Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4118

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
03-12-2020
Zaaknummer
8279803 \ CV EXPL 20-276
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Leaseovereenkomst m.b.t. koffiemachine door eiseres rechtsgeldig ontbonden wegens niet betalen termijnen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige termijnen en tot afgifte van de koffiemachine.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats

Zaaknummer : 8279803 \ CV EXPL 20-276

Vonnis van 18 augustus 2020

in de zaak van

de naamloze vennootschap GRENKEFINANCE N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Vianen,

eisende partij, hierna te noemen eiseres,

gemachtigde: A.J. Visser,

tegen

[gedaagde] h.o.d.n. [X],
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen gedaagde,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gedaagde heeft met eiseres op 19 september 2018 een (operational) leaseovereenkomst gesloten met betrekking tot een Animo Optivend koffiemachine (hierna ook: de koffiemachine). De ‘basishuurperiode’ is bepaald op 15 maanden. De netto huurprijs bedraagt € 98,76 exclusief btw per maand en dient op de eerste dag van elk kalender kwartaal bij vooruitbetaling te worden voldaan.

2.2.

Op de overeenkomst zijn de algemene (lease)voorwaarden van eiseres van toepassing.

2.3.

Gedaagde heeft de factuur van eiseres over de kwartaaltermijn van oktober 2018, ondanks meerdere aanmaningen daartoe, niet voldaan. Eiseres heeft de overeenkomst met gedaagde daarom ontbonden. De kennisgeving van de ontbinding is op 19 december 2018 bij deurwaardersexploot aan gedaagde betekend, waarbij is aangezegd dat de overeenkomst is ontbonden, dat de koffiemachine dient te worden geretourneerd en dat het verschuldigde dient te worden voldaan.

2.4.

Partijen hebben meerdere keren een betalingsregeling getroffen. Gedaagde is deze regelingen niet (volledig) nagekomen.

3 De vordering

3.1.

Eiseres vordert - na vermindering van eis - dat de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A. voor recht zal verklaren dat de operational leaseovereenkomst is ontbonden;

B. gedaagde zal veroordelen om aan eiseres te betalen:

  1. € 831,70 voor resterende achterstand en toekomstige termijnen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 februari 2019 tot aan de dag van betaling;

  2. € 282,23 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  3. € 157,06 aan rente tot 18 december 2019;

  4. € 592,56 contractuele boete;

C. gedaagde zal veroordelen tot afgifte aan eiseres van het leaseobject in goede staat binnen 7 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, met een maximum van € 5.000,00;

D. gedaagde zal veroordelen tot betaling van de proceskosten.

4 Standpunten van partijen

4.1.

Eiseres stelt dat partijen een operational leaseovereenkomst gesloten hebben met betrekking tot een Animo Optivend koffiemachine. Gedaagde heeft niet voldaan aan zijn uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. Volgens eiseres staat in haar algemene voorwaarden dat er bij niet volledige of niet tijdige betaling geen aanmaning of ingebrekestelling vereist is en dat eiseres dan direct gerechtigd is de leaseovereenkomst te ontbinden en het haar toekomende, waaronder teruggave van de koffiemachine en betaling van de toekomstige termijnen en van een contractuele boete, te vorderen. Op 19 december 2018 heeft eiseres per gerechtsdeurwaardersexploot gedaagde aangezegd dat de overeenkomst is ontbonden en dat gedaagde het verschuldigde dient te voldoen. Gedaagde heeft dat echter niet gedaan. Gedaagde is hierdoor ook wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd, aldus eiseres.

4.2.

Gedaagde voert samengevat het volgende verweer. Omdat gedaagde te laat betaalde heeft eiseres het contract opeens beëindigd. Gedaagde werd toen doorverwezen naar een deurwaarder. Gedaagde wilde graag een betalingsregeling treffen, maar de deurwaarder wilde dat alleen doen voor hoge bedragen die gedaagde niet kon betalen. Gedaagde heeft hierdoor betalingsregelingen getroffen die hij niet kon nakomen. Volgens gedaagde had het niet zo ver hoeven komen als de deurwaarder akkoord was gegaan met een lager aflossingsbedrag (van
€ 50,00) per maand. Bovendien vindt gedaagde het erg oneerlijk dat hij alles moet betalen en dat hij dan de koffiemachine ook nog moet teruggeven. De aanschafwaarde van het leaseobject is ongeveer € 1.500,00, terwijl gedaagde nu alles bij elkaar ongeveer € 3.000,00 moet betalen, aldus gedaagde. Gedaagde wil alsnog graag een regeling treffen.

5 De beoordeling

5.1.

Gedaagde heeft aangevoerd dat eiseres de leaseovereenkomst ‘op eens zonder bewijs heeft beëindigd’. Voor zover gedaagde hiermee betoogt dat eiseres de overeenkomst ten onrechte heeft ontbonden, kan dit verweer niet slagen. Op grond van artikel 11 van de algemene leasevoorwaarden komt de Lessor (eiseres) de bevoegdheid toe om tot ontbinding van de overeenkomst over te gaan als de Lessee (gedaagde) zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt. Hiervoor is geen ingebrekestelling vereist. Nu het vaststaat dat gedaagde de kwartaaltermijn van 1 oktober 2018 niet aan eiseres voldaan heeft, kon eiseres tot ontbinding overgaan.

5.2.

Met betrekking tot het door gedaagde gevoerde verweer over de betalingsregeling overweegt de kantonrechter verder als volgt. Op grond van artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) mag een debiteur een betaling zonder toestemming van de schuldeiser niet in gedeelten voldoen. Er bestaat dus geen wettelijk recht op een betalingsregeling. Met andere woorden: eiseres hoeft geen betalingsregeling aan te gaan (voor een bedrag waar zij niet mee akkoord is). Dit kan anders zijn wanneer het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om het voorstel van gedaagde niet te accepteren. Maar nergens blijkt uit dat daarvan sprake is. Als je een dergelijke leaseovereenkomst sluit, moet je er als debiteur voor zorgen dat je de betalingsverplichtingen kunt voldoen en indien de debiteur dat niet kan, dan moeten de gevolgen daarvan voor diens rekening komen. Dit verweer van gedaagde kan dan ook niet slagen.

5.3.

Ook het verweer van gedaagde dat het oneerlijk is dat hij én alles moet betalen en dan óók nog de koffiemachine moet teruggeven, snijdt geen hout. Partijen zijn dit namelijk zelf overeengekomen. In artikel 2 van de algemene leasevoorwaarden staat namelijk dat de Lessee (gedaagde) het leaseobject na beëindiging van de overeenkomst binnen vijf werkdagen aan de Lessor (eiseres) moet terugzenden. Bovendien volgt ook uit de tekst van de overeenkomst, waarin telkens wordt gesproken over ‘huur’, duidelijk dat gedaagde (door betaling van de leasetermijnen) in geen geval de eigendom van het leaseobject zal verkrijgen. De mogelijkheid van eigendomsoverdracht is namelijk niet in de overeenkomst opgenomen.

5.4.

Het verweer dat gedaagde een bedrag moet betalen dat hoger ligt dan de waarde van de koffiemachine, kan hem ook niet baten. Ook hiervoor geldt immers dat dit uit de overeenkomst voortvloeit en dat partijen dit dus zelf zo zijn overeengekomen. Het bedrag dat gedaagde aan eiseres moet betalen heeft niets te maken met de waarde van de koffiemachine, maar is gebaseerd op contractuele verplichtingen (waaronder ook schadeloosstelling, boetes en rente), als gevolg van het feit dat gedaagde zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen. Zo had gedaagde bijvoorbeeld de contractuele boete van € 592,56 kunnen uitsparen, indien hij de koffiemachine direct binnen 5 dagen na de ontbinding aan eiseres had teruggegeven, zoals stond vermeld in de ontbindingsbrief van eiseres d.d. 19 december 2018.

5.5.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de verweren van gedaagde niet kunnen slagen. Eiseres heeft de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden. Op grond van de algemene leasevoorwaarden is gedaagde naast de achterstand ook de toekomstige termijnen en een contractuele boete verschuldigd. Daarnaast moet gedaagde, zoals dat ook in de leaseovereenkomst is afgesproken, de koffiemachine aan eiseres afgeven. De kantonrechter zal daaraan een dwangsom verbinden, zoals gevorderd. Voor zover de vordering van eiseres op voornoemde punten ziet, zal deze worden toegewezen.

5.6.

De door eiseres gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente zijn niet afzonderlijk betwist. Deze kosten komen op basis van de wet voor toewijzing in aanmerking zoals is gevorderd en in het dictum wordt vermeld.

5.7.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 89,97

- griffierecht 499,00

- salaris gemachtigde 360,00 (2 punten x tarief € 180,00)

Totaal 948,97

6. De beslissing

De kantonrechter

6.1.

verklaart voor recht dat de operational leaseovereenkomst is ontbonden;

6.2.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 831,70 voor resterende achterstand en toekomstige termijnen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 18 december 2019 tot aan de dag van betaling;

6.3.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 282,23 aan buitengerechtelijke incassokosten;

6.4.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 157,06 aan verschenen wettelijke handelsrente tot 18 december 2019;

6.5.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 592,56 aan contractuele boete;

6.6.

veroordeelt gedaagde tot afgifte aan eiseres van het leaseobject in goede staat binnen 7 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, met een maximum van € 5.000,00;

6.7.

veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 948,97;

6.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.9.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2020.