wolting, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2021.

Buiten staat

Mr. V. Wolting is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2020619317. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feiten 1 en 2

1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 31 december 2020 (pagina 7-9), inhoudende, voor zover van belang:

Op 31 december 2020 was ik als politieagent werkzaam in Almelo. Ik was met collega’s aan de Karel Doormanstraat in Almelo. Ik zag twee mannen aan komen lopen. Later bleek dat één van hen [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) betrof en [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum 2] . Ik zag dat [medeverdachte 2] een vuistslag richting het hoofd van [naam] gaf. Ik ben tussen beide gesprongen om [naam] te ontzetten. Ik zag en voelde dat [medeverdachte 2] richting mijn gezicht sloeg. Ik voelde dat ik op de linkerzijde van mijn gezicht, op of iets onder mijn jukbeen, werd geraakt. Ik zag en voelde dat ik door zowel [medeverdachte 2] als door [medeverdachte 1] en nog een andere belaagd werd. Ik zag dat zij alle drie in mijn richting slaande bewegingen maakten.

Net onder mijn jukbeen heb ik een kleine wond.

Van het voorval zijn beelden opgenomen middels de bodycam die ik droeg.

2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 31 december 2020 (pagina 13-15), inhoudende, voor zover van belang:

Op 31 december 2020 was ik als politieagent aan het werk. Ik was met meerdere collega’s in de Karel Doormanstraat in Almelo. Ik zag dat mijn collega [aangever 1] door minimaal drie mannen belaagd werd. Ik heb samen met de aanwezige collega’s de afscherming voor de aanhouding verzorgd. Plotseling zag ik dat meerdere personen in onze richting kwamen. Ik schat dat de groep 3 a 4 man groot was. We werden belaagd door meerdere personen. Ik moest mijzelf beschermen tegen de klappen die werden uitgedeeld. Ik voelde een stekende pijn in mijn buik. Ik voelde dat ik een soort van klap of trap in de buikstreek kreeg.

3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 31 december 2020 (pagina 16-17), inhoudende, voor zover van belang:

Bij het incident met betrekking tot het geweld tegen collega [aangever 1] zag ik de later aangehouden verdachte [medeverdachte 2] in de richting van [aangever 1] rennen en meerdere slaande bewegingen naar het hoofd van [aangever 1] maken. Hierbij zag ik nog enkele, ik denk 2 personen, in de richting van [aangever 1] rennen.

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [aangever 5] (pagina 36-38), inhoudende, voor zover van belang:

Op 31 december 2020 kwam ik samen met collega [aangever 1] op de Karel Doormanstraat te Almelo. Ik zag mensen rennen in de richting van [aangever 1] . Ik zag dat ze hem belaagden en daarbij slaande bewegingen maakten. Ik zag dat [aangever 1] tegen onze dienstvoertuig werd geduwd en dat men slaande bewegingen bleef maken in zijn richting. Ik zag dat een drietal mannen collega [aangever 2] belaagden en daarbij slaande bewegingen maakten. Op het moment dat ik vlakbij mijn collega [aangever 1] was, zag ik dat hij een getinte man vast had gepakt. Kennelijk was hij door [aangever 1] aangehouden. Ik zag dat hij slaande bewegingen bleef maken in de richting van mijn collega [aangever 1] . Ik ben naast hen blijven staan en probeerde een veilige zone te creëren voor mijn collega [aangever 1] . Ik zag dat de buurtbewoners onze richting op kwamen.

5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [aangever 2] en [aangever 3] (pagina 39-40), inhoudende, voor zover van belang:

Op 31 december 2020 waren wij bij de Karel Doormanstraat. Wij zagen dat twee tot drie personen zich tegen collega [aangever 1] keerden en hem probeerden te slaan. Wij zagen verschillende mannen slaande bewegingen maakten in de richting van [aangever 1] . Wij zagen dat [aangever 1] een man op de grond had gewerkt. Ik, verbalisant [aangever 2] , ben samen met collega [aangever 5] de aanhouding gaan afschermen. Ik, verbalisant [aangever 2] , zag dat er twee tot drie mannen in mijn richting renden en slaande bewegingen in de richting van mij maakten. Wij zagen dat de mannen hun aanval niet staakten en opnieuw in de richting van ons kwamen.

6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] (pagina 47-50), inhoudende, voor zover van belang:

Proces-verbaal van bevindingen foto en bodycam videobeelden van 31 december 2020 Karel Doormanstraat te Almelo

Om 15.27.05 is te zien dat [naam] achteruit moet lopen door belager [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .

Belager [medeverdachte 2] staat opdat moment kort rechts naar [naam] . [verdachte] probeert kennelijk

de agressieve belager [medeverdachte 1] tegen te houden.

Om 15.27.06 heeft belager [medeverdachte 2] een zodanige agressieve aanvallende houding waarop

hij bezig is, om met zijn rechter gestrekte arm, met kracht [naam] te slaan op zijn hoofd.

Om 15.27.07 is te zien dat de agent met de bodycam tegen [naam] aan staat of loopt, kennelijk om er tussen te komen en verdere escalatie te voorkomen (zie proces-verbaal van agent met bodycam).

Om 15.27.09 is te zien dat de bodycam iets verschoven is en dat door verdachte [verdachte] naar de bodycam wordt gegrepen en er een worsteling ontstaat.

Om 15.27.10 is te zien dat verdachte [medeverdachte 2] op de grond ligt. Is te zien dat de agent op de grond valt hoogstwaarschijnlijk door verdachte [medeverdachte 1] , en er luidruchtig geschreeuw is alsof er gevochten wordt.

Om 15.27.11 uur is te zien dat de agent op de grond valt/ligt, met verdachte [verdachte] deels op hem en kort daarachter verdachte [medeverdachte 1] . Hoorbaar is het gevecht.

Om 15.27.18 is er een rechter arm in zwarte jas zichtbaar met de vuist/hand ter hoogte van de buik van de dashcam ( de rechtbank begrijpt: bodycam) agent en ligt verdachte [medeverdachte 2] op de grond.

Om 15.27.21 is deels te zien dat verdachte [medeverdachte 2] op de stoep zit en de agent nog steeds belaagd wordt mede door verdachte [verdachte] . En dat verdachte [medeverdachte 1] tegenover de bodycam staat.

7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] (pagina 51-53), inhoudende, voor zover van belang:

Naar aanleiding van het incident en de aanhouding van de verdachte [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn er beelden op de internetsite Dumpert verschenen. Deze beelden heb ik bekeken en kan daar het volgende beschrijven:

De beelden beginnen dat je een brandweerauto op straat ziet staan aan de rechterzijde van de weg en daar tegenover een opvallende politieauto. Ter hoogte van de politieauto zie je een agent staan met daaromheen enkele burgers. Er is een worsteling te zien tussen deze burgers en de politieagent, waarbij de politieagent (uit het onderzoek blijkt dit aangever [aangever 1] te zijn) achterwaarts loopt in de richting van het politievoertuig gevolgd door de burgers. Je ziet dat de betrokken politieagent een burger naar de grond werkt en dat deze burger achter het politievoertuig belandt (dit blijkt uit onderzoek verdachte [medeverdachte 2] te zijn).

Het volgende moment zie je dat de collega die iemand naar de grond heeft gewerkt wordt omringd door meerdere politiecollega’s in uniform.

Op dat moment zie ik een persoon vanuit de groep burgers naar voren lopen die qua kledingsignalement voldoet aan verdachte [verdachte] . Ik zie dat verdachte [verdachte] naar de groep politieagenten loopt en vervolgens een slaande beweging maakt naar deze groep. Ik zie dat verdachte [verdachte] niet uit eigen beweging naar achteren gaat maar door een politieagent in uniform naar achteren wordt geduwd. Vervolgens zie ik verdachte [verdachte] weer naar voren gaan, in de richting van de groep politieagenten. Ik zie verdachte [verdachte] nogmaals een slaande beweging maken in de richting van de politieagenten.

Met betrekking tot verdachte [medeverdachte 1] zie ik dat hij op deze beelden in beeld komt op het moment dat de groep door de eerste politieagent terug gedreven wordt van het politievoertuig af. Verdachte [medeverdachte 1] is te herkennen aan zijn zwartkleurige vest en opvallend witte mondkapje voor zijn gezicht. Ik zie dat verdachte [medeverdachte 1] wederom naar de groep politieagenten loopt die de collega afschermen die verdachten [medeverdachte 2] heeft aangehouden. Ik zie dat verdachte [medeverdachte 1] een beweging maakt met zijn arm wat lijkt op een slaande beweging.

8. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [aangever 1] (pagina 31), inhoudende, voor zover van belang:

Ik hoorde dat [medeverdachte 2] wilde dat ene [verdachte] gebeld werd. Dit telefoonnummer is door het politiesysteem gehaald en blijkt te behoren bij [verdachte] (geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ). Van deze [verdachte] staat er een foto in de strafrechtketen databank. Op de foto herkende ik [verdachte] als de tweede verdachte die heeft getracht [medeverdachte 2] te ontzetten, dan wel om mij pijn of letsel toe te brengen.

Feiten 2 en 3

1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 31 december 2020 (pagina 19-20), inhoudende, voor zover van belang:

Op 31 december 2020 was ik als politieambtenaar met meerdere collega’s aanwezig bij een incident aan de Karel Doormanstraat te Almelo. Ik zag dat collega [aangever 1] in gevecht was met een of meerdere personen. Ik zag dat een man, die later [verdachte] bleek te zijn, in de richting van [aangever 1] rende, Ik hoorde dat hij luid schreeuwde. Ik zag dat hij wild en op agressieve wijze in de richting van [aangever 1] liep. Ik greep [verdachte] vast. Ik voelde en zag dat de man tegen mij duwde en probeerde mij weg te duwen. Tijdens de schermutseling met de verdachte is mijn linker middelvinger gewond geraakt. Ik voelde pijn nadat ik in contact was geweest met [verdachte] . Ik zag dat de vinger dikker werd en ik kon hem niet goed meer buigen. De vinger bleek te zijn gebroken.

2. Een geschrift, te weten een brief betreffende [aangever 4] van de Spoedeisende Hulp, ZGT Almelo van 01-01-2021 (pagina 25), inhoudende, voor zover van belang:

[aangever 4] werd op 01-01-2021 gezien op de SEH. Hand links: dig 3 gezwollen. Intra articulaire fractuur ( de rechtbank begrijpt: een breuk doorlopend in het gewricht) basis midphalanx derde straal passend bij volair plaatletsel.