Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4583

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
29-12-2020
Zaaknummer
C/08/256827 / KG ZA 20-252
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/256827 / KG ZA 20-252

Vonnis in kort geding van 18 december 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. G.A.G. Warfman te Enschede,

tegen

[gedaagden] ,

verblijvende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de krakers,

gedaagden,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 november 2020 met producties,

  • -

    de mondelinge behandeling via Skype op 14 december 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is eigenaresse van het perceel met opstallen gelegen te [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente Ambt- [woonplaats] , sectie [1] , plaatselijk bekend als het Indië-terrein.

2.2.

Een groot gedeelte van het terrein is inmiddels herontwikkeld door [eiseres] . In totaal worden ruim 600 woningen gerealiseerd (koop en huur). Bij elke deelontwikkeling wordt het perceel [1] gesplitst.

2.3.

[eiseres] streeft naar het behoud en de inpassing van historische gebouwen. Het gebouw [gebouw w] , vertoonde echter dusdanige constructieve gebreken dat transformatie naar woningen niet reëel was. Het grootste gedeelte van [gebouw w] is daarom al gesloopt. Een klein gedeelte staat nog overeind (hierna: de onroerende zaak).

2.4.

In het voorjaar van 2020 werd het [eiseres] duidelijk dat de onroerende zaak en het omliggende terrein in gebruik is genomen door één van de gedaagden, die bekend is onder de naam “ [X] ” of “ [Z] ” (hierna: [Z] ).

2.5.

Bij brieven van 3 maart 2020 en 5 maart 2020 is [Z] gesommeerd de onroerende zaak te ontruimen. Deze brieven zijn persoonlijk door de heer [A] , werkzaam bij [eiseres] , aan [Z] overhandigd. [Z] is niet tot ontruiming overgegaan.

2.6.

Op 15 september 2020 heeft [eiseres] een sloopmelding en een melding om asbest te verwijderen ingediend voor het resterende deel van [gebouw w] Op 7 oktober 2020 heeft de gemeente [woonplaats] ter zake toestemming gegeven.

2.7.

Bij brief van 29 oktober 2020 heeft [eiseres] de krakers tot ontruiming gesommeerd. Deze brief is op 30 oktober 2020 door de deurwaarder betekend. Het exploot is uitgereikt aan een man die ter plekke aanwezig was en zich uitgaf als [B] .

2.8.

De kraker(s) is/ zijn niet tot ontruiming overgegaan.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert -kort gezegd- dat de voorzieningenrechter de krakers hoofdelijk veroordeeld om de onroerende zaak en het omliggende terrein binnen 48 uur na betekening van dit vonnis te ontruimen en te bepalen dat dit vonnis binnen een jaar na de datum van het vonnis ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of binnentreedt, telkens wanneer zich dat voordoet. Tevens vordert [eiseres] om de krakers hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

De krakers zijn niet ter zitting verschenen.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter stelt vast dat bij de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen. De deurwaarder heeft bij de onroerende zaak een afschrift van het exploot achtergelaten in een gesloten envelop en heeft een uittreksel van het exploot bekend gemaakt in De Twentsche Courant Tubantia.

4.2.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de heer [C] zich bij de rechtbank gemeld en daar verklaard [Z] te vertegenwoordigen. Tijdens de mondelinge behandeling is de heer [C] echter niet verschenen. De griffier heeft hierop telefonisch contact opgenomen met de heer [C] , waarop hij verklaarde niet te zullen verschijnen en dat mr. Warfman hiervan op de hoogte was. Mr. Warfman heeft dat tijdens de mondelinge behandeling bevestigd.

Zij heeft verklaard contact te hebben gehad met de heer [C] en met mr. Van Dalen, die zich als (mogelijke) advocaat van [Z] bij haar had gemeld. Daarbij is haar verteld dat met medeweten van [Z] noch de heer [C] noch mr. Van Dalen namens hem ter zitting zal verschijnen.

4.3.

Gelet op het voorgaande zal het gevraagde verstek worden verleend.

4.4.

Vast staat dat de krakers door zonder recht of titel de onroerende zaak te bewonen inbreuk maken op het eigendomsrecht van [eiseres] . Door zonder haar toestemming in de onroerende zaak te verblijven, handelen de krakers onrechtmatig jegens [eiseres] . De vordering tot ontruiming kan derhalve in beginsel worden toegewezen. Dit is slechts anders indien [eiseres] onvoldoende (spoedeisend) belang bij haar vordering zou hebben.

4.5.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de door [eiseres] overgelegde stukken voldoende blijkt dat de onroerende zaak in een bouwkundig slechte staat verkeert en asbest bevat. Bovendien zijn er bouwactiviteiten naast de onroerende zaak. De bewoning van de onroerende zaak levert derhalve gevaar op voor de krakers.

4.6.

Daarnaast heeft [eiseres] voldoende aannemelijk gemaakt dat haar bouwplannen concreet zijn en op korte termijn uitgevoerd zullen worden. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking genomen dat de gemeente [woonplaats] op 7 oktober 2020 toestemming heeft gegeven tot verwijdering van het asbest en sloop van de onroerende zaak. Verder heeft [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling verklaard de sloopwerkzaamheden van het resterende stuk van [gebouw w] na de kerstvakantie te willen voortzetten en dan aldaar de bouwwerkzaamheden te willen vervolgen.

4.7.

De krakers hebben hun belangen niet nader toegelicht. Ter zitting heeft [eiseres] in dit kader onweersproken gesteld dat [Z] meerdere keren een woning is aangeboden, maar dat hij deze niet heeft geaccepteerd.

4.8.

Gelet op het vorenstaande heeft [eiseres] een voldoende (spoedeisend) belang bij haar ontruimingsvordering. De ontruimingsvordering zal dan ook worden toegewezen. De ontruimingstermijn zal als niet weersproken worden bepaald op 48 uur na betekening van dit vonnis.

4.9.

De vordering van [eiseres] om dit vonnis binnen een termijn van één jaar na de datum ervan ten uitvoer te kunnen leggen jegens een ieder die zich bevindt of binnentreedt in de onroerende zaak is toewijsbaar, nu deze vordering een wettelijke grondslag heeft en niet weersproken is.

4.10.

De krakers zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de kosten van het geding worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- kosten dagvaarding € 100,89

- griffierecht 656,00

- salaris advocaat 633,00

Totaal € 1.389,89

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,

5.2.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk om de onroerende zaak en het omliggende terrein, staande en gelegen te [woonplaats] , kadastraal bekend Ambt- [woonplaats] , sectie [1] , op het bouwterrein van de voormalige [gebouw w] , meer speciaal het restant van het gebouw zich bevindende tussen de kadastrale objecten [2] en [3] , [4] en [5] van Ambt- [woonplaats] sectie [1] , dit alles gelegen aan [het adres] [woonplaats] , binnen 48 uur na betekening van dit vonnis met alle daarin aanwezige personen en al hun zaken te ontruimen en te verlaten en geheel leeg ter beschikking van eiseres te stellen, alsmede verlaten en ontruimd te houden,

5.3.

bepaalt dat deze veroordeling binnen de in art. 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar na heden ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt, telkens wanneer dat zich voordoet,

5.4.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.389,89,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2020.1

1 type: coll: