Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:3791

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
16-11-2020
Zaaknummer
8202794 \ CV EXPL 19-6871
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Geschil over deugdelijkheid geleverde raamkozijnen en installatiewerk. Mogelijkheid geboden tot herstel (art. 7:21 en 7:22 BW). De kantonrechter ontbindt de overeenkomst tussen partijen (art. 6:265 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8202794 \ CV EXPL 19-6871

Vonnis van 10 november 2020

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

gemachtigde: Stichting Achmea Rechtsbijstand,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BELIBOSS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,

gedaagde,

zonder gemachtigde procederend.

Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en Beliboss worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 14 juli 2020.

1.2.

Op 17 september 2020 heeft een mondelinge behandeling – via Skype – plaatsgevonden.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In dit vonnis wordt voortgebouwd op hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 14 juli 2020.

2.2.

[eiser 1] c.s. baseren hun vorderingen op het standpunt dat Beliboss tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen om op grond van de koop-/aanneemovereenkomst met [eiser 1] c.s., deugdelijke raamkozijnen te leveren, en deze op een deugdelijke manier te installeren.

2.3.

[eiser 1] c.s. vorderen onder meer ontbinding van de overeenkomst en daarnaast schadevergoeding. Deze vorderingen zullen na elkaar worden besproken.

Ontbinding van de overeenkomst

2.4.

De kantonrechter stelt voorop dat als Beliboss tekortgeschoten is in de op haar rustende verplichtingen op grond van de overeenkomst met [eiser 1] c.s., [eiser 1] c.s. dan de bevoegdheid hebben om de overeenkomst te ontbinden, tenzij het een gering tekortschieten is dat de ontbinding niet rechtvaardigt (zie art. 6:265 BW). Omdat de overeenkomst tussen [eiser 1] c.s. en Beliboss ook gedeeltelijk een consumentenkoop is, geldt dat de bevoegdheid tot ontbinding van de koop (van de kozijnen) pas ontstaat als Beliboss een redelijke termijn is gegeven om de gestelde gebreken te herstellen (zie art. 7:21 en 7:22 BW).

2.5.

[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat de raamkozijnen niet aan de overeenkomst beantwoorden, en dat het geleverde installatiewerk eveneens gebrekkig is, en hebben dit onderbouwd met foto’s en door te verwijzen naar het rapport van ZNEB (zie ook rov. 4.1 van het tussenvonnis). Het bestaan van deze tekortkomingen – zowel voor wat betreft de kozijnen als het installatiewerk – heeft Beliboss ook niet betwist.

2.6.

Deze door [eiser 1] c.s. benoemde en in het rapport van ZNEB beschreven tekortkomingen zijn niet beperkt tot een aantal ondergeschikte punten, maar raken de kern van wat [eiser 1] c.s. van hun overeenkomst met Beliboss konden verwachten. Er is dus geen sprake van tekortkomingen die van te geringe aard zijn om de ontbinding te rechtvaardigen, en Beliboss dat heeft dan ook terecht niet betoogd.

2.7.

De kern van het verweer van Beliboss is echter dat zij – nog steeds – in de gelegenheid moet worden gesteld om de gebreken te herstellen, waarbij het rapport van ZNEB, dat ook verschillende herstelmogelijkheden beschrijft, tot uitgangspunt kan dienen.

2.8.

Dit verweer slaagt niet, omdat Beliboss al meerdere malen de gelegenheid heeft gekregen om de gebreken aan de kozijnen (en aan het installatiewerk) te herstellen, maar zij daar niet – en dus ook niet binnen een redelijke termijn – toe is overgegaan. Hierbij wordt vooropgesteld dat wordt gekeken naar periode na de buitengerechtelijke ontbindingsverklaring van 12 juli 2018, omdat [eiser 1] c.s. daarop (impliciet) zijn teruggekomen door Beliboss, naar aanleiding van haar eigen verzoek, meerdere keren te vragen om de gebreken te herstellen. Maar ook in de periode na 12 juli 2018 is Beliboss, als gezegd, ruimschoots de kans gegeven om tot herstel over te gaan. [eiser 1] c.s. hebben onbetwist gesteld dat hier tussen partijen in de periode juli tot en met oktober 2018 meermaals telefonisch contact over is geweest, en ook daarna (namelijk op 12, 21 en 26 november, op 3, 12 en 20 december 2018, op 7 en 22 januari en tenslotte op 24 oktober 2019). Desondanks heeft Beliboss geen concrete stappen gezet om te komen tot herstelwerkzaamheden. Zij heeft dan ook een (meer dan) redelijke termijn gekregen, die zij onbenut heeft gelaten. [eiser 1] c.s. hebben dan ook het recht om de overeenkomst te ontbinden, en zij hoeven Beliboss geen verdere mogelijkheden voor herstel meer te bieden.

2.9.

De gevorderde ontbinding van de overeenkomst tussen [eiser 1] c.s. en Beliboss zal dus worden toegewezen. Het gevolg daarvan is dat Beliboss de betaling van € 3.100,00 die zij van [eiser 1] c.s. ter zake de overeenkomst heeft ontvangen moet terugbetalen, en dat Beliboss – kosteloos – de raamkozijnen die zij bij [eiser 1] c.s. heeft geïnstalleerd dient te verwijderen en terug dient te nemen. De vordering van [eiser 1] c.s. met deze strekking kan in zoverre worden toegewezen. Het is naar het oordeel van de kantonrechter redelijk om Beliboss een termijn van 30 dagen te geven om de kozijnen terug te nemen. [eiser 1] c.s. zijn dan wel verplicht om Beliboss ook in de gelegenheid te stellen aan deze verwijderingsverplichting te voldoen.

2.10.

Voor zover [eiser 1] c.s. echter vorderen om Beliboss te veroordelen de kozijnen daarnaast ook nog in de oorspronkelijke toestand terug te brengen, zal de vordering worden afgewezen, omdat [eiser 1] c.s. deze vordering onvoldoende hebben onderbouwd. Zo blijft onduidelijk wat een dergelijke veroordeling volgens [eiser 1] c.s. concreet inhoudt, in hoeverre deze noodzakelijk is om de ongedaanmakingsverplichting uit te voeren, en in hoeverre dit voor Beliboss nog mogelijk is, in verband met, bijvoorbeeld, de beschikbaarheid van de oude raamkozijnen. Ook zal de door [eiser 1] c.s. gevraagde dwangsom worden gematigd en gemaximeerd, tot een bedrag dat naar het oordeel van de kantonrechter volstaat als prikkel voor Beliboss om aan het vonnis te voldoen. Dit bedrag zal in het dictum van dit vonnis worden genoemd.

Schadevergoeding

2.11.

[eiser 1] c.s. vorderen ook vergoeding van de schade die Beliboss volgens hen aan hun woning heeft aangebracht tijdens de ondeugdelijk uitgevoerde installatiewerkzaamheden. [eiser 1] c.s. hebben deze schade onderbouwd, onder meer door te wijzen op passages uit het rapport van ZNEB en door offertes voor de herstelkosten in het geding te brengen. Daartegenover staat dat Beliboss deze schadepost, zowel voor wat betreft het bestaan van deze schade, als voor wat betreft de omvang daarvan, onvoldoende onderbouwd heeft betwist. De gevorderde verklaring voor recht dat Beliboss voor deze schade aansprakelijk is zal dan ook worden toegewezen, evenals de gevorderde schadevergoeding van € 2.814,15.

Kosten, rente, proceskosten

2.12.

Tegen de door [eiser 1] c.s. gevorderde expertisekosten (de factuur van ZNEB van € 1.089,92) en de buitengerechtelijke incassokosten (van € 621,92) heeft Beliboss geen inhoudelijk verweer gevoerd, en deze kosten zullen dan ook worden toegewezen.

2.13.

[eiser 1] c.s. hebben wettelijke rente gevorderd over de aan hen toe te kennen bedragen, steeds vanaf de dag van de dagvaarding. Dit zal worden toegewezen als gevorderd, behalve ten aanzien van de terugbetalingsverplichting met betrekking tot de € 3.100,00 die [eiser 1] c.s. aan Beliboss hebben betaald. Dit bedrag is immers pas verschuldigd op grond van de bij dit vonnis uitgesproken ontbinding, en de wettelijke rente daarover zal – bij vertraging in de betaling daarvan – pas verschuldigd zijn vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis.

2.14.

Beliboss is in deze procedure in het ongelijk gesteld. Daarom wordt zij veroordeeld om de proceskosten van [eiser 1] c.s. te betalen. Deze kosten worden begroot op: € 900,00 (3 punten x tarief van € 300,00) aan salaris + € 231,00 aan griffierecht + € 103,58 aan explootkosten = € 1.234,58. De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen zoals in het dictum onder 3.7. is bepaald.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de tussen [eiser 1] c.s. en Beliboss bestaande overeenkomst van 21 september 2016;

3.2.

veroordeelt Beliboss om aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 3.100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na dit vonnis, tot aan de dag van algehele betaling;

3.3.

veroordeelt Beliboss om binnen 30 dagen na betekening aan haar van dit vonnis de bij [eiser 1] c.s. geïnstalleerde raamkozijnen kosteloos te verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag dat Beliboss niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 5.000,00;

3.4.

verklaart voor recht dat Beliboss jegens [eiser 1] c.s. aansprakelijk is voor de schade van [eiser 1] c.s. als gevolg van de ondeugdelijk uitgevoerde montagewerkzaamheden in 2017;

3.5.

veroordeelt Beliboss om aan [eiser 1] c.s. te betalen de bedragen: € 2.814,15 (aan schadevergoeding), € 1.089,92 (aan expertisekosten), en € 621,92 (aan buitengerechtelijke kosten), steeds te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele betaling;

3.6.

veroordeelt Beliboss in de proceskosten, aan de zijde van [eiser 1] c.s. begroot op € 1.234,58;

3.7.

veroordeelt Beliboss in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120;

3.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Essed, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2020.