Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4330

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-12-2020
Datum publicatie
16-12-2020
Zaaknummer
8628373 \ EJ VERZ 20-225
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overijsselse Overlegrechter. Art. 96 Rv. Gemeente dient, ondanks een zorgvuldige (bestuursrechtelijke) besluitvormingsprocedure, nieuw geplaatst (hoog) klimtoestel wegens inkijk in het appartement van eiseres te verwijderen. Schending van privacy. Geen hoger beroep mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0948
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8628373 \ EJ VERZ 20-225

Vonnis van 15 december 2020

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

in persoon,

en

de gemeente GEMEENTE STEENWIJKERLAND,

gevestigd en kantoorhoudende te Steenwijk,

vertegenwoordigd door [A] en [B] .

Partijen worden in het vervolg aangeduid als “ [eiseres] ” en “de gemeente”.

1 De procedure

1.1.

[eiseres] heeft het geschil aangemeld bij de Overijsselse Overlegrechter, door middel van een aanmeldformulier. De procedure bij de Overijsselse Overlegrechter is een vorm van rechtspraak als bedoeld in artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De gemeente heeft ermee ingestemd om in deze zaak de beslissing van de kantonrechter in te roepen. Partijen zijn het erover eens dat tegen deze beslissing geen hoger beroep open staat.

1.2.

Het geschil is op 27 oktober 2020 door de kantonrechter behandeld. De kantonrechter is eerst ter plaatse geweest, voor een bezichtiging van de situatie ter plaatse. De zaak is vervolgens mondeling behandeld in één van de lokaliteiten binnen de gemeente Steenwijkerland.

1.1.

Partijen hadden in het kader van mediation al met elkaar gesproken over mogelijke oplossingen. Dat is niet gelukt. Partijen hebben de kantonrechter daarom nu gevraagd vonnis te wijzen.

2 De beoordeling

Waar gaat het om?

2.1.

De gemeente heeft een klimtoestel geplaatst in een openbaar plantsoen aan de [straatnaam] te [plaats] . Alvorens daartoe over te gaan heeft de gemeente een uitgebreide inspraakprocedure gevolgd met betrekking tot – onder meer – de (her-)inrichting van het plantsoen en de keuze van de speeltoestellen. [eiseres] woont in een (koop-)appartement aan de [straatnaam] met uitzicht op het plantsoen. [eiseres] wil dat het klimtoestel daar weg gaat.

[eiseres] wil dat het klimtoestel wordt verplaatst

2.2.

[eiseres] is op zich positief over de herinrichting van de [straatnaam] en het desbetreffende plantsoen. Maar [eiseres] was onaangenaam verrast toen zij op een dag in maart 2019 thuis kwam en zag dat de schommel, die voor haar appartement stond, weg was en dat op dezelfde plaats een klimtoestel was geplaatst. [eiseres] zegt dat zij niet vooraf bezwaar heeft kunnen maken, omdat zij niet kon weten dat dat klimtoestel op die plaats zou komen. Zij ondervindt nu hinder van het klimtoestel, omdat de kinderen recht in haar appartement kunnen kijken, als zij er bovenop zitten; ze kunnen dan zowel in haar zithoek als in haar eethoek kijken. Zij ervaart dit als een inbreuk op haar privacy. Zij is bovendien bang dat de aanwezigheid van het klimtoestel de waarde van haar appartement vermindert.

De gemeente vindt dat ze zorgvuldig te werk is gegaan, en rekening heeft gehouden met de inspraak van omwonenden

2.3.

De gemeente benadrukt dat voor het plaatsen van het klimtoestel geen vergunning nodig is en dat er dus geen mogelijkheid bestaat om hiertegen bezwaar en/of beroep aan te tekenen. De gemeente heeft uitgebreid toegelicht wat er aan de plaatsing van het klimtoestel vooraf is gegaan. Het doel was om het gebied zo in te richten dat het een ontmoetingsplek voor jong en oud zou worden. Er is een werkgroep opgericht, waarin alle omwonenden (de laagbouw, de huurappartementen en de koopappartementen), de wijkvereniging en de gemeente waren vertegenwoordigd. Daarin zijn allerlei alternatieven besproken. Op enig moment kreeg “de laagbouw” het mandaat om speeltoestellen te kiezen. Er is daarbij ook gezocht naar een uitdagend toestel voor de wat oudere jeugd. De keuze viel op het onderhavige klimtoestel. Omdat “de laagbouw” een mandaat had, hoefde ze die keuze niet terug te koppelen. Op de ontwerptekeningen konden de plaatsen van de speeltoestellen niet definitief worden ingetekend, omdat dat mede afhankelijk was van de voorzieningen in de grond, zoals bijvoorbeeld kolken, en van de veiligheidsvoorschriften van de speeltoestellen. Zo kon het gebeuren dat [eiseres] niet op de hoogte was van de precieze plaats van het klimtoestel.

Het klimtoestel moet weg

2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat het klimtoestel weg moet, omdat het onrechtmatige hinder voor [eiseres] oplevert, doordat het een onevenredige inbreuk op de privacy van [eiseres] veroorzaakt. Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

2.4.1.

De kantonrechter heeft ter plaatse gekeken en gezien dat het om een betrekkelijk hoog klimtoestel gaat, waar de kinderen bovenop kunnen zitten, op een horizontaal raster van touwen/kabels. Die bovenkant van het klimtoestel komt ongeveer ter hoogte van de bovenkant van balustrade van het balkon van [eiseres] . Het klimtoestel staat bovendien op betrekkelijk geringe afstand vanaf het appartement van [eiseres] . De kantonrechter heeft vanuit het appartement van [eiseres] kunnen zien, dat het lijkt alsof de bovenkant van het klimtoestel als het ware een verlengd stuk van het balkon vormt. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat, als er kinderen op het klimtoestel zitten, het imponeert alsof die kinderen op (een verlengd deel van) het balkon van [eiseres] zitten en dat [eiseres] daardoor het onwelgevallige gevoel van inkijk krijgt. Het levert voor [eiseres] een schending van haar privacy op. Overigens is van de zijde van de gemeente ook niet weersproken dat er van (een bepaalde mate van) privacyschending sprake is.

2.5.

Het klimtoestel levert hinder op als bedoeld in artikel 37 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en dat is niet toegestaan. In dat artikel 37 is namelijk bepaald: De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaar van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. De kantonrechter is van oordeel dat de gemeente als eigenaar van de grond van het plantsoen hinder toebrengt aan [eiseres] door op betrekkelijk geringe afstand dit klimtoestel te hebben staan, dat voor [eiseres] schendingen van haar privacy aantrekt en in de hand werkt. Die hinder is bovendien onrechtmatig, omdat de persoonlijke levenssfeer in ons recht zekere bescherming geniet en de inbreuk die daarop in dit geval wordt gemaakt onvoldoende zwaarwegend is om de privacyschending te kunnen rechtvaardigen. Er zijn immers alternatieven denkbaar, waarbij van privacyschending geen sprake is, of niet in dezelfde mate. Zo kan het klimtoestel op een andere plaats worden gezet, kan er op dezelfde plaats een ander speeltoestel worden geplaatst, of kan er op een andere manier in het vertier van de jeugd worden voorzien.

2.6.

De kantonrechter geeft de gemeente na, dat zij voor de inrichting van het plantsoen en de plaatsing van de speeltoestellen een zeer zorgvuldige besluitvormingsprocedure heeft gevolgd, waarin zij de inspraak van haar burgers ten volle tot z’n recht heeft laten komen. Maar de zorgvuldigheid van de (bestuursrechtelijke) besluitvormingsprocedure neemt niet weg dat er in de civielrechtelijke verhoudingen een onachtzaamheid is ingeslopen. Als de bestuursrechtelijk besluitvormingsprocedure tot resultaat heeft dat er civielrechtelijke rechten worden geschonden, dan kan dat – in z’n algemeenheid – om die reden toch niet door de beugel.

2.7.

De kantonrechter laat eventuele waardevermindering van het appartement van [eiseres] buiten beschouwing, omdat zij geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat de waarde van het appartement daadwerkelijk is gedaald als gevolg van het klimtoestel. Daar zou de kantonrechter nog wel naar kunnen vragen, maar omdat de kantonrechter van oordeel is dat het klimtoestel vanwege de privacyschending toch al zal moeten worden verwijderd, ziet hij daarvan af.

2.8.

[eiseres] wordt dus in het gelijk gesteld. Vanwege de aard van de procedure zal de kantonrechter bepalen dat de kosten van de procedure worden gecompenseerd. Dat wil zeggen dat partijen ieder hun eigen kosten moeten dragen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

bepaalt dat de gemeente het klimtoestel aan de [straatnaam] te [plaats] moet verwijderen;

3.2.

bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2020