Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4621

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
07-01-2021
Zaaknummer
C/08/256343 / JE RK 20-1910
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot vervanging gecertificeerde instelling aangehouden. Nader overleg wordt nodig geacht waarbij ook de RvdK en de pleegouders berokken dienen te worden.

Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2020:4620.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Almelo

Zaakgegevens : C/08/256343 / JE RK 20-1910

datum uitspraak: 18 november 2020

beschikking vervanging gecertificeerde instelling

in de zaak van

[verzoeker 1] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[verzoeker 2] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats]

gezamenlijk te noemen: de ouders,

beiden bijgestaan door advocaat mr. P.C. Schouten,

betreffende

[minderjarige 1] , geboren [2009] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren [2013] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren [2014] te [geboorteplaats] hierna te noemen [minderjarige 3] ,

[minderjarige 4] , geboren [2014] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 4] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Enschede,

en de pleegouders van de kinderen, te weten de grootouders vaderszijde en oom en tante vaderszijde.

Het procesverloop

Op 27 oktober 2020 is het voorwaardelijke verzoek van de ouders binnengekomen.

Dit verzoek is gelijktijdig behandeld met de procedure tot verlenging van de ondertoezicht-stelling en verlenging van de machtiging uithuisplaatsing (zaaknummer 254298 JE RK 20-1627) op 27 oktober 2020. Gehoord zijn:

- de ouders, bijgestaan door mr. Schouten,

- mevrouw [A] (jeugdzorgwerker) en mevrouw [B] (procesregisseur) namens de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt uitgeoefend door de ouders.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij grootouders vaderszijde en [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verblijven bij

oom en tante vaderszijde.

Bij beschikking van 14 oktober 2019 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengd tot 6 november 2020, welke bij beschikking van 3 november 2020 is verlengd tot 6 november 2021.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 3 december 2019 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op het adres van grootouders vaderszijde en van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] op het adres van oom en tante vaderszijde tot 6 november 2020. Deze machtigingen zijn bij beschikking van 3 november 2020 eveneens verlengd tot 6 november 2021.

Het verzoek

De ouders hebben de kinderrechter verzocht om de Stichting Leger des Heils Jeugd-bescherming & Reclassering, die thans de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de Stichting Jeugdbescherming Overijssel, gevestigd te Hengelo (O).

De ouders zijn van mening dat de GI ouders discrimineert op grond van hun geloofsopvatting en dat zij daarmee in strijd handelt met artikel 1 van de Grondwet. Redengevend daarvoor is het feit dat de GI bij de aanvraag van een ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing het door de ouders, in elk geval door moeder aangehangen en gepraktiseerde paganisme beschrijft als een “heidens geloof” en het aanhangen van een heidens geloof als een belemmerende omstandigheid bij het verzorgen van de kinderen door ouders ziet.

Het standpunt van de GI

De GI weerspreekt dat de geloofsovertuiging van ouders van invloed is op de wijze waarop door de GI uitvoering aan de ondertoezichtstelling wordt gegeven en zij distantieert zich daarmee van de beschuldigingen die aan haar adres worden geuit. De GI stelt dat een bepaalde geloofsovertuiging geen bedreiging is voor de ontwikkeling van de kinderen. De GI stelt dat de geloofsovertuiging een belemmering kan zijn omdat het andere waarden, normen en gebruiken met zich meebrengt dan bij de merendeel van de kinderen uit de klas. Het kind kan dan in een afzonderlijke positie terecht komen, maar dat hoeft volgens haar niet het geval te zijn. De woordkeuze op schrift had bij nader inzien anders moeten zijn.

De beoordeling

Daags vóór de mondelinge behandeling inzake de procedure met nummer C/08/254298 JE RK 20-1627 (verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing) is het onderhavige verzoek door de ouders ingediend. Mevrouw [A] en mevrouw [B] hebben op 27 oktober 2020 ingestemd met gelijktijdige behandeling van dit verzoek met de al geplande procedure met betrekking tot de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing en namens de GI de grond voor de bezwaren tegen de GI gemotiveerd weersproken.

De kinderrechter stelt vast dat ter zitting alleen de ouders en de GI zijn gehoord over het verzoek tot vervanging van de GI, terwijl er nog meer betrokkenen en belanghebbenden zijn die daar nog niet hun mening over hebben kunnen geven. Hij acht zich daarom nog niet voldoende geïnformeerd om te kunnen beslissen en zal een nadere behandeling bepalen.

Vooralsnog vertrouwt de kinderrechter erop dat de GI zich bij haar werk in deze casus enkel laat leiden door de opgestelde doelen om tot beëindiging van de gezagsbeperkende maatregel en de machtiging uithuisplaatsing te komen en dat zij derhalve aan de geloofsovertuiging van de ouders, in elk geval die van de moeder, geen enkel gewicht toekent. Mevrouw [A] heeft verzekerd dat die overtuiging van de ouders geen rol speelt bij haar werkwijze in dit dossier en de kinderrechter wil daarop vooralsnog vertrouwen. Een en ander neemt niet weg dat bij de ouders de twijfels daaromtrent mogelijk niet weggenomen kunnen worden. Of dat voldoende zwaarwegend is om over te gaan tot vervanging van de GI is een vraag die de kinderrechter ter nog nader te bepalen voortgezette behandeling wenst te bespreken met niet alleen de ouders en de GI, maar ook met de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad) die aan de wieg van de ondertoezichtstelling heeft gestaan met een verzoek daartoe, waarbij zij de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering als GI heeft voorgesteld, met de door de ouders gewenste nieuwe GI, te weten de Stichting Jeugdbescherming Overijssel, en ook met alle pleegouders, die inmiddels bijna een jaar voor de kinderen zorgen en daarom voor dit onderwerp (= vervanging GI) als belanghebbenden aangemerkt behoren te worden. De visie van pleegouders op de vraag welke GI over de belangen van de kinderen moet waken behoort ook meegewogen te worden.

Na de voortgezette behandeling die in deze procedure zal worden gepland, zal de kinderrechter aanvullend nader overwegen en beslissen over de bezwaren van de ouders tegen Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering als GI, welke bezwaren in de optiek van ouders zouden moeten leiden tot vervanging van deze GI.

De rechtbank verzoekt mr. Schouten om opgave te doen van zijn verhinderdata voor de komende drie maanden zodat er een vervolgdatum voor de voortgezette behandeling kan worden bepaald, zo mogelijk in de maand december 2020 of anders in januari 2021 met een uitloop naar februari 2021, voor welke behandeling naast ouders en de huidige GI opgeroepen zullen worden de raad, de door ouders voorgestelde nieuwe GI en alle pleegouders van de kinderen, waarbij aan de laatstgenoemden bij de oproeping van de voortgezette behandeling tevens een afschrift van het verzoekschrift zal worden gezonden.

Door de ouders is het verzoek gedaan om ook [minderjarige 1] als belanghebbende aan te merken. Gelet op de leeftijd van [minderjarige 1] is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige 1] in deze procedure niet als belanghebbende moet worden betrokken.

De beslissing

De kinderrechter:

houdt iedere verdere beslissing aan en verzoekt mr. Schouten om namens ouders op uiterlijk

27 november 2020 opgave te doen van zijn verhinderdata over de maanden december 2020, en januari en februari 2021, ter fine van dagbepaling voortgezette mondelinge behandeling.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Olthof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J.H.A.L. Koelen-Goosink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2020.