Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:3794

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
16-11-2020
Zaaknummer
8360680 \ CV EXPL 20-898
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling factuur na taxatie van percelen. Discussie over de vragen welke partij zich verplicht heeft tot betaling en of er grond was voor opschorting van de betaling. De kantonrechter oordeelt dat een beroep op opschorting mocht worden gedaan. Art. 6:262 en 6:279 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 8360680 \ CV EXPL 20-898

Vonnis van 18 augustus 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [X] ,

gemachtigde: mr. G.A. de Boer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GROEN BEHEER GRAFHORST B.V.,

gevestigd te Grafhorst,

gedaagde partij, hierna te noemen Groen Beheer,

gemachtigde: mr. J.N. Zeelenberg.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op verzoek van Groen Beheer heeft [X] bij brief van 18 oktober 2019 (hierna: de Offerte) een offerte uitgebracht voor het uitvoeren van taxaties. De Offerte bevat, voor zover van belang, onder meer de volgende passages:

Opdracht

(…) De te taxeren objecten betreffen:

 [adres 2] te [plaats 1] ;

 [adres 3] te [plaats 1] ;

 Perceel 1150 gelegen aan de [adres 4] te [plaats 2] .

Wij hanteren een doorlooptijd van 3 weken na opnamedatum.

(…) Wij stellen voor de taxaties te verrichten tegen een totaal tarief van € 2.500,-. (…)”

2.2.

Bij brief van 24 oktober 2019 (hierna: de Opdrachtbrief) krijgt [X] de opdracht tot het taxeren van meerdere objecten. De Opdrachtbrief vermeldt, voor zover van belang, onder meer het volgende.

“Door middel van deze opdrachtbrief verstrekt ABN AMRO BANK N.V. (hierna te noemen: de Opdrachtgever) de opdracht aan [X] (hierna te noemen: Opdrachtnemer) tot taxatie van de objecten die worden genoemd in de bijlage. (…)

Doel

De opdracht tot taxatie wordt verstrekt ten behoeve van de zekerheidstelling voor leningen (…). Het taxatierapport is uitsluitend bestemd voor ABN AMRO BANK N.V. en Groen Beheer Grafhorst B.V. (hierna te noemen: de Klant). (…)

Basis van de waarde

De waardebepaling van het object vindt plaats op basis van:

- Marktwaarde zoals gedefinieerd in IVS en/of EVS; en

- Marktwaarde onder bijzondere omstandigheden, namelijk …

□ Na investering

(…)

Opdrachtnemer verklaart hierbij dat alle bij haar werkzaam zijnde taxateurs die betrokken worden bij deze opdracht:

 Gekwalificeerd zijn om de taxatie uit te voeren;

 In staat zijn om een onafhankelijke en objectieve taxatie te leveren; (…)

Documentatie

Groen Beheer Grafhorst B.V. (hierna te noemen: de Klant) zorgt, indien van toepassing, voor het aanleveren van relevante informatie van het object, zoals: (…)

Door het ondertekenen van deze brief erkent en begrijpt Klant dat volledige medewerking beoogd is. Daarnaast draagt Klant verantwoordelijkheid voor het aan Opdrachtnemer verschaffen van toegang tot alle informatie en middelen waarvan de Klant zich bewust is dat deze relevant is voor de taxatie. (…)

Oplevering

(…) De definitieve taxatie dient uiterlijk 15-11-2019 in het bezit van de Opdrachtgever te zijn. (…)

Honorering

(…) Voor het uitvoeren van de taxatie geldt de volgende honorering:

€ Met de taxateur overeengekomen courtage, exclusief BTW.

(…)

Nota

De nota kan worden geadresseerd aan: (…) Groen Beheer Grafhorst B.V. (…)”

2.3.

De bijlage bij de Opdrachtbrief vermeldt, integraal weergegeven, het volgende:

“Te taxeren onroerende goederen:

 [adres 1]

[plaats 1]

 [adres 2] & [adres 3]

[plaats 1]

 [adres 4]

[plaats 2]

 [adres 5]

[plaats 1] ”

2.4.

De Opdrachtbrief is op 24 oktober 2019 ondertekend namens ABN AMRO N.V. (hierna: ABN AMRO) en is op [adres 3] oktober 2019 “voor akkoord” getekend namens [X] . De Opdrachtbrief is eveneens “voor akkoord” getekend namens Groen Beheer, met – specifiek voor Groen Beheer – daarbij de volgende vermelding: “Door deze brief te ondertekenen geeft u aan akkoord te gaan met de taxatie opdracht tegen het gestelde tarief, waardoor de Opdrachtnemer u rechtstreeks zal factureren”.

2.5.

Op 2 januari 2020 heeft [X] het definitieve taxatierapport aan Groen Beheer verzonden. Dit taxatierapport ziet op de percelen [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] te [plaats 1] en het perceel aan de [adres 4] te [plaats 2] .

2.6.

Bij op 2 januari 2020 gedateerde brief heeft [X] aan Groen Beheer een factuur van € 3.025,00 (€ 2.500,00 excl. BTW) verzonden voor taxaties aan de [adres 1] - [adres 3] te [plaats 1] en aan de [adres 4] te [plaats 2] .

3 Het geschil

3.1.

[X] vordert dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, Groen Beheer veroordeelt tot betaling aan haar van een bedrag van € 3.025,00, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente daarover vanaf 16 januari 2020 tot de dag van algehele voldoening, en Groen Beheer te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering legt [X] ten grondslag dat zij in opdracht percelen heeft getaxeerd en dat Groen Beheer zich jegens haar heeft verbonden tot betaling van de overeengekomen prijs voor die taxaties. Zij vordert nakoming van deze betalingsverplichting.

3.3.

De conclusie van Groen Beheer strekt ertoe, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [X] haar vordering te ontzeggen en [X] te veroordelen in de proceskosten. Groen Beheer betwist primair dat zij door ondertekening van de Opdrachtbrief een contractuele relatie is aangegaan met [X] ; volgens haar kan [X] enkel haar opdrachtgever, ABN AMRO, tot betaling aanspreken. [X] heeft dus de verkeerde partij gedagvaard. Subsidiair voert Groen Beheer het verweer dat [X] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen in verband met de door haar te verrichten taxaties, en dat Groen Beheer daarom niet gehouden is daarvoor te betalen.

4 De beoordeling

4.1.

Naar de kern zijn partijen verdeeld over twee geschilpunten: (i) spreekt [X] met Groen Beheer wel de juiste partij aan tot betaling van de factuur, en (ii) is [X] zelf tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen, zodat zij geen betaling kan afdwingen? Deze twee punten zullen hierna worden besproken.

Kan [X] Groen Beheer tot betaling aanspreken?

4.2.

De vraag of Groen Beheer zich door het ondertekenen van de Opdrachtbrief jegens [X] heeft verbonden om de taxatiekosten te betalen – en [X] het bedrag van de factuur dus rechtstreeks van haar kan vorderen – moet worden beantwoord door uitleg van de Opdrachtbrief. Die uitleg moet plaatsvinden aan de hand van de verklaringen die partijen over en weer hebben afgelegd en de betekenis die zij redelijkerwijs aan die verklaringen hebben kunnen geven. De normale betekenis van de gebruikte bewoordingen is daarbij een belangrijk aanknopingspunt, maar (ook) alle (andere) omstandigheden van het geval zijn voor deze uitleg van belang.

4.3.

Voor wat betreft de uitleg van de Opdrachtbrief geldt het volgende. Tussen partijen staat niet ter discussie dat Groen Beheer degene is die [X] heeft benaderd om een aantal percelen te taxeren, omdat zij die taxaties nodig had om financiering van ABN AMRO te verkrijgen. Tegen die achtergrond heeft Groen Beheer dan ook aan [X] om een offerte gevraagd. Dit deed Groen Beheer uit eigen naam en zonder tussenkomst van ABN AMRO. Deze Offerte kleurt vervolgens hoe partijen de Opdrachtbrief, die vlak na het uitbrengen van de Offerte tot stand kwam, hebben opgevat, namelijk als een opdracht tot taxatie die werd gegeven in het kader van de financieringsbehoefte van Groen Beheer. Het was dan weliswaar zo dat ABN AMRO formeel de opdracht tot het verrichten van een taxatie gaf; Groen Beheer was degene die daar baat bij had. De Opdrachtbrief brengt dit belang van Groen Beheer ook op een aantal manieren tot uitdrukking, onder meer in de doelomschrijving en in het gegeven dat Groen Beheer de nodige informatie voor de taxatie diende te leveren en alle benodigde medewerking daaraan moest verlenen. In lijn hiermee – dat de taxatie ten behoeve van Groen Beheer zou plaatsvinden – koppelt de Opdrachtbrief de betalingsaspecten dan ook aan Groen Beheer: zo wordt onder het kopje “Honorering” verwezen naar het overeengekomen courtage, hetgeen partijen redelijkerwijs zullen hebben begrepen als een verwijzing naar het bedrag uit de Offerte die ook door Groen Beheer (en niet ABN AMRO) was gevraagd. Verder vermeldt de Opdrachtbrief dat de nota rechtstreeks aan Groen Beheer kan worden gestuurd. Groen Beheer heeft de Opdrachtbrief vervolgens voor akkoord getekend onder de uitdrukkelijke vermelding dat zij daarmee akkoord gaat met de taxatie, het tarief en het feit dat rechtstreeks aan haar wordt gefactureerd. Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden heeft [X] redelijkerwijs uit de door Groen Beheer voor akkoord getekende Opdrachtbrief mogen afleiden dat Groen Beheer ook uit eigen naam tegenover [X] zou instaan voor betaling van de taxaties, en dat [X] haar niet alleen een factuur mocht sturen, maar haar zo nodig ook op haar betalingsverplichting mocht aanspreken.

4.4.

Dit betekent dat Groen Beheer door de Opdrachtbrief voor akkoord te tekenen zich jegens [X] heeft verbonden om de betalingsverplichting voor de taxaties op zich te nemen. [X] heeft dus de juiste partij aangesproken.

Is betaling ook verschuldigd, of is [X] zelf tekortgeschoten in de nakoming?

4.5.

Groen Beheer heeft het gefactureerde bedrag als zodanig niet betwist, maar als verweer tegen het betalen van de factuur van [X] aangevoerd dat [X] zelf wanprestatie heeft gepleegd, en dat Groen Beheer daarom “niet gehouden is de vordering van [X] te betalen”. [X] betwist in haar conclusie van repliek het verweer van Groen Beheer op inhoudelijke gronden, maar gaat er eveneens in haar stellingen vanuit dat als dat verweer slaagt, de vordering van [X] niet betaald hoeft te worden. Partijen zijn het dan weliswaar eens over het gevolg van een eventueel slagen van het verweer van Groen Beheer, maar over de juridische duiding van deze gevolgen blijft Groen Beheer nog onduidelijk. Groen Beheer beroept zich in dit verband namelijk niet op een bepaald wetsartikel of leerstuk, en legt ook verder niet uit wat zij bedoelt met ‘niet gehouden zijn’ de vordering te voldoen. De kantonrechter zal haar verweer dan ook interpreteren als een beroep op opschorting.

4.6.

Daarbij wordt het volgende vooropgesteld. Ook in het geval van een rechtsverhouding waarbij meer dan twee partijen betrokken zijn, zoals in het geval van de Opdrachtbrief (waarbij [X] , Groen Beheer en ABN AMRO zijn betrokken), kan een partij zich onder omstandigheden beroepen op opschorting, wanneer een van de andere partijen tekortgeschoten is in de nakoming van een daarmee verband houdende verplichting. Daarvoor is niet noodzakelijk dat zij onder de Opdrachtbrief als “opdrachtgever” is aan te merken (zie artikel 6:279 BW in samenhang met artikel 6:262 BW). Voor de duur van het beroep op opschorting hoeft dan niet gepresteerd te worden. Als het beroep van Groen Beheer op opschorting opgaat, dan betekent dit dat zij voor de duur van die opschorting niet aan haar betalingsverplichting hoeft te voldoen en de vordering van [X] dan niet kan worden toegewezen.

4.7.

Groen Beheer legt aan haar beroep op opschorting ten grondslag dat [X] in twee opzichten is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen die zij door ondertekening van het Opdrachtbrief op zich heeft genomen. Zij zou (i) een taxatierapport hebben geleverd dat niet beantwoordt aan de gegeven opdracht, en dat bovendien (ii) te laat is opgeleverd. Bij de beoordeling van deze verwijten staat voorop dat het aan Groen Beheer is wat dit betreft het nodige te stellen en zo nodig te bewijzen, omdat zij zich beroept op het gevolg van haar stellingen (namelijk dat zij geen betalingsverplichting heeft).

Ad (i): taxatie geheel conform opdracht?

4.8.

Naar het oordeel van de kantonrechter is [X] inderdaad tekortgeschoten in haar verplichting om het afgesproken taxatierapport aan te leveren. De redenen voor dit oordeel zijn als volgt.

4.9.

Tussen partijen is niet in geschil dat [X] het perceel aan de [adres 5] te [plaats 1] niet heeft getaxeerd op basis van de marktwaarde na investeringen. [X] heeft zich op het standpunt gesteld dat dit ook niet is overeengekomen. De kantonrechter volgt deze door [X] verdedigde uitleg van de opdracht tot taxatie niet. De Opdrachtbrief vermeldt dat alle percelen moeten worden getaxeerd volgens de methode marktwaarde na investering, en maakt voor wat betreft deze taxatiemethode geen onderscheid tussen de verschillende percelen. [X] heeft ook geen andere omstandigheden naar voren gebracht waaruit kan volgen dat partijen over een afwijkende taxatiemethode voor het perceel aan de [adres 5] hebben gesproken. Met het ondertekenen van de Opdrachtbrief, heeft [X] bij Groen Beheer redelijkerwijs de verwachting gewekt dat [X] het object aan de [adres 5] te [plaats 1] zou taxeren op basis van de marktwaarde na investeringen.

Dat [X] er, zoals zij stelt, bij het ondertekenen van de Opdrachtbrief niet vanuit ging dat het perceel aan de [adres 5] een agrarisch object betrof – dat buiten haar expertise viel – dat op basis van marktwaarde na investeringen moest worden getaxeerd, maakt het voorgaande niet anders. Ook dan geldt namelijk dat het voor haar rekening moet komen als zij zich niet ten volle heeft gerealiseerd welke gerechtvaardigde verwachtingen zij met het ondertekenen van de Opdrachtbrief bij Groen Beheer wekte, namelijk dat [X] alle percelen op de afgesproken manier, dus volgens marktwaarde na investering, zou gaan taxeren.

4.10.

Aangezien [X] het perceel aan de [adres 5] te [plaats 1] niet heeft getaxeerd op basis van de marktwaarde na investeringen, levert dat een tekortkoming van [X] op. Zoals hiervoor overwogen brengt dat mee dat Groen Beheer haar verplichting tot betaling van de factuur voor de taxatie kan opschorten.

Ad (ii): taxatierapport te laat geleverd?

4.11.

Er bestaat, gelet op wat hiervoor is overwogen, verder geen belang meer bij de beantwoording van de vraag of het taxatierapport te laat is geleverd en of dat een grond voor opschorting oplevert. Hierop zal dan ook niet meer worden ingegaan.

Slotsom

4.12.

De conclusie is dat de vordering van [X] tot betaling van de factuur niet kan worden toegewezen.

4.13.

[X] heeft in deze procedure geen gelijk gekregen en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Die kosten worden, aan de kant van Groen Beheer, begroot op € 420,00 (2 punten x liquidatietarief van € 210,00) aan salaris gemachtigde. De nakosten, waarvan Groen Beheer ook betaling vordert, zullen worden toegewezen zoals hieronder in het dictum onder 5.3. zal worden bepaald.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [X] in de proceskosten, die aan de kant van Groen Beheer worden vastgesteld op € 420,00 aan salaris gemachtigde;

5.3.

veroordeelt [X] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Essed, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2020.