Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1310

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-03-2021
Datum publicatie
29-03-2021
Zaaknummer
8791695 \ CV EXPL 20-4134
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft zijn tandartsrekening te laat betaald. Betaling vond plaats na de 14-dagentermijn in de 14-dagenbrief, dus gedaagde is de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. Ook de wettelijke rente is verschuldigd. Gedaagde heeft de rekening en de eerste aanmaningen weliswaar niet ontvangen, maar hij heeft onvoldoende onderbouwd wanneer hij verhuisd is en wanneer hij zijn verhuizing dan aan de tandarts heeft doorgegeven. Het niet ontvangen van de rekening en de aanmaningen komt daarom voor zijn rekening. De proceskosten moet CE Medical Factoring betalen, omdat zij na het ontvangen na de hoofdsom gedaagde geen brief of sommatie heeft gestuurd waarin stond dat hij de incassokosten verschuldigd was geworden en deze nog moest betalen. Gedaagde heeft daardoor niet de kans gekregen om deze procedure te kunnen voorkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8791695 \ CV EXPL 20-4134

Vonnis van 23 maart 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CE MEDICAL FACTORING B.V., handelend onder de naam ANDERS MEDICAL FACTORING,
gevestigd en kantoorhoudende te Vianen,

eisende partij, hierna te noemen CE Medical Factoring,

gemachtigde: Webcasso B.V.

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 september 2020;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de akte van uitlating, tevens akte vermindering van eis van 11 februari 2021 van CE Medical Factoring.

1.2.

Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2 De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

2.1.

[gedaagde] heeft een behandeling ondergaan bij Hanze Tandartsen. Hanze Tandartsen heeft de vordering, die zij daardoor op [gedaagde] heeft, overgedragen aan CE Medical Factoring.

2.2.

CE Medical Factoring heeft [gedaagde] op 7 februari 2020 een factuur met factuurnummer P2117412 gestuurd. Deze factuur is verstuurd naar de [adres 1] in [plaats] . Op onder andere 12 juni 2020 en 11 juli 2020 heeft Webcasso, de gemachtigde van CE Medical Factoring aanmaningen gestuurd. Ook deze zijn verstuurd naar de [adres 1] in [plaats] .

2.3.

Op 19 juli 2020 heeft Kuyt Gerechtsdeurwaarder & Incasso Lisse B.V. (hierna: Kuyt) een laatste aanmaning gestuurd naar [gedaagde] aan de [adres 2] in [plaats] . In deze aanmaning kreeg [gedaagde] een laatste keer de mogelijkheid om het factuurbedrag te betalen zonder dat hij incassokosten verschuldigd zou worden.

2.4.

Op 16 augustus 2020 heeft [gedaagde] een bedrag van € 19,60 aan Kuyt betaald.

Wat wil CE Medical Factoring?

2.5.

CE Medical Factoring wil dat [gedaagde] de rente en, zo begrijpt de kantonrechter uit de akte van 11 februari 2021, de gemaakte incassokosten betaalt. [gedaagde] heeft het factuurbedrag van € 19,60 te laat betaald, waardoor CE Medical Factoring de vordering uit handen heeft moeten geven.

CE Medical Factoring vordert daarom - na vermindering van eis – dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot het betalen aan CE Medical Factoring van een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten, € 0,16 aan wettelijke rente tot 6 augustus 2020 en de wettelijke rente over het bedrag van € 19,60 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Wat vindt [gedaagde] ?

2.6.

[gedaagde] voert aan dat hij de factuur te laat betaald heeft, omdat hij verhuisd is. De herinneringen die zijn verstuurd naar het adres [adres 1] heeft hij daardoor niet ontvangen. Hij heeft zijn verhuizing naar eigen zeggen wel aan de baliemedewerkster van Hanze Tandartsen doorgegeven. [gedaagde] heeft de laatste aanmaning wel ontvangen. Naar aanleiding daarvan wilde [gedaagde] het bedrag van € 19,60 overmaken, maar de betaalopdracht werd niet direct verzonden. Toen [gedaagde] dat ontdekte, heeft hij de betaling op 16 augustus 2020 alsnog afgerond.

Wat vindt de kantonrechter van de zaak?

2.7.

In de akte van 11 februari 2021 heeft CE Medical Factoring erkend dat zij het factuurbedrag van € 19,60 heeft ontvangen. De vraag is nu of [gedaagde] de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten nog aan CE Medical Factoring moet betalen.

2.8.

De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] de aanmaning van 19 juli 2020, die is verstuurd naar de [adres 2] , wel heeft ontvangen. De betaling van [gedaagde] van 16 augustus 2020 heeft echter niet plaatsgevonden binnen de 14-dagentermijn die is gesteld in die (laatste) aanmaning. Dat betekent dat [gedaagde] de buitengerechtelijke kosten nog moet betalen. Het bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten voldoet aan het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

2.9.

[gedaagde] moet ook de wettelijke rente betalen. [gedaagde] heeft hiertegen aangevoerd dat hij de factuur te laat heeft betaald, omdat deze naar zijn oude adres, de [adres 1] , is gestuurd. [gedaagde] stelt dat hij aan Hanze Tandartsen heeft doorgegeven dat hij zou gaan verhuizen. Dat wordt door CE Medical Factoring betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zijn stelling vervolgens onvoldoende nader onderbouwd. Het had op zijn weg gelegen om bijvoorbeeld informatie te verstrekken over wanneer hij verhuisd is en wanneer hij de verhuizing aan Hanze Tandartsen heeft doorgegeven. Dat [gedaagde] de adreswijziging heeft doorgegeven, komt dan ook niet vast te staan. Het niet ontvangen van de factuur en de eerste aanmaningen komt daarom voor risico van [gedaagde] . De wettelijke rente van € 0,16 vanaf 9 maart 2020 tot 6 augustus 2020 wordt toegewezen. De wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding wordt afgewezen, nu de hoofdsom vóór de dagvaarding is voldaan.

Tot slot

2.10.

Met betrekking tot de proceskosten overweegt de kantonrechter als volgt. Tussen de 14-dagenbrief van 19 juli 2020 en de dag van de dagvaarding, is er geen enkele brief of sommatie naar [gedaagde] gestuurd om hem tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten te bewegen, om op die manier deze procedure te kunnen voorkomen.

2.11.

In een arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1405), het arrest dat antwoord geeft op vraag of er nadere incassohandelingen nodig zijn voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten, luidt overweging 3.7.2 als volgt:

“Hetgeen hiervoor in 3.4 - 3.6 is overwogen brengt mee dat (ervan uitgaande dat de schuldeiser in redelijkheid tot het nemen van incassomaatregelen kon overgaan, hetgeen in de regel het geval is indien de schuldenaar in verzuim verkeert) de consument-schuldenaar de in het Besluit genormeerde incassokosten verschuldigd wordt indien hij, nadat de schuldeiser hem de veertiendagenbrief heeft gestuurd, zijn schuld niet binnen veertien dagen voldoet. Daartoe zijn geen nadere incassohandelingen van de zijde van de schuldeiser vereist.”

Nadere incassohandelingen zijn dus niet nodig voor de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten. Op de beantwoording van de vraag of er nadere handelingen nodig zijn voor het incasseren van die verschuldigde kosten geeft de Hoge Raad in diezelfde rechtsoverweging het volgende antwoord:

“Weliswaar is op een enkele plaats in de parlementaire stukken vermeld dat de schuldeiser na het sturen van de veertiendagenbrief toch nog nadere handelingen moet verrichten (zie bijv. de citaten in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.21.3 en 3.22.2, in het bijzonder de aldaar gecursiveerde passages). Maar mede gelet op de overige inhoud van de parlementaire stukken, is hiermee kennelijk niet bedoeld dat dit een vereiste is voor de verschuldigdheid van de door het Besluit genormeerde kosten, doch slechts dat in de praktijk bij het uitblijven van betaling na het verstrijken van de veertiendagentermijn veelal nog handelingen door de schuldeiser moeten worden verricht om de vordering (met inbegrip van de reeds verschuldigde incassokosten) daadwerkelijk te kunnen incasseren.”

In de conclusie van de AG (ECLI:NL:PHR:2014:289) is onder 3.21.3 het volgende opgenomen:

“Daarmee is dan eigenlijk alleen gezegd, wat reeds vanzelf spreekt: wie na de veertiendagenbrief nog steeds zijn geld niet heeft, zal een vervolgstap moeten zetten. Brengt men dit echter in verband met de sub 18 bedoelde passage over het rauwelijks dagvaarden, dan zou men echter kunnen zeggen dat daaruit blijkt dat na de veertiendagenbrief nog een buitengerechtelijke stap moet worden gezet, alvorens tot dagvaarding kan worden overgegaan.”

2.12.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat voor het daadwerkelijk incasseren van de buitengerechtelijke kosten en in het verlengde daarvan, het overgaan tot dagvaarden, eerst een vervolgstap nodig is. Alvorens tot dagvaarden over te gaan had CE Medical Factoring of Webcasso (naast controleren of zij het factuurbedrag had ontvangen) die vervolgstap moeten maken in de vorm van een factuur waarbij zij de reeds aangekondigde buitengerechtelijke kosten definitief in rekening had gebracht. [gedaagde] had op die manier de kans moeten krijgen de buitengerechtelijke incassokosten te betalen en een procedure te voorkomen. Nu CE Medical Factoring [gedaagde] die kans niet heeft gegeven, dienen de kosten van deze procedure naar het oordeel van de kantonrechter voor rekening van CE Medical Factoring te komen. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil, omdat hij procedeert zonder professioneel gemachtigde.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan CE Medical Factoring een bedrag van € 40,16 te betalen;

3.2.

veroordeelt CE Medical Factoring in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2021.