Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2021:1222

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-03-2021
Datum publicatie
23-03-2021
Zaaknummer
08.163273.20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 47-jarige man uit Deventer is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en tbs met dwangverpleging. 8 jaar lang had de man kinderporno in zijn bezit en verspreidde dit ook. Een deel van deze minderjarigen waren voor hem bekend, en met hen pleegde hij ook jarenlang op verschillende momenten ontuchtige handelingen. Naast de gevangenisstraf moet de man de slachtoffers een schadevergoeding betalen van in totaal bijna 30.000 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0266
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.163273.20 ( P )

Datum vonnis: 23 maart 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1973 in [geboorteplaats] ,

thans verblijvende: P.I. Lelystad te Lelystad.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

9 maart 2021.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Markink-Grolman en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. T.S.S. Overes, advocaat te Almere, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: kinderpornografie van onbekend gebleven kinderen heeft verworven en verspreid;

feit 2: kinderpornografie van voor verdachte bekende kinderen heeft gemaakt en verspreid;

feit 3: met een kind van nog geen 12 jaar ontuchtige handelingen heeft gepleegd, waaronder het binnendringen van het lichaam;

feit 4: met kinderen van nog geen 16 jaar ontuchtige handelingen heeft gepleegd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2012 tot en met 22 juni 2020 te Deventer en/of Nijverdal, in elk geval in Nederland, (een) (aantal) afbeelding(en), te weten (een) (aantal) foto(’s) en/of (een)(aantal) video(’s) en/of film(s) en/of
een of meer gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten: twee laptops (Acer blauw en Acer zwart), een digitale camera (Sony), vijf externe harddisks (WD Elements, MaxtorSN L26YOVGG, MaxtorS/N 50Z53D2L, Maxtor D740X-6 en Synology), een USB-stick (SanDisk), een mobiele telefoon (I-phone 11) en/of een Mediaplayer

heeft aangeboden verspreid verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken;

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
en/of
het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong;
en/of
het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met (een) voorwerp(en) en/of (een) vinger(s)/hand;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .jpg - [bestandsnaam] gif - [bestandsnaam] .avi - [bestandsnaam] .jpg - [bestandsnaam] )
en/of
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong;
en/of
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong;
en/of
het betasten en/of aanraken van de eigen geslachtdelen en/of de billen en/of de borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en);
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] jpg - [bestandsnaam] .avi - [bestandsnaam] MOV - [bestandsnaam] .jpg - [bestandsnaam] )
en/of
het door een dier likken en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt;
en/of
het door een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een dier;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] jpg - [bestandsnaam]
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] jpg - [bestandsnaam] en [bestandsnaam] .jpg - [bestandsnaam] )
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt;
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] JPG - [bestandsnaam] , [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] en ( [bestandsnaam] .avi - [bestandsnaam] )

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;
2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode(n) van 01 december 2012 tot en met 3 december 2014 en/of (vervolgens) van 02 juni 2017 tot en met 03 juni 2017 en/of (vervolgens) van 31 december 2019 tot en met 18 juni 2020
te Deventer en/of Nijverdal, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer afbeelding(en) te weten (een)(aantal) foto's en/of (een)(aantal) video’s en/of film(s) en/of
een of meer gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) te weten: twee laptops (Acer blauw en Acer zwart), een digitale camera (Sony), vijf externe harddisks (WD Elements, MaxtorSN L26YOVGG, MaxtorS/N 50Z53D2L, Maxtor D740X-6 en Synology), een USB-stick (SanDisk), een mobiele telefoon (I-phone 11) en een Mediaplayer
heeft vervaardigd en/of verspreid,
terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2005) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] 2016) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] 2014) was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken;

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestond(en) uit:

het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of de vinger(s) van het lichaam van [slachtoffer 2] althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] , [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] en [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] en [bestandsnaam] .MOV - [bestandsnaam] )
en/of
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of mond/tong;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] .jpg - [bestandsnaam] .jpg - foto [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] en [bestandsnaam] .MOV - [bestandsnaam] )
en/of
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] althans (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of mond/tong en/of voet;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] jpg - [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] .jpg - [bestandsnaam] - [bestandsnaam] . MOV - [bestandsnaam] )
en/of
het betasten/aanraken van de eigen geslachtsdelen door die [slachtoffer 2] althans (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] MOV - [bestandsnaam] )
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] althans deze perso(o)n(en) poseert/poseren in een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de
uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] jpg - [bestandsnaam] , [bestandsnaam] jpg - [bestandsnaam] , [bestandsnaam] jpg - [bestandsnaam] .jpg - [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] )
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van die [slachtoffer 2] , althans een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] JPG - [bestandsnaam] )
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van die [slachtoffer 2] , althans een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .JPG - [bestandsnaam] en [bestandsnaam] JPG)

van welk( e ) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;
3

hij op één of meer tijdstippen in omstreeks de periode van 31 december 2019 tot en met 17 mei 2020 te Deventer, althans in Nederland, met een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] 2016) die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis op/tegen de mond en/of tussen de lippen van die [slachtoffer 2] en/of
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis op/tegen/tussen de billen en/of de anus van die [slachtoffer 2] en/of
Het duwen/drukken van zijn, verdachtes, vingers tussen de billen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 2] ;

4
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2012 tot en met 17 mei 2020 te Deventer en/of Nijverdal, althans in Nederland, met één of meer minderjarige(n), te weten: [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2015) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] 2016) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] 2014) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, te weten:
-het laten vasthouden en/of aanraken van zijn, verdachtes, balzak en/of penis door die [slachtoffer 2] en/of
-het aftrekken van zijn, verdachtes, penis en/of (daarbij) klaarkomen op het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of
-het (liggend in bad) laten betasten en/of aanraken van zijn, verdachtes, balzak en/of penis door die [slachtoffer 1] met haar voeten en/of
-het laten vastpakken en/of vasthouden met de hand van zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis door die [slachtoffer 3] en/of
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis op/tegen de billen en/of tussen de bilnaad van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, vinger(s) op/tegen/tussen de billen van die [slachtoffer 2] en/of
-het met zijn, verdachtes, hand(en) uit elkaar trekken van de billen en/of anus van die [slachtoffer 2] en/of
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, tong tussen de billen van die [slachtoffer 2] en/of het likken van de billen van die [slachtoffer 2] en/of
-het op/tegen de buik van die [slachtoffer 2] houden van zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis en/of
-het laten likken aan zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis door die [slachtoffer 2] ;

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten aan het oordeel van de rechtbank voor zover verdachte die bekend heeft. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om bij feit 1 enkel tot een bewezenverklaring te komen van het verwerven en het in bezit hebben, omdat verdachte onder feit 2 al vervolgd wordt voor het vervaardigen en verspreiden. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de onderdelen ‘het drukken met de penis op of tegen de anus’ en ‘het duwen van de vingers tussen de vagina en/of schaamlippen’ in feit 3 en van de onderdelen ‘het laten vastpakken en/of vasthouden van de penis met de hand’ en ‘het duwen/drukken van de penis op of tegen de billen/tussen de bilnaad’ ten aanzien van [slachtoffer 3] en ‘met de handen uit elkaar te trekken van de anus’ in feit 4.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

De raadsvrouw heeft bepleit verdachte van de onderdelen ‘aanbieden’ en ‘verspreiden’ in feit 1 vrij te spreken, omdat die onderdelen samenvallen met de onderdelen ‘vervaardigen’ en ‘verspreiden’ in feit 2. De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in deze uitleg, omdat de feiten verschillende kinderen betreffen en het daarom verschillende feiten zijn. In feit 1 gaat het om voor verdachte onbekende slachtoffers, terwijl het in feit 2 gaat om bekenden van verdachte.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen die aan het eind van deze paragraaf staan weergegeven, waarbij de rechtbank – nu verdachte de overige onderdelen van feit 1 en 2 heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 3

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de onderdelen ‘het drukken met de penis op of tegen de anus’ en ‘het duwen van de vingers tussen de vagina en/of schaamlippen. De rechtbank komt echter tot een bewezenverklaring van alle genoemde handelingen onder feit 3. De rechtbank heeft de foto’s in de toonmap bekeken en stelt vast dat de beschrijving van het beeldmateriaal door de rechercheurs in het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 18 november 2020 correct is. Ten aanzien van de beschrijving van foto 231 heeft de jongste rechter ter zitting opgemerkt dat de rechtbank heeft waargenomen dat de eikel van de stijve penis van verdachte tussen de billen van het slachtoffer is verdwenen, zo ver dat de aanzet van de eikel niet meer zichtbaar is. Het betreft een lichaam van een zeer jong meisje. Zij heeft tegenover haar moeder verklaard dat zij pijn heeft bij haar billen (het slachtoffer bedoelt met haar billen ook haar vagina en anus).2 De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte zijn penis op/tegen/tussen de billen en/of de anus van het slachtoffer heeft geduwd/gedrukt. Dit geldt ook voor het onderdeel het duwen/drukken van verdachte zijn vingers tussen de billen en/of vagina en/of schaamlippen van het slachtoffer. Het betreft het lichaam van hetzelfde jonge meisje en de vingers van verdachte verdwijnen voor het grootste gedeelte tussen de billen van het slachtoffer, zodat het – fysiek – niet anders kan dan dat de vingers de anus en/of vagina van het slachtoffer door deze handeling raken.3

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen die aan het eind van deze paragraaf staan weergegeven, waarbij de rechtbank – nu verdachte de overige onderdelen van feit 3 heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank is van oordeel dat de door de verdediging betwiste tenlastegelegde onderdelen “het laten vastpakken en/of vasthouden met de hand van zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis door die [slachtoffer 3] ”, “het duwen/drukken van zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis op/tegen de billen en/of tussen de bilnaad van [slachtoffer 3] ” en “het met zijn, verdachtes, hand(en) uit elkaar trekken van anus van die [slachtoffer 2] ” niet overeenkomen met de beschrijving van het beeldmateriaal in het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 18 november 2020.4 De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van deze onderdelen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen die hieronder staan weergegeven, waarbij de rechtbank – nu verdachte de overige onderdelen van feit 4 heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4:

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten onder 1, 2, 3 en 4 op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte de onderdelen van deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen5:

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 9 maart 2021;

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 18 november 2020, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , inhoudende de beoordeling en de beschrijving van het beeldmateriaal, p. 179 t/m 212, inclusief bijlagen: de collectiescan, proces-verbaal van bevindingen digitaal plaatsbepaling en proces-verbaal veiligstellen digitaal.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 22 juni 2020 te Deventer en Nijverdal afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en films en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten: twee laptops (Acer blauw en Acer zwart), een digitale camera (Sony), vijf externe harddisks (WD Elements, MaxtorSN L26YOVGG, MaxtorS/N 50Z53D2L, Maxtor D740X-6 en Synology), een USB-stick (SanDisk), een mobiele telefoon (I-phone 11) en een Mediaplayer heeft aangeboden, verspreid, verworven en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken;
welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit onder meer:
het oraal en vaginaal en anaal penetreren met de penis en een vinger/hand en een voorwerp en de mond/tong van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
en
het oraal en vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en een vinger/hand en de mond/tong;
en
het oraal en vaginaal en anaal penetreren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met een voorwerp en een vinger/hand;
en
het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen en de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en een vinger/hand en een voorwerp en de mond/tong;
en
het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen en de borsten van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met een vinger/hand en een voorwerp en de mond/tong;
en
het betasten en aanraken van de eigen geslachtdelen en de billen en de borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met een vinger/hand en een voorwerp;
en
het door een dier likken en betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen en de borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt;
en
het door een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt likken en in de mond nemen en betasten en aanraken van de geslachtsdelen van een dier;
en
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen gekleed is en opgemaakt zijn en poseren in een omgeving en met voorwerpen en in erotisch getinte houdingen op een wijze die niet bij hun leeftijd past en waarbij deze personen zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van hun kleding ontdoen en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze personen en de uitsnede van de afbeeldingen/films nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en borsten en billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling;
en
het masturberen boven/bij en ejaculeren op het lichaam van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt;
en
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling;
van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

2
hij in de periode van 1 december 2012 tot en met 3 december 2014 en van 2 juni 2017 tot en met 3 juni 2017 en van 31 december 2019 tot en met 18 juni 2020 te Deventer en Nijverdal, telkens afbeeldingen te weten foto’s en video’s en films en gegevensdragers bevattende afbeeldingen te weten: twee laptops (Acer blauw en Acer zwart), een digitale camera (Sony), vijf externe harddisks (WD Elements, MaxtorSN L26YOVGG, MaxtorS/N 50Z53D2L, Maxtor D740X-6 en Synology), een USB-stick (SanDisk), een mobiele telefoon (I-phone 11) en een Mediaplayer heeft vervaardigd en verspreid, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2005) en [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] 2016) en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] 2014) waren betrokken;
welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of de vinger(s) van het lichaam van [slachtoffer 2]
en
het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met de penis en vingers/hand en mond/tong;

en
het betasten en aanraken van de geslachtsdelen van een ander persoon door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met vingers/hand en mond/tong en voet;

en
het betasten/aanraken van de eigen geslachtsdelen door die [slachtoffer 2] met vingers/hand;

en
het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , waarbij die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] poseren in een omgeving en in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij hun leeftijd past en waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de
uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en borsten en billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling;
en
het masturberen boven/bij en ejaculeren op het lichaam van die [slachtoffer 2] ;

en
het houden van een stijve penis bij/naast het gezicht/lichaam van die [slachtoffer 2] , waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling;
van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;
3

hij in de periode van 31 december 2019 tot en met 17 mei 2020 te Deventer, met een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] 2016) die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, telkens handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis op/tegen de mond en tussen de lippen van die [slachtoffer 2] en
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis op/tegen/tussen de billen en/of de anus van die [slachtoffer 2] en
- het duwen/drukken van zijn, verdachtes, vingers tussen de billen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 2] ;

4
hij in de periode van 1 december 2012 tot en met 17 mei 2020 te Deventer en Nijverdal, met minderjarigen, te weten: [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] 2005) en [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] 2016) en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] 2014) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:
-het aanraken van zijn, verdachtes, balzak en penis door die [slachtoffer 2] en
-het aftrekken van zijn, verdachtes, penis en daarbij klaarkomen op het lichaam van die [slachtoffer 2] en

-het (liggend in bad) laten betasten en aanraken van zijn, verdachtes, balzak en penis door die [slachtoffer 1] met haar voeten en
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis op/tegen de billen en/of tussen de bilnaad van die [slachtoffer 2] en
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, vinger(s) op/tegen/tussen de billen van die [slachtoffer 2] en
-het met zijn, verdachtes, hand(en) uit elkaar trekken van de billen van die [slachtoffer 2] en
-het duwen/drukken van zijn, verdachtes, tong tussen de billen van die [slachtoffer 2] en/of het likken van de billen van die [slachtoffer 2] en
-het op/tegen de buik van die [slachtoffer 2] houden van zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis en
-het laten likken aan zijn, verdachtes, in erectie zijnde penis door die [slachtoffer 2]

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 240b, 244 en 247 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

het misdrijf: een afbeelding/gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd;

feit 2:

het misdrijf: een afbeelding/gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en verspreiden, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd;

feit 3:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 4:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van vijf jaren wordt opgelegd en de TBS-maatregel met dwangverpleging. De officier van justitie heeft gesteld dat het advies van de rapporteurs, een voorwaardelijke straf met oplegging van bijzondere voorwaarden, niet in verhouding staat tot de ernst van de strafbare feiten. TBS met voorwaarden acht de officier van justitie om dezelfde reden geen optie. Subsidiair vordert de officier van justitie dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van acht jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij de bepaling van de straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij first offender is. Verdachte heeft uit zichzelf verklaard over de kinderporno en de handelingen die hij verricht heeft bij en in aanwezigheid van de meisjes. De verdediging heeft verzocht de conclusies van het persoonlijkheidsonderzoek over te nemen en het ten laste gelegde verminderd aan verdachte toe te rekenen.

De rapporteurs hebben anders geadviseerd dan de officier van justitie heeft gevorderd. Dat verschil moet volgens de verdediging uitgezocht worden. De verdediging heeft primair verzocht de zaak aan te houden voor het opstellen van een maatregelenrapport door de reclassering indien de rechtbank overweegt TBS op te leggen en heeft subsidiair verzocht de rapporteurs op zitting of bij de rechter-commissaris te laten horen. De rapporteurs achten de beveiliging van een klinische behandeling niet nodig om recidive te voorkomen. De verdediging heeft verwezen naar soortgelijke zaken waarin TBS met voorwaarden wordt opgelegd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Aard en ernst van de strafbare feiten

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer 8 jaar kinderporno in bezit gehad en verspreid. Daarbij was er sprake van pornografisch materiaal van onbekende minderjarigen, maar ook van bekende minderjarigen. Met deze laatstgenoemde kinderen heeft verdachte gedurende meerdere jaren bij verschillende gelegenheden ontuchtige handelingen gepleegd. Het betrof een meisje in de leeftijd van destijds 7 tot 9 jaar en een meisje en jongetje in de leeftijd van ongeveer 3 jaar.

In zijn algemeenheid geldt dat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit worden. Door het downloaden en verspreiden van dit materiaal heeft verdachte de vraag naar kinderporno in stand gehouden. Verdachte vervaardigde van de door hemzelf uitgevoerde ontuchtige handelingen beeldmateriaal dat hij vervolgens ook via internet verspreid heeft. Dit alles vond plaats in de woning van verdachte, maar ook in de woning van één van de slachtoffers zelf. Een omgeving waarin een jong kind zich te allen tijde veilig, geborgen en onbespied zou moeten kunnen voelen. De slachtoffers en hun ouders moeten leven met het idee dat er beeldmateriaal van de slachtoffers op het internet staat. Met zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen van zijn slachtoffers en hun ouders in ernstige mate geschonden. Hij heeft misbruik gemaakt van de situaties waarin hij op de kinderen paste, zij in bad gingen of bij hem logeerden. Momenten waarop zij aan zijn zorg waren toevertrouwd. Verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke en seksuele integriteit van de slachtoffers geschonden. Hij heeft hen een normale seksuele ontwikkeling, iets waar ieder kind recht op heeft, afgenomen. Hiervan zullen de slachtoffers door toedoen van verdachte waarschijnlijk langdurig zo niet blijvend nadeel ondervinden.

Het handelen van verdachte is ook voor de ouders van de slachtoffers zeer traumatisch geweest. Zij zijn geconfronteerd met de beelden van hun eigen kinderen in een seksuele context, beelden waar geen enkele ouder mee geconfronteerd wil worden. Ter zitting is namens de ouders van [slachtoffer 2] en door de ouders van [slachtoffer 1] op indringende wijze verteld welke gevolgen het handelen van verdachte voor hen heeft gehad.

Namens de ouders van [slachtoffer 2] is naar voren gebracht dat verdachte als beste vriend van de familie bij veel gebeurtenissen in hun leven betrokken was. Dat zij hun dochter niet tegen verdachte hebben kunnen beschermen, veroorzaakt schuldgevoelens, boosheid en verdriet. Het vertrouwen in de mensheid is geschonden en bij de vader van [slachtoffer 2] ontbreekt soms zelfs de levensmoed.

De moeder van [slachtoffer 1] noemt het misselijkmakend wat zij over de feiten te horen heeft gekregen. De wetenschap dat deze beelden van haar dochter mogelijk voor altijd op het internet zullen circuleren noemt zij angstaanjagend. Het gevoel dat zij haar dochter niet heeft kunnen beschermen blijft knagen. Zij vraagt zich af of haar dochter ooit die onbezorgde jonge vrouw wordt die zij had kunnen zijn zonder deze gebeurtenissen.

De vader van [slachtoffer 1] heeft verteld dat hij slecht slaapt en last van zenuwen heeft. Het onbezorgde leven van zijn dochter is door toedoen van verdachte verwoest en de gebeurtenis laat hem verdrietig, boos en lamgeslagen achter. Het leed dat de slachtoffers en hun naasten is aangedaan is groot.

Persoon van de verdachte

De rechtbank constateert dat op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 9 februari 2021 geen relevante veroordelingen voor strafbare feiten staan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het:

- reclasseringsrapport over verdachte van 17 februari 2021 opgesteld door M. Vogelpoel van de Reclassering Nederland;

- Pro Justitia rapport, psychiatrisch onderzoek van 9 december 2020 opgesteld door dr. T.W.D. P. van Os, psychiater/psychoanalyticus;

- Pro Justitia rapport, psychologisch onderzoek van 3 november 2020 opgesteld door drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog.

De psychiater en psycholoog hebben geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in de vorm van een pedofiele stoornis, van het niet exclusieve type en een persoonlijkheid met ontwijkende, dwangmatige en narcistische trekken. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Schaamte, zijn ontwijkende trekken en mogelijk ook zijn dwangmatige trekken speelden een rol die aanleiding waren om een eenmaal ingeslagen weg tegen beter weten in voort te zetten. Verdachte heeft een patroon om een dubbelleven te leiden en anderen zand in de ogen te strooien. Bovendien is verdachte geneigd om zijn eigen behoeftebevrediging centraal te stellen en is hij minder geneigd stil te staan bij de gevolgen van zijn handelen voor kinderen en hun ouders. De deskundigen komen tot het advies om de ten laste gelegde feiten verminderd aan verdachte toe te rekenen. Dit advies neemt de rechtbank over. Het recidiverisico wordt door de deskundigen als matig ingeschat. De reclassering, de psychiater en de psycholoog adviseren een voorwaardelijk straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. De geadviseerde voorwaarden zijn onder meer een intensieve, ambulante forensische deeltijd behandeling, een verbod om op jonge kinderen op te passen en regelmatige controle op gegevensdragers.

Strafoplegging

De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen aanzienlijke duur moet worden opgelegd, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zou worden.

Bij de hoogte van de te bepalen straf heeft de rechtbank strafverzwarend meegewogen dat het een grote hoeveelheid beeldmateriaal betreft die gedurende een lange periode is verworven en vervaardigd. Bovendien werkt strafverzwarend mee dat het slachtoffers betreffen van een (zeer) jonge leeftijd die ten tijde van de gepleegde feiten aan de zorg van verdachte waren toevertrouwd.

Een gevangenisstraf, waarbij een voorwaardelijk strafdeel kan worden opgelegd, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 14a lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende duur om recht te doen aan de ernst van de feiten. Het opleggen van bijzondere voorwaarden, zoals door de deskundigen geadviseerd, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, is dan ook om deze reden niet passend en mogelijk.

Oplegging maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte naast een gevangenisstraf ook een TBS-maatregel met dwangverpleging moet worden opgelegd.

Vooropgesteld dient te worden dat aan vier voorwaarden moet zijn voldaan, wil aan een verdachte op grond van de artikelen 37, tweede en derde lid en 37a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) de maatregel TBS kunnen worden opgelegd.

In de eerste plaats dient bij de verdachte ten tijde van het begaan van het strafbare feit sprake te zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Het betreffende feit dient in de tweede plaats een misdrijf te betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, dan wel een misdrijf dat behoort een der misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a eerste lid, onder Sr) vermeld. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel te eisen. Ten slotte kan een dergelijke maatregel enkel worden opgelegd nadat de strafrechter zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht.

Aan deze voorwaarden is in de onderhavige zaak voldaan.

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, het met het oog op bescherming van de maatschappij en de veiligheid van personen, noodzakelijk dat aan verdachte de maatregel wordt opgelegd van TBS met verpleging van overheidswege. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen die verpleging eist.

De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder gelet op het volgende.

Verdachte heeft jarenlang zijn gang kunnen gaan en is in die jaren nooit met zijn problemen naar zijn huisarts, familie of vrienden gegaan. Hij heeft langdurig mensen om de tuin geleid, waaronder mensen die hem (zeer) goed kenden, namelijk zijn partner en zijn beste vriend. Uit het rapport en ter zitting is gebleken dat verdachte nog weinig inzicht toont in de motieven en factoren die hebben geleid tot zijn seksuele delictgedrag. De rechtbank vindt het zorgelijk dat verdachte van het verzamelen van kinderporno overgegaan is naar het daadwerkelijk ontucht plegen met hele jonge minderjarigen. Daarbij is de ernst van de ontuchtige handelingen in de loop van de jaren toegenomen. Daarnaast zijn de factoren die doorgaans een beschermende werking hebben, niet afdoende geweest en hebben die factoren verdachte er niet van weerhouden de strafbare feiten te plegen. Dit alles maakt dat naar het oordeel van de rechtbank de maatschappij maximaal beveiligd moet worden tegen verdachte, zodat de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging de aangewezen maatregel is.

De rechtbank overweegt voorts dat gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten TBS met voorwaarden niet aan de orde is. De wet eist niet dat een minder ingrijpende sanctie (straf of maatregel) moet worden opgelegd dan wel een vrijwillig of minder ingrijpend behandeltraject moet worden gevolgd, alvorens de maatregel TBS met bevel tot verpleging van overheidswege kan worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank het juridisch kader van de TBS met bevel tot verpleging van overheidswege het enige passende kader.

De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van TBS zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Het verzoek van de raadsman om de zaak aan te houden voor het laten opmaken van een maatregelenrapport of de deskundigen ter zitting of door de rechter-commissaris te horen, wijst de rechtbank gelet op bovenstaand oordeel af.

Gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr

De rechtbank zal, in navolging van genoemde rapporten, aan verdachte de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. Naar het oordeel van de rechtbank is de oplegging van deze maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen. Met deze maatregel kan verdachte, na beëindiging van de maatregel van TBS met bevel tot verpleging van overheidswege in een forensisch kader worden ondersteund, begeleid en gemonitord door de reclassering.

Aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van de maatregel is voldaan. De rechtbank merkt ten overvloede op dat de maatregel pas kan worden tenuitvoergelegd na een daartoe strekkende vordering van het Openbaar Ministerie bij beëindiging van de TBS en een daaropvolgende beslissing van de rechtbank.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een fust met het beeldmateriaal, moet worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank is van oordeel dat het op de beslaglijst vermelde goed vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, aangezien zich daarin goederen bevinden met behulp waarvan het feit is begaan en zij van zodanige aard zijn geworden, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 23.092,76 [drieëntwintig duizend tweeënnegentig euro en zesenzeventig cent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- voor slachtoffer [slachtoffer 2] : € 18.000,-

- voor de moeder van [slachtoffer 2] : € 2.500,-

- voor de vader van [slachtoffer 2] : € 2.500,-

Ten aanzien van de proceskosten wordt een bedrag van € 92,76 gevorderd.

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 5.000 [vijfduizend euro], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit € 5.000,- voor slachtoffer [slachtoffer 3]

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 7.262,60 [zevenduizend tweehonderdtweeënzestig euro en zestig cent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- voor slachtoffer [slachtoffer 1] : € 5.000,-

- voor de moeder van [slachtoffer 1] : € 1.000,-

- voor de vader van [slachtoffer 1] : € 1.000,-

Ten aanzien van de proceskosten wordt een bedrag van € 262,60 gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt dat de vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] voldoende onderbouwd zijn en daarom volledig toegewezen kunnen worden, ook voor het gedeelte dat de ouders vorderen. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van [slachtoffer 3] stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat deze gezien vergelijkbare rechtspraak en de kortere duur van het ten laste gelegde, gematigd moeten worden naar € 3.500.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de vordering van [slachtoffer 2] te matigen en aansluiting te zoeken bij de uitspraak in de Amsterdamse zedenzaak.

De verdediging verzoekt de vordering van [slachtoffer 3] te matigen omdat het gevorderde bedrag niet redelijk in verhouding staat tot het ten laste gelegde feit. Het was ten aanzien van [slachtoffer 3] een eenmalig incident waarvan de beelden niet zijn verspreid.

De verdediging vindt ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] eerder een bedrag van € 2.000 redelijk dan de gevorderde € 5.000. Voor het overige acht de verdediging deze toewijsbaar.

De verdediging verzoekt de wettelijke rente te laten aanvangen op de laatste dag van de bewezenverklaarde periode en bij [slachtoffer 3] de datum van het bewezenverklaarde.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de ouders van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen. De ouders zijn volgens de verdediging geen slachtoffer in de zin van artikel 51 Sv en kunnen daarom niet ontvangen worden in hun vorderingen. De verdediging verwijst daarbij naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2013:7441) en van het gerechtshof van Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885). De niet-ontvankelijkverklaring geldt zowel voor het immateriële deel als voor de gevorderde kosten voor het opvragen van medische informatie door de ouders.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De schade van de minderjarige slachtoffers

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2]

De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde schadeposten voldoende onderbouwd zijn en onvoldoende betwist. De hoogte van de gevorderde immateriële schade is naar het oordeel van de rechtbank redelijk, en de rechtbank heeft bij de beoordeling van die hoogte ook acht geslagen op beslissingen in vergelijkbare zaken, zoals rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6148). De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 18.000,- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 17 mei 2020.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3]

De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde schadeposten voldoende onderbouwd zijn.

De rechtbank ziet echter aanleiding om de gevorderde schade te matigen omdat voor [slachtoffer 3] geldt dat het bewezenverklaarde ziet op één incident en daarmee wezenlijk verschilt van hetgeen de andere slachtoffers is overkomen. De rechtbank zal het gevorderde daarom gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.000,- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 2 juni 2017. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] .

De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde schadeposten voldoende onderbouwd zijn en onvoldoende betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 5.000,- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 3 december 2014.

De schade van de ouders van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook tegenover de ouders van [slachtoffer 2] onrechtmatig heeft gehandeld en vindt daarbij aansluiting bij het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 februari 2020.6

De ouders van [slachtoffer 2] zijn jarenlang goed bevriend geweest met verdachte en hij maakte al die jaren deel uit van hun leven. De vader van [slachtoffer 2] en verdachte waren zelfs vanaf hun tienerjaren beste vrienden. Schetsend hiervoor is dat de ouders in hun slachtofferverklaring hebben opgenomen dat verdachte op bijna iedere foto staat, van verjaardagen, van hun bruiloft en van de geboorte van hun dochter. Ze vierden feestdagen samen en zijn samen op vakantie geweest in Frankrijk. Bovendien kwam verdachte elke vrijdag bij het gezin van [slachtoffer 2] eten en sportte de vader elke zondag met verdachte. Verdachte had derhalve een hechte band met het gezin van [slachtoffer 2] De ouders vertrouwden verdachte volledig met hun dochter. Dat blijkt onder meer uit het feit dat verdachte op [slachtoffer 2] paste en zij bij hem logeerde en in bad ging. Het in hem gestelde vertrouwen heeft verdachte op ernstige wijze misbruikt door ontucht met [slachtoffer 2] te plegen. Zodoende heeft hij jegens de ouders van [slachtoffer 2] onrechtmatig gehandeld, in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeert betaamt, namelijk door ontucht te plegen met [slachtoffer 2] die door haar ouders in alle vertrouwen aan zijn zorg was toevertrouwd. Dat betekent dat de ouders in beginsel aanspraak kunnen maken op schadevergoeding, zoals geregeld is in afdeling 6.1.10 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Namens de ouders is aangevoerd dat de ernst van de normschending er toe leidt dat kan worden aangenomen dat er ernstige psychische en emotionele druk is ontstaan bij ouders.

Er is inbreuk gemaakt op hun gezinsleven en op hun gevoel van veiligheid. De angst naar andere mensen toe regeert momenteel en zij vertrouwen niemand meer. De ouders hebben beide psychisch letsel opgelopen. Bij de moeder van [slachtoffer 2] is PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld waarvoor zij behandeling volgt bij een psycholoog. Bij de vader is er sprake van spanningsklachten, concentratieproblemen, slecht slapen en daardoor arbeidsongeschiktheid. Door stress zijn bij hem lichamelijke klachten ontstaan danwel verergerd, waarvoor hij onder behandeling is geweest bij een fysiotherapeut. Tot slot is het gezin, in belangrijke mate door deze gebeurtenis, uit elkaar gevallen.

Het plegen van ontucht met het meisje, terwijl ook sprake was van een jarenlange vriendschap tussen verdachte en de ouders, is naar zijn aard een ernstige normschending die niet alleen persoonlijk gevolgen heeft gehad voor [slachtoffer 2] , maar ook voor de ouders. Uit de onderbouwing van hun vordering en hun slachtofferverklaring blijkt dat hun leven compleet op de kop is gezet. De ernst van de normschending geeft ook voldoende aanleiding om aan te nemen dat dit tot ernstige psychische en emotionele druk bij de ouders heeft geleid. Daarmee is inbreuk gemaakt op hun gezinsleven. Het misbruik van het vertrouwen van de ouders brengt mee dat de gevolgen van de ontucht voor hen zo voor de hand liggen dat een aantasting in hun persoon op andere wijze kan worden aangenomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de ouders op andere wijze in hun persoon zijn aangetast in de zin van artikel 6:106, lid 1, aanhef en onder b BW, zodat de door hen geleden immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.500,- per ouder, dus in totaal € 5.000,-, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 17 mei 2020.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de ouders van [slachtoffer 1] onvoldoende onderbouwd is ten aanzien van de geleden schade door de ouders. De toelichting en onderbouwing van de raadsvrouw ziet in het bijzonder op de beschadiging van de vertrouwensband tussen hen en verdachte, alsook de zorgen die zij hebben over de mogelijke consequenties voor de verdere ontwikkeling van hun dochter en ook de mogelijke schade die zou kunnen voortvloeien uit media aandacht voor de zaak. Niet is gesteld en onderbouwd dat er sprake is van aantasting in de persoon van de ouders zelf. De rechtbank zal de ouders niet-ontvankelijk verklaren voor het immateriële deel en de proceskosten. Zij kunnen hun vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 38z, 57, 60a Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: een afbeelding/gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: een afbeelding/gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en verspreiden, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd;

feit 3:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 4:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 [vijf] jaren;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregelen

- gelast dat verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde feiten ter beschikking wordt gesteld;

- beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd;

- bepaalt dat deze maatregel ongemaximeerd is;

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking;

schadevergoedingen

schadevergoeding van [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] : van een bedrag van € 23.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2020;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 23.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2020 ten behoeve van de benadeelden, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 150 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

schadevergoeding van [slachtoffer 3]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] : van een bedrag van € 1.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2017;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor een deel van € 4.000 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2017 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

schadevergoeding van [slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] : van een bedrag van € 5.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2014;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor een deel van € 2262,60 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.000, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2014 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 60 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst van 4 maart 2021, te weten een fust (G2416984).

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.A. Peterzon en mr. K. Haar, rechters, in tegenwoordigheid van Y.W. van den Bosch, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2021.

Mr. Peterzon is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 p. 208 van het dossier

2 p. 282, 289 van het dossier

3 p. 209 van het dossier

4 p. 206 van het dossier

5 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer ONRBD20027. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

6 ECLI:NL:GHARL:2020:1618