Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4264

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-12-2020
Datum publicatie
17-12-2020
Zaaknummer
08/953028-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vijf mannen zijn door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor grootschalige Markplaatsoplichting. De hoofdverdachte – een 25-jarige man zonder vaste woon en verblijfplaats – is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden en 2 weken. Ook moet de man een bedrag van 175.000 euro betalen, het bedrag dat hij uit de oplichting heeft verkregen. Hij stond aan het hoofd van de criminele organisatie die mensen heeft opgelicht, identiteitsfraude en computervredebreuk pleegde.

Aan de hand van advertenties op Marktplaats benaderde de hoofdverdachte zijn slachtoffers. Hij deed zich voor als koper of verkoper en wekte zo het vertrouwen van de slachtoffers. Dat deed hij onder andere door het sturen van foto’s van een identiteitskaart. Ook gebruikte hij op WhatsApp een foto met kinderen. De mensen die hij benaderde kregen zo de indruk dat zij met een betrouwbare koper of verkoper te maken hadden. Vervolgens werden zij op geraffineerde wijze opgelicht. In de meeste gevallen troggelde hij bankcodes van zijn slachtoffers af. Als zij weigerden dreigde hij met het inschakelen van een motorclub. Na ontvangst van de codes kon de hoofdverdachte inloggen op het account van zijn slachtoffers. Op die manier boekte hij (forse) bedragen over naar bankrekeningnummers van katvangers of bestelde hij goederen.

Kort na het overschrijven van die bedragen werden die contant opgenomen of werden de bestelde goederen opgehaald, meestal door leden van de criminele organisatie. Drie mannen uit Enschede waren lid van die criminele organisatie en ronselden de katvangers. Twee 27-jarige verdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 maanden en 2 weken en de derde – een 23-jarige man – is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 72 dagen voorwaardelijk en een forse werkstraf. Een vierde verdachte, een 25 jarige man uit Haaksbergen, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 weken. Hij heeft een bedrag van 890 euro witgewassen.

De criminele organisatie was strak georganiseerd en had een professionele werkwijze. De hoofdverdachte heeft op grove wijze het vertrouwen geschaad dat de slachtoffers in hem als koper of verkoper hadden. Digitale oplichtingszaken zorgen er bovendien voor dat mensen minder vertrouwen hebben in het elektronisch bankieren. De rechtbank rekent hen dit zwaar aan. Slachtoffers van wie persoonsgegevens bij de oplichtingen zijn misbruikt, zijn door andere aangevers benaderd en onheus bejegend omdat zij ten onrechte werden aangezien voor oplichters. De rekeningen van de vele katvangers werden door de bank geblokkeerd waarna vaak de bankrelatie door de bank werd opgezegd. Kortom, de verdachten, lieten een spoor van ellende achter en ze hadden enkel oog voor eigen gewin.

Naast de (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen moeten de verdachten ook een schadevergoeding betalen aan de slachtoffers. In totaal gaat het om een bedrag van meer dan 100.000 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/953028-16 (P)

Datum vonnis: 17 december 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats] ,

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van

27 oktober 2020, 30 oktober 2020, 3 november 2020 en 3 december 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. C.T. Tjauw-Foe en G.L.M. Verstegen en van hetgeen door de raadsman mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er – na wijziging van de tenlastelegging op 27 oktober 2020 en 30 oktober 2020 – kort en zakelijk weergegeven op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 11 maart 2016 tot en met 16 maart 2016 vier personen via internet heeft opgelicht;

feit 2: in de periode van 10 april 2016 tot en met 4 februari 2017 samen met anderen 28 personen via internet heeft opgelicht;

feit 3: in de periode van 19 oktober 2016 tot en met 6 februari 2017 samen met anderen identiteitsfraude heeft gepleegd;

feit 4: op 25 april 2016 en op 18 december 2016 samen met anderen computervredebreuk heeft gepleegd waarbij wederrechtelijk in het banksysteem van twee personen is binnengedrongen;

feit 5: in de periode van 22 november 2016 tot en met 6 februari 2017 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2016 tot en met 16 maart 2016 te Enschede en/of één of meer andere plaatsen, althans in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 1] (aangifte 31, p. 1348 ev. dossier),

- [aangever 2] (aangifte 34, p. 1383 ev. dossier)

- [aangever 3] (aangifte 35, p. 1393 ev. dossier) en/of

- [aangever 4] (aangifte 30, p. 1425 ev. dossier)

en/of één of meer andere personen

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- naar aanleiding van een door die aangevers/benadeelden op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop gevraagd artikel,

- middels het mobiele nummer [telefoonnummer 1] via 'Whattsapp' contact opgenomen met die aangevers/benadeelden,

- zich voorgedaan als [alias 1 verdachte] en/of [alias 2 verdachte] (en/of daarbij) een afbeelding van een identiteitsbewijs en/of bankpas naar die aangevers/benadeelden verstuurd/verzonden,

- aan aangevers/benadeelden gevraagd om een afbeelding van een identiteitsbewijs en/of bankpas terug te sturen,

- daarbij te kennen gegeven het gevraagde artikel te kunnen leveren,

- aangegeven dat na de betaling op rekeningnummer [rekeningnummer 1] direct de

gevraagde goederen op te zullen sturen;

2.

hij in op omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 4 februari 2017 te Enschede, althans in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens)

- [aangever 5] (aangever 73, p.1600 dossier),

- [aangever 6] (aangever 87, p.1700 dossier)

- [aangever 7] (aangever 293, p. 1900 dossier)

- [aangever 8] (aangever 291, p. 2100 dossier)

- [aangever 9] (aangever 312, p. 2200 dossier)

- [aangever 10] (aangever 304, p. 2400 dossier)

- [aangever 11] (aangever 310, p. 2700 dossier)

- [aangever 12] (aangever 319, p. 2900 dossier)

- [aangever 13] (aangever 355, p. 3100 dossier)

- [aangever 14] (aangever 323, p. 3300 dossier)

- [aangever 15] (aangever 388, p. 3400 dossier)

- [aangever 16] (aangever 387, p. 3600 dossier)

- [aangever 17] (aangever 359, p. 3700 dossier)

- [aangever 18] (aangever 325, p. 3900 dossier)

- [aangever 19] (aangever 372, p. 4100 dossier)

- [aangever 20] (aangever 348, p. 4300 dossier)

- [aangever 21] (aangever 317, p. 4500 dossier)

- [aangever 22] (aangever 327, p. 4700 dossier)

- [aangever 23] (aangever 334, p.5032 dossier)

- [aangever 24] (aangever 341, p. 5200 dossier)

- [aangever 25] (aangever 340, p. 5400 dossier)

- [aangever 26] (p. 5600 dossier)

- [aangever 27] (aangever 93, p. 6500 dossier)

- [aangever 28] (aangever 356, p.7000 dossier)

- [aangever 29] (aangever 376, p.7200 dossier)

- [aangever 30] (aangever 303, p.7600 dossier)

- [aangever 31] (aangever 313, p. 7900 dossier)

- [aangever 32] (aangever 353, p. 8000 dossier)

en/of één of meer andere personen

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van voornoemde personen bij de ING bank en/of [rekeningnummer 60] bank en/of ABN

bank aan verdachte en/of diens mededader(s) immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel,

- middels een mobiele telefoon via 'WhatsApp' contact opgenomen met voornoemde personen en daarbij snel overeenstemming bereikt met betrekking tot de koop/verkoopprijs,

- een afbeelding van een (vals) identiteitsbewijs en/of bankpas, althans een niet op verdachtes naam staand identiteitsbewijs en/of bankpas naar voornoemde persoon/personen verzonden,

- aan voornoemde persoon/personen gevraagd om ook een afbeelding en/of de gegevens van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,

- aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,

- aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van voornoemde personen,

- aangegeven de betaling direct in orde te zullen maken,

- een of meer Whatsapp bericht(en) naar voornoemde persoon/personen verzonden waarin werd uitgelegd dat die persoon/personen een cijfer- en/of bevestigingscode moest(en) doorgeven ter bevestiging van de betaling,

- waarna voornoemde persoon/personen die code('s) heeft/hebben doorgegeven en/of

- vervolgens nog één of meerdere Whatsapp berichten gestuurd waarin hij heeft aangegeven dat voornoemde persoon/personen nog een uur moest wachten om de betaling op hun bankrekening te kunnen zien,

althans woorden van dergelijke aard of strekking (al dan niet in een andere volgorde en/of samenstelling);

3.

hij in of omstreeks 19 oktober 2016 tot en met 06 februari 2017 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander of anderen te weten:

- ( een deel / delen van) de voorna(a)m(en) en/of achterna(a)m(en) van na te noemen personen en/of

- een afbeelding van een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een bankpas op naam van

[aangever 33] (aangifte p. 9107 ev. dossier),

[aangever 34] (aangifte 235, p. 9206 ev. dossier),

[aangever 7] (aangifte 293, p. 1900 ev dossier),

en/of één of meer andere personen heeft/hebben gebruikt door

- ( telkens) (een deel / delen van) de voorna(a)m(en) en/of achterna(a)m(en) van voornoemde [aangever 33] , [aangever 34] en/of [aangever 7] te noemen en/of te vermelden in een Whatsapp-bericht of een email-bericht naar en/of

- die afbeeldingen met die identificerende gegevens (telkens) te versturen/verzenden in een Whatsapp-bericht of een email-bericht naar

- [aangever 18] (aangifte 325),

- [aangever 24] (aangifte 341)

- [aangever 35] (aangifte 348)

en/of

- [aangever 8] (aangifte 291),

- [aangever 7] (aangifte 293),

- [aangever 9] , (aangifte 312)

en/of

- [aangever 13] , (aangifte 355)

- [aangever 14] , (aangifte 323)

- [aangever 12] (aangifte 319),

en/of één of meer andere personen

met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;

4.

hij in of omstreeks 25 april 2016 en/of op of omstreeks 18 december 2016 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de webserver en/of persoonlijke mobiel bankieren pagina/app/bankomgeving van de bank (ING bank en/of [rekeningnummer 60] bank) van één of meer personen, waaronder:

- [aangever 36] (aangifte 91, p. 9310 ev. dossier),

- [aangever 37] (aangifte 328, p. 9321 ev. dossier),

en/of één of meer andere personen,

is binnengedrongen

a. door het doorbreken van een beveiliging,

b. door een technische ingreep,

c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,

door

- na een door hiervoor genoemde personen geplaatste advertentie op Marktplaats i.v.m. een door hen te koop aangeboden artikel,

- via Whatsapp contact met die personen te maken en snel overeenstemming te bereiken over de vraagprijs,

- het via Whatsapp naar voornoemde personen versturen van een kopie van een bankpas en/of ID bewijs op naam van [aangever 38] en/of [aangever 33] en/of één of meer andere personen waardoor/waarmee hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich heeft/hebben

voorgedaan als een bonafide koper van één of meer goederen

- via Whatsapp (vervolgens) aan te geven dat er voor de betaling van goederen gebruik diende te worden gemaakt van een zakelijke rekening,

- met behulp van door die/een valse hoedanigheid, althans onrechtmatig, althans vals verkregen inloggegevens/inlogcodes en/of bevestigingscodes in te loggen op/in de webserver en/of de mobiel internetbankieren pagina/app/bankomgeving van de bank van die

[aangever 36] , [aangever 37] en/of

één of meer andere personen;

en hij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond

voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen (te weten door (telkens) met behulp van die vals verkregen bevestigingscodes een geldbedrag van die rekening(en) over te boeken naar een andere rekening);

5.

hij in de periode van 22 november 2016 tot en met 06 februari 2017 te Enschede, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (oplichting in vereniging, computervredebreuk, witwassen, heling en/of één of meer andere

misdrijven).

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie zijn van mening dat het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1, 4 en 5 ten laste gelegde omdat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat hij deze feiten gepleegd heeft.

Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover het de vier aangevers [aangever 8] , [aangever 11] , [aangever 18] en [aangever 20] betreft. Voor de overige aangevers dient vrijspraak te volgen vanwege de afwezigheid van voldoende bewijs.

Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover het de drie aangevers [aangever 8] , [aangever 18] en [aangever 20] betreft. Ook hier dient voor de overige aangevers vrijspraak te volgen vanwege de afwezigheid van voldoende bewijs, aldus de raadsman.

4.3.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

4.3.1.1 Met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De rechtbank zal de feiten 1 en 2 vanwege de samenhang tezamen behandelen. Deze feiten betreffen het (mede)plegen van oplichting, waarbij de volgende werkwijzen gehanteerd zouden zijn.

werkwijze 1 (feit 1 van de tenlastelegging)

A.

De aangever plaatst op Markplaats een advertentie waarin hij bijvoorbeeld een spelcomputer te koop vraagt en vermeldt daarbij zijn telefoonnummer. X reageert via WhatsApp op deze advertentie en bericht dat hij zo’n spelcomputer te koop heeft. Hij gebruikt daarbij de naam van een andere persoon. Vervolgens komen X en de aangever een bedrag voor de spelcomputer overeen. X wint het vertrouwen van de aangever door hem via WhatsApp een kopie van een identiteitsbewijs en/of bankpasje (op naam van die andere persoon) toe te sturen. X vraagt de aangever het overeengekomen bedrag over te maken op een door hem doorgegeven bankrekeningnummer. De aangever maakt daarop het overeengekomen bedrag over op dat bankrekeningnummer, maar X stuurt geen spelcomputer op en de aangever is zijn geld kwijt.

B.

De bankrekening waarvan het nummer door X aan de aangever is doorgegeven staat op naam van een katvanger. Het door de aangever overgemaakte bedrag nemen X of een van zijn handlangers, kort nadat de overboeking heeft plaatsgevonden, contant op bij een pinautomaat.

werkwijze 2 (feit 2 van de tenlastelegging)

A.

De aangever plaatst op Markplaats een advertentie waarin hij bijvoorbeeld een DVD recorder te koop aanbiedt en vermeldt daarbij zijn telefoonnummer. X reageert via Whatsapp op deze advertentie en bericht dat hij interesse heeft in de DVD recorder. Hij gebruikt daarbij de naam van een andere persoon. Vervolgens komen X en de aangever een bedrag voor de DVD recorder overeen. Ook hier wint X het vertrouwen van de aangever door hem via WhatsApp een kopie van een identiteitsbewijs en/of bankpasje (op naam van die andere persoon of van diens vrouw) toe te sturen. X vraagt of aangever een foto van zijn bankpas terugstuurt. X bericht dat hij het overeengekomen bedrag wil betalen via een zakelijke bankrekening. X vraagt aangever de betaling te bevestigen door een cijfer- en/of bevestigingscode door te geven. De aangever laat zich door X instrueren om de betaling te bevestigen. Op deze wijze ontfutselt X alle noodzakelijke gegevens voor het mobielbankierenaccount van de aangever.

B.

X kan hierdoor het mobielbankierenaccount van de aangever activeren op zijn telefoon en is in staat om, zonder toestemming van de aangever, geldbedragen over te schrijven naar de bankrekening van een katvanger. Ook betaalt hij vanaf de bankrekening van de aangever goederen die hij online bestelt bij een webshop (van onder meer [webshop 1] en [webshop 2] ), waarbij hij laat weten dat de goederen opgehaald zullen worden.

De op de bankrekening van de katvanger overgeboekte bedragen nemen handlangers van X, kort nadat de overboeking heeft plaatsgevonden, contant op bij een pinautomaat. De online bestelde goederen halen handlangers van X af bij de betreffende winkel.

Aan [verdachte] is onder 1 ten laste gelegd dat hij de vier genoemde personen heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag (zoals X in werkwijze 1, onder A) en onder 2 dat hij de 28 genoemde personen heeft bewogen tot afgifte van de inloggegevens en transactiecodes van hun bankrekeningen (zoals X in werkwijze 2, onder A).1

De bewijsoverwegingen met betrekking tot de feiten 1 en 2

De onder 1 en 2 van de tenlastelegging genoemde 32 aangevers zijn allen telefonisch, via WhatsApp, benaderd. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende zes telefoonnummers:

[telefoonnummer 1] periode 11 maart 2016 t/m 28 april 2016 7 aangevers

[telefoonnummer 2] periode 22 november 2016 t/m 10 december 2016 9 aangevers

[telefoonnummer 3] periode 14 december 2016 t/m 7 januari 2017 11 aangevers

[telefoonnummer 4] op 9 januari 2017 1 aangever

[telefoonnummer 5] op 20 januari 2017 1 aangever

[telefoonnummer 6] periode 25 januari 2017 t/m 4 februari 2017 3 aangevers

De vraag is of verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die de betreffende telefoon-nummers in de contacten met de aangevers heeft gebruikt. De rechtbank zal deze vraag per telefoonnummer beantwoorden.

[telefoonnummer 1]

Dit telefoonnummer is in de periode van 11 maart 2016 tot en met 28 april 2016 in het contact met de volgende zeven aangevers gebruikt.

Aangever [aangever 4] is op 11 maart 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [alias 1 verdachte] (adres: [adres 1] ) noemde en een kopie van zijn identiteitsbewijs naar [aangever 4] gestuurd heeft. [aangever 4] heeft € 250,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van [naam 1] (dat zou een collega van [alias 1 verdachte] zijn), als aanbetaling voor een formaatzaag die hij niet ontvangen heeft. In het appverkeer is door de persoon die zich [alias 1 verdachte] noemde in eerste instantie bankrekening [rekeningnummer 1] genoemd. Deze bankrekening stond op naam van [restaurant 1] en is geopend door [verdachte] .

Aangever [aangever 1] is op 12 maart 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [alias 1 verdachte] (adres: [adres 2] ) noemde. Deze persoon heeft (een deel van) een paspoort op naam van [alias 1 verdachte] naar [aangever 1] geappt. Daarop heeft [aangever 1] € 250,-- overgemaakt op bankrekening [rekeningnummer 1] , als voorschot voor een Samsung telefoon. Deze telefoon is niet geleverd.

Aangeefster [aangever 2] is op 16 maart 2016 via WhatsApp eveneens benaderd door een persoon die zich [alias 1 verdachte] (adres: [adres 2] ) noemde. [aangever 2] heeft een bedrag van € 35,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer 1] , als betaling voor [winkel] zegels. Deze zegels heeft [aangever 2] niet ontvangen.

Op 16 maart 2016 is aangeefster [aangever 3] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [alias 2 verdachte] noemde (adres: [adres 3] ). [aangever 3] heeft € 105,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer 1] , als betaling voor een hoverboard die zij niet ontvangen heeft.

Aangever [aangever 5] is vervolgens op 10 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam 2] (adres: [adres 4] ) noemde. Deze persoon heeft (een deel van) een paspoort op naam van [naam 2] naar [aangever 5] geappt en heeft [aangever 5] gevraagd om een foto van diens ID-kaart en bankpas terug te sturen. [aangever 5] heeft op instructie van de persoon die zich [naam 2] noemde inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan die persoon doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een trommel) zou bevestigen. Vervolgens is op 11 april 2016 € 500,-- van de rekening van [aangever 5] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 3] ten name van [alias 3 verdachte] . Dit bedrag is dezelfde dag bij een geldautomaat gepind door een persoon die aan het litteken op zijn gezicht en aan het trainingspak dat hij droeg, herkend is als verdachte [verdachte] .

Aangever [aangever 6] is op 24 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [aangever 38] (adres: [adres 5] ) noemde. [aangever 6] heeft op aanwijzing van die persoon een kopie van zijn ID-kaart en bankpas verstrekt en vervolgens heeft hij inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een koptelefoon) zou bevestigen.

Vervolgens is op 25 april 2016 € 700,-- van de rekening van [aangever 6] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 4] ten name van [alias 4 verdachte] . Dit bedrag is dezelfde dag bij een geldautomaat gepind door een persoon die aan het litteken op zijn gezicht en aan het trainingspak dat hij droeg, herkend is als verdachte [verdachte] .

Aangever [aangever 27] is op 28 april 2016 via WhatsApp eveneens benaderd door een persoon die zich [aangever 38] (adres: [adres 5] ) noemde. [aangever 27] heeft op instructie van die persoon een IPhone in zijn ING bankierenomgeving geactiveerd. Vervolgens heeft [aangever 27] inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een drietal coincards) zou bevestigen.

Vervolgens is op 28 april 2016 van de bankrekening van [aangever 27] een bedrag van € 679,-- overgemaakt naar de bankrekening van [webshop 1] met de omschrijving [nummer] . Dit betreft het ordernummer van een nieuwe IPhone. Verdachte [verdachte] heeft bekend dat hij deze IPhone bij de vestiging van [webshop 1] aan [adres 6] in Enschede heeft afgehaald.

Twee van de vier personen van wie de naam gebruikt is (te weten [naam 2] en [aangever 38] ) hebben aangifte gedaan van het valselijk gebruik van hun identiteit/paspoort. Verder blijkt uit het dossier dat de persoon van wie (een deel van) het paspoort naar een aangever is geappt (te weten [alias 1 verdachte] ) niet degene is geweest die deze app verstuurd heeft.

De rechtbank stelt vast dat:

- in vier van de zeven zaken de door [verdachte] geopende bankrekening [rekeningnummer 1] op naam van [restaurant 1] is opgegeven;

- meerdere malen de naam (soms met bijbehorend paspoort) van een andere persoon is gebruikt;

- verdachte [verdachte] in twee zaken herkend is als degene die het overgeboekte geld – kort na de overboeking – heeft gepind;

- verdachte [verdachte] in één zaak degene is die de vanaf de bankrekening van de aangever betaalde IPhone heeft afgehaald.

Op grond van deze feiten en omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

[telefoonnummer 2]

Dit telefoonnummer is gebruikt in de periode van 22 november 2016 tot en met 10 december 2016 in het contact met negen aangevers. In elk van die contacten noemde de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] zich [alias 5 verdachte] (adres: [adres 7] ). Dit betreft de volgende aangevers.

Op 22 november 2016 heeft aangeefster [aangever 8] een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 8] op Marktplaats waarin zij een blokfluit te koop aanbood. Nadat beide partijen een aantal dagen later een verkoopprijs overeengekomen waren heeft [alias 5 verdachte] haar een foto van een identiteitsbewijs op naam van [alias 5 verdachte] gestuurd. [aangever 8] heeft op verzoek van [alias 5 verdachte] een foto van haar bankpas naar hem gestuurd en het pasnummer aan hem doorgegeven. Vervolgens heeft [aangever 8] de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan [alias 5 verdachte] doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] zou bevestigen. [alias 5 verdachte] heeft op 5 december 2016 meerdere malen naar [aangever 8] gebeld om haar uit te leggen welke codes ze moest doorgeven. In die gesprekken heeft hij zich telkens voorgesteld als ‘ [alias 5 verdachte] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [aangever 8] is gebeld is [telefoonnummer 7] en [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was.

Op 5 december 2016 is buiten medeweten van [aangever 8] een bedrag van € 1.000,-- overgeboekt van haar bankrekening naar bankrekening [rekeningnummer 5] . Deze rekening stond niet op naam van [alias 5 verdachte] .

Aangever [aangever 7] heeft op 24 november 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 7] waarin hij een dwarsfluit te koop aanbood. Ook hier werd een verkoopprijs overeengekomen. [alias 5 verdachte] heeft – naast een foto van een identiteitskaart van [aangever 34] – een foto van de bankpas op naam van [naam 4] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) naar [aangever 7] gestuurd. [aangever 7] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] zou bevestigen.

Vervolgens is op 24 november 2016 € 9.500,-- van de rekening van [aangever 7] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 8] ten name van [medeverdachte 4] . Van dit bedrag is dezelfde dag een bedrag van € 5.000,-- bij een geldautomaat gepind door [medeverdachte 4] , in aanwezigheid van medeverdachte [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat hij samen met [verdachte] en [medeverdachte 4] naar de pinautomaat is gereden. De gepinde € 5.000,-- heeft hij van [medeverdachte 4] ontvangen en direct afgegeven aan [verdachte] .

Aangever [aangever 30] is op 28 november 2016 benaderd door [alias 5 verdachte] , die belangstelling toonde voor een door [aangever 30] op Marktplaats te koop aangeboden DVD recorder. [alias 5 verdachte] heeft een foto van de bankpas op naam van [naam 5] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) naar [aangever 30] gestuurd. [aangever 30] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bank-rekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor de DVD recorder) zou bevestigen.

Vervolgens is op 29 november 2016 buiten medeweten van [aangever 30] van diens bankrekening € 4.999,-- overgemaakt naar de bankrekening van [webshop 1] , voor de aankoop van een televisie. Op 30 november 2016 is met telefoonnummer [telefoonnummer 7] (waarvan [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn nummer was) over deze televisie gebeld met [webshop 1] .

Aangever [aangever 10] is op 1 december 2016 via WhatsApp benaderd door [alias 5 verdachte] . Die heeft hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 10] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en vervolgens de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor een fototas) zou bevestigen.

Dezelfde dag is een bedrag van € 1.000,-- van de rekening van [aangever 10] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 6] ten name van [naam 6] . Deze [naam 6] heeft verklaard dat hij in ruil voor € 50,-- zijn bankrekening ter beschikking heeft gesteld en dat hij op 1 december 2016 van zijn rekening € 1.000,-- gepind heeft. Hij was daarbij vergezeld door een persoon die door verbalisanten herkend is als medeverdachte [medeverdachte 2] .

Aangeefster [aangever 11] heeft op 3 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 11] op Marktplaats waarin zij een filmcamera te koop aanbood. [alias 5 verdachte] heeft haar een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 11] heeft op haar beurt op verzoek van [alias 5 verdachte] een foto van haar bankpas naar hem gestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] voor de filmcamera zou bevestigen. [alias 5 verdachte] heeft op 3 december 2016 naar [aangever 11] gebeld over die bevestiging. In dat gesprek heeft hij zich voorgesteld als ‘ [alias 5 verdachte] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [aangever 11] is gebeld is [telefoonnummer 7] (het nummer waarvan [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was).

Op 3 december 2016 is buiten medeweten van [aangever 11] een bedrag van € 975,-- overgeboekt van haar bankrekening naar bankrekening [rekeningnummer 7] van [bedrijf 1] BV, inzake de aankoop van een MacBook.

Op 4 december 2016 is aangever [aangever 9] via WhatsApp benaderd door [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 9] waarin hij een saxofoon te koop aanbood. [alias 5 verdachte] heeft ook aan hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 9] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] zou bevestigen. Vervolgens is op 4 december 2016 in totaal € 3.406,95 van de rekening van [aangever 9] overgeboekt naar de rekening [rekeningnummer 9] ten name van [naam 7] .

Diezelfde dag is van dit bedrag € 3.400,-- bij een geldautomaat gepind door medeverdachte

[medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat hij dit geld in opdracht van [verdachte] heeft gepind. Deze verklaring wordt ondersteund door een aantal tapgesprekken tussen het telefoonnummer van [medeverdachte 1] en het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer 7] ), waarin de op te nemen bedragen aan [medeverdachte 1] worden doorgegeven.

Aangeefster [aangever 31] is op 4 december 2016 via WhatsApp benaderd door [aangever 34] . Nadat beide partijen tot overeenstemming waren gekomen over de verkoop van een radio door [aangever 31] aan [aangever 34] , heeft zij een kopie van haar rijbewijs en bankpas gestuurd. Vervolgens heeft [aangever 31] op instructie van die persoon een Iphone in haar ING bankieren-omgeving geactiveerd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan [alias 5 verdachte] doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] voor de radio zou bevestigen. Op 4 december 2016 is van de rekening van [aangever 31] in totaal € 787,-- overgeboekt naar een rekening van TakeAway, voor een aantal afhaalmaaltijden en blikjes Red Bull.

Dezelfde dag is met het telefoonnummer waarvan [verdachte] heeft verklaard dat die van hem was ( [telefoonnummer 7] ) gebeld met [medeverdachte 1] en met de [bedrijf 2] BV (gelieerd aan TakeAway) te Enschede over het ophalen van maaltijden en de blikjes drank.

Aangever [aangever 21] is op 8 december 2016 via WhatsApp benaderd door [alias 5 verdachte] . [alias 5 verdachte] heeft hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou een zakelijke rekening van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 21] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor een filmcamera) zou bevestigen.

Dezelfde dag is € 2.500,-- van de bankrekening van [aangever 21] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 10] ten name van [naam 8] . Dit bedrag is eveneens op 8 december 2016 gepind door [medeverdachte 1] . Vlak voorafgaand aan het moment van pinnen heeft [medeverdachte 1] hierover telefonisch contact met het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer 7] ).

Aangever [aangever 12] heeft op 10 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 12] voor een telescoop. [alias 5 verdachte] heeft ook aan hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 12] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor de telescoop) zou bevestigen.

Dezelfde dag is een bedrag van € 5.000,-- van de bankrekening van [aangever 12] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 11] ten name van [naam 9] . Dit bedrag is eveneens op 10 december 2016 in delen van de rekening van [naam 9] gepind. Ten tijde van het pinnen van die (in totaal) € 5.000,-- heeft er telefonisch contact plaatsgevonden over het pinnen van de geldbedragen tussen het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer 7] ) en het telefoonnummer dat in gebruik was bij medeverdachte [medeverdachte 2] .

[naam 10] heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude. Eind oktober 2016 heeft [alias 5 verdachte] – in verband met de verkoop van door hem op Marktplaats te koop aangeboden oordopjes – een foto van zijn bankpas en identiteitsbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een persoon die zich [naam 11] noemde en gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Nadien is hij door ongeveer zestien personen benaderd omdat zij waren opgelicht door iemand die gebruik maakte van zijn naam en gegevens.

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [alias 5 verdachte] , de telkens meegestuurde (delen van) bankpassen op naam van [naam 4] / [naam 5] / [aangever 7] , de aangehaalde verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] en de genoemde tapgesprekken, in onderling verband en samenhang bezien, bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

[telefoonnummer 3]

Dit telefoonnummer is gebruikt in de periode van 14 december 2016 tot en met 7 januari 2017

in het contact met elf aangevers. In elk van die contacten noemde de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zich [aangever 33] . Dit betreft de volgende aangevers.

Aangever [aangever 14] is op 13 december 2016 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] in verband met een advertentie voor blokfluiten die [aangever 14] op Marktplaats had gezet. [aangever 33] heeft een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de zakelijke rekening van [aangever 33] zijn) naar [aangever 14] gestuurd. [aangever 14] heeft op zijn beurt op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een blokfluit) zou bevestigen.

Op 14 december 2016 is € 5.000,-- overgeboekt van de rekening van [aangever 14] naar rekening [rekeningnummer 12] ten name van [naam 12] . Deze [naam 12] heeft verklaard dat hij ’s nachts naar huis liep en toen door een groep jongeren is gedwongen om zijn bankpas en pincode af te geven. Op 14 december 2016 heeft medeverdachte [medeverdachte 1] net na middernacht in totaal € 5.000,-- gepind van de rekening van [naam 12] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het gepinde geld telkens aan [verdachte] heeft afgegeven en daar dan € 100,-- of € 150,-- voor kreeg.

Aangever [aangever 18] heeft op 15 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] , die reageerde op een door [aangever 18] op Marktplaats geplaatste advertentie voor een videocamera. Nadat beide partijen een prijs overeengekomen waren heeft [aangever 33] een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de zakelijke rekening van [aangever 33] zijn) naar [aangever 18] gestuurd. Ook heeft hij een foto van (een deel van) het rijbewijs van [aangever 33] naar [aangever 18] gestuurd. Die heeft op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor de videocamera) zou bevestigen.

Dezelfde dag is in totaal € 940,-- van de bankrekening van [aangever 18] overgemaakt naar een bankrekening met nummer [rekeningnummer 13] . Op 15 december 2016 is met het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer 7] ) naar [aangever 18] gebeld over de betaling van het door [aangever 33] verschuldigde bedrag. In dat gesprek noemde de persoon die belde zich ‘ [aangever 33] ’.

Aangever [aangever 22] heeft op 18 december 2016 via WhatsApp contact gehad met [aangever 33] , die reageerde op een advertentie van [aangever 22] voor een dwarsfluit. Ook hier heeft [aangever 33] een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] naar [aangever 22] gestuurd. Die heeft op zijn beurt op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de overboeking door [aangever 33] .

Vervolgens is op 18 december 2016 in totaal € 8.000,-- van de rekening van [aangever 22] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 14] ten name van [naam 13] . Van dit bedrag is dezelfde dag € 4.500,-- gepind bij een pinautomaat. Een bedrag van € 3.500,-- is door de Rabobank teruggestort op de rekening van [aangever 22] . [naam 13] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn bankpas. Deze diefstal zou na 15 december 2016 hebben plaatsgevonden.

Aangever [aangever 23] is op 18 december 2016 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die heeft ook hier een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] naar [aangever 23] gestuurd. [aangever 23] heeft op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een DVD recorder) zou bevestigen.

Dezelfde dag is € 1.000,-- van de rekening van [aangever 23] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 15] ten name van [naam 14] , die verklaard heeft dat zij haar bankpas in goed vertrouwen heeft uitgeleend aan medeverdachte [medeverdachte 2] . De € 1.000,-- is op 20 december 2016 gepind door een persoon die door twee verbalisanten herkend is als [medeverdachte 2] .

Aangeefster [aangever 25] heeft op 24 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] . Zij heeft een fototas aan hem verkocht. [aangever 33] heeft haar een foto van een bankpas op naam van [aangever 7] toegestuurd. [aangever 25] heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van haar bankpas toegestuurd en ter bevestiging van zijn betaling de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven.

Dezelfde dag is in totaal € 6.000,-- van de rekening van [aangever 25] overgemaakt naar rekening [rekeningnummer 16] ten name van [naam 15] . Van dat bedrag is € 510,-- diezelfde dag nog gepind. [naam 15] heeft verklaard dat hij zijn bankpas heeft uitgeleend aan [naam 16] . Deze [naam 16] heeft op zijn beurt verklaard dat hij op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 3] de pas van Linde heeft geregeld voor verdachte [verdachte] . [naam 16] heeft verklaard dat hij gezien heeft dat [verdachte] het geld gepind heeft.

Aangever [aangever 24] heeft eveneens op 24 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] . Hij heeft een verrekijker aan hem verkocht. [aangever 33] heeft een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] toegestuurd. Ook heeft hij een foto van het rijbewijs van [aangever 33] naar [aangever 24] gestuurd. [aangever 24] heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van zijn bankpas naar [aangever 33] gestuurd en ter bevestiging van zijn betaling de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven.

Dezelfde dag is € 5.000,-- van de rekening van [aangever 24] overgemaakt naar rekening [rekeningnummer 17] ten name van [naam 17] . Dit bedrag heeft medeverdachte [medeverdachte 1] gepind. Hij heeft zichzelf herkend op de printjes van het pinnen. De bankpas van [naam 17] heeft hij volgens zijn verklaring gekregen van verdachte [verdachte] .

Op 31 december 2016 heeft aangever [aangever 20] een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] , die reageerde op een advertentie van [aangever 20] op Marktplaats waarin hij een radio te koop aanbood. Nadat beide partijen een verkoopprijs overeengekomen waren, heeft [aangever 20] op verzoek van [aangever 33] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan [aangever 33] doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] zou bevestigen. [aangever 33] heeft op 31 december 2016 meerdere malen naar [aangever 20] gebeld om hem uit te leggen welke codes hij moest doorgeven. In die gesprekken heeft hij zich telkens voorgesteld als ‘ [aangever 33] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [aangever 20] is gebeld is het door [verdachte] gebruikte nummer [telefoonnummer 7] .

Op 31 december 2016 en 1 januari 2017 is in totaal € 10.250,-- buiten medeweten van [aangever 20] overgeboekt van zijn bankrekening naar bankrekening [rekeningnummer 18] ten name van [naam 18] . Van dit bedrag is op 31 december 2016 in totaal € 5.000,-- gepind.

Aangever [aangever 26] is op 2 januari 2017 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die heeft hem ook hier een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] gestuurd. [aangever 26] heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een verrekijker) zou bevestigen.

Dezelfde dag is € 4.500,-- van de rekening van [aangever 26] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 19] ten name van [naam 19] . Op 2 januari 2017 zijn er meerdere tapgesprekken geweest tussen het telefoonnummer van deze [naam 19] en het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer 7] ). Deze gesprekken gingen over dat [naam 19] zijn bankrekening ter beschikking zou gaan stellen en de verdeling van het geldbedrag dat op zijn rekening gestort zou gaan worden.

Aangeefster [aangever 32] is op 6 januari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zij [aangever 33] noemt en die een foto van zijn rijbewijs naar haar stuurde (de rechtbank begrijpt dat dit het rijbewijs van [aangever 33] is geweest). [aangever 33] heeft een radio van [aangever 32] gekocht en ter bevestiging van het aankoopbedrag heeft zij een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven.

Dezelfde dag is van de rekening van [aangever 32] een bedrag van € 23.045,38 overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 3] BV, in verband met de aankoop van twee goudstaven. De factuur stond op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] . Op 6 januari 2017 hebben tapgesprekken plaatsgevonden tussen verdachte [verdachte] ( [telefoonnummer 7] ) en [medeverdachte 1] enerzijds (waarin tegen [medeverdachte 1] gezegd wordt dat ‘hij goud gekocht heeft’) en [medeverdachte 3] anderzijds (over de doorverkoop van het bestelde goud). [medeverdachte 1] heeft verklaard dat ene ‘ [naam 20] ’ de goudstaven op zijn ( [medeverdachte 1] ’s) naam besteld heeft. Ter zitting heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij met ‘ [naam 20] ’ [verdachte] bedoelde.

Aangeefster [aangever 13] is op 7 januari 2017 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die heeft haar een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] gestuurd. Zij heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een trompet) zou bevestigen.

Dezelfde dag is € 1.000,-- van de rekening van [aangever 13] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 20] ten name van [naam 21] . Deze [naam 21] heeft verklaard dat hij op verzoek van een persoon die hij van een foto herkende als [medeverdachte 3] zijn bankrekening ter beschikking heeft gesteld om een bedrag van € 1.000,-- op te storten. Hij heeft de € 1.000,-- gepind en afgegeven, waarvoor hij een vergoeding van € 150,-- kreeg. Zijn broer [naam 22] was daarbij. [naam 21] heeft verdachte [verdachte] van een foto herkend als een persoon die ook bij het pinnen aanwezig was.

Eveneens op 7 januari 2017 is aangever [aangever 28] via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die stuurt hem een foto van een rijbewijs en bankpas op naam van [aangever 33] . [aangever 28] heeft een diaprojector aan [aangever 33] verkocht. Op verzoek van [aangever 33] heeft [aangever 28] een foto van zijn identiteitsbewijs en bankpas toegestuurd. Ter bevestiging van de ontvangst van het aankoopbedrag heeft hij vervolgens de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven.

Op 9 januari 2017 zijn vervolgens buiten medeweten van [aangever 28] bedragen van € 975,-- en € 1.599,-- overgeboekt van zijn bankrekening naar de rekening van [bedrijf 1] BV, inzake de aankoop van een MacBook en een televisie. De MacBook is op 7 januari 2017 bij het filiaal van [webshop 2] in Hengelo opgehaald door [naam 23] , die verklaard heeft dat zij dit gedaan heeft op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 1] . Op 7 januari 2017 hebben verschillende tapgesprekken plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] ( [telefoonnummer 7] ). In die gesprekken kreeg [medeverdachte 1] opdracht om een MacBook bij [webshop 2] in Hengelo op te halen.

[aangever 33] heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude. Begin november 2016 heeft [aangever 33] – in verband met de verkoop van een door hem op marktplaats te koop aangeboden cassettedeck – een foto van zijn bankpas en rijbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een aspirant koper die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Halverwege december 2016 is hij gebeld door een medewerkster van de ING bank met de mededeling dat men geprobeerd had om met de gegevens van zijn bankpas en rijbewijs frauduleuze handelingen te verrichten. De rechtbank heeft reeds hiervoor al overwogen dat [verdachte] de persoon is die gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

De rechtbank acht op basis van de aangiften van [aangever 7] en [aangever 33] , de telkens meegestuurde foto’s van (delen van) de bankpas op naam van [aangever 7] / [aangever 33] , de verklaringen van [medeverdachte 1] , [naam 16] en de broers [naam 22] , en de genoemde tapgesprekken, in onderling verband en samenhang bezien, bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van (de naam [aangever 33] en) het telefoonnummer [telefoonnummer 3] .

[telefoonnummer 4]

Dit telefoonnummer is gebruikt op 9 januari 2017 in het contact met één aangever, genaamd [aangever 17]. Deze aangever heeft een VHS recorder op Marktplaats te koop aangeboden en kreeg daarop via WhatsApp een reactie van een persoon die zich [naam 24] noemde. Die persoon heeft om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van de bankpas van [naam 25] naar [aangever 17] gestuurd. Ook [aangever 17] heeft, op verzoek van [naam 24] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, ter bevestiging van de ontvangst van de betaling door [naam 24] van de VHS recorder. Dezelfde dag is een bedrag van € 5.900,-- overgeboekt van de bankrekening van [aangever 17] naar bankrekening [rekeningnummer 21] ten name van [naam 26] en een bedrag van € 5.000,-- naar bankrekening [rekeningnummer 22] ten name van [naam 27] .

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 9 januari 2017 (een deel van) dit laatste bedrag gepind. Hij heeft zichzelf herkend van de prints van het pinnen. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij dit deed voor [verdachte] en dat hij daar € 100,-- of € 150,-- voor kreeg.

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] in het contact met aangever [aangever 17] het telefoonnummer [telefoonnummer 4] heeft gebruikt en zich heeft voorgedaan als [naam 24] . Voor dit oordeel acht de rechtbank, naast de verklaring van [medeverdachte 1] , mede redengevend dat de handelwijze in deze zaak op essentiële punten overeen komt met de handelwijze die gevolgd is in de contacten met de hiervoor genoemde telefoonnummers waarvan de rechtbank bewezen acht dat verdachte [verdachte] telkens de gebruiker is geweest.

[telefoonnummer 5]

Ook dit telefoonnummer is in het contact met één aangever gebruikt. Op 20 januari 2017 is aangever [aangever 19] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam 28] noemde en interesse toonde in een door [aangever 19] op Marktplaats te koop aangeboden accordeon. Die persoon heeft om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van de bankpas van [naam 28] naar [aangever 19] gestuurd. Nadat beide partijen een prijs overeengekomen waren heeft [aangever 19] op aanwijzing [naam 28] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan [naam 28] doorgegeven, ter bevestiging van de betaling van het overeengekomen bedrag door [naam 28] . Vervolgens is op 21 januari 2017 in totaal € 4.578,20 overgeboekt van de rekening van [aangever 19] naar rekening [rekeningnummer 23] ten name van [naam 29] . Van dit bedrag is dezelfde dag € 4.500,-- gepind door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. Hij heeft ook verklaard dat hij dit deed voor [verdachte] en dat hij daar € 100,-- voor kreeg.

[naam 28] heeft bij de politie melding gemaakt van het feit dat hij in verband met de verkoop van goederen via Marktplaats contact heeft gehad met een persoon die zich [naam 24] noemde en gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . [naam 28] heeft in verband met de verkoop aan die [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd. Vervolgens is [naam 28] benaderd door een vrouw die eveneens contact had gehad met [aangever 33] en van hem een foto van de bankpas van [naam 28] had ontvangen, als zijnde de bankpas van de vrouw van [aangever 33] . De rechtbank heeft reeds hiervoor al overwogen dat [verdachte] de persoon is die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] .

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] in het contact met aangever [aangever 19] het telefoonnummer [telefoonnummer 5] heeft gebruikt en zich heeft voorgedaan als [naam 28] . Ook hier acht de rechtbank voor dit oordeel, naast de verklaring van [medeverdachte 1] en de melding van H. [naam 28] , mede redengevend dat de handelwijze in deze zaak op essentiële punten overeen komt met de handelwijze die gevolgd is in de contacten met de hiervoor genoemde telefoonnummers waarvan de rechtbank bewezen acht dat verdachte [verdachte] telkens de gebruiker is geweest.

[telefoonnummer 6]

Dit telefoonnummer is in periode van 25 januari 2017 tot en met 4 februari 2017 in het contact met drie aangevers gebruikt.

Aangeefster [aangever 29] heeft op 25 januari 2017 een WhatsApp contact gehad met een persoon die zich [naam 30] noemde. Zij heeft een cassetterecorder aan hem verkocht en ter bevestiging van de betaling door [naam 30] een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven. Een dag later is in totaal

€ 6.000,-- van de bankrekening van [aangever 29] overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer 24] ten name van [naam 31] . Van dit bedrag heeft medeverdachte [medeverdachte 1] dezelfde dag € 5.000,-- gepind. Hij heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij dit deed voor [verdachte] en dat hij daar € 100,-- of € 150,-- voor kreeg.

Aangever [aangever 16] is op 1 februari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zijn naam niet genoemd heeft. Deze persoon reageerde op een Marktplaats advertentie van [aangever 16] voor een fotocamera en heeft een foto van een bankpas op naam van [naam 32] naar hem gestuurd. [aangever 16] heeft op zijn beurt op aanwijzing van die persoon een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de betaling van het overeengekomen bedrag door die persoon. Vervolgens is op 2 februari 2017 in totaal € 10.000,-- overgeboekt van de bankrekening van [aangever 16] naar bankrekening [rekeningnummer 25] ten name van [naam 33] en € 5.000,-- naar bankrekening [rekeningnummer 26] ten name van [naam 34] . Van deze bedragen is dezelfde dag in totaal € 7.200,-- gepind door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. Hij heeft ook verklaard dat hij het gepinde geld heeft afgegeven aan [verdachte] .

Tot slot is aangever [aangever 39] op 4 februari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam 30] noemde en hem om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van zijn rijbewijs toestuurde. Ook heeft [naam 30] een foto van de bankpas van [naam 32] toegestuurd (dat zou de bankpas van de vrouw van [naam 30] zijn). [aangever 39] heeft [naam 30] een beamer verkocht. Op verzoek van [naam 30] heeft [aangever 39] een foto van zijn betaalpas naar hem gestuurd. Ter bevestiging van de betaling door [naam 30] heeft [aangever 39] op diens aanwijzingen de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening naar hem gestuurd. Dezelfde dag is € 1.000,-- overgemaakt van de bankrekening van [aangever 39] naar bankrekening [rekeningnummer 27] ten name van [naam 35] . Medeverdachte [medeverdachte 1] had de bankpas op naam van [naam 35] bij zijn aanhouding in zijn bezit. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze bankpas had gekregen van een persoon die hij ‘ [naam 20] ’ noemde. Ter zitting heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij met ‘ [naam 20] ’ [verdachte] bedoelde.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 6] . Voor dit oordeel acht de rechtbank, naast de verklaring van [medeverdachte 1] en de meegestuurde (delen van) de bankpas van [naam 32] , mede redengevend dat de handelwijze in deze zaken op essentiële punten overeen komt met de handelwijze die gevolgd is in de contacten met de hiervoor genoemde telefoonnummers waarvan de rechtbank bewezen acht dat verdachte [verdachte] telkens de gebruiker is geweest.

De verklaring van verdachte [verdachte]

Verdachte [verdachte] is ten tijde van de inhoudelijke behandeling niet ter terechtzitting verschenen en heeft aldaar dus geen verklaring afgelegd.

In zijn verhoren bij de politie heeft hij, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij niet de hoofddader is in dit dossier. Het klopt dat hij pasjes heeft geregeld en aan medeverdachte [medeverdachte 1] gevraagd heeft of hij pasjes kan regelen. Ook moest hij af en toe pinnen. Dat deed hij allemaal in opdracht van iemand anders, wiens naam hij niet wil noemen. Hij heeft ook geprobeerd om goederen op te halen in winkels. Verder heeft hij niets gedaan.

Hij heeft ontkend ooit goederen via marktplaats verkocht te hebben die hij vervolgens niet leverde. Hij heeft ook ontkend telefonisch of anderszins contact met de aangevers te hebben gehad. Hij was van plan om een pizzeria te openen en daarom heeft hij de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 1] geopend bij de ING, maar wat hij met die rekening heeft gedaan weet hij niet meer. Volgens verdachte heeft hij deze nooit gebruikt. Als hem afschrijvingen worden getoond begrijpt hij niet hoe dit kan. Hij weet ook niet waarom mensen hun geld naar hem overgeboekt hebben.

De rechtbank stelt de verklaring van [verdachte] dat hij in opdracht van iemand anders pasjes heeft geregeld en af en toe gepind heeft, als ongeloofwaardig terzijde. Het dossier bevat geen enkele aanwijzing dat hij gehandeld heeft in opdracht van een ander en door [verdachte] weigering om de naam van de opdrachtgever te noemen kan zijn verklaring niet geverifieerd worden.

[verdachte] ontkenning dat hij telefonisch contact heeft gehad met de aangevers stelt de rechtbank op grond van hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de gebruikte telefoonnummers als kennelijk leugenachtig terzijde.

De conclusie met betrekking tot het gebruik van de telefoonnummers

De rechtbank acht bewezen dat het telkens verdachte [verdachte] is geweest die met gebruikmaking van de weergegeven telefoonnummers contact heeft gehad met de 32 onder 1 en 2 van de tenlastelegging genoemde aangevers. De rechtbank acht derhalve bewezen dat [verdachte] telkens de WhatsApp-berichten heeft verstuurd waar de respectievelijke aangevers melding van maken (en in de meeste gevallen bij hun aangifte overgelegd hebben).

Oplichtingsmiddelen

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of [verdachte] de aangevers door aanwending van een of meer oplichtingsmiddelen (te weten het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, het toepassen van listige kunstgrepen en/of het gebruik maken van een samenweefsel van verdichtsels) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (feit 1) en het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of transactie(codes) van de bankrekening van de aangevers (feit 2).

Dit betekent dat de rechtbank moet kunnen vaststellen dat de aangevers zijn overgegaan tot de afgifte van een geldbedrag en het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of transactie(codes) doordat [verdachte] bij hen – door een specifieke, voldoende ernstige mate van bedrieglijk handelen – een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen teneinde daar misbruik van te maken.

Daarbij is de rechtbank gebonden aan de feitelijke omschrijving van de oplichtingsmiddelen die de officieren van justitie in de tenlastelegging hebben opgenomen.

Met deze kanttekeningen voor ogen acht de rechtbank met betrekking feit 1 bewezen dat [verdachte] :

- zich bij drie aangevers heeft voorgedaan als [alias 1 verdachte] en bij één aangever als [alias 2 verdachte] (en daarmee gebruik heeft gemaakt van een valse, in de zin van onrechtmatig gebruikte, naam);

- en daarbij naar twee aangevers een foto van een identiteitsbewijs heeft gestuurd (zijnde een vals, eveneens in de zin van onrechtmatig gebruikt, identiteitsbewijs);

- te kennen heeft gegeven het door de vier aangevers gevraagde artikel te kunnen leveren (zijnde een leugen, want [verdachte] was daartoe op dat moment niet in staat);

- aan de vier aangevers heeft aangegeven deze artikelen direct na de betaling op te sturen (zijnde een leugen, want [verdachte] was dat niet van zins en kon dat op dat moment ook niet).

Dit betreft naar het oordeel van de rechtbank telkens oplichtingsmiddelen (het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels) waardoor de vier aangevers zijn bewogen tot de overboeking van een geldbedrag.

Met betrekking tot feit 2 acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] :

- naar 23 van de 28 aangevers2 een vals identiteitsbewijs of een valse bankpas heeft opgestuurd (vals in de zin van onrechtmatig gebruikt);

- aan de aangevers heeft aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening en dat voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van de aangevers (zijnde een leugen, want voor het doen van een zakelijke betaling is een dergelijke toevoeging niet noodzakelijk);

- aan de aangevers heeft aangegeven de betaling direct in orde te zullen maken (zijnde een leugen, want dat heeft [verdachte] niet gedaan);

- aan de aangevers berichten heeft verzonden waarin werd uitgelegd dat de betreffende aangever een cijfer- en/of bevestigingscode moest doorgeven ter bevestiging van de betaling (zijnde een leugen, want een dergelijke bevestiging is niet nodig);

- naar 21 van de 28 aangevers3 berichten heeft gestuurd waarin hij heeft aangegeven dat de betreffende aangever nog een uur moest wachten om de betaling op zijn/haar bankrekening te kunnen zien (ook dit is een leugen, want een dergelijke wachttijd was niet aan de orde).

Ook hier gaat het naar het oordeel van de rechtbank telkens om oplichtingsmiddelen (het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en/of en een samenweefsel van verdichtsels) waardoor de aangevers zijn bewogen tot het ter beschikking stellen van de inloggegevens en/of transactie(codes) van hun bankrekening.

Feiten 1 en 2: ‘één of meer andere personen’

De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 1 en feit 2 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de oplichting van meer aangevers dan de 32 genoemde personen ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank verdachte [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.

Feit 2: medeplegen

De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] het onder 2 bewezenverklaarde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ gepleegd heeft.

De conclusie met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

4.3.1.2 Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

Onder 3 is aan [verdachte] het medeplegen van identiteitsfraude, strafbaar gesteld in artikel 231b Sr, ten laste gelegd.

In artikel 231b Sr is het opzettelijk en wederrechtelijk gebruik van identificerende persoonsgegevens van een ander strafbaar gesteld, indien dat gebruik plaatsvindt met het oogmerk om zijn identiteit te verhullen en/of de identiteit van de ander te verhullen of misbruiken waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Identificerende persoonsgegevens zijn gegevens waarmee een persoon kan worden geïdentificeerd, zoals naam, adres, woonplaats, postadres, geboortedatum, geslacht en administratieve kenmerken.

Het nadeel dat uit het gebruik kan ontstaan moet betrekking hebben op degene wiens persoonsgegevens zijn misbruikt.

De aan [verdachte] ten laste gelegde identiteitsfraude ziet op het gebruik van de voor- en/of achternamen en afbeeldingen van een identiteitskaart, rijbewijs en/of bankpas met daarop identificerende gegevens van drie personen, te weten [aangever 33] , [aangever 34] en [aangever 7] . Deze namen en afbeeldingen zou [verdachte] in een WhatsApp-bericht telkens naar drie met name genoemde personen hebben gestuurd, met het doel om zijn eigen identiteit voor die personen verborgen te houden.

De bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 3

Met betrekking tot [aangever 33] is hiervoor reeds vastgesteld dat hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude. Begin november 2016 heeft [aangever 33] – in verband met de verkoop van een door hem op marktplaats te koop aangeboden cassettedeck – een foto van zijn bankpas en rijbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een aspirant koper die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Halverwege december 2016 is hij gebeld door een medewerkster van de ING bank met de mededeling dat men geprobeerd had om met de gegevens van zijn bankpas en rijbewijs frauduleuze handelingen te verrichten.

De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

Eveneens is bewezen verklaard dat [verdachte] in het contact met de aangevers [aangever 18] , [aangever 24] en [aangever 20] de naam [aangever 33] heeft gebruikt. Daarnaast heeft [verdachte] aan [aangever 18] en [aangever 24] ook een foto van het rijbewijs van [aangever 33] gestuurd.

Ook met betrekking tot [aangever 34] is hiervoor reeds vastgesteld dat hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude. Eind oktober 2016 heeft [alias 5 verdachte] – in verband met de verkoop van op Marktplaats te koop aangeboden oordopjes – een foto van zijn bankpas en identiteitsbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een persoon die zich [naam 11] noemde en gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Nadien is hij door ongeveer zestien personen benaderd omdat zij waren opgelicht door iemand die gebruik maakte van zijn naam en gegevens.

De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

Eveneens is bewezen verklaard dat [verdachte] in het contact met de aangevers [aangever 7] , [aangever 8] en [aangever 9] de naam [alias 5 verdachte] heeft gebruikt. Daarnaast heeft [verdachte] aan [aangever 7] ook een foto van de identiteitskaart van [alias 5 verdachte] gestuurd.

Zoals hiervoor reeds vastgesteld heeft [aangever 7] een foto van zijn bankpas gestuurd naar de persoon die zich [alias 5 verdachte] noemde, in verband met de betaling door [alias 5 verdachte] van een dwarsfluit. Uit het dossier blijkt dat de bankpas van [aangever 7] nadien naar 21 andere aangevers van internetoplichting is gestuurd. Onder deze aangevers bevonden zich [aangever 18] , [aangever 24] , [aangever 8] , [aangever 9] , [aangever 13] , [aangever 14] en [aangever 12] .

De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] zich in het contact met [aangever 7] heeft voorgedaan als [alias 5 verdachte] .

Eveneens is bewezen verklaard dat [verdachte] in het contact met de aangevers [aangever 7] , [aangever 8] en [aangever 9] de naam [alias 5 verdachte] heeft gebruikt. Daarnaast heeft [verdachte] aan [aangever 7] ook een foto van de identiteitskaart van [alias 5 verdachte] gestuurd.

De verklaring van verdachte [verdachte]

Verdachte [verdachte] heeft, zakelijk weergegeven, ontkend dat hij telefonisch (via WhatsApp) contact heeft gehad met de aangevers. De rechtbank stelt deze verklaring op grond van het hiervoor overwogene als kennelijk leugenachtig terzijde.

heeft de namen van [aangever 33] , [aangever 34] en [aangever 7] en afbeeldingen van hun identiteitskaarten, rijbewijzen en bankpassen met daarop gegevens, zonder hun toestemming gebruikt in het contact met andere aangevers. Deze namen en de gegevens op de afbeeldingen zoals naam, adres, woonplaats, postadres, geboortedatum, geslacht en administratieve kenmerken (bankrekeningnummers) zijn identificerende persoonsgegevens.

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] de genoemde aangevers telkens het idee heeft gegeven dat zij daadwerkelijk te maken hadden met [aangever 33] en [aangever 34] respectievelijk dat zij betaald zouden worden vanaf de bankrekening van [aangever 7] , teneinde te verhullen dat zij in werkelijkheid met hem, verdachte [verdachte] , contact hadden en hij heeft hun identiteit misbruikt.

Daarnaast acht de rechtbank op grond van het hiervoor overwogene bewezen dat hierdoor enig nadeel voor [aangever 33] , [aangever 34] en [aangever 7] is ontstaan.

Het onderdeel ‘één of meer andere personen’

De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 3 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de identiteitsfraude met betrekking tot meer aangevers dan de in de tenlastelegging genoemde personen ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank verdachte [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.

Medeplegen

De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] het onder 3 bewezenverklaarde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ gepleegd heeft.

De conclusie met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

4.3.1.3. Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde

Onder 4 is verdachte [verdachte] het medeplegen van computervredebreuk, als bedoeld in artikel 138ab lid 1 en 2 Sr ten laste gelegd. Hem wordt – kort gezegd – verweten dat hij met behulp van een valse sleutel is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk, te weten de persoonlijke mobiel bankieren pagina/app/bankomgeving van [aangever 36] en [aangever 37] en vervolgens gegevens die in die bankomgeving worden verwerkt voor zichzelf heeft overgenomen door geldbedragen van de bankrekeningen van de genoemde personen over te boeken naar een andere rekening.

De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af.

Aangever [aangever 36] is op 25 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [aangever 38] (adres: [adres 5] ) noemde en reageerde op een advertentie van [aangever 36] op Marktplaats voor een gitaar. Nadat beide partijen tot overeenstemming over de prijs waren gekomen heeft [aangever 38] aan [aangever 36] geappt dat zij via een zakelijke rekening wilde betalen en dat [aangever 36] de betaling moest bevestigen. Op aanwijzing van [aangever 38] heeft [aangever 36] een foto van zijn bankpas aan [aangever 38] doorgestuurd en in goed vertrouwen het mobiel bankieren van de IPhone 6 van [aangever 38] geactiveerd. Ook heeft hij de tancode van zijn ING bankrekening aan haar doorgegeven. Daardoor heeft hij, via mobiel bankieren, de telefoon van [aangever 38] toegang gegeven tot zijn bankrekening.

Vervolgens is dezelfde dag in totaal € 755,-- van de rekening van [aangever 36] overgeboekt naar een voor [aangever 36] onbekende bankrekening, te weten bankrekeningnummer [rekeningnummer 28] op naam van [naam 36] .

De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat [verdachte] onder de naam van [aangever 38] contact heeft gehad met meerdere aangevers van oplichting. Zo is aangever [aangever 6] een dag eerder, op 24 april 2016, eveneens benaderd door verdachte [verdachte] , die in dat contact de naam [aangever 38] gebruikte.

Op grond van de weergeven feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] opzettelijk en wederrechtelijk met behulp van valselijk verkregen inloggegevens heeft ingelogd in de mobiel internetbankieren pagina/app/bank-omgeving (van de ING bank) van [aangever 36] en vervolgens een geldbedrag van de bankrekening van [aangever 36] heeft overgeboekt naar een andere bankrekening.

[aangever 37] heeft op 18 december 2016 via WhatsApp contact gehad met een persoon die zich [aangever 33] noemde en die reageerde op een advertentie van [aangever 37] voor een trompet. Ook [aangever 37] heeft op aanwijzing van [aangever 33] de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de overboeking door [aangever 33] .

Vervolgens is op 18 december 2016 in totaal € 1.000,-- van de rekening van [aangever 37] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer 29] op naam van ‘Hahaha’.

De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat [verdachte] onder de naam van [aangever 33] contact heeft gehad met meerdere aangevers van oplichting. Zo zijn de aangevers [aangever 22] en [aangever 23] op dezelfde dag, te weten 18 december 2016, benaderd door [verdachte] , die in dat contact de naam [aangever 33] gebruikte.

De verklaring van [verdachte]

heeft, zakelijk weergegeven, ontkend dat hij telefonisch (via WhatsApp) contact heeft gehad met de aangevers. Hij heeft geen computervredebreuk gepleegd, maar enkel pasjes geregeld en soms gepind in opdracht voor iemand anders. Hij heeft geen andere handelingen verricht.

De rechtbank stelt deze ontkennende verklaring op grond van het hiervoor overwogene als kennelijk leugenachtig terzijde.

Op grond van de weergeven feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] opzettelijk en wederrechtelijk met behulp van valselijk verkregen inloggegevens heeft ingelogd in de mobiel internetbankieren pagina/app/bank-omgeving (van de Rabobank) van [aangever 37] en vervolgens een geldbedrag van de bankrekening van [aangever 37] heeft overgeboekt naar een andere bankrekening.

Het onderdeel ‘één of meer andere personen’

De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 4 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de computervredebreuk met betrekking tot meer aangevers dan de in de tenlastelegging genoemde personen ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank verdachte [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.

Medeplegen

De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] het onder 4 bewezenverklaarde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ gepleegd heeft.

De conclusie met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

4.3.1.4 Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde

Feit 5 betreft de deelneming aan een criminele organisatie, als bedoeld in artikel 140 Sr.

Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Voor het bewijs van het oogmerk van de organisatie, te weten het plegen van misdrijven, zal o.a. betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Er is sprake van deelnemen aan de organisatie indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor deelneming is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. De betrokkene behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.

De bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 5

De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] zich in de periode van 22 november 2016 tot en met 6 februari 2017 schuldig heeft gemaakt aan oplichting, identiteitsfraude en computervredebreuk met betrekking tot meerdere personen.

Uit het dossier kan de volgende werkwijze worden vastgesteld.

De verkoper plaatst op Marktplaats een advertentie waarin hij een goed te koop aanbiedt en vermeldt daarbij zijn telefoonnummer. [verdachte] reageert via WhatsApp op deze advertentie en bericht dat hij interesse heeft in het aangeboden goed. Hij gebruikt daarbij de naam van een andere persoon. Vervolgens komen [verdachte] en de koper een bedrag overeen. [verdachte] wekt op slinkse wijze het vertrouwen van de koper door hem via WhatsApp een kopie van een identiteitsbewijs en/of bankpasje (op naam van die andere persoon of van diens vrouw) toe te sturen. [verdachte] vraagt de verkoper een afbeelding van zijn identiteitskaart en bankpas terug te sturen. [verdachte] deelt mee dat hij het overeengekomen bedrag wil betalen via zijn zakelijke bankrekening en dat de verkoper deze betaling moet bevestigen. De verkoper laat zich door [verdachte] instrueren om de betaling te bevestigen. Op deze wijze ontfutselt [verdachte] alle noodzakelijke gegevens voor het mobielbankierenaccount van de verkoper. [verdachte] kan hierdoor het mobielbankierenaccount van de verkoper activeren op zijn telefoon en daarmee toegang krijgen tot de bankrekening van de verkoper. [verdachte] is in staat om, zonder toestemming van de verkoper, geldbedragen over te schrijven naar de bankrekening van een door medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] geronselde katvanger. Deze katvangers hebben hun rekening, bankpasje en pincode tegen een geringe vergoeding ter beschikking gesteld. Bedragen die door [verdachte] worden overgeschreven worden direct na de overschrijving contant opgenomen bij een pinautomaat door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] en zij komen op deze manier in het bezit van het van de bankrekening overgemaakt geld. Ook betaalt [verdachte] vanaf de bankrekening van de verkoper goederen die hij online bestelt bij onder meer de [webshop 1] en [webshop 2] , waarbij hij laat weten dat de goederen opgehaald zullen worden. De online bestelde goederen worden kort na de bestelling opgehaald door [medeverdachte 1] of een door [medeverdachte 1] of [verdachte] geregelde katvanger.

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben aldus een faciliterende rol gespeeld bij het in handen krijgen van de door (internet)oplichting verkregen geldbedragen en goederen.

Uit de bij de oplichting van de aangevers gevolgde werkwijze leidt de rechtbank af dat sprake was van een van tevoren afgesproken taakverdeling. In het kader van die werkwijze vonden in een kort tijdsbestek de volgende handelingen plaats:

- contact leggen met een aanbieder naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats;

- overhalen/betalen van een katvanger;

- regelen van de pas en bijbehorende pincode;

- verkrijgen van de inloggegevens van de aanbieder;

- overboeken van het geld van de rekening van de aanbieder naar de katvangersrekening;

- informeren van mededaders dat het geld op een rekening is gestort;

- binnen een uur (laten) opnemen van het geld, of

- bestellen van goederen bij webwinkels en het en het (laten) afhalen van die goederen.

Deze handelingen duiden op een samenwerkingsverband, waarbij de rollen van de deelnemers niet gelijk waren. Er bestond een bepaalde hiërarchie binnen het samenwerkingsverband, waarbij verdachte [verdachte] telkens de initiatiefnemer van de oplichtingen was en ook het contact met de aanbieders op Marktplaats onderhield. Voor het regelen en van de benodigde bankpasjes en het pinnen van het geld van de rekeningen van de katvangers schakelde [verdachte] zijn medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in.

Op verzoek van [verdachte] regelden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] tegen een geringe vergoeding een “R-tje” (bankpas Rabobank) van een katvanger. Direct nadat het geld was weggesluisd door [verdachte] gaf hij [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] een seintje dat zij zich naar de pinautomaat (“R”) moesten begeven. Vervolgens namen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] of een katvanger enkele minuten na de overboeking de bedragen met duizenden (kop) euro’s tegelijk op bij de pinautomaat, waarna zij het gepinde geld aan [verdachte] afgaven. Het bewijs voor deze handelingen wordt op onderdelen ondersteund door meerdere tapgesprekken (tussen enerzijds [verdachte] en anderzijds [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ) en door verklaringen van de personen die hun bankpas ter beschikking hebben gesteld.

De verdachten hebben rond de tijdstippen van de individuele oplichtingen steeds nauw contact met elkaar gehad en zij stemden onderling af hoe te handelen voor en na de oplichtingen.

Uit het vorenstaande blijkt dat de samenwerking een duurzaam en gestructureerd karakter had, dat [verdachte] behoorde tot dit samenwerkingsverband en dat hij een groot aandeel heeft gehad en ondersteuning heeft geboden aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Zoals eerder overwogen acht de rechtbank de feiten 1 tot en met 4 bewezen. [verdachte] wist dan ook dat de organisatie het oogmerk had tot het plegen van misdrijven.

De verklaring van verdachte [verdachte]

Zoals hiervoor bij de feiten 1 en 2 al is gememoreerd heeft [verdachte] verklaard dat hij niet de hoofddader is in dit dossier. Het klopt dat hij pasjes heeft geregeld en aan medeverdachte [medeverdachte 1] gevraagd heeft of hij pasjes kan regelen. Ook moest hij af en toe pinnen. Dat deed hij allemaal in opdracht van iemand anders, wiens naam hij niet wil noemen. Hij heeft ook geprobeerd om goederen op te halen in winkels. Verder heeft hij niets gedaan.

Onder verwijzing naar hetgeen bij de feiten 1 en 2 is overwogen stelt de rechtbank de verklaring van [verdachte] dat hij in opdracht van iemand anders pasjes heeft geregeld en af en toe gepind heeft, als ongeloofwaardig terzijde.

Op grond van het voren overwogene acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] deel heeft uitgemaakt van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van oplichting, computervredebreuk, ID-fraude en het witwassen van het daarmee verkregen geld.

De rechtbank leidt uit het dossier af dat meer dan 350 personen het slachtoffer zijn geworden van oplichting door de criminele organisatie, waarbij in totaal meer dan € 325.000,-- aan nadeel is vastgesteld.

Het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’

De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 5 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de deelneming aan een criminele organisatie van meer personen dan de drie genoemde personen (naast verdachte [verdachte] ) ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.

De conclusie met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 11 maart 2016 tot en met 16 maart 2016 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 1] ,

- [aangever 2] ,

- [aangever 3] en

- [aangever 4]

heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld immers heeft hij, verdachte

- naar aanleiding van een door die aangevers op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop gevraagd artikel,

- middels het mobiele nummer [telefoonnummer 1] via 'WhatsApp' contact opgenomen met die aangevers,

- zich voorgedaan als [alias 1 verdachte] of [alias 2 verdachte] en/of daarbij een afbeelding van een identiteitsbewijs en/of bankpas naar die aangevers verstuurd,

- daarbij te kennen gegeven het gevraagde artikel te kunnen leveren,

- aangegeven dat na de betaling op rekeningnummer [rekeningnummer 1] direct de gevraagde goederen op te zullen sturen;

2.

hij in de periode van 10 april 2016 tot en met 4 februari 2017 in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,

  • -

    [aangever 5] ,

  • -

    [aangever 6] ,

  • -

    [aangever 7] ,

- [aangever 8] ,

- [aangever 9] ,

- [aangever 10] ,

- [aangever 11] ,

- [aangever 12] ,

- [aangever 13] ,

- [aangever 14] ,

- [aangever 39] ,

- [aangever 16] ,

- [aangever 17] ,

- [aangever 18] ,

- [aangever 19] ,

- [aangever 20] ,

- [aangever 21] ,

- [aangever 22] ,

- [aangever 23] ,

- [aangever 24] ,

- [aangever 25] ,

- [aangever 26] ,

- [aangever 27] ,

- [aangever 28] ,

- [aangever 29] ,

- [aangever 30] ,

- [aangever 31] ,

- [aangever 32]

heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van voornoemde personen bij de ING bank en/of Rabobank en/of ABN bank aan verdachte immers heeft hij, verdachte

- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel,

- middels een mobiele telefoon via 'WhatsApp' contact opgenomen met voornoemde personen en daarbij snel overeenstemming bereikt met betrekking tot de koop/verkoopprijs,

- een niet op verdachtes naam staand identiteitsbewijs en/of bankpas naar voornoemde personen verzonden,

- aan voornoemde personen gevraagd om ook een afbeelding en/of de gegevens van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,

- aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,

- aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van voornoemde personen,

- aangegeven de betaling direct in orde te zullen maken,

- WhatsApp berichten naar voornoemde personen verzonden waarin werd uitgelegd dat die personen een cijfer- en/of bevestigingscode moesten doorgeven ter bevestiging van de betaling,

- waarna voornoemde personen die codes hebben doorgegeven en

- vervolgens nog WhatsApp berichten gestuurd waarin hij heeft aangegeven dat voornoemde personen nog een uur moest wachten om de betaling op hun bankrekening te kunnen zien;

3.

hij in de periode van 19 oktober 2016 tot en met 06 februari 2017 in Nederland,

opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van anderen te weten:

- ( een deel van) de voornamen en/of achternamen van na te noemen personen en/of

- een afbeelding van een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een bankpas op naam van

- [aangever 33] ,

- [aangever 34] ,

- [aangever 7] ,

heeft gebruikt door

- ( telkens) (een deel van) de voornamen en/of achternamen van voornoemde [aangever 33] , [aangever 34] of [aangever 7] te vermelden in een WhatsApp-bericht en/of

- die afbeeldingen met die identificerende gegevens (telkens) te versturen in een Whatsapp-bericht naar

- [aangever 18] ,

- [aangever 24] ,

- [aangever 20] ,

- [aangever 8] ,

- [aangever 7] ,

- [aangever 9] ,

- [aangever 13] ,

- [aangever 14] ,

- [aangever 12] ,

met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;

4.

hij op 25 april 2016 en op 18 december 2016 in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van een) geautomatiseerd werk, te weten de webserver en/of persoonlijke mobiel bankieren app/bankomgeving van de bank (ING bank of Rabobank) van

- [aangever 36] en

- [aangever 37]

is binnengedrongen

a. door een technische ingreep,

b. met behulp van een valse sleutel en

c. door het aannemen van een valse hoedanigheid, door

- na een door hiervoor genoemde personen geplaatste advertentie op Marktplaats in verband met een door hen te koop aangeboden artikel,

- via WhatsApp contact met die personen te maken en snel overeenstemming te bereiken over de vraagprijs,

- het via WhatsApp naar voornoemde personen versturen van een kopie van een bankpas en/of ID bewijs op naam van [aangever 38] of [aangever 33] waarmee hij, verdachte zich heeft voorgedaan als een bonafide koper van goederen,

- via WhatsApp (vervolgens) aan te geven dat er voor de betaling van goederen gebruik diende te worden gemaakt van een zakelijke rekening,

- met behulp van door die valse hoedanigheid, in te loggen op de webserver en/of de mobiel internetbankieren app/bankomgeving van de bank van die [aangever 36] en [aangever 37]

en vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf heeft overgenomen (te weten door (telkens) met behulp van die vals verkregen bevestigingscodes een geldbedrag van die rekeningen over te boeken naar een andere rekening);

5.

hij in de periode van 22 november 2016 tot en met 06 februari 2017 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (oplichting in vereniging, computervredebreuk, witwassen en één ander misdrijf).

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 138ab, 140, 231b en 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feiten 1 en 2

telkens het misdrijf: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken;

feit 4

het misdrijf: computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd;

feit 5

het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn gelet op bijzondere omstandigheden. De officieren van justitie hebben wel acht geslagen op het lange tijdsverloop sinds de inverzekeringstelling en hebben hier rekening mee gehouden in de strafeis.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover het de vier aangevers [aangever 8] , [aangever 11] , [aangever 18] en [aangever 20] betreft. Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover het de drie aangevers [aangever 8] , [aangever 18] en [aangever 20] betreft. De raadsman is van mening dat ten aanzien van deze feiten kan worden volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.

Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

[verdachte] heeft een sturende rol gehad in de criminele organisatie, heeft gedurende een jaar een groot aantal personen opgelicht, identificerende persoonsgegevens misbruikt en computervredebreuk gepleegd.

Aan de hand van advertenties op Marktplaats benaderde [verdachte] aangevers waarbij hij zich voordeed als koper of verkoper en op slinkse wijze het vertrouwen wekte van aangevers. Dat deed [verdachte] niet alleen door vertrouwenwekkende teksten via WhatsAppberichten te sturen en foto’s van kinderen als profielfoto te gebruiken, maar ook door het sturen van foto’s van identiteitsbewijzen en bankpassen die van anderen waren. Aangevers kregen daardoor ten onrechte de indruk dat zij met een betrouwbare koper of verkoper te maken hadden, waarna zij op geraffineerde wijze opgelicht werden. Sommige aangevers betaalden voor goederen die zij niet geleverd kregen, maar in verreweg de meeste gevallen deed [verdachte] zich voor als koper, deed hij alsof hij meteen via een zakelijke rekening kon betalen en gaf [verdachte] aangevers instructies waarmee hij hen op sluwe wijze bankcodes ontfutselde. Als geweigerd werd codes af te geven, dreigde [verdachte] vaak met het inschakelen van de [motorclub] , hetgeen door enkele aangevers als zeer bedreigend is ervaren. Na ontvangst van de codes verschafte [verdachte] zichzelf zonder toestemming toegang tot het internetbankieren van aangevers en werd geld overgeschreven op andere bankrekeningen, veelal bankrekeningen van katvangers. Vaak ging het daarbij om forse bedragen. Ook werden goederen door [verdachte] besteld die door hem werden betaald vanaf bankrekeningen van aangevers.

Bedragen die werden overgeschreven werden kort na de overschrijving contant opgenomen bij een pinautomaat. Het geld werd meestal gepind door leden van de criminele organisatie, maar ook door andere personen die zij daarvoor inschakelden. Als anderen pinden waren leden van de criminele organisatie in de regel in de directe nabijheid en moest het geld aan hen worden afgegeven.

Voorafgaand aan het pinnen ronselden de leden van de criminele organisatie katvangers die tegen een geringe vergoeding hun bankrekening, bankpas en pincode ter beschikking stelden. Zo nodig lieten zij katvangers voorafgaand aan het pinnen hun opnamelimieten verhogen. Deze katvangers waren vaak kwetsbare personen met financiële problemen die de vergoeding goed konden gebruiken en de gevolgen voor lief namen. Bestelde goederen werden doorgaans door leden van de criminele organisatie opgehaald, soms schakelden zij anderen daarvoor in. Dit alles vereiste een strakke organisatie waarbij de leden van de criminele organisatie vrijwel constant met elkaar in verbinding stonden. [verdachte] was daarin de spin in het web. Hij lichtte de mensen op, gaf opdrachten om pinpassen te regelen, te pinnen en bestelde goederen op te halen. Het gepinde geld en opgehaalde goederen moesten bij [verdachte] worden ingeleverd. Ook bepaalde [verdachte] de hoogte van de vergoedingen die de leden van de criminele organisatie en anderen kregen voor hun activiteiten. Op deze wijze zijn meer dan 350 mensen opgelicht voor een bedrag van in totaal ruim € 325.000,--.

De rechtbank rekent [verdachte] het gebruik van deze professionele werkwijze in een strak georganiseerd verband zwaar aan.

Door zo te handelen heeft [verdachte] niet alleen op grove wijze het vertrouwen geschaad dat aangevers in hem als koper of verkoper hadden, maar ook het vertrouwen van mensen in websites zoals Marktplaats waar zij elkaar digitaal ontmoeten om zaken te doen. Digitale oplichtingspraktijken hebben bovendien tot gevolg dat mensen minder vertrouwen hebben in elektronisch bankieren.

Met de voorzienbare gevolgen voor aangevers en de personen die hun bankrekening ter beschikking stelden, heeft [verdachte] geen rekening gehouden. Een aantal aangevers heeft de overgeschreven bedragen niet vergoed gekregen van hun bank en heeft daardoor schade geleden. Dikwijls hadden aangevers gevoelens van schaamte omdat zij zich op hebben laten lichten. Aangevers van wie persoonsgegevens bij de oplichtingen zijn misbruikt, zijn door andere aangevers benaderd en onheus bejegend omdat zij ten onrechte werden aangezien voor oplichters. De rekeningen van de vele katvangers werden door de bank geblokkeerd waarna vaak de bankrelatie door de bank werd opgezegd. Kortom, [verdachte] liet door zijn handelen een spoor van ellende achter en hij heeft enkel oog gehad voor zijn eigen gewin.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van [verdachte] van 6 oktober 2020, waaruit blijkt dat hij recent niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Uit het uittreksel blijkt tevens dat sprake is van openstaande zaken die zien op oplichtingen en deelname aan een criminele organisatie in de periode van 1 januari 2018 tot en met 1 juni 2019.

De rechtbank neemt ook in aanmerking de inhoud van het over [verdachte] opgemaakte reclasseringsrapport van 10 november 2017 en het voortgangsverslag toezicht van de reclassering van 26 september 2019. Hieruit blijkt dat [verdachte] in het buitenland zou verblijven omdat hij niet vast wilde zitten. Het reclasseringstoezicht dat door de rechtbank is opgelegd in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis is niet van de grond gekomen en het is daarom niet mogelijk geweest voor de reclassering om het gedrag van [verdachte] te veranderen om zo het risico op herhaling te verminderen.

Gezien de ernst en de omvang van de feiten zoals hiervoor geschetst, is de rechtbank van oordeel dat de enige passende sanctie een gevangenisstraf is. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf betrekt de rechtbank de straffen die doorgaans worden opgelegd in soortgelijke zaken.

Omdat [verdachte] recent niet eerder veroordeeld is voor soortgelijke feiten en om hem ervan te weerhouden zich wederom schuldig te maken aan strafbare feiten, zal de rechtbank een gedeelte van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen.

De redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Als uitgangspunt heeft immers te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op 6 februari 2017, de dag dat [verdachte] in verzekering is gesteld. Op 23 mei 2017 heeft een pro forma zitting plaatsgevonden en op 10 december 2019 een regiezitting. Op 27 oktober 2020 is de inhoudelijke behandeling aangevangen en de rechtbank doet uitspraak op 17 december 2020. De totale tijdsduur van deze zaak bedraagt dus ruim drie jaren en tien maanden. Een deel van deze tijdsduur, door de rechtbank begroot op tien maanden, is toe te schrijven aan de omstandigheid dat op verzoek van de verdediging getuigen zijn gehoord bij de rechter-commissaris. De redelijke termijn is dan ook met één jaar overschreden. De rechtbank zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat door de op te leggen gevangenisstraf te verminderen met 10%.4

In beginsel acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden passend en geboden, maar de rechtbank zal, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn een strafvermindering van vier maanden en twee weken toepassen en [verdachte] veroordelen tot een gevangenisstraf van 40 maanden en twee weken, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Het door [verdachte] gerealiseerde voordeel

De officieren van justitie hebben niet – op grond van artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering – bij requisitoir kenbaar gemaakt dat het voornemen bestaat een vordering bedoeld in artikel 36e Sr (ontnemingsvordering) tegen [verdachte] aanhangig te maken. De rechtbank is niet bekend dat [verdachte] eerder van een dergelijk voornemen op de hoogte is gebracht. Op grond van deze overwegingen gaat de rechtbank er van uit dat het Openbaar Ministerie geen ontnemingsvordering zal indienen, teneinde het door [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen. Als gevolg daarvan zou [verdachte] het geld, dat hij verkregen heeft door de bewezenverklaarde strafbare feiten, kunnen behouden en aldus blijvend financieel beter worden van die feiten. De rechtbank acht dit een ongewenste situatie.

Teneinde [verdachte] financieel in dezelfde positie te brengen als vóór het plegen van de bewezenverklaarde strafbare feiten zal de rechtbank als bijkomende straf het netto voordeel dat hij uit die feiten verkregen heeft, verbeurd verklaren. Daarbij leidt de rechtbank uit het dossier af dat [verdachte] uitsluitend kosten heeft gemaakt voor het regelen van de benodigde bankrekeningen/bankpassen en pinners en dat het na aftrek van die kosten resterende voordeel geheel aan [verdachte] is toegekomen.

De rechtbank berekent dit voordeel – in geschatte en afgeronde bedragen – als volgt:

- bruto voordeel, behaald met feit 5 (deelneming aan een criminele organisatie) € 325.000,--

toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen € 100.000,-- -/-

kosten voor regelen van bankrekeningen/pasjes en pinners € 50.000,-- -/-

- netto voordeel € 175.000,--.

De rechtbank overweegt dat aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring is voldaan, nu:

a. [verdachte] veroordeeld wordt voor een strafbaar feit (artikel 33 Sr), en

b. het berekende geldbedrag een voorwerp betreft dat aan [verdachte] toebehoort en dat hij door middel van of uit de baten van het onder 5 bewezenverklaarde strafbare feit heeft verkregen (artikel 33a, eerste lid, letter a Sr). Het geldbedrag is aldus vatbaar voor verbeurdverklaring.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partijen

Feit 1

[aangever 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. De benadeelde heeft geld overgeboekt naar een bankrekening maar geen product geleverd gekregen.

[aangever 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 100,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. De benadeelde heeft geld overgeboekt naar een bankrekening maar geen product geleverd gekregen.

Feit 2

De Rabobank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 90.088,87, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schade-vergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Een bedrag van € 70.408,87 heeft de Rabobank aangewend om de schade van slachtoffers van fraude te vergoeden. Bij de vordering is een overzicht gevoegd waarop is te zien welk bedrag de bank aan welk slachtoffer heeft vergoed. Een bedrag van € 19.680,-- heeft de Rabobank besteed aan onderzoek.

De ING heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 720,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. De ING heeft dit bedrag besteed aan onderzoek.

[aangever 6] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 727,24, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schade-vergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Een bedrag van € 700,-- is afgeschreven van de bankrekening als gevolg van oplichting. Een bedrag van € 27,24 wordt gevorderd als verlofuren.

[aangever 8] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, afschrijving van de bankrekening als gevolg van oplichting.

[aangever 18] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 940,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, afschrijving van de bankrekening als gevolg van oplichting.

[aangever 19] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.578,20, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schade-vergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, afschrijving van de bank-rekening als gevolg van oplichting.

[aangever 23] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 450,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schade-vergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

[aangever 27] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 679,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schade-vergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, afschrijving van de bank-rekening als gevolg van oplichting.

[aangever 28] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 969,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, afschrijving van de bankrekening als gevolg van oplichting.

[aangever 29] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 940,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Een bedrag van € 40,-- is aangewend als telefoonkosten. Een bedrag van € 850,-- is aangewend als advocaatkosten en een bedrag van € 50,-- is aangewend als verlofuren. In een toelichting heeft de benadeelde partij aangevoerd dat zij drie dagen verlof heeft moeten opnemen in plaats van de gevorderde halve dag.

Feit 4

[aangever 36] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 755,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schade-vergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, afschrijving van de bank-rekening als gevolg van oplichting.

8.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben verzocht om de vordering van de benadeelde partij [aangever 8] niet-ontvankelijk te verklaren nu zij door de Rabobank schadeloos is gesteld.

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [aangever 29] onvoldoende onderbouwd is. De officieren van justitie verzoeken de rechtbank gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid. Uit de aanvulling per e-mail volgt dat [aangever 29] drie dagen verlof heeft moeten opnemen. Zij verzoeken de rechtbank aansluiting te zoeken bij de uurvergoeding van € 6,81 per uur uit het Besluit Tarief in Strafzaken, artikel 8, lid 1 onder d. De officieren van justitie verzoeken een vergoeding van € 163,44 toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officieren van justitie hebben ook verzocht om de vordering van de Rabobank voor een bedrag van € 19.680,-- toe te wijzen. Het overige deel van de vordering dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De officieren van justitie hebben voorts verzocht om de vorderingen van [aangever 1] , [aangever 3] , [aangever 6] , [aangever 18] , [aangever 19] , [aangever 23] , [aangever 27] , [aangever 28] , ING en [aangever 36] in zijn geheel toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officieren van justitie hebben tot slot verzocht om ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever 28] en [aangever 19] te bepalen dat verdachte voor die schade hoofdelijk aansprakelijk is, samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] .

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de vordering van de benadeelde partij [aangever 18] niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de vordering niet is ondertekend.

De raadsman heeft tot slot verzocht om de vorderingen van de benadeelde partijen ING en Rabobank niet-ontvankelijk te verklaren omdat geen sprake is van rechtstreekse schade.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

[aangever 1]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 250,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

[aangever 3]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 100,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ten aanzien van feit 2

Rabobank en ING Bank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de schade die de ING bank en de Rabobank vorderen voor vergoeding in aanmerking komt.

Vooropgesteld moet worden dat een benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding kan indienen als er sprake is van schade die rechtstreeks aan haar is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Dat volgt uit artikel 361 en 51f, eerste lid, Sv. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad5blijkt dat deze eis niet te strikt moet worden uitgelegd. Er moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de vraag of het slachtoffer is geraakt in het belang dat de geschonden norm beschermt, niet doorslaggevend is. Niet uitgesloten is dat de schade weliswaar niet het rechtstreekse gevolg is van de bewezen verklaarde gedraging als zodanig, maar dat – gelet op de uit de bewijsvoering blijkende gedragingen van de verdachte – de door de benadeelde partij geleden schade in zodanig nauw verband staat met het bewezen verklaarde feit, dat die schade redelijkerwijs moet worden aangemerkt als rechtstreeks aan de benadeelde partij door dat feit te zijn toegebracht, zoals bedoeld in voornoemde wetsartikelen.

Gelet op de concrete omstandigheden in deze zaak is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanig nauw verband tussen de schade die de banken hebben geleden en de door verdachte gepleegde feiten. Verdachte is schuldig bevonden aan oplichting, waarbij geldbedragen van rekeninghouders van de banken zijn overgeboekt naar rekeningen van katvangers. Voor zover de Rabobank haar klanten heeft gecompenseerd voor de schade is dat in het maatschappelijke verkeer een voorzienbare reactie en het rechtstreekse gevolg van een fraude die zich richt op klanten van de Rabobank. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde bedragen die door de Rabobank aan hun klanten zijn uitgekeerd dan ook toewijzen. Ook zal de rechtbank de gevorderde onderzoekskosten die door de Rabobank en ING zijn gemaakt toewijzen.

De rechtbank zal het gevorderde door de Rabobank toewijzen tot een bedrag van € 90.088,87, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

De rechtbank zal het gevorderde door de ING Bank toewijzen tot een bedrag van € 720,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

[aangever 6]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 727,24, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

[aangever 8]

De door de benadeelde partij opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de schade reeds is vergoed door de Rabobank. De benadeelde partij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[aangever 18]

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de vordering niet is ondertekend. De rechtbank heeft echter geen reden om eraan te twijfelen dat de handgeschreven vordering van aangever [aangever 18] afkomstig is, mede gezien de bij de vordering gevoegde bijlage. De rechtbank verwerpt om die reden het verweer.

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 940,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

[aangever 19]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 4.578,20,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

[aangever 23]

De door de benadeelde partij onder immateriële schade opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Aantasting van de persoon of geestelijk letsel is niet vastgesteld, zij het dat het handelen van [verdachte] (veel) overlast en ellende heeft veroorzaakt.

Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[aangever 27]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 679,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

[aangever 28]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 969,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

[aangever 29]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten ‘telefoonkosten’ en ‘advocaatkosten’ zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal deze posten daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Met betrekking tot de schadepost ‘verlofuren’ is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Met betrekking tot de schadepost ‘verlofuren’ begroot de rechtbank, gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek, de schade op € 163,44. De rechtbank heeft daarbij aansluiting gezocht bij de uurvergoeding van € 6,81 per uur uit het Besluit Tarief in Strafzaken, artikel 8, lid 1 onder d. Gerekend met een gemiddelde werkdag van 8 uren x 3 dagen levert dit een vergoeding op van € 163,44. De rechtbank zal de vordering tot zover toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van feit 4

[aangever 36]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 755,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Aan de schadevergoedingsmaatregel wordt gijzeling verbonden. Voor de bepaling van de omvang van de gijzeling is het bepaalde in artikel 36f, vijfde lid, juncto artikel 24c, derde lid, Sr van toepassing. Hieruit volgt dat de gijzeling ten hoogste een jaar mag belopen.

Indien de gijzeling van al de toegewezen vorderingen bij elkaar wordt opgeteld, zou de gijzeling de maximaal toegestane duur van een jaar ruimschoots overschrijden. Gelet hierop zal de rechtbank ten aanzien van de vordering van de Rabobank, de hoogste vordering, de gijzeling van de overige vorderingen in mindering brengen, zodat de maximaal toegestane duur niet wordt overschreden.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 34 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1 en 2

telkens het misdrijf: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken;

feit 4

het misdrijf: computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd;

feit 5

het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden en 2 (twee) weken;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de hierna genoemde benadeelde partijen van het hierna volgende bedrag:

[aangever 1] (feit 1):

€ 250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2016;

[aangever 3] (feit 1):

€ 100,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2016;

Rabobank (feit 2):

€ 90.088,87, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2017;

ING (feit 2):

€ 720,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2017;

[aangever 6] (feit 2):

€ 727,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 april 2016;

[aangever 18] (feit 2):

€ 940,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 december 2016;

[aangever 19] (feit 2):

€ 4.578,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2017, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

[aangever 27] (feit 2):

€ 679,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2016;

[aangever 28] (feit 2):

€ 969,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2017, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

[aangever 29] (feit 2):

€ 163,44,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2017;

[aangever 36] (feit 4):

€ 755,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 april 2016;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van de hierna te noemen bedragen ten behoeve van de benadeelden, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

[aangever 1] (feit 1):

€ 250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2016 / gijzeling voor de duur van vijf (5) dagen;

[aangever 3] (feit 1):

€ 100,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2016 / gijzeling voor de duur van twee (2) dagen;

Rabobank (feit 2):

€ 90.088,87, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2017 / gijzeling voor de duur van tweehonderdacht (208) dagen;

ING (feit 2):

€ 720,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2017 / gijzeling voor de duur van veertien (14) dagen;

[aangever 6] (feit 2):

€ 727,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 april 2016 / gijzeling voor de duur van veertien (14) dagen;

[aangever 18] (feit 2):

€ 940,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 december 2016 / gijzeling voor de duur van achttien (18) dagen;

[aangever 19] (feit 2):

€ 4.578,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2017 / gijzeling voor de duur van 55 dagen – een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan –;

[aangever 27] (feit 2):

€ 679,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2016 / gijzeling voor de duur van twaalf (12) dagen;

[aangever 28] (feit 2):

€ 969,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2017, / gijzeling voor de duur van negentien (19) dagen – een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan –;

[aangever 29] (feit 2):

€ 163,44,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2017 / gijzeling voor de duur van drie (3) dagen;

[aangever 36] (feit 4):

€ 755,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 april 2016 / gijzeling voor de duur van vijftien (15) dagen;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [aangever 8] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [aangever 23] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [aangever 29] voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bijkomende straf

- verklaart verbeurd een geldbedrag van € 175.000,-- (honderdvijfenzeventigduizend euro), bij niet betalen te vervangen door 365 dagen vervangende hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. H. Stam en mr. D. van den Berg, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat en mr. S.R. Kuiper, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2020.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. In het geval wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreffen dit pagina’s uit het dossier van [verdachte] van de Politie Eenheid Oost-Nederland. Per bewijsmiddel wordt het betreffende subdossier aangeduid. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een tapgesprek, betreft dit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5° Sv, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek waarvan de kenmerken worden vermeld – voor zover van toepassing – namelijk datum, tijdstip, sessienummer en paginanummer.

Feit 1

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 3 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1350 tot en met 1352 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

Ik ben op 12 maart 2016 door [alias 1 verdachte] (adres: [adres 2] ), telefoonnummer [telefoonnummer 1] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf een Samsung te zoeken. Adrianus zei dat hij deze telefoon had en kon opsturen. Hij gaf mij een kopie van zijn paspoort. We spraken af dat ik eerst de helft van het bedrag zou overmaken en na ontvangst van de telefoon de andere helft. Ik heb vervolgens € 250,-- overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 1] . Later op de dag stuurde hij mij een WhatsAppje met dat hij toch liever het hele bedrag wilde ontvangen. Ik ging daarmee niet akkoord en vroeg mijn geld terug maar hij heeft niet meer gereageerd en niets teruggestort.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 38] van 6 februari 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8856 en 8857 van het hoofddossier ID fraude (Map 14):

Ik ben benaderd door [alias 1 verdachte] op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een product zocht. We kamen een prijs overeen. Ik heb het product echter nooit ontvangen. Ik heb via Facebook contact met meneer [alias 1 verdachte] opgenomen. Uiteindelijk hebben we gebeld. Hij liet mij het volgende weten: ‘Ik ben geen oplichter, vervelend dit te horen. Mijn gegevens worden gebruikt. Het bankrekeningnummer waar u geld naar heeft overgemaakt, is niet van mij’.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 6 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1383 tot en met 1385 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

Ik ben op 16 maart 2016 door [alias 1 verdachte] (adres: [adres 2] ), telefoonnummer [telefoonnummer 1] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf [winkel] zegels te zoeken. Hij zei de zegels te zullen opsturen. We spraken af dat ik € 35,-- zou overmaken. Ik heb vervolgens € 35,-- overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 1] . Het geld is overgeboekt vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer 30] . Vervolgens liet hij niets meer van zich horen. Ook heeft hij niks opgestuurd.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 6 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1395 tot en met 1397 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

Ik ben op 16 maart 2016 door [alias 2 verdachte] (adres: [adres 3] ), telefoonnummer [telefoonnummer 1] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf te zijn opgelicht. [alias 2 verdachte] reageerde dat we een hoverboard konden overnemen voor € 100,--. Ook zou ik € 5,-- voor de verzendkosten moeten betalen. Ik heb vervolgens € 105,-- overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 1] . Het geld is overgeboekt vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer 31] . Helaas liet hij daarna niets meer van zich horen en is de hoverboard nooit opgestuurd.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 9 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1427 tot en met 1429 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

Ik ben op 11 maart 2016 door [alias 1 verdachte] (adres: [adres 1] ), telefoonnummer [telefoonnummer 1] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf een formaatzaag te zoeken. Na overleg zijn we overeengekomen dat hij de zaag zou laten bezorgen. Ik zou € 1.000,-- voor de zaag betalen. Gevraagd werd een aanbetaling van € 250,-- te doen. Dit bedrag heb ik vervolgens overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [naam 1] . Vervolgens werd ik geappt met het verzoek om nogmaals € 250,-- over te moeten maken, anders werd de zaag niet bezorgd. Ik wilde dit niet. Hij zei mij dat het geld zou worden terugbetaald. Dit is niet gebeurd. Ik heb een kopie van het identiteitsbewijs van [alias 1 verdachte] ontvangen.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder vijf genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 4] en [alias 1 verdachte] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1431 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

11-03-16 [aangever 4] : rekeningnummer?

11-03-16 [telefoonnummer 1] : [rekeningnummer 1] t.n.v. [alias 1 verdachte]

Een proces-verbaal van de politie inzake de vordering verstrekking identificerende gegevens ex artikel 126nc en 126uc Sv van 17 maart 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1327 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

Het rekeningnummer [rekeningnummer 1] is in gebruik bij [restaurant 1] , [adres 8] . Op naam van: [verdachte] , [adres 8] .

Een, als bijlage bij het proces-verbaal van aanvraag vordering verstrekking historische financiële gegevens van 3 mei 2016 gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de transactiegegevens van de zakelijke bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] van

[verdachte] in de periode van 10 februari 2016 tot en met 19 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1333 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

Bij

Boekdatum

Omschrijving

Naam tegenrekening

€ 250,--

14-03-2016

Samsung galaxy S7 edge

[aangever 1]

Bij

Boekdatum

Omschrijving

Tegenrekeningnummer

€ 35,--

16-03-2016

voor [winkel] zegels

[rekeningnummer 30]

Bij

Boekdatum

Omschrijving

Tegenrekeningnummer

€ 100,--

16-03-2016

hoverboard

[rekeningnummer 31]

€ 5,--

17-03-2016

hoverboard

[rekeningnummer 31]

Feit 2

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] van 11 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1610 tot en met 1613 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):

Ik ben op 10 april 2016 door [naam 2] (adres: [adres 4] ), met telefoonnummer [telefoonnummer 1] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een trommel te koop had gezet. We kwamen uiteindelijk een bedrag van € 385,-- overeen en spraken af dat ik het product naar hem zou opsturen. Ik heb vervolgens mijn rekeningnummer ( [rekeningnummer 32] ) naar de man gestuurd. Hij vroeg mij of ik hem een foto van mijn ID-kaart en bankpas kon sturen via WhatsApp. Dit heb ik gedaan. Hij zei toen dat hij het bedrag zou overmaken met ING zakelijk. Hij vroeg of ik een laptop had waarmee ik op de site van de ING kon inloggen. Hij zei dat een zakelijke betaling moest worden bevestigd. Ik kreeg vervolgens een bericht met daarin een foto van een ID-kaart op naam van [naam 2] . Ik ben vervolgens achter mijn laptop gaan zitten en heb ingelogd in mijn internetbankieren van de ING. Ik kreeg het volgende bericht via WhatsApp gestuurd: ‘Overgemaakt via mijn zakelijk rekening. Rechts onderin staat mobiel bankieren, daar drukt u op. Vervolgens staat er activeren achter Iphone 6, daar drukt u op (overgemaakt via mobiel). Dan drukt u verder op tan-codes invoeren, die krijgt u per sms. Vervolgens naar het invoeren van de tancode op verzend drukken. Dan ziet u zes bevestigingscijfers in beeld. Die voer ik in en zo is de zakelijke betaling bevestigd en staat het er meteen op. Gr. [naam 2] ’. Ik heb vervolgens de zes cijfers aan hem gegeven. Vervolgens ontving ik het bericht dat ik een klein uur moest wachten voordat het geld erop zou staan. Toen ik later mijn ING internetbankieren raadpleegde, zag ik bij de datum 11 april 2016 een overboeking staan van € 500,-- naar de tegenrekening [rekeningnummer 3] op naam van [alias 3 verdachte] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] van 15 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8923 tot en met 8925 van het hoofddossier ID fraude (Map 14):

Ik ben door [naam 37] benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een product zocht. De man wilde een kopie van mijn paspoort. Deze heb ik hem gestuurd. Ik ontving van hem ook een kopie van een legitimatiebewijs op naam van [naam 37] . Een paar dagen later vertelde een medewerkster van de ING mij dat meerdere personen door mij waren opgelicht terwijl er geen enkele betaling op mijn rekening had plaatsgevonden. Ik heb gebeld met de persoon van het legitimatiebewijs. Deze man verklaarde mij slachtoffer te zijn geworden omdat hij ook zijn legitimatiebewijs had opgestuurd voor een aankoop op Marktplaats.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 38] namens de ING van 28 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1622 tot en met 1625 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):

Ik zag dat er op 11 april 2016 om 17.49 uur bij een geldautomaat van de ING een bedrag van

€ 500,-- is opgenomen van de rekening van [alias 3 verdachte] . Bij de aangifte zijn een aantal screenshots van de camerabeelden gevoegd.

Een proces-verbaal van herkenning verdachte van verbalisant [verbalisant 1] van 20 september 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1654 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):

Ik heb een aantal foto’s gezien van een persoon, welke op 10 april 2016 om 17.48 uur geld had gepind. Ik herken de persoon op de foto’s als zijnde de mij ambtshalve bekende [verdachte] . Ik heb [verdachte] meerdere malen verhoord. Hij heeft een opvallend litteken op zijn hoofd. Ik herken [verdachte] aan het litteken rondom zijn hoofd, welke duidelijk zichtbaar is op een aantal foto’s.

(De rechtbank leidt uit het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] en de ING af dat het niet om 10 april 2016 gaat, maar om 11 april 2016).

Een, als bijlage bij het hiervoor onder drie genoemde proces-verbaal van aangifte van de ING gevoegd geschrift, te weten een foto, pag. 1641 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):

Een, als bijlage bij het proces-verbaal van aantreffen kleding slaapkamer [verdachte] gevoegd geschrift, te weten een foto, pag. 1662 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209

(Map 2):

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] van 25 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1710 tot en met 1712 van het subdossier MO02 PL0600-2016452375 (Map 2):

Ik ben op 24 april 2016 door [aangever 38] (adres: [adres 5] ), met telefoonnummer [telefoonnummer 1] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een koptelefoon te koop had gezet. We kwamen overeen dat zij het product voor € 80,-- van mij zou kopen. Ik stuurde haar mijn naam en bankrekeningnummer, te weten [rekeningnummer 33] . Ze vroeg mij een kopie van mijn ID-kaart en bankpas te maken. Ik heb haar toen een kopie van mijn rijbewijs en bankpas gestuurd. Vervolgens stuurde zij mij een bericht met dat ik een zakelijke betaling moest bevestigen. Ze stuurde het volgende: ‘Overgemaakt. Rechts onderin staat mobiel bankieren, daar drukt u op. Vervolgens staat er activeren achter iPhone 6 daar drukt u op (overgemaakt via mobiel). Dan drukt u verder op tan-sms. Vervolgens na het invoeren van de tancode op verzend drukken. Dat ziet u zes bevestigingscijfers in beeld. Die voer ik in en zo is de zakelijke betaling bevestigd en staat het er meteen op’. Ik voerde deze handelingen vervolgens uit achter mijn laptop. Ik stuurde haar een foto van de bevestigingscode van mobiel bankieren. Ik las daarna dat het nog een uur kon duren voordat ik het geld daadwerkelijk op mijn rekening zou hebben. Vervolgens zag ik dat er op 25 april 2016 € 440,-- € 60,-- en € 200,-- van mijn rekening was afgeschreven naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] ten name van [alias 4 verdachte] .

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 38] van 6 februari 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8856 en 8857 van het hoofddossier ID fraude

(Map 14):

Ik ben door [alias 1 verdachte] met telefoonnummer 0649943562 benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een product zocht. Ik heb het geld overgemaakt naar bankrekeningnummer NL95 ABNA 06194005 95.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder acht genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangeefster [aangever 38] en [alias 1 verdachte] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8858 van het hoofddossier ID fraude (Map 14):

05-02-2016, 12:30 - [aangever 38] : Ik zal ook even mijn ID appen

05-02-2016, 12:30 - [telefoonnummer 8] : Ja is prima.

Mag ik dan ook een foto van u legitimatie?

05-02-2016, 12:31 - [aangever 38] : lMG-20160205-WA0012.jpg (bestand

bijgevoegd)

05-02-2016, 12:32 - [aangever 38] : lMG-20160205-WA0015.jpg (bestand

bijgevoegd)

05-02-2016, 12:32 - [aangever 38] : PTT-20160205-WA0016.aac (bestand

bijgevoegd)

05-02-2016, 12:32 - [aangever 38] : lMG-20160205-WA0019.jpg (bestand

bijgevoegd)

05-02-2016, 12:32 - [telefoonnummer 8] : Bedankt.

Een proces-verbaal van herkenning verdachte van verbalisant [verbalisant 1] van 20 september 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1748 van het subdossier MO02 PL0600-2016452375 (Map 2):

Ik heb een aantal foto’s gezien van een persoon, welke op 25 april 2016 om 01:15 uur geld had gepind. Ik herken de persoon op de foto’s als zijnde de mij ambtshalve bekende [verdachte] . Ik heb [verdachte] meerdere malen verhoord. Hij heeft een opvallend litteken op zijn hoofd. Ik herken [verdachte] aan het litteken rondom zijn hoofd, welke duidelijk zichtbaar is op een aantal foto’s.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] van 25 november 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1910 tot en met 1914 van het subdossier MO02 PL0600-2016577902 (Map 3):

Ik ben op 24 november 2016 door [alias 5 verdachte] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een dwarsfluit te koop had gezet. Ik heb hem aangegeven wat de staat van de dwarsfluit was en welke kosten erbij kwamen. Hij zei dat dit akkoord was. Vervolgens zei hij een ING zakelijke rekening te hebben en vroeg mij om mijn bankgegevens. Ik stuurde vervolgens mijn rekeningnummer, te weten [rekeningnummer 34] , naar hem op. Vervolgens stuurde hij een foto van een pas van de Rabobank en schreef erbij dat deze van zijn vrouw was. Op de foto stond een bankpas van [naam 4] . Hij vroeg vervolgens aan mij of ik een foto van mijn bankpas wilde sturen. Dit heb ik gedaan. Hij zei toen dat hij het geld zou overmaken en of ik dat kon bevestigen. Ook vroeg hij mij of ik een scanner had en typte daarbij het volgende: ‘pas erin, dan uw pin invoeren, daarna scannen. Vervolgens ziet u de bevestigingsnummer in beeld. Die voer ik in en is bevestigd’. Hij stuurde vervolgens een foto met een QR-code. Ik hield mijn Raboreader ervoor en kreeg een nummer in beeld. Dit nummer stuurde ik hem. Daarna vroeg hij om een herbevestiging en stuurde weer een foto met een QR-kleurencode. Ik gebruikte wederom mijn Raboreader en gaf hem de code. Hij stuurde daarop dat het verkeerd was gegaan en dat hij het opnieuw zou doen. Hij stuurde mij weer een foto met een QR-kleurencode. Ik bevestigde dit met de Raboreader en gaf hem de code. Dit heb ik in totaal vijf keer moeten doen. Daarna stuurde hij dat de bevestiging had plaatsgevonden en dat het geld zou zijn afgeschreven. Ook stuurde hij dat het een uur kon duren voordat het geld op mijn rekening zou staan. Dit was om 19.15 uur. Om 20.00 uur kreeg ik weer een bericht van hem met de vraag of ik de scanner bij de hand had. Hij zou de scan opnieuw sturen zodat het geld direct op mijn rekening zou staan. Vervolgens stuurde hij: ‘Er staat 9.800 maar is 303,60. Dat is zo ingesteld, svp snel want ik moet werken, komt het’. Ik zei daarop: ‘Ok’. Ik kreeg toen een QR-kleurencode en direct vroeg hij mij wat het bevestigingsnummer was. Meteen daarna stuurde hij dat zijn baas hem riep. Ik stuurde naar hem dat het niet klopte, omdat er € 9.500,-- stond. Hij zei: ‘Als het binnen een uur niet wordt bevestigd wordt het geannuleerd en moet ik 48 uur wachten tot het weer wordt teruggestort. Ga ik niet doen. Heb al problemen met mijn werkgever. Beter dat dan met mijn vrouw’. Vervolgens stuurde hij een foto van een ID-kaart. Hierop stond [naam 10] . Hierdoor won hij weer wat vertrouwen. Hij stuurde: ‘In vertrouwen mijn ID, dus nu moet u mij kunnen vertrouwen net als hoe ik u vertrouw. Ik stuur nu nog een keer de scan ter bevestiging. Ik stuur het nu!! Wordt straks ook nog weggestuurd op werk…’. Vervolgens stuurde hij weer een QR-kleurencode. Ik stuurde hem toen de bevestigingscode. Daarna zei hij dat het weer onjuist was en vroeg of ik de scanner had. Ik heb toen niets meer van mij laten horen. Later zag ik dat er van mijn particuliere spaarrekening een bedrag van € 9.076,-- was overgeboekt naar mijn zakelijke betaalrekening en dat er vervolgens vanaf de zakelijke rekening € 9.500,-- naar [rekeningnummer 8] was overgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 10] van 20 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9206 tot en met 9208 van het subdossier ID fraude PL0600-2017046387 (Map 14):

Omstreeks 20 oktober 2016 had ik een advertentie op Marktplaats staan van te koop aangeboden oordopjes. Ik ben toen door [naam 11] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp. [naam 11] wilde de oordopjes kopen. [naam 11] vroeg mij of ik hem een foto van mijn bankpas en mijn identiteitsbewijs wilde sturen. Ik heb dit vervolgens gedaan. [naam 11] vroeg mij of ik kon inloggen op mijn internetbankieren en of ik een activatiecode kon sturen. Ik heb dit niet gedaan en hem medegedeeld dat ons contact was beëindigd. Later ben ik door ongeveer zestien personen benaderd op Facebook met het bericht dat zij waren opgelicht door iemand die mijn gegevens en naam gebruikt. Van de Rabobank kreeg ik eveneens het bericht dat er bij hen diverse meldingen waren gedaan van fraude met mijn naam.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1989 tot en met 1994 van het subdossier MO02 PL0600-2016577902 (Map 3):

Op 24 november 2016 heeft er een frauduleuze overboeking plaatsgevonden van € 9.500,-- van [rekeningnummer 34] ( [aangever 7] ) naar [rekeningnummer 8] ( [medeverdachte 4] ). Er heeft een limietverhoging plaatsgevonden op rekening [rekeningnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) voor een geldopname via de geldautomaat van € 5.000,--. Op 24 november 2016 hebben er in totaal vier geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) bij een geldautomaat van de Rabobank. Het gaat om bedragen van € 20,--, € 1.700,--, € 1.775,-- en

€ 1.520,--.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 4] van 17 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2023 van het subdossier MO02 PL0600-2016577902

(Map 3):

Het klopt dat ik degene op de foto’s, genomen op 24 november 2016, ben. Ik heb geld opgenomen van de bankrekening van mijn zoon, [medeverdachte 4] .

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Het is juist dat ik op 24 november 2016 naast [medeverdachte 4] stond toen hij geld aan het pinnen was. Er is € 5.000,-- gepind. Ik kreeg die € 5.000,-- van [medeverdachte 4] en gaf het vervolgens aan [verdachte] . We zijn met z’n drieën naar de pinautomaat gereden. [verdachte] bleef in de auto wachten totdat het geld was gepind.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] van 7 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2108 tot en met 2110 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836 (Map 3):

Ik ben op 22 november 2016 door [alias 5 verdachte] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een blokfluit te koop had gezet. Op 27 november 2016 gaf hij te kennen akkoord te zijn met het verkoopbedrag van € 28,95. Hij zei een zakelijke rekening bij de ING te hebben. Hij vroeg mijn bankrekeningnummer. Ik heb mijn bankrekeningnummer vervolgens aan hem doorgegeven. Toen zei hij dat zijn vrouw een zakelijke rekening bij de Rabobank had. Hij vroeg mij of ik een foto van mijn bankpas wilde maken. Ik heb uiteindelijk mijn pasnummer doorgegeven. Hij zei dat hij het geld zou overmaken. Ook zei hij tegen mij dat ik nog wel de scan moest bevestigen. Dit moest ik met mijn reader doen. [alias 5 verdachte] legde stap voor stap uit wat ik moest doen: dat ik mijn pas in de reader moest stoppen, dat ik mijn pincode in moest toetsen, dat ik op OK moest drukken en dat ik vervolgens de kleurcode moest scannen. Daarna moest ik het bevestigingsnummer aan hem doorgeven. Dit heb ik gedaan. Ook begeleide hij mij telefonisch. Ik heb toen met de reader de kleurcode gescand. [alias 5 verdachte] stuurde mij een aantal keer een kleurcode welke ik moest bevestigen. Het mislukte een aantal keren. Op een gegeven moment lukte het om een kleurcode te scannen. Ik zag toen in het beeldscherm van de scanner: ‘wilt u het bedrag van € 6.000,-- overmaken?’. Ik zei tegen [alias 5 verdachte] dat dit niet klopte. Hij moest mij immers geld overmaken. [alias 5 verdachte] legde mij vervolgens uit dat dit niet van belang was en dat ik door op ‘OK’ te drukken het geld zou ontvangen. Ik ging hier niet in mee. [alias 5 verdachte] zei toen dat we het anders gingen doen. Ik moest € 0,01 overmaken. Pas dan kon hij met zijn zakelijke rekening een betaling aan mij doen. Ik kreeg wederom via WhatsApp een kleurcode welke ik moest scannen. Dit heb ik gedaan en toen kwam er in het scherm van mijn reader te staan: ‘Wilt u het bedrag van € 0,01 overmaken?’. Ik heb toen op ‘Ok’ gedrukt. Er kwam toen een bevestigingscode in mijn reader te staan. Deze moest ik aan [alias 5 verdachte] geven. Dit heb ik gedaan. [alias 5 verdachte] stuurde toen dat de betaling was bevestigd, maar dat er nog een herbevestiging moest komen. Ik kreeg weer een kleurcode van hem. Deze kleurcode heb ik gescand en ik gaf akkoord. Ook hiervan heb ik een bevestigingsnummer naar [alias 5 verdachte] gestuurd. [alias 5 verdachte] zei dat er € 28,95 van zijn rekening was afgeschreven. Ik heb vervolgens ingelogd op mijn internetbankieren. Ik zag dat er naast het bedrag van € 0,01, ook een bedrag van € 1.000,-- was overgeschreven naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 5] . Beide bedragen zijn op 5 december van mijn rekening afgeschreven. Ik zag ook op mijn rekeningoverzicht dat er geprobeerd is € 4.000,-- van mijn spaarrekening naar mijn lopende rekening over te maken.

Een tapgesprek met sessienummer 59019, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2170 tot en met 2171 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836 (Map 3):

Datum: 5-12-16 19:58

Beller: [telefoonnummer 7] , [alias 5 verdachte]

Gebelde: [telefoonnummer 9] , [aangever 8]

Hallo met [aangever 8]

Ja met [alias 5 verdachte]

: ja dat is zo ingesteld bij de zakelijke rekening dat is altijd ter bevestiging maar dat is gewoon het bedrag dat naar u wordt toegeschreven van het bedrag voor de aankoop. Dat is gewoon zo ingesteld. Vandaar dat ik ook zei dat u dat gewoon moet negeren.

: ja maar ik ga niet ja zeggen als er staat dat ik € 6.000,-- moet overmaken dat doe ik niet

[alias 5 verdachte] : dat moet u gewoon negeren. Dat is gewoon het bedrag van € 28,95 wat naar u toekomt. Ik stuur het nu per direct opnieuw en dan graag bevestigen. Gewoon negeren. Gewoon op OK drukken. Ik voer het bevestigingsnummer in en het geld zal direct bij u op de rekening staan, is dat oké.

Een tapgesprek met sessienummer 59032, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2172 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836 (Map 3):

Datum: 5-12-16 20:06

Beller: [telefoonnummer 7]

Gebelde: [telefoonnummer 9]

[telefoonnummer 10] : hallo

: ja hallo

[telefoonnummer 10] : kunt u € 0,01 overmaken

[telefoonnummer 10] : ja als een normale overboeking als u 1 cent nu wil sturen stuur ik nu het rekeningnummer dan is het prima

: ja oké

[telefoonnummer 10] : kunt u dat nu direct doen

: ja dat kan

[telefoonnummer 10] : oké prima dan stuur ik nu de rekeningnummer

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 6 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2139 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836

(Map 3):

U confronteert mij met een tapgesprek van 5 december 2016 waarin er contact wordt gezocht tussen telefoonnummer [telefoonnummer 10] en aangeefster [aangever 8] met telefoonnummer [telefoonnummer 9] . Ik kan u verklaren dat het genoemde nummer eindigend op [telefoonnummer 10] mijn eigen telefoonnummer is.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] van 5 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2210 tot en met 2212 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Ik ben op 4 december 2016 door [alias 5 verdachte] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een saxofoon te koop had gezet. We spraken af dat hij € 608,75 zou overmaken op mijn rekeningnummer [rekeningnummer 35] . Hij had mij een foto van een bankpas met de naam [aangever 7] gestuurd. De man stuurde mij vervolgens via WhatsApp een kleurcode van de Rabobank. Ik moest deze volgens de man scannen met mijn [rekeningnummer 60] scanner en ik moest de bevestigingscode aan hem doorgeven. Ik heb dit vervolgens gedaan. Ik moest toen volgens de man even niet op mijn rekening kijken omdat anders de transactie niet zou lukken. Toen ik na een uur op mijn rekening keek, zag ik dat er geen € 608,75 op mijn rekening was gestort, maar dat er € 300,-- was afgeboekt naar rekeningnummer [rekeningnummer 9] . Bovendien waren er een groot aantal automatische betalingen gestorneerd waaronder mijn maandelijkse huur. Uiteindelijk ben ik voor ongeveer € 3.150,-- benadeeld.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 20 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 9] en [alias 5 verdachte] en de bijgevoegde foto van een bankpas op naam van [aangever 9] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2213 en 2217 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

04-12-16: Senior: 2016-12-04-PHOTO-00000007.jpg <bijgevoegd>

04-12-16: [telefoonnummer 18] : ik ga het nu overmaken.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2223 tot en met 2230 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Op 4 december 2016 werd de Rabobank bankierenapp geregistreerd voor rekening [rekeningnummer 35] op een mobiel device. Nadat de bankierenapp geregistreerd was zijn diverse incasso’s op voornoemd rekeningnummer ( [aangever 9] ) gestorneerd om voldoende saldo te krijgen voor de hierna uitgewerkte overboekingen. Op 4 december 2016 worden er de volgende overboekingen van [rekeningnummer 35] ( [aangever 9] ) naar [rekeningnummer 9] ( [naam 7] ) gedaan: € 1.500,--, € 250,--, € 750,--, € 606,95 en

€ 300,--. Op 3 en 4 december 2016 vonden op rekening [rekeningnummer 9] meerdere limietverhogingen van € 5.000,-- en € 10.000,-- plaats voor geldopnames via de geldautomaat. Op 4 december 2016 hebben er meerdere geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 9] ( [naam 7] ) bij geldautomaten, te weten: € 1.750,-- om 19:15 uur, € 750,-- om 19:22 uur, € 600,-- om 19:29 uur en € 300,-- om 19:40 uur. Er is in totaal

€ 3.406,95 frauduleus overgeboekt van rekening [rekeningnummer 35] ( [aangever 9] ) naar [rekeningnummer 9] ( [naam 7] ).

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van Daan Bunk heeft gehaald. Ik deed het inderdaad in opdracht van [verdachte] .

Een tapgesprek met sessienummer 54135, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2240 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:14

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11]

[telefoonnummer 10] : he pin 1.750 snel, snel nu

Een tapgesprek met sessienummer 54181, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2241 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:19

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11]

[telefoonnummer 10] : 750 snel

Een tapgesprek met sessienummer 54228, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2243 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:28

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11]

[telefoonnummer 10] : 6 barkie snel

Een tapgesprek met sessienummer 54276, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2245 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:39

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11]

[telefoonnummer 10] wil 3 barkie hebben.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 8 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9923 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 11] .

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] van 5 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2414 tot en met 2416 van het subdossier MO02 PL0600-2016607965 (Map 3):

Ik ben op 1 december 2016 door [alias 5 verdachte] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een fototas te koop had gezet. We kwamen een bedrag van € 35,-- overeen. [alias 5 verdachte] stuurde vervolgens zijn adres via WhatsApp en vroeg mij om mijn bankgegevens. Ik heb hem toen mijn IBAN-nummer gegeven, te weten: [rekeningnummer 36] . Daarna zei hij dat zijn vrouw een Rabobank zakelijke pas heeft en stuurde een foto van deze bankpas. Hierbij vroeg hij aan mij of ik ook een foto van mijn bankpas kon sturen, zodat hij zeker wist dat het goed zou komen. Dit heb ik toen gedaan. Daarna vroeg hij of ik de zakelijke betaling wilde bevestigen. Ik moest een reader hebben zodat [alias 5 verdachte] het geld kon overmaken. Ik kreeg een foto van een kleurencode. Ik moest mijn bankpas in de random reader steken en de kleurencode scannen. [alias 5 verdachte] wilde de bevestigingscode weten zodat hij deze kon invoeren. Dit heb ik toen gedaan. Volgens [alias 5 verdachte] zou er nog een laatste bevestiging komen. Er zou dan € 8.000,-- komen te staan volgens hem maar dat klopte niet. Dat zou gewoon die € 35,-- zijn. Het betrof een instelling. Hij vroeg mij toen meerdere malen om de code te scannen en de bevestigingscode te sturen. Dit heb ik toen niet direct gedaan. Ik zag vervolgens dat er € 5.500,-- van mijn spaarrekening was overgeschreven naar mijn lopende rekening. Ik heb dit niet zelf gedaan. Ik reageerde in eerste instantie niet meer op berichten van [alias 5 verdachte] . Op een gegeven moment zei [alias 5 verdachte] dat ik mijn telefoon moest opnemen want anders zou hij samen met zijn clubleden van [motorclub] persoonlijk bij mij langskomen. Hij zei vervolgens dat ik € 0,01 moest overmaken naar het rekeningnummer [rekeningnummer 37] . Als ik dat deed, zou hij direct € 35,01 naar mij overmaken. Dit heb ik toen gedaan. Toen ik op mijn Rabobank keek, zag ik dat er € 1.000,01 was overgemaakt naar [rekeningnummer 37] . Ik zag dat er eerst € 0,01 was overgemaakt en daarna

€ 1.000,--.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 29 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 10] en [alias 5 verdachte] , pag. 2423 van het subdossier MO02 PL0600-2016607965 (Map 3).

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5916 tot en met 5919 van het subdossier MO02 zaak [rekeningnummer 60] PL0600-2017068867 (Map 8):

Op 1 december 2016 werd de Rabobank bankierenapp geregistreerd voor rekening [rekeningnummer 36] op een mobiel device. Op 1 december 2016 om 19:27 uur vond er op rekening [rekeningnummer 9] ( [aangever 10] ) een limietverhoging van € 5.000,-- plaats voor een geldopname via de geldautomaat. Op 1 december 2016 om 20:18 uur heeft er een geldopname plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 37] ( [naam 6] ) bij een geldautomaat van de Rabobank van € 1.000,--. Er is in totaal € 1.000,01 frauduleus overgeboekt van rekening [rekeningnummer 9] ( [aangever 10] ) naar [rekeningnummer 37] ( [naam 6] ).

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 6] van 9 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 27093 van het subdossier MO02 PL0600-2016607965 (Map 42):

Ik kon € 50,-- verdienen door mijn bankrekening en de pincode ter beschikking te stellen voor een transactie.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] van 4 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2710 tot en met 2711 van het subdossier MO02 PL0600-2017037126 (Map 3):

Ik ben op 3 december 2016 door [alias 5 verdachte] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een filmcamera te koop had gezet. We kwamen een bedrag van € 65,-- overeen. Ik heb hem mijn bankrekeningnummer gestuurd. Hij vroeg vervolgens of ik ook een foto van mijn bankpas kon maken, ter zekerheid. Ik heb dit gedaan en de foto naar hem gestuurd. [alias 5 verdachte] stuurde mij een foto van een zakelijke betaalpas op naam van [aangever 7] , [rekeningnummer 34] . [alias 5 verdachte] zei dat hij het geld ging overmaken en dat ik de zakelijke betaling moest bevestigen. Ik moest dit doen met een [rekeningnummer 60] scanner. [alias 5 verdachte] zei het geld te hebben overgemaakt en vroeg mij dit te bevestigen via een scancode die hij mij stuurde. Hij vroeg mij daarna om de bevestigingscode. Ik gaf hem vervolgens de inlogcode die op mijn [rekeningnummer 60] scanner verscheen. Hierna heeft [alias 5 verdachte] nog drie keer een bevestigingscode gevraagd. Ik heb hem deze telkens gegeven. Bij de vierde keer dat ik een code uit mijn [rekeningnummer 60] scanner wilde halen, verscheen de volgende tekst: ‘Wilt u € 7.500,-- overmaken?’. Ik heb toen de handeling afgebroken. [alias 5 verdachte] zei dat het normaal was dat er een bedrag van € 7.500,-- stond. Volgens hem zou er gewoon € 66,50 op mijn rekening worden bijgeschreven. Op een gegeven moment belde hij mij en zei hij dat het echt veilig was. Ik moest het binnen een uur bevestigen want anders zou hij een probleem in zijn boekhouding krijgen. Op een gegeven moment begon hij via WhatsApp te dreigen met dat hij leden van [motorclub] bij mij langs liet komen. Ik heb daarna direct telefonisch contact met de Rabobank opgenomen. Ik vernam toen dat er op 3 december 2016 € 7.500,-- van mijn spaarrekening was overgeschreven naar mijn betaalrekening en dat er € 975,-- van mijn betaalrekening, te weten [rekeningnummer 38] , was overgemaakt naar een ING betaalrekening.

Een tapgesprek met sessienummer 47902, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2775 van het subdossier MO02 PL0600-2017037126 (Map 3):

Datum: 3-12-16

Beller: [telefoonnummer 23] , aangeduid als NNman. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 12] , [aangever 11] , aangeduid als NNvouw

NNman: ja hallo met [alias 5 verdachte] .

NNvrouw: er staat dat ik 7.500 overmaak naar jou

NNman: nee dat is zo ingesteld van mijn vrouw z’n zakelijke rekening. Vroeger is dat altijd een minimaal bedrag geweest en zo bevestig je de betaling van ons naar u kant toe en dat is gewoon zo ingesteld, maar goed na het bevestigen zal het er direct opstaan.

NNman: ze wachten alleen nog op de laatste bevestiging en dan zal het er direct opstaan.

NNman: na de laatste bevestiging scan, zodra u die bevestigt zal het er direct opstaan

NNman: ik stuur u nu opnieuw de bevestiging

NNvrouw: ja ik kan nu niet, loop nu naar buiten

NNman: maar u had net een minuut geleden nog internet

NNman: maar mevrouw kunt u alstublieft bevestigen anders komen wij ook heftig in de problemen met de boekhouder. Zolang de betaling in opdracht blijft in reservering krijgen wij problemen met de boekhouder, dat willen we ook niet.

NNman: als het binnen een uur niet wordt bevestigd, zijn we ons geld van 5.000 kwijt.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2780 van het subdossier MO02 PL0600-2017037126 (Map 3):

Op 3 december 2016 heeft er een overboeking plaatsgevonden van € 975,-- van

[rekeningnummer 38] ( [aangever 11] ) naar [rekeningnummer 7] (ING Bank).

Deze overboeking had als omschrijving: Apple MacBook [bedrijf 1] BV.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] van 14 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. [telefoonnummer 21] tot en met 2915 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):

Ik ben op 10 december 2016 door [alias 5 verdachte] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een telescoop te koop had gezet. We kwamen een bedrag van € 125,-- overeen. [alias 5 verdachte] zou het geld overmaken op mijn bankrekening. [alias 5 verdachte] stuurde een foto van de bankpas van zijn vrouw omdat zij een zakelijke rekening bij de Rabobank had. Op de foto was de naam [aangever 7] en het rekeningnummer [rekeningnummer 34] te zien. [alias 5 verdachte] vroeg of ik ook een foto van mijn bankpas kon maken. Dit heb ik dan ook gedaan. [alias 5 verdachte] zei vervolgens dat hij het geld zou overmaken. Ik moest de betaling bevestigen via mijn [rekeningnummer 60] scanner. Ik moest mijn pas in de scanner stoppen, de pincode invoeren en dan zou ik een bevestigingsnummer zien. Dit nummer moest ik dan aan [alias 5 verdachte] doorgeven, zodat hij het overmaken kon bevestigen. Dit heb ik gedaan. Ik heb dit in totaal drie keer moeten doen. Toen ik naar internetbankieren ging zag ik dat er op 10 december 2016 van mijn rekening [rekeningnummer 40] een bedrag van € 4.000,--,

€ 600,-- en € 400,-- was afgeschreven naar [rekeningnummer 39] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2968 tot en met 2975 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):

Op 10 december 2016 werd de Rabobank bankierenapp geregistreerd voor rekening [rekeningnummer 40] op een mobiel device. Op 10 december 2016 om 12:17 en 12:18 uur hebben er limietverhogingen plaatsgevonden van € 5.000,-- voor geldopname via de geldautomaat. Kort daarna hebben er meerdere overboekingen plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 40] ( [aangever 12] ) naar rekening [rekeningnummer 11] ( [naam 9] ). Vervolgens hebben er vijf geldopnames plaatsgevonden van [rekeningnummer 11] ( [naam 9] ) bij een geldautomaat van de Rabobank. Dit was op 10 december 2016 om 13:23 (de rechtbank begrijpt: 12:23), 12:24, 12:25, 12:27 en 12:41 uur. Er is € 1.500,--, € 1.500,--, € 1.000,--, € 600,-- en € 400,-- gepind (in totaal € 5.000,--).

Een tapgesprek met sessienummers 82962, 82963, 82964 en 82965 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2999 en 3000 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):

Datum: 10-12-2016

[telefoonnummer 10] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

12:22

[telefoonnummer 15] staat voor de [rekeningnummer 60] . [telefoonnummer 10] zegt op een gegeven moment: ‘4 kop, 4 kop, NU’ en zegt dat [telefoonnummer 15] meteen moet pinnen.

12:23

[telefoonnummer 10] vraagt of [telefoonnummer 15] heeft gepind. [telefoonnummer 15] zegt dat ie bezig is, en dat ie 2x 15 en 1x 1.000 laat pinnen.

12:26

[telefoonnummer 10] vraagt of ze alles gepakt hebben. [telefoonnummer 13] (de rechtbank begrijpt: [telefoonnummer 15] ) bevestigt dat. [telefoonnummer 10] zegt dat ie nog 600 kan pakken.

12:26

[telefoonnummer 10] zegt dat [telefoonnummer 15] het geld van [telefoonnummer 10] bij zich moet houden. [telefoonnummer 15] zegt dat ie [telefoonnummer 10] z’n geld wel bij zich houdt. [telefoonnummer 10] zegt dat er nog 4 barkie komt. Ze hebben in totaal € 4.600,-- gepind.

12:31

[telefoonnummer 10] zegt: ‘4’

Een tapgesprek met sessienummer 58582, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2996 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):

Datum: 5-12-16

Beller: [telefoonnummer 14] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 15]

[telefoonnummer 10] : hoe schrijf je je naam goed, [medeverdachte 2] en je geboortedatum

: [geboortedatum 2]

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] van 13 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3114 tot en met 3116 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Ik ben op 6 januari 2017 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een trompet te koop had gezet. We kwamen een bedrag overeen en spraken af dat ik het product zou opsturen. Vervolgens heb ik mijn rekeningnummer, te weten [rekeningnummer 41] , naar de man gestuurd. Vervolgens stuurde hij mij een foto van een bankpas op naam van [aangever 7] met rekeningnummer [rekeningnummer 42] . Hij stuurde: ‘M’n vrouw heeft Rabobank zakelijk rekening’. Ook vroeg hij mij een foto te maken, zodat hij er zeker van was dat het goed zou komen. Daarna zou hij het geld overmaken. Hierop heb ik een foto gemaakt en verstuurd. Op 7 januari 2017 stuurde hij dat hij het nu ging overmaken. Hij vroeg mij de zakelijke betaling te bevestigen. Als ik dat zou doen, zou het bedrag direct op mijn rekening staan. Ik moest de betaling bevestigen omdat hij het geld via zakelijk mobiel bankieren zou overmaken. Hij vroeg of ik een Rabobank scanner had. Vervolgens zag ik dat hij mij een QR-code had gestuurd. Hij legde mij uit wat ik moest doen. Hierop heb ik drie keer de QR-code laten lezen via mijn Rabobank scanner. De codes heb ik toen opgestuurd naar de man. De man zei dat het geld zou worden overgemaakt op mijn rekening en dat dit bevestigingscodes betroffen. Later stuurde de man dat het geld in verwerking stond. Hij vroeg mij € 0,01 over te maken omdat mijn rekening dan bekend zou zijn en het geld direct zou worden bijgeschreven. Ik moest dit bedrag overmaken naar [rekeningnummer 20] . Dit heb ik toen gedaan. Ik zag later dat er

€ 1.000,-- was overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 33] van 3 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9107 en 9108 van het subdossier ID fraude PL0600-2017459410 (Map 14):

Op 1 november 2016 had ik een advertentie op Marktplaats staan van een te koop aangeboden cassettedeck. Ik ben toen door een persoon, met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp. De persoon wilde de cassettedeck kopen. De persoon wilde een kopie van mijn rijbewijs en bankpas. Ik heb vervolgens een kopie van mijn rijbewijs en bankpas naar de persoon gestuurd. Ongeveer anderhalve week voor kerst werd ik telefonisch benaderd door een medewerkster van de ING bank. Zij vertelde mij dat men had geprobeerd om met de gegevens van mijn rijbewijs en bankpas frauduleuze handelingen te verrichten.

Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3187 tot en met 3189 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Rekeningnummer [rekeningnummer 20] heeft de tenaamstelling: [naam 21] .

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 21] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3237 tot en met 3240 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Ongeveer twee weken na 7 januari 2017 wilde ik mijn weekgeld pinnen van mijn rekening maar dat lukte niet. Ik heb samen met mijn broer [naam 22] geld moeten pinnen voor iemand. Er werd gevraagd of er geld op onze rekening mocht worden gezet. Ik zou het er dan weer af moeten halen en dan zou ik er € 150,-- voor krijgen. Wij zijn toen naar de Rabobank in de wijk Boswinkel gegaan. Daar stond een auto met daarin drie personen. Ik zag dat het buitenlandse jongens waren. Ze moesten mijn bankpasje hebben omdat daar het rekeningnummer op stond. Even later kreeg ik mijn bankpasje weer terug en moest ik € 1.000,-- pinnen. Ik heb dat toen gedaan. Verderop heb ik de € 1.000,-- aan een van de mannen die achter het stuur zat gegeven. Die gaf het geld aan de man naast hem. Ik kreeg € 150,--.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 22] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3233 tot en met 3235 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Over de oplichting van een persoon op 7 januari 2017 kan ik het volgende verklaren. Ik moest van iemand € 1.000,-- op mijn rekening laten storen. Mijn rekening is geblokkeerd. Daarom zei ik dat mijn broer Ramon het wel wilde. Die zat naast mij. Wij gingen toen naar de wijk Boswinkel. De jongen heet [naam 11] . [naam 11] is een Turk. Er was ook nog een andere buitenlandse jongen. Ze zaten in een auto. Mijn broer heeft toen € 1.000,-- gepind en het geld aan [naam 11] gegeven. Hij kreeg daar toen € 150,-- voor.

Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3231 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Tijdens de verhoren van Ramon en [naam 22] op 20 februari 2017 is aan hen een formulier getoond met daarop vier foto’s van mannenhoofden. Foto twee betreft de politiefoto van [medeverdachte 3] . Foto vier betreft de politiefoto van [verdachte] . Door [naam 21] is foto twee en vier aangewezen als zijnde de mogelijke personen door wie het geld op 7 januari 2017 uit de geldautomaat is gepind. Door [naam 22] is foto twee aangewezen als zijnde de persoon die hem telefonisch had gevraagd om een bankrekening ter beschikking te stellen om daarop geld te kunnen storten en vervolgens het geld uit de geldautomaat te pinnen op 7 januari 2017.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] van 18 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3311 tot en met 3313 van het subdossier MO02 PL0600-2017069505 (Map 4):

Ik ben op 13 december 2016 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een blokfluit te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. [aangever 33] vroeg mij of hij het kon betalen vanaf een zakelijke rekening. Ik stuurde mijn rekeningnummer. [aangever 33] vroeg mij vervolgens of ik van mijn bankrekening een foto wilde maken en deze door wilde appen. [aangever 33] had mij ook een foto geappt van zijn bankrekening. Op de bankpas stond namelijk [aangever 7] . Hierna stuurde [aangever 33] dat hij het geld direct zou overmaken. Hij vroeg aan mij of ik de betaling direct kon bevestigen. Hij vroeg of ik een [rekeningnummer 60] scanner in huis had. [aangever 33] vertelde mij dat ik mijn bankpas in de scanner moest doen en mijn pincode moest invoeren. Vervolgens moest ik mijn bankpas voor het scanblokje houden. [aangever 33] zei mij toen dat hij het geld had overgemaakt en dat ik een bevestiging zou krijgen van de bank. Ik moest vervolgens aan hem een bevestigingsnummer doorgeven. Ik heb dit gedaan. Daarna stuurde hij nogmaals een foto van een scanblokje. Ik moest het scanblokje op het moment dat ik mijn pas in de reader had, scannen. Dit heb ik twee keer gedaan. Hierna ben ik via internetbankieren op mijn rekening gaan kijken en zag ik dat er € 5.000,-- en € 1.000,-- was afgeschreven van mijn bankrekeningnummer [rekeningnummer 43] naar een bankrekening met nummer [rekeningnummer 12] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3387 tot en met 3391 van het subdossier MO02 PL0600-2017069505 (Map 4):

Op 14 december 2016 om 00:03 uur heeft er een overboeking plaatsgevonden van € 5.000,-- van [rekeningnummer 44] ( [aangever 14] ) naar [rekeningnummer 45] ( [naam 12] ). Op 14 december 2016 van 00:07 tot 00:09 uur hebben er in totaal vier geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 12] ( [naam 12] ) bij een geldautomaat van de Rabobank voor een totaalbedrag van € 5.000,--.

[naam 12] verklaart dat hij 's nachts alleen naar huis liep en werd tegengehouden door een groep jongeren. Zij hebben hem onder druk gezet/bedreigd. Hij moest zijn bankpas en pincode afgeven. Hij kende deze jongens niet. Ze hebben hem vastgehouden. Eén van de jongens is weggegaan met zijn bankpas. Na enige tijd kwam hij terug en kreeg [naam 12] zijn bankpas terug en mocht hij verder lopen.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] . Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van [naam 12] heeft gehaald.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 39] van 8 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3412 tot en met 3414 van het subdossier MO02 PL0600-2017083919 (Map 4):

Ik ben op 3 februari 2017 door iemand benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een beamer te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, stuurde de koper een kopie van zijn legitimatie en bankpas. De koper zei dat zijn vrouw Rabobank zakelijk heeft. De koper vroeg mij om ook een foto van mijn bankpas te sturen. Hierna ontving ik van hem een foto van de bankpas van zijn vrouw [naam 32] , De koper vroeg mij de betaling te bevestigen. Dit omdat hij het geld zou overmaken van een zakelijke rekening. Hij zei mij het volgende: ‘Bij de Rabobank heb je een soort scanner daarmee kan je een kleurencode scannen als je dat hebt gedaan dan krijg je een bevestigingscode. Die heb je nodig om te kunnen inloggen bij je bankgegevens of een betaling te doen’. Ik heb toen de code gescand en het bevestigingsnummer doorgestuurd naar de koper. Daarna kreeg ik weer een kleurencode. Ook die heb ik weer gescand en het bevestigingsnummer aan de koper doorgegeven. Vervolgens vroeg de koper of ik € 0,01 wilde overmaken op rekening [rekeningnummer 27] op naam van [naam 32] zodat de betaling sneller zou gaan. Dit heb ik gedaan. Daarna moest ik nogmaals bevestigen. Toen ik op mijn rekening keek, zag ik dat er

€ 1.000,-- was overgeboekt naar [rekeningnummer 46] .

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 49 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen [aangever 39] en de koper, pag. 3419 van het subdossier MO02 PL0600-2017083919 (Map 4).

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3450 en 3451 van het subdossier MO02 PL0600-2017083919 (Map 4):

Op 4 februari 2017 heeft er een overboeking van € 1.000,-- plaatsgevonden van [rekeningnummer 47] ( [aangever 39] ) naar [rekeningnummer 27] ( [naam 35] ).

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 8 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 14072 van het persoonsdossier van [medeverdachte 1] (Map 21):

Ja, ik heb wel eens pasjes geregeld. Ik weet dat ik er eentje bij mij had toen ik ben aangehouden. Die had ik via [naam 20] . Hij gaf het pasje aan mij en ik stopte het in mijn zak. Ik ken alleen de achternaam van de persoon van dat pasje, [naam 35] .

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Met [naam 20] wordt [verdachte] bedoeld.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 16] van 3 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3610 tot en met 3612 van het subdossier MO02 PL0600-2017093605 (Map 5):

Ik ben op 1 februari 2017 door een man, met telefoonnummer [telefoonnummer 6] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een fotocamera te koop had gezet. De man wilde de camera kopen voor het door mij gevraagde bedrag. De man stuurde mij een foto van een bankpas op naam van [naam 32] . Ik heb toen op zijn verzoek een foto gemaakt van mijn bankpas. De foto heb ik vervolgens naar de man gestuurd. Vervolgens vroeg de man aan mij of ik een [rekeningnummer 60] scanner bij de hand had. Ik moest namelijk de betaling van zakelijk mobiel bankieren bevestigen. Na het bevestigen zou het bedrag op mijn rekening komen te staan. De man stuurde een kleurcode naar mij toe. Ik heb deze toen gescand en het bevestigingsnummer aan de man gegeven. Op 2 februari 2017 werd ik door de man gebeld. Hij zei mij dat er iets verkeerd was gegaan en dat hij per ongeluk twee keer € 5.000,-- naar mij had overgemaakt. Ik heb deze bedragen vervolgens weer naar de man overgemaakt. Later zag ik dat er geldbedragen van mijn bankrekening waren afgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3656 tot en met 3661 van het subdossier MO02 PL0600-2017093605 (Map 5):

Op 2 februari 2017 hebben er overboekingen plaatsgevonden van [rekeningnummer 48]

(PJ. [aangever 16] ) naar [rekeningnummer 49] ( [naam 33] ), te weten twee keer € 5.000,--. Ook heeft er op 2 februari 2017 een overboeking plaatsgevonden van € 5.000,-- van [rekeningnummer 50] (PJ. [aangever 16] ) naar [rekeningnummer 51] ( [naam 34] ). Vervolgens hebben er op 2 februari 2017 meerdere geldopnames plaatsgevonden van zowel rekening [rekeningnummer 49] ( [naam 33] ) als rekening [rekeningnummer 26]

( [naam 34] ) bij een geldautomaat van de Rabobank voor een totaalbedrag van € 7.200,--.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] .

Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 15162 en 15163 van het subdossier MO02 PL0600-2017093605 (Map 22) die mij worden getoond.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 17] van 12 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3711 tot en met 3718 van het subdossier MO02 PL0600-2017115136 (Map 5):

Ik ben op 9 januari 2017 door [naam 24] , met telefoonnummer [telefoonnummer 4] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een VHS videorecorder te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. Dirk stuurde vervolgens een foto van een bankpas op naam van [naam 25] , [rekeningnummer 52] . Hij zei daarbij dat zijn vrouw Rabobank zakelijke rekening heeft en vroeg mij of ik ook een foto van mijn bankpas kon sturen. Ook vroeg hij of ik de betaling kon bevestigen omdat hij het via zakelijk bankieren zou overmaken. Hij vroeg of ik de [rekeningnummer 60] scanner bij de hand had. Ik zei dat ik dat had. Vervolgens zei hij dat ik de pas erin moest doen, dan pinnen en scannen en dat ik vervolgens een bevestigingsnummer in beeld zou krijgen. Die moest ik invoeren. Hij vroeg mij om de bevestigingsnummer. Deze heb ik hem gestuurd. Vervolgens moest ik herbevestigen. Wederom vroeg hij mij om het bevestigingsnummer. Deze gaf ik hem. Hij vertelde mij toen dat het erop zou komen te staan en dat het soms een uur kan duren. Ook zei hij dat ik niet moest inloggen in de Rabobankapp. Hierna moest ik nog een aantal keren hetzelfde doen. Later hoorde ik van een medewerker van de Rabobank dat er € 5.000,-- van mijn rekening naar een rekening met nummer [rekeningnummer 22] was overgemaakt. Ook was er in totaal € 5.900,-- van mijn rekening naar een rekening met nummer [rekeningnummer 21] overgemaakt.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3803 tot en met 3805 van het subdossier MO02 PL0600-2017115136 (Map 5):

Op 9 januari 2017 hebben er overboekingen plaatsgevonden van NL29RABO0384423434

( [naam 40] ) naar [rekeningnummer 53] ( [naam 26] ), te weten € 5.000,-- en € 900,--. Op 9 januari 2017 heeft er eveneens een overboeking van € 5.000,-- plaatsgevonden van NL29RABO0384423434 ( [naam 40] ) naar NL64RAB00131867105 (E. [naam 27] ).

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] .

Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 15306 van het subdossier MO02 PL0600-2017115136 (Map 22) die mij worden getoond. Ik heb daar ook weer € 100,-- voor gekregen.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 18] van 21 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3913 tot en met 3945 van het subdossier MO02 PL0600-2017116299 (Map 5):

Ik ben op 15 december 2016 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een videocamera te koop had gezet. Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 16] . We kwamen een prijs overeen. Dhr. [aangever 33] vertelde dat hij een zakelijke transactie wilde maken via het rekeningnummer van zijn vrouw. Zijn vrouw zou Rabobank zakelijk hebben. Daarop stuurde dhr. [aangever 33] een fotokopie van een bankpas met rekeningnummer [rekeningnummer 34] op naam van [aangever 7] . Ook liet dhr. [aangever 33] een kopie rijbewijs zien op naam van [aangever 33] . Wij zochten op google de naam en zagen dat het bedrijf echt bestond. Hierop besloten wij een foto van onze bankpas te maken en deze naar hem op te sturen. Ik kreeg vervolgens van dhr. [aangever 33] kleurcodes toegestuurd. Dit is zes keer gebeurd. Deze heb ik vervolgens gescand. Ik kreeg toen een signeercode. Deze code heb ik aan dhr. [aangever 33] doorgegeven, zodat hij de betaling kon doen vanaf mijn bankrekening. Even later vroeg dhr. [aangever 33] mij nogmaals een kleurcode te scannen. Ik heb deze toen gescand. De betaling heb ik uiteindelijk geannuleerd. Toen belde dhr. [aangever 33] mij. De man zei dat hij al had betaald en vroeg mij of ik het wilde storneren. De man zei dit nogal dwingend. Ook zei hij dat hij kennissen had bij de [motorclub] en dat hij het geld wel terug zou komen halen met een paar leden als ik niet zou terugbetalen. Toen het later die dag was gelukt om in te loggen, zag ik dat er zeven bedragen van mijn bankrekening waren afgeschreven. Het gaat om een totaalbedrag van € 940,--. Ik zag dat het geld was overgemaakt naar een rekening met nummer [rekeningnummer 13] .

Een tapgesprek met sessienummer 99870, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4009 van het subdossier MO02 PL0600-2017116299 (Map 5):

Datum: 15-12-16

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 16]

[telefoonnummer 10] : hallo met [aangever 33] . Het geld is bij ons afgeschreven. Ik snap niet wat het probleem nu eigenlijk is

: nou, ik heb je gezegd dat ik niet meer kan controleren wat er op mijn rekening gebeurt. Hij is geblokkeerd

[telefoonnummer 10] : uw rekening is niet geblokkeerd

: ... dus wie, wie wie, wie zegt, wie zegt mij dat dat bedrag krijgt?

[telefoonnummer 10] : dat bedrag na bevestigen zal het bedrag direct d'r op staan en kunt u weer gelijk inloggen.

: ja...maar ik kan het...

[telefoonnummer 10] : ik had u.. ik had u daarvoor al gezegd dat het...

: hé, maar datje gaat, datje gaat dreigen met [motorclub] enzo...

[telefoonnummer 10] : nee nee, dat is geen dreigement, dat is gewoon een belofte. Het is mijn....

: ik krijg een... ik krijg een bericht van u dat ik drieduizend euro over moet maken. Dat ik opdracht daarvoor moet geven, nou dat ga ik toch niet doen. Dat begrijp je toch wel?

[telefoonnummer 10] : best... dat begrijp ik... Dat is zo ingesteld bij mijn vrouw z'n zakelijke rekening...

: dus ik, ik hou niet van bedreigingen, dat dan, dan gaat het weer, dan gaat het andersom ook werken he.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 19] van 23 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4108 tot en met 4110 alsmede de bijgevoegde foto van de gestuurde bankpas op pag. 4111 van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 5):

Ik ben op 20 januari 2017 door [naam 28] , met telefoonnummer [telefoonnummer 5] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een accordeon te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, stuurde [naam 28] mij een foto van een bankpas op naam van [naam 28] . Hij vroeg mij of ik ook een foto van mijn bankpas naar hem wilde sturen, zodat het voor ons allebei te vertrouwen was. Op 21 januari 2017 zei [naam 28] dat hij het bedrag ging overboeken via een zakelijke rekening. Hiervoor had hij een bevestigingscode van mij nodig. Deze kon ik hem verstrekken door van mijn [rekeningnummer 60] scanner gebruik te maken. Ik ontving vervolgens een kleurcode van [naam 28] . Deze heb ik met de [rekeningnummer 60] scanner gescand waarna ik de code naar [naam 28] heb gestuurd. Ik heb in totaal drie keer middels de [rekeningnummer 60] scanner een bevestigingscode aan [naam 28] verstrekt. [naam 28] zei mij dat ik na de overboeking niet meer op de Rabobankapp moest inloggen omdat anders de overboeking zou mislukken. Ik heb vervolgens toch in de Rabobankapp ingelogd en zag dat er in totaal een bedrag van € 4.578,20 was overgeboekt naar [rekeningnummer 56] .

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 23 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pagina 4181 van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 5):

De tenaamgestelde van bankrekeningnummer [rekeningnummer 56] is G.J.P. [naam 29] ,

Van een medewerker van de Rabobank vernam ik dat er op 21 januari 2017 tweemaal een bedrag van € 2.000,-- en eenmaal een bedrag van € 500,-- was opgenomen van bankrekeningnummer [rekeningnummer 56] bij een geldautomaat van de Rabobank.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] . Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 015485 en verder van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 23) die mij worden getoond.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 62 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een mutatierapport van 17 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4119 en 4120 van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 5):

[naam 28] liet weten dat hij via de app contact had gehad met ene [naam 24] , met telefoonnummer [telefoonnummer 4] , over de door hem te koop aangeboden goederen op Marktplaats. [naam 28] heeft vervolgens op verzoek van [aangever 33] een foto van zijn pinpas naar hem gestuurd. De volgende dag werd [naam 28] door een vrouw benaderd die vertelde dat zij naar aanleiding van een op Marktplaats te koop aangeboden goed contact had gehad met [aangever 33] . Die [aangever 33] had haar een foto van de pinpas van zijn vrouw gestuurd op naam van [naam 28] .

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 20] van 4 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4309 tot en met 4313 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Ik ben op 31 december 2016 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een radio te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, gaf ik mijn rekeningnummer ( [rekeningnummer 57] ) door. Hij vroeg mij ook een foto van mijn bankpas te maken en naar hem te sturen. Dit heb gedaan. [aangever 33] vroeg mij of ik de betaling kon bevestigen. Hij vroeg mij of ik een [rekeningnummer 60] scanner had. Vervolgens stuurde hij: ‘Bij de hand? Dan maak ik over en stuur de scan bevestiging. Overgemaakt. Uw pas erin. Dan uw pin. Dan scannen. Dan ziet u het bevestigingsnummer in beeld. Die voer ik in en dan is het bevestigd’. Hij vroeg mij om het bevestigingsnummer en zei dat hij zo weg moest. Ik gaf het nummer door. Hij stuurde dat de tijd al voorbij was. Hij stuurde opnieuw een scan. Wederom stuurde ik hem het bevestigingsnummer. Toen zei hij: ‘nu komt de herbevestiging, daarna is het gelukt’. Ik zag dat er weer een afbeelding was gestuurd. Hij vroeg mij om het bevestigingsnummer. Daarna stuurde hij nog een scan omdat het opnieuw moest en vroeg mij wederom om een bevestigingsnummer. Ik gaf hem het nummer door. Hierna zijn er nog meerdere keren door mij na berichten van hem bevestigingscodes gestuurd. Ik had elke keer mijn pas in mijn apparaat gestopt en de code doorgegeven. De berichten werden dwingender. Ook zei hij mij dat ik tot 17.00 uur niet mocht inloggen omdat anders de betaling zou mislukken. Toen ik op mijn Rabobank bankieren was ingelogd, zag ik dat er € 10.000,-- was afgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4429 tot en met 4433 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Op 31 december 2016 hebben er overboekingen plaatsgevonden van

[rekeningnummer 57] ( [aangever 20] ) naar [rekeningnummer 18] (R.M. [naam 18] ), te weten tweemaal € 5.000,--. Op 1 januari 2017 heeft er eveneens een overboeking plaatsgevonden van [rekeningnummer 57] ( [aangever 20] ) naar [rekeningnummer 18] (R.M. [naam 18] ), te weten € 250,--. Op 31 december 2016 hebben er drie geldopnames van één keer € 1.500,-- en twee keer € 1.750,-- plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 18] (R.M. [naam 18] ) bij een geldautomaat van de Rabobank.

Een tapgesprek met sessienummer 188234, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4378 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Datum: 31-12-16 17:09

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 17] [aangever 20]

[telefoonnummer 10] : ja hallo goeienavond met [aangever 33]

[telefoonnummer 10] : nou goed het geld is bij ons afgeschreven u hoeft het alleen nog maar te bevestigen

[telefoonnummer 17] : als ik nu wil scannen is mijn telefoon weer uit dan moet je weer opnieuw dan ik doe mijn bankzaken altijd met de tablet

[telefoonnummer 10] : nee dat begrijp ik maar als u uw vinger op het scherm houdt of afbeelding of af en toe een tikje dan gaat het scherm niet uit

[telefoonnummer 17] : ja als ik op de scan druk op die figuren dan staat er een getal in en als ik daarop druk dan is het bevestigd klopt stuur ik die

[telefoonnummer 17] : ik ben net aan het kijken of ik nou op de bank zit maar nou heb ik in eens geen webpagina dat heb ik er ook nog eens bij dat gebeurd ook nog wel eens hier

[telefoonnummer 10] : nee dat klopt u had net ook net was het ook gelukt en toen heeft u mij ook een bevestigingsnummer gestuurd

[telefoonnummer 10] maar goed het geld is bij mij afgeschreven u dient het alleen te bevestigen

[telefoonnummer 17] : daarom wou ik even bij mij erop gaat want dan moet ik er wel ingaan

[telefoonnummer 10] : nee dat klopt door de overboeking nadat u het bevestigd staat het er gewoon direct op

[telefoonnummer 17] : oké

[telefoonnummer 10] : dus prima dan stuur ik nu opnieuw de bevestiging die scant u die bevestigt u

[telefoonnummer 17] : maar hij doet het nou niet sorry

[telefoonnummer 10] : u snapt het niet de scanner doet het wel

[telefoonnummer 17] : oké die deed het net bij mij ook niet meer die scanner

[telefoonnummer 10] : u moet de pas eruit en weer erin stoppen dan doet hij het wel

[telefoonnummer 17] : dat heb ik net gedaan maar dan komt erin dat hij het niet doet

[telefoonnummer 10] : nee dan staat er dat u uw pincode moet invoeren

[telefoonnummer 17] : ik zal nog even kijken

[telefoonnummer 10] : oké prima dan wacht ik even

[telefoonnummer 17] : ja ik ga even kijken

Een tapgesprek met sessienummer 188273, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4363 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Datum: 31-12-16 17:43

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 17] [aangever 20]

[telefoonnummer 10] : met [aangever 33]

[telefoonnummer 10] : ik hoor niets meer van u via de WhatsApp

[telefoonnummer 17] : heb ik net gedaan alweer

[telefoonnummer 10] : ja klopt maar ik heb u een bericht teruggestuurd dat de bevestigingen binnen drie uur kan na overboeking en als het morgen is het te laat en morgen wordt het dan automatisch geannuleerd en duurt het vijf werkdagen voordat het geld weer op mijn rekening komt te staan en daar kan ik niet op wachten vijf werkdagen

[telefoonnummer 17] : ja

[telefoonnummer 10] : kunnen we dat nu niet snel even regelen zo gebeurd

[telefoonnummer 17] : ja dan moet ik even wat moet ik nou doen je moet mijn signeer code toch hebben

[telefoonnummer 10] : ja dat klopt

[telefoonnummer 10] : dat is de bevestiging van mijn zakelijk mobiel bankieren en daarna is gelijk

[telefoonnummer 17] : ja dan ga ik nou even vijf minuten met eten door en dan gaan we het doen

[telefoonnummer 10] : ja is prima dan stuur ik opnieuw de afbeelding

Een tapgesprek met sessienummer 188522, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4364 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Datum: 31-12-16 18:33

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 17] [aangever 20]

[telefoonnummer 10] : ja hallo weer met [aangever 33]

[telefoonnummer 17] : is het gelukt nee zeker

[telefoonnummer 10] : nee het is bij ons niet gelukt en eh het geld staat op verwerking dus dat zal morgen op uw rekening staan en he wat ik u zei alstublieft niet op uw Rabobank inloggen pas zodra het erop staat

[telefoonnummer 17] : ja dat heb ik net wel even gedaan om te kijken en nou is alles geblokkeerd

[telefoonnummer 10] : om dat de betalingen op verwerkt staan u hoeft ook niet proberen in te loggen dus als

[telefoonnummer 17] : dat doe ik ook niet meer

[telefoonnummer 10] : nee doe maar niet als u morgen weer inlogt dan staat het er morgen wel op ja

[telefoonnummer 17] : oké

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 21] van 15 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4513 tot en met 4515 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Ik ben op 8 december 2016 door [aangever 34] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een filmcamera te koop had gezet. Hij bood mij € 1.000,--. Ik heb hem verteld dat ik dit te weinig vond en dat hij de filmcamera voor € 1.500,-- kon overnemen. Hier ging hij mee akkoord. Vervolgens stuurde hij mij een foto van zijn Rabobank betaalpas, te weten: [rekeningnummer 58] op naam van [aangever 7] . Hij vertelde mij dat ik de betaling moest bevestigen omdat het een zakelijke rekening betrof. Hij stuurde mij toen een foto van een QR-code. Ik moest vervolgens mijn bankpas pakken en deze in de Random Reader van de Rabobank doen. Ik moest toen met de Random Reader de QR-code scannen. Vervolgens zou ik een bevestigingsnummer te zien krijgen. Het bevestigingsnummer moest ik aan [alias 5 verdachte] doorgegeven, zodat de betaling kon worden bevestigd. Nadat ik dit had gedaan, stuurde hij nogmaals een QR-code. Deze code moest ik op dezelfde manier bevestigen. Ik heb toen wederom naar hem een bevestigingsnummer gestuurd. De man zei vervolgens dat hij nog een herbevestiging zou sturen. Dit ging ook weer met een QR-code. Ook deze heb ik weer gescand waarna ik het bevestigingsnummer aan hem heb doorgegeven. Hij vroeg mij om € 0,01 over te maken naar zijn privérekening, te weten [rekeningnummer 60] . Dit heb ik gedaan. Toen ik vervolgens mijn rekening bekeek, zag ik dat er een tweetal bedragen, namelijk € 1.000,-- en € 1.500,--, vanaf mijn betaalrekening was overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 60] .

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 72 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 21] en [aangever 34] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4524 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

08-12-16: [telefoonnummer 18] : Mijn vrouw heeft Rabobank zakelijk. Kunt u een foto maken? Zo ben ik er zeker van dat het goed komt.

08-12-16 [aangever 21] : IM3-20161208-\M0001.jpg (bestand bi j gevoegd) Hierbij foto

08-12-16: [telefoonnummer 18] : Svp volledig, zie mijn foto

08-12-16 [aangever 21] : IM3-20161208-\M0002.jpg (bestand bij gevoegd)

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5933 tot en met 5936 van het subdossier MO02 PL0600-2017068867 (Map 8):

Op 8 december 2016 heeft er een frauduleuze overboeking plaatsgevonden van in totaal

€ 2.500,-- van [rekeningnummer 61] ( [aangever 21] ) naar [rekeningnummer 60] ( [naam 8] ). Op 8 december 2016 heeft er een limietverhoging plaatsgevonden op rekening [rekeningnummer 60] voor een geldopname via de geldautomaat van € 5.000,--. Op 10 december 2016 om 22:30 en 22:36 uur hebben er twee geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 60] ( [naam 8] ) bij een geldautomaat van de Rabobank voor een totaalbedrag € 2.500,-- (€ 1.000,-- en € 1.500,--).

(Op de bij de aangifte van de Rabobank bijgevoegde foto’s van de beelden van de geldopnames is het volgende vermeld: 8 december 2016 22:30 uur respectievelijk 8 december 2016 22:36 uur. De rechtbank leidt daaruit af dat de twee geldopnames op 8 december 2016 zijn gedaan en niet op 10 december 2016).

Een tapgesprek met sessienummer 74849, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4600 tot en met 4602 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:15

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 11] : ik zit erin he

[telefoonnummer 10] : ja heb je verhoogd?

[telefoonnummer 11] : wacht, waar moet ik heen?

[telefoonnummer 10] : en dan betalen met contact geld opnemen, die moet je verhogen

[telefoonnummer 11] : maar max limiet voor verhogen is max 5.000

[telefoonnummer 10] : juist 5.000

[telefoonnummer 10] : geef die rekeningnummer maar

[telefoonnummer 11] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 11] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 11] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 11] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 10] : euh

[telefoonnummer 11] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 11] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 11] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 11] : wij gaan nu naar de bank

[telefoonnummer 10] : ja is goed ik bel je zo

Een tapgesprek met sessienummer 74912, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4603 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:27

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : ja waar sta je?

[telefoonnummer 11] : wij staan bij Rabobank

Een tapgesprek met sessienummer 74919, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4604 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:29

Beller: [telefoonnummer 7] , NNvrouw. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] NNman. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

NNvrouw: [verdachte] zegt 1.000

NNman: oké

Een tapgesprek met sessienummer 74923, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4606 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:35

Beller: [telefoonnummer 7] , NNvrouw. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] NNman. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

NNvrouw: 1.500

NNman: jo

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van [naam 8] heeft gehaald.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 22] van 19 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4713 tot en met 4715 van het subdossier MO02 PL0600-2017048143 (Map 6):

Ik ben op 18 december 2016 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een dwarsfluit te koop had gezet. Nadat ik hem de prijs had laten weten, vroeg hij mijn naar mijn rekeningnummer. Ook stuurde hij een foto van zijn zakelijke Rabopas op naam van [aangever 7] Muziek. Ik en mijn zoon hebben toen op internet gezocht naar het bestaan van deze muziekzaak. Het bleek een muziekschool te zijn. De school gaf al meer dan 30 jaar muziekles dus ik dacht dat het wel safe was. [aangever 33] vroeg vervolgens om een foto van mijn bankpas. Ik heb toen een foto gemaakt van een gedeelte van de pas. [aangever 33] vroeg om een foto van de gehele pas. Dit heb ik gedaan. [aangever 33] vroeg vervolgens aan mij of ik de zakelijke betaling kon bevestigen. Ik vroeg toen hoe ik dat moest doen. Hierop vroeg [aangever 33] mij of ik een Rabobank scanner had, want dan zou hij het bedrag overmaken en een scanbevestiging sturen. Ik heb toen mijn pas in de scanner gedaan en de pincode ingevoerd. [aangever 33] vroeg toen of ik het bevestigingsnummer in beeld kreeg. [aangever 33] zei mij wel dat de handelingen te lang duurden. Op een gegeven moment was de betaling bevestigd maar [aangever 33] zei dat de betaling wel een uur kon duren voordat het verwerkt is. [aangever 33] zei nog dat ik niet meer in moest loggen anders kon het geannuleerd worden. [aangever 33] zei vervolgens dat de handelingen mislukt waren. Er moest een nieuwe scan gedaan worden. Ik heb dit gedaan. Ik denk wel ongeveer zes keer. Daarna heb ik met de Rabobank gebeld. Er werd mij verteld dat er € 8.000,-- was afgeschreven, twee keer een bedrag van € 3.500,-- en een keer een bedrag van € 1.000,--. De bedragen waren gestort naar rekeningnummer [rekeningnummer 62] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4794 tot en met 4797 van het subdossier MO02 PL0600-2017048143 (Map 6):

Op 18 december 2016 hebben er overboekingen plaatsgevonden van [rekeningnummer 63]

( [naam 41] ) naar [rekeningnummer 64] ( [naam 13] ), te weten een keer € 1.000,-- en twee keer € 3.500,--. Op 18 december 2016 hebben er drie geldopnames plaatsgevonden van

rekening [rekeningnummer 65] ( [naam 13] ) bij een geldautomaat van Rabobank voor een totaalbedrag van € 4.500,-- (drie keer € 1.500,--). Er is € 3.500,-- teruggeboekt vanaf [rekeningnummer 14] ( [naam 13] ) naar [rekeningnummer 66] ( [naam 41] ).

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 11 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4819 van het subdossier MO02 PL0600-2017048143

(Map 6):

Rekeninghouder [naam 13] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn bankpas. Deze is na 15 december 2016 ontvreemd.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 23] van 23 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5032 tot en met 5034 van het subdossier MO02 PL0600-2017002609 (Map 7):

Ik ben op 20 december 2016 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een DVD recorder te koop had gezet. Ik liet hem weten dat ik er € 45,-- voor vroeg. [aangever 33] ging daarmee akkoord. [aangever 33] zei toen dat zijn vrouw [rekeningnummer 60] zakelijk had en vroeg om een kopie van mijn betaalpas. Deze heb ik hem gestuurd. Hij stuurde mij een bankpas op naam van zijn vrouw [aangever 7] , [rekeningnummer 34] . [aangever 33] vertelde mij vervolgens dat ik mijn [rekeningnummer 60] scanner bij de hand moest hebben. Ik kreeg een ongemakkelijk gevoel en liet hem dit weten. Ik moest mijn pas in de reader doen, inloggen en het bevestigingsnummer aan hem doorgeven. Dit heb ik gedaan. Daarna moest ik herbevestigen. Ook dit heb ik gedaan. [aangever 33] zei mij dat het geld binnen een uur op mijn rekening zou staan. Ik kreeg het geld maar niet en liet hem dit weten. [aangever 33] zei toen dat ik € 0,01 moest overmaken naar [rekeningnummer 67] . Volgens hem was dit mislukt. Hij werd boos en zei mij dat hij zijn vrienden van [motorclub] zou gaan bellen. Zij zouden persoonlijk langskomen. Ik heb daarna nogmaals geprobeerd € 0,01 over te maken. Dit deed ik via de readermethode. Ik gaf hem het bevestigingsnummer door. Later zag ik dat er € 1.000,-- van de rekening was afgehaald.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5083 tot en met 5086 van het subdossier MO02 PL0600-2017002609 (Map 7):

Op 18 december 2016 om 18:24 uur (de rechtbank begrijpt 20 december 2016 gelet op de aangifte van [aangever 23] alsook de aangifte van de Rabobank waarin steeds wordt gesproken over 20 december 2016) heeft er een overboeking plaatsgevonden [rekeningnummer 68] ( [aangever 23] ) naar [rekeningnummer 67] ( [naam 14] ), te weten € 1.000,--. Op 20 december 2016 om 18:27 en 18:28 uur hebben er twee geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 67] ( [naam 14] ) bij een geldautomaat van de Rabobank, waaronder één van € 1.000,--.

[naam 14] heeft verklaard dat zij in goed vertrouwen haar pasje heeft uitgeleend aan Ghalied Monsur geboren op 23 juli 1993 (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 2] ).

Het proces-verbaal van bevindingen herkenning verdachte [medeverdachte 2] van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 6] van 2 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pagina 5188 van het subdossier MO02 PL0600-2017002609 (Map 7):

Op 28 februari 2017 werd verdachte [medeverdachte 2] door ons aangehouden en verhoord. Hij droeg een bril en had gezichtsbeharing. Op 20 december 2016 omstreeks 18:27 uur is door [medeverdachte 2] geld gepind. Van de pintransactie zijn beelden opgevraagd en een aantal printjes gemaakt. Wij verbalisanten herkennen [medeverdachte 2] op de printjes van de beelden als dezelfde verdachte [medeverdachte 2] die op dat moment bij ons in het verhoor zat.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 24] van 28 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5210 tot en met 5213 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 7):

Ik ben op 24 december 2016 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een verrekijker te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, heb ik mijn rekeningnummer ( [rekeningnummer 69] ) doorgegeven. Daarna stuurde [aangever 33] mij een foto van een bankpas op naam van [aangever 7] , rekeningnummer [rekeningnummer 42] . Hij vermelde daarbij dat het een zakelijke pas van zijn vrouw betrof. Hij vroeg of ik ook een foto van mijn bankpas wilde maken en naar hem wilde sturen. Dit heb ik gedaan. [aangever 33] vroeg mij vervolgens of ik de zakelijke betaling wilde bevestigen. Het geld zou dan direct op de rekening komen te staan. Ik had daarvoor de [rekeningnummer 60] scanner nodig. Ik heb de scanner gepakt. Vervolgens heb ik de handelingen verricht die [aangever 33] mij doorgaf. Ik heb mijn bankpas erin gedaan en op verzoek van [aangever 33] mijn pincode ingevoerd. Ik kreeg toen de opdracht om te scannen. [aangever 33] zei dat er een bevestiging in beeld zou komen. Ik moest het nummer invoeren en vervolgens moest ik bevestigen. Ik kreeg toen een kleurcode in beeld. Deze kleurcode moest ik met mijn scanner scannen. Dit heb ik gedaan. [aangever 33] vroeg mij toen naar het bevestigingnummer. Dit nummer heb ik aan hem doorgegeven. Ik kreeg het bericht van [aangever 33] dat de betaling was bevestigd was en dat de betaling nu herbevestigd moest worden. Ik kreeg wederom een kleurcode te zien en heb vervolgens dezelfde handelingen verricht. Ik zag dat mijn scanner de vraag stelde: ‘registreer dit toestel voor online bankieren?’. Ik liet dit [aangever 33] weten. Hij zei dat je zo de betaling die hij via zakelijk mobiel bankieren had verricht, bevestigt. Ik dacht dat het oké was. Ik heb hem vervolgens weer een bevestigingsnummer gestuurd. [aangever 33] zei mij dat het een uur kan duren. Er werd mij verzocht om niet via de [rekeningnummer 60] app in te loggen omdat anders de betaling zou worden geannuleerd. Na een paar minuten vroeg [aangever 33] mij om € 0,01 over te maken naar [rekeningnummer 17] . Mijn rekeningnummer zou op die manier bekend worden zodat de betaling sneller kon worden verwerkt. Ik heb € 0,01 overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer. Ik moest wederom een bevestiging doen. [aangever 33] vroeg mij om te reageren, omdat hij naar zijn werk moest. Ik kreeg weer een kleurcode te zien. [aangever 33] zei dat het bij zijn vrouw zo was ingesteld dat er € 4.000,-- boven stond, maar dat het gewoon om het afgesproken bedrag ging. Ik zei hem dat ik het een beetje een vreemd verhaal vond. [aangever 33] stuurde mij vervolgens een afbeelding van een rijbewijs op naam van [aangever 33] . Bij de afbeelding stond: ‘mijn ID in vertrouwen’. Ik heb vervolgens het bevestigingsnummer aan [aangever 33] doorgegeven. Toen ik later op Rabobank.nl was ingelogd, zag ik dat er in totaal € 5.000,-- was afgeschreven van mijn rekening naar [rekeningnummer 17] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 14 maart 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5312 tot en met 5315 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 7):

Op 24 december 2016 om 19:22 en 19:23 uur hebben er overboekingen plaatsgevonden van

[rekeningnummer 70] ( [aangever 24] ) naar [rekeningnummer 17] (D. [naam 17] ), te weten

€ 1.000,-- respectievelijk € 4.000,--. Op 24 december 2016 om 19:26, 19:28 en 19:29 uur (tweemaal) hebben er geldopnames van € 1.480,--, € 1.500,--, € 1.500,-- respectievelijk

€ 520,-- plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 17] (D. [naam 17] ) bij een geldautomaat van de Rabobank. Van de geldopnamen zijn beelden beschikbaar, welke zijn opgeslagen en bij deze aangifte zijn gevoegd.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 16115 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 24) die mij worden getoond. Ik kreeg het pasje van [naam 17] van [verdachte] .

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 25] van 28 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5413 tot en met 5415 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):

Ik ben op 24 december 2016 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een fototas te koop had gezet. Ik liet hem weten dat ik er € 25,-- voor vroeg. [aangever 33] antwoorde gelijk dat hij daarmee akkoord ging. Ik gaf hem mijn bankgegevens. Daarna ontving ik van [aangever 33] een foto van een bankpas op naam van [aangever 7] , rekeningnummer [rekeningnummer 34] . Hierbij schreef hij dat zijn vrouw Rabobank zakelijke rekening heeft. Hij vroeg mij ook een foto van mijn bankpas te maken en naar hem te sturen. Dit heb ik vervolgens gedaan. Vervolgens vroeg hij mij de zakelijke betaling te bevestigen. Na het bevestigen zou het geld direct op mijn rekening staan. Dit heb ik gedaan met mijn [rekeningnummer 60] scanner. Ik heb het nummer dat in beeld kwam aan [aangever 33] doorgegeven. Daarna werd er opnieuw een bevestiging gevraagd. Ik heb toen wederom bevestigd. [aangever 33] zei mij toen dat de betaling nog in verwerking was maar dat het sneller zou gaan als ik € 0,01 zou overmaken. Ik heb toen € 0,01 overgemaakt. Daarna moest ik nogmaals € 0,01 overmaken. Dit heb ik gedaan. Later zag ik op mijn bankrekening dat er in totaal € 6.000,-- was afgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5510 tot en met 5513 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):

Op 24 december 2016 om 17:36 en 17:50 uur hebben er overboekingen plaatsgevonden van [rekeningnummer 71] ( [aangever 25] ) naar [rekeningnummer 72] ( [naam 15] ), te weten

€ 5.000,-- respectievelijk € 1.000,--. Op 24 december 2016 om 17:47 uur heeft er een geldopname van € 510,-- plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 72] ( [naam 15] ) bij een geldautomaat van de Rabobank.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 40] van 17 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5521 en 5522 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):

Ik heb rond 22 of 23 december 2016 mijn bankpas uitgeleend aan een vriend van mij genaamd

[naam 16] .

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 16] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5543 en 5546 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):

Ik ben op 20 december 2016 door [medeverdachte 3] benaderd. Hij vroeg aan mij of ik iemand wist die Rabobank had. Hij moest namelijk even geld overmaken omdat hij zijn pasje niet meer had. Ik en degene die ik zou regelen, zouden er € 250,-- voor krijgen. Ik heb toen met [aangever 40] afgesproken dat ik zijn pasje zou ophalen. Ik heb aan [medeverdachte 3] laten weten dat ik iemand had gevonden. Vlak voor de kerst had ik contact met [aangever 40] over het ophalen van het pasje. Ik was samen met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vertelde mij dat het pasje voor [verdachte] was. Ik ben toen samen met [medeverdachte 3] ergens naar toe gereden. [verdachte] was daar ook. Ik ben toen samen met [verdachte] naar de Rabobank gereden. Toen we bij de Rabobank aankwamen, moest ik de bankpas en pincode aan [verdachte] geven. [verdachte] pinde vervolgens geld en kwam toen weer in de auto zitten.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 16] bij de rechter-commissaris van 7 oktober 2020, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik samen met [verdachte] naar de Rabobank ben gereden. Ik bleef in de auto zitten. Ik heb [verdachte] daadwerkelijk zien pinnen.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 26] van 4 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5610 tot en met 5612 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):

Ik ben op 2 januari 2017 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een verrekijker te koop had gezet. Ik liet [aangever 33] weten dat ik er € 25,-- voor vroeg. Hij ging hiermee akkoord. [aangever 33] zei vervolgens dat de betaling via de zakelijke rekening van zijn vrouw moest gaan. Hierop stuurde hij een foto van een bankpas op naam van [aangever 7] , rekeningnummer [rekeningnummer 34] . [aangever 33] vroeg mij ook een foto van mijn bankpas te sturen. Dit heb ik vervolgens gedaan. [aangever 33] vroeg mij toen om de betaling te bevestigen. Hij moest van mij een bevestigingsnummer ontvangen. [aangever 33] stuurde mij een scancode, welke ik met mijn [rekeningnummer 60] scanner moest scannen. Ik kreeg toen een code. Deze code stuurde ik door aan [aangever 33] . Dit heb ik tot twee keer toe gedaan. Daarna zei hij dat de betaling was voldaan. Echter, toen ik later op mijn betaalrekening keek, zag ik dat er twee bedragen, te weten € 1.000,-- en € 3.500,--, waren overgemaakt naar een onbekend rekeningnummer.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5702 tot en met 5704 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):

Op 2 januari 2017 hebben er twee overboekingen van € 3.500,-- en € 1.000,-plaatsgevonden van NL60RAB00145100596 ( [aangever 26] ) naar [rekeningnummer 73] ( [naam 19] ). Op 2 januari 2017 hebben drie geldopnames van in totaal € 4.600,--plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer 73] ( [naam 19] ) bij een geldautomaat van de Rabobank.

Een tapgesprek met sessienummer 198831, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5710 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):

Datum: 2-1-17 21:59

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 19]

wordt [naam 43] genoemd

[telefoonnummer 10] : geld nodig heeft

[telefoonnummer 19] : ja joh!

[telefoonnummer 10] : dat kan vandaag maar dan moet ie de juiste hebben

[telefoonnummer 10] : welke bank

[telefoonnummer 19] : [rekeningnummer 60]

[telefoonnummer 10] : meen je niet!

[telefoonnummer 10] : kan er tien ruggen op gooien. Jij krijgt de helft, ieder vijf

[telefoonnummer 10] : je moet gewoon naar de bank gaan en zeggen dat het bankpasje geskimd is

Een tapgesprek met sessienummer 198836, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5712 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):

Datum: 2-1-17 22:24

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 19]

[telefoonnummer 10] : heb je ook dat witte kastje van "jeweetwel", de scanner

: heb wel zo'n ding maar geen pasje, zoon is met de auto en daar ligt het pasje in

: ik kom naar beneden

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 19] van 6 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5714 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162

(Map 8):

Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 19] .

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 27] van 28 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 6510 tot en met 6512 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9):

Ik ben op 28 april 2016 door [aangever 38] , met telefoonnummer [telefoonnummer 1] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik drie coincards te koop had gezet. We hebben over de koop van de munten gepraat. Er werd mij gevraagd om in de mijn ING bankierenomgeving onder het stukje mobielbankieren een iPhone 6 te activeren. Dit heb ik gedaan. Vervolgens werd mij gevraagd om de activatiecode door te sturen. Ook dit heb ik gedaan. Ik zag later dat er drie bedragen onrechtmatig van mijn rekening, [rekeningnummer 74] , waren afgeschreven, waaronder € 679,--. Ik vernam van de ING Bank dat dit bedrag betrekking had op een bestelling bij de [webshop 1] in Enschede met ordenummer [nummer] welke reeds was opgehaald in het betreffende filiaal.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 98 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 27] en [aangever 38] , pag. 6516 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9).

Een, als bijlage bij het proces-verbaal van verhoor getuige M. Zandvoort gevoegd geschrift, te weten een factuur van de [webshop 1] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 6552 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9):

Datum: 28 april 2016

Bestelnummer: [nummer]

Verzendwijze: afhalen in de winkel

Factuuradres: Afleveradres:

[verdachte] [webshop 1] Enschede

[adres 8]

Apple iPhone 6 Totaal: € 679,--

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 8 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pagina 6573 en 6574 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9):

U toont mij naar aanleiding van de aangifte van [aangever 27] op 28 april 2016 een foto van de [webshop 1] . Ik ben dat op de foto. Ik moest een telefoon ophalen, een iPhone.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 28] van 9 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7011 en 7012 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):

Ik ben op 7 januari 2017 door [aangever 33] , met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een diaprojector te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. De man stuurde mij vervolgens een foto van een rijbewijs op naam van [aangever 33] en een bankpas van de ING met rekeningnummer [rekeningnummer 75] op naam van [aangever 33] . De man vroeg of ik ook een foto van mijn identiteitsbewijs en bankpas naar hem wilde sturen. Hij had dit nodig vanwege zakelijk bankieren. Hij vroeg mij vervolgens of ik via mijn ING de betaling kon bevestigen. Hij legde mij uit hoe ik dit moest doen. Ik moest via mijn computer naar mobiel bankieren en vervolgens een iPhone 7 activeren. Daarna moest ik een TAN-code invoeren. Ik kreeg een bevestigingsnummer in beeld. Dit nummer moest ik naar de man sturen. De man gaf aan dat het was gelukt en dat het ongeveer een uur kon duren voordat het geld erop zou staan. Toen ik later op mijn ING was ingelogd, zag ik dat er met mijn rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 76] twee aankopen hadden plaatsgevonden bij de [webshop 2] .

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 102 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een kopie van de rekeningafschriften van de rekening van [aangever 28] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7015 en 7016 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):

[naam 28]

Datum Omschrijving Bedrag (€)

09-01-2017 Naam: ING Bank 1.599,--

Tegenrekening [rekeningnummer 7]

Mutatiesoort Internet bankieren (GT)

0050002571492705 LG 55 inch OLED TV

55EG910V [bedrijf 1] B.V.

Kenmerk: 07-01-2017 16:25

Datum Omschrijving Bedrag (€)

09-01-2017 Naam: ING Bank 969,--

Tegenrekening [rekeningnummer 7]

Mutatiesoort Internet bankieren (GT)

0050002571475315 Apple MacBook Air

13.3

Core iS 1 [bedrijf 1] B.V.

Kenmerk: 07-01-2017 16:09

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] van 10 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7099 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399

(Map 10):

De heer [naam 44] , medewerker bij de [webshop 2] , verklaarde aan mij dat op 7 januari 2017 omstreeks 17.00 uur, de betreffende MacBook door een vrouw was afgehaald bij het afhaalpunt van het filiaal van de [webshop 2] in Hengelo.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris van 22 oktober 2020, zakelijk weergegeven:

Ik ken [medeverdachte 1] . Ik moest voor hem een MacBook bij de [webshop 2] in Hengelo ophalen. [medeverdachte 1] zocht een parkeerplaats. [medeverdachte 1] had een bestelbon bij zich en daarmee ben ik naar binnengelopen.

Een tapgesprek met sessienummer 222946, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7117 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):

Datum: 7-1-17 16:09

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] zegt dat [telefoonnummer 11] die (onverstaanbaar) moet bellen en naar [webshop 2] Hengelo

[telefoonnummer 10] stuurt [telefoonnummer 11] de scanbevestiging.

[telefoonnummer 10] zegt dat hij haar vast moet bellen, dat ze klaar moet staan

Een tapgesprek met sessienummer 222956, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7118 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):

Datum: 7-1-17 16:22

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] vraagt waar [telefoonnummer 11] is

[telefoonnummer 11] is onderweg naar haar

[telefoonnummer 10] zegt dat het al klaar staat in Hengelo, een MacBook

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 29] van 27 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7210 tot en met 7218 van het subdossier MO03 PL0600-2017051570 (Map 10):

Ik ben op 25 januari 2017 door [naam 30] , met telefoonnummer [telefoonnummer 6] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een cassetterecorder te koop had gezet. Ik vertelde hem dat ik er € 25,-- voor wilde hebben. Hij ging daarmee akkoord. Ik heb hem toen een foto van mijn bankpas gestuurd. Vervolgens zei Jos dat hij Rabobank zakelijk heeft en dat ik de betaling moest bevestigen. Daarna zou het geld direct op mijn rekening staan. Hij vroeg mij of ik de [rekeningnummer 60] scanner bij de hand had. Hij zei dat ik mijn pas erin moest doen, daarna de pin moest invoeren en vervolgens moest scannen. Vervolgens zou ik een bevestigingsnummer te zien krijgen. Deze moest ik hem doorgeven. Dit heb ik vervolgens gedaan. Daarna moest ik dit nogmaals doen en ook moest ik een herbevestiging doen. Toen zei hij dat het erop zou komen te staan maar dat het een uur kan duren. Ik moest de betaling niet via de app van de Rabobank in de gaten houden want dan zou de transactie mislukken. Vervolgens moest ik nog een keer bevestigen en het bevestigingsnummer aan hem doorgeven. Even later zag ik dat er in totaal € 6.000,-- van mijn rekening was afgeschreven naar een onbekend rekeningnummer.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 39] namens Rabobank van 16 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7235 tot en met 7239 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 10):

Op 26 januari 2017 hebben er twee overboekingen van € 5.000,-- en € 1.000,-- plaatsgevonden van NL94RABO0337079668 ( [aangever 29] ) naar [rekeningnummer 24] ( [naam 31] ). Vervolgens hebben er op 26 januari 2017 drie geldopnames plaatsgevonden van in totaal € 5.000,-- van rekening [rekeningnummer 24] ( [naam 31] ) bij een geldautomaat van de Rabobank. Van de geldopnamen zijn beelden beschikbaar, welke zijn opgeslagen en bij deze aangifte zijn gevoegd.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 13 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7248 van het subdossier MO02 PL0600-2017051570

(Map 10):

Er wordt mij voorgehouden dat er beelden zijn waarop is te zien dat er door een persoon geld wordt gepind. Het gaat om een bedrag van € 5.000,--, van de rekening van Oygur. De beelden worden mij getoond. Ik kan daarover het volgende zeggen. Ja ik heb gepind. Iemand heeft gevraagd aan mij om te pinnen. Ik ben dit inderdaad. Voor deze kreeg ik € 150,--.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] .

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 30] van 1 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7622 tot en met 7626 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):

Ik ben op 28 november 2016 door [alias 5 verdachte] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een DVD recorder te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. [alias 5 verdachte] vertelde mij dat zijn vrouw een zakelijke rekening heeft. Hij stuurde mij een foto van een bankpas met daarop de naam [naam 5] , rekeningnummer [rekeningnummer 77] . Ik stuurde vervolgens een foto van mijn bankpas op naam van [aangever 30] -Dijkstra met rekeningnummer [rekeningnummer 78] . [alias 5 verdachte] vroeg mij toen of ik de zakelijke betaling kon bevestigen, daarna zou het geld direct op de rekening staan. [alias 5 verdachte] zei tegen mij dat ik de edentifier bij de hand moest hebben, mijn pas erin moest steken, op één moest drukken en mijn pincode moest intoetsen. Daarna zou ik een bevestigingsnummer in beeld krijgen. Deze diende ik aan [alias 5 verdachte] door te geven. Dit heb ik vervolgens gedaan. Daarna moest ik herbevestigen door nogmaals hetzelfde te doen. Ik gaf wederom een bevestigingsnummer aan [alias 5 verdachte] door. [alias 5 verdachte] zei mij toen dat hij een verkeerd rekeningnummer had ingetoetst. Ik moest de betaling opnieuw bevestigen. Dit heb ik weer gedaan, op dezelfde manier. Daarna heb ik herbevestigd. [alias 5 verdachte] zei dat hij een melding kreeg met ‘ter controle opnieuw’. Hij zei tegen mij dat ik de pas erin moest doen, op twee moest klikken en de pin moest invoeren. Ook vroeg hij om het bevestigingsnummer. Ik heb de stappen opgevolgd en hem de bevestigingscode gegeven. Hierna moest ik dit alles nogmaals, voor de laatste keer, doen. Dit heb ik gedaan. [alias 5 verdachte] zei toen tegen mij dat het was mislukt. Ik heb toen weer een aantal keer de stappen opgevolgd en het bevestigingsnummer aan [alias 5 verdachte] doorgegeven. Later hoorde ik van een medewerker van de bank dat er € 4.999,-- was overgemaakt naar de [webshop 1] . Er bleek een televisie te zijn besteld.

Een tapgesprek, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7678 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):

Telefoonnummer [telefoonnummer 7] belt klantenservice [webshop 1] , telefoonnummer [telefoonnummer 20] , en stelt zich voor als [naam 45] . De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat [telefoonnummer 7] zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 20] : ik zie in mijn systeem dat euh, dat u want u heeft vandaag nogmaals met ons contact opgenomen op 09.24 uur. En dat euh er een bedrag van 4999 euro is afgeschreven en euhm en of u dit kan annuleren?

[telefoonnummer 10] : annuleren?

[telefoonnummer 20] : heeft u zelf niet contact opgenomen?

[telefoonnummer 10] : ja nee dat heeft mijn moeder dan gedaan

[telefoonnummer 20] : ja

[telefoonnummer 10] : omdat in Heerlen dat is veelste ver voor ons, en dat gaat hem dus niet worden. Dat is niet in de buurt. Vandaar dat ik ook bel. Mijn moeder is zelf op het werk, vandaar ook dat ik hem kom ophalen en ja Heerlen was te ver en vandaar dat het misschien om annuleren ging.

[telefoonnummer 20] : euhm want hier staat, er is een bestelling geplaatst van u rekening euh echter geplaatst op een andere naam en woonplaats. Klant geeft zelf aan dat de bestelling niet is geplaatst door hem.

[telefoonnummer 10] : en heren dat klopt niet, dat klopt helemaal niet.

[telefoonnummer 20] : ooh oke euh, heeft u een moment, ik ga het even bespreken.

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 20] : bedankt voor het wachten. Hallo, ja bedankt voor het wachten. Ik heb het even besproken met mijn collega. Ik vind het heel jammer, maar wij kunnen deze niet meer wijzigen. U zult toch langs Heerlen moeten rijden om het artikel op te halen bij levering zeg maar.

[telefoonnummer 10] : oohw ja dat is eigenlijk wel veelste ver voor ons.

[telefoonnummer 20] : nee dat begrijp ik, ik had dat graag voor u willen rechtzetten, maar dat is alleen niet meer mogelijk helaas.

[telefoonnummer 10] : en mochten we het annuleren, hoelang duurt het voordat het weer terug op de rekening komt?

[telefoonnummer 20] : euh als u dit wilt annuleren dan moet dat via de winkel gebeuren, omdat u afhalen in de winkel heeft gekozen.

(Gelet op de omstandigheid dat met het nummer [telefoonnummer 10] op 30 november 2016 voorafgaand aan het gesprek zoals hierboven uiteengezet is gebeld naar de klantenservice van de [webshop 1] en dat na afloop van dit gesprek eveneens op 30 november 2016 met het nummer [telefoonnummer 10] contact is opgenomen met de [webshop 1] Heerlen, leidt de rechtbank af dat het hierboven uiteengezette gesprek eveneens plaatsvond op 30 november 2016).

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 31] van 6 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7910 tot en met 7912 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Ik ben op 4 december 2016 door [aangever 34] , met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een radio te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. Hij wilde het geld overmaken maar hij had geen ING. Ik moest vervolgens inloggen in mijn ING en de volgende handelingen verrichten: ga naar mobiel bankieren, gegevens en instellingen en dan iPhone 5 activeren. Vervolgens zou ik een tancode ontvangen (via mijn eigen telefoon). Deze code moest ik invullen in het computersysteem bij de ING bank. Daarna zou er een bevestigingscode verschijnen. Deze moest ik aan [aangever 34] doorgeven. Ik heb hem ook een kopie van mijn rijbewijs en bankpas van de ING moeten appen. Ik werd vervolgens gebeld door de ING bank. Er werd mij verteld dat er € 317,-- en € 470,-- van mijn bankrekeningnummer, [rekeningnummer 79] , was afgeschreven.

Het proces-verbaal van onderzoek bestelling eten van 25 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7950 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Door een medewerker van de bank is aan aangeefster [aangever 31] verteld dat er € 317,-- en

€ 470,-- op de rekening van ‘TakeAway’ was bijgeschreven. Door TakeAway.com werd de informatie verstrekt dat op 4 december 2016 bij restaurant de [bedrijf 2] een bestelling was gedaan ter waarde van € 420,--. Ook was er op 4 december 2016 een bestelling gedaan bij restaurant ‘ [restaurant 2] ’. Beide bestellingen zijn telefonisch gedaan door ene [naam 46] .

Een tapgesprek met sessienummer 53840, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7957 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Datum: 4-12-16 18:27

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : ja luister kun je nog bezorger voor mij rijden?

[telefoonnummer 11] : wat dan?

[telefoonnummer 10] : 7 kratten redbull

[telefoonnummer 11] : ja ma

[telefoonnummer 10] : ja en daarna door naar de Griek, meer dan 20 schotels

Een tapgesprek met sessienummer 53927, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7957 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Datum: 4-12-16 18:43

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 21]

Opmerking verbalisant:

Op internet is het gebelde nummer opgezocht. Het nummer blijkt te zijn gekoppeld aan de [bedrijf 2] BV te Enschede.

[telefoonnummer 10] stelt zich voor als [naam 46]

[telefoonnummer 21] zegt: we zitten in een verbouwing. We hebben geprobeerd u te bellen, omdat het ook een vrij aparte bestelling was

[telefoonnummer 10] moet bij de [naam 47] komen aan de [adres 9] . Daar kan hij de redbull ophalen

Een tapgesprek met sessienummer 53929, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7958 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Datum: 4-12-16 18:45

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] zegt dat [telefoonnummer 11] naar de [naam 47] moet gaan. En moet zeggen dat hij de bestelling van zijn vriend [naam 46] komt ophalen

Daarna gaat een stukje weer over het ophalen van de Red Bull

[telefoonnummer 10] : he ik heb je toch een sms’je gestuurd

[telefoonnummer 11] :ja verwijderen

[telefoonnummer 10] : nee met die 420 euro ofzo

[telefoonnummer 11] : Ja

[telefoonnummer 10] : dat is die van de [bedrijf 2]

[telefoonnummer 11] : oké

[telefoonnummer 10] : en jij moet mijn naam veranderen in [naam 46]

Opmerking verbalisant:

Bovenstaande gesprekken hebben betrekking op het bestellen van zeven traytjes a 24 blikjes Red Bull.

Op de website van de Roti Corner kost een blikje Red Bull € 2,50. Totaal zijn er 168 blikjes

besteld x € 2,50 = € 420,--.

Een tapgesprek met sessienummer 54398, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7958 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Datum: 4-12-16 20:25

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 22]

Opmerking verbalisant:

Het gebelde nummer is het nummer van het restaurant ‘ [restaurant 2] ’.

[telefoonnummer 10] heeft eten besteld en men bespreekt hoe het opgehaald wordt in verband met de grote hoeveelheid.

Een tapgesprek met sessienummer 54404, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7959 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Datum: 4-12-16 20:30

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] heeft eten besteld en [telefoonnummer 11] gaat dit nu ophalen.

Een tapgesprek met sessienummer 54425, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7960 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):

Datum: 4-12-16 21:11

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] zegt dat hij maar zes schotels heeft. [telefoonnummer 11] heeft het over acht schotels. [telefoonnummer 10] is het bonnetje kwijt.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 32] van 6 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8015 en 8016 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):

Ik ben op 6 januari 2017 door een persoon, met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een radio te koop had gezet. Ik liet de persoon weten dat ik er € 50,-- exclusief verzendkosten voor vroeg. De persoon melde dat het akkoord was en dat hij direct het geld zou overmaken. De persoon zei mij dat zijn zoon een bedrijfsrekening had bij de ABN Amro en dat hij deze rekening ging gebruiken om te betalen. Vervolgens werd mij gevraagd een foto van mijn bankpas te sturen. Dit heb ik gedaan. Hierna moest ik met mijn bankpas inloggen op internetbankieren van de ABN Amro. De koper vroeg mij of ik de zakelijke rekening wilde bevestigen. Ik vertrouwde het niet. De koper stuurde mij toen een foto van zijn rijbewijs op naam van [aangever 33] . Ik heb hierna na aandringen de betaling bevestigd. Ik kwam er daarna achter dat er van mijn rekening ( [rekeningnummer 80] ) € 23.045,38 was overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer 81] op naam van [bedrijf 3] BV.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 16 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8083 en 8086 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):

Ik ben de eigenaar van [bedrijf 3] BV. Ik heb op 6 januari 2017 om 04:21 uur een bestelling met een opvallend bedrag binnengekregen, te weten € 23.045,38. Er was twee keer een goudbaar van 10 troy ounce (311 gram per goudbaar) besteld. De tenaamstellingen van de factuurgegevens en de bankgegevens kwamen niet overeen. De tenaamstelling van de factuur was [medeverdachte 1] . De tenaamstelling van de bankrekening waarmee was betaald betrof [aangever 32] .

Een tapgesprek met sessienummer 216862, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8099 van het subdossier MO032 PL0600-2017024843 (Map 12):

Datum: 6-1-17 4:43

Beller: [telefoonnummer 24] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] heeft ‘goud’ besteld voor 23 K

[telefoonnummer 11] vraagt 23.000

[telefoonnummer 10] zegt ja

[telefoonnummer 10] zegt dat 09.00 de winkel opengaat

[telefoonnummer 10] zegt dat ze straks moeten gaan

[telefoonnummer 11] zegt hoe laat omdat Khalid de auto heeft

[telefoonnummer 10] zegt dat ie factuurnummer en factuuradres Lintveldebrink 380 heeft gedaan

[telefoonnummer 10] leest voor ‘goudbar 10, troy voor 23.000, goudwinkel’

[telefoonnummer 11] zegt dat [telefoonnummer 10] toch via een andere rekening heeft betaald, en dat ie er eentje geopend heeft en waarom [telefoonnummer 10] dat niet verteld heeft

[telefoonnummer 10] zegt dat dat niet een R was, maar een ABN

[telefoonnummer 11] vraagt of dat dan wel goed gaat

[telefoonnummer 10] zegt natuurlijk

Een tapgesprek met sessienummer 217839, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8101 en 8102 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):

Datum: 6-1-17 14:38

Beller: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 25]

[telefoonnummer 10] zegt dat hij voor 23 ‘K’ goud heeft gekocht

: heb je het ook al verkocht?

[telefoonnummer 10] : nee die komt dinsdag

: het goud, als je dat hebt, dan zal ik die kopen. Alles.

[telefoonnummer 10] : he goud komt dinsdag

: als het het is, zeg het me dan. Ik koop alles. 100%

[telefoonnummer 10] : bra, kost 23 ‘K’. Hoeveel geef jij?

: Ik geef je... euhh even kijken wat kan

[telefoonnummer 10] : 6… 600... even kijken 662 gram

: Ja, hoeveel karaat?

[telefoonnummer 10] : 14.662 gram

: ja, ik ga die straks uitrekenen. Ik denk dat ik goede prijs kan geven. Waar je blij van wordt

[telefoonnummer 10] : zeg maar een prijs

: ja ik moet gaan uitrekenen. Jij koopt het he, ik koop het ook van jou. Maar ja, jij koopt op niet qua goud maar. Wat heb je gekocht? Zijn het sieraden of wat zijn het?

[telefoonnummer 10] : nee...

: of… praat niet vanuit. Ik praat later met jou. Maar ik koop

[telefoonnummer 10] : blok

: haa... heb je zo dingen gekocht?

[telefoonnummer 10] : ja twee

[telefoonnummer 10] : twee keer 300 dingen

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] van 7 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11049 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 25] .

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 8 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8169 en 8170 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):

[naam 20] heeft dingen besteld, goud, op mijn naam. Ik heb hem mijn ID gegeven en heb gezegd 'probeer maar, maar ik ga het niet ophalen’.

Feit 3

Door de rechtbank wordt verwezen naar de hiervoor onder 11, 12, 16, 20, 36, 40, 41, 46, 60, 66, en 85 genoemde bewijsmiddelen.

Feit 4

In aanvulling op de bewijsmiddelen zoals hiervoor genoemd onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 van het eerste feit en onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 98, 100 en 101 van het tweede feit:

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 36] van 26 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9310 en 9311 van het subdossier computervredebreuk

(Map 15):

Ik ben op 25 april 2016 door [aangever 38] (adres: [adres 5] ) benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een gitaar te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, vertelde zij mij dat zij een zakelijke rekening had. Ik moest via mijn ING een aantal handelingen verrichten zodat de zakelijke betaling zou slagen. Zij heeft mij toen geïnstrueerd om op de site van de ING de zakelijke betaling te bevestigen. Ik ben te goed van vertrouwen geweest en heb haar instructies opgevolgd. Zodoende heb ik via mobiel bankieren toestemming gegeven om op mijn rekening te kunnen bankieren. Ik kreeg namelijk van de bank een tancode welke ik moest invoeren. Daarna kreeg ik een bevestigingscijfer. Karin zei dat met deze cijfers de betaling afgerond kon worden maar met deze cijfers heb ik haar de toegang verschaft tot mijn rekening. Zij heeft vervolgens € 755,-- van mijn rekening overgeschreven naar rekeningnummer [rekeningnummer 28] op naam van [naam 36] .

Een, als bijlage bij het hiervoor onder één genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 36] en [aangever 38] , pag. 9314 tot en met en 9318 van het subdossier computervredebreuk (Map 15).

In aanvulling op de bewijsmiddelen zoals hiervoor genoemd onder 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 60, 61, 66, 67, 68, 69, 70, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 122, 123, 124, 125, 126 en 127 van het tweede feit:

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 37] van 19 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9326 en 9327 van het subdossier computervredebreuk (Map 15):

Ik ben op 18 december 2016 door [aangever 33] benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een trompet te koop had gezet. [aangever 33] heeft mij overgehaald om hem codes te verstrekken en in te loggen op mijn Rabobank internetbankieren ten behoeve van zijn zakelijke betaalrekening. [aangever 33] stuurde mij foto’s van internetbankieren en ik scande vervolgens deze afbeeldingen met mijn Raboreader. Hij heeft mij een kopie van een rijbewijs gestuurd op naam van [aangever 33] . Toen ik geen codes meer wilde geven, begon hij te dreigen met dat hij langs zou komen met zijn clubleden van [motorclub] . Toen ik op mijn internetbankieren was ingelogd, zag ik dat mijn inlogcodes waren veranderd. Ook zag ik dat er € 980,-- en € 20,-- was overgemaakt van mijn rekening naar het rekeningnummer [rekeningnummer 29] . Als tekst stond erbij geschreven: ‘Haha’.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder drie genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 37] en [aangever 33] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9328 van het subdossier computervredebreuk (Map 15):

18-12-16

+ [telefoonnummer 26] :

Beste,

Ik bericht u betreft de trompet

Hoe is de staat?

Wat is uw prijs incl verzenden?

Gr [aangever 33]

[naam 48] :

De staat is goed, direct te bespelen, voor 150 wil ik hem wel opsturen

+ [telefoonnummer 26] :

Akkoord

Feit 5

In aanvulling op de bewijsmiddelen zoals hiervoor genoemd:

Een tapgesprek met sessienummer 18803, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9768 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Datum: 29-11-16 17:32

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is

[telefoonnummer 10] : heb je r

[telefoonnummer 25] : wat

[telefoonnummer 10] : heb je r nu?

[telefoonnummer 25] : eeeeeeeeeeeuuuuuuuhhhh ja

[telefoonnummer 10] : fiks het snel bro

[telefoonnummer 25] : kom maar mee ik wil niet alleen zijn

[telefoonnummer 10] : ooohhhh

[telefoonnummer 25] : wat

[telefoonnummer 10] : fiks nu die kanker r even snel

Een tweetal tapgesprekken met sessienummers 20251 en 20349, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7688 en 7689 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Datum: 30-11-16 12:18

[telefoonnummer 10] heeft een televisie gekocht van 5 kop (opm. verbalisant 5.000 euro) en deze staat klaar bij de [webshop 1] in Heerlen, alleen is deze zo groot dat ie niet in een auto past. Er wordt gesproken over hoe ver het rijden is en hoe ze de televisie moeten gaan vervoeren. Er gaan nog twee personen mee om de televisie op te halen.

Datum: 30-11-16 12:28

Er wordt gesproken over de bestelbus waarmee ze de televisie gaan ophalen. [telefoonnummer 25] vraagt aan [telefoonnummer 10] aan wie die de TV weg gaat doen. [telefoonnummer 10] zegt aan "1" voor twee kop. [telefoonnummer 25] weet misschien wel iemand anders. Hij gaat het navragen.

Een tapgesprek met sessienummer 21966, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7699 en 7700 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):

Datum: 30-11-16 17:43

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is

[telefoonnummer 25] vraagt waar [telefoonnummer 10] is. [telefoonnummer 10] zegt op de terugweg. [telefoonnummer 25] vraagt of het niet gelukt is. [telefoonnummer 10] zegt dat het weer niet gelukt is. [telefoonnummer 25] vraagt wie er bij waren dan. Eentje was er door [telefoonnummer 25] geregeld. [telefoonnummer 25] moet raden wie dat is: hij noemt de naam Joris. Die was het niet aldus [telefoonnummer 10] . [telefoonnummer 10] zegt dat de politie kwam.

Een tapgesprek met sessienummer 28735, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11154 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Datum: 1-12-16 17:58

Beller: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is

Gebelde: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : He, luister, er staat 20 op R. Aub, tekst nu, nu, nu, nu.

[telefoonnummer 25] : S, ik S?

[telefoonnummer 10] : R, R, R, ik zweer het, er staat 20 op. Ik heb die geopend. Hup, snel bra. Ik heb die geopend

[telefoonnummer 25] : Ja, van waar?

[telefoonnummer 10] : Jij hebt toch die ene?

[telefoonnummer 25] : Van die junk?

[telefoonnummer 10] : Ja pak hem snel, 20. Aub, snel.

[telefoonnummer 25] : Ja ik kan nu niet, ik ben bij mijn ouders

[telefoonnummer 10] : Ik ken ook wel iemand die heeft

[telefoonnummer 10] : Ja euh G

[telefoonnummer 25] : Wie is G?

[telefoonnummer 25] : [naam 49] ?

Een tapgesprek met sessienummer 50411, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11155 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Datum: 3-12-16 23:06

Beller: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is

Gebelde: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] vraagt of [telefoonnummer 25] geen vrienden heeft die ING of SNS heeft. [telefoonnummer 10] zegt dat hij via zijn ouders SNS kan sturen en via [naam 50] ING. [telefoonnummer 25] zegt dat Murat volgens hem SNS. [telefoonnummer 10] vraagt of [telefoonnummer 25] toch niet met Murat is, en [telefoonnummer 10] zegt dat [telefoonnummer 25] toch geld nodig heeft.

Een tapgesprek met sessienummer 58843, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11156 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Datum: 5-12-16 18:36

Beller: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is

Gebelde: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : he ik heb R

[telefoonnummer 25] : ja

[telefoonnummer 10] : ik heb nou R met meer dan 10 snoepjes

[telefoonnummer 25] : waar ben je dan kom ik snel naar je toe

[telefoonnummer 10] ’: rij maar naar [adres 10]

[telefoonnummer 25] : ja ik ben al onderweg

[telefoonnummer 10] : snel

Een tapgesprek met sessienummer 83083, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11157 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Datum: 10-12-16 15:04

Beller: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is

Gebelde: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 25] vraagt of [telefoonnummer 10] nog wat gefixt heeft voor hem. [telefoonnummer 10] zegt dat ie "max kop naar R" kon overmaken.

[telefoonnummer 25] vraagt of [telefoonnummer 10] die "groene" niet kan regelen. [telefoonnummer 10] zegt dat daar bijna niks op zit.

Een tapgesprek met sessienummer 86043, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11112 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Datum: 11-12-16 16:14

Beller: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is

Gebelde: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : goud

[telefoonnummer 25] : he R

[telefoonnummer 10] : ja nu

[telefoonnummer 25] : ja van waar ik weet niet wat die man nu heeft.

[telefoonnummer 10] : je weet toch (onverstaanbaar)

[telefoonnummer 25] : die gast geef mij (onverstaanbaar) hebben ook geen internet

[telefoonnummer 10] : bewindvoerder

[telefoonnummer 25] : geen internetbankieren

[telefoonnummer 10] : [rekeningnummer 60] scannen internetbankieren

[telefoonnummer 25] : he

[telefoonnummer 10] :met [rekeningnummer 60] scannen bro probeer

[telefoonnummer 10] zegt als het gefixt is laat me het weten ja

Een tapgesprek met sessienummer 90619, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11113 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Datum: 13-12-16 21:02

Beller: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] vraagt of [telefoonnummer 25] R heeft, hij heeft er eentje open. [telefoonnummer 25] zegt dat ie "mijne" heeft. [telefoonnummer 25] laat het weten als ie wat heeft.

Een tapgesprek met sessienummer 95439, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9776 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Datum: 14-12-16 13:27

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 25] : He luister, ik heb ook dinges he, een paar stuks.

[telefoonnummer 10] : wha

[telefoonnummer 25] : R

[telefoonnummer 10] : Ja komt goed

Een tapgesprek met sessienummer 92340, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11114 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Datum: 14-12-16 0:22

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 25] vraagt of [telefoonnummer 10] wat nodig heeft. [telefoonnummer 10] zegt dat het niet op limiet stond, "hij" heeft kop gepind, er stond nog 4 kop op.

[telefoonnummer 25] : Niet praten.

[telefoonnummer 10] : Hij heeft 1 gepakt en er zijn nog 4 er op.

[telefoonnummer 25] : Ja. Moetje?

[telefoonnummer 10] : Hmm.

[telefoonnummer 25] : Ik heb ook.

[telefoonnummer 10] : Laat maar achter.

[telefoonnummer 25] : Ja, is goed.

Een tapgesprek met sessienummer 102136, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 12777 van het subdossier criminele organisatie (map 20):

Datum: 16-12-16 17:56

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 25] : ben je actief

[telefoonnummer 10] : ik ben met anderhalf uur thuis en dan gelijk actief

[telefoonnummer 25] : ja

[telefoonnummer 10] : ik bel je je hebt er eentje he

[telefoonnummer 25] : ja

Een tapgesprek met sessienummer 143211, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9778 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Datum: 23-12-16 22:22

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] vraagt waar de ander is. Thuis. [telefoonnummer 7] zegt dat hij 'R' nodig heeft maar niet 'R' die zij hebben. Hij spelt Regio. [telefoonnummer 25] zegt aaahhh die. [telefoonnummer 10] zegt 15. [telefoonnummer 25] heeft die niet. Mag ook SNS. Die heeft hij wel. Dat mag ook. [telefoonnummer 25] vraagt of het gelijk komt. Binnen twee uurtjes zegt [telefoonnummer 10] . [telefoonnummer 25] zegt dat hij nu die gaat bellen. Moet wel met internetbankieren zegt [telefoonnummer 10] . [telefoonnummer 25] gaat het regelen.

Een tapgesprek met sessienummer 143363, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9779 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Datum: 23-12-16 22:32

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] belt [telefoonnummer 25] . [telefoonnummer 25] vraagt hoeveel kan. [telefoonnummer 10] zegt kan 5 eraf. Is met ‘I’ bankier. [telefoonnummer 25] denkt van wel. 'Hij' gaat die ding ophalen om te maken. [telefoonnummer 10] zegt dat hij ook die app. moet hebben anders kan het niet. [telefoonnummer 25] zegt dat hij twee stuks gaat ophalen. [telefoonnummer 10] wil weten of hij ook die kastje heeft. Ja die haalt hij nu op zegt [telefoonnummer 25] . Welk kastje. Die 'S' toch. Ja. [telefoonnummer 25] zegt dat 5 wel weinig is. [telefoonnummer 10] dat er niet meer vanaf gehaald kan worden. [telefoonnummer 25] vraagt hoe [telefoonnummer 10] het wil doen. [telefoonnummer 10] zegt dat hij die ding maar moet regelen en dan moet komen. Is goed.

Een tapgesprek met sessienummer 145218, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9780 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Datum: 23-12-16 23:40

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] zegt dat hij thuis is en bezig. [telefoonnummer 25] moet die 'R' regelen. [telefoonnummer 25] zegt dat hij hem bij zich heeft. [telefoonnummer 10] wil weten of alles al omhoog is. Dat bevestigt [telefoonnummer 25] . Dat heeft [telefoonnummer 25] net zelf gedaan.

Een tapgesprek met sessienummer 203112, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9781 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Datum: 4-1-17 22:45

Beller: [telefoonnummer 25] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 23] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] vraagt of [telefoonnummer 25] direct R kan regelen

[telefoonnummer 25] zegt dat die Yusuf hem net belde.

[telefoonnummer 10] zegt dat hij die net ook gebeld heeft

[telefoonnummer 10] zegt dat er meer dan 15 opstaat, maar dat zij niet wil.

[telefoonnummer 10] zegt dat "zij" heeft gezegd dat zij overdag wil, en [telefoonnummer 10] heeft gezegd dat

overdag of nu hetzelfde is, de garantie is 5, en die andere doe je spoed,

doe je morgenvroeg

"Zij" zei dat ze een beetje bang was, [telefoonnummer 10] zegt dat ze dan op moet donderen.

[telefoonnummer 25] vraagt of de vrouw van (niet te verstaan) niet wat kan regelen.

[telefoonnummer 10] zegt dat die geen vrouw heeft

[telefoonnummer 10] zegt dat [telefoonnummer 25] moet proberen te regelen

[telefoonnummer 25] zegt dat hij wel wat kan regelen met een meisje waar hij bij in de klas zat

[telefoonnummer 10] zegt dat hij haar nu moet bellen

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] van 28 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11142 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):

Ik zocht iemand die een rekening had bij de Rabobank. Die persoon zou geld krijgen voor zijn pas. Degene ging dan met mij en nog iemand mee. Degene moest zijn pasje afgeven. Ik heb één iemand geregeld, die [naam 22] . Ik kreeg € 150,--. Dit bedrag heb ik aan [naam 22] gegeven.

Een tapgesprek met sessienummer 88747, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16079 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):

Datum: 13 december 2016 03:27

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : he broer luister ik kan niet actief gaan ik heb geen nieuw nummer man jij hebt toch simkaart gekregen

[telefoonnummer 11] : wat

[telefoonnummer 10] : gebruik jij die simkaart die je vandaag hebt gekregen

[telefoonnummer 11] : ik heb een hele doos Lyca

[telefoonnummer 10] : heb je bij je thuis

[telefoonnummer 11] : ja

[telefoonnummer 10] : kun je eentje activeren en mij die nummer geven zodat ik de whatsapp daarop kan doen

[telefoonnummer 11] : ja wacht even dan

[telefoonnummer 10] : je moet wel in je telefoon doen he

[telefoonnummer 11] : ja duh wacht he even kijken he [verdachte]

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 11] : is wel Lyca he

[telefoonnummer 10] : maakt niet uit heb je al bericht gedaan

[telefoonnummer 11] : nee bijna wacht

[telefoonnummer 10] : weetje hoe je de telefoonnummer kunt zien

[telefoonnummer 11] : van deze

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 11] : nee moet je mij zo even zeggen

[telefoonnummer 10] : nee ik weet toch niet wat het telefoonnummer is

[telefoonnummer 11] : ja kan ik nou even kijken is geen probleem

[telefoonnummer 10] : e moet *# 149#

[telefoonnummer 11] : oké

[telefoonnummer 10] : maar eerst activeren he

[telefoonnummer 11] : hoe doe je dat ook al weer bij Lyca

[telefoonnummer 10] : 1200 of 1244 staat toch op die ding man. Je moet wachten tot service komt eerst

Je hoort op de achtergrond: welkom bij Lyca

[telefoonnummer 11] : He [verdachte]

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 11] : zegt service gebruik (onverstaanbaar) je kunt uitbellen

[telefoonnummer 10] : ja oke doe

[telefoonnummer 11] : wacht even ik heb Lyca ooh hier man nummer is deze

[telefoonnummer 11] : ik heb net bericht gekregen mijn nummer mijn lyca nummer is [telefoonnummer 3] kan dat

[telefoonnummer 10] : wacht even ik stuur een smsje [telefoonnummer 3] heb je sms gekregen

[telefoonnummer 11] : nee volgens mij niet wat heb je gestuurd ooh whatsapp bericht

[telefoonnummer 10] : ja whatsapp code

[telefoonnummer 11] : oke je whatsapp code is [code]

[telefoonnummer 10] : is gelukt

[telefoonnummer 11] : ja

[telefoonnummer 10] : ik ga nu (onverstaanbaar)

[telefoonnummer 11] : ik geef je morgen die hele doos ja

[telefoonnummer 10] : he

[telefoonnummer 11] : ik heb die hele doos Lyca

[telefoonnummer 10] : is goed bro

[telefoonnummer 11] : ik gooi die simkaart weg he

[telefoonnummer 10] : ja gooi weg bedankt

[telefoonnummer 11] : geen dank

Een tapgesprek met sessienummer 151696, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16093 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):

Datum: 24 december 2016 18:14

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : wacht even bro waar ben je

[telefoonnummer 11] : ik ben nou bij de ik ga nou die shit verhogen

[telefoonnummer 10] : dus je hebt hem al

[telefoonnummer 11] : nee ik ben nu bij de onverstaanbaar ze geeft hem nou

[telefoonnummer 10] : is goed snel

Een tapgesprek met sessienummer 151707, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16094 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):

Datum: 24 december 2016 18:27

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 11] zegt oké NL51 [rekeningnummer 60] 0140585990 en de naam is RMA Schippers

[telefoonnummer 10] zegt oké wanneer ben je bij R-tje

[telefoonnummer 11] zegt euh geef mij 5 minuten en dan ben ik daar

[telefoonnummer 10] zegt oké rij maar

Een tapgesprek met sessienummer 151778, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16099 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):

Datum: 24 december 2016 19:25

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : waar ben je

[telefoonnummer 11] : ik ben nou bij de bank

[telefoonnummer 10] : pin vast een kop

[telefoonnummer 11] : ja is goed

Een tapgesprek met sessienummer 151780, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16101 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):

Datum: 24 december 2016 19:27

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : heb je gepind

[telefoonnummer 11] : ja

[telefoonnummer 10] : heb je in je zak

[telefoonnummer 11] : ja

[telefoonnummer 10] : oké wacht even blijf daar he

[telefoonnummer 11] : ja

[telefoonnummer 10] : broer je moet weer gaan pinnen bro

[telefoonnummer 11] : hoeveel

[telefoonnummer 10] : hoeveel heb je net gepind

[telefoonnummer 11] : 1000

[telefoonnummer 10] : nou 4 kop snel

[telefoonnummer 11] : zegt jo

Een tapgesprek met sessienummer 151784, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16104 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):

Datum: 24 december 2016 19:33

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 10] : met wie ben jij eigenlijk

[telefoonnummer 11] : met [naam 49] enzo

Een tapgesprek met sessienummer 22379, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18005 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):

Datum: 22 januari 2017 0:58

Beller: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 27]

[telefoonnummer 11] vraagt of Josef kan helpen, want hij heeft eentje open. Josef wil weten wat. [telefoonnummer 11] zegt dat Josef die laatste paar delen voor hem moet doen. Josef vraagt of [telefoonnummer 11] de nummers stuurt.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 7 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1048 van het persoonsdossier (Map 2):

U noemt het telefoonnummer [telefoonnummer 27] . Dat is mijn telefoonnummer.

Een tapgesprek met sessienummer 25941, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18006 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):

Datum: 22 januari 2017 20:22

Beller: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 27] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

9670: heb jij in Hengelo die ding opgehaald?

[telefoonnummer 11] : Ja ja ja, ik heb, ik heb nog, ik heb die andere nog niet bericht. Moet ik ze allemaal berichten dan?

9670: Bericht ze allemaal

[telefoonnummer 11] : Allemaal?

9670: ik heb ook zo vier, vijf stuks nu zo meteen

9670: Erretje, gewoon uit jou zelf regelen, niet via via, kun jij regelen denk je? Dan pakken we meer

9670: Als je erretje kan regelen, pakken we meer

[telefoonnummer 11] : Ja gaan we ook regelen bra, ik ga regelen

Een tapgesprek met sessienummer 78339, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18020 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):

Datum: 4 februari 2017 17:47

Beller: [telefoonnummer 27] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 11] : Jo

[verdachte] : Jo bro. Ik heb eentje die nog nooit die ding had

[telefoonnummer 11] : Ja

[verdachte] : 6 k

[telefoonnummer 11] : Echt niet

[verdachte] : ja nog nooit had die app

[telefoonnummer 11] : Ok Dus we moeten nu eentje hebben

[verdachte] : Ja snel eentje regelen

[telefoonnummer 11] : jalla is goed

Een tapgesprek met sessienummer 78358, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18022 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):

Datum: 4 februari 2017 18:37

Beller: [telefoonnummer 11] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 27] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

[telefoonnummer 11] : Snel snel hij heeft eentje. Hij komt nu met 5 minuten bij Twentehallen. Ik loop al naar Twentehallen

[verdachte] : Jij hebt toch niets gezegd

[telefoonnummer 11] : Bra dat is geen probleem, 1250

[verdachte] : jalla is goed.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte

[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] . Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van [naam 12] heeft gehaald.

Een tapgesprek met sessienummer 54079, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28824 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 4-12-16 19:06

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28]

[telefoonnummer 10] : Hebben jullie dat ding van Daan nog bij jullie?

[telefoonnummer 15] : Ja

[telefoonnummer 10] : Oké maak nu over

[telefoonnummer 15] : Hoeveel

[telefoonnummer 10] : euh twee drie

Een relaas proces-verbaal van verbalisant M. Schreurs van 18 oktober 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9723 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Uit informatie uit de politiesystemen en uit afgeluisterde telefoongesprekken van het telefoonnummer van [verdachte] blijkt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 15] [medeverdachte 2] te zijn.

Een tapgesprek met sessienummer 58581, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28825 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 5 -12-16 14:06

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] : stuur mij jou ding via de sms

[telefoonnummer 15] : wat voor ding

[telefoonnummer 10] : jou groen

[telefoonnummer 15] : de ab

[telefoonnummer 10] : ja

[telefoonnummer 15] : hoeveel

[telefoonnummer 10] : 10

Een tapgesprek met sessienummer 58694, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28826 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 5 -12-16 15:58

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] : bro ik zeg je eerlijk als je wil we kunnen nu de hele avond met elkaar zijn hele avond ik leg jou uit alles beter actief

[telefoonnummer 10] : ja watje wil bro als jij ik geef je mij auto dan ik geef jou garantie binnen 1 2 dagen ik leer jou 2 dagen lang je hebt zowieso een paar stuks open en he dat is het wel.

[telefoonnummer 15] : is goed ik laatje het zo weten ik ben net thuis

Een tapgesprek met sessienummer 59408, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28827 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 6-12-16 16:56

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] vraagt of [telefoonnummer 15] R kan fixen, boven de 5 of 50

Een tapgesprek met sessienummer 59817, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28828 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 6-12-16 18:17

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 15] zegt dat ie net gebeld, er wordt door [telefoonnummer 15] gesproken over geld verdienen. [telefoonnummer 10] vraagt welke, oranje of een andere? [telefoonnummer 15] zegt dat die persoon net weer belde om te vragen wat dat oplevert, [telefoonnummer 15] heeft hem verteld dat dat ligt aan wat voor pas je hebt. Die persoon heeft ABN. [telefoonnummer 15] zegt dat ie nu [rekeningnummer 60] open heeft.

Een tapgesprek met sessienummer 71032, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28829 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 8-12-16 17:40

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] : Hey heb jij de R

[telefoonnummer 15] : Nee R heb ik niet Bro, alleen oranje Bro

[telefoonnummer 10] : Ik heb R nodig man

[telefoonnummer 15] : Echt niet, ik heb alleen oranje broer

[telefoonnummer 10] : Kun je R fixen?

[telefoonnummer 15] : Ga regelen

[telefoonnummer 10] : He?

[telefoonnummer 15] : Oranje kan je niet?

[telefoonnummer 10] : Oranje?

[telefoonnummer 15] : Ja

[telefoonnummer 10] : je weet toch max

[telefoonnummer 15] : He

[telefoonnummer 10] : Je weet toch dat kop max is

Een tapgesprek met sessienummer 82943, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28830 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 10-12-16 11:51

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] vraagt of [telefoonnummer 15] [rekeningnummer 60] heeft. [telefoonnummer 15] zegt dat ie er zelfs 2 heeft. [telefoonnummer 10] zegt dat [telefoonnummer 15] de limiet moet verhogen. [telefoonnummer 15] zegt dat dat nu niet kan omdat Sherwin de [rekeningnummer 60] -scanner heeft. [telefoonnummer 15] moet meteen naar hem toegaan om dat ding op te halen.

Een tapgesprek met sessienummer 82948, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28831 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 10-12-16 11:53

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] zegt dat [telefoonnummer 15] nu het rekeningnummer moet sturen en vraagt of [telefoonnummer 15] de pasjes gecontroleerd heeft. Dat heeft ie.

Een tapgesprek met sessienummer 88634, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28835 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 12-12-16 19:38

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] vraagt of het gefixed is.

[telefoonnummer 15] zegt dat het niet gelukt is.

[telefoonnummer 10] vraagt of hij dat pasje al geregeld heeft.

[telefoonnummer 15] heeft het geregeld en [telefoonnummer 10] gaat er morgen mee aan de slag.

[telefoonnummer 15] vraagt welk pasje [telefoonnummer 10] nodig heeft.

[telefoonnummer 10] zegt dat hij alleen R nodig heeft en niks anders.

[telefoonnummer 10] vertelt dat ie vannacht met (niet te verstaan) heeft gepraat, over het plaatsen van een bestelling, en dat degene die aan de telefoon kwam vertelde het niet boeide waarvan betaald wordt via Ideal, zij leveren gewoon, klaar.

[telefoonnummer 10] werd verteld dat al zou ie voor 1000 euro (niet te verstaan) bestellen, het wordt geregeld.

[telefoonnummer 15] : zegt dat dat een goeie is, en vraagt zich af of ze ook geen cameraatjes hebben enzo.

[telefoonnummer 10] : zegt van niet.

[telefoonnummer 10] zegt dat van alles wat ie bestelt, hij gewoon de helft "cash" krijgt. Als [telefoonnummer 10] voor een "kop" ING bestelt, hij de helft cash, bestelt hij voor 5 "kop" dan krijt hij 2,5.

Een tapgesprek met sessienummer 137132, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28837 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 22-12-16 21:48

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 10] : Ik heb de hele dag gewa... Maar ik pak nou extra voordat ik ga slapen, pak ik weer extra paar nummers veel. Heb ik jou alvast voorschot zeg maar. Snap je? Veel..?.. kopen. Ik pak nummers, ik zet wat extra notities d'r bii

[telefoonnummer 15] : Ok...

[telefoonnummer 10] : ...zodat je makkelijker kan beginnen.

[telefoonnummer 10] : Bro, ik heb, ik ben die, ik ben al actief met die persoon van gisteren,

[telefoonnummer 15] : Ok is goed.

[telefoonnummer 10] : Snap je? Met de dag moetje andere nummers pakken, elke dag andere.

Een tapgesprek met sessienummer 140002, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28838 van het subdossier criminele organisatie (map 44):

Datum: 23-12-16 14:55

Beller: [telefoonnummer 7] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.

Gebelde: [telefoonnummer 28] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

[telefoonnummer 15] : we rijden nu je kant op

[telefoonnummer 10] : is die man met jou

[telefoonnummer 15] : nee drie k

[telefoonnummer 10] : 3 ja is toch ook goed

[telefoonnummer 15] : ja daarom ik wacht nu alleen nog op zijn reactie hij kan alleen maar drie duizend op pinnen

[telefoonnummer 10] : is goed de rest maar andere dag maak toch niet uit

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris van 13 oktober 2020, zakelijk weergegeven:

Ik heb wel eens gepind. Dat was met een bankpas van iemand anders. Ik kreeg die bankpas via iemand. Iemand vroeg mij om te pinnen.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9848 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Het klopt dat ik pasjes geregeld heb. Ik heb ook aan [medeverdachte 1] gevraagd of zij pasjes kunnen regelen. Ik heb pasjes geregeld en af en toe moest ik pinnen. Ik heb ook geprobeerd om goederen op te

halen in winkels.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 28 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9848 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Als we het hadden over ‘R’, dan spraken we over de Rabobank. Het klopt dat we iemand zochten die een rekening had bij de Rabobank. Die persoon zou geld krijgen voor zijn pas. De persoon ging met mij mee en nog met iemand anders. Ik bleef in de auto zitten. Degene moest zijn pasje afgeven ja.

1 Hetgeen bij de beschrijving van de werkwijzen telkens onder B is weergegeven, maakt geen deel uit van de feiten 1 en 2 van de tenlastelegging.

2 De vijf aangevers die geen foto van een identiteitsbewijs en/of bankpas hebben ontvangen zijn: [aangever 6] , [aangever 27] , [aangever 31] , [aangever 20] en [aangever 29] .

3 De zeven aangevers die dit bericht niet hebben ontvangen zijn: [aangever 11] , [aangever 14] , [aangever 16] , [aangever 20] , [aangever 30] , [aangever 31] en [aangever 32] .

4 Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578.

5 ECLI:NL:HR:2016:1522