Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:4073

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-11-2020
Datum publicatie
02-12-2020
Zaaknummer
8781514 \ CV EXPL 20-2648
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Concurrentiebeding, relatiebeding- en geheimhoudingsbeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1460
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats

Zaaknummer : 8781514 \ CV EXPL 20-2648

Vonnis in kort geding van 16 november 2020

in de zaak van

[eiseres in conventie] ,
wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen [eiseres in conventie] ,

gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen,

tegen

1 de maatschap [de maatschap. gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

2. [gedaagde sub 2] ,

wonende te [woonplaats 2]

3. [gedaagde sub 3] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

4. [gedaagde sub 4] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

5. [gedaagde sub 5] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

hierna te noemen [de maatschap] ,

gemachtigde: mr. E. Nijhoff.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie,

- de d.d. 29 oktober 2020 nagezonden productie van [eiseres in conventie] ,

- de mondelinge behandeling van de zaak via Skype d.d. 29 oktober 2020,

- de pleitnota van [eiseres in conventie] ,

- de pleitnota van [de maatschap] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist en op grond van de inhoud van overgelegde bescheiden, voor zover niet bestreden, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2.

[eiseres in conventie] is op 1 februari 2016 dan wel 6 maart 2017 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) [de maatschap] , en zij heeft met [de maatschap] d.d. 11 december 2019 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, waarbij zij bij [de maatschap] werkzaam is in de functie van fysiotherapeut, voor 86,66 uur per maand, tegen een uurloon van € 19,33 bruto.

2.3.

De arbeidsovereenkomst bevat de volgende bijzondere bedingen:

Artikel 9: Geheimhouding

9.1

De werknemer is verplicht absolute geheimhouding te betrachten, zowel tijdens als na het dienstverband, omtrent al hetgeen haar ter ore komt, zowel ten aanzien van de praktijk, als de cliënten van de werkgever. Bovendien is het de werknemer niet toegestaan de gegevens omtrent de praktijk of cliënten van de werkgever zonder voorafgaande toestemming van de werkgever mee te nemen buiten de praktijkruimte, tenzij dit geschiedt in het kader van de werkzaamheden ten behoeve van de praktijk van de werkgever. Overtreding van de bepalingen van dit artikel kan voor de werkgever aanleiding zijn voor ontslagverlening op staande voet.

...

Artikel 12: Relatiebeding

12.1

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever, is het werknemer gedurende een periode van één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst niet toegestaan in welke vorm of hoedanigheid dan ook, direct of indirect, voor zichzelf of voor anderen, tegen vergoeding of om niet, in enigerlei vorm zaken te doen met, of zakelijke contacten in welke zin dan ook te onderhouden met relaties/klanten/cliënten teneinde hen te bewegen of doen bewegen om de relatie met werkgever te verbreken, dan wel diensten aan te bieden aan relaties/klanten/cliënten van werkgever, die gelijk of vergelijkbaar zijn met de diensten van werkgever.

12.2

Onder relaties/klanten/cliënten wordt verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon, alsmede zijn/haar werknemers, met wie werkgever gedurende één jaar voorafgaande aan het einde van de arbeidsovereenkomst van werknemer één of meerdere overeenkomsten van dienstverlening heeft afgesloten.

12.3

Onder diensten wordt verstaan, alle diensten en producten die ontwikkeld zijn voor en/of in de periode waarin er sprake is geweest van een dienstverband, dan wel sprake is geweest van inhuur op ad interim basis.

Artikel 13: Concurrentiebeding

13.1

De ontwikkelingen in de zorg dwingen tot schaalvergroting en specialisatie. [de maatschap] tracht zo goed mogelijk op die ontwikkelingen in te spelen, waarbij ingezet wordt op:

- De ontwikkelingen door therapeuten van speciale behandelwijzen voor specifieke doelgroepen onder lokale patiënten;

- Opbouw van een stevig lokaal relatienetwerk (binnen een straal van 15 km) van verwijzers (huisartsen, specialisten en dergelijke);

- Fysiotherapeuten die met ondersteuning van [de maatschap] een eigen cliëntenkring opbouwen, met gebruikmaking van de speciale behandelwijzen voor lokale doelgroepen en het lokale relatienetwerk.

Het belang van [de maatschap] bij de continuering van bestaande contacten met deze relaties is van dien aard dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ontoelaatbaar is dat mevrouw [eiseres in conventie] dergelijke bestaande relaties van [de maatschap] meeneemt naar een nieuwe baan. De lokale strategie van [de maatschap] vergt een forse investering en met het concurrentie- en relatiebeding moet [de maatschap] deze investering beschermen. Gezien de sterke lokale binding is er sprake van een zwaarwegend bedrijfsbelang die onderhavig concurrentiebeding rechtvaardigt.

13.2

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever, is het werknemer, zowel tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst als voor de duur van één jaar na beëindiging ervan, niet toegestaan in welke vorm of hoedanigheid dan ook, direct of indirect, voor zichzelf of voor anderen, tegen vergoeding of om niet, in loondienst of als zelfstandige, werkzaam te zijn, of anders werkzaamheden of diensten te verrichten, als fysiotherapeut en/of een fysiotherapiepraktijk te vestigen en/of te doen voeren.

13.3

Dit concurrentiebeding geldt voor een straal van 15 kilometer gemeten vanaf het adres of de adressen waar werknemer zijn/haar werkzaamheden heeft verricht.

Artikel 14: Boetebeding

14.1

Bij overtreding van de in deze arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding, relatiebeding en geheimhoudingsplicht, verbeurt werknemer ten gunste van werkgever een direct, zonder sommatie of ingebrekestelling, opeisbare boete ter hoogte van € 5.000,- per overtreding, vermeerderd met € 500,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd overige rechten van werkgever onder andere om nakoming van de arbeidsovereenkomst te verlangen, de arbeidsovereenkomst te beëindigen of een plaats van deze boete volledige schadevergoeding te vorderen.

2.4.

Naast de arbeidsovereenkomst hebben partijen op 11 december 2019 een “Overeenkomst uitoefenen nevenfunctie” gesloten. Bij die overeenkomst is het [eiseres in conventie] , in afwijking van het verbod om nevenwerkzaamheden uit te voeren, opgenomen in de arbeidsovereenkomst, kort gezegd toegestaan een nevenfunctie uit te oefenen, gedurende de periode 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020, voor het uitoefenen van maximaal 4 uur per week bekkenfysiotherapie bij Fysiotherapiepraktijk [A] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] , met als doel het opdoen van kennis en ervaring op het gebied van bekkenfysiotherapie.

2.5.

[eiseres in conventie] is in 2017 gestart met de opleiding Master Bekkenfysiotherapie en in dat kader heeft zij destijds met de rechtsvoorgangster van [de maatschap] een studieovereenkomst gesloten. Ten tijde van de arbeidsovereenkomst met [de maatschap] in december 2019 was zij met de opleiding in de afrondende fase en zij heeft de opleiding in augustus 2020 afgerond.

2.6.

[eiseres in conventie] heeft de arbeidsovereenkomst met [de maatschap] bij brief van 24 juni 2020 opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

2.7.

[de maatschap] heeft bij brief van 1 juli 2020 gereageerd op de opzegging van [eiseres in conventie] . De brief vermeldt onder meer dat de laatste werkdag van [eiseres in conventie] 31 augustus 2020 is, dat zij gelet op haar vertrek 100% van de tegemoetkoming in de studiekosten ter hoogte van € 9.975,00 dient terug te betalen, op grond van de studieovereenkomst en de brief vermeldt:

“Wellicht ten overvloede wijzen wij jou er op dat de verstrekte toestemming tot het uitoefenen van een nevenfunctie gold tot en met 30 juni 2020 en wij voor het overige alle postcontractuele voorwaarden zullen handhaven.”.

2.8.

[eiseres in conventie] heeft op 14 juli 2020 verschillende documenten afkomstig van de server van [de maatschap] doorgestuurd aan het e-mailadres [naam e-mailadres] .nl.

2.9.

[eiseres in conventie] is voornemens om in dienst te treden bij Fysiotherapiepraktijk [A] te [vestigingsplaats 1] , een fysiotherapiepraktijk binnen de straal van 15 kilometer gemeten vanaf [de maatschap] .

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

[eiseres in conventie] vordert, kort weergegeven, primair, en indien geldig, het concurrentiebeding en het relatiebeding buiten werking te stellen dan wel te schorsen totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan over een verzoek ex artikel 7: 653 lid 2 BW, en subsidiair, als het concurrentiebeding en het relatiebeding geldig is en in stand wordt gelaten, aan [eiseres in conventie] een vergoeding toe te kennen van € 3.800,00 per maand, ingevolge het bepaalde in artikel 7:653 lid 5 BW. Bovendien wordt gevorderd te bepalen dat de contractuele boete, zoals vastgelegd in het concurrentie- en relatiebeding, niet zal worden verbeurd door indiensttreding van [eiseres in conventie] bij [A] te [vestigingsplaats 1] .

3.2.

[eiseres in conventie] stelt daartoe onder meer dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen en dat het concurrentiebeding en het relatiebeding naar verwachting in een bodemprocedure geheel of gedeeltelijk zullen worden vernietigd op de grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van [de maatschap] , [eiseres in conventie] door dat beding onredelijk wordt benadeeld. De in reconventie gevorderde veroordeling het concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding na te komen is gelet op het standpunt in conventie niet toewijsbaar. De vordering tot veroordeling van de verbeurde boete wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding moet worden afgewezen nu dit beding niet is overtreden.

3.3.

[de maatschap] heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzing van de vordering en zij heeft in reconventie gevorderd [eiseres in conventie] te gebieden het concurrentiebeding, het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding na te komen, op straffe van een dwangsom. [de maatschap] heeft ook in reconventie gevorderd [eiseres in conventie] te veroordelen tot betaling aan [de maatschap] van een door [eiseres in conventie] verbeurde contractuele boete, wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding, een bedrag van € 5.000,00, dan wel een redelijk voorschot hieromtrent.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk worden behandeld.

4.2.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter al laten weten dat het vereiste spoedeisend belang in deze zaak, gelet op de aard van de vordering en het daaromtrent door [eiseres in conventie] gestelde, aanwezig is.

4.3.

Voorop gesteld zij dat het hier gaat om een beoordeling van een vordering en het daartegen gevoerde verweer in een kort geding procedure, welke naar haar aard beperkingen kent wat betreft de waarheidsvinding -voor bewijslevering is in een kort geding procedure geen plaats- en de te geven beslissingen. Die beslissingen zijn slechts voorlopig van karakter. Het gaat om een ordemaatregel. In een zaak als de onderhavige zal de kantonrechter op basis van de door partijen aangedragen stellingen en onderbouwing daarvan, slechts een inschatting kunnen maken van de kans dat uiteindelijk bij een eindbeslissing in een bodemprocedure de vorderingen zullen worden toe- of afgewezen.

4.4.

Het standpunt van [eiseres in conventie] , dat de bedingen tussen haar en [de maatschap] niet meer gelden, omdat [de maatschap] tijdens het exit-gesprek op 24 juni 2020 niet heeft gerefereerd aan deze bedingen, wordt verworpen. Uit de enkele omstandigheid dat [de maatschap] niet tijdens het exit-gesprek heeft gerefereerd aan de bedingen kan niet de conclusie worden verbonden dat [de maatschap] wat dat betreft afstand heeft gedaan van haar rechten of er sprake is geweest van rechtsverwerking. De bedingen zijn schriftelijk overeengekomen en [de maatschap] heeft binnen een week aan de bedingen gerefereerd in haar brief van 1 juli 2020.

4.5.

Het concurrentiebeding en het relatiebeding

De kantonrechter overweegt dat de bodemrechter, gelet op art. 7:653 BW, een overeengekomen concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk kan vernietigen op de grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onredelijk wordt benadeeld. Bij gedeeltelijke vernietiging gaat het meestal om beperking in duur of een beperking in de geografische spreiding/de straal van het beding. Ook een relatiebeding valt onder de werking van art. 7: 653 BW.

4.6.

[eiseres in conventie] heeft een aantal argumenten aangevoerd, die zouden moeten leiden tot vernietiging dan wel matiging van het concurrentiebeding.

- Het concurrentiebeding heeft geen betrekking op de gespecialiseerde werkzaamheden die zij gaat verrichten bij [A] . [de maatschap] heeft dit specialisme niet in huis en derhalve zal [eiseres in conventie] [de maatschap] in [vestigingsplaats 2] geen concurrentie aandoen.

- Het concurrentiebeding drukt zwaarder op [eiseres in conventie] en haar positie dan ooit door partijen is beoogd. Het concurrentiebeding dient daarom ook de belangen van [de maatschap] ook niet; [eiseres in conventie] staat niet in concurrentie met de patiënten van [de maatschap] .

- [eiseres in conventie] kan haar positie enorm verbeteren bij [A] ; qua salaris, functie en doorgroeimogelijkheden.

- Het concurrentiebeding heeft een looptijd van een jaar en dat is in relatie tot de korte periode dat [eiseres in conventie] bij [de maatschap] heeft gewerkt, lang.

- Het concurrentiebeding is ook te beperkend qua regionale werking; de cliënten van [de maatschap] komen voornamelijk uit [vestigingsplaats 2] terwijl [A] regionaal opereert in de stad [vestigingsplaats 1] .

- [eiseres in conventie] is niet in het bezit van concurrerende kennis betreffende belangrijke informatie aangaande [de maatschap] , zoals kostprijzen van producten.

4.7.

[de maatschap] wenst [eiseres in conventie] aan de bedingen te houden en heeft -mede in reactie op de argumenten van [eiseres in conventie] - daarvoor het volgende aangevoerd. De stelling dat het concurrentiebeding geen betrekking heeft op de gespecialiseerde werkzaamheden bij [A] is onjuist. De Master Bekkenfysiotherapie is slechts een specialisatie die een fysiotherapeut kan behalen. [eiseres in conventie] was bij [de maatschap] (ook) fysiotherapeut en behandelde daar ook voornamelijk bekkenpatiënten. Met betrekking tot de cliënten merkt [de maatschap] ook op dat de vertrouwensband tussen patiënt en fysiotherapeut vaak zeer hecht is, vooral bij mensen met bekkenklachten. Vanwege het vertrek van [eiseres in conventie] zijn ook een aantal patiënten vertrokken, waarbij het voor [de maatschap] niet mogelijk is om te controleren of deze patiënten zich hebben gemeld bij [A] . Ook de stelling dat patiënten uit [vestigingsplaats 2] niet naar een fysiotherapeut in [vestigingsplaats 1] (op zoek) gaan is niet juist. 60% van de klanten van [de maatschap] komen uit [vestigingsplaats 2] , de overige 40% van daarbuiten. [A] is een rechtstreekse concurrent van [de maatschap] en [eiseres in conventie] kan met de kennis die zij heeft opgedaan bij [de maatschap] ook concurrerende werkzaamheden verrichten. [de maatschap] heeft recht en belang om de kennis die [eiseres in conventie] heeft opgedaan bij [de maatschap] te beschermen. Dat [eiseres in conventie] voornemens is om die kennis te gebruiken blijkt wel uit het feit dat zij op 14 juli 2020 verschillende documenten van [de maatschap] heeft gemaild naar haar e-mailadres bij [A] . De kans op oneerlijke concurrentie is substantieel. [eiseres in conventie] heeft niet alleen (specialistische) kennis over bekkenfysiotherapie opgedaan bij [de maatschap] , zij heeft de afgelopen jaren ook kennis kunnen nemen van het zogenaamde [de maatschap] concept waarbinnen ook bekkenfysiotherapie een rol heeft. [eiseres in conventie] kon zich ook bij [de maatschap] substantieel verbeteren; ze zou de specialistische werkzaamheden ook daar uit kunnen voeren. De looptijd van een jaar voor het concurrentiebeding en het relatiebeding is gebruikelijk. [eiseres in conventie] heeft bovendien ruim vier jaar bij de rechtsvoorgangster van [de maatschap] gewerkt zodat het onjuist is dat zij slechts een jaar bij [de maatschap] heeft gewerkt. De straal van het concurrentiebeding is beperkt tot het verzorgingsgebied van [de maatschap] . Gezien het grote aantal vacatures op haar vakgebied kan [eiseres in conventie] ervoor kiezen om bij een praktijk in dienst te treden die niet in het verzorgingsgebied valt van [de maatschap] . Buiten de straal van 15 km zijn er genoeg vacatures. [de maatschap] vordert in reconventie [eiseres in conventie] te gebieden het concurrentiebeding en het relatiebeding na te komen, op straffe van een dwangsom.

4.8.

De kantonrechter kan gelet op het gemotiveerde verweer van [de maatschap] niet tot de inschatting komen dat de bodemrechter (na een belangenafweging) in dit geval zal komen tot vernietiging of matiging van de overeengekomen bedingen. Zoals [de maatschap] stelt is een looptijd van een jaar voor een concurrentiebeding en een relatiebeding gebruikelijk. Van de situatie dat de bedingen zwaarder op haar zijn gaan drukken na afronding van de opleiding is geen sprake: dat [eiseres in conventie] op termijn meer gespecialiseerde werkzaamheden uit zou voeren was voorzienbaar, ook bij het tekenen van het arbeidscontract met [de maatschap] in december 2019. [eiseres in conventie] was daarvoor al jaren werkzaam bij de rechtsvoorgangster van [de maatschap] zodat ook het argument dat zij slechts een jaar in dienst was van [de maatschap] geen gewicht in de schaal legt. [de maatschap] heeft verder voldoende aannemelijk gemaakt dat zij belang heeft bij handhaving van de bedingen en dat het risico op oneerlijke concurrentie substantieel is. Zij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [eiseres in conventie] beschikt over bij [de maatschap] opgedane kennis ( [de maatschap] concept), dat [A] en [de maatschap] concurrenten zijn en het niet ondenkbaar is dat cliënten zullen overgaan van [de maatschap] naar [A] . Ongeveer 40% van de cliënten van [de maatschap] komen niet uit haar vestigingsplaats [vestigingsplaats 2] maar van daarbuiten, en ongeveer 5% van haar cliënten komt blijkbaar uit [vestigingsplaats 1] , de vestigingsplaats van [A] . Hier staat wel tegenover dat [eiseres in conventie] haar positie wellicht flink kon verbeteren bij [A] , maar dat is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet genoeg om de balans aan haar zijde door te laten slaan. Daarbij komt dat het [eiseres in conventie] vrij staat om werkzaamheden te verrichten buiten de beperkte straal van 15 kilometer rondom de vestigingsplaats van [de maatschap] en dat onweersproken is dat er genoeg vacatures voor haar zijn buiten die straal.

4.9.

Gelet hierop dient het primair door [eiseres in conventie] gevorderde te worden afgewezen en dient de vordering in reconventie op dit punt te worden toegewezen.

4.10.

Vergoeding

[eiseres in conventie] heeft subsidiair gevorderd [de maatschap] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.800,00 bruto per maand als bedoeld in art. 7: 653 lid 5 BW. Indien de bedingen niet vernietigd of gematigd worden is een vergoeding volgens [eiseres in conventie] op zijn plaats. Zij wordt in belangrijke mate belemmerd om anders dan dienst van [de maatschap] werkzaam te zijn en blijft aldus verstoken van inkomsten.

[de maatschap] heeft de verschuldigdheid van enig bedrag weersproken. Uit de vele vacatures blijkt dat [eiseres in conventie] per direkt een andere dienstbetrekking kan aanvaarden buiten de straal van 15 km. [eiseres in conventie] kan bijna overal aan het werk. Een vergoeding ex art. 7:653 lid 5 BW is dan niet aan de orde, aldus [de maatschap] .

4.11.

De kantonrechter is het met [de maatschap] eens dat er in dit geval geen sprake is van

omstandigheden die een vergoeding ex art. 7: 653 lid 5 rechtvaardigen. [eiseres in conventie] wordt door de bedingen wel belemmerd om elders in dienst te treden, maar niet in belangrijke mate. Er is sprake van een straal van slechts 15 kilometer rond [vestigingsplaats 2] , terwijl niet is weersproken dat daarbuiten voldoende werkgelegenheid is voor [eiseres in conventie] .

4.12.

Geheimhoudingsbeding

[de maatschap] heeft in reconventie gevorderd dat [eiseres in conventie] wordt veroordeeld het geheimhoudingsbeding na te komen, op straffe van een dwangsom, en dat zij wordt veroordeeld om aan [de maatschap] een door haar verbeurde boete van € 5.000,00 te betalen, wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding. Volgens [de maatschap] heeft [eiseres in conventie] het geheimhoudingsbeding overtreden op 14 juli 2020, toen zij bedrijfseigendommen van de server van [de maatschap] heimelijk heeft gemaild naar haar e-mailadres bij [A] . Het betreft documenten die als productie 18 bij conclusie van antwoord zijn overgelegd.

4.13.

Volgens [eiseres in conventie] is het geheimhoudingsbeding niet geschonden. Er is geen sprake van geheimen maar van algemeen bekende zaken. [eiseres in conventie] heeft van internet dingen gebruikt, niet van [de maatschap] . Alleen de flyer misschien.

4.14.

Gelet op de tekst van het geheimhoudingsbeding is het [eiseres in conventie] niet toegestaan gegevens omtrent de praktijk mee te nemen buiten de praktijkruimte, tenzij dit geschiedt in het kader van de werkzaamheden ten behoeve van de praktijk van de werkgever. De kantonrechter overweegt dat dergelijke bedingen de strekking hebben dat vertrouwelijke informatie niet bij derden, waaronder concurrerende ondernemingen, terechtkomt. Niet elke uit de praktijk meegenomen informatie leidt tot overtreding van het beding en het verbeuren van een boete. Partijen zijn niet uitvoerig ingegaan op herkomst en betekenis van de betreffende documenten, overgelegd als productie 18 bij conclusie van antwoord. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter betreft het hier geen geheime, waardevolle documenten over de praktijk maar algemene tot patiënten gerichte informatie, afkomstig van de website van [de maatschap] of van derden. De kantonrechter kan niet zonder meer tot het oordeel komen dat de bodemrechter zal concluderen dat dit beding is geschonden en dat de bodemrechter de boete ongematigd zal toewijzen. De vordering om alvast een voorschot toe te kennen als schadevergoeding, zal daarom worden afgewezen.

4.15.

Gelet hierop zal de vordering in conventie worden afgewezen en zal in reconventie slechts worden toegewezen het gebod aan [eiseres in conventie] om het concurrentiebeding, het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding na te komen. De kantonrechter ziet geen aanleiding dwangsommen op te leggen nu op overtredingen van de bedingen contractueel reeds boetes zijn gesteld.

5 De beslissing in kort geding

In conventie:

Wijst de vorderingen van [eiseres in conventie] af.

Veroordeelt [eiseres in conventie] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [de maatschap] begroot op € 600,00 gemachtigdesalaris.

In reconventie

Gebiedt [eiseres in conventie] het concurrentiebeding en het relatiebeding zoals opgenomen in de artikelen 12 en 13 van de arbeidsovereenkomst, alsmede het geheimhoudingsbeding, zoals opgenomen in artikel 9 van de arbeidsovereenkomst, na te komen.

Veroordeelt [eiseres in conventie] in de kosten van de procedure in reconventie, aan de zijde van [de maatschap] begroot op € 300,00 gemachtigdesalaris.

In conventie en in reconventie:

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2020.