Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:913

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
03-03-2020
Zaaknummer
08/960067-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 45-jarige man is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar en tbs met voorwaarden. Hij was vier jaar lang actief op het darkweb en begon met het bekijken en downloaden van kinderporno. De man raakte steeds meer betrokken bij kinderpornografische chatrooms op het darkweb, waarbij hij op enig moment bij twee chatrooms de functie vervulde als hoofdadministrator en hoster. Daarnaast richtte hij zelf ook nog een chatroom op waar kinderporno in werd gedeeld. Als voorwaarde moet hij zich onder andere klinisch laten behandelen voor maximaal 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer : 08/960067-18 (P)

Datum vonnis : 3 maart 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats] ,

wonende in [adres] ,

nu verblijvende in de P.I. Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 februari 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. drs. B. Lijnse en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. B.J. Tieman, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na een op 18 februari 2020 toegewezen vordering nadere omschrijving van de tenlastelegging, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: van 31 december 2014 tot en met 22 januari 2019 met een ander of alleen een gewoonte heeft gemaakt van onder meer het verspreiden van kinderporno via chatrooms;

feit 2: in diezelfde periode heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die gericht was op het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, van welke organisatie verdachte (mede)oprichter, -leider en/of -bestuurder was;

feit 3: van 17 februari 2015 tot en met 22 januari 2019 een gewoonte heeft gemaakt van

onder meer het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte dat:

feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 december 2014 tot en met 22 januari 2019 te Helmond, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een (aantal) afbeelding(en), te weten foto’s en/of video’s/films en/of .gif(s), van

seksuele gedragingen waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, door het plaatsen op een internet(darkweb)chatsite: [chatroom 1] en/of [chatroom 2] en/of [chatroom 3]

welke seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:

het met de/een penis oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [media 1] jpeg (p. 170) en/of [media 2] .gif (p. l70)

en/of [media 3] .gif (p. 200) en/of [media 4] .j pg (p. 340))

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote)

geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

( [media 5] .j peg (p. l70) en/of [media 6] .j peg (p. l99) en/of [media 7] .j pg (p. 276) en/of

[media 8] .jpg (p. 276) en/of [media 9] .jpg (p. 295)

en/of [media 10] .jpg (p. 340))

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 december 2014 tot en met 22 januari 2019 te Helmond, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit (in elk geval) hem, verdachte en medeverdachte (onder andere) (een) perso(o)n(en), bekend onder de/het pseudoniem(en) [nickname 1] en/of [nickname 2] en/of [nickname 3] en/of [nickname 4] en/of [nickname 5] en/of [nickname 6] en/of [nickname 7] en/of anderen die deel uit maakte(n) van de organisatie van de chatroom(s) [chatroom 1] en/of [chatroom 2] en/of [chatroom 3] (op/via het Darkweb),

welke organisatie(s) tot oogmerk had(den) het plegen van misdrijven, namelijk het gewoonte maken van het vervaardigen en/of verspreiden en/of aanbieden en/of openlijk tentoonstellen en/of invoeren en/of doorvoeren en/of uitvoeren en/of verwerven en/of in bezit hebben en/of zich daartoe toegang verschaffen door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst van afbeeldingen, te weten foto’s en video’s/films, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en), zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt betrokken of schijnbaar was betrokken (zoals bedoeld in artikel 240b Wetboek van Strafrecht),

van welke organisatie verdachte (mede-) oprichter en/of (mede-) leider en/of (mede-) bestuurder was;

feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 februari 2015 tot en met

22 januari 2019 te Helmond, althans in Nederland,

(telkens) een (aantal) afbeelding(en), te weten foto’s en/of video’s/films, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:

het met de/een penis en/of vinger/hand anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [media 11] .avi en/of [media 12] , (p. 385))

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [media 13] .avi (p. 385))

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel

( [media 14] .jpg (p. 36))

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

( [media 15] .jpg (p. 37) en/of

[media 16] .jpg (p.298) en/of [media 17] .jpg (p. 357))

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Inleiding

In augustus 2015 ontving het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme van de Landelijke Eenheid (hierna: TBKK) informatie van de politie uit Nieuw-Zeeland over de gebruiker ‘[nickname 8] ’ op het kinderpornografisch forum ‘[chatroom 4] ’ (hierna: [chatroom 4]). Deze gebruiker zou onder de naam ‘[nickname verdachte] ’ een belangrijke rol vervullen op de kinderpornografische chatrooms ‘[chatroom 2]’ (hierna: [chatroom 2]) en ‘[chatroom 1]’ (hierna: [chatroom 1]).

Door het TBKK zijn vervolgens de kinderpornografische chatrooms [chatroom 2] en [chatroom 1] onderzocht. Dit onderzoek wees uit dat op 4 december 2017 [chatroom 2] en [chatroom 1] niet meer waren te bereiken. In plaats daarvan werd vanuit [chatroom 2] automatisch doorverwezen naar het kinderpornografisch forum [chatroom 5] (hierna: [chatroom 5]). Op dit forum stond een bericht van ‘[nickname verdachte]’ van 3 december 2017. De titel van dit bericht luidde: ‘[chatroom 2] closing’. Voorts had ‘[nickname verdachte]’ op 13 december 2017 een bericht geplaatst met de titel ‘[chatroom 3] is coming’.2

Op 27 december 2017 werd [chatroom 5] opnieuw bezocht. Toen bleek het TBKKE dat ‘[nickname verdachte]’ op 23 december 2017 het volgende bericht had geplaatst: ‘For those that want to say hello, i’ll be at [chatroom 3] this xmas, [website 1] . Hope to see you guys there. [chatroom 2] is closed for now.’ Voornoemd webadres werd vervolgens bezocht door het TBKK. Het digitale platform met de naam ‘[chatroom 3]’ (hierna: [chatroom 3]) was, zoals aangekondigd door ‘[nickname verdachte]’, hierop inderdaad bereikbaar.3

Verdachte kwam in beeld nadat de Britse opsporingsautoriteiten berichtten dat voornoemd webadres werd gehost op het IP-adres van verdachte.

Naar aanleiding van deze onderzoeksbevindingen werd op 23 juli 2018 een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 26Somerville.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen

kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1. Hij heeft daartoe, voor zover dit feit betrekking heeft op [chatroom 2] en [chatroom 1] primair aangevoerd dat geen sprake is van het verspreiden van afbeeldingen, nu (enkel) teksten met links op [chatroom 2] en [chatroom 1] werden geplaatst. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat door verdachte zelf geen kinderporno werd verspreid. Andere gebruikers van [chatroom 2] en [chatroom 1] deden dat wel. Volgens de raadsman kan hooguit tot een bewezenverklaring van voorwaardelijk opzet worden gekomen, nu verdachte met deze verspreiding bekend was, maar niet voldoende ingreep.

De raadsman heeft daarnaast, voor zover dit feit betrekking heeft op [chatroom 3], aangevoerd dat [chatroom 3] de verspreiding van kinderporno niet toestond. Op het beginscherm van [chatroom 3] stond deze regel duidelijk vermeld. Weliswaar hielden enkele bezoekers van [chatroom 3] zich hier niet altijd aan, maar dan werd daartegen opgetreden, aldus de raadsman.

De raadsman heeft verder aangevoerd dat geen sprake is van het gewoonte maken, zoals ten laste is gelegd.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat het verspreiden van kinderporno nooit een nagestreefd doel is geweest en dus het nimmer het oogmerk heeft bestaan om misdrijven te plegen, zoals voor een bewezenverklaring is vereist.

Tot slot heeft de raadsman zich ten aanzien van feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat volgens hem, vanwege het geringe aantal afbeeldingen, geen sprake is van het gewoonte maken.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

feit 1

Het opsporingsonderzoek 26Somerville begon onder meer met het analyseren van de communicatie, zoals die werd gevoerd op verschillende kinderpornografische fora en

chatrooms, waaronder de navolgende.

[chatroom 2] :

Uit de geanalyseerde communicatie bleek het TBKK dat [chatroom 2] op 31 december 2014 was geopend door ‘[nickname verdachte] ’. ‘[nickname verdachte] ’ was de hoofdadministrator van [chatroom 2] en hij verzorgde de hosting.4

[chatroom 2] was een chatomgeving op het Darkweb waar personen met een seksuele voorkeur voor minderjarige jongens gebruik van maakten. Binnen deze chatroom werd kinderpornografisch materiaal, afbeeldingen en .gif bestanden uitgewisseld onder andere door het plaatsen van links naar externe websites waarop dit materiaal te downloaden was. Het beeldmateriaal kon ook binnen de chatroom worden bekeken en gedownload.5

Door het TBKK zijn tien afbeeldingen veiliggesteld die op [chatroom 2] waren gedeeld.6 Hiervan

waren zeven afbeeldingen kinderpornografisch.7

[chatroom 1] :

[nickname verdachte] ’ was tevens de hoofdadministrator van [chatroom 1]. En ook van [chatroom 1] verzorgde hij de hosting.8

[chatroom 1] was een chatomgeving op het Darkweb waar personen met een seksuele voorkeur voor minderjarige meisjes gebruik van maakten. Door de gebruikers van [chatroom 1] werd kinderpornografisch materiaal, afbeeldingen en .gif bestanden uitgewisseld door onder meer het plaatsen van links naar externe websites waarop dit materiaal te downloaden was. Het beeldmateriaal kon ook binnen de chatroom worden bekeken en gedownload.9

Door het TBKK zijn 288 afbeeldingen veiliggesteld die op [chatroom 1] waren gedeeld.10 Hiervan

waren negentien afbeeldingen kinderpornografisch.11

[chatroom 3] :

Zoals weergegeven in de inleiding kondigde ‘[nickname verdachte] ’ op [chatroom 5] de komst van [chatroom 3] aan. Op

27 december 2017 was [chatroom 3] in de lucht. De persoon met de naam ‘[nickname 9] ’ was hiervoor verantwoordelijk. ‘[nickname 9] ’ was naast oprichter van [chatroom 3] tevens [rang 2] (administrator).12

[chatroom 3] was een chatroom en bevond zich op het Darkweb. In deze chatroom werd door het

TBKK links naar bestanden aangetroffen. Deze links verwezen naar afbeeldingen, foto’s en video’s. Door het TBKK zijn van 26 januari 2018 tot en met 14 juni 2018 1640 bestanden, met daarin 2410 afbeeldingen, veiliggesteld.13 Hiervan waren 298 afbeeldingen kinderpornografisch.14

Van 15 januari 2019 tot en met 22 januari 2019 zijn door het TBKK nogmaals afbeeldingen veiliggesteld die op [chatroom 3] waren gedeeld, ditmaal 435 afbeeldingen.15 Hiervan waren 29 afbeeldingen kinderpornografisch.16


Op 22 januari werd 2019 verdachte aangehouden.17 Diezelfde dag werd ook de woning van verdachte doorzocht ter inbeslagneming. Onder andere werd in beslag genomen een computer van het merk Dell, type Optiplex 3020. Deze computer functioneerde als server. Op deze computer werd een virtuele machine aangetroffen met de naam ‘[chatroom 3] ’, op welke machine een database stond met de naam ‘[chatroom 3] ’ die een tabel bevatte met de naam ‘inbox’. Deze tabel bevatte berichten, zogenaamde personal messages, die gebruikers van [chatroom 3] met elkaar uitwisselden. Door het TBKK zijn 1024 afbeeldingen, waaronder .gif bestanden, veiliggesteld die via personal messages op [chatroom 3] waren gedeeld.18 Hiervan waren 267 afbeeldingen kinderpornografisch.19

Verdachte heeft verklaard dat hem werd gevraagd om [chatroom 2] te gaan runnen. Hij zag dit als een mooie kans. Verdachte heeft verder verklaard dat hij onder de nickname ‘[nickname verdachte] ’ actief was op [chatroom 2].20 Op [chatroom 2] werd kinderporno uitgewisseld door in chats links te plaatsen waarop je kon klikken om daarna de plaatjes binnen te halen, aldus verdachte.21

Verder heeft verdachte verklaard dat hij [chatroom 1] is gestart nadat hij [chatroom 2] had overgenomen. Hij was ‘[nickname verdachte] ’ op [chatroom 1].22 Verdachte heeft ook verklaard dat op [chatroom 1] kinderporno werd gedeeld. Dat ging op dezelfde wijze als bij [chatroom 2].23

Over [chatroom 3] heeft verdachte verklaard dat hij de oprichter was. Hij had het script en de grafische kant van [chatroom 3] ontworpen en de benodigde software voor [chatroom 3] gedownload en aangepast. De komst van [chatroom 3] had verdachte aangekondigd op [chatroom 5]. Veel van de oude leden van [chatroom 2] of [chatroom 1] kwamen mee naar [chatroom 3]. Mensen die al status hadden op [chatroom 2] of [chatroom 1], kregen een rol op [chatroom 3]. Verdachte was ‘[nickname 9] ’ op [chatroom 3] en de absoluut leidinggevende, maar alles ging in overleg met de administrators. Verdachte had de hoogste rang, onder andere omdat de server bij hem thuis stond. Hij meende [chatroom 3] thuis te kunnen draaien, omdat hij dacht dat [chatroom 3] legaal was. [chatroom 3] stond namelijk geen kinderporno toe, aldus verdachte. Het waren voornamelijk de moderators die moesten beoordelen of de op [chatroom 3] gedeelde afbeeldingen door de beugel konden om die, als ze kinderpornografisch waren, vervolgens te verwijderen. Als daarover discussie ontstond, konden de moderators zich wenden tot verdachte, mits hij aanwezig was. Verdachte heeft verder verklaard dat op [chatroom 3] foto’s zijn doorgelaten die niet doorgelaten hadden moeten worden. Hoewel zij probeerden het zo goed mogelijk bij te houden, was het volgens verdachte ondoenlijk om dit 24 uur per dag in de gaten te houden. 24

Op grond van voorgaande stelt de rechtbank vast dat van 31 december 2014 tot en met 22 januari 2019 op [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3], allen chatrooms op het Darkweb, links naar externe websites werden gedeeld. Hiermee werd aan gebruikers van [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] toegang verschaft tot die externe websites, waarop afbeeldingen van kinderpornografische aard waren te downloaden. De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat hiermee sprake is van het verspreiden van afbeeldingen van kinderpornografische aard.

Voor zover bekend zijn door verdachte op [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] geen kinderpornografische afbeeldingen verspreid. Het waren andere gebruikers op die sites die dat deden. Verdachte was daarvan, als het om [chatroom 2] en [chatroom 1] gaat, op de hoogte, zo volgt uit zijn eigen verklaring, maar ondernam geen actie om het te stoppen. Hij had daartoe, gelet op zijn rol als hoofdadministrator, wel de bevoegdheid. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verdachte (vol) opzet had op het via [chatroom 2] en [chatroom 1] verspreiden en tegelijkertijd ook op het aanbieden van, het openlijk tentoonstellen, het verwerven, het in bezit hebben en het toegang verschaffen van kinderpornografische afbeeldingen.

De rechtbank is verder van oordeel dat verdachte, als oprichter en ( [rang 2] )administrator van [chatroom 3], er niet vanuit had mogen gaan dat gebruikers van [chatroom 3] zich aan het verbod op het delen van kinderpornografisch materiaal zouden houden. Dit klemt temeer nu verdachte de komst van [chatroom 3] had aangekondigd op [chatroom 5], een forum waarop actief kinderporno in alle gradaties wordt verspreid, en ook gebruikers van [chatroom 2] en [chatroom 1] overstapten naar [chatroom 3]. Verdachte wist dat juist dergelijke gebruikers mogelijk zouden proberen om kinderporno te delen op [chatroom 3]. Het had dan ook op zijn weg gelegen om hiertegen afdoende maatregelen te treffen. Door slechts te volstaan met de enkele vermelding van het verbod op de pagina na het inlogscherm op [chatroom 3] en het handmatig – door moderators – laten controleren van afbeeldingen, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat toch kinderporno zou worden gedeeld op [chatroom 3]. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen alsook op het toegang verschaffen tot kinderpornografische afbeeldingen.

De rechtbank is, vanwege het onderlinge contact tussen verdachte, de administrators en moderators en de tussen hen gemaakte taakverdeling en afspraken van oordeel dat voornoemde strafbare gedragingen in een voldoende nauwe en bewuste samenwerking zijn gepleegd. Daarmee acht de rechtbank ten aanzien van [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

Tot slot is de rechtbank is van oordeel dat verdachte van het plegen van voornoemde strafbare gedragingen een gewoonte heeft gemaakt. In dit oordeel betrekt de rechtbank de duur van de ten laste gelegde periode, maar ook de omstandigheid dat verdachte het mogelijk heeft gemaakt dat op meerdere, verschillende chatrooms kinderpornografische afbeeldingen konden worden gedeeld.

Gelet op dit alles acht de rechtbank feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

feit 3

Naast de chatrooms, als benoemd bij feit 1, was het opsporingsonderzoek 26Somerville gericht op het kinderpornografische forum [chatroom 4]. Op 14 februari 2015 registreerde de gebruiker ‘[nickname 8]’ zich op dit forum. Tussen 17 februari 2015 en 9 maart 2015 werden door ‘[nickname 8]’ 55 afbeeldingen geüpload.25 Hiervan waren zestien afbeeldingen kinderpornografisch.26

Verder heeft verdachte, als ‘[nickname 9]’, 3834 afbeeldingen op [chatroom 3] gedeeld.27 Hiervan waren twee afbeeldingen kinderpornografisch.28

In de woning van verdachte werd een Microsoft Surface Book aangetroffen en in beslag genomen. Na onderzoek bleek dat hierop drie kinderpornografische afbeeldingen stonden.29

Ook werden een externe harde schijf en een Macbook in beslag genomen. Op deze gegevensdragers waren door de gebruiker ‘[verdachte]’ in een virtuele machine via de Browser ‘Internet Explorer’ of ‘Edge’ bestanden geopend met kinderpornografische namen. Door het TBKK werden veertien bestandsnamen op kinderpornografische fora aangetroffen. Van deze veertien bestanden konden er drie worden gedownload die kinderpornografisch waren.30

Verdachte heeft verklaard dat zijn gebruikersnaam op [chatroom 4][nickname 8]’ was. Hij had ‘[nickname 1]’, een andere gebruiker, om plaatjes gevraagd, die hij vervolgens deelde op [chatroom 4].31 Verdachte heeft verklaard dat hij destijds dacht dat de plaatjes legaal waren. Nu beseft hij dat hij met het delen van de plaatjes over de schreef is gegaan.32

Verder heeft verdachte verklaard dat hij aanvankelijk dagelijks naar kinderporno keek. In 2015 stopte hij hiermee, maar daarna had hij eens in de één tot twee maanden een terugval. Als sprake was van een terugval dan downloadde hij, veelal van [chatroom 5], kinderporno. Hij sloeg het op USB-sticks op om het daarna weer te wissen. Verdachte had kort voor zijn aanhouding ook een terugval. Hij had toen foto’s op de websites [website 2], [website 3] en [website 4] bekeken, maar niet gedownload.33 Onderzoek naar deze websites wees uit dat hierop inderdaad kinderpornografisch beeldmateriaal aanwezig was.34

Op grond van voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte van 17 februari 2015 tot en met 22 januari 2019 afbeeldingen van kinderpornografische aard heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoon heeft gesteld, verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft. Anders dan verdachte is de rechtbank van oordeel dat de vraag of verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, bevestigend moet worden beantwoord. De rechtbank is van oordeel dat het onderdeel ‘gewoonte maken’ bewezen is. Zij betrekt daarbij in het bijzonder de duur van de ten laste gelegde periode en de verklaring van verdachte dat hij gedurende langere tijd, weliswaar met tussenpozen, terugvallen kende waarin hij kinderporno bekeek, downloadde en vervolgens weer verwijderde. Dat binnen het onderzoek van het TBKK slechts een gering aantal afbeeldingen is aangetroffen, maakt dat niet anders.

Gelet hierop acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

feit 2

Verdachte heeft verklaard dat de chatrooms [chatroom 2], [chatroom 1] en [chatroom 3] een ‘staff’ hadden.

Die staff bestond uit moderators en administrators.35 Verdachte stond aan het hoofd als hoofdadministrator en hoster, voor zover het [chatroom 2] en [chatroom 1] betreft, en als oprichter en [rang 2] (administrator) als het om [chatroom 3] gaat.

Verdachte heeft verklaard dat hij, in tegenstelling tot de administrators, in de configuratie kon. Hij kon dingen aanpassen die zij niet konden aanpassen, zoals onder andere de helptekst, waarin stond wie welke bevoegdheden had.36 Over die bevoegdheden heeft verdachte, zoals ook onder feit 1 weergegeven, onder meer verklaard dat de regels door de administrators werden opgesteld. De regels werden voornamelijk door verdachte verwoord en het waren veelal de moderators die controleerden of de regels werden nageleefd.37

Verder heeft verdachte verklaard dat een gebruiker van [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] als gast binnenkwam. Als de gast positief opviel dan kreeg deze het aanbod om geregistreerd te worden. Als de geregistreerde gast langere tijd positief opviel dan werd deze gepromoveerd tot lid en vervolgens tot moderator als werd gedacht dat het lid een goede moderator zou zijn.38 Binnen [chatroom 3] besliste verdachte in overleg met de administrators wie promotie kreeg.39 De verschillende rangen binnen [chatroom 3] waren [rang 6] , [rang 5] , [rang 4] , [rang 3] , [rang 2] en [rang 1].40 Verdachte heeft verklaard dat de rang [rang 4] bij de rol van moderator hoorde en de rang [rang 2] bij de administrator. De rang [rang 3] zat tussen moderator en administrator in. Hoe hoger de rang des te vaker moest men inloggen. Van een administrator werd verwacht dat hij iedere maand inlogde.41 Iedere rang had een eigen kanaal. De rang [rang 5] had het kanaal ‘[chatroom 6] ’, de staff had ‘[chatroom 7] ’, de [rang 3] hadden ‘[chatroom 8] ’ en de [rang 2] hadden ‘[chatroom 9] ’. Op die kanalen kon men makkelijker en vrijer praten, omdat buitenstaanders minder makkelijk konden meelezen.42

Binnen het opsporingsonderzoek 26Somerville is de database van [chatroom 3] in beslag genomen. Deze database bevatte onder meer de tabel ‘members’, waarin een lijst met 185 gebruikersnamen en hun rang stond. De gebruiker ‘[nickname 9] ’ had de hoogste rang. Uit de lijst is verder op te maken dat ‘[nickname 9] ’ de gebruikers ‘[nickname 4] ’, ‘ [nickname 7] ’ en ‘ [nickname 2]’ had geregistreerd tot de daaropvolgende hoogste rang van [rang 2]. De gebruiker ‘[nickname 6] ’ was door ‘[nickname 9] ’ geregistreerd tot [rang 4].43


Een groot aantal gebruikers van [chatroom 3] kwam van [chatroom 2] of [chatroom 1]. Zij hadden soms dezelfde nickname, maar door de meeste gebruikers werd per chatroom een andere nickname aangenomen.44 Verdachte heeft over ‘[nickname 4] ’ verklaard dat die dezelfde naam had op [chatroom 2] en [chatroom 1]. Hij was een vertrouweling van verdachte net als ‘[nickname 2] ’. Over ‘[nickname 1] ’ heeft verdachte verklaard dat hij de hoster was van [chatroom 2] en [chatroom 1]. ‘[nickname 6] ’ was moderator en kwam van [chatroom 2], waar hij ‘[nickname 10] ’ was. ‘[nickname 3] ’ was administrator op [chatroom 1] en kort moderator op [chatroom 3]. Hij is op [chatroom 3] teruggevallen naar geregistreerd lid, omdat hij behoorlijk wat conflicten had.45 Ook ‘[nickname 5] ’ is in rang teruggezet. Hij was administrator op [chatroom 3], maar hij postte wel eens iets wat fors over de lijn heen ging en is daarom naar [rang 6] teruggezet.46[nickname 7] ’ was geregistreerd op [chatroom 2], maar niet echt actief, aldus verdachte.47 Op 3 december 2017 plaatste ‘[nickname 7] ’ op het kinderpornografische forum [chatroom 10] (hierna: [chatroom 10]) een bericht met de titel ‘[chatroom 1] and [chatroom 2] will be closing’.48 Sinds de oprichting van [chatroom 3] had hij een rol als moderator, waarin hij bepaalde wat werd toegelaten en wat niet.49

De database van [chatroom 3] bevatte verder de tabel ‘notes’. In deze tabel stonden berichten die betrekking hadden op het beheer van [chatroom 3]. Zo werden staffmeetings aangekondigd en resultaten van eerdere meetings gedeeld. Ook werd gesproken over onder meer een training in het modereren, de vereisten voor een promotie en dat ‘[nickname 9] ’ hiervan op de hoogte moet zijn, en de verwachtingen ten opzichte van gebruikers met een bepaalde status en problemen met bepaalde gebruikers. De afwezigheid van gebruikers werd eveneens in de tabel ‘notes’ geregistreerd.50

Verdachte heeft verklaard dat er bij een staffmeeting meestal een agenda was. Van te voren werd overlegd wat besproken moest worden, bijvoorbeeld promoties of gevaren die men zag, waarna een agenda werd opgemaakt. Wie op dat moment zin had, was de voorzitter van de staffmeeting. Op [chatroom 3] werd de staffmeeting de eerste zaterdag van de maand rond 18.00 uur Nederlandse tijd gehouden, zodat meestal iedereen kon. Het aantal mensen per meeting wisselde volgens verdachte sterk. Op [chatroom 3] waren vier tot vijf mensen aanwezig, terwijl op [chatroom 2] meetings waren met twintig of soms met drie mensen. Verdachte heeft verklaard dat hij op [chatroom 3] hij min of meer de leiding had en een stuk of drie tot vier keer voorzitter is geweest.51

Door het TBKK zijn ook notulen van staffmeetings aangetroffen.52 Hierin is onder meer de volgende opmerking van ‘[nickname 7] ’ te lezen: ‘we can allow light bdsm if they are kind

and don’t share anything against the rules’. Een directe reactie van verdachte hierop volgde niet. [nickname 11] reageerde met: ‘tbh since it’s a ‘clean’ (i know we’re still illegal)’. Verdachte merkte even later op: ‘the debate on porn is settled as far as I am concerned’. 53

Tijdens diezelfde meeting gaf ‘[nickname 7] ’ aan: ‘we can’t assume we will always be a round… this job is to dangerous and any moment one of us may falll… and some of the [rang 2] already showen their priorities lies elsewehere’.54 En ‘[nickname 2]’ merkte op: ‘if I say there are to many [rang 2]. Thats exactly what i mean. I know there are all kinds of emotions wrapped up in this rank but i look at something and go there are to many who arent around enough to have a consisten unified view. There are to many that are apart of other places. There are to many that could be taken by lea .’. En ook gaf hij aan: ‘thats why i care so much about what my intent is as i can do things LEA cant and if i did i would be very dangerous also having been here for wat 5 years 4?55 In een chat uit 2015 merkte verdachte zelf het volgende op: ‘but being the [rang 1] , I must assume LEA is working on taking me down. I prefer not to give them additional ammo :-)’.56

Tot slot wees analyse van de gevoerde communicatie uit dat het delen van persoonlijke informatie werd afgeraden. Ook werd bewust in het Engels gesproken.57

Op grond van voorgaande, in samenhang bezien met feit 1 en 3, stelt de rechtbank vast dat [chatroom 2] en [chatroom 1] van 31 december 2014 tot en met 3 december 2017, en voor zover het [chatroom 3] betreft, van 27 december 2017 tot en met 22 januari 2019, chatrooms waren op het Darkweb voor liefhebbers van minderjarige jongens of meisjes. [chatroom 2] en [chatroom 1] waren in elk geval op

4 december 2017 niet meer bereikbaar, wat van te voren door verdachte en ‘[nickname 7] ’ op bijna identieke wijze werd verkondigd op de kinderpornografische fora [chatroom 5] en [chatroom 10]. Kort daarna, namelijk op 27 december 2017, kwam het door verdachte opgerichte [chatroom 3] online. [chatroom 3] werkte op dezelfde wijze als [chatroom 2] en [chatroom 1] en bood de gebruikers ervan dezelfde mogelijkheid, namelijk het delen van afbeeldingen via een link. Dat deze afbeeldingen kinderporno bevatten, werd toegestaan op [chatroom 2] en [chatroom 1]. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat dit anders was bij [chatroom 3], maar, zoals de rechtbank bij feit 1 heeft overwogen en vastgesteld faciliteerde [chatroom 3], mede vanwege de gebrekkige controle daarop, het delen van kinderpornografische afbeeldingen wel degelijk.

Ook valt uit het voorgaande af te leiden dat de gebruikers en beheerders van [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] een grote overlap kenden. Onder andere de personen bekend onder de pseudoniemen [nickname 1] , [nickname 2] , [nickname 3] , [nickname 4] , [nickname 5] , [nickname 6] en [nickname 7] maakten telkens deel uit van voornoemde chatrooms. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat binnen de chatrooms sprake was van een hiërarchische structuur. Zo hadden gebruikers met de rol van administrator of moderator meer rechten en privileges dan de geregistreerde gebruikers of gasten. Wel was het voor de geregistreerde gebruikers of gasten mogelijk om in rang te stijgen als zij voor langere tijd positief opvielen. Het was verdachte die, in overleg met de administrators, besliste wie in aanmerking kwam voor promotie. Hij werd door anderen dan ook gezien als de ‘truely leader of the pack’.58

Verdachte, de administrators en moderators vormden samen de staff, met ieder hun eigen taken en bevoegdheden. Verdachte verwoordde onder meer de regels. De administrators stelden de regels op en de moderators controleerden de naleving ervan. In geval van onduidelijkheid of discussie vond overleg plaats met verdachte. Ze werkten dus intensief samen en bespraken frequent, namelijk maandelijks, in het geval van [chatroom 3], tijdens een staffmeeting hun bevindingen.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de staff van [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] als eenheid naar buiten trad en een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband vormde, met dezelfde modus operandi en een gemeenschappelijk uitgangspunt, te weten het misdrijf als bedoeld in artikel 240b Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) te plegen. Het bestaan van dit oogmerk baseert de rechtbank in het bijzonder op de omstandigheid dat [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] zich op het Darkweb bevonden, wat afgeschermd en dus niet vrij toegankelijk is. De rechtbank betrekt in haar oordeel verder dat op [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] werd gesproken over minderjarige kinderen in seksuele zin en met lustgevoelens. Daarnaast werden kinderpornografische afbeeldingen gedeeld, terwijl een chatroom het delen van afbeeldingen niet hoeft aan te bieden. Hierdoor werd een algehele sfeer van misbruik gecreëerd. Tegen het delen van kinderpornografische afbeeldingen werd bovendien niet, althans niet afdoende, opgetreden, terwijl onder de staff bekend was dat de regels werden overtreden, zoals ook bleek uit de verschillende notulen en chats. Tot slot werd op [chatroom 2] , [chatroom 1] en [chatroom 3] duidelijk gemaakt dat geen persoonlijke informatie moest worden gedeeld en in het Engels moest worden gesproken om ontdekking door de politie te voorkomen.

De rechtbank stelt dan ook vast dat sprake is geweest van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr, waarbinnen verdachte als (mede)oprichter, -leider en -bestuurder een centrale rol heeft vervuld.

Gelet op dit alles acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

feit 1

hij in de periode van 31 december 2014 tot en met 22 januari 2019 te Helmond,

tezamen en in vereniging met anderen,

meermalen,

telkens afbeeldingen, te weten foto’s en .gifs, van seksuele gedragingen waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid en aangeboden en verworven en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, door het plaatsen op een darkwebchatsite: [chatroom 1] en [chatroom 2] en [chatroom 3]

welke seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:

het met de penis oraal en vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [media 1] jpeg (p. 170) en [media 2] .gif (p. l70)

En [media 3] .gif (p. 200) en [media 4] .j pg (p. 340))

en

het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en poseert in een omgeving en met een voorwerp en in een erotisch getinte houding die niet bij zijn/haar leeftijd passen

en door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel en/of de borsten en/of de billen van die persoon in beeld gebracht worden,

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

( [media 5] .j peg (p. l70) en [media 6] .j peg (p. l99) en [media 7] .j pg (p. 276) en

[media 8] .jpg (p. 276) en [media 9] .jpg (p. 295) en [media 10] .jpg (p. 340))

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

feit 2

hij in de periode van 31 december 2014 tot en met 22 januari 2019 te Helmond,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit in elk geval hem, verdachte, en personen, bekend onder de pseudoniemen [nickname 1] en [nickname 2] en [nickname 3] en [nickname 4] en [nickname 5] en [nickname 6] en [nickname 7] en anderen die deel uit maakten van de organisatie van de chatrooms [chatroom 1] en [chatroom 2] en [chatroom 3] op het Darkweb,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het gewoonte maken van het vervaardigen en verspreiden en aanbieden en openlijk tentoonstellen en invoeren en doorvoeren en uitvoeren en verwerven en in bezit hebben en zich daartoe toegang verschaffen door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst van afbeeldingen, te weten foto’s en video’s/films, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt betrokken of schijnbaar was betrokken (zoals bedoeld in artikel 240b Wetboek van Strafrecht),

van welke organisatie verdachte (mede)oprichter, -leider en -bestuurder was;

feit 3

hij in de periode van 17 februari 2015 tot en met 22 januari 2019 te Helmond,

telkens afbeeldingen, te weten foto’s en video’s, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid en aangeboden en verworven en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:

het met de penis anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [media 11] .avi en/of [media 12] , (p. 385))

en

het masturberen boven en ejaculeren op het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het houden van een stijve penis bij het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [media 13] .avi (p. 385))

en

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de hand betasten van het eigen geslachtsdeel

( [media 14] .jpg (p. 36))

en

het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze poseert in een omgeving en in een erotisch getinte houding die niet bij zijn leeftijd passen

en door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of de billen van die persoon in beeld gebracht worden,

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

( [media 15] .jpg (p. 37) en

[media 16] .jpg (p.298) en [media 17] .jpg (p. 357))

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 140, 240b en 248 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2:

het misdrijf: als oprichter, leider en bestuurder deelnemen aan een organisatie die tot

oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 3:

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

6 De strafbaarheid van verdachte

6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een aantal kritische opmerkingen gemaakt over de Pro Justitia rapporten, met name het rapport en de aanvulling daarop dat door drs. J.P.M. van der Leeuw is opgesteld. Die kritiek ziet in het bijzonder op zijn inschatting van de kans op recidive en zijn conclusie over het gevaar dat verdachte vormt voor de maatschappij. De raadsman verenigt zich wel met het advies over de toerekenbaarheid van verdachte.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

J.P.M. van der Leeuw, psycholoog, en H.L.C. Morre, psychiater, hebben verdachte onderzocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in de Pro Justitia rapporten van 30 oktober 2019, 11 februari 2020 en in het aanvullende rapport van 5 februari 2020. Uit deze rapporten komt naar voren dat verdachte aan een pedofiele stoornis lijdt. Van der Leeuw rapporteert dat, naast deze pedofiele stoornis, sprake is van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis, die mede leidt tot zelfvervreemding en sociale vervreemding. Volgens Morre is geen sprake van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis maar van een autismespectrumstoornis, al wordt daarbij opgemerkt dat het moeilijk is om een scherp onderscheid te maken tussen beide diagnoses. Over de aard van de kernproblematiek zijn Van der Leeuw en Morre het met elkaar eens. Ook zijn zij beide van mening dat de stoornissen bestonden ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten en dat de stoornissen van invloed waren op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Van der Leeuw rapporteert daarover dat de pedofiele stoornis tot motor heeft gediend voor de seksuele motieven van verdachte. De persoonlijkheidsstoornis heeft er vervolgens voor gezorgd dat verdachte de digitale wereld in is gevlucht, waarbij de vervreemdingsaspecten hem nog verder van de realiteit hebben doen belanden. Volgens Morre heeft de pedofiele stoornis nadrukkelijk richting gegeven aan verdachtes gedragingen en gedragskeuzen en wordt met name de hardnekkigheid van dit gedrag mede bepaald door de autismespectrumstoornis. Van der Leeuw en Morre adviseren om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt de adviezen van Van der Leeuw en Morre en de gronden waarop deze berusten over en stelt vast dat de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf

van 54 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis

heeft doorgebracht.

Daarnaast heeft zij oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden geëist. Aan deze maatregel moeten volgens de officier van justitie de voorwaarden worden gekoppeld, zoals die zijn opgenomen in het reclasseringsadvies van 14 februari 2020, te weten – kort gezegd – : geen strafbaar feit plegen, meewerken aan reclasseringstoezicht, meewerken aan een time-out, niet reizen naar het buitenland, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, vermijden van contact met minderjarigen, vermijden van kinderporno, het verkrijgen van een dagbesteding, het uitbreiden van het sociaal netwerk en openheid geven over relatie(s). De officier van justitie heeft verzocht om de maatregel te starten met een klinische behandeling van maximaal één jaar. Die behandeling moet evenwel niet plaatsvinden in FPK De Omslag – De Woenselse Poort in Eindhoven of door behandelaars van die FPK, omdat verdachte hen eerder om de tuin heeft weten te leiden, aldus de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ook geëist dat, voordat voornoemde maatregel van terbeschikkingstelling wordt beëindigd, een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, als bedoeld in artikel 38z Sr, wordt opgelegd. Tot slot heeft de officier van justitie geëist de dadelijke uitvoerbaarheid te bevelen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met het gegeven dat het aantal chats van verdachte uitermate beperkt was en het delen van kinderporno op die sites door anderen dan verdachte gebeurde. De paar kinderpornografische afbeeldingen die verdachte heeft verspreid waren bovendien foto’s van poserende minderjarigen en betroffen geen foto’s waarop misbruik of seksuele handelingen te zien waren. Ook moet er rekening mee worden gehouden dat geen sprake was van door verdachte zelf geproduceerde inhoud of dat verdachte dit deed uit winstbejag. Het runnen van de chats was een sociale activiteit met gelijkgestemden. Verdachte kreeg daar de erkenning en waardering die hij in de echte wereld miste. Vanwege deze omstandigheden volstaat volgens de raadsman een gevangenisstraf die in duur gelijk is aan de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Verder is door de raadsman bepleit dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling niet eisen, nu de ten laste gelegde feiten hiermee in een te ver verwijderd verband staan. De maatregel van terbeschikkingstelling moet dan ook niet worden opgelegd. Wel is duidelijk dat verdachte moet worden behandeld, aldus de raadsman, maar een ambulante – in plaats van een klinische – behandeling is naar zijn mening afdoende. De raadsman stelt daarom voor om verdachte, naast een gevangenisstraf, een voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan als voorwaarde de ambulante behandeling gekoppeld. In het geval de rechtbank daar anders over oordeelt en zij een klinische behandeling dus noodzakelijk acht, verzet de raadsman zich niet tegen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling, omdat verdachte dan sneller in een kliniek terecht kan. Die maatregel moet volgens de raadsman dan wel gemaximeerd worden, als bedoeld in artikel 38e Sr.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte is gedurende een periode van bijna vier jaren actief geweest op het darkweb. Hij begon met het bekijken en downloaden van kinderpornografische afbeeldingen. Op de computer en andere elektronische apparatuur van verdachte zijn in totaal 24 toegankelijke bestanden met kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij de gedownloade kinderporno meestal direct verwijderde. De werkelijke hoeveelheid (ooit) gedownloade afbeeldingen zal dan mogelijk nog veel hoger liggen. Naar verloop van tijd nam de frequentie waarin verdachte kinderpornografische afbeeldingen downloadde af. Daarentegen raakte hij wel steeds meer betrokken bij kinderpornografische chatrooms op het Darkweb en vervulde hij binnen de chatrooms [chatroom 2] en [chatroom 1] functies als hoofdadministrator en hoster. Verdachte heeft uiteindelijk zelfs chatroom [chatroom 3] opgericht, waar hij fungeerde als [rang 2] (administrator). Op al deze chatrooms werden kinderpornografische afbeeldingen gedeeld. Daar werd niet of onvoldoende tegen opgetreden, terwijl verdachte, gelet op zijn functies, wel in de positie verkeerde om afdoende maatregelen te treffen. Dat geldt ook voor een aantal andere gebruikers van die chatrooms. Verdachte heeft zich dan ook als medepleger schuldig gemaakt aan het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen alsook van het toegang verschaffen tot die afbeeldingen, terwijl hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

Het samenwerkingsverband waar verdachte deel van uitmaakte, dat de drie kinderpornografische chatrooms onder andere leidde en onderhield, vormde een criminele organisatie. Verdachte heeft gedurende een periode van bijna vier jaren deelnomen aan deze criminele organisatie, die zich bezighield met onder meer het verspreiden en aanbieden van kinderpornografische afbeeldingen. Binnen de criminele organisatie had verdachte vanwege zijn functies en bevoegdheden een centrale en bepalende rol.

Met het vorenstaande heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige en verwerpelijke strafbare feiten. Verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van een markt waarop kinderpornografisch materiaal wordt aangeboden. Het mag duidelijk zijn dat bij het vervaardigen van zulk materiaal kinderen worden misbruikt. Dat misbruik kan zeer nadelige en langdurige gevolgen hebben voor de betrokken kinderen. Zij kunnen hierdoor ernstig worden geschaad in hun ontwikkeling. Verdachte heeft eraan bijgedragen dat deze praktijken in stand worden gehouden. Daarnaast is het deelnemen aan een criminele organisatie een daad tegen de openbare orde. De samenleving moet beschermd worden tegen het gevaar dat uitgaat van een dergelijke organisatie.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte een blanco strafblad heeft.

Verder blijkt uit de Pro Justitia rapporten van Van der Leeuw en Morre, naast wat is overwogen onder punt 6.3, dat Van der Leeuw het recidiverisico hoog inschat. Hij rapporteert dat persoonsfactoren (als de pedofiele geaardheid, die ontvankelijk maakt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, en de vermijdende persoonlijkheidsstoornis, die geleid heeft tot de vlucht in digitale contacten, zelfvervreemding en sociale vervreemding) nog steeds aanwezig zijn en kunnen leiden tot een herhaling van soortgelijke feiten als de ten laste gelegde. Daarbij komt dat verdachte sinds december 2015 vrijwillig aan een langdurige ambulante behandeling voor mensen met seksueel overschrijdend gedrag deelnam, wat echter niet heeft voorkomen dat verdachte is gerecidiveerd. Volgens Van der Leeuw vormt de hardnekkigheid van de stoornissen dan ook een belangrijke recidivefactor. Hij adviseert om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen en geeft de rechtbank in overweging om verdachte binnen dat kader een klinische behandeling te laten volgen. Van der Leeuw raadt het daarbij af om verdachte opnieuw te laten behandelen in FPK De Omslag – De Woenselse Poort. Hij vreest voor vooringenomenheid bij de behandelaren, een tekort aan kritische reflectie en het risico op een therapeutische collusie.

Morre rapporteert dat het recidiverisico afhankelijk is van de behandeling, begeleiding en het toezicht. Als verdachte langdurig ambulant wordt behandeld in een instelling met veel ervaring in de behandeling van seksuele delinquenten dan schat Morre het recidiverisico laag in. Volgens Morre is het recidiverisico hoog als het ontbreekt aan een dergelijk toezicht- en behandelkader. Als recidivefactoren noemt Morre verder het in omvang beperkte sociale netwerk van verdachte en de neiging van verdachte om bij oplopende stress terug te vallen in oud gedrag. Verdachte onderschrijft laatstgenoemde valkuil zelf ook en wil hieraan gaan werken. Dat verdachte gemotiveerd is voor behandeling merkt Morre aan als een beschermende factor, net als – onder meer – de autoriteitsgevoeligheid van verdachte en zijn bovengemiddelde intelligentie. Morre is vanwege de aard van de psychopathologie bij verdachte en de hardnekkigheid daarvan van mening dat een stevig juridisch kader noodzakelijk is, zodanig dat het recidiverisico binnen aanvaardbare grenzen blijft. Hij adviseert daarom om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. Anders dan Van der Leeuw is Morre van mening dat gestart kan worden met een ambulante behandeling binnen een gespecialiseerde instelling. Als verdachte nauwgezet wordt behandeld en er strikt toezicht op hem wordt uitgeoefend door de reclassering zijn de risico’s van een ambulante behandeling beperkt, aldus Morre. Morre raadt ook aan om de behandeling onder te brengen bij een andere instelling dan FPK De Omslag – De Woenselse Poort om vooringenomenheid en een gebrek aan kritische reflectie bij het behandelteam te voorkomen. Tot slot wijst Morre op de mogelijkheid van het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 14 februari 2020. De reclassering komt tot een gemiddeld tot hoge recidivekans en betrekt daarbij, als positieve factoren, het gegeven dat verdachte first offender is en zijn familie en werkgever op de hoogte zijn van de seksuele voorkeur van verdachte. Anderzijds wordt de recidivekans hoog ingeschat als langdurige behandeling en controle uitblijft, vooral vanwege het feit dat het delictgedrag meerdere jaren heeft geduurd en verdachte, ondanks een eerdere behandeling gericht op seksualiteit, het patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag niet heeft weten te doorbreken. Om de recidivekans te minderen is volgens de reclassering een langdurig traject gericht op controle, begeleiding en behandeling noodzakelijk. De reclassering adviseert om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, waaronder de voorwaarde om mee te werken aan een klinische opname. Of verdachte hieraan volledig gaat meewerken is twijfelachtig, omdat hij niet intrinsiek gemotiveerd is voor een klinische opname. De reclassering geeft de rechtbank verder in overweging om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden vanwege de noodzaak tot langdurige begeleiding en behandeling ook toegepast kunnen worden na de maatregel van terbeschikkingstelling.

Uit het voorgaande volgt dat Van der Leeuw, Morre en de reclassering het eens zijn over het advies tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Verschil van inzicht bestaat over de vraag of verdachte binnen dit kader een ambulante of klinische behandeling moet volgen. Tijdens de zitting op 18 februari 2020 is aan Van der Leeuw, Morre en Polman, van de reclassering, gevraagd om hun standpunt hierover nader toe te lichten.

Van der Leeuw heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat verdachte dringend onder ogen moet zien welk probleem hij heeft. Ook moet hij leren omgaan met dat probleem. Om dat te bereiken is een intensieve behandeling nodig. Naar de mening van Van der Leeuw biedt een ambulante behandeling te veel ontsnappingsmogelijkheden, terwijl een klinische behandeling meer inzichten geeft en intensiever is. Wat Van der Leeuw betreft is een klinische behandeling onvermijdelijk. Hij schat de duur van deze behandeling in op ongeveer één jaar.

Polman is dezelfde mening als Van der Leeuw aangedaan. Zij heeft, in aanvulling hierop, toegelicht dat haar voorkeur uitgaat naar een klinische behandeling vanwege het recidiverisico, maar ook omdat het internetgebruik van verdachte dan beter in de gaten kan worden gehouden. Het gedoseerd en geleidelijk meer vrijheid geven, geniet de voorkeur.

Morre onderschrijft de standpunten van Van der Leeuw en Polman niet. Hij meent dat een ambulante behandeling verantwoord is. Weliswaar heeft verdachte zich eerder, zonder succes, ambulant laten behandelen, maar toen werd zijn internetgebruik niet gecontroleerd. Het is van belang om dat nu wel te controleren en om daarnaast in te zetten op de sociale inbedding van verdachte. Als bij hem de spanningen oplopen en de neiging tot downloaden van kinderporno toeneemt dan kan hij te rade gaan bij zijn sociale netwerk, aldus Morre. Volgens Morre kan een klinische behandeling zelfs contraproductief werken. Verdachte zal, opgenomen in een kliniek, sociaal gezien namelijk verder vervreemden, welke factor van negatieve invloed is geweest tijdens het ten laste gelegde.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigden.

Voor de vraag hoe lang die gevangenisstraf moet duren, heeft de rechtbank gekeken naar de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Als uitgangspunt geldt dat voor het uit gewoonte – kort gezegd – verspreiden en aanbieden van kinderporno (feiten 1 en 3) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren wordt opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat zich strafverzwarende omstandigheden voordoen, zoals de duur van de pleegperiode, de jonge leeftijd van de slachtoffers, de aard van de afbeeldingen en de omstandigheid dat bij feit 1 sprake is van medeplegen. Anderzijds beaamt verdachte dat hij lijdt aan een pedofiele stoornis. De rechtbank acht van belang dat verdachte in 2015 zijn gedrag wilde veranderen en zich daartoe, uit eigen beweging, aanmeldde bij FPK De Omslag – De Woenselse Poort. Ondanks zijn goede voornemen om tot gedragsverandering te komen, lukte het verdachte niet om afstand te doen van de kinderporno, omdat hij daarmee ook zijn online sociaal netwerk zou kwijtraken. In strafverminderende zin houdt de rechtbank verder rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

In voornoemde oriëntatiepunten is geen uitgangspunt opgenomen voor het deelnemen aan een criminele organisatie (feit 2). De rechtbank heeft hiervoor dan ook gekeken naar wat rechtbanken voor dit feit gemiddeld genomen opleggen. In het bijzonder heeft de rechtbank gekeken naar het vonnis van ‘[nickname 7] ’, dat op 27 januari 2020 is gewezen door de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2020:501). De rechtbank Rotterdam heeft ‘[nickname 7]’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, ter zake van het uit gewoonte – kort gezegd – verspreiden en aanbieden van kinderporno, deelnemen aan een criminele organisatie en voorhanden hebben van wapens. Uit het vonnis is op te maken dat bij ‘[nickname 7]’ een grotere hoeveelheid kinderpornografisch materiaal is aangetroffen, namelijk 11.354 afbeeldingen, dan bij verdachte. Daartegenover staat dat verdachte, meer dan ‘[nickname 7]’, een bepalende en centrale rol heeft vervuld bij de criminele organisatie.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van drie jaren passend en geboden is. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet hiervan worden afgetrokken.

- maatregel van terbeschikkingstelling

Op grond van voornoemde rapporten is de rechtbank van oordeel dat, naast een gevangenisstraf, de oplegging van een maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden noodzakelijk is.

Aan alle vereisten voor het opleggen van die maatregel wordt voldaan. Zo blijkt uit de rapporten dat de bij verdachte geconstateerde stoornissen bestonden ten tijde van het ten laste gelegde. Ook is sprake van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving van een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld. Tot slot is de rechtbank, vanwege het seksuele misbruik dat schuilt achter het ten laste gelegde, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel eist.

Die veiligheid vereist naar het oordeel van de rechtbank ook dat verdachte na zijn detentie eerst klinisch en daarna ambulant wordt behandeld voor de bij hem aanwezige problematiek. In dit oordeel betrekt de rechtbank dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd in een periode dat hij zich ambulant liet behandelen. De rechtbank is onvoldoende overtuigd dat de voorwaarden waaronder verdachte volgens Morre ambulant zou moeten worden behandeld stevig genoeg zijn om ditmaal wel recidive te kunnen voorkomen. Maar ook van belang acht de rechtbank dat het internetgebruik van verdachte beter gecontroleerd kan worden tijdens een klinische behandeling. Verdachte zal in een kliniek gedoseerd zijn vrijheden, waaronder internetgebruik, terugkrijgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft een klinische behandeling daarnaast als meerwaarde dat binnen een kliniek kan worden gewerkt aan een signaleringsplan. Dit plan kan helpen om al in een vroeg stadium signalen te herkennen dat het minder goed gaat met verdachte, waarna hem de juiste hulp kan worden geboden. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank een klinische behandeling een noodzakelijke tussenstap. Zij verbindt aan de maatregel van terbeschikkingstelling dan ook de voorwaarde dat verdachte moet meewerken aan een klinische opname, welke opname, gelet op wat Van der Leeuw en Morre hierover hebben gerapporteerd, niet moet plaatsvinden in FPK De Omslag – De Woenselse Poort in Eindhoven. De rechtbank bepaalt de maximale duur van de klinische opname op één jaar.

De rechtbank stelt vast dat de bewezen verklaarde feiten geen misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat, met het oog op artikel 38e Sr, de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling is beperkt tot vier jaren.

- dadelijke uitvoerbaarheid

Om diezelfde reden bestaat er geen grond om de dadelijke uitvoerbaarheid te bevelen, zoals door de officier van justitie gevorderd.

- gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM)

Op grond van voornoemde rapporten stelt de rechtbank vast dat het recidiverisico hoog is. Het creëren van een mogelijkheid om verdachte, ook na beëindiging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, langdurig onder toezicht te stellen is naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk om het recidiverisico op de langere termijn terug te kunnen dringen dan wel op een aanvaardbaar niveau te houden. De rechtbank zal daarom tot slot, in navolging van het advies van Morre en Polman, aan verdachte ook een GVM-maatregel, als bedoeld in artikel 38z Sr, opleggen.

7.4

De in beslag genomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat het voorwerpen zijn met betrekking tot welke de ten laste gelede feiten zijn begaan. Daarnaast is het ongecontroleerde bezit ervan in strijd met de wet of met het algemeen belang.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 36b, 36c, 37a, 38, 38a, 38z, 47, 55 en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2:

het misdrijf: als oprichter, leider en bestuurder deelnemen aan een organisatie die tot

oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

feit 3:

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte in verminderde mate strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld met voorwaarden;

- stelt als voorwaarden dat verdachte:

1) geen strafbare feiten zal plegen;

2) ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

3) een actuele foto aan de reclassering zal verstrekken waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid van verdachte;

4) zich zal melden op afspraken bij de reclassering. De reclassering zal bepalen hoe vaak dat nodig is;

5) zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

6) zal meewerken aan huisbezoeken;

7) de reclassering inzicht zal geven in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

8) zich niet op een ander adres zal vestigen zonder toestemming van de reclassering;

9) zal meewerken aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;

10) zal meewerken aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;

11) niet naar het buitenland of naar alle eilanden in de Caraïbische Zee die tot het Koninkrijk der Nederlanden behoren zal gaan, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;

12) zich zal laten opnemen in FPK Assen of een andere (soortgelijke) kliniek, met uitzondering van De Omslag - De Woenselse Poort in Eindhoven, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing (DIZ). De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt, met een maximale duur van één jaar. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen zal onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

13) zich ambulant zal laten behandelen door een nader te bepalen forensische polikliniek. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling

14) op geen enkele wijze contact zal zoeken met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als deze contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat een gezaghebbende hierbij aanwezig zal zijn;

15) zich op welke wijze dan ook zal onthouden van:

- het seksueel getint communiceren met minderjarigen;

- gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

- gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin wordt gecommuniceerd over

seksuele handelingen met minderjarigen.

Verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarden kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. Verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek;

16) zal meewerken aan het verkrijgen en/of behouden van werk dan wel een andere vorm van dagbesteding, die vooraf is goedgekeurd door de reclassering;

17) openheid zal geven over zijn sociaal netwerk, zodat de risico’s zoveel mogelijk gemonitord kunnen worden;

18) openheid zal geven over zijn sociale contacten en partnerrelatie(s). Hij geeft toestemming aan de reclassering om contact te hebben met al deze personen uit zijn sociale netwerk;

gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel

- legt verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op;

de in beslag genomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 tot en met 21.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. A.J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken 3 maart 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche, Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme, met proces-verbaalnummer LERDE18005-589 (persoonsdossier), proces-verbaalnummer LERDE18005-595 (zaaksdossier Kinderporno) en proces-verbaalnummer LERDE18005-539 (zaaksdossier Criminele Organisatie) (onderzoek 26Somerville). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: [nickname verdachte] op [chatroom 5], van 21 december 2017, pagina 80-82 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 6).

3 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: [chatroom 3] online van 2 januari 2018, pagina 84-86 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 7).

4 Proces-verbaal van verdenking, betreft: proces-verbaal van verdenking contra de NN-verdachte ‘[nickname verdachte] ’ van 19 januari 2018, pagina 63-78 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 5).

5 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: proces-verbaal Chatroom [chatroom 2] van 26 oktober 2017, pagina 144-145 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 17).

6 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: proces-verbaal veiligstellen beeldmateriaal [chatroom 2] van 13 oktober 2017, pagina 164-167 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 19).

7 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: beoordelen beeldmateriaal van 2 november 2017, pagina 169-171 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 20).

8 Proces-verbaal van verdenking, betreft: proces-verbaal van verdenking contra de NN-verdachte ‘[nickname verdachte] ’ van 19 januari 2018, pagina 63-78 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 5).

9 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: proces-verbaal Chatroom [chatroom 1] van 23 oktober 2017, pagina 173-175 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 21).

10 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: proces-verbaal veiligstellen beeldmateriaal [chatroom 1] van 13 oktober 2017, pagina 193-196 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 23).

11 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: beoordelen beeldmateriaal van 2 november 2017, pagina 198-200 (bijlage 24).

12 Proces-verbaal van 1 oktober 2019, pagina 19.

13 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: veiligstellen beeldmateriaal gepost op [chatroom 3] van 9 juli 2018, pagina 267 en273 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 29).

14 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: beoordelen afbeeldingen van 23 juli, pagina 275-277 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 30).

15 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: veiligstellen gedeelde links [chatroom 3] van januari 2019, van 26 februari 2019, pagina 288-291 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 32).

16 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: kinderpornografie van 6 februari 2019, pagina 293-295 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 33).

17 Proces-verbaal van aanhouding, betreft: aanhouding van [verdachte] van 22 januari 2019, pagina 26-28 (persoonsdossier, bijlage 5).

18 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: afbeeldingen gepost op [chatroom 3] van 4 juni 2019, pagina 335-336 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 41).

19 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: kinderpornografie van 11 februari 2019, pagina 338-340 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 42).

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 107 en 111 (persoonsdossier, bijlage 16).

21 Proces-verbaal van de terechtzitting van 18 februari 2020.

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 118 en 134 (persoonsdossier, bijlage 16).

23 Proces-verbaal van de terechtzitting van 18 februari 2020.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 100 en101 (persoonsdossier, bijlage 16), proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: vijfde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 194 en 198 (persoonsdossier, bijlage 17) en proces-verbaal van de terechtzitting van 18 februari 2020.

25 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: informatierapport [nickname verdachte]/[nickname 8] van 7 maart 2016, pagina 39-43 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 3)

26 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: beoordeling beeldmateriaal van 19 december 2017, pagina 36-37 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 2).

27 Proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2018, pagina 415-416 (nagekomen).

28 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal (TBKK) van 18 december 2018, pagina 297-298 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 34).

29 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch beeldmateriaal (TBKK), betreft: beschrijving beeldmateriaal op tijdens de doorzoeking woning verdachte [verdachte] in beslag genomen goederen van 13 augustus 2019, pagina 355-359 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 45).

30 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: onderzoek naar virtuele machine en opvallende geopende bestanden van 4 september 2019, pagina 379-385 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 47).

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 111 (persoonsdossier, bijlage 16).

32 Proces-verbaal van de terechtzitting van 18 februari 2020.

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: vijfde verhoor van de verdachte [verdachte] van 11 maart 2019, pagina 193 en pagina’s 199-200 (persoonsdossier, bijlage 17).

34 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: onderzoek [website 5] websites van 13 mei 2019, pagina 375-377 (zaaksdossier Kinderporno, bijlage 46).

35 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 146 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 16).

36 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: zesde verhoor van de verdachte [verdachte] van 17 april 2019, pagina 248-249 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 18).

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 157 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 16).

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 168 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 16).

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 101 (persoonsdossier, bijlage 16),

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: derde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 169 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 16).

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: vierde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina198 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 17).

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: zesde verhoor van de verdachte [verdachte] van 17 april 2019, pagina 249 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 18).

43 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: memberlist database [chatroom 3], van 30 april 2019 pagina 265-268 en bijlagen pagina 269-273 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 19).

44 Proces-verbaal van 8 oktober 2019, pagina 10-11.

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: vierde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 182-217 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 17).

46 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: vijfde verhoor van de verdachte [verdachte] van 11 maart 2019, pagina 459 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 28).

47 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: vierde verhoor van de verdachte [verdachte] van 25 februari 2019, pagina 182-217 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 17).

48 Proces-verbaal van 8 oktober 2019, pagina 29.

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 januari 2019, pagina 275-295 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 20).

50 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: PM’s en Adminnotes database [chatroom 3] van 9 mei 2019, pagina 305-317 en bijlage 3, pagina 377-355 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 22).

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte, betreft: vijfde verhoor van de verdachte [verdachte] van 11 maart 2019, pagina 440-441 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 28).

52 Proces-verbaal restinformatie, betreft: proces-verbaal restinformatie ‘staffmeeting’ van 10 mei 2019, pagina 414-415 en bijlage pagina 416-436 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 27) en aanvullend proces-verbaal van 10 februari 2020, pagina 639-640 en bijlage 1, pagina 641-650 (nagekomen).

53 Vgl. voetnoot 52, pagina 649, vanaf het midden.

54 Vgl. voetnoot 52, pagina 642, boven het midden.

55 Vgl. voetnoot 52, pagina 644, onderaan, en pagina 646, onder het midden.

56 Proces-verbaal van 8 oktober 2019, pagina 44.

57 Proces-verbaal van 8 oktober 209, pagina 43-44.

58 Proces-verbaal van bevindingen, betreft: [nickname 9] Truely leader of the Pack van 21 mei 2019, pagina 587-588 (zaaksdossier Criminele Organisatie, bijlage 41).