Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1360

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-04-2021
Datum publicatie
01-04-2021
Zaaknummer
08/770319-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 48-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 jaar voor seksueel misbruiken van zijn minderjarige kwetsbare dochter. Na gewoond te hebben in veel instellingen en bij verschillende pleeggezinnen, woonde zij sinds 2015 bij haar vader en had ze eindelijk een thuis. Juist in deze situatie is het de vader extra aan te rekenen dat hij het vertrouwen van zijn dochter heeft geschonden en precies die kwetsbare situatie heeft misbruikt om zijn eigen seksuele verlangens te bevredigen. Ook heeft hij met het plegen van deze handelingen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn dochter en heeft hij haar seksuele ontwikkeling ernstig verstoord. Naast de gevangenisstraf moet hij zijn dochter ook een schadevergoeding betalen van 9500 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/770319-18 (P)

Datum vonnis: 1 april 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1973 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 maart 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. S. Markink-Grolman en van hetgeen door verdachte en de raadsman S. van der Eijk, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 5 november 2020, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 juni 2018 tot en met 1 augustus 2018 meerdere keren zijn dochter [slachtoffer] heeft verkracht, of dat verdachte in deze periode meerdere keren met zijn
14-jarige dochter [slachtoffer] seksuele handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het binnendringen van haar lichaam.

feit 2: in de periode van 1 juni 2018 tot en met 1 augustus 2018 meerdere keren ontucht heeft gepleegd met zijn 14-jarige dochter [slachtoffer] .

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

Primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot

en met 1 augustus 2018 te Heino, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, zijn kind
[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2004) meermalen, althans eenmaal,

(telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden

uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door

- zijn penis in haar vagina te brengen en/of

- (een) voorwerp(en) (een bellenblaas en/of (een) vibrator(s)) in haar vagina

te brengen en/of

- één of meer van zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen

te brengen en/of

- zijn tong tussen haar schaamlippen te brengen,

en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die

bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat

verdachte eenmaal, wetende dat die [slachtoffer] onder invloed was van alcohol en/of niet meer nuchter was (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn (fysieke) overwicht en/of

feitelijke machtsverhouding en/of voorbij is gegaan aan de verbale en/of

non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- de kleren van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd en/of (hierbij) heeft gezegd dat zij

uit huis zou worden geplaatst en/of geen hulp meer van hem zou krijgen en/of

niets meer zou hebben, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

(aldus) misbruik heeft gemaakt van de feitelijke machtsverhouding en/of

overwicht en/of dominantie en/of leeftijdsverschil en/of - tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij zou stoppen als ze mee zou werken

en/of als zij aan hem, verdachte, kon bewijzen dat ze klaar kon komen, althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of in bedwang heeft gehouden en/of op

bed heeft geduwd en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke

overwicht t.o.v. die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] in het gezicht en/of op haar billen heeft geslagen en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van

verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot

en met 1 augustus 2018 te Heino, althans in Nederland, met zijn kind,

[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- brengen van zijn penis in haar vagina en/of

- brengen van (een) voorwerp(en) (een bellenblaas en/of (een) vibrator(s)) in

haar vagina en/of

- brengen van één of meer van zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar

schaamlippen en/of

- brengen van zijn tong tussen haar schaamlippen;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot

en met 1 augustus 2018 te Heino, althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, door (telkens)

- met zijn penis tegen haar vagina te drukken/duwen en/of

- haar vagina te likken en/of

- haar borsten te betasten en/of te likken;

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte in de periode van 1 juni 2018 tot en met 1 augustus 2018 meermalen zijn toentertijd 14-jarige dochter [slachtoffer] heeft verkracht. Daarnaast acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in diezelfde periode meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter [slachtoffer] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal van het onder 1 en 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft betoogd dat de verklaring van aangeefster niet betrouwbaar is. Zowel gezien haar reputatie als gelet op de wijze waarop deze verklaring tot stand is gekomen, kan deze niet voor het bewijs worden gebruikt. Indien de rechtbank van oordeel is dat de verklaring van aangeefster wel betrouwbaar is, dient verdachte volgens de verdediging eveneens integraal te worden vrijgesproken nu de verklaring van aangeefster geen bevestiging vindt in objectief steunbewijs. Er kan hierdoor niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld welke van de twee verklaringen, die van aangeefster of die van verdachte, juist is. Aldus kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten.

Subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat de aangifte ondersteund wordt door de geluidsopnames, heeft de verdediging verzocht om verdachte vrij te spreken van de onder 1 primair ten laste gelegde verkrachting, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte geweld heeft gebruikt, dan wel toegepast en evenmin dat sprake is geweest van een andere feitelijkheid, waardoor aangeefster gedwongen zou zijn tot het ondergaan van de seksuele handelingen.

Tot slot stelt de verdediging zich ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde op het standpunt dat geen sprake is van ontuchtige handelingen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de onder 1 primair ten laste gelegde verkrachting van zijn minderjarig kind en de onder 2 ten laste gelegde ontucht met zijn minderjarig kind, wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Betrouwbaarheid aangeefster

Aangeefster heeft op 1 augustus 2018, 8 augustus 2018 en 18 maart 2021 verklaringen afgelegd over de ten laste gelegde feiten. De verklaringen bij de politie zijn afgelegd bij gespecialiseerde zedenrechercheurs en hiervan zijn audiovisuele opnames gemaakt. De verklaringen van aangeefster komen de rechtbank authentiek voor, nu deze gedetailleerd zijn, specifieke uitlatingen en gedragingen kennen en aangeefster in haar verklaringen op hoofdlijnen consistent is over de gang van zaken. Bovendien vinden de verklaringen van aangeefster op concrete onderdelen ondersteuning in andere bewijsmiddelen.

In haar aangifte verklaart aangeefster dat het misbruik is begonnen op een avond, waarop zij (behoorlijk) onder invloed was van alcohol. Dit vindt bevestiging in het WhatsApp-gesprek met [getuige 1] , waarin zij voor het eerst vertelt over het seksueel misbruik. Op 22 juni 2018 schrijft aangeefster aan [getuige 1] : “Ik ben naar benede gegaan naar me pa en heb gezecht het is klaar je blijft van me af ik moedt uitleggen warom.het.me tot hier zat dus

heb gezecht ik wou dronken worden in veilige ongeving en je hebt me gebruikt er voor en dat neem.ik je kwalijk”.

Ook heeft aangeefster verklaard dat haar vader boos werd en dreigde haar uit huis te zetten. Zij was hier erg bang voor. Dit vindt bevestiging in het WhatsApp-gesprek met [getuige 2] . Op
25 juli 2018 schrijft aangeefster hierover aan [getuige 2] : ”Hij wil of nu of ik word morgeb huis uot gezet”. Aangeefster geeft aan dat ze geen keuze heeft, omdat ze bang is dat ze eruit wordt gezet. [getuige 2] adviseert haar om het te filmen. De rechtbank leidt hieruit een zekere angst af bij aangeefster en is van oordeel dat deze specifieke onderdelen uit het WhatsApp-gesprek met [getuige 2] en de getuigenverklaring van [getuige 1] aansluiten bij de verklaringen van aangeefster.

Aangeefster heeft op 25 juli 2018 ook daadwerkelijk een geluidsopname gemaakt, welke zij heeft opgeslagen als ‘seks papa’. De rechtbank betrekt verder in haar overwegingen dat de gemaakte geluidsopnames in de context van de verklaringen van aangeefster passen en parallel lopen met het berichtenverkeer zoals in haar telefoon is aangetroffen. Zo heeft de verdachte, hoorbaar op één van de geluidsopnames, met zijn dochter gesproken over het krijgen van een orgasme. Verdachte: “een orgasme kan je niet alles over vertellen, ja, die moet je beleven. Alleen op het moment dat jij, was je straalbezopen, dus je hebt helemaal niks meegekregen ja snap je…..dus heb je daar eigenlijk niks aan gehad” Dit impliceert dat verdachte aanwezig is geweest bij een orgasme van zijn dochter, terwijl ze onder invloed was van alcohol. Ter zitting heeft verdachte verklaard zijn dochter slechts één maal dronken te hebben gezien. Het was de eerste keer, waarover dochter in haar aangifte heeft verklaard.

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte op 31 juli 2018 onder meer haar borsten en vagina heeft gelikt. Verder heeft aangeefster verklaard dat zij normaal gesproken altijd na afloop van het misbruik onder de douche ging, maar zich de laatste keer enkel van onderen heeft gewassen. Op 1 augustus 2018 heeft er forensisch medisch onderzoek plaatsgevonden. De rechtbank acht het van belang dat blijkens het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 26 juni 2019 enkel DNA (speeksel) is aangetroffen op de rechterborst van aangeefster, dat afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat dat speeksel van een ander dan verdachte is, wordt als kleiner dan 1 op 1 miljard beoordeeld. Deze objectieve bevinding past precies bij de verklaring van aangeefster.

Tot slot betrekt de rechtbank in haar overwegingen dat aangeefster in 21 instellingen, dan wel pleeggezinnen heeft verbleven. De plek bij haar vader was haar enige houvast en hij dreigde haar dit af te pakken. De angst om die enige houvast kwijt te raken komt ook duidelijk naar voren in de hiervoor genoemde WhatsApp-gesprekken.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn en derhalve gebruikt kunnen worden voor het bewijs.

Beoordelingskader

Vervolgens dient door de rechtbank beoordeeld te worden of er voldoende objectief steunbewijs aanwezig is voor het ten laste gelegde. Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige aangegeven feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Feit 1

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat zich in onderhavig procesdossier voldoende objectief steunbewijs bevindt op basis waarvan wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het onder feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. In dit verband overweegt de rechtbank het volgende.

Seksueel binnendringen

Bij verkrachting moet bewezen worden dat het lichaam van het slachtoffer seksueel is binnengedrongen. Het gaat dan om het vaginaal, oraal of anaal binnendringen van het lichaam. Ieder binnendringen met een seksuele strekking is strafbaar, met uitzondering van de opgedrongen tongzoen. Van vaginaal binnendringen is al sprake wanneer tijdens de handeling de kleine schaamlippen worden gepasseerd.

In haar oordeel neemt de rechtbank de verklaring van aangeefster als uitgangspunt. Aangeefster heeft in het informatief gesprek zeden en haar aangifte verklaard in de periode van 1 juni 2018 tot en met 1 augustus 2018 zes keer seksueel misbruikt te zijn door verdachte. De eerste keer was zij onder invloed van alcohol. Verdachte ontkent de seksuele handelingen, maar bevestigt wel dat zijn dochter die dag in zijn bijzijn behoorlijk veel alcohol had genuttigd en als gevolg hiervan dronken was geworden. Aangeefster was volledig van de wereld, lag op de bank en wilde slapen. In haar aangifte verklaart aangeefster dat verdachte naast haar op de bank is komen liggen en haar heeft gemasseerd. Zowel verdachte als aangeefster verklaren dat er gedurende de ten laste gelegde periode regelmatig massages plaatsvonden.

Volgens de verklaring van aangeefster bleef het masseren door verdachte niet beperkt tot haar rug, nek en schouders (zoals verdachte stelt), maar zakte hij af naar beneden en masseerde haar voorkant en achterkant volledig. Verder heeft verdachte één of meer vingers en een bellenblaas in haar vagina gebracht. Volgens de aangifte heeft verdachte ook zijn penis een klein stukje in haar vagina gebracht. Dat het verdachte daadwerkelijk gelukt is om zijn penis in de vagina van aangeefster te brengen, heeft zij nadrukkelijk verklaard bij de rechter-commissaris op 18 maart 2021. Aangeefster heeft voorts verklaard dat haar vader haar tussen de eerste en de laatste keer nog vier maal heeft misbruikt. Dit ging altijd op dezelfde wijze en het kwam tot de handelingen die verder in de tenlastelegging staan omschreven.

De verklaringen van aangeefster vinden ondersteuning in de door aangeefster gemaakte geluidsopnames, waarvan de specifieke passages zijn opgenomen in het bewijsmiddelenoverzicht in de bijlage. In deze geluidsopnames wordt expliciet gesproken over het uittrekken van het ondergoed, het betasten van de vagina van aangeefster en het verder gaan dan enkel het masseren van de rug/schouders. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2018 blijkt dat verbalisant [verbalisant 3] de stemmen van de geluidsopname heeft herkend als zijnde de stemmen van verdachte en aangeefster.

Verder worden voornoemde seksuele handelingen bevestigd in de verklaring van getuige [getuige 1] . Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat aangeefster hem heeft verteld dat verdachte haar heeft gevingerd en dat hij zijn penis in haar vagina heeft gestopt.

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zijn tong tussen de schaamlippen van aangeefster heeft gebracht, nu aangeefster slechts heeft verklaard dat verdachte haar schaamlippen likte. Daarnaast acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een vibrator in de vagina van aangeefster heeft gebracht, omdat aangeefster weliswaar verklaart over het tonen van vibrators maar ook nadrukkelijk verklaart dat ze deze niet heeft gebruikt waar verdachte bij was (pagina 26). De rechtbank zal verdachte van deze onderdelen vrijspreken.

Fysiek geweld en psychische druk

Van verkrachting is alleen sprake indien het lichaam van het slachtoffer seksueel is binnengedrongen met toepassing van geweld, een andere feitelijkheid of bedreiging daarmee. Beoordeeld dient te worden of er dwang is gebruikt om het lichaam van het slachtoffer seksueel binnen te dringen. Naar het oordeel van de rechtbank is er bij het seksueel binnendringen van aangeefster zowel sprake geweest van een zekere mate van fysiek geweld alsook, in ruime mate, van psychische druk.

a. Fysiek geweld

Dit blijkt uit de aangifte en wordt bevestigd in de geluidsopnames, de Whatsapp-gesprekken met [getuige 1] vanaf 22 juni 2018, de WhatsApp-gesprekken met [getuige 2] van 25 en 26 juli 2018 en de verklaring van getuige [getuige 1] . Aangeefster heeft [getuige 1] in vertrouwen genomen en hem, onder meer via WhatsApp-berichten, op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen. Getuige [getuige 1] is een bekende van het gezin. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar kleren uittrok, haar op het bed duwde, haar in bedwang hield en haar op haar billen en gezicht sloeg en dat terwijl ze zei dat hij moest stoppen. Uit de geluidsopnames blijkt ook dat aangeefster meermaals ‘stop’ en ‘auw’ roept. Hierover heeft getuige [getuige 1] verklaard dat hij van aangeefster heeft gehoord dat zij, op het moment dat verdachte haar vingerde, duidelijk aangaf dat zij dat niet wilde. Daarnaast heeft getuige [getuige 1] verklaard van haar te hebben gehoord dat verdachte aangeefster in bedwang hield, zodat zij niet kon tegenstribbelen en dat hij haar dwong om er met niemand over te praten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte daarmee misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht en voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet en weerstand.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat verdachte gezien zijn gezondheidssituatie geen fysiek overwicht kon hebben. Dat verdachte fysiek tot niets in staat is acht de rechtbank ongeloofwaardig, mede gelet op de verklaring van getuige [getuige 1] , waaruit blijkt dat hij hem wel eens meubels heeft zien tillen. Verder heeft ook aangeefster verklaard dat verdachte binnenshuis tot fysieke taken in staat was.

Psychische druk

Verder verklaart aangeefster dat verdachte dreigde dat aangeefster uit huis geplaatst zou worden, geen hulp meer van hem zou krijgen en niets meer zou hebben als zij niet meewerkte. Dit wordt ondersteund door het WhatsApp-gesprek met [getuige 2] van 25 juli 2018, waarin aangeefster aan [getuige 2] schrijft dat haar vader ‘nu wil’ en dat ze anders uit huis wordt gezet en de verklaring van getuige [getuige 3] , waaruit blijkt dat aangeefster niet over het misbruik durfde te vertellen, omdat ze wist dat ze dan uit huis geplaatst zou worden. Daarnaast heeft aangeefster tijdens het informatief gesprek zeden verklaard dat verdachte tegen aangeefster zei dat hij zou stoppen als ze mee zou werken én als zij aan hem kon bewijzen dat ze klaar kon komen. Dit wordt ondersteund door de geluidsopnames en het WhatsApp-gesprek met [getuige 2] van 25 juli 2018, waarin aangeefster schrijft “Ik heb me laten maseren maar wou niet vedder hij wou dat ik me slef met een nep l..l ging bevredige en laten zien dat ik klaar kom”. Van aangeefster is bekend dat zij een zeer beladen jeugd beleeft. Lange tijd heeft ze geen contact met vader gehad en heeft zij vanaf jonge leeftijd al in zo'n 21 instellingen, dan wel pleeggezinnen verbleven. Sinds 2015 woonde zij bij haar vader en had zij eindelijk een thuis. Uit het WhatsApp-verkeer van 25 juli 2018 blijkt ook dat aangeefster bang is het (t)huis te moeten verlaten en zij lijkt daar veel voor over te hebben. Zelfs het ondergaan van seks met haar vader. Verdachte is de vader van aangeefster en heeft als geen ander weet van de kwetsbare achtergrond en afhankelijkheid van zijn dochter. Die wetenschap heeft hij ingezet om haar tot seks te bewegen. Hij heeft haar gechanteerd met het ondergaan van, ongelijkwaardige, volwassen seks onder dreiging dat ze anders het huis moet verlaten.

Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank door het gebruik van fysiek geweld en psychische druk gebruik gemaakt van de feitelijke machtsverhouding en zijn overwicht en misbruik van zijn dochters kwetsbaarheid. Voorts is de rechtbank van oordeel dat hierbij sprake is geweest van opzet.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder feit 1 primair ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het brengen van een vibrator in de vagina van aangeefster en het brengen van de tong tussen de schaamlippen van aangeefster.

Feit 2

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat er eveneens voldoende objectief steunbewijs voorhanden is op basis waarvan wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan. In dit verband overweegt de rechtbank het volgende.

Ook ten aanzien van dit feit neemt de rechtbank de verklaring van aangeefster als uitgangspunt. Volgens de aangifte heeft verdachte zijn penis tegen de vagina van aangeefster gedrukt, dan wel geduwd, haar borsten betast en gelikt en haar vagina gelikt. Dit vindt naar het oordeel van de rechtbank steun in het DNA-rapport van het NFI en de door aangeefster gemaakte geluidsopnames, waaruit duidelijk kan worden afgeleid dat verdachte aan de borsten van aangeefster zit.

Uit het onderzoek naar biologische sporen en DNA, uitgevoerd door het NFI op 26 juni 2018, is gebleken dat er DNA in de vorm van speeksel is aangetroffen op de rechterborst van aangeefster. Dit DNA matcht met het DNA-hoofdprofiel van verdachte. Verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard dat aangeefster zijn speeksel zelf op haar borst heeft aangebracht. De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig.

Tot slot verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging dat geen sprake zou zijn geweest van ontucht. De rechtbank acht het met handen en de tong aanraken van borsten, billen en vagina van een dochter door haar vader, als seksuele handelingen die in strijd zijn met de sociaal ethische norm.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder feit 2 ten laste gelegde ontucht wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1

Primair

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juni 2018 tot en met 1 augustus 2018 te Heino, door geweld of bedreiging met geweld of andere feitelijkheden zijn kind [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, meermalen (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van meerdere handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door:

  • -

    zijn penis in haar vagina te brengen en;

  • -

    een voorwerp (een bellenblaas) in haar vagina te brengen en;

  • -

    één of meer van zijn vingers in haar vagina en tussen haar schaamlippen te brengen;

en bestaande dat geweld of die bedreiging met geweld of andere feitelijkheden hierin dat verdachte

eenmaal, wetende dat die [slachtoffer] onder invloed was van alcohol en niet meer nuchter was (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn (fysieke) overwicht en feitelijke machtsverhouding en voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en

meermalen:

  • -

    de kleren van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en;

  • -

    tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd en hierbij heeft gezegd dat zij uit huis zou worden geplaatst en geen hulp meer van hem zou krijgen en niets meer zou hebben en (aldus) misbruik heeft gemaakt van de feitelijke machtsverhouding en het overwicht en;

  • -

    tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij zou stoppen als ze mee zou werken en als zij aan hem, verdachte, kon bewijzen dat ze klaar kon komen en;

  • -

    die [slachtoffer] heeft vastgehouden en in bedwang heeft gehouden en op bed heeft geduwd en (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht ten opzichte van die [slachtoffer] en;

  • -

    die [slachtoffer] in het gezicht en op haar billen heeft geslagen en voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

2

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juni 2018 tot en met 1 augustus 2018 te Heino, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind [slachtoffer] , geboren op
[geboortedatum 2] 2004, door (telkens):

  • -

    met zijn penis tegen haar vagina te drukken/duwen en;

  • -

    haar vagina te likken en;

  • -

    haar borsten te betasten en te likken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 242, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1, primair

het misdrijf:

verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

feit 2

het misdrijf:

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat aan verdachte, in geval van een bewezenverklaring, een zo kort mogelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd. De verdediging heeft daartoe gewezen op het ontbreken van relevante justitiële documentatie, het verlies van het ouderlijk gezag en het inmiddels herstelde contact met zijn dochter. De verdediging heeft met name gewezen op de medische situatie van verdachte en zich op het standpunt gesteld dat verdachte detentieongeschikt is.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van twee maanden schuldig gemaakt aan seksueel misbruik, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van zijn dochter [slachtoffer] . Hiermee heeft verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn dochter en heeft hij haar seksuele ontwikkeling ernstig verstoord. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van seksueel misbruik nog gedurende langere tijd nadelige psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Deze gevolgen hebben zich ook daadwerkelijk voorgedaan bij [slachtoffer] . [slachtoffer] was bovendien een kwetsbaar meisje dat vanaf jonge leeftijd al in zo'n 21 instellingen, dan wel pleeggezinnen heeft verbleven. Sinds 2015 woonde zij bij haar vader en had zij eindelijk een thuis. Juist in deze situatie is het verdachte extra aan te rekenen dat hij het vertrouwen van [slachtoffer] heeft geschonden en precies die kwetsbare situatie heeft misbruikt om zijn eigen seksuele verlangens te bevredigen. Verdachte heeft bovendien op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedragingen. Daartoe heeft hij zich er enerzijds op beroepen dat hij zich, door hersenletsel, niets kan herinneren van wat langer dan twee maanden geleden is gebeurd, maar tegelijkertijd heeft hij elk aandeel in de ten laste gelegde feiten ontkend. Hij heeft er alles aan gedaan om [slachtoffer] te beschuldigen en haar in een kwaad daglicht te stellen. Hij heeft zich met zijn houding en gedrag tijdens het strafproces en zeker tijdens de inhoudelijke behandeling op 18 maart 2021 respectloos getoond tegenover zijn dochter. De rechtbank rekent dit alles verdachte zeer zwaar aan.

Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 februari 2021, waaruit blijkt dat verdachte geen recente relevante documentatie heeft en niet eerder voor een zedendelict is veroordeeld.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als vertrekpunt. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor verkrachting een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden.

In strafverzwarende zin acht de rechtbank van belang dat sprake is geweest van een jong en kwetsbaar slachtoffer en van misbruik in de familiesfeer, waarbij bovendien sprake was van een bijzondere vernederende setting, vanwege de penetratie met voorwerpen.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van 2 januari 2021, opgesteld door S. Roelofs, reclasseringswerker. Daaruit blijkt dat verdachte kan worden omschreven als een kwetsbare, beperkt zelfredzame man met diverse fysieke en mentale beperkingen. Verdachte is van mening dat hem onrecht wordt aangedaan door zijn dochter en door justitie. Kijkende naar zijn levensloop is verdachte vaker genegen geweest zichzelf – al dan niet gegrond – in de slachtofferpositie te plaatsen. Naast het functioneren op zwakbegaafd niveau blijkt uit verouderde diagnostiek (2008) dat sprake is van cocaïne-afhankelijkheid -thans in volledige en langdurige remissie-, een dysthyme stoornis, PDD-NOS en daarnaast wordt gesproken over een antisociale persoonlijkheid en stemmingsstoornissen. Gezien het niet (h)erkennen van de gediagnosticeerde problematiek zijn er aanwijzingen dat het ziektebesef en -inzicht niet of nauwelijks aanwezig is. Samenhangend met het functioneren op beneden gemiddeld intelligentieniveau is verdachte beperkt in staat sociale situaties goed te overzien en hierop te anticiperen. Zeker complexe situaties zoals de opvoeding van een dochter met haar eigen problematiek gaat de draagkracht van verdachte te boven. Voor stabiel functioneren en een adequate wijze van problemen hanteren/ oplossen is verdachte grotendeels afhankelijk van de begeleiding die hij ontvangt vanuit RET-Jezelf (gestart in mei 2017).

De reclassering komt tot de conclusie dat sprake is van een laag recidiverisico. Hierom én vanwege het ontbreken van zicht op specifieke delictgerelateerde factoren, ziet de reclassering geen indicatie voor reclasseringsinterventies en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Indien betrokkene schuldig wordt bevonden, behoort plaatsing in het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg (JCvSZ) te Scheveningen tot de mogelijkheden.

In het advies van 9 maart 2021 beschrijft de reclassering dat het contact met [slachtoffer] is hersteld en dat zij elkaar alleen onder begeleiding zien. De reclassering blijft bij de inschatting van de risico’s en het advies, zoals deze in het rapport van 2 januari 2021 zijn omschreven.

Als uitgangspunt geldt dat het geding met een einduitspraak dient te zijn afgerond binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is gaan lopen. Verdachte heeft redelijkerwijs met vervolging rekening moeten houden vanaf 12 november 2018, de dag waarop hij door de politie is aangehouden. De zaak is niet binnen twee jaren nadien afgerond met een eindvonnis, maar na twee jaren en vier en een halve maand. Deze overschrijding is in hoge mate aan de verdediging te wijten, vanwege de weigering van verdachte om DNA af te staan en de verzochte aanhouding van de zitting van 5 november 2020, hoewel het destijds ook mogelijk was de zitting via een videoverbinding bij te wonen, zoals verdachte dat ter zitting van 18 maart 2021 wel wenste en heeft gedaan. Dit heeft geleid tot vertraging in de afdoening van de zaak. De rechtbank constateert de termijnoverschrijding, maar verbindt hieraan geen consequenties.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren passend en geboden. De tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, zal bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering worden gebracht.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 9.500,00 euro (zegge negenduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Dit bedrag bestaat in zijn geheel uit immateriële schade.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente, nu voldoende is onderbouwd welk leed de benadeelde partij is aangedaan.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, uit hoofde van de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht om het schadebedrag te matigen tot een bedrag van € 3.000,00 euro, omdat niet aannemelijk is gemaakt in hoeverre het geestelijk letsel door verdachte is toegebracht en daarnaast het seksueel binnendringen niet kan worden bewezen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. Er wordt in de vordering verwezen naar een tweetal uitspraken, welke representatief zijn voor deze zaak. De rechtbank weegt bij het vaststellen van het bedrag aan immateriële schade mee dat de verdediging kort voor de inhoudelijke behandeling van 18 maart 2021 heeft verzocht aangeefster te horen als getuige, terwijl de inhoudelijke behandeling op 5 november 2020 ook al was aangehouden op verzoek van de verdediging en het verzoek dus eerder gedaan had kunnen worden. Uit de uiteindelijk door de verdediging aan het slachtoffer gestelde vragen kan niet anders worden afgeleid dan dat het enige doel was het vertragen van het strafproces. Hoewel het in het kader van het strafproces voor de verdediging wenselijk kan zijn een getuige te horen, betekent dat in het kader van de immateriële schade dat deze hoger uit kan vallen, doordat sprake is van secundaire victimisatie. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag eerder aan de lage kant is dan dat er aanleiding is om het bedrag lager vast te stellen zoals de verdediging bepleit. De rechtbank zal het gevorderde daarom in zijn geheel toewijzen tot een bedrag van € 9.500,00 euro (zegge negenduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd, te weten vanaf 1 juni 2018.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair:

het misdrijf: verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

feit 2:

het misdrijf: ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair en feit 2 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 9.500,00 euro (zegge negenduizendvijfhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 9.500 euro (zegge negenduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 82 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M. van Bruggen en
mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Jentzsch, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2021.

Buiten staat

Mr. J.T. Pouw, rechter, is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland, met naam onderzoek: ‘Vijg’ en nummer PL0600-2018345355. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden van 2 augustus 2018, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 10 en 11):

Eerste keer misbruik
Sinds 2 maanden wordt [slachtoffer] misbruikt door haar vader. (…) Het is begonnen op een avond toen [slachtoffer] benieuwd was naar drugs en alcohol. Ze heeft toen 3 tequila biertjes gehad en een fles Malibu, waarvan ze dacht dat ze water dronk. Toen de anderen weg waren was ze nog alleen met haar vader en was ze helemaal van de wereld van de drank. Ze lag op de bank. Haar vader kwam bij haar liggen en ging aan haar zitten. Hij voelde aan haar borsten en likte haar borsten ook. [slachtoffer] gaf aan dat ze dit niet wilde hebben. Vervolgens trok hij haar broek en onderbroek uit. Hij ging met zijn vingers in haar vagina en likte haar vagina. Hij ging ook met zijn piemel langs haar vagina en probeerde er in te komen.

Vervolg misbruik

Tussen de eerste en de laatste keer heeft hij haar nog 4 maal misbruikt. Dat ging

eigenlijk altijd op dezelfde wijze. Haar vader ging dan echter verder en masseerde dan ook haar borsten en likte deze ook. Dan trok hij haar broek en onderbroek uit. [slachtoffer] gaf altijd wel aan dat ze dat niet wilde maar hij deed het dan toch. Hij dreigde ook vaak dat ze anders maar naar een pleeggezin moest en dat wilde [slachtoffer] niet. Ook zei hij dat het zou stoppen als ze die keer mee zou werken. Wanneer de onderkleding uit was ging hij haar vingeren en likken. Hij

probeerde ook zijn penis in haar te krijgen. Na de eerste keer kwam haar vader ook met dildo’s/vibrators die ze moest gebruiken.

Laatste keer misbruik

De laatste keer was gisteravond, dinsdag 31 juli. Hij trok haar broek uit en ging

haar insmeren met olie van de Kruidvat. Ook had hij een vibrator. Hij werd boos en driegde haar af te maken en dat ze naar pleeggezin moest. Hij ging toch met zijn hand tussen haar benen en met zijn tong. Hij heeft ook zijn penis zonder condoom langs haar vagina gehaald.

Mishandeling

[slachtoffer] vertelde dat ze vaker werd geslagen door haar vader. Hij sloeg haar

in het gezicht of op bovenlichaam.

2. Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 8 augustus 2018, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 20 t/m 30):

Eerste keer

Hij begon te likken, mijn borsten en mijn vagina. Hij ging met zijn vingers in me. Hij is later met zijn eigen penis er langs gegaan en erin. Hij heeft geprobeerd erin te gaan. (…) Hij ging van links naar rechts, over mijn tepels. Van de ene borst naar de andere. (…) Hij likte mij bij mijn schaamlippen en rondom mijn clitoris. (…) Met vingeren bedoel ik met de vinger in mijn vagina. (…) Dat deed pijn. Hij haalde zijn piemel uit zijn broek. Langs mijn vagina en drukken. Dat deed heel veel pijn. Ik vond het eng. (…) Hij bleef maar proberen, paar keer. Met zijn piemel bij mijn vagina. Er kwam bloed uit mijn vagina. Hij ging langs mijn schaamlippen, clitoris en dat onderste, waar je erin gaat.

Vervolg misbruik

Hij trok mijn ondergoed uit. Daarna weer hetzelfde met likken, eerst mijn borsten en dan in een streep zo naar onderen, naar mijn vagina. Eerst likken, daarna vingeren. Daarna probeerde hij het weer met zijn penis. Hij zei dat het tussen ons was en dat ik het niet moest vertellen, omdat ik anders niets meer had en dat ik werd weggehaald.

Derde keer

Ik had zo’n bellenblaas, de achterkant daarvan was heel erg rond, hij heeft dat gebruikt. Hij deed er een condoom omheen en vaseline. Hij heeft geprobeerd binnen te komen in mijn vagina, maar dit deed heel erg pijn. Hij heeft nog geprobeerd met zijn piemel of dat wel lukte.

Vierde keer

Hij begon te dreigen: “ga je maar weg, als je me niet vertrouwd. Dan ga je maar weg”. Ik lag op mijn buik. Het ging weer precies hetzelfde als de eerste keer.

Vijfde keer

Die vierde of vijfde keer had ik het opgenomen. Masseren, kietelen, wrijven en likken borsten en vagina. Vingeren en met zijn eigen penis weer geprobeerd om in mijn vagina te komen. (…) Ik moest mijzelf bevredigen waar hij bij was. Hij wou zien dat ik opgewonden kon worden en klaar kon komen. Dan was dat voldoende en dan hoefde hij alleen nog maar een keer zijn penis in mij te krijgen en dan was het klaar.

Laatste keer

Eigenlijk weer hetzelfde. (…) Alleen dat ik vet hard bloedde. (…) Hij trok mijn ondergoed uit. Hij likte mijn borsten en mijn vagina. Hij heeft mij gevingerd en hij heeft geprobeerd om met zijn piemel in mij te komen. Ik heb mij daarna nog gewassen met een washandje van onderen, alleen mijn vagina.

Mishandeling

Altijd met zijn hand, gestompt en vaak met zijn platte hand. Op mijn gezicht of op mijn kont. Ik denk in totaal misschien wel tien keer.

3. Proces-verbaal van bevindingen uitwerken geluidsbestand ‘seks papa’, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende (pagina 43 t/m 48):

M: Uit dat ding!

V: Wat uit?

M: Zoals ik zeg dat broekie uit!

V: Waarom?

M: Uit!

V: Waarom? Als ik alleen hier wil gemasseerd worden.

M: Uit!

V: Waarom?

M: Of ik masseer je gewoon goed of en je ontspant of ja je zegt gewoon ik vertrouw je niet pa klaar wij zijn klaar. Dus.

V: Ik vertrouw je wel maar ik vertrouw je er dan ook gewoon op dat je dan niet verder gaat dan mijn benen. Punt uit klaar. Want dat vind ik gewoon niet fijn.

M: Ik verzorg gewoon je hele achterkant klaar!

(…)

V: Blijf af!!!

M: Nee

V: Ja d’r afblijven.

M: Nee

V: Jewel

M: Nee...gaan we dus niet..

V: Dus wel

M: Hoezo

V: Gewoon

M: Waarom

V: Gewoon, gewoon omdat mijn vagina van mij is

M: So what

V: Nou dat jullie mannen daar gewoon af te blijven hebben

M: Nee die moet je leren gebruiken

(…)

M: Nou.dus. Je weet ik zal je nooit pijn doen

V: Nee maar dan nog zegt het niet dat ik het hoef te accepteren.

M: Nee.

V: Dus en daarin heb je ook gewoon een nee te accepteren

M: Nou maar dan moet jij ook accepteren ja bepaalde.(onverstaanbaar) en dat doe jij ook

niet.

V: Ja maar kijk jij gaat dan meteen dreigen nou ga me dan maar behandelen als een klein kind.

(…)

V: Ik lig weer voor jan lui hoor! Ik trek zo m’n kleren aan anders. Want ik vind het echt niet chili om zo te liggen. Ik wil echt nog steeds m’n ondergoed weer aan.

M: Ohhhhh

(…)

V: Ik speel geen spelletje. Ik had nooit toen ik dronken was had ik dit nooit moeten doen.

M : Maar toen heb je dat gedaan toen ben je over de scheef gegaan

V: Ja ik was kats dronken en dat wist jij.

M: Ja

V: Jij hebt daar gewoon misbruik van gemaakt dat ik dronken was dat heb je de vorige keer al toegegeven.

(…)

V: Maar ik vind het prima als je me masseert maar ga gewoon niet verder.

M: Dus nee [slachtoffer] ja

V: Ik lig echt voor jan lui hier

M: Papa zal door gaan tot dat je je over durft te geven

V: Nee want dat ga ik niet doen.

M: Aan je eigen lichaam

(…)

V: Ik vind gewoon je hebt als vader dochter een vertrouwensband maar je moet er hier gewoon niet verder gaan.

M: Die grens hebben we al samen overschreden.

V: Ja dat kan maar ik vind dat je er gewoon niet verder in kan gaan.

4. Proces-verbaal van bevindingen uitwerken geluidsbestand ‘046’, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende (pagina 52 t/m 56):

M: ja, en dat is wat ik zeg, nee een orgasme kun je niet alles over vertellen, ja, die moet je beleven

V: ja dat snap ik

M: alleen, op het moment dat jij, was je straalbezopen, dus heb je helemaal niks meegekregen ja snap je... dus heb je daar eigenlijk niks aan gehad.

(…)

V: blijf van me af, ga van me af...ga nu van me af

M: sloeg jij mij...(onverstaanbaar) opnieuw

V: ja... nee maar jij raakte mijn borsten aan

M: ja, so what

V: aaahh...draai mijn pols alsjeblieft even andersom, zo dat is beter

M: so what

V: au...eer...ik wil mijn vestje ophijsen, ja mag me verdedigen, maar ik mocht me verdedigen...

M: (onverstaanbaar)

V: maar je mag niet aan mijn borsten komen....

M: ik ben je vader

V: ja maar je mag niet aan mijn borsten komen

M: ik deed...

V: nee, ik dacht het niet....nee

M: als ik hier stoot.

V: nee, alsjeblieft stoppen.. .stoppen pap

5. Proces-verbaal van bevindingen uitwerken geluidsbestand ‘72’, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende (pagina 69):

M: begin van de avond maar toen had je d’rgeen interesse in

V: uh, jawel want toen heb ik gehoord wat je zei

M: wat

V: nou, je hebt toen een verhaal gedaan over nou aankleden, hoe je dat...nou sexy ondergoed, dat heb je toen vertelt allemaal ja, dat klopt....

M: kijk, of je kan me gaan vertrouwen he

V: ja maar vertrouwen dat hoeft niet te zeggen dat, dat, dat ik het wil doen

M: wat

V: dat ik mezelf wil onderzoeken waar jij bij bent

(…)

V: nou, van mij mag je me masseren hoor

M: maar je kunt dingen gaan aannemen ja? van me ja? en proberen/controleren (fon), of je kop blijven stoten ja, overal tegenaan...

V: ik wil best van je leren, maar ik ga niet op dat gebied van seks zelf naakt, voor de rest wil ik alles van je leren hoor

M: (fluistert) [slachtoffer] , dat stadium zijn we allang over heen

V: ja dat kan, maar ik wil het niet...

6. Proces-verbaal van bevindingen uitwerken geluidsbestand ‘080’, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende (pagina 72):

V: jij hebt het nu zes keer gedaan, het is goed

M: wat zes keer gedaan

V: het is zes keer gebeurd

M: en niet één keer heb je je eigen kunnen ontspannen en laten zien ja...je wil je wil alleen maar goedkoop net als je moeder zijn ja? want als je er iets voor kan krijgen dan moet je er ook iets voor doen ja

7. Proces-verbaal van bevindingen ‘herkenning wijkagent stemmen [verdachte] en [slachtoffer] ’ van 20 augustus 2018, opgemaakt door [verbalisant 3] , voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 82):
Nadat ik ongeveer 2 minuten had geluisterd kon ik met zekerheid de stem herkennen van [verdachte] wonende aan [adres] . De tweede stem herkende ik als de stem van zijn dochter [slachtoffer] tevens wonende aan [adres] .

8. Uitwerking chatgesprek [getuige 2] en [slachtoffer] , voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende (pagina 99):
[slachtoffer] : Ben aan het opnemen. Is nu bezig.
[getuige 2] : Okee.
[slachtoffer] Hij wil of nu of ik word morgeb huis uot gezet.
[getuige 2] : Wat wil je
[slachtoffer] : Wat denk je
[getuige 2] : Oke wat ga je doen
[slachtoffer] : Ja heb ik een keus
[getuige 2] : Ja
[slachtoffer] : Nee ik wil niet weg
[getuige 2] : Maar als je het doet film het dan verstop je telefoon en zet hem verstopt in je kamer en zorg als je het doet op je kamer dan
[slachtoffer] : Oke ja miet op de zijne

9. Uitwerking chatgesprek [getuige 2] en [slachtoffer] , voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende (pagina 101):
[slachtoffer] : Ik ben bang.
[getuige 2] : Waarom
[slachtoffer] Ik heb me laten maseren maar wou niet vedder hij wou dat ik me slef met een nep l..l ging bevredige en laten zien dat ik klaar kom aleen ik heb ne gezecjt en nu moet ik weg
[getuige 2] : Oke ahwb je dat ene kunnen filmen ja of ne
[slachtoffer] : Nee opname met stem en heb paar x duidelijk benoemt wat die dee en dat sie moest stooppen (…) Ik kan het niet meer als ik nunweer word verkragt ga ik dood.
[getuige 2] : Maar als je het echt niet wilt doe je het niet. Je hoeft toch alleen met je zelf te spelen
[slachtoffer] : Nee hij wil nu ook

10. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 20 augustus 2018, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 133):
[slachtoffer] vertelde het heel twijfelachtig in de zin van: ik durf het niet te vertellen maar ik moet het vertellen want ik kan niet anders. Ze wist dat ze uit huis geplaatst zou worden. Zij moest zelf huilen.

11. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 22 augustus 2018, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 137 en 138):
Zij heeft mij diverse keren via WhatsApp berichten gestuurd wat er was gebeurd. Haar vader had alcohol op. Zij kwam thuis en wilde naar bed. Haar vader begon haar eigenlijk aan te randen. Hij had ook spierverslappers gebruikt waardoor ze weinig weerstand kon bieden. (…) Haar vader begon haar te zoenen op de mond en nek, hij betaste haar op haar lichaam. Op een gegeven moment onder de kleren en ging naar beneden. Hij begon haar te vingeren. Zij gaf duidelijk aan dat ze dit niet wilde. Op een gegeven moment deed hij zelf zijn broek uit en begonnen ze te vrijen. Dat deed haar pijn en ze vond het niet fijn. Hij ging net zo lang door totdat hij zijn eigen behoeftes had gekregen. Ze heeft daarna nog een paar keer verteld dat vader had toegeslagen. De keren er na was bij haar op de slaapkamer, dezelfde handelingen maar zonder spierverslappers. Wel handtastelijk onder haar kleren, ook weer vingeren. Ze vroeg ook wat ze moest doen en ik vroeg of ze aangifte had gedaan omdat dit niet kon. Dit had ze niet gedaan want ze was doodsbang en wist niet goed hoe ze het moest aanpakken.. (…) Het aantal keren dat haar vader haar heeft aangeraakt is een stuk of 5 of 6 keer, misschien nog wel meer.

(…)Het begon met zoenen maar ook tongen, kussen in de nek, haar borsten strelen, met zijn hand naar de vagina toe en daar strelen, uiteindelijk vingeren, haar in bedwang houden zodat ze niet kon tegenstribbelen. Bij mij weten is het vingeren een paar keer herhaald, ook daarna nog. Uiteindelijk het seksuele contact. Dat hij zijn penis in haar vagina stopte.

12. Proces-verbaal van verhoor verdachte van 13 november 2018, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 197):

[slachtoffer] pakte een Desperado en sloeg deze achter over. Daarop werd ze niet meer te handhaven en is ze als een ketter gaan zuipen. Ik zei: “Prima, voel maar even hoe het is om dronken te worden”.

13. Proces-verbaal ter terechtzitting van 18 maart 2021, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ja. Ik heb mijn dochter wel eens gemasseerd toen ze pijn had. De pijn zat in haar schouders.

14. Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 18 maart 2021, voor zover betreffende de feiten en omstandigheden inhoudende, zakelijk weergegeven:
Hij heeft meerdere keren geprobeerd om met zijn penis mijn vagina in te gaan en dit is ook gelukt.

15. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4°, van het Wetboek van Strafvordering, te weten een ‘rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Heino op 31 juli 2018’ van het Nederlands Forensisch Instituut, van 26 juni 2019

Onderzoeksset zedendelicten ZAAC9475NL van het slachtoffer
[slachtoffer] . Onderstaande bemonsteringen uit deze onderzoeksset zedendelicten zijn onderzocht op de aanwezigheid van biologische sporen.

bemonstering

aanwijzing

voor

speeksel

voor

DNA-onderzoek

veiliggesteld als

rechterborst nat

Ja

ZAAC9475NL#03

SIN

Beschrijving DNA-profiel

DNA kan afkomstig zijn van

Matchkans DNA-profiel

ZAAC9475NL#03

DNA-mengprofiel;

DNA-hoofdprofiel

DNA-nevenkenmerken

verdachte [verdachte]

kleiner dan 1 op 1 miljard