Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:3857

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-11-2020
Datum publicatie
20-11-2020
Zaaknummer
08/952456-19 en 08/730003-20 (ter terechtzitting gevoegd) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 27-jarige man uit Almelo is vrijgesproken voor betrokkenheid bij een gijzeling en zware mishandeling in 2019. Hij is door de rechtbank Overijssel wel veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal van stroom in een woning in Almelo. Bij de ontmanteling van de wietplantage zijn 337 plantjes gevonden.

De man werd vervolgd in het zogenoemde onderzoek Jerusalem. Dat onderzoek draait om de wederrechtelijke vrijheidsberoving en zware mishandeling van een man in Almelo. Het slachtoffer zou zijn gegijzeld, vastgebonden en ernstig mishandeld. Ook – zo is de verdenking – zouden er tatoeages bij de man gezet zijn. De rechtbank is het met het Openbaar Ministerie en de advocaat van de man eens dat er onvoldoende bewijs is om de man voor deze feiten te veroordelen. Twee andere mannen zijn nog wel verdachten in het onderzoek Jerusalem. De inhoudelijke behandeling van deze zaken staat gepland in januari 2021.

De man is wel veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij een wietkwekerij. Begin april 2019 werd een wietplantage ontdekt in een pand aan de Mezenstraat in Almelo. Op de bovenverdieping van de woning werden bijna 350 hennepplanten gevonden. De apparatuur werd voorzien van stroom die illegaal werd afgetapt. De Almeloër bekende zijn betrokkenheid bij deze zaak. De rechtbank veroordeelt hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. Ook moet de man een taakstraf van 180 uur uitvoeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/952456-19 en 08/730003-20 (ter terechtzitting gevoegd) (P)

Datum vonnis: 20 november 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 september 2019, 24 augustus 2020 en 30 oktober 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G.J. Jansen, van wat ter terechtzittingen van 2 september 2019 en 24 augustus 2020

door de door verdachte gevolmachtigde raadsman mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht en van wat ter terechtzitting van 30 oktober 2020 door de verdachte gevolmachtigde raadsman mr. T. der Bedrosian, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de zaak met het parketnummer 08/952456-19

feit 1: met anderen opzettelijk [naam 1] van zijn vrijheid heeft beroofd;

feit 2: met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade [naam 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht dan wel dat heeft geprobeerd;

feit 3: met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade [naam 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht dan wel heeft mishandeld;

feit 4: met anderen [naam 1] heeft bedreigd.

in de zaak met het parketnummer 08/730003-20

feit 1: met anderen een hennepkwekerij heeft gehad;

feit 2: met anderen stroom heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking.

Voluit luidt de tenlastelegging in de zaak met het parketnummer 08/952456-19 aan verdachte, dat:

1.

hij in omstreeks de periode van 19 mei 2019 tot en met 20 mei 2019 te Almelo,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [naam 1] , wederrechtelijk van de

vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben

verdachte en/of zijn mededader(s)

-die [naam 1] (meermalen) geslagen en/of geschopt en/of getatoeëerd en/of

bedreigd en/of gedurende langere tijd (tegen zijn wil) vast gehouden in een

woning aan de [adres 2] en/of in die woning op een stoel gezet en/of

op een bank gelegd en/of

-die [naam 1] de kleding uitgetrokken en/of vastgebonden en/of geblinddoekt

en/of

-tegen die [naam 1] gezegd dat hij het bloed/de troep op moest ruimen en/of

de vloer moest dweilen en/of

-met gebruikmaking van hun psychisch en getalsmatig overwicht voor die

[naam 1] een dusdanige situatie gecreëerd dat hij belet werd zijn eigen

bewegingsvrijheid te bepalen en zich te onttrekken aan de gewelddadige en/of

intimiderende en/of bedreigende invloedssfeer van verdachte en zijn

mededaders en aldus die [naam 1] belet en belemmerd te gaan waarheen hij

zich wilde begeven en/of voor die [naam 1] (voortdurend) een bedreigende

situatie doen ontstaan waaraan hij zich niet kon onttrekken;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 mei 2019 tot

en met 20 mei 2019 te Almelo, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) aan een persoon, genaamd [naam 1] , opzettelijk en al dan

niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te

weten een gebroken neus en/of bloeduitstortingen in het gezicht en/of een of

meer tatoeages en/of brandmerk(en) op de hand(en) en/of voet,

door (meermalen) (met kracht)

-in/tegen het gezicht en/althans op/tegen het hoofd van die [naam 1] te

schoppen en/of te stompen en/of te slaan en/of

-(tegen de wil van die [naam 1] ) een of meer tatoeages en/of brandmerk(en)

op de hand(en) en/of voet van die [naam 1] te plaatsen (onder meer ACAB en

HH);

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 mei 2019 tot

en met 20 mei 2019 te Almelo, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om (telkens) aan een persoon, genaamd [naam 1] , opzettelijk

en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet

-die [naam 1] (meermalen) (met kracht) in/tegen het gezicht en/althans

op/tegen het hoofd heeft geschopt en/of gestompt en/of geslagen en/of

-(tegen de wil van die [naam 1] ) een of meer tatoeages en/of brandmerk(en)

op de hand(en) en/of voet van die [naam 1] heeft geplaatst (onder meer ACAB

en HH),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 mei 2019 tot

en met 20 mei 2019 te Almelo, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om (telkens) aan een persoon, genaamd [naam 1] , opzettelijk

en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet (meermalen) (met kracht)

-die [naam 1] op/tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of

-een vaas op het lichaam van die [naam 1] kapot heeft geslagen en/of tegen

het lichaam van die [naam 1] gegooid en/of

-een of meer blikken bier tegen het hoofd en/althans (elders) tegen het

lichaam van die [naam 1] heeft gegooid en/of

-met een knuppel en/of hamer, althans een of meer slagwapens op de vingers

en/of hand(en) van die [naam 1] heeft geslagen en/of

-met een spuit een vloeistof in de nek van die [naam 1] heeft gespoten en/of

-die [naam 1] met een taser een of meer stroomstoten heeft gegeven;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19mei2019 tot

en met 20 mei 2019 te Almelo, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) een persoon, genaamd [naam 1] , opzettelijk en al dan niet

met voorbedachten rade heeft mishandeld, immers heeft/hebben verdachte en/of

zijn mededader(s) met dat opzet (meermalen) (met kracht)

-die [naam 1] op/tegen het lichaam gestompt en/of geslagen en/of

-een vaas op het lichaam van die [naam 1] kapot geslagen en/of tegen het

lichaam van die [naam 1] gegooid en/of

-een of meer blikken bier tegen het hoofd en/althans (elders) tegen het

lichaam van die [naam 1] gegooid en/of

-met een knuppel en/of hamer, althans een of meer slagwapens op de vingers

en/of hand(en) van die [naam 1] geslagen en/of

-met een spuit een vloeistof in de nek van die [naam 1] gespoten en/of

-die [naam 1] met een taser een of meer stroomstoten gegeven;

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 mei 2019 tot

en met 20 mei 2019 te Almelo, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) een persoon, genaamd [naam 1] , heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met

verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of met enig

misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen ontstaat,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (meermalen)

-tegen die [naam 1] gezegd dat ze zijn vingers en/of tenen zouden afknippen

en/of afsnijden en/of (daarbij) een kniptang laten zien en/of

-tegen die [naam 1] gezegd dat ze een kogel door zijn kop zouden schieten

en/of hem een patroon laten zien en/of (daarbij) gevraagd of die [naam 1]

die door zijn flikker wilde hebben en/of

-in het bijzijn van die [naam 1] een wapen (door)geladen en/of ontladen en/of

-tegen die [naam 1] gezegd dat ze hem zouden verkrachten en/of (daarbij)

zijn broek uitgetrokken,

althans (telkens) woorden van soortgelijke aard en/of strekking.

Voluit luidt de tenlastelegging in de zaak met het parketnummer 08/730003-20 aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 02 april 2019 te Almelo tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of

bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een

pand aan gelegen aan de [adres 3] ) een hoeveelheid van (in totaal)

ongeveer 337, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in

elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij op of omstreeks 02 april 2019 te Almelo tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid elektriciteit, in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [netbeheerder] , heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert in de zaak met het parketnummer 08/952456-19 dat verdachte van alle feiten wordt vrijgesproken.

De officier van justitie stelt zich in de zaak met het parketnummer 08/730003-20 op het standpunt dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit in de zaak met het parketnummer 08/952456-19 dat verdachte van alle feiten wordt vrijgesproken.

De raadsman refereert zich in de zaak met het parketnummer 08/730003-20 aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met het parketnummer 08/952456-19

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde. De rechtbank zal verdachte in deze zaak dan ook integraal vrijspreken van de ten laste gelegde feiten.

In de zaak met het parketnummer 08/730003-20

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1:

  • -

    het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 10 april 2019 (pagina’s 3-6);

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens [benadeelde] van 16 april 2019 (pagina’s 32-36);

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 11 februari 2020 (pagina’s 54-59).

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de zaak met het parketnummer 08/730003-20 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 2 april 2019 te Almelo tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt in een pand aan gelegen aan de [adres 3] een hoeveelheid van in totaal 337 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij op 2 april 2019 te Almelo tezamen en in vereniging met anderen een hoeveelheid elektriciteit, dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [netbeheerder] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de

Opiumwet gegeven verbod;

feit 2

het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf van 180 uren, met aftrek van het voorarrest.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman maakt kenbaar de vordering van de officier van justitie fors te vinden en bepleit de oplegging van een geheel voorwaardelijke straf.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het telen van hennepplanten. De rechtbank overweegt dat het gebruik van hennep een bedreiging voor de volksgezondheid vormt en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong in het gebruik van drugs vindt. Daarnaast heeft verdachte ten behoeve van de hennepkwekerij onrechtmatig elektriciteit weggenomen. Diefstal is een kwalijk feit en veroorzaakt schade. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat het illegaal aftappen van elektriciteit kan leiden tot gevaarlijke situaties, zoals kortsluiting en brand.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank kennis genomen van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) inzake hennepkwekerijen. Bij honderd tot vijfhonderd hennepplanten is als oriëntatiepunt vermeld een taakstraf van 120 uren en voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand. De diefstal van elektriciteit is daarin niet meegenomen.

De rechtbank heeft gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 3 september 2020. Hieruit blijkt dat verdachte vaker in aanraking is geweest met politie en justitie, maar nog niet eerder is veroordeeld voor Opiumwetfeiten.

Gelet op de aard en de ernst van de feiten en het daar bijbehorende oriëntatiepunt, acht de rechtbank een combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf passend en geboden. Voor een geheel voorwaardelijke straf, zoals bepleit door de raadsman, ziet de rechtbank geen aanleiding. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair negentig dagen hechtenis.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

in de zaak met het parketnummer 08/952456-19:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

in de zaak met het parketnummer 08/730003-20:

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

in de zaak met het parketnummer 08/730003-20:

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2 het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

strafbaarheid verdachte

in de zaak met het parketnummer 08/730003-20:

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;

straf

in de zaak met het parketnummer 08/730003-20:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.

Buiten staat

De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district Twente met nummer PL0600-2020083015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.