Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4167

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-12-2020
Datum publicatie
08-12-2020
Zaaknummer
08.261013.18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 52-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaar voor het exploiteren van een grote en professioneel opgezette hennepkwekerij bestaande uit 1100 hennepplanten en diefstal van stroom. Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf legt de rechtbank de man een taakstraf op van 240 uren en moet hij een bedrag aan schadevergoeding betalen van ruim 2000 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.261013.18 (P)

Datum vonnis: 7 december 2020

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 november 2020. De verdachte is niet verschenen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.P. Dronkers.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met een ander:

feit 1 primair: beroeps- of bedrijfsmatig hennep heeft gekweekt of

subsidiair: daarbij geholpen heeft door een pand ter beschikking te stellen, of

meer subsidiair: beroeps- of bedrijfsmatig hennep aanwezig heeft gehad of heeft geteeld;

feit 2: elektriciteit heeft gestolen, of

subsidiair: geholpen heeft elektriciteit te stelen door een pand ter beschikking te stellen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2018 tot en met 1 mei 2018 te Ommen in de uitoefening van beroep of bedrijf,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1100, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,

vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van

bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1100 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2018 tot en met 1 mei 2018 te Ommen in de uitoefening van beroep of bedrijf, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1100, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1100 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan),

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 mei 2017 tot en met 1 mei 2018 te Ommen, in elk geval in

Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2018 tot en met 1 mei 2018 te Ommen in de uitoefening van beroep of bedrijf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1100, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,

vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van

bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1100 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

2

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 mei 2017 tot en met 1 mei 2018 te Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(in totaal) 34.497 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Enexis Netbeheer B.V., (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen elektriciteit / goed(eren) onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 mei 2017 tot en met 1 mei 2018 te Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in/uit een pand, gelegen op/aan de [adres 2] )

(in totaal) 34.497 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan die onbekend gebleven personen en/of aan verdachte toebehoorde, te weten aan Enexis Netbeheer B.V., (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 mei 2017 tot en met 1 mei 2018 te Ommen

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de

teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Het standpunt van de officier van justitie is dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde, terwijl hij deze feiten alleen heeft gepleegd.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

Vaststelling van feiten en omstandigheden

Op 1 mei 2018 trof de politie in een pand aan de [adres 2] te Ommen een in werking zijnde hennepkwekerij aan. In de kweekruimte waren met houten platen vier kweekbakken gecreëerd, tussen de kweekbakken waren looppaden en boven de kweekbakken hingen aan houten balken, die aan het plafond bevestigd waren, assimilatielampen. Aan het plafond waren vier koolstoffilters en twee afzuiginstallaties bevestigd. In totaal stonden er verdeeld over de hierboven omschreven kweekbakken 1100 hennepplanten. Het pand was verhuurd aan verdachte. In het pand stond ook zijn boot gestald. In de boot lagen lege potgrondzakken. Behalve de boot zijn in de loods uitsluitend hennepteelt gerelateerde goederen aangetroffen. Onder een van de stellingen met hennepplanten achter in de kwekerij is een bekertje aangetroffen met speekselresten van een man. Het in de bemonstering van het speeksel aangetroffen DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte, waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.

De zich in het pand bevindende elektriciteitsinstallatie was gemanipuleerd door middel van een illegaal aangelegde elektriciteitskabel die buiten de elektriciteitsmeter om liep en door de hoofdzekeringen te verzwaren. De door de netbeheerder aangebrachte zegels waren verwijderd. Aldus was er 34.497 kwh elektriciteit buiten de meter om verbruikt.

Overwegingen van de rechtbank

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat zich in het door verdachte gehuurde pand een omvangrijke en professioneel opgezette hennepkwekerij bevond, terwijl ten behoeve van die kwekerij elektriciteit van Enexis werd gestolen door middel van verbreking.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte voor deze feiten verantwoordelijk is. Verdachte heeft verklaard dat hij – zonder toestemming te vragen van de verhuurder – het pand onderverhuurd aan twee onbekend gebleven “jongens van de bouw”, van wie verdachte niet alleen geen (voor)namen, adresgegevens of telefoonnummer heeft, maar aan wie hij ook de enige sleutel van het pand heeft gegeven tegen een eenmalige contante betaling van zeven duizend euro voor de onderhuur, twee dagen nadat hij met de jongens in contact was gekomen. Deze mannen waren, aldus verdachte, verantwoordelijk voor het opzetten en onderhouden van de hennepplantage. Verdachte heeft naar eigen zeggen nooit iets gedronken in het pand en kan zijn DNA-spoor, aangetroffen op een bekertje onder een stelling met hennepplanten, niet verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat het op de plaats delict aangetroffen DNA-spoor van verdachte een zeer sterke aanwijzing vormt dat verdachte op de plaats delict is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank geeft verdachte geen concrete en verifieerbare verklaring voor de aanwezigheid van de hennepkwekerij in het door hem gehuurde pand, waarin bovendien zijn boot en – in het kweekgedeelte – zijn DNA zijn aangetroffen. Zijn stellingen vinden bovendien geen enkele steun in het procesdossier, zodat daarmee geen begin van een alternatief scenario tot stand is gekomen. De rechtbank acht de verklaringen van verdachte dan ook ongeloofwaardig. Van onderhuur van het pand of betrokkenheid van een ander of anderen bij de hennepkwekerij en de diefstal van stroom is op geen enkele wijze gebleken.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk exploiteren van een hennepkwekerij en het daarvoor illegaal aftappen van elektriciteit in genoemd pand, ten behoeve van geldelijk gewin, zij het dat zij de periode waarin de elektriciteit gestolen is gelijk acht aan de periode van de hennepteelt. Gelet op de omvang en professionaliteit van de kwekerij is de rechtbank van oordeel dat sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige teelt.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1 primair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2018 tot en met 1 mei 2018 te Ommen in de uitoefening van beroep of bedrijf,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1100, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

terwijl dit gepleegde feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van

bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1100 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

2 primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2018 tot en met 1 mei 2018 te Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(in totaal) 34.497 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig(e) goed(eren), die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Enexis Netbeheer B.V., (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s die weg te nemen elektriciteit / goed(eren) onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank heeft de taalfouten in de tenlastelegging verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

het misdrijf:

in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 2 primair

het misdrijf:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van vier maanden.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft een grote en professioneel opgezette hennepkwekerij geëxploiteerd waarin 1100 hennepplanten zijn aangetroffen. Ook heeft verdachte illegaal elektriciteit afgenomen waardoor er schade en overlast voor de netbeheerder is ontstaan. Verdachte heeft daarbij kennelijk uitsluitend gehandeld uit financieel gewin en is voorbij gegaan aan het feit dat verdovende middelen zoals hennep schadelijk zijn voor de volksgezondheid en vaak leiden tot verschillende vormen van criminaliteit. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Verder houdt de rechtbank rekening met de tijd die is verstreken tussen de strafbare feiten en de berechting daarvan, als gevolg waarvan verdachte langere tijd in onzekerheid heeft verkeerd.

De rechtbank heeft ten slotte ook gekeken naar de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een taakstraf van 240 uren, bij niet of niet volledig verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van drie jaren teneinde te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt, passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

Enexis Netbeheer BV heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.932,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- elektriciteitsmeter 3 fase € 40,52;

- uurtarief inspecteur (dag) € 312,--;

- netwerkkosten elektriciteit CAPTAR € 365,79;

- verbruik elektriciteit € 3.838,10;

- vooronderzoek en dossieraanleg € 59,42;

- dossierverwerking en aangifte € 118,86;

- opmaken factuur € 79,26;

- afhandelingskosten € 118,85.

Daarnaast heeft Enexis toewijzing van de proceskosten van in totaal € 1.098,28 gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft als standpunt dat de gevorderde kosten redelijk en voor toewijzing vatbaar zijn, met de gevorderde wettelijke rente.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 2.348,57. Dit bedrag is lager dan gevorderd, gelet op de kortere periode van diefstal van stroom die de rechtbank bewezen acht en de bewezen hoeveelheid stroom die weggenomen is. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 1 mei 2018.

Voor het overige deel van de vordering, dat betrekking heeft op de kosten voor dossierverwerking, afhandelingskosten en kosten voor het opmaken van de factuur, is de rechtbank van oordeel dat het geen rechtstreekse schade betreft. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij dit deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als overwegend in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op € 772,29, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4

De schadevergoedingsmaatregel

8.4.1.

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor zowel de gevorderde materiële schade, als de gevorderde proceskosten.

8.4.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met betrekking tot de materiële schade.

8.4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij heeft verzocht om ook ten aanzien van de proceskosten de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr op te leggen.

De rechtbank stelt voorop dat uit de uitspraak van de Hoge Raad van 15 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3572) volgt dat de proceskosten niet dienen te worden aangemerkt als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. Dientengevolge komen dergelijke kosten niet in aanmerking voor oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in de zin van artikel 36f Sr.

Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel niet opleggen voor de proceskostenvergoeding.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr wel opleggen voor de materiële schade, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor deze schade die door het tweede ten laste gelegde feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr en artikel 3 Opiumwet.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair het misdrijf: in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 2 primair het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 (vier) maanden;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Enexis Netbeheer BV (feit 2 primair): van een bedrag van € 2.348,57(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2018);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 772,29, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.348,57 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 33 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: Enexis Netbeheer BV voor een deel van € 2.584,23 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.H.W. Teekman, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 december 2020.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie Oost-Nederland, district IJsselland, basisteam Vechtdal, met registratienummer [nummer 1] van 7 november 2018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 7 november 2018 (pagina’s 3 t/m 8), inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 12 maart 2018 zagen wij dat op het adres [adres 2] te Ommen een hennepkwekerij met planten aanwezig was.

Het bedrijfspand op de [adres 2] betreft een bedrijfsruimte van 215 m2.

Het bedrijfspand was opgedeeld in twee compartimenten en beide compartimenten waren

gescheiden door een tussenwand waardoor het bedrijfspand, door de breedte, in twee

compartimenten was opgedeeld.

In ruimte 1 werd een inwerking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met totaal 1100

in bloei zijnde hennepplanten.

In ruimte 2 stond een trailer met daarop een boot en bevond zich ook de meterkast.

Ruimte 2 was voorzien van een loopdeur en een roldeur. In ruimte 2 lagen daarnaast

diverse zakken met potgrond, lege zakken potgrond en zes dozen met daarin restanten

van volgroeide hennepplanten.

Ruimte 1 bleek ingericht als hennepkwekerij. In de kweekruimte waren met houten

platen vier kweekbakken gecreëerd. Tussen de kweekbakken waren looppaden. Boven de

kweekbakken hingen aan houten balken, welke aan het plafond bevestigd waren,

assimilatielampen. Aan het plafond waren vier koolstoffilters en twee

afzuiginstallaties bevestigd.

Kweekbak 1 betrof een kweekbak van 1,80 meter breed en 11,75 meter lang. Boven de

kweekbak hingen 24 assimilatielampen.

Kweekbak 2 betrof een kweekbak van 1,15 meter breed en 11,75 meter lang. Boven de

kweekbak hingen 12 assimilatielampen.

Kweekbak 3 betrof een kweekbak van 1,15 meter breed en 11,75 meter lang. Boven de

kweekbak hingen 12 assimilatielampen.

Kweekbak 4 betrof een kweekbak van 1,15 meter breed en 11,75 meter lang. Boven de

kweekbak hingen 12 assimilatielampen.

In totaal stonden er verdeeld over de hierboven omschreven kweekbakken 1100

hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 60 cm. Per m2

stonden er 18 planten. De plantenbakken waren gevuld met potgrond.

In totaal hingen er in de kweekruimte 60 assimilatielampen.

In de kweekruimte bevonden zich 4 koolstoffilters.

De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. De temperatuur in de kweekruimte bedroeg 17,7 Celsius.

Wij, verbalisanten, constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan

bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.

Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep),

waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden.

De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [naam 1] , fraude-

inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis B.V., in aanwezigheid van ons,

verbalisanten. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van

de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat, er een illegale aftakking

voor de hoofdmeter was aangebracht. Hierdoor werd de afgenomen energie van de

hennepkwekerij niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2018 (pagina 11), inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , ging samen met mijn collega [verbalisant 2] ter plaatse in het pand aan het adres [adres 2] te Ommen.

Na het binnentreden van het bedrijfspand zagen wij het volgende:

In de voorste ruimte stond een trailer met daarop een boot. In de boot lagen restanten van wit/zwart plastic en lege zakken van potgrond.

3.

Een geschrift, te weten een op 10 mei 2017 gedateerde huurovereenkomst tussen verhuurder “ [verhuurder] ” en huurder “ [huurder] ”, vertegenwoordigd door [verdachte] , betreffende de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres 2] (pagina’s 16 t/m 19).

4.

De aangifte diefstal van [naam 2] namens Enexis van 8 mei 2018 met bijlagen (pagina’s 24 t/m 27), zakelijk weergegeven inhoudende:

Bij controle van de netcomponenten (hoofdleiding, aansluiting en meetinrichting) van Enexis Netbeheer B.V. en de installaties in de meterkast van het pand aan de [adres 2] heeft de fraude-inspecteur het volgende vastgesteld:

Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting na de hoofdbeveiliging was gemaakt in de

hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de elektrische installatie in het betreffende pand en voorzag de aangesloten installatie van elektriciteit. Om deze aftakking te kunnen realiseren is het noodzakelijk geweest dat het door Enexis Netbeheer verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast gedemonteerd is of is geweest. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels zijn dus verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. Hiervoor heeft Enexis Netbeheer geen toestemming verleend.

Uit onderzoek bleek dat de hoofdveiligheden in de aansluitkast van Enexis Netbeheer zijn gemanipuleerd. Contractueel hoort er 3 x 25A in te zitten. Er waren 3 zekeringen met een waarde van 63 Amp geplaatst. Door het verzwaren van de hoofdzekeringen is er meer vermogen beschikbaar dan contractueel is overeengekomen met de contractant.

Om deze uitbreiding/verzwaring te kunnen realiseren is het noodzakelijk geweest dat het door Enexis Netbeheer verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast gedemonteerd is of is geweest. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels zijn dus verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. Hiervoor heeft Enexis Netbeheer geen toestemming verleend.

Door de diefstal / verduistering van de energie werd aan Enexis Netbeheer B.V. schade toegebracht.

5.

Het proces-verbaal Biologisch en dactyloscopisch vooronderzoek van 14 juni 2018 (pagina’s 84), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 12 juni 2018 hebben wij achterin de kwekerij in het pand aan de [adres 2] een plastic drinkbeker aangetroffen die wij hebben bemonsterd en voorzien van het SIN-nummer [nummer 2] .

6.

Een geschrift, te weten een rapport DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut van 12 juli 2018 (pagina’s 93 t/m 95), zakelijk weergegeven inhoudende:

SIN [nummer 2] (speeksel), celmateriaal kan afkomstig zijn van [verdachte] (matchkans kleiner dan één op één miljard).

7.

Het proces-verbaal Vergelijkend onderzoek van 30 juli 2018 (pagina 91), zakelijk weergegeven inhoudende:

Uit het door het Nederlands Forensisch Instituut ingesteld vergelijkend onderzoek

bleek dat het spoor SIN-nummer [nummer 2] op een beker is geïdentificeerd op het DNA profiel onder de volgende personalia:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] .