Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4820

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
19-01-2022
Zaaknummer
6297156\CV EXPL 17-5347
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease. Dexia.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiele kantonzaken

locatie Enschede

zaak- en rolnummer: 6297156\CV EXPL 17-5347

vonnis van: 22 december 2020

Vonnis van de kantonrechter:

i n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

nader te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. G. van Dijk.

t e g e n

de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

nader te noemen: Dexia,

gemachtigde: mr. J.R. van Staveren.

De procedure

in conventie en in reconventie

1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

Bij tussenvonnis van 12 mei 2020 is bepaald dat partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten conform in ro. 2.15. van dat vonnis is bepaald . Vervolgens zijn ingediend:

  • -

    de akte van [eiser],

  • -

    de antwoord-akte van Dexia.


Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

in conventie en in reconventie

1.1.

De kantonrechter verwijst naar en blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in voornoemd tussenvonnis. Daarin is overwogen dat de lease-overeenkomst tijdig is vernietigd. De door [eiser] gevorderde verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar.

Dit betekent dat de vordering in reconventie van Dexia met betrekking tot de lease-overeenkomst niet voor toewijzing in aanmerking komt.

1.2.

Nu de lease-overeenkomst met nummer 25300380 rechtsgeldig is vernietigd, dienen alle betalingen van [eiser] aan Dexia op grond van deze lease-overeenkomst te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen hij op grond van die overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden.

1.3.

Op grond van de lease-overeenkomst is door [eiser] in totaal € 8.396,78 aan termijnen aan Dexia betaald, waarop een bedrag van € 1.777,56 aan dividenden en een bedrag van € 3.172,13 aan door Dexia uitgekeerde schadevergoeding in mindering dient te worden gebracht.

1.4.

Blijkens het door Dexia overgelegde financieel overzicht heeft [eiser] aan het einde van deze overeenkomst (al) de aandelen overgenomen. Die aandelen dient [eiser] terug te leveren om zo in een positie te komen alsof die overeenkomst en de daaraan gerelateerde contractuele verhouding tussen partijen nimmer hebben bestaan.

1.5.

[eiser] heeft deze aandelen verkocht en kan deze aldus niet retour leveren.

1.6.

Onder verwijzing naar het arrest van 2 mei 2017 van het Gerechtshof in Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2017:1706) wordt het volgende overwogen. Indien de aandelen zijn overgenomen voordat de overeenkomsten zijn vernietigd, dient te worden uitgegaan van de verkoopwaarde ter beurze op de dag van vernietiging. Indien de afnemer (in casu [eiser]) de aandelen reeds voor de dag van vernietiging heeft verkocht, dan geldt de verkoopwaarde op de dag van verkoop.

In het onderhavige geval is de overeenkomst vernietigd bij brief van 13 juni 2007 en zijn de aandelen uitgeleverd op 30 december 2004.

Bij de bepaling van de waarde van de aandelen in deze zaak zijn - mede gelet op het vorenstaande - de volgende uitgangspunten van belang: a) de verkoopwaarde ter beurze op de dag van vernietiging of b) in geval van verkoop van de aandelen voor de dag van vernietiging, dan geldt de verkoopwaarde op de dag van verkoop.

1.7.

[eiser] stelt dienaangaande dat hij niet over de verkoopgegevens van de aandelen beschikt. Hij kan niet achterhalen wanneer en tegen welke verkoopprijs hij de aandelen heeft verkocht.

De kantonrechter overweegt als volgt.

[eiser] heeft geen financiële gegevens met betrekking tot de verkoopwaarde van de aandelen overgelegd. Dat betekent dat niet valt te herleiden of en wanneer de bewuste aandelen die aan de lease-overeenkomst ten grondslag liggen zijn verkocht. Op deze wijze kan niet worden vastgesteld dat [eiser] de bewuste aandelen heeft verkocht dan wel dat het aandelen betreft die behoren bij de lease-overeenkomst dan wel tegen welke verkoopprijs. Dat leidt tot het volgende.

1.8.

Uit het recent gewezen arrest van het hof Amsterdam van 19 juni 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:2031) volgt dat indien een afnemer geen bewijsstukken van de verkoop van de aandelen in het geding heeft gebracht, niet op voldoende verifieerbare wijze kan worden vastgesteld tot welk bedrag Dexia zich op verrekening kan beroepen. Het betreft stukken die zich in het domein van afnemer bevinden en waartoe Dexia geen toegang heeft. Dexia is geheel afhankelijk van de medewerking van afnemer. Dat afnemer niet weet wanneer en tegen welke prijs hij de aandelen heeft verkocht komt voor zijn rekening en risico. Dit leidt ertoe dat de werkelijke verkoopopbrengst geacht moet worden (maximaal) gelijk te zijn aan het door Dexia verschuldigde bedrag zodat na verrekening voor Dexia niets te betalen resteert.

In het onderhavige geval leidt dat ertoe dat Dexia terzake de lease-overeenkomst geen restschuld dient terug te betalen.

1.9.

Onder verwijzing naar de ro. 1.3. en de aldaar opgesomde bedragen dient
Dexia aldus een bedrag van € 3.447,09 aan [eiser] te restitueren.

1.10.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over laatstgenoemd bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde na de afloop van de termijn als genoemd in de vernietigingsbrief, dan wel (bij gebreke daarvan) vanaf het moment waarop [A] uit een reactie van Dexia mocht afleiden dat Dexia tekort zou schieten in de nakoming van haar terugbetalingsverplichtingen, dan wel (indien van het een noch het ander sprake is geweest) vanaf een termijn van vier weken na de vernietigingsbrief, waarna er immers redelijkerwijs vanuit mocht worden gegaan dat Dexia niet in de vernietiging berustte.

Nu zich in dit geval de laatste situatie voordoet, is Dexia met de terugbetaling in verzuim geraakt vanaf 12 juli 2007. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf dat moment. Indien het betalingen betreft die nadien hebben plaatsgevonden, is daarover de wettelijke rente verschuldigd ingaande de dag van elke betaling.

buitengerechtelijke kosten

1.11.

[eiser] heeft vergoeding gevorderd van buitengerechtelijke kosten. De Hoge Raad heeft zich in het arrest van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590, over deze kwestie uitgesproken. In het arrest is geoordeeld dat de buitengerechtelijke werkzaamheden die in die procedure door Leaseproces waren gesteld op grond van art. 6:96 lid 3 BW in verbinding met art. 241 Rv niet voor vergoeding in aanmerking komen.
In de procedure van partijen zijn dezelfde buitengerechtelijke werkzaamheden gesteld als die, welke in het arrest aan de orde waren, namelijk het opstellen en versturen van enkele gestandaardiseerde stukken (zoals een klachtbrief, een opt-out verklaring en stuitingsbrieven), het voeren van een intakegesprek, het beoordelen van de haalbaarheid van de aanspraken van de belegger en het adviseren daaromtrent en het verzamelen van gegevens om de omvang van de aanspraken van de belegger te kunnen bepalen, zodat ook in dit geval geen aanspraak bestaat op vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

1.12.

Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding.
Uitvoerbaar bij voorraad

1.13.

[eiser] vordert ten slotte het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor zover Dexia bedoeld heeft hiertegen verweer te voeren, zulks met het oog op het restitutierisico, wordt het volgende overwogen.

Krachtens artikel 233 RV kan de kantonrechter dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Bij de beantwoording van de vraag of van die bevoegdheid gebruikt dient te worden gemaakt, spelen de wederzijdse belangen van partijen, bezien in het licht van de omstandigheden van het geval, een bepalende rol. Naar het oordeel van de kantonrechter weegt in dit geval het belang van Dexia om het restitutierisico te vermijden minder zwaar dan het belang van [eiser] bij verkrijging van de bij dit vonnis toegewezen bedragen. De argumenten die Dexia in dit kader heeft aangevoerd, bieden onvoldoende aanwijzing om te concluderen dat er sprake is van een concreet restitutierisico. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter het verweer van Dexia zal passeren en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.


proceskosten

1.14.

Dexia wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in conventie gevallen aan de zijde van [eiser]. Gezien de samenhang tussen het debat in conventie en in reconventie wordt het salaris gemachtigde van [eiser] in reconventie evenwel bepaald op nihil.

1.15.

De gevorderde nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen, voor zover nakosten gemaakt zullen worden en Dexia niet vrijwillig binnen veertien dagen na aanschrijving van [eiser] aan de veroordeling in het vonnis heeft voldaan. Daarbij overweegt de kantonrechter dat Dexia, indien deze door de aanschrijving van [eiser] pas kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van het vonnis, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De nakosten zullen worden begroot conform landelijk beleid tot een half salarispunt (met een maximum van € 120,00), zijnde een bedrag van € 100,00.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de betekeningkosten van het vonnis indien het vonnis na de hiervoor genoemde termijn is betekend.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

verklaart voor recht dat de lease-overeenkomst met nummer 25300380 is vernietigd;

veroordeelt Dexia aan [eiser] ter zake de lease-overeenkomst te betalen
€ 3.447,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal van de voor
12 juli 2007 aan Dexia gedane betalingen verminderd met de wettelijke rente
over het totaal van voor die datum van Dexia ontvangen uitkeringen, een en ander vanaf die datum tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over elke eventuele na 12 juli 2007 aan Dexia verrichte betaling, steeds vanaf het moment van betaling tot aan de dag der algehele voldoening, en verminderd met de wettelijke rente over elke na die datum van Dexia ontvangen uitkeringen, steeds vanaf het moment van ontvangst, tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Dexia in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op:

a. kosten dagvaarding € 97,31

b. griffierecht € 78,00

c. salaris gemachtigde € 945,00

IV. veroordeelt Dexia, onder de voorwaarde dat deze niet binnen veertien dagen na
aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis
ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde;
-te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de

explootkosten van betekening van het vonnis,

in reconventie

wijst de vorderingen van Dexia af;

veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op nihil;

in conventie en in reconventie

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter-plaatsvervanger, ter openbare terechtzitting van 22 december 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter