Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:3678

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-11-2020
Datum publicatie
07-11-2020
Zaaknummer
08/952946-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een vader en zijn twee zoons zijn veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen voor de koelbloedige moord op vier mannen in een growshop in Enschede op 13 november 2018. De rechtbank spreekt van koelbloedige executies. Zonder ook maar een greintje mededogen schoten zij de kansloze en weerloze slachtoffers meerdere keren door hun hoofd. In totaal moeten de schutters zo’n 877.000 euro aan schadevergoedingen betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0841
NJFS 2021/58
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/952946-18 (P)

Datum vonnis: 6 november 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officieren van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1961 in [geboorteplaats 1] ( [land] ),

wonende te [adres 1] ,

nu verblijvende in de P.I. Almelo, HvB “De Karelskamp” in Almelo

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 12 maart 2019, 24 mei 2019, 15 augustus 2019, 7 november 2019, 7 januari 2020,

31 januari 2020, 14 april 2020, 3 juli 2020, 15 september 2020, 16 september 2020,

18 september 2020, 23 september 2020 en 23 oktober 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. S. Leusink en mr. A. van Veen en van hetgeen door verdachte en de raadslieden

mr. J. Michels en mr. V.P.J. Tuma, beiden advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 in de eerste plaats:

samen met een of meer anderen [slachtoffer 1] heeft gedood door met een of meer vuurwapens meermalen op (het hoofd van) die [slachtoffer 1] te schieten.

Primair is dit ten laste gelegd als een moord, subsidiair als een doodslag met (poging tot) diefstal met geweld en/of met doodslag in vereniging op de andere slachtoffers, meer subsidiair als een doodslag, nog meer subsidiair als een diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 1] is gedood en meest subsidiair als een poging tot diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 1] is gedood;

feit 1 in de tweede plaats:

samen met een of meer anderen [slachtoffer 2] heeft gedood door met een of meer vuurwapens meermalen op (het hoofd van) die [slachtoffer 2] te schieten.

Primair is dit ten laste gelegd als een moord, subsidiair als een doodslag met (poging tot) diefstal met geweld en/of met doodslag in vereniging op de andere slachtoffers, meer subsidiair als een doodslag, nog meer subsidiair als een diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 2] is gedood en meest subsidiair als een poging tot diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 2] is gedood;

feit 1 in de derde plaats:

samen met een of meer anderen [slachtoffer 3] heeft gedood door met een of meer vuurwapens meermalen op (het hoofd van) die [slachtoffer 3] te schieten.

Primair is dit ten laste gelegd als een moord, subsidiair als een doodslag met (poging tot) diefstal met geweld en/of met doodslag in vereniging op de andere slachtoffers, meer subsidiair als een doodslag, nog meer subsidiair als een diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 3] is gedood en meest subsidiair als een poging tot diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 3] is gedood;

feit 1 in de vierde plaats:

samen met een of meer anderen [slachtoffer 4] heeft gedood door met een of meer vuurwapens meermalen op (het hoofd van) die [slachtoffer 4] te schieten.

Primair is dit ten laste gelegd als een moord, subsidiair als een doodslag met (poging tot) diefstal met geweld en/of met doodslag in vereniging op de andere slachtoffers, meer subsidiair als een doodslag, nog meer subsidiair als een diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 4] gedood en meest subsidiair als een poging tot diefstal met geweld waarbij [slachtoffer 4] is gedood;

feit 2:

heeft geprobeerd [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] van het leven te beroven door op/in hun richting te schieten;

feit 3:

samen met een of meer anderen geld heeft gestolen van [slachtoffer 5] door middel van (bedreiging) met geweld tegen die [slachtoffer 5] en tegen [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , waarbij gebruik is gemaakt van een of meer vuurwapens en een schaar;

feit 4:

samen met een of meer anderen [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] gedurende enige tijd van hun vrijheid heeft beroofd door hen te beletten het kantoor van het bedrijfspand te verlaten, waarbij gebruik is gemaakt van een of meer vuurwapens.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 1] te schieten (en/of deze [slachtoffer 1] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 1] te schieten (en/of deze [slachtoffer 1] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 1] is overleden,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig

strafbaar feit, te weten diefstal in vereniging van enig geldbedrag,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 1] te schieten (en/of deze [slachtoffer 1] te raken), tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen

aan [adres 2] ) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hetzij

straffeloosheid te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van die

[slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 1]

een (zeer) dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 1] heeft/hebben geraakt),

welk feit de dood van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEEST SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen aan

[adres 2] ) weg te nemen een hoeveelheid geld en/of een of

meer goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders,

welke poging diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk

om die (poging) diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hetzij straffeloosheid te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van die

[slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 1]

een (zeer) dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 1] heeft/hebben geraakt),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en welk feit de dood van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

EN/OF

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 2] te schieten (en/of deze [slachtoffer 2] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 2] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 2] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 2] te schieten (en/of deze [slachtoffer 2] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 2] is overleden,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig

strafbaar feit, te weten diefstal in vereniging van enig geldbedrag,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 2] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 2] te schieten (en/of deze [slachtoffer 2] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 2] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen

aan [adres 2] ) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) ,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hetzij straffeloosheid te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van die [slachtoffer 2]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 2] een

(zeer) dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 2] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 2] heeft/hebben geraakt),

welk feit de dood van die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, MEEST SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen aan

[adres 2] ) weg te nemen een hoeveelheid geld en/of een of

meer goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke poging diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2] , gepleegd met het

oogmerk om die (poging) diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hetzij straffeloosheid te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van [slachtoffer 2] heeft/hebben

gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 2] een (zeer)

dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 2] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 2] heeft/hebben geraakt) ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en welk feit de dood van die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

EN/OF

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 3] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 3] te schieten (en/of deze [slachtoffer 3] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 3] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 3] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 3] te schieten (en/of deze [slachtoffer 3] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 3] is overleden,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig

strafbaar feit, te weten diefstal in vereniging van enig geldbedrag,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 3] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 3] te schieten (en/of deze [slachtoffer 3] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 3] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen

aan [adres 2] ) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hetzij

straffeloosheid te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van die [slachtoffer 3]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 3] een

(zeer) dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 3] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 3] heeft/hebben geraakt),

welk feit de dood van die [slachtoffer 3] ten gevolge heeft gehad;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, MEEST SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen aan

[adres 2] ) weg te nemen een hoeveelheid geld en/of een of

meer goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke poging diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk

om die (poging) diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hetzij straffeloosheid te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van die [slachtoffer 3]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 3] een

(zeer) dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 3] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 3] heeft/hebben geraakt),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en welk feit de dood van die [slachtoffer 3] ten gevolge heeft gehad;

EN/OF

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 4] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 4] te schieten (en/of deze [slachtoffer 4] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 4] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 4] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 4] te schieten (en/of deze [slachtoffer 4] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 4] is overleden,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig

strafbaar feit, te weten diefstal in vereniging van enig geldbedrag,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder l geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 4] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III van de Wet

Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van (het

hoofd van) die [slachtoffer 4] te schieten (en/of deze [slachtoffer 4] te raken), tengevolge

waarvan die [slachtoffer 4] is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen

aan [adres 2] ) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hetzij straffeloosheid te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van die [slachtoffer 4]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 4] een

(zeer) dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 4] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 4] heeft/hebben geraakt),

welk feit de dood van die [slachtoffer 4] ten gevolge heeft gehad;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, MEEST SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen aan

[adres 2] ) weg te nemen een hoeveelheid geld en/of een of

meer goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke poging diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4] , gepleegd met het

oogmerk om die (poging) diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

hetzij straffeloosheid te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of

III van de Wet Wapens en Munitie) op/in de richting van die [slachtoffer 4]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en aldus voor die [slachtoffer 4] een

(zeer) dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd,

en/of (vervolgens) met een of meer vuurwapen(s) (van de categorie II en/of III

van de Wet Wapens en Munitie) meerdere malen, althans eenmaal, op/in de

richting van (het hoofd van) die [slachtoffer 4] heeft/hebben geschoten (en/of deze

[slachtoffer 4] heeft/hebben geraakt),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en welk feit de dood van die [slachtoffer 4] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 07 november 2018 in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meer

perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

) opzettelijk van het leven te beroven,

met een vuurwapen meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van een

of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 07 november 2018 in de gemeente Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een

portemonnee 450 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het

zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 5] en/of een of meer

andere perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] ),

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te

maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers

aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, door (onder andere):

- een of meer vuurwapen(s) op die [slachtoffer 5] en/of die andere perso(o)n(en) te

richten en/of gericht te houden en/of daarbij opzettelijk dreigend te zeggen:

"Dit wapen is om je pijn te doen, dat is een 6mm" en/of "Dit is een 9mm en die

is om het af te maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking, en/of

- met een schaar een of meer snijdende beweging(en) op de pink van voornoemde

[slachtoffer 5] te maken (tengevolge waarvan de pink ging bloeden) en/of

- de handen van die [slachtoffer 5] op diens rug vast te binden en/of

- met een vuurwapen meerdere malen, althans eenmaal, op/in de richting van die

[slachtoffer 5] en/of die andere voornoemde perso(o)n(en) te schieten;

4.

hij op of omstreeks 07 november 2018 in de gemeente Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,

door (onder andere)

- het kantoor van het bedrijfspand (te weten [autobedrijf] ) van voornoemde

[slachtoffer 5] te betreden en/of (vervolgens)

- op agressieve toon tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij zijn handen boven

tafel moet houden en zijn telefoon weg moet doen, althans woorden van gelijke

aard of strekking, en/of (vervolgens)

- een of meer vuurwapen(s) op die [slachtoffer 5] te richten en/of gericht te houden

en/of

- nadat voornoemde andere perso(o)n(en) binnen waren gekomen tegen die

perso(o)n(en) te zeggen dat zij op de bank moesten gaan zitten en/of

- die perso(o)n(en) eveneens onder schot te houden en/of (vervolgens)

- de voordeur van het pand op slot te doen en/of

- de deur van het kantoor op slot te doen en/of

- de handen van die [slachtoffer 5] op diens rug vast te binden.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

Dit hoofdstuk bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Algemene inleiding

Naar aanleiding van een bijzonder gewelddadige gebeurtenis op 13 november 2018 in een growshop in Enschede, waarbij vier personen door vuurwapengeweld om het leven zijn gekomen, is door de politie een onderzoek ingesteld onder de naam TGO Litouwen. De vier omgekomen slachtoffers zijn [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) in de leeftijd van 43 jaar, [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) in de leeftijd van 34 jaar, [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) in de leeftijd van 27 jaar en [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) in de leeftijd van 62 jaar.

Daarnaast is door de politie onder de naam TGO Schelde een onderzoek ingesteld naar een gewelddadige gebeurtenis op 7 november 2018 in een garagebedrijf in Hengelo (O), waarbij de garagehouder [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) en drie andere personen, zijnde [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ), [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 7] ) en [slachtoffer 8] (hierna: [slachtoffer 8] ), gedurende enige tijd tegen hun wil en onder bedreiging met geweld in het bedrijfspand zouden zijn vastgehouden door twee gewapende personen.

Ten aanzien van onderzoek Litouwen is door het Openbaar Ministerie vervolging ingesteld tegen [verdachte] (hierna: [verdachte] ), [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ), [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) en [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] ). Ten aanzien van onderzoek Schelde is vervolging ingesteld tegen [verdachte] en [medeverdachte 1] .

De vraag die nu voorligt is, of de personen tegen wie vervolging is ingesteld ook daadwerkelijk bij deze gewelddadige gebeurtenissen betrokken zijn geweest en zo ja, hoe deze betrokkenheid moet worden gekwalificeerd.

4.1

Onderzoek Litouwen – feit 1

4.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van feit 1 primair, de moord op

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] tezamen en in vereniging op

13 november 2018, subsidiair (als de voorbedachte raad door de rechtbank niet aangenomen wordt) de gekwalificeerde doodslag.

Daartoe voert de officier van justitie – kort samengevat – aan dat uit de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien volgt dat de vier slachtoffers op 13 november 2018 tussen 14:32 uur en 14:36 uur om het leven zijn gebracht, dat verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] (hierna: verdachten) die dag tussen 12:56 uur en 15:05 uur steeds bij elkaar zijn geweest, dat verdachten tussen 14:17 uur en (kort voor) 14:45 uur op de plaats delict (binnen in het pand) zijn geweest en de slachtoffers hebben doodgeschoten. Er is sprake van medeplegen omdat bij verdachten sprake is van verregaande belastende omstandigheden die duiden op directe betrokkenheid bij de strafbare feiten, welke betrokkenheid voldoende geconcretiseerd kan worden tot een rol binnen de samenwerking die van voldoende gewicht is om van medeplegen te spreken. Daarbij is niet relevant wie er wel of niet geschoten heeft. Hierbij wordt ook de proceshouding van verdachten betrokken die geen aannemelijke verklaring heeft/hebben kunnen/willen geven voor de tegen hem/hen opgekomen belastende omstandigheden. Er is sprake van voorbedachte raad omdat de slachtoffers allemaal van korte afstand met twee wapens (uitsluitend) in het hoofd zijn geschoten en forensisch onderzoek en de wijze waarop de slachtoffers zijn aangetroffen, wijst op weloverwogen beslissingen om te doden.

4.1.2

Het standpunt van de verdediging

Het standpunt van de verdediging komt er – kort gezegd – op neer dat geconcludeerd wordt tot vrijspraak van feit 1. De verdediging komt tot vrijspraak van dit feit, omdat niet buiten redelijke twijfel bewezen kan worden verklaard dat verdachten op de plaats delict zijn geweest en/ of een voldoende wezenlijke of significante bijdrage hebben geleverd aan het om het leven brengen van de vier slachtoffers.

De verdediging licht dit als volgt toe:

uitvoerig forensisch onderzoek heeft geen forensisch bewijs opgeleverd op basis waarvan gesteld kan worden dat verdachten op de plaats delict aanwezig zijn geweest, laat staan dat zij aanwezig waren tijdens het doodschieten van de slachtoffers. Medeplegen kan niet bewezen worden.

Wat betreft het gebruik maken van het zwijg- en verschoningsrecht door de verdachten merkt de verdediging op dat deze proceshouding, die is ingegeven door de wens geen gapend gat te slaan in de familiaire verhoudingen, een te respecteren proceshouding is die zich niet laat vertalen naar een bewijsmotivering waarmee de evidente gaten in de bewijsvoering worden gedicht. Door gebruik te maken van het zwijgrecht blijven voor de bewijsvoering van kardinaal belang zijnde vragen onbeantwoord.

Ten aanzien van de kwalificatie merkt de verdediging op dat:

  • -

    het aannemen van opzet bij de schutter(s) gerechtvaardigd is;

  • -

    niet bewezen kan worden dat de slachtoffers met voorbedachten rade om het leven zijn gebracht, omdat

 het dossier geen aanknopingspunten bevat aan de hand waarvan met een voldoende mate van zekerheid vastgesteld kan worden dat de slachtoffers in deze zaak volgens een plan om het leven zijn gebracht;

 als er gelegenheid tot beraad is geweest, niet blijkt dat men toen welbewust de keuze heeft gemaakt het strafbare feit (verder) uit te voeren;

 er contra-indicaties zijn die duiden op een ogenblikkelijke opwelling waarbij men geen gelegenheid heeft gehad zich te beraden over de betekenis en de gevolgen van deze daden en zich daarvan rekenschap te geven,

zodat vrijspraak moet volgen voor de telkens primair tenlastegelegde moord;

  • -

    gekwalificeerde doodslag niet bewezen kan worden omdat niet bewezen kan worden dat er op 13 november 2018 naast het om het leven brengen van de slachtoffers geld is gestolen of een poging daartoe is gedaan, dat verdachten dit hebben gedaan en dat dit is gedaan met een van de in artikel 288 Wetboek van Strafrecht (Sr) genoemde oogmerken, dan wel dat slachtoffers om het leven zijn gebracht om het doden van een ander slachtoffer te maskeren;

  • -

    hoogstens de impliciet subsidiair tenlastegelegde doodslag, meermalen gepleegd, bewezen zou kunnen worden;

  • -

    de meer subsidiair tenlastegelegde diefstal van geld/enig goed of poging daartoe de dood van de slachtoffers ten gevolge hebbend eveneens niet bewezen kan worden.

Niet buiten redelijke twijfel kan bewezen worden dat verdachten fysiek op de plaats delict zijn geweest op het moment dat de slachtoffers om het leven zijn gebracht. Noch op basis van camerabeelden, noch op basis van getuigenverklaringen kunnen ze op of nabij de plaats delict worden geplaatst. Tegen [verdachte] is er bovendien geen forensisch bewijs. Op basis van motieven en sporen kunnen andere daders bovendien niet worden uitgesloten. Gelet op lacunes in de bewijsvoering en de onbeantwoord gebleven cruciale vragen kan noch het individueel plegen, noch het medeplegen van een of meer levensberovingen bewezen worden geacht, zodat voor alle verdachten vrijspraak dient te volgen.

4.1.3

Het oordeel van de rechtbank

4.1.3.1 De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting het volgende vast.

Tijdlijn van de gebeurtenissen op 13 november 2018

Aan de hand van camerabeelden, telefoongegevens en getuigenverklaringen stelt de rechtbank de hierna volgende tijdlijn vast wat betreft de gebeurtenissen op

13 november 2018. Bij deze tijdlijn worden als uitgangspunten genomen (a) de activiteiten van de verdachten, [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de zwarte Volkswagen Golf en (b) de gebeurtenissen op de plaats delict, de activiteiten van de vier slachtoffers en de getuigen.

(a) de activiteiten van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de zwarte VW Golf

Op 13 november 2018 tussen 12:56:55 uur en 12:58:14 uur vertrekken [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in een zwarte VW Golf vanaf de parkeerplaats genummerd [nummer 1] behorende bij de flat gelegen aan de [adres 3] te Hengelo. [verdachte] en [medeverdachte 1] wonen in deze flat op nummer [adres 1] . [medeverdachte 1] is bij vertrek de bestuurder van de VW Golf, [medeverdachte 2] zit rechts voorin de auto en [verdachte] zit rechts achterin.

Een zwarte VW Golf rijdt om 13:11:22 uur over de Hengelosestraat te Enschede, komende uit de richting van Hengelo en gaande in de richting van de Boddenkampsingel in Enschede.

Om 13:17:40 uur rijdt een donkerkleurig voertuig met getinte achterruiten komende uit de richting van de Hoge Bothofstraat over de Oliemolensingel naar de Lage Bothofstraat. Een zwarte Golf voorzien van getinte achterruiten en opvallende sportvelgen en rode remklauw rijdt langs een camerapunt op de Lage Bothofstraat [nummer 2] . Het betreft hetzelfde voertuig als op de registratie van 13:17:40 uur. Een zwarte VW Golf waarvan het kenteken gedeeltelijk leesbaar is, [kenteken 1] , rijdt om 13:18:48 uur over de Lipperkerkstraat in de richting van de Snelliusstraat. Zichtbaar zijn de volgende kenmerken van deze VW Golf: vierdeurs model, opvallende sportvelgen met dubbele spaken en de achterruiten lijken getint. De growshop in het pand aan [adres 2] (hierna: de growshop of plaats delict) bevindt zich op de hoek van de kruising van deze straat met de Snelliusstraat. Een zwarte VW Golf met kenteken [kenteken 1] komt ruim tien minuten later, om 13:30:25 uur, uit de richting van de Snelliusstraat via dezelfde Lipperkerkstraat aanrijden. Vervolgens rijdt een zwarte VW Golf langs het camerapunt op de Lage Bothofstraat [nummer 2] in Enschede en over de Oliemolensingel voorbij de camera van [supermarkt] .

Om 13:43:13 uur komen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit [woonwinkel] in Enschede en lopen de nabijgelegen [restaurant] binnen. Om 14:07:44 uur verlaten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de [restaurant] en lopen in de richting van de Hengelosestraat. Een zwarte VW Golf met het kenteken [kenteken 1] rijdt om 14:09:22 uur vanaf het Schuttersveld linksaf in de richting van de Hengelosestraat, om vervolgens om 14:16:58 uur de hoekwoning aan de Lage Bothofstraat [nummer 2] in Enschede te passeren waarbij in de auto twee petjes zichtbaar zijn bij de bestuurder en bij de bijrijder. Om 14:17:12 uur rijdt een zwarte vierdeurs model VW Golf met opvallende sportvelgen met dubbele spaken en getint lijkende achterruiten over de Lipperkerkstraat (ter hoogte van perceel [nummer 3] ) in de richting van de Snelliusstraat.

In de periode tussen 14:17:12 uur en 14:45:46 uur is op voornoemde camera aan de Lipperkerstraat geen rijbeweging van een zwarte VW Golf waargenomen.

Vervolgens rijdt om 14:45:47 uur een zwarte VW Golf met het zichtbare kenteken [kenteken 1] , opnieuw over de Lipperkerkstraat (ter hoogte van perceel [nummer 3] ) komende uit de richting van de Snelliusstraat, waarbij van de bestuurder een geel kledingstuk met iets wits erin zichtbaar is. Een zwarte VW Golf rijdt daarna om 14:48:00 uur langs de camera van de hoekwoning aan de Lage Bothofstraat [nummer 2] in Enschede. Een donkerkleurig voertuig dat overeenkomsten vertoont met de kenmerken van de VW Golf met kenteken [kenteken 1] rijdt daarna over de Oliemolensingel komende uit de richting van de Lage Bothofstraat en gaande in de richting van de Laaressingel in Enschede en om 14:53:04 uur rijdt een zwarte VW Golf met dezelfde kenmerken over de Hengelosestraat, langs de camera ter hoogte van perceel [nummer 4] in Enschede, komende uit de richting van de Boddenkampsingel en gaande in de richting van Hengelo. Om 15:05:36 uur lopen [verdachte] en [medeverdachte 2] door de zich openende poort het parkeerterrein aan de achterzijde van de flat aan de [adres 1] te Hengelo op. [verdachte] en [medeverdachte 2] lopen direct door in de richting van de flat. Een zwarte VW Golf staat op de rijbaan buiten de poort te wachten tot deze poort ver genoeg geopend is om het parkeerterrein op te rijden. Na aankomst wordt de zwarte VW Golf geparkeerd op de parkeerplaats in vak [nummer 1] op het parkeerterrein aan de achterzijde van de flat aan de [adres 1] . [medeverdachte 1] is de bestuurder van de VW Golf.

Ruim een half uur later, om 15:37:52 uur lopen [verdachte] en [medeverdachte 1] , gekleed in andere kleren dan de kleding die zij bij aankomst in de flat om 15:05 uur droegen, naar de in vak [nummer 1] geparkeerde VW Golf. [verdachte] draagt een grote witte weekendtas, voorzien van zwarte horizontale strepen, en [medeverdachte 1] draagt een grote witte big shopper met een groot rood en meerkleurig hartmotief en nog een zwarte tas. [medeverdachte 1] opent de achterklep van de VW Golf waarna [medeverdachte 1] en [verdachte] de tassen in de kofferbak doen. Zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] zijn daarna tot 15:40:38 uur (vertrek) bezig bij de auto, waarbij [medeverdachte 1] uit de auto een fles pakt en daarmee naar de bestuurderszitplaats loopt en 13 seconden gebukt naast het geopende linkerportier zit en 40 seconden deels in de auto gekropen lijkt via het linker voorportier. Om 15:40:38 uur vertrekken [verdachte] en [medeverdachte 1] met de VW Golf. Later zijn in de VW Golf twee flessen met vloeistof aangetroffen. Eén van die flessen betrof een sprayflacon schoonmaakmiddel Superfinn Degreaser.

Om iets voor 16:00 uur komen [verdachte] en [medeverdachte 1] aan bij het pand van [woningstichting] aan [adres 4] in Almelo en gaan daar het pand binnen. Aldaar betaalt [verdachte] in contanten de achterstallige huur, een bedrag van € 964, [nummer 13] , voor de woning aan de [adres 1] in Hengelo, waarna beide heren om 16:06:45 uur het pand van [woningstichting] weer verlaten en vertrekken. Vervolgens hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] de vriendin van [medeverdachte 1] , [naam 1] (hierna: [naam 1] ), opgehaald in Almelo en zijn zij gezamenlijk naar Bavel gereden, een plaats nabij Breda en hebben zij gewinkeld om vervolgens in een hotel in Tilburg te overnachten.

(b) de gebeurtenissen op de plaats delict, de activiteiten van de vier slachtoffers en de getuigen

Op 13 november 2018 rond 13:11 uur rijdt [slachtoffer 1] in Enschede met zijn grijze Opel Astra GTC met het kenteken [kenteken 2] , vanuit de richting van de Slotzichtweg, via de Velveweg, in de richting van de Snelliusstraat, slaat op de kruising van de Velveweg met de Snelliusstraat rechtsaf, in de richting van [adres 2] . De afstand van de kruising Velveweg/Snelliusstraat tot aan de kruising van de Snelliusstraat met de [adres 2] is ongeveer 170 meter. Op de hoek van laatstgenoemde kruising bevindt zich, op het perceel [adres 2] , de growshop waarvan [slachtoffer 1] eigenaar is. Eén van de twee telefoonnummers die in gebruik zijn bij [slachtoffer 1] , wordt om 13:13:09 uur gebeld door [slachtoffer 2] , waarbij de telefoon van [slachtoffer 1] de zendmast aan de Hoge Bothofstraat in Enschede aanstraalt. Gezien de zendmastgegevens is [slachtoffer 1] vanaf dat moment in of in de nabijheid van zijn growshop. Om 13:25:37 uur belt [slachtoffer 1] met [slachtoffer 2] voor een FaceTime gesprek. [slachtoffer 2] , die op die dag samen met [slachtoffer 3] van Hengelo naar Amsterdam is gereisd, is met [slachtoffer 3] onderweg terug naar het oosten van het land.

Getuige [getuige 1] rijdt om 13:24:57 uur in zijn witte bestelbus met [letters] op de zijkant over de Lage Bothofstraat in Enschede richting de Oostveenweg op weg naar de growshop. [getuige 1] komt daar omstreeks 13:28 uur aan en rijdt zijn bestelbus achteruit door de poort het terrein op. Als [getuige 1] door [slachtoffer 1] het pand binnengelaten wordt, ziet hij drie heren in het kantoorgedeelte die gelijk daarna het pand verlaten. Samen met [slachtoffer 1] haalt [getuige 1] rond 13:35 uur spullen uit zijn bus. Ze brengen de spullen het pand in en zetten ook spullen onder het afdak, waarna er door [slachtoffer 1] wordt afgerekend. Een andere getuige, [getuige 2] , komt rond 13:44 uur aan bij de growshop en ziet [slachtoffer 1] samen met een chauffeur die spullen afgeleverd heeft. De rechtbank stelt vast dat dit getuige [getuige 1] betreft. Vervolgens komt rond 13:49 uur getuige [getuige 3] in een beige/bruin metallic kleurige Ford Mondeo bij de growshop aan en parkeert de Mondeo op de binnenplaats dwars voor de witte bestelbus van [getuige 1] . [getuige 3] gaat naar binnen om zijn bestelling op te halen, maar die blijkt er nog niet te zijn. Omdat [getuige 1] op dat moment wil vertrekken, verplaatst [getuige 3] zijn auto naar de straat, waarna [getuige 1] vertrekt. [getuige 3] gaat weer naar binnen om te vertellen dat hij zijn bestelling die donderdag komt ophalen, waarna ook hij het pand verlaat.

[slachtoffer 1] krijgt om 14:01:32 uur een telefoontje van [naam 2] en om 14:05:15 uur een sms-bericht van het telefoonnummer van [slachtoffer 4] dat [slachtoffer 4] over 15 minuten bij [slachtoffer 1] zal zijn. Getuige [getuige 2] is nog tot ongeveer 14:15 uur bij [slachtoffer 1] aanwezig in de growshop. Gedurende deze periode zijn er geen andere personen in het pand. De telefoon (iPhone) van [slachtoffer 2] is om 14:15:00 uur in de buurt van de autosnelweg A35 ter hoogte van hectometerpaal 60.5 in Hengelo. Rond datzelfde tijdstip belt [slachtoffer 1] naar het telefoonnummer dat in gebruik is bij [getuige 4] . Zij voeren een gesprek van 22 seconden waarin [slachtoffer 1] vraagt aan [getuige 4] , die op dat moment in een computerwinkel aan de Espoort in Enschede is, om naar de winkel te komen. Om 14:16:04 uur wordt [slachtoffer 1] vervolgens kort gebeld door [slachtoffer 2] via FaceTime.

De rechtbank gaat er vanuit dat [slachtoffer 4] , die om 14:05 uur per sms bericht aan [slachtoffer 1] heeft laten weten dat hij er met 15 minuten is, vanaf ongeveer 14:20 uur in de growshop aanwezig was.

Om 14:30:28 uur belt [slachtoffer 3] naar de telefoon van zijn moeder, welk gesprek 10 seconden duurt. De telefoon van [slachtoffer 3] straalt hierbij de zendmast aan de Espoortstraat [nummer 5] in Enschede aan. Deze zendmast ligt hemelsbreed op ongeveer een kilometer afstand van de plaats delict en de plaats delict ligt in de zendrichting en binnen het zendbereik van deze zendmast. Op hetzelfde moment wordt [slachtoffer 1] gebeld door [naam 4] die aan [slachtoffer 1] vraagt of hij op de zaak is en afspreekt dat hij er aan komt om zakken grond te kopen. Ook wordt op datzelfde tijdstip de mobiele telefoon van [slachtoffer 4] ontgrendeld en wordt de applicatie Calculator in gebruik genomen. Om 14:32:08 uur sluit [slachtoffer 4] deze applicatie af en om 14:32:46 uur wordt de mobiele telefoon van [slachtoffer 4] vergrendeld. De mobiele telefoon bevat geen gegevens die duiden op gebruik van de telefoon na laatstgenoemd tijdstip.

De telefoons van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] bevatten ieder een gezondheidsapplicatie met ingebouwde stappenteller. De laatste geregistreerde bewegingen van [slachtoffer 1] in deze applicatie betreffen 98 stappen die zijn gezet tussen 14:30:31 uur en 14:36:31 uur. Daarna zijn er op 13 november 2018 geen registraties meer in de telefoon van [slachtoffer 1] . Om 14:32:00 uur is de mobiele telefoon van [slachtoffer 2] in de buurt van de Drebbelstraat in Enschede en tijdens een inkomend gesprek om 14:32:29 uur straalt de telefoon aan op de zendmast aan de Hortensiastraat [nummer 6] in Enschede, welke zendmast op ongeveer 850 meter afstand (hemelsbreed) van de plaats delict is verwijderd. De laatste geregistreerde bewegingen van de stappenteller in de telefoon van [slachtoffer 2] betreffen 49 stappen die zijn gezet tussen 14:32:37 uur en 14:33:56 uur waarbij een afstand van 34,32 meter is afgelegd en een enkele beweging om 14:42:48 uur die door de software op de telefoon niet is geïnterpreteerd als zijnde een stap.

De stappenteller in de telefoon van [slachtoffer 3] heeft als laatste bewegingen 56 stappen geregistreerd die zijn gezet tussen 14:32:41 uur en 14:36:36 uur. De auto waarmee [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] vanuit Amsterdam zijn aangekomen, een Fiat Doblo met het kenteken [kenteken 3] , staat geparkeerd op nog geen tien meter afstand van de achterdeur van de plaats delict.

De plaats delict is voorzien van een camerasysteem. Het logbestand van het camerasysteem legt vast dat om 14:44 uur de verbinding met camera 6, oftewel het signaal tussen camera zes en het camerasysteem is verbroken. Een losgetrokken voedingskabel behorend bij dit systeem ligt in het pand op de grond.

Getuige [getuige 4] loopt even voor 15:00 uur de plaats delict binnen via de achteringang en ziet binnen bloed en bloedspatten en treft vervolgens [slachtoffer 1] aan, liggend in het bloed op de grond. Nadat hij aan het lichaam van [slachtoffer 1] heeft geschud, kijkt hij verder in het pand en ziet nog twee slachtoffers liggen. Hierop vlucht [getuige 4] naar buiten en rent in de richting van de woning van [slachtoffer 1] . Hij belt zijn vriendin [naam 5] , ook [naam 5] genoemd, die vervolgens de vrouw van [slachtoffer 1] , [benadeelde 1] , belt en haar vertelt dat haar man dood is. Om 15:05 uur doet getuige [getuige 5] de 112 melding, nadat hij door een hevig geëmotioneerde [benadeelde 1] is meegenomen naar de achteringang van de plaats delict en hij daar een man in een plas bloed heeft zien liggen.

Het moment van overlijden van de slachtoffers

De rechtbank stelt vast dat de laatste stapbewegingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn geregistreerd op de respectievelijke tijdstippen 14:36:31 uur, 14:33:56 uur en 14:36:36 uur met een enkele beweging van [slachtoffer 2] om 14:42:48 uur en dat de laatste andere tekenen van leven afkomstig zijn van [slachtoffer 2] die om 14:32 uur nog een kort telefoongesprek voert en van [slachtoffer 4] die om 14:32 uur een applicatie op zijn mobiele telefoon afsluit waarna de telefoon wordt vergrendeld. Op grond van het vorenstaande concludeert de rechtbank dat het moment van overlijden van de vier slachtoffers is gelegen tussen 14:32 uur en 14:42 uur en dat binnen deze tijdspanne de schietpartij heeft plaatsgevonden.

Forensisch onderzoek

Naar aanleiding van voornoemde melding bij de politie op 13 november 2018 omstreeks 15.05 uur zijn op verschillende plekken in de growshop aan [adres 2] in Enschede de levenloze lichamen aangetroffen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] .

- slachtoffers

De lichamen van deze vier slachtoffers zijn voor sectie overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) in Den Haag. Bij sectie op de lichamen wordt het overlijden van zowel [slachtoffer 1] , als [slachtoffer 2] , als [slachtoffer 3] , als [slachtoffer 4] verklaard door schotletsels aan het hoofd.

[slachtoffer 1] is door drie schoten met kogels van twee verschillende kalibers om het leven gekomen. Hij heeft een inschotverwonding linksachter op het hoofd (letsel A) waarvan het wondkanaal naar rechts, hoofdwaarts en iets buikwaarts gericht loopt, een inschotverwonding achter het rechteroor (letsel B) waarvan het wondkanaal naar links, voetwaarts en buikwaarts loopt en een inschotverwonding midden op de hals (letsel C) waarvan het wondkanaal rugwaarts en hoofdwaarts loopt. De letsels A en C passen bij kogels van het kaliber .22 en het letsel B past bij een kogel van het kaliber 7.65 mm.

Door het NFI is onderzoek gedaan aan de letsels om de schootsafstand te kunnen bepalen. De bevindingen van het onderzoek aan de letsels A en B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand groter is dan 25 centimeter, dan wanneer de schootsafstand kleiner is dan 25 centimeter. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel C zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand kleiner is dan tien centimeter, dan wanneer de schootsafstand groter is dan tien centimeter.

[slachtoffer 2] is door twee schoten met kogels van twee verschillende kalibers om het leven gekomen. Hij heeft een inschotverwonding links achter zijn oor (letsel A), waarvan het wondkanaal naar rechts, buikwaarts en minimaal hoofdwaarts loopt en een doorschotverwonding boven het linkeroor (letsel B naar C), waarvan het wondkanaal naar rechts, hoofdwaarts en minimaal rugwaarts loopt. Het letsel A past bij een kogel van het kaliber .22 en het letsel B naar C past bij een kogel van het kaliber 7.65 mm.

Door het NFI is onderzoek gedaan aan de letsels om de schootsafstand te kunnen bepalen. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel A zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen de 25 en 100 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 25 centimeter of groter dan 100 centimeter is. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand groter is dan 25 centimeter, dan wanneer de schootsafstand kleiner is dan 25 centimeter.

[slachtoffer 3] is door drie schoten met kogels van twee verschillende kalibers om het leven gekomen. Hij heeft een inschotverwonding achter het rechteroor (letsel B) , waarvan het wondkanaal naar links, buikwaarts en minimaal voetwaarts loopt, een inschotverwonding iets achter letsel B (letsel F), waarvan het wondkanaal voorwaarts, iets hoofdwaarts en iets naar links loopt en een inschotverwonding op de linkerwang (letsel A), waarvan het wondkanaal naar rechts en hoofdwaarts loopt. De letsels B en F passen bij een kogel van het kaliber .22. Het letsel A past bij een kogel van het kaliber 7.65 mm.

Door het NFI is onderzoek gedaan aan de letsels om de schootsafstand te kunnen bepalen. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel A zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 75 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 25 centimeter of groter dan 75 centimeter is. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen de 25 en 100 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 25 centimeter of groter dan 100 centimeter is. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel F zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand groter is dan 25 centimeter, dan wanneer de schootsafstand kleiner is dan 25 centimeter.

[slachtoffer 4] is door twee schoten met kogels van twee verschillende kalibers om het leven gekomen. Hij heeft een inschotverwonding op de linkerwang (letsel A), waarvan het wondkanaal rugwaarts, hoofdwaarts en iets naar rechts loopt en een inschotverwonding voor het linkeroor (letsel B), waarvan het wondkanaal naar rechts en iets hoofdwaarts loopt. Het letsel A past bij een kogel van het kaliber 7.65 mm en het letsel B past bij een kogel van het kaliber .22.

Door het NFI is onderzoek gedaan aan de letsels om de schootsafstand te kunnen bepalen. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel A zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 75 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 25 centimeter of groter dan 75 centimeter is. De bevindingen van het onderzoek aan het letsel B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen de 2,5 en 100 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 2,5 centimeter of groter dan 100 centimeter is.

Op [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] is in totaal tien keer geschoten; zes keer met kogels van het kaliber .22 en vier keer met kogels van het kaliber 7.65 mm.

- onderzoek op de plaats delict

Op de plaats delict is door het team Forensische Opsporing van de politie onderzoek gedaan. In de winkelruimte, de kantoorruimte, de zolderverdieping en de opslagruimte zijn in totaal tien hulzen aangetroffen. Zes hulzen zijn van het kaliber .22 en vier hulzen van het kaliber 7.65 mm. Negen van de tien hulzen zijn voor DNA-onderzoek overgebracht naar The Maastricht Forensic Institute (TMFI).

Op één van de hulzen, namelijk die met het SIN-nummer AAME9537NL, zijn bloedvlekjes aangetroffen. Deze huls lag direct links naast de ingang van het pand, op de vloer van de kantoorruimte. Het verkregen DNA-profiel uit de bloedvlekjes op deze huls matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer 1] . Om de bloedvlekjes heen, is de huls ook bemonsterd. In deze bemonstering is een DNA-mengprofiel aangetroffen waarvan het celmateriaal afkomstig is van minimaal twee donoren. Het is een miljard keer waarschijnlijker dat de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] dan dat de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer 1] en een onbekende, niet verwante persoon.

Door het NFI zijn de hulzen aan een vergelijkend onderzoek onderworpen. Dit onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat de hulzen zijn verschoten met één vuurwapen. De resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker als de hulzen van het kaliber 7.65 mm zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen dan dat ze zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. De resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker als de hulzen van het kaliber .22 Long (Rifle) zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen dan dat ze zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Deze vuurwapens zijn een semi-automatisch werkend pistool, kaliber 7,65 mm Browning, van het merk Crvena Zastava model M70 en een semi-automatisch pistool of geweer, kaliber .22 long (Rifle).

Tijdens de doorzoeking van de plaats delict is onder andere een camerasysteem aangetroffen en in beslag genomen. De tijdsinstelling van het systeem liep 49 minuten voor op de werkelijke tijd. Op het camerasysteem waren logbestanden aanwezig die het aanmelden op het systeem vastlegt en bijzonderheden over de aangesloten camera’s. Uit een logbestand bleek dat de verbinding met camera 6 op 13 november om 15:33:33 uur verbroken was. Omgerekend naar de werkelijke tijd is dit 14:44 uur. De kabel van camera 6 is tevens in beslag genomen. De bemonstering van de kabel met SIN-nummer AAKQ0872NL#01 is onderworpen aan een aanvullend DNA-onderzoek. Het DNA-mengprofiel van deze bemonstering bevat DNA van minimaal drie personen van wie [slachtoffer 3] , [medeverdachte 2] en minimaal één andere persoon de donor kan zijn. Het is ongeveer zesduizend keer waarschijnlijker dat de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 2] en twee willekeurige onbekende personen dan dat de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.

Op de plaats delict zijn nabij [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , op de trap naar zolder en bij de kassa en het schapje in het kantoor meerdere (fragmenten van) bloedafdruksporen en schoenafdruksporen aangetroffen, die in/met bloed zijn gezet. In die sporen zijn ten minste drie verschillende schoenzoolprofielen te onderscheiden, te weten – voor zover relevant:

  • -

    een profiel dat overeenkomsten vertoont met het profiel van de zolen van schoenen van onder andere het merk Nike (nabij [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en de kassa in het kantoor);

  • -

    een profiel dat overeenkomsten vertoont met het profiel van de zolen van schoenen van onder andere het merk Timberland (nabij [slachtoffer 1] , de trap naar zolder, de kassa en nabij het schapje in het kantoor/ de kantine ruimte).

- onderzoek Volkswagen Golf

De Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] , die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] op

13 november 2018 als vervoersmiddel hebben gebruikt, is onderworpen aan een forensisch onderzoek. Tijdens dat onderzoek werd van de binnenzijde van de auto een groot aantal (46 totaal) bloedsporen veiliggesteld. Deze bloedsporen concentreerden zich voornamelijk rechtsvoor en rechtsachter in de auto. Rechtsvoor concentreerden de bloedsporen zich voornamelijk op de binnenzijde van het rechter voorportier, de rugleuning van de passagiersstoel en de vloermat. Rechtsachter concentreerden de bloedsporen zich voornamelijk op de vloer, laag op en onder de achterzijde van de passagiersstoel, de vloermat en op het middengedeelte van de zitting van de achterbank. Een aantal van deze bloedsporen is voor DNA-onderzoek overgebracht naar het NFI. In vier bemonsteringen werd het DNA-profiel van [slachtoffer 1] aangetroffen met een matchkans kleiner dan een op een miljard. In de bemonstering met het SIN-nummer AAKT4899#01 – welk spoor is aangetroffen op de achterzijde van de passagiersstoel links onderin op het opbergvak – is een DNA-mengprofiel aangetroffen van minimaal drie personen, waarvan minimaal één man. Naast het DNA-profiel van [slachtoffer 1] en minimaal één onbekende persoon matcht het DNA-profiel van [verdachte] met dit DNA-mengprofiel.

In de kofferbak van de Volkswagen Golf werd een zwarte boodschappen trolley aangetroffen. In het grote vak van deze boodschappentrolley lag een zilverkleurige huls van het kaliber .22. Deze huls is voor vergelijkend hulsonderzoek overgedragen aan het NFI. Uit dit onderzoek volgt dat deze huls met één en hetzelfde vuurwapen is verschoten als de hulzen van het kaliber .22 die op de plaats delict zijn aangetroffen (een semi-automatisch pistool of geweer, kaliber .22 long (Rifle).

4.1.3.2 De betrokkenheid van verdachten

Op grond van de inhoud van het dossier, het verhandelde ter zitting en hetgeen hiervoor is uiteengezet stelt de rechtbank het volgende vast.

De kleding en schoenen van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Op het Instagram account in gebruik bij [medeverdachte 1] is op 13 november 2018 om 11:21 uur een foto geplaatst van [medeverdachte 1] die in een lift staat. Hij draagt onder andere een groen petje met de klep naar voren gericht, een lichte gele trui, een geelkleurig M&M-tasje en schoenen die overeenkomen met de bij de foto genoemde hashtag #timberland. Met uitzondering van de jas komen de kleding en de schoenen op deze foto overeen met de kleding die [medeverdachte 1] op de camerabeelden bij de flat bij vertrek om 12:58 uur en/of terugkomst om 15:05 uur draagt.

De telefoon van [medeverdachte 2] bevat een tweetal rond het middaguur op 13 november 2018 gemaakte foto’s met daarop een afbeelding van een hand met daarin een papier inhoudende de tenaamstelling van de VW Golf met kenteken [kenteken 1] op naam van [medeverdachte 2] en tevens zichtbare witte sportschoenen, te weten Nike Air Force 1 low fit. [medeverdachte 2] draagt dezelfde schoenen ook op een in deze telefoon aanwezige foto. Deze schoenen zijn, inclusief profiel, eveneens te zien op een filmpje op de telefoon [medeverdachte 2] waarin een in de woning van [medeverdachte 2] aanwezige schoenen-carrousel wordt gefilmd.

De kleding die [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 november 2018 in ieder geval tussen 12:56 uur en 15:05 uur hebben gedragen betreft de volgende.

[verdachte] : donkerbruine/rode herenjas, lichtbruine pantalon, lichtkleurige bruine schoenen met witte zoolrand;

[medeverdachte 1] : een groene pet met logo, een donkerblauwe parkajas met capuchon, een lichtbruine/gele trui met opschrift (in elk geval de letters KE), een blauwe spijkerbroek, een geel M&M tasje en lichtbruine/beige halfhoge Timberland schoenen;

[medeverdachte 2] : een zwarte Nike pet, een zwarte gladde jas tot over de heupen, een blauwe spijkerbroek en witte lage Nike sportschoenen.

Deze kleding en de betreffende schoenen worden ook zichtbaar door [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gedragen tijdens het bezoek aan de Mc Donald’s diezelfde middag.

Op het moment dat [verdachte] en [medeverdachte 1] om 15:37 uur de flat aan [adres 1] weer verlaten alvorens te vertrekken met de zwarte VW Golf, hebben zij zich verkleed en dragen zij beiden andere kleding dan toen ze om 15:05 uur bij de flat aankwamen. [verdachte] draagt op het moment van vertrek in zijn rechterhand een ogenschijnlijk geheel gevulde grote weekendtas, wit met horizontale dikke zwarte strepen en paarsrode handvatten. [medeverdachte 1] draagt op dat moment een lichtkleurige bigshopper met een groot rood en meerkleurig hartmotief en iets zwarts.

Volgens [medeverdachte 5] , die destijds in Bavel woonde, heeft [medeverdachte 1] op 13 november 2018 vier grote boodschappentassen bij haar gebracht waar kleding in zat.

Getuige [getuige 6] zet [medeverdachte 2] op 13 november 2018 omstreeks 12:30 uur bij de woning van zijn ouders af, terwijl [medeverdachte 2] op dat moment zijn eigen kleding draagt, waaronder een broek met een stretchband, witte schoenen, een zwarte Nike-pet en een winterjas. Het is [getuige 6] opgevallen dat op het moment dat zij [medeverdachte 2] later op die 13e november 2018 (om 17:12 uur) weer ophaalt bij zijn ouders, [medeverdachte 2] een geel trainingspak en schoenen van [verdachte] draagt. De kleding die [medeverdachte 2] eerder die dag droeg, heeft [getuige 6] niet meer aangetroffen.

In de Volkswagen Golf [kenteken 1] is later een zwart petje gevonden, gelijkend op de zwarte pet die [medeverdachte 2] droeg. Van de door verdachten die dag gedragen kleding is, buiten voornoemd petje en het M&M-tasje, welk tasje bij doorzoeking van de woning aan de [adres 1] in een prullenbak op de badkamer werd aangetroffen, verder niets aangetroffen bij de doorzoekingen en aanhoudingen van verdachten.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 13 november 2018 geen Timberlandschoenen, maar schoenen van het merk Nike droeg. Op een eerder moment verklaarde [medeverdachte 1] overigens dat hij die dag Timberlandschoenen droeg, maar daar is hij vrijwel meteen op teruggekomen. De verklaring van [medeverdachte 1] over het dragen van Nike schoenen vindt zijn weerlegging niet alleen in hetgeen hiervoor is vastgesteld, maar ook in de camerabeelden van de [restaurant] en de op die dag op Instagram geplaatste zogenoemde ‘selfie’ die [medeverdachte 1] heeft gemaakt in een lift, op welke beelden [medeverdachte 1] telkens duidelijk met beige/lichtbruin gekleurde Timberlandschoenen zichtbaar is. Voor de rechtbank staat aldus vast dat [medeverdachte 1] op

13 november 2018 tot in ieder geval 15:05 uur beigekleurige schoenen van het merk Timberland heeft gedragen. Het profiel van de zool van deze door [medeverdachte 1] gedragen Timberland schoenen, komt ogenschijnlijk overeen met de op de plaats delict aangetroffen schoensporen: het grove 21-delige blokprofiel onder de neus van de voet, het 13-delige blokprofiel onder de hak én hetzelfde aantal kruizen of sterren in het midden van de zolen, namelijk twee sterren onder de hak en zeven sterren onder de bal van de voet. Ook de schoenmaat van [medeverdachte 1] , maat 40, komt overeen met de maat van het schoenspoor op de plaats delict. Het profiel van de zool van de Nike schoenen die [medeverdachte 2] droeg, komt ogenschijnlijk overeen met een op de plaats delict aangetroffen schoenspoor. De rechtbank stelt vast dat uit de bewijsmiddelen genoegzaam volgt dat deze op de plaats delict aangetroffen schoensporen afkomstig zijn van de op die dag door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gedragen schoenen, welke vaststelling ook ondersteund wordt door het niet aantreffen van deze schoenen bij de doorzoekingen, terwijl ook [getuige 6] heeft verklaard dat ze de schoenen van [medeverdachte 2] niet meer heeft gezien.

De Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1]

De auto met het kenteken [kenteken 1] betreft een zwarte Volkswagen Golf die op

13 november 2018 op naam is gezet van [medeverdachte 2] . In de periode van 8 november 2018 tot 13 november 2018 stond deze auto op naam van [verdachte] . Voorafgaand aan

8 november 2018 stond de auto in de handelsvoorraad van [garagebedrijf] in Rijssen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in feite de eigenaar van de zwarte VW Golf met kenteken [kenteken 1] is en dat hij de auto voornamelijk gebruikt. Buiten zijn vader [verdachte] die de auto af en toe gebruikt, rijdt er verder niemand in de auto. [medeverdachte 1] heeft de auto aan niemand uitgeleend. Voorts heeft hij verklaard dat hij de middag van 13 november 2018 samen met zijn vader [verdachte] en zijn broer [medeverdachte 2] in zijn VW Golf naar een woonwinkel en naar de [restaurant] in Enschede is gereden.

De zwarte VW Golf met kenteken [kenteken 1] betreft een zwarte vierdeurs 1.6 hatchback Blue Motion Diesel. Alle vier wielen hebben in een rode kleur overgespoten of overgeschilderde remklauwen, inclusief de remblokken. De achterste zijruiten en achterruit van deze VW Golf zijn donker getint en de auto heeft grote 18 inch lichtmetalen 5-dubbelspaaksvelgen, zijnde originele velgen van het merk AUDI bestemd voor het type A3, met extreem platte banden. De kleur, het merk, type en model auto, de niet origineel lichtmetalen velgen en de specifiek – niet standaard – rood gekleurde remonderdelen, vormen samen een unieke combinatie van de zwarte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] . Qua detail en uitvoering zorgen de hierboven genoemde details ervoor dat er niet snel een tweede soortgelijke 4-deurs Volkswagen Golf hatchback zal zijn. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat, op dinsdag 13 november 2018 in het begin van de middag rond het tijdstip van plegen van het delict, een soortgelijke auto met bovengenoemde opvallende kenmerken zich bevond in de directe omgeving van de plaats delict.

Een VW Golf met kenmerken die overeenkomen met de hiervoor beschreven kenmerken van de VW Golf met kenteken [kenteken 1] is, zoals hiervoor in de tijdlijn is uiteengezet, op verschillende tijdstippen tussen 13:17 uur en 14:48 uur te zien op camera’s geplaatst bij woningen aan onder meer de Oliemolensingel, de Lage Bothofstraat en de Lipperkerkstraat in Enschede, waarbij voornoemde auto tweemaal rijdt in de richting van de plaats delict en tweemaal komt uit de richting van de plaats delict. De camerapositie aan de Lipperkerkstraat ligt op ongeveer 1 minuut rijden van de plaats delict.

Na beeldverbetering van camerabeelden van de Lipperkerkstraat is gebleken dat de VW Golf op deze camerabeelden het kenteken [kenteken 1] heeft. Op twee van de vier tijdstippen, te weten 13:30 uur en 13:45 uur was het kenteken na opwaarderen volledig leesbaar. Op het tijdstip 13:18 uur was de eerste lettercombinatie niet zichtbaar. Op de beelden gemaakt aan de Lage Bothofstraat om 13:33 uur en 14:16 uur is ook de specifieke rode remklauw te zien en op laatstgenoemd tijdstip zijn ook de twee petjes van de inzittenden voorin in de auto te zien, terwijl op beelden aan de Lipperkerkstraat om 14:45 uur te zien is dat de bestuurder een geel kledingstuk met witte opdruk draagt. Hiervoor is reeds vastgesteld dat [medeverdachte 1] die dag onder meer een petje en een gele trui met witte opdruk droeg en dat ook [medeverdachte 2] die dag een pet droeg.

Op grond van het vorenstaande concludeert de rechtbank dat de zwarte VW Golf, die zichtbaar is op de in de onmiddellijke nabijheid van de plaats delict gemaakte voornoemde camerabeelden, de VW Golf met kenteken [kenteken 1] betreft die in bezit en in gebruik was bij [medeverdachte 1] en tevens de auto betreft waarmee [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich op

13 november 2018 tussen 12:56 uur en 15:05 uur voortdurend gezamenlijk hebben verplaatst vanaf de parkeerplaats behorend bij de flat aan de [adres 1] in Hengelo naar Enschede en weer terug.

De telefoongegevens van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Uit analyse van de verstrekte historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon, een Iphone 6, die op naam staat van [medeverdachte 1] , [adres 1] , blijkt onder andere dat op 13 november 2018 tussen 13:03 uur en 15:22 uur slechts dataverkeer werd geregistreerd op de zendmast Mitchamplein [nummer 7] te Hengelo. De woning van [medeverdachte 1] valt binnen het bereik van deze zendmast. Uit de zendmastgegevens blijkt voorts dat na 15:22 uur een reisbeweging wordt gemaakt vanuit Hengelo via Enter, Rijssen, Markelo, Loenen, Bavel, Sprundel naar Sint Willebrord. Uit tactisch onderzoek in de data van de mobiele telefoon blijkt dat op 13 november 2018 om 15:13 uur door [medeverdachte 1] via een WhatsApp gesprek wordt gebeld naar [medeverdachte 5] .

De telefoon die in gebruik is bij [medeverdachte 2] , staat op naam van [verdachte] . Uit analyse van de verstrekte historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer blijkt dat op

13 november 2018 tussen 01:00 uur en 06:19 uur gebruik gemaakt wordt van zendmasten in Nijverdal, vervolgens om 07:12 uur van een zendmast in Almelo en van 11:35 uur tot 18:40 uur van zendmasten in Hengelo. Van 20:40 uur tot 22:40 uur wordt weer gebruik gemaakt van zendmasten in Nijverdal, de woonplaats van [medeverdachte 2] .

Van het telefoonnummer dat in gebruik is bij [verdachte] zijn op 13 november 2018 geen gegevens geregistreerd.

Uit het voorgaande in combinatie met de camerabeelden bij de woonboulevard in Enschede, waaruit blijkt dat verdachten – zoals [medeverdachte 1] ook verklaart – op 13 november 2018 ’s middags in Enschede zijn geweest, leidt de rechtbank af dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hun telefoon die middag in Enschede niet bij zich hadden of uitgezet hadden.

De aanwezigheid van de verdachten op de plaats delict

Naast het feit dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich in de middag van 13 november 2018 steeds gezamenlijk hebben verplaatst met de VW Golf met kenteken [kenteken 1] , stelt de rechtbank vast dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tussen 12:56 uur en 15:05 uur voortdurend in elkaars gezelschap zijn geweest, ook op de plaats delict. Dit leidt de rechtbank af uit hetgeen hiervoor is overwogen en uit het volgende.

[verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] rijden na hun gezamenlijk vertrek uit Hengelo, met de VW Golf om ongeveer 13:18 uur de eerste keer die dag in Enschede over de Lipperkerkstraat in de richting van de Snelliusstraat. De plaats delict bevindt zich op de hoek van [adres 2] met de Snelliusstraat. Door getuige [getuige 1] die omstreeks 13:28 uur bij het pand arriveert, worden drie mannen in het pand gezien, die op dat moment het pand verlaten. Zeer kort daarna om 13:30 uur komt de VW Golf van [medeverdachte 1] uit de richting van de plaats delict weer over de Lipperkerkstraat rijden. De rechtbank stelt vast dat het niet anders kan dan dat het de drie verdachten zijn geweest die door getuige [getuige 1] zijn gezien bij hun vertrek omstreeks 13:28 uur uit de growshop. Na een gezamenlijk bezoek aan een woonwinkel en aan de [restaurant] rijden de verdachten in de zwarte VW Golf om 14:17 uur opnieuw via de Lipperkerkstraat naar de plaats delict. Tussen 14:17 uur en 14:45 uur is de zwarte Volkswagen Golf niet vastgelegd op camerabeelden in de omgeving van de plaats delict. Hierboven heeft de rechtbank al vastgesteld dat het moment van overlijden van de vier slachtoffers is gelegen tussen 14:32 uur en 14:42 uur en dat binnen deze tijdspanne de schietpartij heeft plaatsgevonden. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachten tussen voornoemde tijdstippen op de plaats delict aanwezig waren. Naast voornoemde camerabeelden vormt ook het forensisch sporenbeeld op de plaats delict een onderbouwing voor de vaststelling dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de plaats delict in elkaars gezelschap zijn geweest. Zo is er op de plaats delict een huls aangetroffen met DNA dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] . Ook zijn er schoenafdrukken in bloed aangetroffen die ogenschijnlijk overeen komen met de profielen van de door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] respectievelijk gedragen Timberland en Nike schoenen. Tevens is de verbinding van het camerasysteem op de plaats delict om 14:44 uur verbroken en is een losgetrokken voedingskabel aangetroffen met daarop DNA waarvan [medeverdachte 2] met grote waarschijnlijkheid de donor is. Daarnaast zijn er in de VW Golf waarin verdachten zich die dag verplaatsten, onder meer rechtsachter, op de plaats waar [verdachte] die middag in de auto heeft gezeten, op de achterzijde van de passagiersstoel bloedsporen aangetroffen met een mengprofiel dat matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer 1] en van [verdachte] . Dat [verdachte] op de plaats delict is geweest, leidt de rechtbank af uit het bloed van het slachtoffer [slachtoffer 1] dat achterin de auto op de vloermat, aan de zijde waar [verdachte] zat, is aangetroffen. Bloed van dit slachtoffer is op meerdere plekken in de auto aangetroffen, ook op de plek waar [medeverdachte 2] zat. Opvallend is dat de hoeveelheid bloed op de vloermat groter was dan de hoeveelheid bloed aangetroffen op andere plaatsen. Tactisch kan dit verklaard worden doordat door [verdachte] bloed onder de schoenzolen is meegenomen van de plaats delict naar de auto. Naar het oordeel van de rechtbank is de hoeveelheid aangetroffen bloedsporen op verschillende plekken in de auto alleen verklaarbaar door aanwezigheid van [verdachte] en [medeverdachte 2] op de plaats delict tijdens het schietincident.

Op grond van het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat er geen ruimte is voor een andere conclusie dan dat zowel [verdachte] , als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 november 2018 tussen 14:30 uur en 14:45 uur aanwezig waren op de plaats delict in het pand aan [adres 2] in Enschede, op het moment dat de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn doodgeschoten.

De vuurwapens

Dat de verdachten vertrouwd zijn met vuurwapens staat niet ter discussie. Zoals hierna onder 4.2 overwogen hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] op 7 november 2018, nog geen week voor de schietpartij aan [adres 2] , in het bedrijf van [slachtoffer 5] meerdere mensen onder bedreiging van vuurwapens van hun vrijheid beroofd gehouden en geld weggenomen, waarbij zij beiden een wapen hebben gehanteerd. [verdachte] heeft daadwerkelijk twee keer gevuurd met het wapen. Dit was een wapen met hetzelfde kaliber (.22 long Rifle) als één van de wapens die gebruikt is bij de schietpartij aan de [adres 2] . Op 7 november 2018 hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] dus al laten zien dat zij de beschikking hadden over meerdere vuurwapens en dat zij het gebruik van vuurwapens niet schuwen. [verdachte] en [medeverdachte 1] wisten dit op 13 november 2018 dus ook van elkaar. Ook [medeverdachte 2] was bekend met vuurwapenbezit. Onder [medeverdachte 2] is een vuurwapen in beslag genomen, dat werd aangetroffen in de schuur bij zijn woning. Het wapen zat in een tablettasje. Uit een tapgesprek tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] , waarin door hen wordt gesproken over het meenemen van het bewuste tablettasje, blijkt dat [verdachte] op de hoogte was van het feit dat [medeverdachte 2] beschikte over een vuurwapen. Dit wordt ook ondersteund door het bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] en [medeverdachte 1] in de keuken aantreffen van een alarmpistool, een doosje knalpatronen, een .22 huls en een kistje met een schoonmaakset voor vuurwapens. Daarnaast zijn in het door [medeverdachte 1] op 13 november 2018 gedragen M&M-tasje, bij forensisch onderzoek aan de binnenzijde van het tasje, schotresten aangetroffen. Voor [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] was het bezit van vuurwapens derhalve niet vreemd.

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat de vuurwapens waarmee de slachtoffers zijn gedood al in het pand aan de [adres 2] aanwezig waren, vindt dit geen steun in het dossier. Het gespeculeer op dit punt van een enkele getuige is daartoe volstrekt onvoldoende. Forensisch is voor deze stelling ook geen enkele onderbouwing te vinden: sporen van een worsteling op de plaats delict waarbij de wapens van de slachtoffers zijn afgepakt en vervolgens tegen hen zijn gebruikt, zijn niet aangetroffen.

Zoals hierboven op grond van de camerabeelden, het forensisch sporenbeeld op de plaats delict en in de VW Golf reeds is vastgesteld, waren [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ten tijde van het overlijden van de vier slachtoffers op de plaats delict aanwezig. Het dossier bevat geen aanknopingspunten die wijzen op de aanwezigheid van andere personen dan de verdachten en slachtoffers in het pand op dat moment. Alle vier de slachtoffers zijn ten gevolge van vuurwapengeweld overleden. De tijdstippen van overlijden zijn gelegen tussen 14:32 uur en 14:44 uur. Voorgaande in onderling verband en samenhang bezien, brengt de rechtbank tot de conclusie dat het [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geweest zijn die de vuurwapens hebben meegenomen naar de plaats delict en dat met deze wapens de vier slachtoffers zijn doodgeschoten.

Conclusie van de rechtbank over de betrokkenheid van verdachten

Op grond van het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ten tijde van het overlijden van de vier slachtoffers op de plaats delict aanwezig zijn geweest en dat zij de vuurwapens, waarmee de slachtoffers zijn doodgeschoten, hebben meegenomen naar de plaats delict.

4.1.3.3 Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht (vgl. HR 6 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9905). De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient overigens opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict (vgl. HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474).

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van verdachten het medeplegen bewezen verklaard dient te worden. Gelet op ieders aandeel vóór, tijdens en ná de schietpartij is er sprake geweest van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking, dat van medeplegen gesproken kan worden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Hiervoor is reeds vastgesteld dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 november 2018 een groot deel van de middag samen op pad zijn geweest, daarbij voortdurend in elkaars gezelschap verkerend. Ze zijn in de vroege middag, met de zwarte VW Golf van [medeverdachte 1] , gezamenlijk vertrokken vanuit de woning van [verdachte] en [medeverdachte 1] en hebben die middag meerdere bestemmingen samen aangedaan, waaronder een meubelboulevard en de [restaurant] . Zij zijn die middag tweemaal met de auto naar de growshop aan [adres 2] gegaan. De eerste keer kort voor half twee. Dit leidt de rechtbank af uit het feit dat op camerabeelden voornoemde VW Golf te zien is rijdende in de richting van de plaats delict, de verklaring van getuige [getuige 1] die rond die tijd drie mannen uit de kantoorruimte van het pand aan de [adres 2] heeft zien komen en uit het feit dat de auto kort daarna weer is gezien, komend vanuit de richting van de plaats delict. De tweede keer rijdt de VW Golf rond 14:20 uur in de richting van de plaats delict, waarna de VW Golf om ongeveer 14:45 uur wederom wordt vastgelegd op camera, komende vanuit de richting van de plaats delict. [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn rond 15:05 uur weer op de parkeerplaats bij de woning van [verdachte] en [medeverdachte 1] in Hengelo gearriveerd. Uit het voorgaande volgt dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die middag tweemaal met de VW Golf in de onmiddellijke nabijheid van de plaats delict zijn geweest, waarbij de tweede keer tussen ongeveer 14:20 uur en 14:45 uur was.

Op grond van de camerabeelden, het forensisch sporenbeeld op de plaats delict en het onderzoek in de VW Golf, zoals hiervoor in en onder de tijdlijn reeds is vastgesteld, staat vast dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die middag tussen 14:20 uur en 14:45 uur alle drie gezamenlijk op de plaats delict zijn geweest en dat met de meegebrachte vuurwapens de slachtoffers zijn doodgeschoten. Van (zeer) korte afstand is meermalen op elk van de slachtoffers geschoten met twee verschillende vuurwapens. De slachtoffers zijn allen geraakt in het hoofd. Negen van de in totaal tien schoten waren direct dodelijk en er is niet misgeschoten. De slachtoffers zijn bovendien op verschillende locaties in het pand aangetroffen, steeds op enkele meters afstand van elkaar. De rechtbank leidt hieruit af dat minimaal twee van de drie verdachten feitelijk hebben geschoten. Het scenario dat enkel één van hen geschoten zou hebben, zou er zo uitzien dat één van de verdachten twee wapens van verschillend kaliber in zijn handen zou hebben gehad en daarmee vier slachtoffers met elk één of in sommige gevallen twee, kogels uit de twee wapens in het hoofd heeft geschoten. Dit laat zich nauwelijks voorstellen. Niet alleen vraagt dit een uitzonderlijke beheersing van vuurwapens onder zeer stresserende omstandigheden waarbij in elk geval één vuurwapen gehanteerd moet worden met de niet voorkeurshand, maar ook valt niet in te zien waarom twee wapens gelijktijdig gehanteerd zouden worden door één persoon, wanneer beide wapens afzonderlijk net zo doeltreffend waren. Bovendien zou dit scenario tijd hebben gegeven aan de slachtoffers om zich verder in de ruimte te verspreiden en mogelijk zelfs te ontkomen. Het doodschieten door één persoon van vier slachtoffers neemt immers meer tijd dan wanneer meer personen dit samen doen.

Als, zoals de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld, minimaal twee van de drie verdachten geschoten hebben, bestaat – naast de mogelijkheid dat alle drie de verdachten geschoten hebben – ook de mogelijkheid dat één verdachte niet geschoten heeft. Dat roept de vraag op of degene die niet heeft geschoten wel als medepleger is aan te merken. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat alle drie de verdachten in het pand zijn geweest ten tijde van het schietincident. De situatie aangetroffen op de plaats delict, wijst op een actieve bemoeienis van meerdere personen. Immers, in een tijdsbestek van ongeveer 12 minuten zijn verspreid door het pand vier slachtoffers om het leven gebracht. Dit gebeurde zeer trefzeker en op een wijze die zich alleen laat beschrijven als een zeer koelbloedige executie. In datzelfde tijdsbestek zijn in elk geval [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] door het pand gelopen, getuige de schoensporen in bloed gezet van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] rondom de slachtoffers, op de trap naar de zolder en elders in het pand, is er – getuige het bloed van het slachtoffer [slachtoffer 1] in de binnenzak van de jas van [slachtoffer 2] – door iemand met bloed van [slachtoffer 1] aan zijn handen in de binnenzak van de jas van [slachtoffer 2] gezocht en is de kabel van een camera losgetrokken. Het kan niet anders dan dat verdachten hierover afstemming hebben gezocht en (stilzwijgende) afspraken hebben gemaakt.

Bovendien blijkt uit niets dat tijdens voornoemde handelingen of daarna één van de verdachten heeft ingegrepen of geprobeerd heeft zich te onttrekken aan de situatie. De schutters zijn niet tegengehouden: er zijn geen overlevenden en sporen van een worsteling teneinde het schieten te belemmeren zijn niet aangetroffen. Het gedrag van de drie verdachten na afloop van de schietpartij onderstreept de samenwerking en past niet bij het beeld dat één van de drie werd verrast door gedrag van de anderen. De plaats delict wordt gezamenlijk verlaten, men vertrekt in het voertuig waarmee zij ook zijn gearriveerd. Thuisgekomen kleden zij zich om en ontdoen zij zich van de gedragen kleding. Dat [medeverdachte 1] en [verdachte] dan over een relatief grote hoeveelheid geld beschikken, kan blijken uit het feit dat zij later die middag, slechts korte tijd na de schietpartij, een huurachterstand betalen. [medeverdachte 1] en [verdachte] vertrekken vervolgens samen met de vriendin van [medeverdachte 1] naar Bavel. Daarbij geven zij op verschillende momenten geld uit en hebben zij, aangekomen in Brabant, contacten over wapens.

Gelet op de aanwezigheid van de verdachten op de plaats delict, de intensiteit van de samenwerking die afstemming en (stilzwijgende) afspraken vereist, de wijze van uitvoering van de strafbare feiten, het handelen van verdachten na het delict, alsmede het zich niet terugtrekken of zich niet distantiëren, is de rechtbank van oordeel dat de bijdrage van elk van de verdachten aan het delict van voldoende gewicht is om medeplegen te kunnen bewijzen.

De rechtbank is aldus van oordeel dat sprake is van medeplegen.

4.1.3.4 Opzet op de dood

Voor bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde feit is voorts vereist dat verdachten opzet hadden op de dood van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . De vraag die in dit verband voorligt, is of verdachten hebben gehandeld met (boos) opzet dan wel met voorwaardelijk opzet.

De slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn alle vier door vuurwapengeweld om het leven gebracht. Alle slachtoffers zijn met twee of drie kogels uit twee verschillende wapens van (zeer) korte afstand gericht in het hoofd geraakt. Negen van de in totaal tien schoten waren direct dodelijk en er is niet misgeschoten. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er geen ruimte is voor een andere conclusie dan dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daadwerkelijk de bedoeling hadden om de slachtoffers dodelijk te raken.

Op grond van hetgeen hiervoor is uiteengezet concludeert de rechtbank dat het opzet van verdachten was gericht op de dood van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] .

4.1.3.5 Voorbedachte raad

Vervolgens ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of sprake is van voorbedachte raad.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “met voorbedachten rade” moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. De enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, betekent niet zonder meer dat sprake is van voorbedachte raad.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van het feit waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachten rade is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachten rade heeft gehandeld. Dit is het door de rechtbank te hanteren toetsingskader.

De rechtbank overweegt – samengevat – dat zij wat betreft het bewijs van het bestanddeel “met voorbedachten rade” veel gewicht toekent aan de wijze waarop de vier slachtoffers zijn doodgeschoten. Daar komt bij dat geenszins is komen vast te staan dat gehandeld is in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Reeds hieruit volgt het bewijs voor handelen met voorbedachten rade bij het van het leven beroven van alle vier de slachtoffers.

Uit het onderzoek volgt dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 november 2018 tweemaal naar het pand aan [adres 2] zijn gegaan en dat [slachtoffer 1] na of tijdens het eerste bezoek van verdachten met [slachtoffer 2] heeft gebeld die vervolgens samen met [slachtoffer 3] naar genoemd pand is gereden, alwaar zij omstreeks 14:32 uur arriveerden. Voorts is hiervoor reeds vastgesteld dat de slachtoffers tussen 14:32 uur en 14:44 uur zijn overleden. Van (zeer) korte afstand is meermalen op elk van de slachtoffers geschoten met twee verschillende vuurwapens. Er is gericht geschoten op het hoofd. Negen van de in totaal tien schoten waren direct dodelijk en er is niet misgeschoten. De slachtoffers zijn bovendien op verschillende locaties in het pand aangetroffen, steeds op enkele meters afstand van elkaar. Dit kille en koelbloedige handelen in een tijdsbestek dat voldoende ruimte laat voor het nadenken over de betekenis en gevolgen van hun voorgenomen daden en zich daarvan rekenschap te geven, rechtvaardigt op zichzelf reeds de conclusie dat verdachten met voorbedachten rade hebben gehandeld bij het om het leven brengen van alle vier de slachtoffers.

Daar komt bij dat het onderzoek geen feiten en omstandigheden heeft opgeleverd die wijzen op handelen in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Zo laat het aangetroffen sporenbeeld geen ruimte voor een worsteling in het pand, is van een motief waaruit een hevige gemoedsbeweging verklaard zou kunnen worden niet gebleken en zijn de gedragingen van verdachten, welke gedragingen neerkomen op “overgaan tot de orde van de dag” na het om het leven brengen van de slachtoffers, ook niet passend bij handelen vanuit een hevige gemoedsbeweging. De rechtbank kent in dit verband ook betekenis toe aan het feit dat verdachten niets verklaard hebben over een ogenblikkelijke gemoedsopwelling in welke vorm dan ook, maar zich beroepen hebben op het zwijgrecht.

Al het voorgaande voert tot de bewijsconclusie dat bewezen is dat alle vier de slachtoffers met voorbedachten rade van het leven zijn beroofd.

4.1.3.6 Zwijgrecht

Bij de waardering van de overtuigende kracht van de bewijsmiddelen acht de rechtbank tevens van belang dat verdachten wat betreft hun handelingen tussen 12:58 uur (tijdstip vertrek vanaf parkeerplaats aan de [adres 1] ) niet (volledig) hebben verklaard, dan wel zich hebben beroepen op het zwijgrecht. Meer specifiek hebben verdachten zich beroepen op het zwijgrecht wat betreft hun handelingen tussen 14:09 uur (tijdstip vertrek [restaurant] aan [adres 5] in Enschede) en 15:05 uur (tijdstip aankomst parkeerplaats aan de [adres 1] ). Alhoewel herhaaldelijk daartoe uitgenodigd en geconfronteerd met een opeenstapeling aan belastende onderzoeksresultaten die dringend vragen om een verklaring van verdachten, hebben zij er consequent voor gekozen gebruik te blijven maken van het zwijgrecht. De verdediging heeft aangevoerd dat het gebruik maken van het zwijg- en verschoningsrecht is ingegeven door de wens geen gapend gat te slaan in de familiaire verhoudingen. Deze stellingname vindt de rechtbank onbegrijpelijk tegen de achtergrond van de ernst van de verdenking en de door de officier van justitie geëiste straf.

Het recht om te zwijgen komt de verdachte toe, gelet op het fair hearing-beginsel van artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 14 lid 3, sub g van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).

De omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), niet tot het bewijs bijdragen. Volgens bestendige jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de Hoge Raad brengt dat echter niet mee dat de rechter, indien de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken. Gevolgtrekkingen uit het stilzwijgen van een verdachte over een omstandigheid waar juist de verdachte een specifieke toelichting op kan geven, kunnen slechts dan worden getrokken indien de zaak bewijsbaar is zonder hierbij rekening te houden met het zwijgen van verdachte. Er dient aldus sprake te zijn van een ‘prima facie’ zaak.

Verdachten hebben er heel bewust voor gekozen om voor de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd, naar het oordeel van de rechtbank redengevend moeten worden geacht voor het bewijs van de aan verdachten tenlastegelegde feiten, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring te geven.

De rechtbank is van oordeel dat er in de onderhavige zaak sprake is van een ‘prima facie’ zaak als hiervoor bedoeld, zodat aan het zwijgen gevolgen mogen worden verbonden wat betreft het bewijs. De rechtbank betrekt het zwijgen van verdachten in die zin in haar oordeel dat het de rechtbank sterkt in de overtuiging dat verdachten het tenlastegelegde hebben begaan.

4.1.3.7 De conclusie ten aanzien van feit 1 (primair in de eerste, tweede, derde en vierde plaats)

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 november 2018 tezamen en in vereniging de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven hebben beroofd.

4.2

Onderzoek Schelde – de feiten 2, 3 en 4

4.2.1

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8]

4.2.1.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de verklaringen van aangevers [slachtoffer 5] , zijn broer [slachtoffer 7] en van de getuigen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] betrouwbaar omdat die verklaringen met elkaar overeen komen op essentiële onderdelen, authentiek aandoende elementen bevatten en bovendien steun vinden in verklaringen van derden.

4.2.1.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het standpunt ingenomen dat er een te grote mate van twijfel is over de juistheid van de verklaringen van aangevers en getuigen. Deze verklaringen bevatten discrepanties over zaken die moeilijk als details dan wel als onbeduidend kunnen worden gezien, terwijl er ook meerdere keren verschillend wordt verklaard over zaken die als excentriek geduid kunnen worden. De verklaringen van aangevers en getuigen kunnen aldus niet voor het bewijs worden gebezigd.

4.2.1.3 Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verklaringen van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] betrouwbaar en geloofwaardig. Dit oordeel berust op een aantal pijlers. In de eerste plaats hebben [slachtoffer 5] en zijn broer [slachtoffer 7] beide aangifte gedaan kort na het incident op 7 november 2018 in de garage van [slachtoffer 5] . Deze aangiftes worden ondersteund door de – eveneens kort na het incident afgelegde - verklaringen van de getuigen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] . Deze verklaringen komen in de kern op essentiële onderdelen overeen, zijn gedetailleerd en authentiek. Zo verklaren [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] en de getuigen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] eensluidend over dreiging en geweld en lijken alle vier betrokkenen oprecht bang om een verklaring af te leggen.

Dat de vier betrokkenen soms verschillende accenten leggen en niet altijd verklaren over een onderwerp dat in een andere verklaring wel genoemd wordt, doet daar niet aan af en maakt deze verklaringen niet onbetrouwbaar. Die verschillen kunnen immers ingegeven zijn door de totale duur van het incident (bijna 2 uur) en door de angst die [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] allen hebben ondervonden. Daarnaast verklaren de de auditu getuigen [getuige 7] en [getuige 8] conform de verklaringen van [slachtoffer 5] . Ook worden de verklaringen van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] ondersteund door de resultaten van het forensisch onderzoek, bij welk onderzoek in de garage één patroon is aangetroffen en geen hulzen. Dit resultaat is conform de verklaringen van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] die verklaren dat de hulzen zijn opgeraapt door de verdachten. Tenslotte vinden de verklaringen van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] ook steun in de verklaringen van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] voor zover deze verklaren dat ze op 7 november 2018 in de garage van [slachtoffer 5] zijn geweest en dat ze daar een ontmoeting hebben gehad met [slachtoffer 5] , zijn broer en twee anderen, terwijl de aanwezigheid van [verdachte] en [medeverdachte 1] op 7 november 2018 in deze garage en de duur van hun verblijf aldaar ook blijkt uit camerabeelden.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank, anders dan de verdediging, de verklaringen van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] betrouwbaar en geloofwaardig en kunnen deze verklaringen naar het oordeel van de rechtbank worden gebezigd voor het bewijs.

4.2.2

De feiten 2, 3 en 4

4.2.2.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot vrijspraak van het aan [verdachte] onder feit 2 tenlastegelegde (poging tot doodslag op [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] tezamen en in vereniging), omdat er te weinig is vast te stellen over het schot, terwijl er aanwijzingen in het dossier zijn dat het schot per ongeluk afging. De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van feit 3 (diefstal met geweld tezamen en in vereniging) en feit 4 (wederrechtelijke vrijheidsberoving tezamen en in vereniging), beide gepleegd op 7 november 2018. Deze feiten acht de officier van justitie bewezen op basis van de verklaringen van aangevers en getuigen.

4.2.2.2 Het standpunt van de verdediging

[verdachte] dient te worden vrijgesproken van de hem onder feit 2 tenlastegelegde poging doodslag op [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] . De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat [verdachte] ontkent geschoten te hebben en dat uit de verklaringen van aangevers en getuigen niet kan worden afgeleid dat [verdachte] (voorwaardelijk) opzet heeft gehad om de hiervoor genoemde personen van het leven te beroven.

Tenslotte dient ook vrijspraak te volgen van het aan [verdachte] onder feit 3 en 4 tenlastegelegde, omdat er een te grote mate van twijfel is over de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van aangevers en getuigen. Daar komt bij dat er weinig tot geen steunbewijs voorhanden is.

4.2.2.3 Het oordeel van de rechtbank

4.2.2.3.1 De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting het volgende vast.

Gebeurtenissen op 7 november 2018

Op 7 november 2018 om 12:21 uur parkeert een grijze Opel Meriva, met het kenteken [kenteken 4] , ter hoogte van [bedrijf 1] aan [adres 6] in Hengelo. Een oudere en jonge man stappen uit en lopen om 12:24 uur naar het bedrijf van [slachtoffer 5] , [autobedrijf] , aan [adres 7] in Hengelo. Zij gaan het bedrijfspand via de voordeur binnen en lopen direct door naar het kantoor achterin het pand waar [slachtoffer 5] zich op dat moment bevindt. In het kantoor spreken zij [slachtoffer 5] op een agressieve toon aan. Ze sommeren hem zijn handen boven tafel te houden en zijn telefoons weg te doen. Op het moment dat [slachtoffer 5] zijn telefoon pakt om 112 te bellen, pakt de oudere man een vuurwapen en richt dat op de borst van [slachtoffer 5] . De jonge man zegt tegen [slachtoffer 5] dat hij iets gepakt heeft wat van hen was. [slachtoffer 5] zegt hierop meerdere keren dat dit niet klopt en dat ze de verkeerde voor zich hebben. De jonge man pakt hierop ook een vuurwapen. Volgens de jonge man zou er vijf kilo cocaïne en 50 kilo Amnesia gestolen zijn. [slachtoffer 5] zegt dat hij hier niets van weet en dat ze de verkeerde persoon voor zich hebben. Om 12:48 uur komt [slachtoffer 6] het bedrijf binnen lopen. Onder bedreiging van een vuurwapen moet [slachtoffer 6] van de jonge man plaatsnemen op een bank in het kantoor. De jonge man houdt zijn vuurwapen gericht op [slachtoffer 6] . Zo’n tien minuten later komt ook [slachtoffer 7] het bedrijf binnenlopen en de jonge man loopt naar hem toe. Niet veel later komt ook [slachtoffer 8] binnen lopen. De jonge man loopt achter hen aan en beiden moeten bij [slachtoffer 6] op de bank gaan zitten. De jonge man vraagt [slachtoffer 5] vervolgens naar de sleutels van het bedrijfspand en doet de voordeur en de deur van het kantoor op slot. De oudere man richt vervolgens zijn wapen op [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] die op de bank zitten en sommeert hen om hun telefoon op tafel te leggen. Onder bedreiging van het vuurwapen door de oudere man moeten [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] hun adres op een kladblok schrijven. Ook moeten ze van hem de portemonnees op tafel leggen. De jonge man zegt, daarbij wijzend naar het vuurwapen dat de oudere man in zijn handen heeft: ‘Dit wapen is om je pijn te doen, dat is een 6mm’. Terwijl hij vervolgens wijst naar het vuurwapen dat hij zelf in handen heeft, zegt hij: ‘Dit is een 9mm en die is om het af te maken’. De jonge man vraagt op een gegeven moment om geld. Met het antwoord van [slachtoffer 5] dat hij dat niet heeft, neemt de jonge man geen genoegen. Hij pakt geld dat in het kantoor ligt en steekt dat bij zich. Op een gegeven moment worden de handen van [slachtoffer 5] op zijn rug vastgebonden door de jonge man. De mannen willen nog meer geld. [slachtoffer 5] zegt telkens dat dat er niet is. Op vragen naar de dure auto’s in het bedrijfspand antwoordt [slachtoffer 5] dat die niet van hem zijn. Hierop worden beide mannen nog bozer en pakt de oudere man zijn vuurwapen en schiet twee keer. Eén kogel gaat vlak langs het gezicht van [slachtoffer 8] . Er dwarrelen ook papiersnippers door de lucht. De hulzen worden opgepakt door de oudere man. Uiteindelijk zeggen de mannen dat ze over een maand terug zullen komen om het geld op te halen. Om 14:20 uur verlaten de oudere en jonge man het bedrijfspand en stappen weer in hun auto.

Forensisch onderzoek

Op 8 november 2018 wordt op de plaats delict aan [adres 7] in Hengelo sporenonderzoek verricht. De forensisch onderzoekers zien dat op het bureau in de kantoorruimte papieren beschadigd zijn en dat er rondom papiersnippers liggen. In de metalen wand achter het bureau zien zij een deukje en boven de kast, achter het bureau, zien zij dat een plafondplaat licht beschadigd is. Deze beschadiging past bij de schotrichting. Aan de linkerzijde van de kantoorruimte staat een houten kast, waarin een gaatje wordt aangetroffen. De muur achter deze kast is ook beschadigd en in die beschadiging wordt een projectiel aangetroffen. Dit projectiel is door de forensisch onderzoekers veiliggesteld (SIN AAGX2184NL). Dit projectiel is voor vergelijkend kogel- en hulsonderzoek naar het NFI overgebracht. Het projectiel is een vervormde en beschadigde kogel, die het best past bij het kaliber .22 Long Rifle. Patronen van dit kaliber worden verschoten uit (machine)pistolen, revolvers en geweren.

4.2.2.3.2 De verklaringen van de verdachten

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met zijn vader [verdachte] op 7 november 2018 in hun grijze Opel Meriva naar het bedrijfspand aan [adres 7] in Hengelo is gegaan. Hij wilde aan een man die hij [slachtoffer 5] (de rechtbank begrijpt [slachtoffer 5] ) noemt vragen om een zonnebankstudio die hij, [medeverdachte 1] , wilde openen, te financieren. In het bedrijfspand heeft [medeverdachte 1] in totaal vier of vijf mannen gezien. Na ongeveer een kwartier binnen te zijn geweest, is [medeverdachte 1] met zijn vader weer weggegaan.

[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met zijn zoon [medeverdachte 1] naar de garage in Hengelo is gegaan, omdat [medeverdachte 1] informatie had dat die man – die hij [slachtoffer 5] noemt – erg rijk is en daarom mogelijk in staat zou zijn om hen te helpen met de financiering van hun bedrijf: een zonnebankstudio in combinatie met een kapper en nagelstudio. Tijdens het gesprek dat zij met [slachtoffer 5] hadden, zijn er mensen gekomen en gegaan.

De rechtbank acht de verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 1] over hetgeen is voorgevallen in het bedrijfspand van [slachtoffer 5] in Hengelo op 7 november 2018 niet geloofwaardig en niet aannemelijk in het licht van de verklaringen [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] .

4.2.2.3.3 De conclusie ten aanzien van de feiten

- Feit 2 (poging tot doodslag)

Voor bewezenverklaring van de tenlastegelegde poging tot doodslag onder feit 2 is vereist dat verdachte opzet had op de dood van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] . De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft in een zeer kleine ruimte waarin zich in totaal zes mensen bevonden een wapen voorhanden gehad, welk wapen werd gebruikt ter afdreiging en om [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] onder schot te houden. Later werd door verdachte ook daadwerkelijk tweemaal met het wapen geschoten. Daarbij is één kogel vlak langs het gezicht van [slachtoffer 8] gegaan, terwijl die [slachtoffer 8] samen met [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] op een bank in het kantoor zat. Door met een vuurwapen te schieten in een relatief kleine ruimte waar zich op dat moment meerdere personen bevonden, was naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aanmerkelijke kans op dodelijk letsel bij [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 8] , veroorzaakt door directe of indirecte inwerking van al dan niet ricocherende kogels op het lichaam. De rechtbank is voorts van oordeel dat het van dichtbij meermalen met een vuurwapen afschieten van kogels in de richting van personen die zich vlakbij elkaar in een kleine ruimte bevinden, naar de uiterlijke verschijningsvorm moet worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op de dood van die personen dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat die personen dodelijk zouden worden getroffen, willens en wetens heeft aanvaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door aldus te handelen minst genomen voorwaardelijk opzet gehad op de dood van [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] . Het dossier bevat geen enkele concrete aanwijzing dat het vuurwapen per ongeluk is afgegaan. Het is slechts het vermoeden van een enkele getuige. Als dat al zo zou zijn dan doet dat aan het voorgaande niet af, nu reeds het in de hand houden van een doorgeladen vuurwapen en het richten van dat vuurwapen op personen in een gespannen situatie het gevaar met zich brengt dat dat wapen afgaat.

Gelet op het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien met hetgeen de rechtbank hiervoor als redengevende feiten en omstandigheden – die zijn ontleend aan de in de bijlage bij dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen – heeft vastgesteld, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] (feit 2).

- De feiten 3 (diefstal met geweld) en 4 (wederrechtelijke vrijheidsberoving)

De rechtbank is van oordeel dat de betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte 1] bij de geweldshandelingen, de diefstal en de wederrechtelijke vrijheidsberoving in de garage niet alleen blijkt uit de betrouwbare verklaringen die [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] daarover hebben afgelegd, maar ook uit het feit dat uit camerabeelden in de nabijheid van het bedrijf aan [adres 7] in Hengelo blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bijna twee uur in het bedrijfspand zijn geweest en niet – zoals zij zelf verklaren – een kort gesprek met [slachtoffer 5] hebben gehad en daarna weer zijn vertrokken. Daar komt bij dat de in de muur aangetroffen kogel, die door [verdachte] is afgeschoten, past bij het kaliber .22 Long Rifle; hetzelfde kaliber kogel dat door de verdachten een kleine week later wordt gebruikt om [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in een growshop in Enschede dood te schieten.

Gelet op het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien met hetgeen de rechtbank hiervoor als redengevende feiten en omstandigheden – die zijn ontleend aan de in de bijlage bij dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen – heeft vastgesteld, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich samen hebben schuldig gemaakt aan een diefstal met bedreiging met geweld (feit 3) alsook dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich samen hebben schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] (feit 4).

De rechtbank zal met betrekking tot de diefstal met bedreiging met geweld zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] vrijspreken van de laatste drie tenlastegelegde gedachtenstreepjes (snijden op de pink, handen van [slachtoffer 5] op de rug vastbinden en schieten op [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] ). Deze feitelijke handelingen hebben niet plaatsgevonden om de diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, nu deze diefstal op het moment van het plegen van die handelingen immers reeds voltooid was. Ook hebben die feitelijke handelingen niet plaatsgevonden om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren of om aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten onder 1 primair in de eerste plaats, 1 primair in de tweede plaats, 1 primair in de derde plaats, 1 primair in de vierde plaats, onder 2, onder 3 en onder 4 heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen

[slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met vuurwapens meerdere malen in het hoofd van die [slachtoffer 1] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;

EN

hij op 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen

[slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met vuurwapens meerdere malen in het hoofd van die [slachtoffer 2] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden;

EN

hij op 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen

[slachtoffer 3] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met vuurwapens meerdere malen in het hoofd van die [slachtoffer 3] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 3] is overleden;

EN

hij op 13 november 2018 in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 4] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met vuurwapens meerdere malen in het hoofd van die [slachtoffer 4] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 4] is overleden;

2.

hij op 7 november 2018 in de gemeente Hengelo (O), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meer

perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] ) opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere malen in de richting van voornoemde personen heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 7 november 2018 in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander, geld, dat toebehoorde aan [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 5] en andere personen te weten [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door onder andere:

- vuurwapens op die [slachtoffer 5] en/of die andere personen te richten en gericht te houden en opzettelijk dreigend te zeggen:

"Dit wapen is om je pijn te doen, dat is een 6mm" en "Dit is een 9mm en die is om het af te maken";

4.

hij op 7 november 2018 in de gemeente Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door onder andere

- het kantoor van het bedrijfspand te weten [autobedrijf] van voornoemde [slachtoffer 5] te betreden en

- op agressieve toon tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij zijn handen boven tafel moet houden en zijn telefoon weg moet doen, en

- vuurwapens op die [slachtoffer 5] te richten en gericht te houden en

- nadat [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] binnen waren gekomen tegen die personen te zeggen dat zij op de bank moesten gaan zitten en

- die personen eveneens onder schot te houden en

- de voordeur van het pand op slot te doen en

- de deur van het kantoor op slot te doen en

- de handen van die [slachtoffer 5] op diens rug vast te binden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair in de eerste plaats,

1. primair in de tweede plaats, 1 primair in de derde plaats en 1 primair in de vierde plaats, onder feit 2, onder feit 3 en onder feit 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 47, 282, 287, 289 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair in de eerste plaats, 1 primair in de tweede plaats, 1 primair in de derde plaats en 1 primair in de vierde plaats

telkens het misdrijf: medeplegen van moord;

feit 2

het misdrijf: poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 primair tenlastegelegde medeplegen van viervoudige moord op 13 november 2018 in Enschede, het onder feit 3 tenlastegelegde medeplegen van diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld op 7 november 2018 in Hengelo en het onder feit 4 tenlastegelegde medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving op 7 november 2018 in Hengelo, zal worden veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

De officier van justitie heeft gesteld dat de gevolgen van de moord op vier personen onomkeerbaar zijn en het verdriet dat de verdachten bij de nabestaanden van de slachtoffers hebben veroorzaakt omvangrijk en intens. De omstandigheden waaronder en de wijze waarop de slachtoffers om het leven zijn gebracht zijn schokkend. Het woord ‘afgemaakt’ is de enige juiste kwalificatie voor de wijze waarop de slachtoffers zijn gedood. Tevens valt de koelbloedigheid van de verdachten op. Deze blijkt niet alleen uit de wijze waarop de slachtoffers zijn gedood met meerdere schoten in het hoofd, maar ook uit het handelen van verdachten dat is gericht op het wegmaken van sporen en het daarna weer doorgaan met leven.

De officier van justitie houdt de verdachten voor volledig toerekeningsvatbaar nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Alles overziend is er sprake van een zeer ernstig feitencomplex waarop slechts een gevangenisstraf van zeer lange duur past.

De officier van justitie heeft er in het requisitoir op gewezen dat bij het opleggen van levenslange gevangenisstraf grote terughoudendheid en behoedzaamheid is geboden. Gewezen is op de aandacht in de afgelopen jaren voor het verweer dat levenslange gevangenisstraf in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling en bestraffing zoals neergelegd in artikel 3 EVRM en het antwoord daarop van de wetgever met het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften, de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden en de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting waarin is voorzien in een tussentijdse toets - na 26 jaar – van de initiële redenen om levenslang op te leggen. Daarmee is er geen juridisch beletsel meer om te komen tot oplegging van een levenslange gevangenisstraf bij de categorie zaken waarvan het feitencomplex op zichzelf zo ernstig is dat vanuit het oogpunt van vergelding reeds enkel de hoogst mogelijke straf in aanmerking komt. Dat is het geval in de onderhavige zaak. Daar komt nog bij dat de redenen die de verdachten hebben gehad om de slachtoffers te doden banaal blijken en van groot egoïsme getuigen en mensenlevens voor de verdachten weinig tot niets waard zijn. Het zwijgen door verdachten wordt door de officier van justitie in het nadeel van de verdachten uitgelegd, omdat door het zwijgen van oprecht berouw niet blijkt, evenmin als van compassie met de nabestaanden die blijven zitten met vragen omtrent de laatste momenten van het leven van hun dierbaren. Voor [medeverdachte 1] en [verdachte] komt daar nog bij dat zij nauwelijks een week eerder hebben laten zien dat zwaar geweld en het gebruik van vuurwapens niet uit de weg wordt gegaan om het eigen belang te dienen. Ook hieruit blijkt het gevaar dat uitgaat van [medeverdachte 1] en [verdachte] . Tenslotte ziet de officier van justitie geen aanknopingspunten om onderscheid te maken tussen de verdachten.

Het Openbaar Ministerie gaat volgens de officier van justitie niet lichtvaardig over tot het eisen van een levenslange gevangenisstraf, maar in dit geval rechtvaardigt de ernst van het feitencomplex een levenslange gevangenisstraf. Daar komt bij dat het noodzakelijk is de maatschappij zo effectief en langdurig mogelijk te beschermen tegen deze verdachten voor wie de levens van anderen niets waard zijn.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat oplegging van levenslange gevangenisstraf op dit moment weliswaar niet onverenigbaar is met artikel 3 EVRM, maar deelt wel de kritiek en zorgen van het zogenaamde Forum Levenslang. Die kritiek en zorgen laten zich als volgt samenvatten:

  • -

    het huidige beleid voldoet nog altijd niet aan de eisen ontleend aan de rechtspraak van het EHRM;

  • -

    het huidige beleid voegt ook niets toe aan het onduidelijke en onzekere gratiebeleid dat voorheen van toepassing was;

  • -

    het is bezwaarlijk dat de herbeoordeling pas plaatsvindt na 27 jaren en het mechanisme geen vaste termijnen kent voor het proces van herbeoordeling.

Tenslotte heeft de verdediging erop gewezen dat blijkens de jurisprudentie niet elke veroordeling voor een meervoudige moord uitmondt in de oplegging van een levenslange gevangenisstraf (Rb. Maastricht 22 juli 2004, ECLI 2004: AQ4870 en in hoger beroep: Gerechtshof Den Bosch 31 januari 2005, ECLI 2005: AS4206 en Rb. Den Bosch 6 oktober 2004:ECLI 2004: AR 3389).

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Zonder ook maar iets af te willen doen aan de ernst van de op 7 november 2018 in Hengelo begane feiten in het bedrijfspand aan [adres 7] van [slachtoffer 5] , is evident dat de viervoudige moord in Enschede op 13 november 2018 behoort tot de categorie van meest ernstige delicten die de samenleving kan treffen.

Dit in aanmerking genomen heeft de rechtbank – kijkend naar de doelen van strafoplegging, te weten vergelding en speciale en generale preventie – gelet op de bijzondere ernst van de in de onderhavige zaak aan de orde zijnde delicten, vergelding als strafdoel in deze zaak centraal gesteld. Het plegen van moord vraagt in de eerste plaats om vergelding. Door oplegging van een langdurige vrijheidsstraf wordt uiting gegeven aan de maatschappelijke verontwaardiging die volgt op het opzettelijk en met voorbedachten rade doden van een persoon en wordt het leed erkend dat door de nabestaanden wordt gevoeld.

Bij vergelding dient niet alleen gekeken te worden naar de gevolgen voor het slachtoffer en de nabestaanden en de maatschappelijke verontwaardiging die het feit oproept, maar ook naar de persoon van de verdachte en het verwijt dat hem kan worden gemaakt in relatie tot het leed van de nabestaanden. Anders gezegd: in hoeverre heeft de houding van verdachte ná het plegen van de delicten nog verder in negatieve zin bijgedragen aan het leed en het verdriet van de nabestaanden.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die feiten zijn gepleegd

Verdachte heeft samen met zijn zoons [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 november 2018 [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] koelbloedig vermoord en daarmee onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden. Deze moorden hebben plaatsgevonden op klaarlichte dag in een woonwijk in Enschede. De moord op deze vier mannen heeft de rechtsorde zeer ernstig geschokt en reeds bestaande gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving versterkt.

Krap een week vóór 13 november 2018, op woensdag 7 november 2018, gaf verdachte er ook al blijk van dat hij niet terugdeinst voor bedreigingen, intimidaties en geweldgebruik toen hij samen met zijn zoon [medeverdachte 1] ook weer op klaarlichte dag, verhaal ging halen voor het vermeende laten verdwijnen van een hoeveelheid drugs waarvoor autohandelaar [slachtoffer 5] in Hengelo volgens verdachte en zijn zoon [medeverdachte 1] verantwoordelijk zou zijn. Autohandelaar [slachtoffer 5] , zijn broer [slachtoffer 7] , zijn vriend [slachtoffer 8] en zijn huurder [slachtoffer 6] hebben door de brutale en intimiderende inval van verdachte en zijn zoon [medeverdachte 1] waarbij zij gebruik maakten van vuurwapens, in het bedrijfspand van [slachtoffer 5] in Hengelo enkele zeer angstaanjagende uren moeten doorstaan. Verdachte heeft daarbij zelfs op een aantal van de aanwezigen geschoten.

Het handelen van verdachte en zijn zoon [medeverdachte 1] heeft op hen forse impact gehad en heftige gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. De verwachting is dat zij van de gebeurtenissen op 7 november 2018 nog lang nadelige psychische gevolgen zullen ondervinden. Dit blijkt niet alleen uit de verklaringen die zij bij de politie hebben afgelegd maar ook uit de onderbouwing van de door hen ingediende vorderingen benadeelde partij.

Met ogenschijnlijk ijzingwekkende en niets ontziende koelbloedigheid en zonder ook maar een greintje mededogen zijn bijna een week later, op 13 november 2018 in Enschede, vier volstrekt kansloze en weerloze slachtoffers door de drie verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit het leven geschoten. Vluchten kon niet meer. De slachtoffers zijn van dichtbij met meerdere schoten in het hoofd geëxecuteerd. Alsof er niets was gebeurd, hebben de drie verdachten daarna de draad van het gewone leven weer opgepakt, de nabestaanden in grote ontreddering en tot op de dag van vandaag met talloze onbeantwoorde vragen achterlatend.

In nog geen week tijd hebben de verdachten veel leed en schade berokkend aan de slachtoffers en nabestaanden van de op 7 en 13 november 2018 gepleegde feiten.

De nabestaanden van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] worden elke dag geconfronteerd met een groot verlies. Dat verlies is onomkeerbaar. Met hun nietsontziende en dood en verderf zaaiende optreden in Enschede hebben de verdachten de nabestaanden onherstelbaar leed toegebracht. Dit geldt in het bijzonder voor de echtgenotes, partners en de kinderen van de slachtoffers. Zij hebben door toedoen van verdachte hun echtgenoot, partner en vader verloren.

Een vader die [naam 6] , geboren op [geboortedatum 2] 2019, en [naam 7] , geboren op [geboortedatum 3] 2018, nooit zullen kennen. Een vader die behalve vader ook het beste maatje was van [benadeelde 2] en [benadeelde 3] . Een vader die gemist wordt door [naam 8] , zoon van [slachtoffer 1] , en door [benadeelde 17] , dochter van [slachtoffer 2] . De nabestaanden zullen moeten leven met de wetenschap dat hun naasten als gevolg van bruut en zinloos geweld zijn omgekomen.

Met het leed dat verdachte door middel van een langdurige gevangenisstraf wordt toegevoegd, dient het leed dat hij de slachtoffers en de nabestaanden heeft toegebracht te worden vergolden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat met de straf niet meer bereikt kan worden dan vergelding; de gevolgen van het bewezenverklaarde waaronder het verdriet bij de nabestaanden, kan door de straf (vanzelfsprekend) niet ongedaan gemaakt worden.

Houding van verdachte en de gevolgen voor de slachtoffers en nabestaanden

Verdachte heeft zich om hem moverende redenen nagenoeg consequent beroepen op het zwijg- dan wel verschoningsrecht en geen verklaring willen c.q. kunnen geven voor uit het onderzoek naar voren gekomen redengevende feiten en omstandigheden die welhaast om een nadere toelichting schreeuwen. Wat er ook zij van die redenen, het heeft in elk geval ertoe geleid dat de nabestaanden tot op de dag van vandaag in het duister tasten voor het antwoord op de prangende en allesoverheersende vraag: waarom?

Het diepe en schrijnende leed dat de nabestaanden is aangedaan en dat zo invoelbaar op indrukwekkende wijze door of namens de nabestaanden in de uitoefening van het spreekrecht ter terechtzitting onder woorden is gebracht, krijgt nog een extra dimensie door het hardnekkige zwijgen van de verdachten over het waarom. De hoop dat de verdachten ter terechtzitting of bij de politie een verklaring zouden gaan afleggen, zoals hij en zijn zoon [medeverdachte 1] meermalen hebben toegezegd te zullen gaan doen, bleek uiteindelijk ijdele hoop.

‘Pas als de tijd daarvoor rijp is’, wil verdachte een verklaring afleggen. Dit op zitting meermalen te moeten horen moet buitengewoon wrang voor de nabestaanden zijn geweest.

Met betrekking tot de overval in Hengelo hebben verdachte en zijn zoon [medeverdachte 1] steeds ontkend dat er sprake is geweest van een overval en daarmee geen enkele verantwoordelijkheid willen nemen voor het leed dat de slachtoffers van die overval is aangedaan.

Persoonlijke omstandigheden

Verdachte is blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie niet eerder veroordeeld ter zake van enig strafbaar feit. Dit heeft bij de strafoplegging in de onderhavige zaak geen rol gespeeld.

In het kader van een psychiatrisch consult heeft de psychiater gerapporteerd dat verdachte niet de indruk maakt behept te zijn met psychiatrische problematiek.

De rechtbank gaat dan ook uit van volledige toerekeningsvatbaarheid van verdachte nu er geen aanwijzingen zijn voor verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Levenslange gevangenisstraf

De rechtbank realiseert zich dat oplegging van een levenslange gevangenisstraf in de afgelopen jaren onderwerp van discussie is geweest en nog steeds is, gelet op de uitzichtloosheid daarvan nu er geen perspectief op vervroegde invrijheidstelling zou zijn. Dat zou de oplegging van een levenslange gevangenisstraf inhumaan maken.

De rechtbank stelt voorop dat de Hoge Raad in zijn arrest van 23 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:600) met betrekking tot regelgeving over de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf, in het bijzonder het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften (hierna: Besluit ACL), heeft geoordeeld, dat het Nederlands recht voorziet in een zodanig stelsel van herbeoordeling op grond waarvan in zich daarvoor lenende gevallen kan worden overgegaan tot verkorting van levenslange gevangenisstraf, dat oplegging daarvan niet in strijd is met artikel 3 EVRM. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat voor een verdachte onvoldoende duidelijk is welke criteria worden aangelegd bij de procedure van herbeoordeling en dat onzeker is of aan een verdachte gedurende zijn detentie voldoende op rehabilitatie gerichte activiteiten worden aangeboden om bij herbeoordeling in aanmerking te kunnen komen voor verkorting van een levenslange gevangenisstraf.

Bij de (ambtshalve) beoordeling van de mogelijkheid tot gratieverlening komt het aan op de vraag of verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet langer gerechtvaardigd is. Daarbij komt betekenis toe aan het gedrag en de ontwikkeling van de veroordeelde gedurende zijn detentie en dienen de in artikel 4, vierde lid, Besluit ACL genoemde criteria, waaronder het recidiverisico en de delict-gevaarlijkheid in aanmerking te worden genomen.

Voorts is in dit verband volgens de Hoge Raad nog van belang op te merken, dat de wijze waarop het nieuwe stelsel van herbeoordeling in de praktijk zal worden toegepast, in de toekomst ligt besloten. De onvermijdelijk uit die realiteit voortvloeiende onzekerheden ontnemen aan de oplegging van een levenslange gevangenisstraf echter niet de verenigbaarheid met artikel 3 EVRM, in het bijzonder ook niet omdat levenslanggestraften de mogelijkheid hebben de wijze waarop de straf daadwerkelijk wordt tenuitvoergelegd voor te leggen aan de penitentiaire rechter en de burgerlijke rechter, die erop toezien dat die tenuitvoerlegging - ook waar het gaat om de herbeoordeling van de verdere tenuitvoerlegging van de straf en de in verband met die herbeoordeling aan de veroordeelde aan te bieden activiteiten - geschiedt met inachtneming van de uit artikel 3 EVRM voortvloeiende waarborgen.

Wat betreft het verweer van de verdediging dat het bezwaarlijk is dat de herbeoordeling pas plaatsvindt na 27 jaren en het mechanisme geen vaste termijnen kent voor het proces van herbeoordeling heeft de Hoge Raad in voornoemd arrest van 23 april 2019 het volgende overwogen:

‘Op grond van de rechtspraak van het EHRM heeft als uitgangspunt te gelden dat de (eerste) herbeoordeling na niet meer dan 25 jaar na oplegging van de levenslange gevangenisstraf plaatsvindt en dat na die termijn periodiek de mogelijkheid van herbeoordeling wordt geboden. Daarmee is niet onverenigbaar dat art. 4, derde lid, Besluit ACL bepaalt dat de ambtshalve beoordeling van de mogelijkheid tot gratieverlening uiterlijk 27 jaar na aanvang van de detentie geschiedt, in aanmerking genomen dat blijkens art. 1, aanhef en sub g, Besluit ACL die termijn reeds aanvangt op het moment van de inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ter zake van het feit waarvoor de levenslange gevangenisstraf is opgelegd. Voorts is de veroordeelde op grond van de Gratiewet te allen tijde bevoegd een verzoek tot gratie in te dienen. Indien een gratieverzoek ter zake van een levenslange gevangenisstraf wordt ingediend na ommekomst van de genoemde termijn van 27 jaar, is het Adviescollege belast met de taak om de minister te informeren over de voortgang van resocialisatie- en re-integratieactiviteiten’.

In het licht van al hetgeen hiervoor is overwogen is oplegging van een levenslange gevangenisstraf naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met artikel 3 EVRM.

Conclusie

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat op het handelen van verdachte slechts oplegging van de zwaarste straf die ons Wetboek van Strafrecht kent, passend en geboden is: levenslange gevangenisstraf. Niet enkel vanuit het oogpunt van vergelding, de samenleving dient maximaal tegen verdachte te worden beschermd.

De rechtbank zal aan verdachte de levenslange gevangenisstraf opleggen.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting op 23 september 2020 desgevraagd meegedeeld dat over de in de woning van [verdachte] en [medeverdachte 1] inbeslaggenomen kentekenplaten en spuitfles Super Finn nog moet worden beslist.

Daarnaast heeft de rechtbank geconstateerd dat nog een beslissing moet worden genomen over een in de woning van [medeverdachte 1] en [verdachte] inbeslaggenomen alarmpistool, een doosje met knalpatronen Walther, een .22 huls, .22 munitie, een kistje inhoudend een schoonmaakset voor vuurwapens en een M&M toilettas.

De rechtbank is van oordeel dat de spuitfles Super Finn, de kentekenplaten (IT1.01.02.001) en de M&M toilettas (IT1.06.02.001) moeten worden teruggegeven aan rechthebbenden.

De na te noemen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien die voorwerpen tot het begaan van dergelijke feiten zijn vervaardigd of bestemd en zij zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

- wapen alarmpistool RG (IT1.01.02.004);

- wapens/toebehoren knalpatronen Walther in doosje (IT1.01.02.005);

- wapens/toebehoren .22 huls (IT1.01.02.006);

- vuurwapens toebehoren, schoonmaakset vuurwapens in kistje (IT 1.04.01.013);

- munitie: .22 munitie (FK-549-H.1).

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

Na te noemen personen hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces en hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding tot (al dan niet ter terechtzitting gewijzigde) na te noemen totaalbedragen.2

De volgende vorderingen hebben betrekking op het onder 1 tenlastegelegde.

- [benadeelde 4] (met mr. R. Korver) tot een bedrag van € 42.801,63;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- uitvaartkosten € 32.063,12;

- proceskosten (rechtsbijstand) € 10.738,51.

- [benadeelde 5] (met mr. R. Korver) tot een bedrag van € 446.520,51;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- toekomstige reiskosten (hb) € 2.500,--;

- toekomstige medische kosten (hb) € 2.500,--;

- inkomstenderving € 388.362,--;

- factuur Laumen € 1.815,--;

- kosten rechtsbijstand € 10.738,51;

- kosten deskundige ter zitting € 605,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- smartengeld niet zijnde shockschade € 15.000,--.

- [slachtoffer 2] (met mr. R. Korver) tot een bedrag van € 68.203,51;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- gederfd levensonderhoud € 26.860,--;

- kosten rechtsbijstand € 10.738,51;

- kosten deskundige ter zitting € 605,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- smartengeld niet zijnde shockschade € 30.000,--.

- [benadeelde 6] (met mr. R. Korver) tot een bedrag van € 101.315,51;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- gederfd levensonderhoud € 59.972,--;

- kosten rechtsbijstand € 10.738,51;

- kosten deskundige ter zitting € 605,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- smartengeld niet zijnde shockschade € 30.000,--.

- [benadeelde 1] (met mr. E.M. Keulen) tot een bedrag van € 406.322,74;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- notaris € 1.824,95;

- uitvaart monniken € 5.200,--;

- grafsteen € 3.400,--;

- kosten hulpverlening € 339,48;

- gederfd levensonderhoud t/m okt. 2020 € 27.297,55;

- toekomstige schade € 347.970,45;

- reis- en parkeerkosten/proceskosten € 290,31.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- shockschade € 20.000,--.

- [slachtoffer 1] (met mr. E.M. Keulen) tot een bedrag van € 20.000,--;

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- shockschade € 20.000,--.

- [benadeelde 7] (met mr. B. Pernot) tot een bedrag van € 337.823,28;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- reis- en parkeerkosten uitvaart € 25,--:

- reis- en parkeerkosten (medisch) € 331,35;

- reis- en parkeerkosten (hb) € 1.724,81;

- medische kosten (hb) € 2.500,--;

- proceskosten(reis- en parkeerkosten) € 822,12;

- gederfd levensonderhoud € 285.420,--;

- kosten vaststelling schade ( Laumen )(hb)€ 4.185,67;

- kosten vaststelling schade ( Laumen ) € 2.814,33.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- smartengeld niet zijnde shockschade € 15.000,--.

- [benadeelde 3] (met mr. B. Pernot) tot een bedrag van € 181.736,80;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- gederfd levensonderhoud € 132.138,--;

- kosten lijkbezorging € 99,--;

- kosten vaststelling schade ( Laumen ) € 2.814,33;

- kosten vaststelling schade ( Laumen )(hb)€ 4.185,47;

- medische kosten (hb) € 2.500,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- smartengeld niet zijnde shockschade € 15.000,--.

- [benadeelde 2] (met mr. B. Pernot) tot een bedrag van € 46.570;;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- reiskosten medische behandeling € 234,24;

- reiskosten (hb) € 1.765, [nummer 14] ;

- medische kosten (hb) € 2.500,--;

- kosten lijkbezorging € 2.070,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- smartengeld niet zijnde shockschade € 15.000,--.

- [benadeelde 8] (met mr. F. Jakob) tot een bedrag van € 973.020,--;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- inkomensschade € 931.205,--;

- factuur Laumen € 1.815,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- andere immateriële schade € 15.000,--.

- [benadeelde 9] (met mr. F. Jakob) tot een bedrag van € 31.815,--;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:

- factuur Laumen € 1.815,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- smartengeld/immateriële schade € 30.000,--.

- [benadeelde 10] (met mr. F. Jakob) tot een bedrag van € 40.000,--;

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- andere immateriële schade € 15.000,--.

- [benadeelde 11] (met mr. F. Jakob) tot een bedrag van € 40.000,--;

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- andere immateriële schade € 15.000,--.

- [benadeelde 12] (met mr. F. Jakob) tot een bedrag van € 40.000,--;

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- andere immateriële schade € 15.000,--;

- [benadeelde 13] (met mr. F. Jakob) tot een bedrag van € 40.000,--;

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- andere immateriële schade € 15.000,--.

- [benadeelde 14] (met mr. F. Jakob) tot een bedrag van € 54.928,78;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- kosten lijkbezorging € 14.305,--;

- eigen risico behandeling psycholoog € 623,78.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten:

- shockschade € 25.000,--;

- andere immateriële schade € 15.000,--.

- [benadeelde 15] (met mr. M.J.E.C. Camps) tot een bedrag van € 25.442,--;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- kosten levensonderhoud € 4.639,--;

- kosten Laumen € 653,--;

- kosten rapport speltherapie € 150,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- immateriële schade € 20.000,--.

De volgende vorderingen hebben betrekking op het onder 2 en 3 tenlastegelegde.

- [slachtoffer 5] (met mr. [benadeelde 17] J. Morsink) tot een bedrag van € 22.676,80;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- alarmsysteem € 5.100,--;

- weggenomen geld € 450,--;

- proceskostenvergoeding raadsman € 2.126,80.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- smartengeld € 15.000,--.

- [slachtoffer 7] (met mr. [benadeelde 17] P. Drosten) tot een bedrag van € 24.876,28;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- kosten psychologische behandeling € 425,24;

- kosten psychologische behandeling € 1.356,25;

- aanleg bewakingssysteem € 4.959,79;

- kosten inwoning € 3.135,--.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- smartengeld € 15.000,--.

- [slachtoffer 6] (met mr. E.M. Keulen) tot een bedrag van € 7.580,60;

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:

- reiskosten medisch € [nummer 14] ,96;

- proceskosten (reiskosten advocaat) € 3,64.

De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende post:

- smartengeld € 7.500,--.

Alle voornoemde benadeelde partijen vorderen vermeerdering van de gevorderde bedragen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

- Het standpunt ten aanzien van de vorderingen die betrekking hebben op feit 1

Wat betreft de gevorderde gederfde inkomsten stelt de officier van justitie zich primair op het standpunt dat deze toewijsbaar zijn daar waar het rapport Laumen als basis is gekozen. Subsidiair, als nadere bestudering van die rapporten in verband met de grote verschillen tussen de gevorderde bedragen, een onevenredige belasting van het strafproces zou zijn, om het bedrag te schatten op € 75.000,-- per achterblijvend lid van een huishouden waar een slachtoffer deel van uitmaakte.

Wat betreft de immateriële schade (shockschade) adviseert de officier van justitie de rechtbank om deze vorderingen slechts dan toe te wijzen als psychische schade aannemelijk is gemaakt. Voor immateriële schadevergoeding in verband met aantasting in de persoon op andere wijze ziet de officier van justitie geen ruimte.

Er is geen grondslag voor toewijzing van toekomstige schade.

Dit resulteert in het verzoek om de vorderingen toe te wijzen als hieronder weergegeven, alsmede het verzoek om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen:

  • -

    [benadeelde 7] : reiskosten, gederfd levensonderhoud, shockschade, kosten rapport Laumen ;

  • -

    [benadeelde 3] : gederfd levensonderhoud, as-ring, shockschade, kosten rapport Laumen ;

  • -

    [benadeelde 2] : reiskosten, uitvaartkosten, shockschade;

  • -

    [benadeelde 14] : uitvaartkosten, shockschade;

  • -

    [benadeelde 13] (moeder): shockschade;

  • -

    [benadeelde 8] : gederfd levensonderhoud, shockschade;

  • -

    [benadeelde 1] : gederfd levensonderhoud schatten, uitvaartkosten, shockschade, reiskosten schatten;

  • -

    [benadeelde 16] : gederfd levensonderhoud, shockschade, kosten rapport Laumen , kosten rechtsbijstand;

  • -

    [benadeelde 17] en [benadeelde 6] : gederfd levensonderhoud, kosten rapport Laumen , kosten rechtsbijstand;

  • -

    [benadeelde 4] : uitvaartkosten, kosten rechtsbijstand.

De vorderingen van [benadeelde 10] (broer), [benadeelde 11] (broer) en [benadeelde 12] (zus) [slachtoffer 3] en de vordering van

[slachtoffer 1] zouden door de rechtbank moeten worden afgewezen.

De vordering van de minderjarige [benadeelde 9] zou in het geheel niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Dat geldt ook voor de vordering van [benadeelde 15] .

- Het standpunt ten aanzien van de vorderingen die betrekking hebben op de feiten 2 en 3

De vordering van [slachtoffer 6] is geheel toewijsbaar. Wat betreft de vorderingen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] is immateriële schade toewijsbaar waarbij de officier van justitie uitgaat van een bedrag van € 10.000,--. De overige schadeposten zijn eveneens toewijsbaar met uitzondering van de schade bestaande uit het alarm-/bewakingssysteem en ( [slachtoffer 7] ) de kosten voor inwoning. Tevens wordt verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

- Het standpunt ten aanzien van de vorderingen die betrekking hebben op feit 1

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard nu de verdediging integrale vrijspraak heeft bepleit. Gelet op het aantal vorderingen en de complexiteit van enkele van de vorderingen is het subsidiaire standpunt dat het doorlopen van alle posten een onevenredige belasting van het strafproces met zich brengt en dat de strafrechter zich zou moeten beperken tot de posten die van eenvoudige aard zijn en/of bepaalde schade moeten schatten. Meer subsidiair betwist de verdediging de proceskosten (liquidatietarief toepassen dan wel de kosten matigen), shockschade (de vaste jurisprudentie biedt geen ruimte voor een dergelijke schadevergoeding aan anderen dan aan benadeelde partij [benadeelde 1] ) en toekomstige schade/inkomstenderving (matigen).

- Het standpunt ten aanzien van de vorderingen die betrekking hebben op de feiten 2 en 3

Primair verzoekt de verdediging de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair verzoekt de verdediging het volgende:

  • -

    vordering [slachtoffer 5] : de schade bestaande uit het bewakingssysteem afwijzen nu dit geen rechtstreekse schade is, immateriële schade matigen tot € 5.000,--, proceskosten matigen tot een bedrag gelijk aan 2 punten liquidatietarief;

  • -

    vordering [slachtoffer 7] : de schade bestaande uit het bewakingssysteem en de kosten voor inwoning afwijzen nu dit geen rechtstreekse schade is;

  • -

    vordering [slachtoffer 6] : immateriële schade matigen tot € 5.000,--.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Algemene uitgangspunten en overwegingen

- De ontvankelijkheid van de vorderingen, gelet op het aantal en de omvang

De behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen, levert als zodanig niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het enkele feit dat er in deze zaak veel vorderingen (in de zaak tegen [verdachte] en [medeverdachte 1] 19 vorderingen en in de zaak tegen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] 16 vorderingen) zijn ingediend, waarvan een deel bovendien omvangrijk, betekent niet dat daarom de vorderingen niet in de strafzaak meegenomen kunnen worden. De rechtbank zal de vorderingen inhoudelijk bespreken, met uitzondering van de vordering van [benadeelde 15]. Haar vordering is op grond van artikel 333 Sv kennelijk niet ontvankelijk nu - anders dan de raadsman heeft gesteld - niet is komen vast te staan dat zij een persoon is als genoemd in artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW): een minderjarig kind van [slachtoffer 1] of een persoon die met hem samenleefde en levensonderhoud van hem ontving. Voor zover de wetgeving al ruimte zou laten – zoals de raadsman stelt – voor het uitgaan van de feitelijke situatie (quod non) is ook die feitelijke situatie onvoldoende vast komen te staan.

Vermogensschade/materiële schade

Rechtstreekse schade

Op grond van artikel 361 lid 2 onder b Sv jo artikel 6:98 BW kan een benadeelde partij een vordering indienen als aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit en moet de schade in zodanig verband staan met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel dat de kosten door [benadeelde 5] , [benadeelde 7] , [benadeelde 3] en [benadeelde 8] gemaakt in verband met het opstellen van een rapport over gederfd levensonderhoud door Laumen expertise op grond hiervan toewijsbaar zijn nu dit deel van de vordering door de verdediging niet wordt betwist en de vordering op dit punt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Wat betreft de factuur van Laumen expertise merkt de rechtbank nog op dat daar waar dezelfde factuur meermalen als schade opgevoerd wordt, slechts eenmaal de schade toegewezen wordt.

De rechtbank is van oordeel dat de medische kosten die gevorderd worden door [benadeelde 1] (kosten hulpverlening € 339,48) en [benadeelde 14] (eigen risico behandeling psycholoog € 623,78) en de door [benadeelde 7] en [benadeelde 2] gevorderde reiskosten in verband met medische behandeling (respectievelijk € 331,35 en € 234,24) in een te ver verwijderd verband staan om te worden beschouwd als schade die op grond van het bepaalde in artikel 361 lid 2 Sv voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank zal deze posten dan ook niet ontvankelijk verklaren.

De rechtbank is voorts van oordeel dat door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten onder 2 en 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen [slachtoffer 7] ,

[slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] . De opgevoerde materiële schadeposten van [slachtoffer 6] (reiskosten medisch € [nummer 14] ,96 en proceskosten € 3,64) zijn niet inhoudelijk betwist, voldoende onderbouwd en aannemelijk en zijn als rechtstreekse schade aan te merken. De rechtbank is aldus van oordeel dat deze kosten op grond van het vorenstaande toewijsbaar zijn.

Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 7] en [slachtoffer 5] zijn de opgevoerde materiële schadeposten (voor [slachtoffer 7] bewakingssysteem € 4.959,79 en kosten inwoning € 3.135,-- en voor [slachtoffer 5] alarmsysteem € 5.100,--) betwist. Deze schade staat naar het oordeel van de rechtbank in een te ver verwijderd verband om te worden beschouwd als schade die op grond van het bepaalde in artikel 361 lid 2 Sv voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank zal deze posten dan ook niet ontvankelijk verklaren.

De overige opgevoerde materiële schade ( [slachtoffer 7] ; behandeling psychisch trauma

€ 1.781,49 en [slachtoffer 5] ; contant geld € 450,-- en proceskosten € 2.126,80) is niet betwist, voldoende onderbouwd en aannemelijk en daarmee naar het oordeel van de rechtbank toewijsbaar.

Gederfd levensonderhoud

Op grond van artikel 51f Sv jo artikel 6:108 BW kunnen de echtgenotes, de minderjarige kinderen en andere bloed- of aanverwanten van een slachtoffer dat als gevolg van een strafbaar feit is overleden (bloed- of aanverwanten mits de overledene reeds ten tijde van het overlijden geheel of ten dele in het levensonderhoud van de bloed- of aanverwant voorzag of daartoe krachtens rechterlijke uitspraak verplicht was) vorderingen indienen tot vergoeding van schade door het derven van levensonderhoud.

De echtgenote ( [benadeelde 5] ) en minderjarige kinderen van [slachtoffer 2] , de echtgenote van [slachtoffer 1] , de echtgenote en meerderjarige zoon van [slachtoffer 4] ( [benadeelde 3] ) en de echtgenote van [slachtoffer 3] hebben een vordering ingediend ter zake van gederfd levensonderhoud. De rechtbank overweegt dat een volledige berekening van de toe te wijzen schade op grond van gederfd levensonderhoud te complex is om in het strafproces te beslechten en aldus een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De rechtbank maakt echter wel gebruik van haar schattingsbevoegdheid nu evident is dat voornoemde benadeelde partijen schade hebben geleden door het overlijden van hun echtgenoot of vader. De rechtbank heeft bij de schatting de leeftijd, de inkomensgegevens en de onderbouwing van de vordering betrokken. De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van de echtgenotes bij wijze van voorschot kunnen worden geschat op de navolgende bedragen en als zodanig als volgt kunnen worden toegewezen.

- [benadeelde 5] tot een bedrag van € 100.000,--;

- [benadeelde 1] tot een bedrag van € 40.000,--;

- [benadeelde 7] tot een bedrag van € 150.000,--;

- [benadeelde 8] tot een bedrag van € 300.000,--.

De vordering van ieder minderjarig kind ( [benadeelde 17] , [benadeelde 6] en [benadeelde 9] ) kan bij wijze van voorschot worden geschat op een bedrag van € 20.000,-- en als zodanig worden toegewezen en in dezelfde zin de vordering van [benadeelde 3] tot een bedrag van

€ 85.000,--. De vorderingen worden ten aanzien van deze post voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Kosten van lijkbezorging

Op grond van artikel 51f Sv (oud) jo. artikel 6:108 BW (oud) kan degene die de kosten van een uitvaart heeft betaald voor een slachtoffer dat als gevolg van een strafbaar feit is overleden, een vordering indienen om die kosten op de verdachte in het strafproces te verhalen. [benadeelde 4] , [benadeelde 1] , [benadeelde 3] , [benadeelde 2] en [benadeelde 14] hebben de kosten van de uitvaart van respectievelijk de slachtoffers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] gevorderd en kosten die samenhangen met de lijkbezorging. Door [benadeelde 7] zijn reiskosten in verband met de uitvaart gevorderd. Deze posten zijn door de verdediging niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en zullen worden toegewezen.

Nadeel dat niet in vermogensschade bestaat/immateriële schade

Aantasting in de persoon op andere wijze; shockschade

Met artikel 6:106 BW is beoogd vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade in beperkte mate mogelijk te maken. In dat verband bepaalt artikel 6:106, lid 1, aanhef en onder b BW, - voor zover van belang - dat de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Verschillende benadeelde partijen hebben op grond van genoemd artikel een vordering tot vergoeding van shockschade ingediend ( [benadeelde 5] , [benadeelde 1] , [benadeelde 1] , [benadeelde 7] , [benadeelde 3] , [benadeelde 2] , [benadeelde 8] , [familie] (twee broers, zus, vader en moeder).

Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad kan vergoeding van immateriële schade plaatsvinden als onrechtmatig gehandeld is jegens degene bij wie door het waarnemen van het tenlastegelegde of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht waaruit geestelijk letsel voortvloeit, hetgeen zich met name zal kunnen voordoen indien iemand, tot wie de aldus getroffene in een nauwe affectieve relatie staat, bij het tenlastegelegde is gedood of gewond. Voor vergoeding van deze shockschade is nodig dat bij degene die de schade claimt sprake is van een psychiatrisch erkend ziektebeeld.

In 2009 heeft de Hoge Raad in aanvulling hierop overwogen:

“Met artikel 6:106 BW is beoogd vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade slechts in beperkte mate mogelijk te maken, in verband waarmee voor vergoeding van shockschade alleen onder strikte voorwaarden plaats is. Hiermee strookt niet het vereiste van waarneming van het ongeval of directe confrontatie met zijn ernstige gevolgen vanwege de aard of ernst van de normschending, zoals vanwege het opzettelijk begaan daarvan, terzijde te stellen of af te zwakken.”

De rechtbank ziet, mede gelet op voornoemde jurisprudentie van de Hoge Raad, geen mogelijkheden de strikte eisen die de Hoge Raad heeft gesteld aan het confrontatievereiste in deze zaak af te zwakken. Mede vanwege deze strikte eisen, die onverkort van toepassing zijn gebleven en die in de praktijk als onrechtvaardig werden ervaren omdat het voor nabestaanden zodoende zeer moeilijk was een vorm van immateriële schadevergoeding te vorderen, is de Wet Affectieschade per 1 januari 2019 in werking getreden. In deze wet is wat betreft shockschade niets opgenomen, zodat ook in de tekst van deze wet geen aanleiding is te vinden voor een ruimere interpretatie van het confrontatievereiste. Dat in een beperkt aantal gevallen in de feitenrechtspraak een ruimere uitleg is gegeven aan het confrontatievereiste maakt dat niet anders. Zonder iets af te willen doen aan het feit dat de confrontatie in het mortuarium met een geliefde die door geweld om het leven is gekomen een afschuwelijke en zeer emotionele ervaring is en de gedetailleerde berichtgeving in de media confronterend en pijnlijk, is de rechtbank van oordeel dat voornoemde gevallen waarin een ruimere uitleg is gegeven aan het confrontatievereiste zich niet laten vergelijken met de confrontatie in de onderhavige zaken.

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank de vorderingen wat betreft schade bestaande uit shockschade niet-ontvankelijk verklaart met uitzondering van de vordering van [benadeelde 1] die haar man [slachtoffer 1] kort na zijn overlijden op de plaats delict in een plas bloed heeft aangetroffen. Haar vordering zal worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van

€ 20.000,-- nu de hoogte van dat bedrag niet is betwist.

aantasting in de persoon op andere wijze; schade, niet zijnde shockschade

Zoals hiervoor overwogen is met artikel 6:106 BW beoogd vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade in beperkte mate mogelijk te maken. In dat verband bepaalt artikel 6:106, lid 1, aanhef en onder b BW, - voor zover van belang - dat de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Verschillende benadeelde partijen hebben op grond van genoemd artikel een vordering tot vergoeding van schade, niet zijnde shockschade ingediend (( [benadeelde 5] , [benadeelde 17] en [benadeelde 6] , [benadeelde 1] , [benadeelde 7] , [benadeelde 3] , [benadeelde 2] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [familie] (twee broers, zus, vader en moeder).

Verschillende raadslieden hebben gewezen op jurisprudentie van de Hoge Raad die ruimte zou laten om op grondslag van “aantasting in de persoon op andere wijze” aan de nabestaanden ook immateriële schade anders dan shockschade toe te wijzen.

Nog daargelaten het feit dat het in deze niet om bestendige jurisprudentie gaat en in geen enkel genoemd geval sprake was van nabestaanden en genoemde jurisprudentie zich dus niet laat vergelijken met de onderhavige zaak, is de rechtbank van oordeel dat het stelsel van de wet aan toekenning van andere schade dan shockschade op bedoelde grondslag in de weg staat. De wetgever heeft voor nabestaanden slechts vergoeding van bepaalde kosten mogelijk willen maken. Juist omdat het voor nabestaanden zeer moeilijk was om onder de oude wetgeving die ten tijde van onderhavig misdrijf nog van toepassing was een vorm van immateriële schadevergoeding te vorderen, is de Wet Affectieschade per 1 januari 2019 in werking getreden voor gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding. Uit het voorgaande volgt – hoe wrang ook - dat de vorderingen wat betreft deze schadepost niet-ontvankelijk zijn.

de immateriële schade betreffende de vorderingen van [slachtoffer 7] , [slachtoffer 5] en

[slachtoffer 6]

[slachtoffer 7] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] hebben vergoeding van immateriële schade, smartengeld, gevorderd. De vorderingen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] zijn op dit punt betwist, in die zin dat door de verdediging is verzocht om matiging van de gevorderde bedragen. Vast is komen te staan dat deze benadeelde partijen immateriële schade hebben geleden door de bewezen verklaarde feiten onder 2 en 3. De rechtbank ziet aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de immateriële schade voor elk van de drie voornoemde vorderingen naar redelijkheid en billijkheid op dit moment vastgesteld kan worden op € 7.500,--. De rechtbank zal deze post tot zover toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

Proceskosten

Een aantal benadeelde partijen heeft verzocht om vergoeding van gemaakte reis- en parkeerkosten in verband met zowel het voortraject als de behandeling van de strafzaak ( [benadeelde 1] , [benadeelde 7] ). Daarnaast heeft een aantal benadeelde partijen verzocht om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand (erven [slachtoffer 2] ).

De rechtbank overweegt dat kosten die in het kader van de voegingsprocedure zijn gemaakt, zoals kosten van rechtsbijstand en reis- en parkeerkosten onder meer vanwege het bijwonen van de terechtzitting, op grond van artikel 532 Sv worden aangemerkt als proceskosten. Deze proceskosten zijn door de verdediging niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en zullen worden toegewezen.

Toekomstige schade

Door een aantal benadeelde partijen is nu al vergoeding van reiskosten ( [benadeelde 5] , [benadeelde 7] ) en kosten ten behoeve van Laumen expertise ( [benadeelde 7] , [benadeelde 3] ) gevorderd die samenhangen met een eventueel hoger beroep in de strafzaak of van mogelijke toekomstige medische (reis)kosten ( [benadeelde 5] ,

[benadeelde 7] , [benadeelde 3] , [benadeelde 2] ). Omdat op het moment van beoordeling en beslissing onzeker is of in de strafzaak hoger beroep zal worden ingesteld, noch of de medische kosten zullen worden gemaakt zal de rechtbank de benadeelde partijen in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijkheid

Indien de rechtbank vorderingen tot schadevergoeding geheel of ten dele toewijst, zal de rechtbank daarbij tevens de wettelijke rente toewijzen vanaf de datum waarop de schade is ingetreden. Nu dit moment voor de opgevoerde schadeposten verschilt, zal de rechtbank de wettelijke rente per schadepost vaststellen.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partijen aan verdachte – voor wat betreft de toegewezen bedragen – steeds de schadevergoedingsmaatregel als in artikel 36f Sr opleggen. Naar het oordeel van de rechtbank staat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf aan het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel niet in de weg. De regelgeving rondom de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in aanmerking nemend, kan en mag de rechtbank veronderstellen dat gratiëring op enig moment kan plaatsvinden. De gelijktijdige oplegging van een levenslange gevangenisstraf en het bepalen van gijzeling op grond van het vijfde lid van artikel 36f Sr bij de schadevergoedingsmaatregel is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met het recht. De duur van de gijzeling beloopt maximaal één jaar in totaal voor alle toegewezen vorderingen. De rechtbank bepaalt bij de oplegging van de onderhavige maatregel per vordering de duur van de gijzeling die ingevolge artikel 6:4:20 Sv kan worden toegepast. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze betalingsverplichting worden aangevuld met na te noemen dagen gijzeling per toegewezen vordering.

Waar in het navolgende niet tot integrale toewijzing noch afwijzing van vorderingen wordt beslist, kondigt de rechtbank aan dat in die gevallen de benadeelde partijen in de vordering voor het meerdere niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partijen kunnen hun vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vorderingen

De vorderingen ten aanzien van feit 1:

- [benadeelde 4]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering geheel toewijsbaar is, tot het totaal bedrag van € 42.801,63. Dit betreft kosten van lijkbezorging € 32.063,12 en proceskosten € 10.738,51. Wat betreft de kosten van rechtsbijstand overweegt de rechtbank dat in beginsel aangesloten wordt bij het liquidatietarief voor civiele zaken. De rechtbank ziet echter aanleiding om de daadwerkelijk gemaakte kosten toe te wijzen nu de raadsman van de benadeelde partijen [benadeelde 4] en [slachtoffer 2] deze kosten deugdelijk heeft onderbouwd en uitvoerig heeft toegelicht. De rechtbank zal conform het verzoek bij de vorderingen van [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [slachtoffer 2] en [benadeelde 6] elk een vierde deel van de totale kosten rechtsbijstand toewijzen.

- [benadeelde 5]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 112.553,51.

Dit betreft de posten gederfd levensonderhoud geschat op een bedrag van € 100.000,-- bij wijze van voorschot, factuur Laumen € 1.815,-- en proceskosten (rechtsbijstand) € 10.738,51. Nu de rechtbank het verzoek van de raadsman om de deskundige ter zitting aanwezig te laten zijn heeft afgewezen zal deze schadepost worden afgewezen.

De gevorderde posten die zien op toekomstige kosten (reiskosten en medische kosten), evenals de posten shockschade en smartengeld en het gederfd levensonderhoud voor zover dat hierboven niet is toegewezen, zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren.

- [benadeelde 17]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 30.738,51. Dit betreft gederfd levensonderhoud geschat op een bedrag van € 20.000,-- bij wijze van voorschot en proceskosten (rechtsbijstand) € 10.738,51.

Nu de deskundige niet ter zitting aanwezig is geweest zal deze schadepost worden afgewezen. De post die ziet op smartengeld niet zijnde shockschade zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren, evenals het gederfd levensonderhoud voor zover hierboven niet is toegewezen.

- [benadeelde 6]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 30.378,51. Dit betreft de posten gederfd levensonderhoud geschat op een bedrag van € 20.000,-- bij wijze van voorschot en proceskosten (rechtsbijstand) € 10.738,51. Nu de deskundige niet ter zitting aanwezig is geweest zal deze schadepost worden afgewezen. De post die ziet op smartengeld niet zijnde shockschade zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren, evenals het gederfd levensonderhoud voor zover hierboven niet is toegewezen.

- [benadeelde 1]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 70.686,46. Dit betreft kosten van lijkbezorging € 10.424,95 (de posten notaris, uitvaart monniken en grafsteen), het gederfd levensonderhoud geschat op een bedrag van € 40.000,-- bij wijze van voorschot en de immateriële schade (shockschade) € 20.000,--. De post proceskosten (reis- en parkeerkosten) wordt toegewezen tot een bedrag van € 261,51 en is voor het overige niet ontvankelijk nu dit overige deel ziet op reiskosten ten behoeve van de zitting op [geboortedatum 5] 2020, terwijl op deze datum geen zitting heeft plaatsgevonden.

De gevorderde post die ziet op medische kosten van € 339,48, als ook het gederfd levensonderhoud voor het overige deel, zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren.

- [benadeelde 1]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering in het geheel niet-ontvankelijk is.

- [benadeelde 7]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 153.661,45. Dit betreft de kosten van lijkbezorging (reis- en parkeerkosten uitvaart) € 25,--, het gederfd levensonderhoud geschat op een bedrag van € 150.000,-- bij wijze van voorschot (waarbij het overige deel niet ontvankelijk zal worden verklaard), de factuur van Laumen € 2.814,33 en de proceskosten (reis- en parkeerkosten) € 822,12.

De opgevoerde post van € 4.185,67 betreffende kosten vaststelling schade ( Laumen ) extra, de reis- en parkeerkosten (medisch) € 331,35, evenals de posten shockschade en smartengeld niet zijnde shockschade zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren.

De post medische kosten betreft toekomstige schade en wordt daarom, onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten, ook niet ontvankelijk verklaard.

- [benadeelde 3]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 85.099,--. Dit betreft het gederfd levensonderhoud geschat op een bedrag van € 85.000,-- bij wijze van voorschot (waarbij het overige deel niet ontvankelijk zal worden verklaard) en de kosten van lijkbezorging van € 99,--. Nu de schadepost factuur van Laumen al is toegewezen bij [benadeelde 7] zal deze schadepost hier worden afgewezen.

De andere opgevoerde post van € 4.185,67 betreffende kosten vaststelling schade ( Laumen ) extra, evenals de posten shockschade en smartengeld niet zijnde shockschade zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren.

De post medische kosten betreft toekomstige schade en wordt daarom, onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten, eveneens niet ontvankelijk verklaard.

- [benadeelde 2]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk wat betreft kosten van lijkbezorging € 2.070,--.

De posten reiskosten medische behandelingen (€ 219,84), shockschade en smartengeld niet zijnde shockschade zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren.

De overige opgevoerde reis- en parkeerkosten (€1.780,16) alsmede de post medische kosten betreffen toekomstige schade en worden daarom, onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten, eveneens niet ontvankelijk verklaard.

- [benadeelde 8]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 321.815,--. Dit betreft inkomensschade geschat op een bedrag van € 320.000,-- bij wijze van voorschot (ten aanzien van [benadeelde 8] en [benadeelde 9] respectievelijk € 300.000,-- en € 20.000,--) en de factuur Laumen van € 1.815,--.

De posten shockschade en andere immateriële schade zal de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren.

- [benadeelde 9]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering niet-ontvankelijk is wat betreft de gevorderde immateriële schade en afgewezen zal worden wat betreft de factuur Laumen nu deze schadepost al is toegewezen bij [benadeelde 8] .

- [benadeelde 10]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering in het geheel niet-ontvankelijk is.

- [benadeelde 11]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering in het geheel niet-ontvankelijk is.

- [benadeelde 12]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering in het geheel niet-ontvankelijk is.

- [benadeelde 13]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering in het geheel niet-ontvankelijk is.

- [benadeelde 14]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 14.305,--. Dit betreft de kosten van lijkbezorging € 14.305,--.

De gevorderde medische kosten (€ 623,78), als ook de gevorderde shockschade en andere immateriële schade zal de rechtbank onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten niet ontvankelijk verklaren.

De vorderingen ten aanzien van de feiten 2 en 3:

- [slachtoffer 5]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 10.076,80. Dit betreft de posten contant geld € 450,--, proceskosten € 2.126,80 en de immateriële schade tot een bedrag van € 7.500,--. Zoals onder de algemene uitgangspunten reeds uiteengezet zal de rechtbank de post alarmsysteem en de overige immateriële schade niet ontvankelijk verklaren.

- [slachtoffer 7]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering (deels) toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 9.281,49. Dit betreft de posten behandeling psychisch trauma € 1.781,49 en de immateriële schade tot een bedrag van € 7.500,--. Zoals onder de algemene uitgangspunten reeds uiteengezet zal de rechtbank de posten alarmsysteem, kosten inwoning en de overige immateriële schade niet ontvankelijk verklaren.

- [slachtoffer 6]

Onder verwijzing naar voornoemde algemene uitgangspunten komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering geheel toewijsbaar is, namelijk tot een bedrag van € 7.580,60, inhoudende de reiskosten medisch van € [nummer 14] ,96, de proceskosten (reiskosten advocaat) van

€ 3,64 en de immateriële schade van € 7.500,--.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen en op de artikelen 57 en 60a Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair in de eerste plaats, 1 primair in de tweede plaats, 1 primair in de derde plaats, 1 primair in de vierde plaats en het onder feit 2, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair in de eerste plaats, primair in de tweede plaats, primair in de derde plaats, primair in de vierde plaats en het onder feit 2, feit 3 en feit 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair in de eerste plaats, 1 primair in de tweede plaats, 1 primair in de derde plaats en 1 primair in de vierde plaats

telkens het misdrijf: medeplegen van moord;

feit 2

het misdrijf: poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven

en beroofd houden, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair in de eerste plaats, 1 primair in de tweede plaats, 1 primair in de derde plaats, 1 primair in de vierde plaats en het onder feit 2, feit 3 en feit 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een levenslange gevangenisstraf;

schadevergoeding

- bepaalt dat de na te noemen benadeelde partijen (feit 1) in het geheel niet-ontvankelijk zijn in de vordering, en dat de benadeelde partijen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

- [benadeelde 1] ;

- [benadeelde 10] ;

- [benadeelde 12] ;

- [benadeelde 11] ;

- [benadeelde 13] ;

- [benadeelde 15] ;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de na te noemen benadeelde partijen (feit 1) van na te noemen bedragen:

- aan [benadeelde 4] :

- € 23.385,-- ( kosten uitvaart), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

23 november 2018;

- € 5.350,62 ( kosten grafzerk), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2019;

- € 3.327,50 ( kosten details monument), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

1 april 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 10.738,51, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- aan [benadeelde 5] :

- € 100.000 ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening;

- € 1.815,-- ( factuur Laumen ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2020;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 10.738,51, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- aan [benadeelde 17] :

- € 20.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 10.738,51, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- aan [benadeelde 6] :

- € 20.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 10.738,51, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- aan [benadeelde 1] :

- € 3.400,-- ( grafsteen), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2019;

- € 1.800,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 november 2018;

- € 1.500,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2019;

- € 1.200,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019;

- € 700,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2019

- € 1.824,95 ( notaris), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019;

- € 40.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening;

- € 20.000,-- ( shockschade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 261,51, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- aan [benadeelde 7] :

- € 25,-- ( reis- en parkeerkosten uitvaart), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2018;

- € 150.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening;

- € 1.815,-- ( kosten vaststelling schade factuur 17 december 2019), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 december 2019;

- € 999,33 ( kosten vaststelling schade factuur 19 maart 2020), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 822,12, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- aan [benadeelde 3] :

- € 85.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening;

- € 99,-- ( kosten lijkbezorging), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2019;

- aan [benadeelde 2] :

- € 2.070,-- ( kosten lijkbezorging), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

27 november 2018;

- aan [benadeelde 8] :

- € 320.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening;

- € 1.815,-- ( factuur Laumen ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2020;

- aan [benadeelde 14] :

- € 525,-- ( kerkzaal en koffie ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

19 november 2018;

- € 3.480,-- ( catering), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2019;

- € 4.599,20 ( begrafeniskosten), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2019;

- € 1.600,-- ( factuur begraafplaats), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

11 januari 2019;

- € 975,-- ( factuur begraafplaats), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

22 december 2018;

- € 1.250,-- ( factuur begraafplaats), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

22 november 2018

- € 676,-- ( rekening), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2018;

- € 1.200,-- ( giften), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 december 2018;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de na te noemen benadeelde partijen (feit 2 en 3)

van na te noemen bedragen:

- aan [slachtoffer 5] :

- € 450,-- ( contant geld), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2018;

- € 7.500,-- ( immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

7 november 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 2.126,80, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- aan [slachtoffer 7] :

- € 1.356,25 ( kosten psychologische behandeling), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2019;

- € 425,24 ( kosten psychologische behandeling), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2019;

- € 7.500,-- ( immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

7 november 2018;

- aan [slachtoffer 6] :

- € [nummer 14] ,96 ( reiskosten medisch), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2019;

- € 7.500 ( immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 3,64, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

hoofdelijkheid

- voor voornoemde toegewezen bedragen geldt telkens voor zover dit bedrag niet door een

mededader zal zijn voldaan;

schadevergoedingsmaatregel

- legt ten aanzien van de na te noemen vorderingen de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van na te noemen bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente, telkens vanaf na te noemen datum, ten behoeve van de betreffende benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van na te noemen aantal dagen kan worden toegepast, (een en ander telkens voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- aan [benadeelde 4] :

- € 23.385,-- ( kosten uitvaart), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

23 november 2018;

- € 5.350,62 ( kosten grafzerk), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2019;

- € 3.327,50 ( kosten details monument), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

1 april 2019;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 20, 3 en 2 dagen kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 5] :

- € 100.000 ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

13 november 2018;

- € 1.815,-- ( factuur Laumen ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2020;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 33 en 2 dagen kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 17] :

- € 20.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van 25 dagen kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 6] :

- € 20.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van 25 dagen kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 1] :

- € 3.400,-- ( grafsteen), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2019;

- € 1.800,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 november 2018;

- € 1.500,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2019;

- € 1.200,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019;

- € 700,-- ( uitvaart monniken ceremonie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2019

- € 1.824,95 ( notaris), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019;

- € 40.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- € 20.000,-- ( shockschade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 3, 2, 2, 2, 1, 2, 10 en 8 dagen kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 7] :

- € 25,-- ( reis- en parkeerkosten uitvaart), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2018;

- € 150.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- € 1.815,-- ( kosten vaststelling schade factuur 17 december 2019), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 december 2019;

- € 999,33 ( kosten vaststelling schade factuur 19 maart 2020), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2019;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 1, 30, 2 en 2 dag(en) kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 3] :

- € 85.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- € 99,-- ( kosten lijkbezorging), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2019;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 29 en 1 dag(en) kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 2] :

- € 2.070,-- ( kosten lijkbezorging), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

27 november 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 8] :

- € 320.000,-- ( gederfd levensonderhoud) geschat bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2018;

- € 1.815,-- ( factuur Laumen ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2020;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 48 en 2 dagen kan worden toegepast;

- aan [benadeelde 14] :

- € 525,-- ( kerkzaal en koffie ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

19 november 2018;

- € 3.480,-- ( catering), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2019;

- € 4.599,20 ( begrafeniskosten), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2019;

- € 1.600,-- ( factuur begraafplaats), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

11 januari 2019;

- € 975,-- ( factuur begraafplaats), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

22 december 2018;

- € 1.250,-- ( factuur begraafplaats), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

22 november 2018

- € 676,-- ( rekening), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2018;

- € 1.200,-- ( giften), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 december 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 1, 5, 7, 4, 1, 3, 1 en 3 dag(en) kan worden toegepast;

- aan [slachtoffer 5] :

- € 450,-- ( contant geld), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2018;

- € 7.500,-- ( immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

7 november 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 1 en 19 dag(en) kan worden toegepast;

- aan [slachtoffer 7] :

- € 1.356,25 ( kosten psychologische behandeling), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2019;

- € 425,24 ( kosten psychologische behandeling), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2019;

- € 7.500,-- ( immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

7 november 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 2, 1 en 17 dagen kan worden toegepast;

- aan [slachtoffer 6] :

- € [nummer 14] ,96 ( reiskosten medisch), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2019;

- € 7.500 ( immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2018;

- en bepaalt dat gijzeling voor de duur van resp. 1 en 19 dag(en) kan worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van vorenbedoelde bedragen daarmee de verplichting van veroordeelde om aan de betreffende benadeelde partij dat bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de betreffende benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat na te noemen benadeelde partijen voor het overige deel niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen, en dat de benadeelde partijen de vorderingen voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

- [benadeelde 5] ;

- [benadeelde 17] ;

- [benadeelde 6] ;

- [benadeelde 1] ;

- [benadeelde 7] ;

- [benadeelde 3] ;

- [benadeelde 2] ;

- [benadeelde 8] ;

- [benadeelde 14] ;

- [slachtoffer 5] ;

- [slachtoffer 7] ;

- bepaalt dat de vordering van [benadeelde 9] voor het deel dat ziet op de immateriële schade niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- wijst de vorderingen van na te noemen benadeelde partijen voor het overige deel af;

- [benadeelde 3] ;

- [benadeelde 9] ;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer na te noemen inbeslaggenomen voorwerpen:

- wapen alarmpistool RG (IT1.01.02.004);

- wapens/toebehoren knalpatronen Walther in doosje (IT1.01.02.005);

- wapens/toebehoren .22 huls (IT1.01.02.006);

- vuurwapens toebehoren, schoonmaakset vuurwapens in kistje (IT 1.04.01.013);

- munitie-kogelpatroon, scherpe kogel/patroon (NT1.03.03.001);

- munitie: .22 munitie (FK-549-H.1);

- gelast de teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende is aan te merken van de spuitfles Super Finn, de kentekenplaten en de M&M toilettas (IT1.06.02.001).

Dit vonnis is gewezen door mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes en mr. M. A. H. Heijink rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek en

D. A. C. Brockötter, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2020.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Litouwen

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer ONRAB18013 (onderzoek Litouwen).Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 438 – 443 met fotobladen 446 - 457:

Het kenteken [kenteken 1] werd op 21 oktober 2013 afgegeven voor een zwarte Volkswagen Golf diesel. Dit kenteken werd op 8 november 2018 te 14.01 uur ten name gesteld van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1961, wonende [adres 1] . [verdachte] is de vader van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Dit kenteken werd op 13 november 2018 te 11.57 uur te Hengelo (O) ten name gesteld van [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 4] 1988, wonende [adres 8] . [medeverdachte 2] is een broer van [medeverdachte 1] .

Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen bekeek ik de veiliggestelde camerabeelden van perceel [nummer 1] te Hengelo. Voornoemde Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] is ook gezien op de camerabeelden van de Lipperkerkstraat [nummer 3] te Enschede. De locatie [adres 1] te Hengelo is een flat. Camera 2 geeft zicht op de parkeerplaats van verdachte [medeverdachte 1] (P-plaats nr. [nummer 1] ).

Tijdens het uitkijken van deze camerabeelden zag ik, dat de zwarte Volkswagen Golf die telkens op parkeerplaats [nummer 1] wordt geparkeerd, zeer sterk overeenkomt met de uiterlijke kenmerken van de zwarte VW Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1] , die op de camerabeelden van de Lipperkerkstraat [nummer 3] te Enschede is gezien.

Ik heb de volgende overeenkomsten vastgesteld:

Het betreft een vierdeurs hatchback model, merk Volkswagen type Golf modelserie 7, kleur zwart.

Dit voertuig heeft opvallende zwarte 5-dubbelspaak lichtmetalen velgen met chroom kleurige gepolijste accenten op de contouren van spaken en velgrand, met een rond embleem op de naaf. De achterruiten van deze Golf zijn donkerder getint dan de beide zijruiten aan de voorzijde en de voorruit zelf.

Op dinsdag 13 november 2018 om 12:56:55 uur (Atoomtijd: vanaf hier worden alleen de werkelijke tijden genoemd) lopen 3 mannen (zie foto 3) in de richting van de zwarte VW Golf die geparkeerd staat op parkeervak [nummer 1] . De persoon met groen petje, donkerblauwe jas met capuchon, blauwe spijkerbroek en lichtbruine schoenen stapt aan de bestuurderszijde in de zwarte WV Golf. De andere twee personen blijven op ruime afstand van de auto wachten op de rijstrook voor in- en uitrijdend bezoek van deze parkeerplaats. Een van deze twee personen draagt een petje, heeft gezichtsbeharing (baard en snor), corpulent figuur en opvallend lichte (witte) schoenen. De andere persoon met donker bruine jas, zonder hoofd bedekking en gedeeltelijke haargroei, lijkt ouder te zijn en heeft een klein gedrongen postuur. Op het moment dat de toegangspoort opent loopt de oudere man naar buiten. Nadat de auto achterwaarts buiten de poort is gereden stappen beide mannen in de VW Golf. De oudere man neemt rechts achterin de auto plaats om 12:58:05 uur. De dikkere man met petje en lichte (witte) schoenen stapt in op de bijrijdersplaats.

Op dinsdag 13 november 2018 om 12:58:14 uur rijdt de Volkswagen Golf met daarin drie mannen weg. Signalementsomschrijving van deze 3 personen:

1. Oudere man: Heeft als enige geen hoofdbedekking. Donkere haargroei op achterhoofd kalende kruin met een brede strook haar dwars over het midden van de schedel. Geen baard bril of snor. Donker bruine jas tot over de heupen, daaronder een lichtere kleur bruin kledingstuk, bruine pantalon, licht bruine/beige schoenen met bruine (spek)zool. Klein gedrongen postuur. Leeftijd 50-60 jaar.

Aan de hand van OT foto’s heb ik deze persoon herkend als zijnde [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1961 te [geboorteplaats 1] [land] .

2. Corpulente jongeman met zwart petje en klep naar voren gericht. Dik vol gezicht. Dun baardje met snor en donkere wenkbrauwen. Zwart leren jas tot over de heupen met zwarte bontkraag, Daaronder een donker vest. Blauwe spijkerbroek. Witte sportschoenen (gympen). Fors postuur en corpulent. Deze persoon is duidelijk de dikste van deze drie mannen en heeft opvallend dikke bovenbenen. Stapt in op bijrijdersplaats nadat zijn vader als eerste achterin is gaan zitten. Leeftijd 25-35 jaar.

Aan de hand van OT foto’s heb ik deze persoon herkend als zijnde [medeverdachte 2] geboren op [geboortedatum 4] 1988 te [geboorteplaats 2] [land] .

3. Jongeman met groene pet met klep naar voren gericht. Donker blauwe parka met capuchon en kraag

Blauwe spijkerbroek. Lichtbruine schoenen met zwarte accenten op de hiel. Slank normaal postuur. Hij lijkt de langste van deze drie personen te zijn. Hij neemt in de auto plaats en is de chauffeur.

Leeftijd 25-35 jaar.

Aan de hand van OT foto’s heb ik deze persoon herkend als zijnde [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 5] -1986 te [geboorteplaats 1] [land] .

Op dinsdag 13-11-2018 om 15:05:36 uur lopen twee mannen, die buiten de toegangspoort zijn uitgestapt en die ik herken als [verdachte] en [medeverdachte 2] door de zich openende poort, het parkeerterrein aan de achterzijde van de flat aan de [adres 1] te Hengelo op. [verdachte] en [medeverdachte 2] lopen direct door in de richting van de flat, De zwarte VW Golf staat op de rijbaan buiten de poort te wachten tot dat deze ver genoeg geopend is voordat hij het parkeerterrein kan oprijden. Om 15:05:41 uur staat de VW Golf weer op de vaste parkeerplaats [nummer 1] . [verdachte] draagt dezelfde kleding en dezelfde licht bruine/beige schoenen als waar hij mee weg ging. [medeverdachte 2] draagt ook dezelfde kleding en dezelfde witte schoenen als waar hij mee weg ging. Zijn jas hangt open en daardoor krijg je zicht op een zwart vest met dikke ritssluiting dat hij daaronder draagt. Op zijn donkere pet met klep naar voren gericht is een klein licht embleem zichtbaar, iets boven de klep en zijn linkeroog. [medeverdachte 1] heeft tijd nodig om de auto te parkeren en heeft de jas half open, waardoor zijn lichtbruine onderkleding (trui o.i.d.) met witte print op de borst even kort zichtbaar is. Op het groene petje met klep naar voren gericht, is op het voorhoofd en op de klep een wit (licht) logo zichtbaar. Hij draagt dezelfde lichtbruine schoenen als waarmee hij vertrokken is. De zwarte VW Golf met uiterlijke kenmerken gelijk aan de zwarte VW Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1] wordt weer op dezelfde parkeerplaats gestald. Volgens de plattegrond is dat parkeervak [nummer 1] .

Op dinsdag 13.11.2018 omstreeks 15:38:11 uur lopen [verdachte] en [medeverdachte 1] met een petje achterste voren op zijn hoofd naar de VW Golf in parkeervak [nummer 1] . [verdachte] draagt een zwart colbertjasje, hesje en zwarte pantalon met zwarte lage schoenen en een wit/lichtkleurig overhemd met stropdas. Hij draagt in zijn rechterhand een grote dikke weekendtas, kleur wit met dikke zwarte horizontale strepen en paarsrode handvaten. De horizontale strepen op de buitenkant lopen door over de achterkant. De tas lijkt gezien zijn lichaamshouding (tegenhangen naar links) zwaar te zijn. Aan de hand van OT foto’s heb ik de persoon met wit met rood petje herkend als zijnde [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 5] -1986 te [geboorteplaats 1] [land] . Hij draagt een kort model donkerkleurig (bruin of zwart) glimmend jasje tot op de heupen. Daaronder een zwarte pantalon en donkere lage schoenen. Hij draagt in de rechterhand een grote witte (lichtkleurige) bigshopper met op de zichtkant een groot rood en meerkleurig hartmotief en een zwarte tas daarachter. Te zien is op de beelden hoe de persoon met petje de achterklep opent en hoe beide personen hun tassen in de kofferbak stoppen. De persoon met petje loopt naar de bestuurderskant, opent het portier en gaat daar om 15:38:30 uur (foto 17) gehurkt zitten. Het duurt 13 seconden voordat deze persoon weer om 15:38:43 uur (foto 18) overeind komt. [verdachte] blijft ondertussen bezig in de kofferruimte van de Golf en doet de achterklep weer dicht terwijl hij een donkere kledinghoes over zijn linker onderarm draagt. Hij maakt vervolgens het linker achterportier open en legt de kledinghoes op de achterbank. Hij opent nog enkele keren de achterklep en pakt daar iets uit. Uiteindelijk gaat de persoon met petje achter het stuur zitten, terwijl [verdachte] naar het hek loopt.

De auto wordt achteruit gereden tot buiten de poort. Daar stapt [verdachte] rechts voorin op de bijrijdersplaats en vertrekken beide personen om 15:40:32 uur met deze auto.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1811 – 1812 met fotoblad 1813:

Tijdens het uitkijken van de camerabeelden van de Hengelosestraat [nummer 4] te Enschede zie ik

verbalisant op 13 november 2018 om 13.11.22 uur een zwarte VW Golf in beeld die vanuit de richting Hengelo komt rijden en door rijdt over de Hengelosestraat in de richting van de Boddenkampsingel.

Tijdens het uitkijken van de camerabeelden van de Hengelosestraat [nummer 4] te Enschede zie ik

verbalisant op 13 november 2018 om 14.53.04,14.53.07 en 14.53.08 uur een zwarte VW Golf in beeld die vanuit de richting van de kruising met de Boddenkampsingel komt rijden en door rijdt over de Hengelosestraat in de richting van Hengelo. Op de beelden is te zien dat de VW Golf vanaf de Boddenkampsingel rechtsaf slaat en zijn weg vervolgd over de Hengelosestraat in de richting van Hengelo. Zie de screenshots hieronder.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1854 - 1856:

Inzake het onderzoek Litouwen heb ik een onderzoek ingesteld aan de mij verstrekte gevorderde bewegende camerabeelden van [supermarkt] , gevestigd op adres [adres 9] . Ik zag dat op dinsdag 13 november 2018 om 13:17:40 uur, rijdend over de Oliemolensingel, een donkerkleurig voertuig naderde, komend uit de richting van de Hoge Bothofstraat en gaand in de richting van de Lage Bothofstraat.

Vervolgens zag ik dat, op dinsdag 13 november 2018 om 13:32:56 uur, rijdend over de

Oliemolensingel en komend uit de richting van de Lage Bothofstraat, een donkerkleurig voertuig deze cameralocatie passeerde, dat overeenkomsten vertoonde met de kenmerken van de zwarte Volkswagen Golf omschreven in proces-verbaal nummer 385, zie foto 3 en 4.

Voorts zag ik, dat op dinsdag 13 november 2018 om 14:15:55 uur, rijdend over de Oliemolensingel, een donkerkleurig voertuig passeerde, komende uit de richting van de Hoge Bothofstraat en gaande in de richting van de Lage Bothofstraat, zie foto 5 en 6.

Tenslotte zag ik, dat op dinsdag 13 november 2018 om 14:48:19 uur, rijdend over de

Oliemolensingel komend uit de richting van de Lage Bothofstraat, een donkerkleurig voertuig naderde, dat overeenkomsten vertoonde met de kenmerken van de zwarte Volkswagen Golf omschreven in proces-verbaal nummer 385, zie foto 7 en 8. Dit voertuig verdween in de richting van de Laaressingel te Enschede.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 10, 1073, 1076 – 1077 en fotobladen 1078 – 1079, 1081, 1085 – 1089:

In dit proces-verbaal worden alleen de bevindingen beschreven over de camerabeelden van de op adres Lage Bothofweg [nummer 2] te Enschede die zijn gemaakt op dinsdag 13 november 2018 tussen 08:00 uur en 16:00 uur. Door mij is met name gekeken of de zwarte Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kenteken 1] welke ook meerdere keren is gezien op camerabeelden van Lipperkerkstraat [nummer 3] , op deze locatie voorbij komt rijden. Deze zwarte Volkswagen Golf, type 7, model 5-deurs hatchback, gebouwd tussen 2012 en 2017 voorzien van het kenteken [kenteken 1] , is gemakkelijk te herkennen aan achtereenvolgens

1. grote zwarte 17 of 18 inch 5-dubbelspaak lichtmetalen velgen;

2. vanaf de B-stijl zijn de achterste zijruiten en achterruit donkerder getint, een soort privacy glas

3. opvallende fel rode remklauwen op zowel de voor- als achterwielen.

Juist deze combinatie van specifiek dit model grote lichtmetalen velgen (van een AUDI A3) en de aanwezigheid van rode remklauwen en donker getinte ramen vanaf de B-stijl, maakt deze auto uniek in zijn soort en komt niet heel vaak voor.

De zwarte Volkswagen Golf die op de foto's in korte tijd vier keer in beeld komt van deze camera (aan de Lage Bothofstraat [nummer 2] in Enschede) is een en hetzelfde voertuig, gelet op de bijzondere kenmerken als kleur, 5-deurs model hatchback, grote 5 dubbelspaak velgen, rode remklauwen en getinte achterste portierramen en achterruit. Bovendien vertoont dit voertuig zeer sterke overeenkomsten met de zwarte Volkswagen Golf kenteken [kenteken 1] die op dinsdag 13 november 2018 is gesignaleerd op de Lipperkerkstraat en een soortgelijk voertuig diezelfde middag op de [adres 1] te Hengelo (O).

In chronologische volgorde zijn hieronder eerst het juiste omgerekende tijdstip in uur-minuten- seconden met daarna het/de fotonummer(s) opgesomd. In het bijzonder vielen mij de volgende voertuigen op:

13:18:39 uur zwarte VW Golf richting PD met inzet de unieke velg en rode remklauw (foto 3)

13:18:40 uur zwarte VW Golf rijdt richting PD (foto 4, 5 en 6)

13:24:57 uur witte Mercedes-Benz bestelbus opschrift [opschrift] (foto 9)

13:24:58 uur witte Mercedes-Benz bestelbus opschrift [opschrift] (foto 10 en 11)

13:33:05 uur zwarte VW Golf komende vanuit de richting PD met rode remklauw (foto 12 13 en 14)

13:59:11 uur Ford Mondeo komende vanuit de richting PD (foto 15, 16 en 17)

14:16:58 uur zwarte VW Golf rijdend richting PD ingezoomd (foto 21, 22 en 23, 24, 25)

14:16:59 uur zwarte VW Golf rijdend richting PD: rode remklauw voor (foto 26)

14:16:59 uur zwarte VW Golf rijdend richting PD ingezoomd: voorin twee petjes (foto 27, 28 en 29)

14:48:00 uur zwarte VW Golf komende vanuit de richting PD (foto 30, 31, 32 en 33)

14:48:01 uur zwarte VW Golf komende vanuit de richting PD: rode remklauw achter (foto 34 en 35)

13:18:39 uur de zwarte VW Golf rijdt voor het eerst die middag in de richting van de PD

13:33:05 uur komt de zwarte VW Golf vanuit de richting PD terug rijden.

14.16:59 uur rijdt de zwarte VW Golf voor de tweede keer in de richting van de PD

14:48:00 uur komt de zwarte VW Golf voor de laatste keer vanuit richting PD voorbij rijden.

Foto 27 - 29: 14:16:59 uur zwarte VW Golf rijdend richting PD ingezoomd voorin twee petjes.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 407 – 410:

Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen bekeek ik de veiliggestelde camerabeelden van perceel Lipperkerkstraat [nummer 3] te Enschede. Ik bekeek de beelden tussen 13.00 uur en 15.00 uur. Ik lette daarbij in het bijzonder op een zwarte VW Golf. De camera van de Lipperkerkstraat [nummer 3] maakt continu opnamen van deze straat in de richting van de T-kruising met de Snelliusstraat. De camera is bevestigd aan de gevel van perceel [nummer 3] en brengt de gehele breedte van de Lipperkerkstraat, inclusief de beide trottoirs en parkeervakken in beeld. Tijdens het uitkijken van de camerabeelden van de Lipperkerkstraat [nummer 3] te Enschede zie ik verbalisant op 13 november 2018 om 13.18.48 uur een zwarte VW Golf in beeld die in de richting van de Snelliusstraat rijdt. Op 13 november 2018 om 13.30.25 uur komt er een soortgelijke zwarte VW Golf in beeld die uit de richting van de T-kruising met de Snelliusstraat komt rijden. Op 13 november 2018 om 14.17.12 uur komt er een soortgelijke zwarte VW Golf in beeld die in de richting van de T-kruising met de Snelliusstraat rijdt. Op 13 november 2018 om 14.45.47 uur komt een soortgelijke zwarte VW Golf in beeld die uit de richting van de T-kruising met de Snelliusstraat komt rijden. Wanneer het beeld wordt stil gezet is op foto 1 en foto 2 het kenteken NH 204 R te ontcijferen.

Daarnaast heeft deze Volkswagen de volgende kenmerken. Het betreft een vier deurs model met opvallende sportvelgen met dubbele spaken. De achterruiten van deze Golf lijken getint te zijn en het voertuig heeft aan de achterzijde een dakspoiler. Om deze kenmerken te kunnen onderscheiden heb ik de beelden veelvuldig op diverse momenten op pauze gezet en aan de hand van de stilstaande beelden deze constateringen gedaan.

Ik vergeleek de hiervoor omschreven kenmerken van de VW Golf op de camerabeelden met de 3 hieronder staande foto opnamen die recentelijk tijdens observatie van de Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1] zijn gemaakt. Daarbij viel mij op dat deze kenmerken sterk overeen komen zoals is te zien op de drie foto’s die tijdens de observatie van de VW Golf zijn gemaakt.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 925 – 927:

Ik bekeek de camerabeelden van [restaurant] , gevestigd [adres 11] te Enschede van 13 november 2018 tussen 13.00 uur en 15.00 uur. Om 13.43.13 uur zag ik dat drie personen uit het bedrijfspand naast [restaurant] komen. Dit betreft het bedrijf [woonwinkel] , [adres 10] Enschede. Deze drie personen lopen in de richting van [restaurant] en gaan daar naar binnen. Deze drie personen herken ik als de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] . Ik herken hun aan de gedragen kleding, hun postuur en uiterlijk, zoals omschreven in het proces-verbaal met nummer 745 (uitkijken camerabeelden [adres 1] Hengelo). Ook herken ik de drie personen van de verdachtenfoto’s die van hun zijn gemaakt. Om 13.43.39 uur lopen de mannen naar de entree van [restaurant] en gaan daar naar binnen. Om 13.43.42 uur komen de mannen binnen. Vanaf 14.07.44 uur verlaten de mannen [restaurant] en lopen naar rechts in de richting van de Hengelosestraat.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 10, 1091 – 1093:

Door mij werden deze aan mij ter beschikking gestelde bewegende beelden van de [bouwmarkt]

uitgekeken vanaf 13 november 2018 vanaf 13.00 uur tot einde beeldmateriaal te 15.03.42 uur.

De camera van de [bouwmarkt] is gericht op de parkeerplaats voor de hoofdingang. Een deel van de openbare rijbaan de Schuttersveld is te zien. Aan de overzijde van die rijbaan is de [restaurant] gevestigd. Deze is op de camerabeelden niet te zien.

Te 14.09.22 uur ( systeemtijd 14.08.07 uur) Vanuit links verschijnt een Volkswagen type Golf, 7-serie, in beeld. De auto heeft geblindeerde achterramen en heeft zogenoemde 5 dubbelspaak-ster design velgen. Het voertuig is voorzien van 5 portieren.

Op het dak is aan de achterzijde een korte antenne te zien. Foto 1

Te 14.09.25 uur ( systeemtijd 14.08.10 uur) Het kenteken wordt zichtbaar. De letters en cijfers [kenteken 1] is te zien. Foto 2 De Volkswagen Golf slaat op de parkeerplaats linksaf in de richting van de rijbaan van de Schuttersveld.

Te 14.09.33 uur (systeemtijd 14.08.18 uur) De Volkswagen Golf slaat op de Schuttersveld linksaf in de richting van de Hengelose straat.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1732 – 1733, met fotoblad 1734:

Met behulp van de camerabeelden werd onder andere een onderzoek ingesteld naar de kenmerken van de door de verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] op 13 november 2018 kort voor en na het tijdstip plegen feit gedragen kleding. Uit dit onderzoek is onder andere naar voren gekomen wat voor kleding de verdachte [medeverdachte 1] droeg. Deze bevindingen werden vastgelegd in een proces-verbaal.

De verdachte [medeverdachte 1] was gekleed in:

• een groene pet met gebogen klep. Midden aan de voorzijde zit een wit logo en op de klep zit een rond logo

• een donkerblauwe parkajas tot over de heupen met capuchon, donkere binnen voering en rood veterkoord op de linker bovenarm

• een lichtbruine/gele trui met ronde hals, lange mouwen en een witte (tekst)print op de borst;

• een donkerblauwe spijkerbroek met smalle pijpen en op kniehoogte opgenaaide zakken en

• lichtbruine halfhoge schoenen of enkellaarzen met zwarte accenten rond de bovenzijde van de hielronding . Op de buiten-hiel panden van de schoenen zit een klein rood vierkant embleem

• Verder draagt hij een geel-rood-wit-zwart tasje op zijn rechterbovenbeen

In de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] werden foto’s (selfies) gezien, waarop hij ogenschijnlijk dezelfde of een soortgelijke groene pet, gele sweater, geel-rood-wit-zwart tasje en lichtbruine halfhoge schoenen draagt.

Door mij werden de beelden van de Lipperkerkstraat [nummer 3] van13 november 2018 nader bekeken.

Te zien is dat als de VW Golf te 14.45.46 uur uit de richting van de Snelliusstraat komt rijden een deel van de kleding van de bestuurder van deze VW Golf zichtbaar is. Te zien is dat de bestuurder een geel kledingstuk draagt met iets wits erin. Ook is te zien dat de bestuurder de autogordel draagt.

Door de weerspiegeling in de voorruit en zijruiten van de VW Golf is van de overige inzittenden niets te zien.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 791 – 794:

Dit proces-verbaal beschrijft aanvullende bevindingen van het uitkijken van deze camerabeelden op dinsdag 13 november 2018 tussen 15:37:52 uur en dinsdag 13 november 2018 te 15:40:38 uur, als [medeverdachte 1] en [verdachte] na te zijn omgekleed, voor het laatst die dag met de zwarte VW Golf vertrekken.

Om 15:38:28 uur opent [medeverdachte 1] met zijn linkerhand het linkervoorportier van de zwarte VW Golf. Om 15:38:29 uur is te zien dat [medeverdachte 1] direct gebukt gaat en om 15:38:30 uur buiten naast de auto gehurkt gaat zitten en met iets bezig is ter hoogte van de bestuurdersstoel. Het duurt tot 15:38:43 uur zijnde exact 13 seconden voordat [medeverdachte 1] weer overeind komt.

[verdachte] is al die tijd bezig geweest in de kofferruimte en heeft hij een donkere kledinghoes over zijn linker onderarm hangen als hij de achterklep om 15:38:41 uur weer sluit. Hij maakt vervolgens om 15:38:44 uur het linker achterportier open. Tegelijkertijd komt [medeverdachte 1] iets overeind en duikt naar voren dieper de Golf in en verdwijnt geheel uit beeld om 15:38:45 uur. Totdat hij omstreeks 15:39:25 uur weer achterwaarts uit de auto kruipend weer in het camerabereik komt.

[verdachte] heeft de donkere kledinghoes om 15:38:45 uur op de achterbank van de auto gelegd en is op die plek bij de auto nog even bezig. Om 15:38:53 uur loopt [verdachte] naar de achterzijde van de auto en doet daar de achterklep weer open om 15:38:55 uur. [verdachte] is vervolgens in de kofferruimte bezig, totdat hij om 15:39:04 uur de achterklep weer sluit. Hierna loopt [verdachte] terug naar het nog steeds openstaand linker achterportier. Hij heeft om 15:39:17 uur een donkere kledinghoes in zijn handen. [verdachte] loopt om 15:39:20 uur naar het eveneens nog steeds openstaand linkervoorportier en verdwijnt om 15:39:24 uur aan de linkerzijde buiten camerabereik. Om 15:39:25 uur valt ter hoogte van de bestuurdersstoel weer een gedeelte van de ontblote onderrug van [medeverdachte 1] te zien. En om 15:39:27 uur komt [medeverdachte 1] , voorover gebukt aan bestuurderszijde half in de auto hangend, met een gedeeltelijk ontblote rug, uit de auto kruipen. Dit keer heeft het exact 40 seconden geduurd voordat [medeverdachte 1] weer uit de auto komt.

Om 15:39:29 uur staan [verdachte] en [medeverdachte 1] beiden naast het bestuurdersportier van de VW Golf. Om 15:39:33 uur is op foto 79 en twee uitvergrotingen daarvan te zien, dat [medeverdachte 1] een lichtkleurig of wit langwerpig voorwerp aan de bovenzijde in zijn rechterhand vast houdt. Het bovenste gedeelte van dit voorwerp loopt vanaf het midden naar boven schuin of taps toe. Gelet op de vorm en grootte van het witte of lichtkleurige voorwerp lijkt deze het meest op een kunststof sprayfles of flacon, soortgelijk aan een universele ruitenontdooier of-reiniger. Om 15:39:34 uur loopt [medeverdachte 1] daarmee naar het geopende linker achterportier. Om 15:39:35 uur sluit [medeverdachte 1] het linker achterportier van de auto. Het witte voorwerp is dan niet meer te zien. [verdachte] heeft om 15:39:33 uur wederom de achterklep van de Golf geopend. [verdachte] is vervolgens weer bezig bij de kofferbak en sluit om 15:39:39 uur de achterklep opnieuw. Om 15:39:43 uur loopt [medeverdachte 1] naar het linker voorportier en stapt vervolgens achter het stuur van de VW Golf en sluit het portier. [verdachte] loopt om 15:39:44 uur naar de rechter achterzijkant van de auto. Om 15:39:49 uur loopt [verdachte] weg bij de auto, schikt hij zijn stropdas en staat hij enige tijd stil bij de gesloten toegangspoort rechtsonder in beeld bereik van de camera. Om 15:40:04 uur wordt de VW Golf een klein stukje achteruit gereden. Om 15:40:05 uur schuift de toegangspoort een stukje open en vanaf dat moment is aan de buitenzijde van de toegangspoort [verdachte] weer te zien die naar links loopt en gaat staan wachten op de Golf. Om 15:40:18 uur wordt de toegangspoort opengeschoven en rijdt [medeverdachte 1] de VW Golf achterwaarts buiten het parkeerterrein, waar [verdachte] al die tijd staat te wachten. Om 15:40:31 uur kijkt [verdachte] nog een keer in de richting van de zwarte auto voordat hij aan de bijrijderskant in de zwarte Golf instapt. Nadat [verdachte] in de auto zit en het rechter voorportier is gesloten rijdt de zwarte VW Golf met [medeverdachte 1] en [verdachte] in de auto weg. Hier eindigt om 15:40:38 uur de uitwerking van de camerabeelden van dinsdag 13 november 2018.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 377 – 380:

Tijdens het voorlopig onderzoek uitkijken van beelden op locatie Lipperkerkstraat [nummer 3] te Enschede viel in het bijzonder een zwarte vijfdeurs personenauto op, die dinsdag 13 november 2018 tussen 13.18 uur en 14.45 uur, vooralsnog vier keer deze camerapositie passeerde. Namelijk de eerste en derde keer in de richting van de Snelliusstraat en de tweede en vierde keer komende vanuit de richting van de Snelliusstraat.

Foto 1: 2018-11-13 dinsdag 13:18:48 uur rijdend richting Snelliusstraat

Foto 2: 2018-11-13 dinsdag 13:30:25 uur komende vanuit de richting Snelliusstraat

Foto 3: 2018-11-13 dinsdag 14:17:13 uur rijdend richting Snelliusstraat

Foto 4: 2018-11-13 dinsdag 14:45:47 uur komende vanuit de richting Snelliusstraat

Ik zag dat de kenmerken van deze auto (qua grootte, model, rechthoekige vormen van de carrosserie, vorm van de front- en dak spoiler, buitenspiegels met ingebouwde richtingaanwijzers, koplampen, achterlichten, brede achterste dakstijl de zogenaamde C-stijl en de Volkswagen logo’s in de grille en op de achterklep) overeenkomen met de kenmerken van een Volkswagen Golf VII, 5-deurs hatchback, gebouwd tussen 2012 en 2017. Als bijzonderheid zag ik dat deze auto alleen achter was voorzien van zogenaamd privacy glas. Dat wil zeggen dat de achterste zijruiten en de achterruit van dit voertuig donkerder getint zijn. Tevens zag ik, dat deze zwarte auto was voorzien van opvallende grote zwarte 5-dubbelspaak lichtmetalen velgen met chroomkleurig gepolijste accenten op de contouren van spaken en velgrand, met een rond embleem in het midden op het naafgat.

Opvallend aan de kentekenplaat van deze auto is, dat deze een ‘nieuw’ kenteken lijkt te hebben, terwijl de auto qua model en uiterlijke kenmerken beduidend ouder moet zijn. Met behulp van beeldverbetering zijn de camerabeelden opgewaardeerd, waarna het kenteken van deze zwarte personenauto, zijnde [kenteken 1] , weer zichtbaar werd.

Volgens informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer is het kenteken [kenteken 1] opgegeven voor een zwarte personenauto merk Volkswagen type Golf 1.6 diesel. De eerste toelating was op 21 oktober 2013. Dit voertuig is geïmporteerd op 27 januari 2017. Dit is tevens ook de afgifte datum deel 1. Met ingang van 13 november 2018 te 11.57 uur staat

[medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 4] 1988, wonende [adres 8] , als kentekenhouder geregistreerd.

Ik vergeleek de kenmerken van de lichtmetalen autovelgen op de camerabeelden met foto opnamen die recentelijk tijdens observatie van de Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1] zijn gemaakt.

Hieruit bleek mij dat de lichtmetalen velgen van het voertuig zichtbaar op de camerabeelden, zie foto 1 t/m 5, soortgelijk waren aan de velgen die onder het voertuig van foto 8, 9 en 10 zaten.

Vooral de vorm en kleurstelling van de zwarte 5-dubbelspaak lichtmetalen velgen met chroomkleurig gepolijste accenten op de contouren van spaken en velgrand, met een rond embleem in het midden op het naafgat, kwamen exact met elkaar overeen.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 983 – 987:

Naar aanleiding van de berichtgeving in de media van de aanhoudingen van onder andere [medeverdachte 1] en [verdachte] , had de manager van de woningbouwvereniging [woningstichting] gevestigd te Almelo op het adres [adres 12] , contact opgenomen met de politie om te melden dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op dinsdag 13 november 2018 rond 16.00 uur een contante betaling hadden gedaan bij het hoofdkantoor van [woningstichting] , omdat er een forse huurachterstand was ontstaan. De beelden van de beveiligingscamera, welke gericht staat op de toegangsdeur/ingang van het kantoor [woningstichting] , werd gevorderd en in ontvangst genomen. Door mij werden deze aan mij ter beschikking gestelde bewegende beelden uitgekeken van 13 november 2018 tussen 15.30 uur en 16.30 uur.

15.59.13

uur: Een persoon verschijnt in beeld en loopt in de richting van de ingang. De persoon is gekleed in een zwart glimmend jack tot op de heup, zwarte broek en zwarte schoenen. De persoon draagt een pet. De pet wordt achterstevoren gedragen oftewel de klep zit in de nek. De pet is wit met een donker opschrift/logo met daaronder een rode klep.

15.59.16

uur. Achter de persoon met de pet komt een oudere man in beeld, gekleed in een donkerkleurig pak. De kraag van een lichtgekleurd overhemd is zichtbaar en de man draagt zwarte schoenen. De man draagt geen hoofddeksel en heeft donker haar.

15.59.20

uur: Beide personen zijn binnen.

16.06.45

uur: De schuifdeuren gaan open en de man in pak verschijnt in de deuropening. Te zien is dat de man een wit overhemd draagt met een donkere stropdas. De man loopt naar buiten. Ik herken de man in het pak aan de in het dossier opgenomen verdachtenfoto als [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1961 te [geboorteplaats 1] Joegoslavië.

16.06.47

uur: De man met de pet met de klep naar achteren komt naar buiten. Ik herken de man met de pet aan de hand van de in het dossier opgenomen verdachtenfoto als [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 5] 1986 te [geboorteplaats 1] Joegoslavië.

De kleding van [verdachte] en [medeverdachte 1] komen overeen met de omschrijving van de kleding aan de hand van de camerabeelden, gericht op de parkeerplaats van de woning van [medeverdachte 1] en [verdachte] aan de Deldenerstraat [nummer 1] te Hengelo op het moment dat te 15.38.11 uur van diezelfde dag, [verdachte] en [medeverdachte 1] naar de geparkeerde zwarte Golf lopen en in en bij de zwarte Golf nog enkele handelingen verrichten voordat beiden in de zwarte Golf stappen en vertrekken.

Het proces-verbaal informatie [woningstichting] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 500 – 502:

Op maandag 3 december 2018 sprak ik met medewerkster frontoffice [naam 9] . Ik hoorde haar zeggen dat zij op dinsdag 13 november 2018 net voor sluitingstijd, rond 16.00 uur, [verdachten] te woord heeft gestaan. Zij weet dat de zoon de huurder is van de [adres 1] in Hengelo. Zij weet dat deze huurder vaker huurachterstand heeft. Meestal komt de zoon samen met de vader de huur contact betalen. De medewerkster vertelde dat de zoon op 8 november 2018 was gebeld door de afdeling incasso van de woningbouwvereniging met het verzoek de huur te betalen. De zoon had in het telefonische gesprek gezegd dat hij problemen had om de huur te betalen, omdat de belastingdienst beslag had gelegd op zijn rekening, maar hij had de rechtszaak nu gewonnen en kon de huur betalen. Hem werd verzocht om de huur voor de 22e november 2018 te betalen. Die dinsdag 13 november 2018 heeft de medewerkster gezien dat vader en zoon samen het pand binnenkwamen. Zij zag dat de vader het bedrag betaalde. Hij haalde uit zijn zak contact (de rechtbank begrijpt: contant) geld, hoofdzakelijk briefjes van 50 eurobiljetten, die hij uittelde om de huur te betalen. Volgens de medewerkster had zij hem wisselgeld teruggegeven. De contante betaling van 13 november 2018 is verwerkt door middel van het uitschrijven van een kwitantie. Een afschrift van de uitgeschreven kwitantie is hierbij gevoegd. Door mij werd aan medewerker [naam 10] van [woningstichting] gevraagd wat er met het geld gebeurd is. Ik hoorde de medewerker [naam 10] vertellen dat dinsdag 13 november 2018 het betaalde huurbedrag ad. 962,22 gestort is bij de Rabobank. Het geld was middels geldtransport opgehaald.

Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 2, 89 – 90:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord [medeverdachte 1] )

Waar was jij op 13 november 2018?

A: Ik was de auto van mijn broertje op naam aan het zetten in Hengelo op het postkantoor, rond 12.45, 13.00 uur. Ik was samen met [medeverdachte 2] . Dit was een Volkswagen Golf 7. Daarna zijn we naar de meubelboulevard gereden met mijn vader erbij. [medeverdachte 2] wilde graag zijn nieuwe tafel laten zien. Ik moest daarna mijn vriendin van school ophalen.

V: Welke meubelboulevard bedoel je?

A: Dit is de meubelboulevard in Enschede die 24 uur open is. Vanuit Hengelo kom je langs het Twente stadion en dan zit de boulevard aan de rechter kant.

V: Hoe laat was je daar ongeveer?

A: Dit was na het tenaamstellen van de auto. Het tenaamstellen hebben we te voet gedaan [medeverdachte 2] en ik. We liepen dus vanaf mijn huis naar het postkantoor in het centrum van Hengelo, tegenover de Bronzen Beren. Daarna zijn we te voet terug naar huis gegaan. De Volkswagen stond gewoon thuis.

Toen we thuis kwamen hebben we na 5 minuten de auto gepakt en zijn we samen met mijn vader naar de meubelboulevard gereden. Bij de meubelboulevard hangen ook camera’s. We zijn ook met zijn drieën binnen geweest, het is de winkel volgens mij naast de [restaurant] , maar dat weet [medeverdachte 2] precies. Ik heb gereden en ik parkeerde vlak bij de [getuige 4] (de rechtbank begrijpt: [restaurant] ).

V: Waar stond de auto toen je m pakte om naar de meubelboulevard te rijden

A: Op de parkleerplaats achter de woning.

Daarna heb ik mijn vriendin opgehaald van school in Almelo, het ROC, de kappersopleiding.

V: Hoe ben je daar naartoe gereden?

A: Met de Volkswagen Golf 7, de auto die jullie in beslag hebben genomen.

V: Waar was je vader?

A: Mijn vader was daarbij. Dus ze zagen elkaar voor het eerst in Almelo. Daarna ben ik met mijn vriendin naar een nicht van mij toe gereden in Bavel, bij Breda. Dit was ik al van plan. Mijn nicht, wat ook een goede vriendin van me is, is erg ziek. Ook mijn vader ging mee naar Bavel. We hebben samen gegeten, dus mijn vriendin, mijn nicht en ik en mijn vader.

We hebben toen mijn nicht weer thuis afgezet en ik zou altijd nog een keer een hotelletje pakken met mijn vriendin dus die pakten we in Tilburg, een Van der Valk hotel.

V: En wat droegen jij en je vader bij de meubelboulevard of was je de hele dag hetzelfde gekleed?

A: Ik had alleen mijn broek en schoenen gewisseld. Ik had eerst Timberlands aan, oh nee ik had witte Nike’s aan en een blauwe broek.

Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , respectievelijk het derde verhoor en het zesde verhoor, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 2, 112:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord [medeverdachte 1] )

V: In een eerder verhoor heb je verklaard over het overschrijven van een VW Golf op 13 november

2018, samen met je broer [medeverdachte 2] . Wat is het kenteken van die auto?

A: Iets met 204 erin.

V: Van wie was die auto daarvoor?

A: [garage] in Rijssen.

V: Wie heeft die VW Golf gekocht?

A: Hij is op mijn vaders naam gezet, maar hij kon die auto op een gegeven moment niet verzekeren.

Maar we moesten een auto hebben om mee te rijden en ik wilde geen gedoe met de verzekering, dus ik heb mijn broertje gevraagd om die auto op zijn naam te zetten.

V: Maar wie is dan de eigenaar?

A: Eigenlijk ben ik de eigenaar.

A: De auto is de 13e november op naam van mijn broertje gezet en de koop was een paar dagen 114 daarvoor, dus de 7e- 8e of de 9e.

V: Wie maakten er gebruik van die VW Golf?

A: Ik voornamelijk en af en toe mijn pa.

V: Wie rijden er nog meer in die auto?

A: Niemand

V: OK bedoel dan ook lenen.

A: Ik heb aan niemand die auto uitgeleend.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 994, 996, 998, met fotoblad 1000:

In dit proces-verbaal worden de bevindingen beschreven van de camerabeelden, die zijn gemaakt op maandag 13 november 2018 tussen 08.00 en 16.00 uur, van [bedrijf 2] gevestigd op adres [adres 13] en de woning op adres [adres 14] Enschede.

De afstand van perceel [adres 14] tot [adres 2] te Enschede (PD), is berekend met behulp van Google Maps en bedraagt circa 350 meter (zie afbeelding 1 en 2 van foto bijlage 1).

De afstand gemeten vanaf perceel [adres 14] tot aan de kruising Velveweg met de Snelliusstraat bedraagt circa 150 meter. De afstand gemeten vanaf de kruising Velveweg met de Snelliusstraat tot aan de kruising van de Snelliusstraat met de [adres 2] (PD) bedraagt ongeveer 170 meter. Op de camerabeelden van dinsdag 13 november 2018 tussen 08.00 uur en 16.30 uur, zag ik de volgende voertuigen:

1. OPEL ASTRA GTC, grijs 3-deurs coupe, kenteken [kenteken 2]

13:11:54 uur: Een grijze Opel Astra GTC, waarvan het kenteken gelijkt op [kenteken 2] , passeert de camera aan de [adres 14] . Deze auto komt via de Slotzichtweg aanrijden en rijdt door in de richting van de Snelliusstraat. Herkenning van personen en/of het aantal inzittenden is niet mogelijk (zie foto 25 t/m 28).

13:12:19 uur: Zeer waarschijnlijk dezelfde Opel Astra GTC als hiervoor genoemd, slaat op de kruising van de Velveweg met de Snelliusstraat rechtsaf, in de richting van de PD op [adres 2] (zie foto 29 en 30).

Volgens informatie uit het kentekenregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer is het kenteken [kenteken 2] afgegeven voor een grijze Opel Astra GTC. Deel 1 is afgegeven op 09-06-2006. Deel 2 is afgegeven op 03-02-2018 en stond op naam van (slachtoffer) [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 6] -1975, op adres [adres 15] te Enschede.

4. Witte Mercedes-Benz Sprinter met belettering ‘ [opschrift] ’ i.g.b. getuige [getuige 1] .

Getuige [getuige 1] verklaarde die dag met een gehuurde witte Mercedes-Benz Sprinter met opschrift [opschrift] verhuurbedrijf uit Nieuwengein op adres [adres 2] te Enschede te zijn geweest.

13:50:50 uur: Komende uit de richting van de PD nadert een witte Mercedes-Benz Sprinter, met blauw en gele belettering van [opschrift] , de kruising van de Snelliusstraat met de Velveweg en slaat daar, gelet op zijn rijrichting, linksaf en vervolgt zijn weg via de Velveweg in de richting van de Slotzichtweg.

Het rapport analyse telefoonnummers slachtoffer [slachtoffer 1] op 13 november 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 731 – 732, 734:

Analyse van de historische gegevens van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , in gebruik bij slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 6] -1975 te [geboorteplaats 3] op dinsdag 13 november 2018.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] betreft een KPN abonnement, bij het Ciot op naam van [slachtoffer 1] , T., [adres 2] , [adres 2] Enschede. Dit telefoonnummer is de gehele periode dat er historische gegevens beschikbaar zijn gebruikt in een Apple iPhone 7, IMEI [nummer 8] .

Deze Apple iPhone 7 GSM is op de plaats delict aan de [adres 2] in Enschede bij slachtoffer [slachtoffer 1] aangetroffen.

In de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 2] is op dinsdag 13 november 2018 geen contact aanwezig met een telefoonnummer van slachtoffer [slachtoffer 2] . In de iPhone 7 van [slachtoffer 1] zijn op 13 november 2018 wel contacten aanwezig met telefoonnummer [telefoonnummer 3] van [slachtoffer 2] . Dit zijn 2 FaceTime gesprekken om 13:25:37 en 14:16:04 uur. FaceTime gesprekken gaan via internet en zijn niet als FaceTime gesprek herkenbaar in de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Om 13:25:14 uur is er in de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 2] Data-4G (internet gebruik) aanwezig van 28800 seconden. De twee FaceTime gesprekken vallen in deze periode van internet gebruik.

Vanaf 13:13 uur worden zendmasten gebruikt aan de [adres 16] , [adres 17] en de [adres 18] te Enschede. De zendmasten die vanaf 13:13 uur gebruikt worden hebben een zendrichting richting de plaats delict aan [adres 2] in Enschede.

Het rapport analyse telefoonnummers slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op 13 november 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 771 – 776:

Analyse van de historische gegevens van de telefoonnummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] , in gebruik bij slachtoffer [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 7] -1984 te [geboorteplaats 4] en het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in gebruik bij [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 8] -1990 te [geboorteplaats 5] , op dinsdag 13 november 2018.

Telefoonnummer [telefoonnummer 3] betreft een KPN telefoonnummer bij het Clot op naam van

[slachtoffer 2] , [adres 19] Hengelo Ov. Telefoonnummer [telefoonnummer 3] is gebruikt in een Apple iPhone 7 met IMEI nummer [nummer 9] . Deze iPhone is op de plaats delict aan de [adres 2] in Enschede bij slachtoffer [slachtoffer 2] aangetroffen.

Telefoonnummer [telefoonnummer 4] betreft een Lebara prepaid telefoonnummer (KPN). Dit

telefoonnummer is van 29-09-2018 tot en met 13-11-2018 gebruikt in een GSM merk Samsung GT- E1080 met IMEI nummer [nummer 10] . In de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 4] is op dinsdag 13 november 2018 drie keer een uitgaand gesprek aanwezig met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij slachtoffer [slachtoffer 1] .

[tabel gesprekken]

Telefoonnummer [telefoonnummer 5] betreft een KPN telefoonnummer, bij het Ciot op naam van [slachtoffer 3] , [adres 20] Hengelo Ov.

Telefoonnummer [telefoonnummer 5] is van 20-05-2018 tot en met 13-11-2018 gebruikt in een Apple iPhone 7 met IMEI nummer [nummer 11] Deze iPhone is op de plaats delict aan de [adres 2] in Enschede bij slachtoffer [slachtoffer 3] aangetroffen.

De beide telefoonnummers van [slachtoffer 2] ( [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ) hebben op dinsdag 13 november 2018 gebruik gemaakt van zendmasten in diverse plaatsen. Het betreffen zendmasten in de volgende plaatsen:

• 05:51 tot en met 09:48 uur, Hengelo

• 11:23 tot en met 12:17 uur, Amsterdam

• 13:06 tot en met 13:13 uur, Laren

• 13:42 uur, Ugchelen (gemeente Apeldoorn)

• 14:15 en 14:16 uur, Hengelo

• 14:32 uur, Enschede

Het telefoonnummer van [slachtoffer 3] ( [telefoonnummer 5] ) heeft op dinsdag 13 november 2018 gebruik

gemaakt van zendmasten in diverse plaatsen. Het betreffen zendmasten in de volgende plaatsen:

• 00:17 tot en met 09:27 uur, Hengelo

• 10:27 tot en met 10:29 uur, Ugchelen (gemeente Apeldoorn)

• 10:30 uur Assel (gemeente Apeldoorn)

• 11:01 uur, Naarden

• 11:12 uur, Duivendrecht

• 11:14 en 11:15 uur, Amsterdam

• 13:13 en 13:15 uur, Laren

• 13:37 en 13:38 uur, Kootwijk (gemeente Barneveld)

• 13:45 uur, Beekbergen (gemeente Apeldoorn)

• 14:05 uur, Rijssen

• 14:13 uur, Borne

• 14:18 en 14:30 uur, Enschede

De zendmast die het telefoonnummer van [slachtoffer 3] ( [telefoonnummer 5] ) om 14:30 uur gebruikt betreft KPN mast 12610827 aan de Espoortstraat [nummer 5] in Enschede. Deze zendmast ligt op ongeveer 1 kilometer afstand (hemelsbreed) van de plaats delict aan [adres 2] in Enschede.

De zendmast die het telefoonnummer van [slachtoffer 2] ( [telefoonnummer 3] ) om 14:32 uur gebruikt betreft KPN mast 13058848 aan de Hortensiastraat 1 in Enschede. Deze zendmast ligt op ongeveer 850 meter afstand (hemelsbreed) van de plaats delict aan [adres 2] in Enschede.

Het telefoonnummer van [slachtoffer 3] is om 14:30 uur in de omgeving van de plaats delict aan [adres 2] in Enschede. Het telefoonnummer van [slachtoffer 2] is om 14:32 uur in de omgeving van de plaats delict aan [adres 2] in Enschede.

Het proces-verbaal onderzoek locaties telefoon, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1805 – 1807:

Mij werd verzocht onderzoek te doen naar locatie-informatie in de hieronder omschreven telefoon op 13 november 2018.

omschrijving goed: 18-1506-003

Apple iPhone 7 (A1778)

IMEI: [nummer 9]

beslagcode: [code 1] .1.001

Ik heb de locaties welke ik had aangetroffen ingeladen in de Politie Atlas. Hierop zag ik dat de locaties welke door het toestel op 13-11-2018 om 14:15 uur waren vastgelegd in de buurt van de A35 ter hoogte van hectometerpaal 60.5 waren. Tevens zag ik dat de locaties welke door het toestel op 13-11-2018 om 14:32 uur waren vastgelegd lagen aan de Drebbelstraat te Enschede.

Het proces-verbaal onderzoek in Iphone 7 van [slachtoffer 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 363 – 364:

Door de teamleiding is mij verzocht een eerste onderzoek te doen en hiervoor handmatig in de IPhone 7 van slachtoffer [slachtoffer 3] te kijken.

Door mij, verbalisant, zijn onderstaande bevindingen gedaan:

Telefoonnummer: [telefoonnummer 5]

Laatste contacten op 13-11-2018:

14.30

uur: uitgaand gesprek van 10 sec met 'Mama' [telefoonnummer 6] .

Tevens zag ik dat de Apple gezondheid-app op 13 november 2018 "stappen” had geregistreerd.

Ik zag hierbij dat de laatste, als stappen aangemerkte bewegingen waren geregistreerd van

13-11 -2018 te 14:32:41 tot 13-11 -2018 te 14:36:36 uur. Ik zag hierbij dat binnen dit tijdsbestek 56 stappen waren geregistreerd. Er waren geen stappen geregistreerd op 13-11-2018 tussen 14.36 en 20.24 uur.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 13, 2983:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord getuige)

V: Wat heeft u dinsdag 13 november 2018 gedaan?

A: [opschrift] is een verhuurbedrijf van voertuigen. Ik was daar omstreeks 09.15 uur. Ik heb mijn leenauto daar neergezet en daar een huurbus, witte Mercedes Sprinter, meegenomen. De bus is voorzien van een blauw/geel logo “ [opschrift] ”.

[…]Van daaruit ben ik naar klant nummer vier gereden. Dat was aan [adres 2] bij handelsmaatschappij “van Leeuwenhoek”of “Leeuwenhoek”. Ik was daar omstreeks 13.30 uur. Ik heb de Mercedes Sprinter achteruit door de poort het terrein opgereden. Ik ben uitgestapt en heb op de deur van het achter terrein geklopt. De deur werd opengedaan door [slachtoffer 1] . Ik liep naar binnen en zag dat er op dat moment drie heren in het kantoorgedeelte stonden die net van plan waren om naar buiten te gaan. Ik liep naar binnen en zij gingen weg. Ik kende die mannen niet en had ze nooit eerder gezien.

A: Ik heb de facturen met [slachtoffer 1] doorlopen. Daarna zijn [slachtoffer 1] en ik samen naar buiten gelopen en hebben de spullen die ik hem leverde uit de bus gehaald. Er zijn spullen onder het afdakje buiten neergezet. [slachtoffer 1] heeft de frequentiecontroller mee naar binnen genomen en de waterpompjes volgens mij ook. Nadat alles was uitgeladen zijn we weer naar binnen gegaan. In het kantoor heeft [slachtoffer 1] mij toen de facturen betaald. Omstreeks 14.00 wilde ik vertrekken. Ik ben eerst nog naar de wc geweest en heb daarna het senseo koffieapparaat in de keuken aangezet. Net voor ik het koffiezetapparaat aanzette kwam er een man het kantoor binnenlopen. Ik kende die man niet.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner13, 2928 – 2929:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord getuige)

V: Wat kun jij ons vertellen over het adres waar de schietpartij heeft plaatsgevonden?

A: Ik ken [slachtoffer 2] . (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ). Zijn achternaam weet ik niet. Ik ken hem 2 of 3 jaar. Sinds ze aan de [adres 2] zitten. [slachtoffer 2] is growshophouder geweest en later heeft hij de zaak overgedaan aan [slachtoffer 1] . (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] )

V: Dus je kent de locatie [adres 2] via [slachtoffer 1] ?

A: ja. Doordat [slachtoffer 1] daar kwam, kwam ik daar ook. [slachtoffer 1] loopt al jaren op die locatie. Eerst als werknemer van de growshop en later als eigenaar.

V: Hoe verliep je bezoek aan [slachtoffer 1] de 13e november jl.?

A: Ik ben al met al ongeveer 3 kwartier bij [slachtoffer 1] binnen geweest. Ik heb 2 bakjes koffie gedronken.

Dit was in de achter ruimte. Daar heb ik gezeten met een man die daar als chauffeur spullen afleverde. Dat was een lange Nederlandse man. Blank. Lang. Ongeveer 45 jaar oud. Hij was met een grote witte VW-bus. Ik weet verder niks van die auto. Die chauffeur dronk ook koffie. We waren eerst met z’n drieën. Die chauffeur, [slachtoffer 1] en ik. Vervolgens ging op een bepaald moment die chauffeur weg. Toen [slachtoffer 1] en ik met z’n tweeën waren vroeg ik [slachtoffer 1] om zijn telefoonnummer. [slachtoffer 1] heeft mij vervolgens op mijn mobiel gebeld. Zodoende had ik het nummer van [slachtoffer 1] in mijn telefoon, waarna ik het nummer van [slachtoffer 1] wilde opslaan in mijn adresboek. Dit was dus om 14.07 uur die dinsdag.

V: Hoe ging het toen verder?

A: Ik zag toen dat er een voor mij bekende Syrische jongen de zaak in kwam. Hij heet [getuige 3] . (de rechtbank begrijpt: [getuige 3] ). U toont mij een foto van een persoon foto nummer 5. Dat is de Syrische jongen die ik bedoel. Hij wilde een bestelling ophalen. [slachtoffer 1] had de bestelling niet binnen. [getuige 3] is maximaal 10 minuten in de growshop geweest. Ik heb hem lopend zien weggaan.

V: Hoe ging het verder?

A: Ik was weer alleen met [slachtoffer 1] . Ik heb verder geen andere mensen in de zaak zien komen.

Ik denk dat ik 14.24 uur of 14.25 uur ben weggegaan.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 12, 2186, 2189:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord verdachte)

A: Daarna heeft die Chinees (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) mij gebeld. Ik had bij hem gereedschap besteld en voeding/medicijn en een filter. Maar daarvoor ben ik naar [naam 11] gegaan. Ik heb tegen [naam 11] gezegd dat ik naar de Chinees zou gaan om te kijken of mijn bestelling binnen was. Ik ben dus naar de Chinees gegaan en ik vroeg wat er van mijn bestelling binnen was. Er bleek een klein onderdeel binnen te zijn. Ik zei dat ik donderdag wel terug zou komen om alles op te halen. Er waren daar twee mannen. Een die daarna was vertrokken en nog een man. Die man was nog daar toen ik vertrok.

V: Waar heb je je auto neergezet toen je bij de Chinees kwam?

A: Dit is een ijzeren deur en er is een grote plaats. Binnen heb ik de auto geparkeerd. Er stond een wit busje geparkeerd op die plaats. Ik zette mijn auto dwars voor die bus neer. Ook stond er een grijze Opel op die grote plaats. Ik ben binnen gaan vragen wat er van mijn bestelling binnen was.

De voeding zou donderdag komen. De eigenaar van het busje wilde naar buiten en ik heb mijn auto achteruit gereden en aan de straat geparkeerd. Daarna ben ik weer naar binnen gelopen en ik heb gezegd dat ik donderdag alles zou ophalen en betalen. Ik ben vervolgens weg gereden met de auto.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 13, 2911:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord getuige)

V: Uit de historische gegevens van het telefoonnummer van [slachtoffer 1] blijkt dat er dinsdag

13 november 2018 te 14.01 uur, telefonisch contact is geweest tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] ( [slachtoffer 1] ) en [telefoonnummer 7] . Een gesprek van 11 seconden. Waar ging dit gesprek over?

A: Dat was over dat geld dat ik hem moest brengen. [slachtoffer 1] moest [slachtoffer 4] betalen en had niet

zoveel geld om [slachtoffer 4] te betalen. Hij moest dat geld van mij hebben.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 469, 472, 474 – 475:

In het kader van het onderzoek werden in perceel [adres 2] Enschede mobiele telefoons aangetroffen waaronder een IPhone 7, telefoon van slachtoffer [slachtoffer 1] , gebruik gemaakt hebbende van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

[tabel telefoonnummers]

In de kolom hierboven zijn twee Call Logs vetgedrukt afgebeeld te weten:

• Nr. 10 betreft een call van slachtoffer [slachtoffer 2] naar slachtoffer [slachtoffer 1]

[tabel telefoonnummers]

Applicatie 373teller:

Op het Gsm toestel van slachtoffer [slachtoffer 1] werd een stappenteller applicatie aangetroffen.

De stappenteller applicatie registreert gemaakte stappen.

In de registratie van de stappenteller werd waargenomen dat op 13 november 2018 tussen de

tijdstippen 14:30:31 uur en 14:36:31 uur 98 stappen waren geregistreerd. Nadien vindt er op 13 november 2018 geen registratie meer plaats.

Het proces-verbaal van aanvullend onderzoek stappenteller, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1872 – 1873:

Mij werd verzocht aanvullend onderzoek te doen naar de gegevens uit de stappenteller van de hieronder omschreven telefoon op 13 november 2018.

omschrijving inbeslaggenomen gegevensdrager: 18-1506-003

Apple iPhone 7 (A1778)

IMEI: [nummer 9]

beslagcode: [code 1] .1.001

Vervolgens vindt tussen 14:32:37 uur en 14:33:56 uur

beweging plaats welke door de telefoon is geïnterpreteerd als 49 stappen. De afgelegde afstand tussen 14:32:37 uur en 14:33:56 uur; zoals de software op de telefoon die heeft geïnterpreteerd was 34,32 meter.

Het proces-verbaal veiligstellen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1875C – 1875D:

Mij werd verzocht te onderzoeken wat het laatste gebruikt van de hieronder omschreven telefoon was op de middag van 13 november 2018.

Omschrijving goed: 18-1506-011

Merk Samsung SM-J320FN

IMEI [nummer 12]

Beslagcode [code 2] .1.001

In het bestand /data/com. whatsapp/files/Logs/whatsapp-2018-ll-14.1.log.gz zag ik dat de telefoon op 13-11-2018 om 14:30:39 uur ontgrendeld werd. Ik zag in het bestand /system/recent_tasks/11780_task.xml dat de applicatie 'Calculator' voor het laatst gestart was op 13-11-2018 om 14:30:41 uur en dat deze weer werd afgesloten om 14:32:08 uur. In het bestand /data/com. whatsapp/files/Logs/whatsapp-2018-11-14.Uog.gz zag ik dat de telefoon om 14:32:46 uur weer werd vergrendeld. In de overgenomen gegevens zag ik geen gegevens die er op duiden dat de telefoon op de middag van 13-11-2018 na 14:32:46 uur nog gebruikt is.

Het proces-verbaal veiligstellen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1580 – 1581:

Aan mij verbalisant werd door onderzoeksteam LITOUWEN een telefoon nader te omschrijven, voor onderzoek ter beschikking gesteld. Tevens werd mij verzocht onderzoek te doen naar de gegevens uit de stappenteller van de telefoon om vast te stellen wat de laatste beweging van de telefoon was.

omschrijving inbeslaggenomen gegevensdrager: 18-1506-003

Apple iPhone 7 (A1778)

IMEI: [nummer 9]

beslagcode: [code 1] .1.001

Uit de gegevens blijkt dat op 13-11-2018 om 14:33:56 lokale tijd, door de telefoon voor het laatst een beweging werd vastgelegd welke door de software op de telefoon als stap is geïnterpreteerd. Op dit tijdstip in de gegevens wordt namelijk voor de laatste maal een regel toegevoegd waarbij de waarde in de kolommen ‘count’, ‘distance’ en ‘rawdistance’ hoger is dan in de voorgaande regel. Uit analyse van alle gegevens in de tabel, ook van voorgaande dagen, blijkt dat wanneer de telefoon niet bewogen wordt, in de kolom ‘mets’ een waarde van ongeveer 0,88952 (afgerond) wordt opgeslagen. Uit de gegevens blijkt dat op 13-11-2018 om 14:42:48 uur lokale tijd voor het laatst een waarde die significant hoger is dan 0,88952 werd opgeslagen. Hieruit blijkt dat om 14:42:48 uur de telefoon is bewogen. De software op de telefoon heeft deze beweging echter niet geïnterpreteerd en opgeslagen als een ‘stap’.

een kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 17, 5151:

[screenshot pv]

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 14, 3101 - 3103, 3106 – 3107:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord getuige)

V: Wie is ‘hij”?

A: Dat is meneer [slachtoffer 1] . De meneer die is overleden.

V: Dus hij heeft jou 30 minuten voor hij overleed, gebeld.

A: Ja. Hij heeft mij tussen 14.20 uur en 14.25 uur gebeld.

V: Ben je die dag in de winkel van [slachtoffer 1] geweest?

A: Ja, ik ben binnen geweest. Ik heb zijn ogen gezien. Ik dacht dat hij nog leefde. Ik heb aan hem geschud. Hij was toen al dood. Ik heb drie personen gezien. Ik bedoel de drie lijken. Ik heb geen levende personen gezien.

V: Zag je [slachtoffer 1] liggen toen je deur open deed?

A: Ik zag eerst een plas bloed en spatten. [slachtoffer 1] lag op zijn rug. Zijn ogen waren open. Ik dacht dat hij nog niet overleden was. Ik heb aan het geschud en ik riep ‘broeder, broeder’ Het viel mij op de deur naar boven open was. Normaal is die deur altijd dicht. Nu was de deur helemaal open. Op dat moment dacht ik dat de dader of daders boven zouden zijn. Ik ben toen verder naar binnen gerend. Ik kwam in een kamer waar een aquarium is. Daar lagen spullen en kannen. Ik zag daar iemand op zijn buik liggen. In paniek rende ik terug naar de kamer waar meer [slachtoffer 1] lag. Ik zag bij de deuropening naar een andere kamer nog iemand liggen. Ik ben er niet naar toe gelopen. Ik ben toen naar de deur gerend en ik ben door dezelfde deur naar buiten gerend als ik naar binnen was gekomen. Ik heb de deur niet dicht gedaan. Ik ben weggerend. Ik ben toen heel snel naar zijn huis gerend.

V: Wie is [naam 5] ?

A: Ik ken zuster [naam 5] . Zij is mijn vriendin. Ik heb een relatie met haar.

Toen ik [slachtoffer 1] dood had gevonden ben ik weggerend en heb ik mijn vriendin gebeld. Ik heb haar verteld dat er 3 lijken lagen. Mijn vriendin heeft toen de vrouw van [slachtoffer 1] gebeld en gezegd dat haar man was overleden. Tegelijkertijd ben ik ook naar het huis van mevrouw [slachtoffer 1] gerend. Mijn vriendin heet [naam 5] .

V: Je rende weg naar de vrouw van [slachtoffer 1] . Heb je haar nog gezien?

A: Nee, ik heb de vrouw van [slachtoffer 1] niet meer gezien. Mijn vriendin had de vrouw van [slachtoffer 1] gebeld. Ik ben naar haar woning gegaan maar ze was niet thuis. Ik belde aan maar er deed niemand open.

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 14, 3369:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord getuige)

V: Hebben [getuige 4] gevraagd wie [naam 5] was. Hij gaf op dat jij dat bent.

A: Dat klopt. Mijn naam is [naam 5] .

V: Wat is [naam 5] dan?

A: Het was een koosnaam van mij. Ze vinden dat ik een Russisch uiterlijk heb. [naam 5] betekent

Rusland.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 227:

Op dinsdag 13 november 2018 omstreeks 15.05 uur bevond ik, verbalisant [verbalisant] , mij samen met collega [verbalisant] , op het hoofdbureau te Enschede. Op genoemde dag en tijdstip kreeg ik samen met collega [verbalisant] het verzoek om te gaan naar [adres 2] te Enschede. Daar zou een man zijn aangetroffen in een plas bloed.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 229:

Op dinsdag 13 november 2018, omstreeks 17.00 uur stond ik verbalisant op de plaats delict aan de [adres 2] te Enschede. Ik werd aangesproken door getuige [getuige 5] . Hij deelde mij mede dat hij de eerste melding had gedaan via 112. Hij vertelde mij het volgende.

Hij was op weg naar de woning van zijn ex-vrouw om hun zoontje op te halen voor de zwemles. Zijn ex-vrouw is woonachtig aan de [adres 2] [nummer 13] te Enschede. Hij was lopend en aldaar aan komen lopen hoorde en zag hij een Aziatische vrouw welke hevig overstuur was. Hij kon haar niet verstaan maar zij wenkte hem mee te lopen met haar. Omdat zij zo overstuur was is hij meegelopen de binnenplaats op van perceel [adres 2] [nummer 14] welke grens aan het perceel van zijn ex-vrouw. Toen hij bij een deur was aangekomen zag hij dat er iemand op zijn rug lag in een grote plas bloed.

Hij zag dat deze persoon niet meer bewoog. Getuige heeft gelijk 112 gebeld en doorgegeven was hij net had gezien. Getuige verklaarde niet binnen te zijn geweest.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 373 – [nummer 3] :

Op 22 november 2108 viel mij bij een internetonderzoek een foto op het Instagramaccount genaamd [instagramaccount] op. De foto is op 13 november 2018 geplaatst. (Zie onder)

Deze foto is, door diegene die de foto gepost heeft, voorzien van de volgende hashtags:

#timberland

Op de foto zie ik dat in een lift twee personen staan. Op de achtergrond is een persoon te zien met een donkergrijs vest/jas en witte schoenen. Op de voorgrond is een persoon te zien die een selfie maakt. Ik zie dat hij schoenen draagt die overeenkomen met de gebruikte hashtagnaam Timberland.

Op internet zie ik via een search op Google afbeeldingen die overeenkomen met de schoenen op de bovenstaande foto en van het merk Timberland zijn. Op een van die afbeeldingen wordt tevens een afbeelding van het bijbehorende profiel getoond,

Vervolgens heb ik onderzocht op welk tijdstip deze foto op het account [instagramaccount] gepost is.

Hiertoe heb ik via twee manieren dit tijdstip bepaald. Allereerst heb ik in de broncode van de

instagrampost gezocht naar de timestamp en de gevonden code via unixtimestamp.com geverifieerd.

Hierbij zag ik het volgende resultaat: 11:21 am (UTC)

Tot slot de bevindingen over het Instagramaccount t. a. v. de accounthouder:

Dit account heeft als profielnaam [instagramaccount] . De getoonde foto’s zijn grotendeels selfies

Dit account heeft veel overeenkomstige foto’s met het Facebookaccount [facebookaccount] .

Op basis van deze bevindingen en fotovergelijking (met de SKDB-foto - zie onder)

is mogelijk als accounthouder van dit Instagram aan te duiden: [medeverdachte 1] , geb. [geboortedatum 5] -1986 te [geboorteplaats 1] , Joegoslavië

Het proces-verbaal van bevindingen, tactisch onderzoek mobiele telefoon, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 606 – 607:

Tijdens sporenonderzoek werd op de plaats delict onder andere onderstaand schoenspoor

veiliggesteld

Op 26 november 2018 werd onder leiding van de rechter-commissaris een doorzoeking ter

inbeslagneming uitgevoerd in de woning van verdachte [medeverdachte 2] , perceel [adres 8] te Nijverdal. Daarbij werd onder andere de mobiele telefoon, merk Samsung type A5, van [medeverdachte 2] inbeslaggenomen. Ik onderzocht de aangeleverde data uit de Samsung A5 en ik zag een video-opname met nummer VID-20180714-WA0005.mp4, date modified: 14- 07-2018 22:52:31. Op deze video-opname zag ik dat iemand door een hal van een woning naar een deur loopt. In de hal staat een schoenenrek. De persoon filmt de schoenen die aan het rek hangen. Op maandag 26 november 2018 maakte ik deel uit van de zoekploeg tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] . Ik zag dat in de woning naast de voordeur een kapstok hing met daarnaast een draaibaar schoenenrek. Ik herkende het schoenenrek op de video-opname als het schoenenrek uit de woning van [medeverdachte 2] . Ik zag op de video-opname verschillende schoenen. Ik zag een paar witte schoenen, waarvan het profiel van de zolen zichtbaar is. Ik maakte onderstaande printscreen van deze schoenen.

Tevens zag ik in deze telefoon onderstaande foto, waarop een persoon met soortgelijke witte

sportschoenen staat afgebeeld. Ik herkende de persoon op deze foto als [medeverdachte 2] .

[afbeelding verdachte met witte schoenen]

Internetonderzoek

Op internet werd op de site https://www.sneakers.nl/nike-air-force-1-low-wit-heren-17271.html foto's van een sportschoen gezien, waarvan de kenmerken overeenkomen met de kenmerken van de schoenen die [medeverdachte 2] op de foto draagt.

De kenmerken van de witte schoenen op het schoenenrek komen ogenschijnlijk overeen met de kenmerken van de schoenen die [medeverdachte 2] op de foto droeg. De kenmerken van deze schoenen komen overeen met de kenmerken van de Nike Air Force 1 low wit. Het profiel van de zool van deze schoen komt ogenschijnlijk overeen met het profiel van het schoenspoor op de plaats delict.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1739, 1745 – 1746:

In proces-verbaal 743 werd een onderzoek gedaan naar de datagegevens uit de telefoon met

beslagnummer KT 1.02.02.001, Digi-registratienummer 18-1506-051.

Het betreft een Gsm van het merk Samsung SM-A500FU, voorzien van Imeinr [nummer 15] .

Deze GSM werd onder de verdachte [medeverdachte 2] geboren op [geboortedatum 9] -1988 in beslaggenomen.

In de data wordt tevens in mapje Timeline’, twee dezelfde images aangetroffen op 13-11-2018 met tijdstip 11:58:42 uur en 11:58:43 uur. Op deze images staat een formulier afgedeeld met daarop de tekst:’Gegevens tenaamstelling nieuwe eigenaar [medeverdachte 1] , kenteken [kenteken 1] , merk/type:

Volkswagen Golf datum 13-11-2018, 11:57 uur. Tevens is er op deze foto een hand te zien en tweetal witte schoenen.

Via de metadata van deze eerder genoemde image komt naar voren dat deze image op 13-11-2018 om 11:58:42 uur is gemaakt met camera Samsung SM-A500FU. Aangezien deze image afkomstig is uit de data van telefoontoestel Samsung, model SM-A500FU, is het zeer aannemelijk dat deze foto gemaakt is met deze telefoon.

Op deze image met nummer 20181113_115842.jpg staan tevens tweetal schoenen afgedeeld, te weten:

In proces-verbaal 1417 worden kenmerken van de schoenen van [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 4] - 1988 beschreven, die hij op de foto droeg, afkomstig uit de data voorzien van beslagnummer KT1.02.02.001 en Digi-registratienummer 18-1506-051. De kenmerken van deze schoenen komen overeen met de kenmerken van schoenen van het merk Nike Air Force 1 low wit.

[afbeelding verdachte met witte schoenen]

Het proces-verbaal van bevindingen, onderzoek kleding, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 549 – 550, 552 en fotobladen 553 – 561:

[verdachte] (zie fotobijlage 1) De verdachte [verdachte] was gekleed in:

• een donkerbruine/rode herenjas tot over de heupen, voorzien van een reverskraag, twee

klepzakken aan de voorkant, een split aan de achterzijde en vermoedelijk een knoopsluiting

(zie foto 1 t/m 9);

• een donkerlegergroene effen blouse met openstaande kraag (zie foto 6 en 7):

• een grijs/bruin kleurige effen lange dunne ruim zittende herenpantalon met wijde pijpen (zie foto 1 t/m 5 en foto 8 en 9) en

• licht bruine/beige/taupe of zandkleurige suèdeachtige gladde effen schoenen met ronde neus en donkerbruine siernaad lijnomranding, voorzien van een dikke doorlopende witte buitenzooi met iets verhoogde hak (zie foto 1 t/m 4 en foto 8 t/m 15). Gelet op de daaromheen vallende broekspijp zijn het vermoedelijk instappers of lage korte (enkel)laarzen. Vetersluiting ontbreekt.

In de mobiele telefoon van [verdachte] werd een foto gezien, waarop hij staat afgebeeld met ogenschijnlijk dezelfde of soortgelijke schoenen aan (zie foto 16).

[medeverdachte 2] (zie fotobijlage 2)

De verdachte [medeverdachte 2] was gekleed in:

• een zwart effen stoffen petje met een klein lichtkleurig embleem linksboven de klep, een spanriempje aan de achterzijde en een dopje midden op de bovenkant (zie foto 1 t/m 5 en foto 9 t/m 11);

• een zwarte gladde (kunst)lederen jas met platte kraag tot over de heupen en twee zijzakken (zie foto 1 t/m 5 foto 9 t/m 11 );

• een zwart fleecevest met grijs/metaalkleurige ritssluiting en capuchon met wit koord. De capuchon werd over de achterkant van de jas gedragen (zie foto 2 t/m 5);

• een donkerblauwe spijkerbroek (zie foto 1 t/m 3, 6 t/m 8 en 10 en 11) en

• witte lage sportschoenen met dikke witte zool, witte veters en een stompe ronde neus (zie foto’s 1 t/m 3 en foto’s 6 t/m 8 en foto’s 10 t/m 11).

In de mobiele telefoon van [medeverdachte 2] werd een filmpje gezien, waarop ogenschijnlijk dezelfde of

soortgelijke sportschoenen zijn afgebeeld (zie foto 12 t/m 15).

Opmerking

Het profiel van de schoenen die op het bovengenoemde filmpje staan afgebeeld, komt ogenschijnlijk overeen met een op de plaats delict aangetroffen schoenspoor (zie foto 16).

[medeverdachte 1] (zie fotobijlage 3)

De verdachte [medeverdachte 1] was gekleed in:

• een groene pet met gebogen klep. Midden aan de voorzijde zit een wit logo en op de klep zit een rond logo (zie foto 1 t/m 3, 8 en 13 t/m 16);

• een donkerblauwe parkajas tot over de heupen met capuchon, donkere binnenvoering en rood veterkoord op de linker bovenarm (zie foto's 1, 2, 8, 13 en 15 t/m 17);

• een lichtbruine/gele trui met ronde hals, lange mouwen en een witte (tekst)print op de borst (zie foto’s 2, 8, 9, 13 en 15);

• een donkerblauwe spijkerbroek met smalle pijpen en op kniehoogte opgenaaide zakken (zie foto 1 t/m 4, 9, 10, 16 en 17) en

• lichtbruine halfhoge schoenen of enkellaarzen met zwarte accenten rond de bovenzijde van de hielronding (zie foto’s 1 t/m 4, 9 t/m 11, 16 en 17). Op de buiten- hielpanden van de schoenen zit een klein rood vierkant embleem (zie foto 4 en 11).

• Verder draagt hij een geel-rood-wit-zwart tasje op zijn rechterbovenbeen (zie foto 3, 8 t/m 10 en 12).

In de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] werden foto’s (selfies) gezien (zie foto 3 en 4), waarop hij

ogenschijnlijk dezelfde of een soortgelijke groene pet, gele sweater, geel-rood-wit-zwart tasje en lichtbruine halfhoge schoenen draagt (zie foto 12 t/m 15).

Dit type en model schoenen zijn volgens de site voorzien van rubberen antislip buitenzolen met een grof 21-delig blokprofiel vanaf de neus van de voet tot aan het geleng en vandaar weer een 13-delig blokprofiel tot aan de hak. In het midden van de voetzool zijn 7 kruizen of sterren gesitueerd en onder de hak twee kruizen of sterren (zie foto 22).

Dit type en model schoenen zijn volgens de site voorzien van rubberen antislip buitenzolen met een grof 21-delig blokprofiel vanaf de neus van de voet tot aan het geleng en vandaar weer een 13-delig blokprofiel tot aan de hak. In het midden van de voetzool zijn 7 kruizen of sterren gesitueerd en onder de hak twee kruizen of sterren (zie foto 22).

Het proces-verbaal van bevindingen stelselmatige informatie-inwinning, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 7, 64:

Ze (de rechtbank leest: [medeverdachte 5] ) zei dat [medeverdachte 1] enige tijd geleden aan haar vroeg of ze ergens op wilde passen. Ze dacht dat het op een hond was dus zei dat ze dit kon doen. Toen [medeverdachte 1] kwam zag ze dat [medeverdachte 1] vier grote boodschappentassen bij haar bracht. Ik hoorde dat [medeverdachte 5] de tassen zelf boodschappen tassen noemde. Ik vroeg haar wat er in de tassen zat. Ze zei dat ze zag dat er kleding in de tassen zat.

Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden hal/entree [adres 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 491 – 492:

In dit proces-verbaal worden de bevindingen beschreven over de camerabeelden in de hal en entree van de flat [adres 1] te Hengelo.

Op dinsdag 13 november 2018 om 17.12 uur loopt een man via de centrale hoofdingang naar buiten. Ik zag dat deze man gekleed is in een gele trainingsjas, een zwarte trainingsbroek en zwarte schoenen met drie witte schuine strepen, witte zool en wit logo op de hielen. Het trainingspak heeft zwart met witte merkemblemen van Adidas. Hij draagt een zwarte rugtas met brede schouderbanden en een groot wit logo op de achterkant. De man heeft een kaalgeschoren hoofd, de donkere haargroeilijn is zichtbaar. Hij heeft een volle baard en snor. Hij heeft een gezet postuur. Ik schat zijn leeftijd tussen 25 en 35 jaar. Aan de hand van tijdens observatie gemaakte foto's herken ik de man op bovenstaande schermafdrukken als de verdachte [medeverdachte 2] , geboren op 9 mei 1988.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 14, 3238 – 3240:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord getuige)

V: Wat kun je over de kleding van [medeverdachte 2] vertellen op deze foto?

A: Ik zie [medeverdachte 2] en zijn vader. Ik zie dat [medeverdachte 2] zijn eigen kleding draagt. Ik herken de broek en de schoenen van [medeverdachte 2] Het is een broek met een stretchband. Hij heeft meerdere van dat soort broeken. Die schoenen herken ik ook. Hij heeft meerdere witte schoenen. Hij draagt een zwarte Nike-pet. Die ken ik. Hij draagt de groenen winterjas. Die hebben we bij H&M gekocht. Ik zie dat de foto gemaakt is via een camera bij de parkeerplaats achter het huis van zijn ouders. Bij Trinon. Ik zie alleen niet wat voor shirt [medeverdachte 2] draagt op de foto.

V: Weet jij waar die kleding is gebleven?

A: Dat weet ik niet. Ik herken de kleding op de foto als de kleding van [medeverdachte 2] . Ik herinner me dat [medeverdachte 2] die kleding droeg toen ik hem de 13e afzette bij zijn ouders.

A: Ik vroeg aan [medeverdachte 2] of hij een nieuw trainingspak had gekregen.

A: [medeverdachte 2] vertelde dat het een trainingspak van zijn vader was.

Ik heb trouwens sinds de aanhouding van [medeverdachte 2] een dagboekje bijgehouden. Daarin heb ik ook genoteerd, een aantal keren, dat ik een heel achterdochtig gevoel heb bij het feit dat [medeverdachte 2] zijn kleding die hij de 13e droeg niet meer heeft. Die heb ik niet meer gezien. Hij kwam die dag in kleding van zijn vader terug bij mijn auto en dat was oudere kleding. Zelfs de schoenen die hij droeg waren oudere schoenen van zijn vader.

Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek naar de gedragen kleding, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 892 – 897:

In de badkamer van de Deldenerstraat werd het rood-geel-witte tasje van het merk M&M’s aangetroffen.

Niet aangetroffen kleding van Deian

De volgende goederen werden niet aangetroffen:

-de groene pet met wit logo

-de lichtbruine/gele trui met ronde hals met witte print

-de donkerblauwe spijkerbroek met smalle pijpen

-de donkerblauwe parkajas tot over de heupen met capuchon.

Van [verdachte] werd bij de doorzoeking geen kleding aangetroffen die hij ook droeg op bovengenoemde foto van 13 november 2018.

Zijn vriendin [getuige 6] (de rechtbank begrijpt: de vriendin van [medeverdachte 2] ) verklaarde dat ze de kleding op de foto als de kleding van [medeverdachte 2] . Ze herinnerde zich dat [medeverdachte 2] die kleding droeg toen ze hem de 13e afzette bij zijn ouders. Ze verklaarde dat [medeverdachte 2] bij terugkomst kleding en schoenen droeg van zijn vader. Ze weet niet waar de andere kleding van [medeverdachte 2] was gebleven.

In de zwarte personenauto van het merk Volkswagen, type golf en voorzien van het kenteken [kenteken 1] werd een zwart petje aangetroffen, gelijkend op de baseballpet die [medeverdachte 2] draagt.

Niet aangetroffen kleding van [medeverdachte 2]

De volgende goederen werden niet aangetroffen:

-een zwarte gladde jas met platte kraag tot over de heupen,

-een zwarte vest met capuchon

-een donkerblauwe spijkerbroek

-witte lage sportschoenen

Het proces-verbaal bevindingen opmeten voeten [medeverdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 11, 1851:

Op maandag 7 oktober 2019 werden de voeten opgemeten van de verdachte [medeverdachte 1] in de PI te Arnhem. Het meetsysteem gaf aan dat de linkervoet net iets groter dan schoenmaat 40 is en rechtervoet net iets kleiner dan schoenmaat 40 is.

Lijst van inbeslaggenomen goederen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 16, 4340, 4341, 4346:

[screenshot lijst goederen]

Het proces-verbaal biologisch vooronderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5716:

In verband met een doodslag/moord te Enschede tussen 13 november 2018 te 15:04 uur en 13 november 2018 te 15:48 uur werd op verzoek van de Eenheid Oost-Nederland tussen 19 december 2018 te 13:00 uur en 19 december 2018 te 13:49 uur door mij, als forensisch onderzoeker, een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager.

Object: tas (toilet)

Merk: M&M

SIN: AAFC4092NL

Relatie met SIN: AAJT7820NL

Registratienummer: IT1.06.02.001

Ik heb de bodem van de binnenzijde van het tasje bemonsterd met behulp van een stub (uit een schiethandenset)- op de mogelijke aanwezigheid van schotresten. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAJT7820NL en verzegeld.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , van 18 juli 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 6074, 6079:

[screenshot pv]

In de onderzoeksaanvraag 045 van 3 mei 2019 staat met betrekking tot het stuk van overtuiging [AAJT7820NL] de volgende vraagstelling vermeld:

"Zijn er op de bemonsteringen van het stuk van overtuiging schotresten aanwezig?"

Bovenstaande vraagstelling wordt beantwoord aan de hand van een set hypothesen:

Hypothese 1: Op de bemonstering van een tasje zijn schotresten aanwezig.

Hypothese 2: Op de bemonstering van een tasje zijn géén schotresten aanwezig.

De bevindingen van het onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten op de stub [AAJT7820NL] waarmee de binnenzijde van een tasje is bemonsterd, zijn zeer veel waarschijnlijker4 wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.

Waarbij:

Hypothese 1: Op de bemonstering van een tasje zijn schotresten aanwezig.

Hypothese 2: Op de bemonstering van een tasje zijn géén schotresten aanwezig.

Het rapport analyse historische gegevens, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 370 – 372:

Uit de zendmastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] is na 15:22 uur een reisbeweging vanuit Hengelo, via Enter, Rijssen, Markelo, Loenen, Bavel, Sprundel naar uiteindelijk Sint Willibrord (om 21:37 uur) te zien.

Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek data mobiele telefoon iPhone 6 van [medeverdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 572:

[screenshot whatsapp]

Het rapport analyse telefoonnummers verdachten, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 8, 496, 498:

Van de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 8] op dinsdag 13 november 2018, in gebruik bij [medeverdachte 1] , is al een analyse rapport gemaakt (rapportnummer 20181120.1054).

In genoemd rapport staat al verwoord dat telefoonnummer [telefoonnummer 8] van 13:03:58 uur tot en met 15:22:13 zendmasten gebruikt aan het Mitchamplein 5 te Hengelo.

Telefoonnummer [telefoonnummer 9]

Het telefoonnummer betreft vermoedelijk een oud telefoonnummer van verdachte [medeverdachte 1] . Dit telefoonnummer wordt in de in beslag genomen iPhone van [medeverdachte 1] gebruikt voor WhatsApp.

Er zijn historische gegevens beschikbaar tot en met 22-09-2018, op dinsdag 13 november 2018 zijn er dus geen registraties in de historische gegevens van dit telefoonnummer aanwezig.

Telefoonnummer [telefoonnummer 10]

Het telefoonnummer [telefoonnummer 10] staat bij het Ciot op naam van [achternaam verdachten] , [adres 3] Hengelo. Er zijn historische gegevens beschikbaar tot en met 28-08-2018, op dinsdag 13 november 2018 zijn er dus geen registraties in de historische gegevens van dit telefoonnummer aanwezig.

Telefoonnummer [telefoonnummer 11]

Het telefoonnummer [telefoonnummer 11] staat bij het Ciot op naam van [medeverdachte 1] ., [adres 3] Hengelo. Het telefoonnummer wordt vermoedelijk gebruikt door [verdachte] .

Er zijn historische gegevens beschikbaar van 16-07-2018 tot en met 18-11-2018. Op dinsdag 13 november 2018 zijn er echter geen registraties in de historische gegevens van dit telefoonnummer aanwezig.

Van de 5 genoemde telefoonnummers zijn alleen van de telefoonnummers [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 1] ) en [telefoonnummer 12] ( [medeverdachte 2] ) historische gegevens beschikbaar op dinsdag 13 november 2018. Beide telefoonnummers gebruiken op dinsdag 13 november 2018 geen zendmasten in Enschede. Rond het tijdstip van het delict, kort na 14:36 uur zijn in de historische gegevens van beide telefoonnummers zendmasten in Hengelo aanwezig. De woning van [medeverdachte 1] en [verdachte] aan de [adres 1] te Hengelo ligt in de zendrichting / zendbereik van genoemde zendmasten.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , arts en patholoog, van 4 december 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5823 - 5825 en 5831:

Links achter het oor, in het behaarde hoofd (letsel A).

Links op het behaarde hoofd, circa 3 cm boven het linkeroor (letsel B).

Rechts bovenop het behaarde hoofd (letsel C).

Aan het hoofd werden letsels A, B en C vastgesteld. Deze drie letsels zijn bij leven ontstaan door de inwerking van uitwendig mechanisch perforerend geweld (ballistisch trauma, c.q. schotletsel), en passen bij één inschot (A) en één doorschot (B-C) van het hoofd.

Schotkanalen:

A: een naar rechts, buikwaarts en minimaal hoofdwaarts gericht wondkanaal.

Vanaf B naar C was er een hoofdwaarts, naar rechts en minimaal rugwaarts verlopend wondkanaal.

Het overlijden van [slachtoffer 2] , 34 jaren oud geworden, wordt verklaard door schotletsels aan het hoofd.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , arts en patholoog, van 26 juni 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5872, 5873 en 5880:

Links achter op het hoofd, in de behaarde hoofdhuid (letsel A).

Rechts zijwaarts in de behaarde hoofdhuid (letsel B).

Midden in de hals (letsel C).

Op het hoofd en in de hals werden letsels A, B en C vastgesteld. Deze drie letsels zijn alle bij leven ontstaan door de inwerking van uitwendig mechanisch perforerend geweld (ballistisch trauma, c.q. schotletsel), en vormen drie inschoten.

Schotkanalen:

In relatie tot letsel A was er een naar rechts, hoofdwaarts en iets buikwaarts gericht

wondkanaal.

In relatie tot letsel B was er een naar links, voetwaarts en buikwaarts gericht wondkanaal.

In relatie tot letsel C was er een rugwaarts en hoofdwaarts gericht wondkanaal.

Het overlijden van [slachtoffer 1] , 43 jaren oud geworden, wordt verklaard door schotletsel aan het hoofd. De schotletsels kunnen ieder op zich of in combinatie het overlijden verklaren.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , arts en patholoog, van 4 december 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5904 - 5906 en 5913:

Rechts zijwaarts in de behaarde hoofdhuid, juist achter het rechteroor (letsel B).

Rechts zijwaarts in het behaarde hoofdhuid, iets achter letsel B (letsel F).

Op de linkerwang (letsel A).

Op het hoofd werden letsels A, B en F vastgesteld, die waren gerelateerd aan drie projectiel(del)en in het hoofd. Deze drie letsels zijn bij leven ontstaan door de inwerking van uitwendig mechanisch perforerend geweld (ballistisch trauma, c.q. schotletsel) en vormden drie inschoten.

Schotkanalen:

In relatie tot B was er een naar links, buikwaarts en minimaal voetwaarts gericht wondkanaal.

In relatie tot F was er een voorwaarts, iets hoofdwaarts en iets naar links verlopend wondkanaal.

In relatie tot A was er een naar rechts en hoofdwaarts gericht wondkanaal.

Het overlijden van [slachtoffer 3] , 27 jaren oud geworden, wordt verklaard door twee inschoten van het hoofd, ieder op zich of in combinatie. Voorts was er nog een inschot van het hoofd dat een bijdrage kan hebben geleverd aan (de snelheid van) het overlijden.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , arts en patholoog, van 4 december 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5943 - 5945 en 5951:

Op de linkerwang (letsel A).

Links op het hoofd, circa 2,5 cm voor het linkeroor (letsel B).

Op het hoofd werden letsels A en B vastgesteld, met daaraan gerelateerd twee projectielen in het hoofd. Deze twee letsels zijn bij leven ontstaan door de inwerking van uitwendig mechanisch perforerend geweld (ballistisch trauma, c.q. schotletsel), en vormden twee inschoten.

Schotkanalen:

In relatie tot letsel A: een naar rugwaarts, hoofdwaarts en iets naar rechts gericht wondkanaal.

In relatie tot letsel B: een naar rechts en iets hoofdwaarts verlopend wondkanaal.

Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer 4] , 62 jaren oud geworden, werden twee inschoten van het hoofd vastgesteld, die ieder op zich of in combinatie het overlijden verklaren.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door ing. P.J.M. Pauw-Vugts, van 14 juni 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5993, 5994, 6002, 6006 en 6007:

[screenshot verslag]

Mogelijk gebruikte vuurwapens

Kaliber 7.65mm Browning

De vorm en de ligging van de systeemsporen in de hulzen vertonen sterke gelijkenis met die van een semi-automatisch werkend pistool van het merk Crvena Zastava, model M70.

Kaliber .22 Long (Rifle)

De vorm en de ligging van de systeemsporen in de hulzen vertonen sterke gelijkenis met die van een semi-automatisch werkend pistool of geweer.

Vraag 5

Zijn de verschoten munitiedelen afkomstig uit één of meerdere vuurwapen(s)?

De munitiedelen zijn afkomstig uit (minimaal) 2 vuurwapens.

Hulzen kaliber 7,65mm Browning

Het vergelijkend onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat de hulzen zijn

verschoten met één vuurwapen. De sterkte van deze aanwijzingen wordt hieronder

verder toegelicht.

Voor de verschillende hulzenparen die te combineren zijn binnen de vier hulzen [AAKT4470NL, AAME9533NL, -36NL en -37NL], kaliber 7,65mm Browning, zijn de volgende hypothesen beschouwd:

Hypothese 1: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen.

Hypothese 2: De hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en

met dezelfde systeemkenmerken.

De resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.

Hulzen kaliber .22 Long (Rifle)

Het vergelijkend onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat de hulzen zijn verschoten met één vuurwapen. De sterkte van deze aanwijzingen wordt hieronder verder toegelicht.

Voor de verschillende hulzenparen die te combineren zijn binnen de zeven hulzen

[AAKS8755NL, AAME9532NL, -9534NL, -9535NL, -9538NL, -9541NL en -9644NL], kaliber .22 (Long) Rifle, zijn de volgende hypothesen beschouwd:

Hypothese 5: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen.

Hypothese 6: De hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en

met dezelfde systeemkenmerken.

De resultaten van het vergelijkend huisonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 5 waar is, dan wanneer hypothese 6 waar is.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , van 10 mei 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 6053 en 6054:

Slachtoffer [slachtoffer 2] (sectienummer 2018-198)

De bevindingen van het onderzoek aan letsel A zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 100 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan

25 centimeter of groter dan 100 centimeter is.

De bevindingen van het onderzoek aan letsel B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand groter is dan 25 centimeter, dan wanneer de schootsafstand kleiner is dan

25 centimeter.

Slachtoffer [slachtoffer 1] (sectienummer 2018-199)

De bevindingen van het onderzoek aan letsels A en B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand groter is dan 25 centimeter, dan wanneer de schootsafstand kleiner is dan

25 centimeter.

De bevindingen van het onderzoek aan letsel C zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand kleiner is dan 10 centimeter, dan wanneer de schootsafstand groter is dan

10 centimeter.

Slachtoffer [slachtoffer 3] (sectienummer 2018-200)

De bevindingen van het onderzoek aan letsel A zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 75 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan

25 centimeter of groter dan 75 centimeter is.

De bevindingen van het onderzoek aan letsel B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 100 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan

25 centimeter of groter dan 100 centimeter is.

De bevindingen van het onderzoek aan letsel F zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand groter is dan 25 centimeter, dan wanneer de schootsafstand kleiner is dan

25 centimeter.

Slachtoffer [slachtoffer 4] (sectienummer 2018-201)

De bevindingen van het onderzoek aan letsel A zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 75 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan

25 centimeter of groter dan 75 centimeter is.

De bevindingen van het onderzoek aan letsel B zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 2,5 en 100 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 2,5 centimeter of groter dan 100 centimeter is.

Het proces-verbaal (samenvattend) sporenonderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 18, 5231, 5232:

Perceel [adres 2] te Enschede betrof een bedrijfspand waarin een growshop gevestigd was.

In de winkelruimte werden in totaal drie hulzen aangetroffen en voorzien van SIN's AAME9541NL, AAME9538NL en SIN AAKT4470NL.

Afgelezen bodemstempels en kalibers:

Huls v.v. sporenbord 1: kaliber .22 "Super X"

Huls v.v. sporenbord 2: kaliber .22 "R"

Huls v.v. sporenbord 19: kaliber 7.65 "GECO 7.65 Browning"

In de kantoorruimte werden in totaal drie hulzen aangetroffen. Eén huls werd bij de ingang aangetroffen. Deze huls lag direct links naast de ingang van het pand, op de vloer van de kantoorruimte. Deze huls werd voorzien van SIN AAME9537NL. De andere twee hulzen werden voorzien van SIN AAME9534NL en voorzien van SIN AAME9532NL.

Afgelezen bodemstempels en kalibers:

Huls v.v. sporenbord 3: kaliber 7.65 "GECO 7.65 Browning"

Huls v.v. sporenbord 4: kaliber .22 "R"

Huls v.v. sporenbord 5: kaliber .22 "R"

In de opslagruimte werden in totaal drie hulzen aangetroffen en voorzien van SIN AAME9537NL,

SIN AAME9535NL en SIN AAME9533NL.

Afgelezen bodemstempels en kalibers:

Huls v.v. sporenbord 6: kaliber 7.65 "GECO 7.65 Browning"

Huls v.v. sporenbord 7: kaliber .22 "R"

Huls v.v. sporenbord 8: kaliber 7.65 "GECO 7.65 Browning"

Op de zolderverdieping werd in totaal één huls aangetroffen en voorzien van SIN AAME9644NL.

Afgelezen bodemstempel en kaliber:

Huls v.v. sporenbord 21: kaliber .22 "Super X".

Het deskundigenverslag van The Maastricht Forensic Institute, opgemaakt door [verbalisant] , van 3 december 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 6100, 6101:

Een afgeleid DNA-mengprofiel afkomstig van de bemonstering van de huls AAME9537NL#01 is op

16 november 2018 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Hierbij is een

match gevonden met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 5] 1986

(RAAS5920NL).

[screenshot dna spoor]

4.1

Statistische onderbouwing

Om een uitspraak te doen over het mogelijke donorschap van celmateriaal van slachtoffer [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] in de bemonstering van huls AAME9537NL#01 is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast.

Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen:

Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van slachtoffer [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] .

Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van slachtoffer [slachtoffer 1] en een onbekende, niet verwante persoon.

De resultaten van het onderzoek zijn meer dan een miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.

Het proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 9, 990 en 991:

Op 13 november 2018 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden op de plaats delict aan [adres 2] te Enschede. Bij deze doorzoeking is er onder andere een Skytronic camerasysteem (SVO AT1.01.01001) aangetroffen en in beslag genomen.

Uit het onderzoek aan dit camerasysteem is gebleken dat de tijd niet correct was ingesteld. De tijdsinstelling van dit systeem liep 49 minuten voor op de werkelijke tijd.

Op het camerasysteem waren logbestanden aanwezig die het aanmelden op het systeem vastleggen en bijzonderheden over de aangesloten camera’s. Uit de logbestanden bleek dat er acht (8) camera’s aangesloten waren, die allemaal aan de binnen- en buitenkant van het pand aan [adres 2] aangetroffen zijn.

Uit het logbestand bleek verder dat de verbinding met camera 6 op 13 november 2018 om 15:33:33 uur verbroken is. Omgerekend naar de werkelijke tijd is dit 14:44 uur. Dit betekent dat het signaal tussen camera 6 en het camerasysteem op dat moment verbroken is. De verbinding is na 14:44 uur niet meer teruggekomen. De kabel van camera 6 is door ons in beslaggenomen.

De kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 17, 5153:

[screenshot inbeslag genomen goed]

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , van 3 april 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 6034 en 6035:

[screenshot dna spoor]

Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek

Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht (zie ook het kader 'Bewijskracht van het resultaat van vergelijkend DNA-onderzoek') van de overeenkomsten tussen het DNA­ profiel van [medeverdachte 2] WAAA0819NL en DNA-mengprofiel AAKQ0872NL#0l zijn de volgende aannames gedaan:

bemonstering AAKQ0872NL#0l bevat DNA van drie personen;

de onbekende personen in dit mengsel zijn niet onderling verwant.

Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar:

Hypothese 1: De bemonstering bevat DNA van verdachte [medeverdachte 2] en twee willekeurige onbekende personen.

Hypothese 2: De bemonstering bevat DNA van drie willekeurige onbekende personen.

Het verkregen DNA-mengprofiel AAKQ0872NL#01 is ongeveer zes duizend keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.

Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 18, 5494:

Bevindingen

Op de vloer in het winkelgedeelte achter de toonbank, op de vloer van het kantoor en op de trap in het kantoor naar de "zolder" werden door mij, [verbalisant] , na bewerking met hlCV, meerdere (fragmenten) bloedafdruksporen en schoenafdruksporen gezet met/in bloed aangetroffen.

Door mij, [verbalisant] , zijn op genoemde locatie op de vloeren meerdere als zodanig herkenbare met/ in bloed gezette (schoen)afdruksporen aangetroffen. Er zijn door mij, [verbalisant] , tenminste drie (3) verschillende schoenzoolprofielen aangetroffen.

Het proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 18, 5649, 5653 met fotobladen 5657, 5658, 5662, 5663, 5666 - 5678, 5682 - 5690, 5692, 5693, 5695 - 5697:

De schoensporen: [1] A-2; [9] A-foto 2277; (10) B-foto 2280; [13) E-foto 2284; [22] N-foto 2301; [24) P-foto 2305; [28] T-foto 2317 T-1; [29) U-foto 2319 U-1; (30] V-foto2321; [31] W-foto 2323 W-1 en [36] AA-2-foto 2331, tonen een profiel, voor zover zichtbaar, bestaande uit rechte lijnen en gebogen lijnen (cirkeldelen).

Het profiel vertoont overeenkomst met het profiel in de zolen van schoenen van onder andere het merk Nike.

Foto 3 op blad 8 toont schoenafdrukspoor [28) op ware grootte.

Foto 4 op blad 9 toont een voorbeeld van het profiel van de zool van de schoenen van het merk Nike.

De schoensporen: [14] F-foto 2285 F-2; [15) G-foto 2287; [16] H-foto 2288; [17) 1-foto 2292; [18) J-foto 2293; [19) K-foto 2296; [20] L-foto 2299; [21) M-foto 2300; [32] X-foto 2324 X-1 [33) Y-foto2327 Y-1; [34) Z-foto2330; [35) 1-foto 2326; [36) AA-1-foto2331; [38) AC-foto 2334; [39] AD-foto 2336; [41] AF-foto 2348; [42) AG-foto 2343 en [43] AH-foto 2344, tonen een profiel, voor zover zichtbaar, bestaande uit tapse blokken en kruisjes.

Het profiel vertoont overeenkomst met het profiel in de zolen van schoenen van onder andere het merk Timberland.

De afmeting van het meest volledig gezette schoenspoor [16] H-foto 2288, bedraagt voor zover meetbaar ongeveer 27 centimeter wat overeenkomt met een schoenmaat van ongeveer 40.

Foto 5 op blad 10 toont schoenafdrukspoor [16] op ware grootte.

Foto 6 op blad 11 toont een voorbeeld van het profiel van de zool van de schoenen van het merk Timberland.

Het overzicht aantreffen slachtoffers, hulzen en projectielen op de plaats delict , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 6139:

Het aanvullend proces-verbaal, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5703:

Het proces-verbaal sporenonderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5726, 5728, 5731 en 5732:

Wij stelden een onderzoek in aan de personenauto. Wij zagen dat het een personenauto betrof:

Merk: Volkswagen

Type: Golf

Kleur: Zwart

Kenteken: [kenteken 1]

Onderstaand spoor werd getest met de tetrabasetest die een positieve reactie gaf. Hierna werd dat spoor op 27 november 2018 voor een spoed DNA-onderzoek veiliggesteld. Dit betrof het spoor:

- Achterzijde passagiersstoel links onderin op opbergvak SIN AAKT4899NL

Conclusie luminolonderzoek:

De aan de binnenzijde van de personenauto aangetroffen bloedsporen concentreren zich voornamelijk rechtsvoor en rechtsachter. Rechtsvoor concentreerden de bloedsporen zich voornamelijk op de binnenzijde van het rechter voorportier, de rugleuning van de passagiersstoel en de vloermat. Dit zou kunnen passen in het beeld van overdracht van bloed via bebloede kleding en/ of handen en/ of schoenen al dan niet tijdens het zitten op de passagiersstoel of het in- of uitstappen.

Rechtsachter concentreerden de bloedsporen zich voornamelijk op de vloer, laag op- en onder de achterzijde van de passagiersstoel, de vloermat en op het middengedeelte van de zitting van de achterbank. Dit zou kunnen passen in het beeld van overdracht van bloed via bebloede kleding en/ of handen en/of schoenen al dan niet tijdens het zitten op de achterbank of het in- of uitstappen.

Overig onderzoek:

Door mij werd de zwarte boodschappen trolley uit de kofferbak gehaald. Ik zag dat er een huls in het grote vak van de boodschappentrolley lag. Deze huls werd door mij veiliggesteld (SIN AAKS8755NL). Wij zagen dat het een zilverkleurige huls betrof, .22LR met op de hulsbodem een ingeslagen teken met daarin de letter:"R".

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , van 28 januari 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-01, ordner 19, 5985:

[screenshot dna spoor]

Bemonstering AAKT4899NL#0l

Het DNA-profiel, van de verdachte [verdachte] WAAA2044NL matcht met het DNA­mengprofiel van bemonstering AAKT4899NL#01 (een stuk textiel met bloed). Dit betekent dat [verdachte] een van de personen kan zijn van wie DNA aanwezig is in deze bemonstering, naast DNA van slachtoffer [slachtoffer 1] en minimaal één onbekende persoon.

Schelde

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer ON2R018109 (onderzoek Schelde).Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 2, 3 en 4

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 41 tot en met 45:

Ik ben eigenaar van het bedrijf [autobedrijf] , gelegen aan [adres 7] in Hengelo. Dit is een autobedrijf. Op 7 november 2018 zag ik dat twee onbekende personen mijn pand binnen kwamen. Ik zag dat beide personen direct doorliepen naar het kantoor. Het was een oudere man en een jongere man. Later zeiden ze dat ze vader en zoon waren. Ik hoorde dat er gezegd werd: "handen boven tafel, telefoons weg." Ik pakte mijn telefoon, want ik wilde 112 bellen. Ik zag dat de oudere man een wapen pakte. Ik zag dat de oudere man een wapen op mij richtte. Ik zat achter mijn bureau en de twee mannen stonden voor het bureau. Ik zag dat de oudere man het wapen op mijn borst richtte.

Ik hoorde dat de jongere man zei dat ik iets van hem gepakt zou hebben wat van hen was. Ik zei toen dat dit niet klopte en dat ze de verkeerde voor zich hadden. Ik zag dat de jongere man een wapen pakte. De jongere man wees met het wapen in zijn hand naar het wapen van de oudere man. Hij zei op dat moment: "dit wapen is om je pijn te doen, dat is een 6mm." De jongen zwaaide met het wapen dat hij in de hand had. Ik bedoel hiermee dat hij het wapen de ene keer in zijn linkerhand had en de andere keer in zijn rechterhand. Toen de jonge man het wapen pakte zei hij: "dit is een 9mm en die is om het af te maken." De jongere man zei op een gegeven moment dat er 1,5 tot 2 jaar geleden 5 kilo cocaïne

en 50 kilo Amnesia gestolen zou zijn. Ik heb toen tegen de jonge man gezegd dat ik daar niets van wist en dat ze gewoon de verkeerde persoon voor zich hadden.

Ik zag [slachtoffer 6] het kantoor binnen komen lopen. De jongere knaap zei tegen [slachtoffer 6] dat [slachtoffer 6] in het kantoor moest gaan zitten. Dit gebeurde onder bedreiging van het vuurwapen. Ik zag dat [slachtoffer 6] op het puntje van de bank in het kantoor ging zitten. Ik hoorde dat de oudere man tegen [slachtoffer 6] zei dat hij rustig moest gaan zitten. Ik zag dat de jongere man het wapen op [slachtoffer 6] richtte.

Na ongeveer 10 minuten zag ik dat mijn broertje [slachtoffer 7] het pand binnen kwam lopen.

Ik zag dat de jongere man achter mijn broertje aanliep. Ik zag dat [slachtoffer 8] , een vriend van mij, [slachtoffer 7] en de jongere man het kantoor binnen kwamen lopen. [slachtoffer 6] zat nog steeds op de bank (van achter de bank uit gezien links), mijn broertje is in het midden gaan zitten en [slachtoffer 8] zat rechts op de bank. Ik zat nog steeds achter mijn bureau. De oudere en jongere man zijn op de stoelen tegenover mij gaan zitten.

De jongere man pakte de sleutels die op het bureau lagen. Ik hoorde dat de jongere man vroeg welke sleutel van de voordeur van het pand was. De jongere man is naar de voordeur van het pand gelopen en heeft deze op slot gedaan. Daarna kwam de jongere man weer terug lopen en deed de kantoordeur op slot. De oudere man bleef constant met het wapen voor zich zitten. Ik zag dat de oudere man zijn wapen één voor één richtte op [slachtoffer 8] , [slachtoffer 7] en op [slachtoffer 6] . Terwijl het wapen op hun gericht was moesten [slachtoffer 8] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] hun telefoon op tafel neerleggen. Ik kreeg een kladblok naar mij toe gegooid. Ik moest daarop mijn adres schrijven en dat deed ik. Op dat moment werd door de oudere man een wapen op mij gericht. [slachtoffer 8] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] moesten ook hun adres opschrijven. Dit gebeurde ook onder bedreiging van een vuurwapen door de oudere man. Tevens moesten de portemonnees van iedereen op tafel worden gelegd, dit gebeurde ook onder bedreiging van het vuurwapen door de oudere man. Ik hoorde dat de jongere man op een gegeven moment vroeg of ik geld had. Ik zag dat de jongere man toen mijn portemonnee pakte en daar contant geld uit haalde.

In het kort is er door de oudere man twee keer geschoten. Hij heeft geschoten met het

wapen 6 mm. Eén kogel is hierbij langs het gezicht van [slachtoffer 8] gegaan. Ik hoorde twee schoten heel snel achter elkaar. Daarna ben ik vastgebonden. De hulzen zijn door beide mannen opgeraapt en meegenomen.

Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 56:

Toen ik bezig was met het verbinden van mijn vinger hoorde ik ineens twee harde

knallen. Ik zag dat de oudere man de schoten loste. Ik zag dat de oudere man voor de open kast in het kantoor stond. Ik zag dat er vanaf daar geschoten werd in de richting van de bank. Op de bank zaten op dat moment [slachtoffer 8] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] . De oudere man zei tegen mij dat ik moest gaan staan en dat hij mij wilde vastbinden. Ik stond op dat moment nog achter mijn bureau. Met een koord van de kapot geknipte tas werden mijn handen op mijn rug vastgebonden. Hierna werd mijn bovenlichaam vastgebonden met een spanband. Deze spanband lag in mijn kantoor. Toen ik aan mijn handen en aan mijn lichaam vastgebonden zat ben ik weer op de stoel achter mijn bureau gaan zitten.

De jongere man is ondertussen op de stoel voor het bureau gaan zitten.

De jongere man vroeg op een gegeven moment aan mij hoe ik ervoor ging zorgen dat ik

aan de geld eis ging voldoen. Ik heb toen aangegeven dat ik geen geld had. Ik hoorde dat de jongere man zei dat ik een maand de tijd had. Ik stemde hiermee in om ze maar tevreden te stellen.

De oudere man zei dat hij over een maand weer bij mij terug zou komen.

Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 131, 132 en 133:

Mijn broer [slachtoffer 5] heeft een autobedrijf aan [adres 7] te Hengelo. Op woensdag 7 november 2018 kwam ik aan, aan [adres 7] in Hengelo. Op het moment dat ik in mijn auto wilde stappen kwam er een onbekende jongen naar de voordeur van [slachtoffer 5] zijn bedrijf en zei met een lichtelijk dwingende blik dat wij naar binnen moesten komen. Hij bleef aandringen tot we binnenkwamen. Toen we liepen, liep hij achter ons aan en liet ons zitten op de bank in [slachtoffer 5] zijn kantoor. De deur van het kantoor werd door die jongere persoon op slot gedraaid. Mijn broer [slachtoffer 5] zat op zijn stoel achter het bureau. Voor het bureau van mijn broer stond een ietwat oudere man.

Ik zat in het midden op de bank, links van mij zat [slachtoffer 6] en rechts van mij [slachtoffer 8] . Ik hoorde dat de jongere man zei dat wij onze telefoons moesten inleveren en op tafel moesten leggen. Toen wij op de bank zaten haalde de jongere man een pistool uit zijn zak en richtte die op ons. Ik zag dat de oudere man uit zijn jaszak een pistool pakte en deze richtte op [slachtoffer 5] en begon te dreigen dat ze geld wilden zien. Volgens hun had [slachtoffer 5] drugs gestolen van ze. Meermaals werd het pistool op [slachtoffer 5] gericht en daarna weer op ons. Ze vroegen continu aan [slachtoffer 5] hoe hij aan zijn geld kwam en waar het lag. Ze liepen rond en keken in zijn portemonnee en eisten geld. [slachtoffer 5] gaf steeds hetzelfde antwoord geen geld te hebben en dat ze zijn voorgelogen en niet goed zijn geïnformeerd. De jongens leken steeds ongeduldiger en bozer te worden en begonnen steeds vaker te dreigen. Ze dwongen continu om te zorgen voor geld en hoeveel [slachtoffer 5] zijn leven waard was. Die vraag werd ook continu richting ons

gesteld en heen en weer.

De mannen werden nog bozer. Op een gegeven moment trok de oudere man weer zijn pistool en schoot twee keer in het kantoor. De oudere man stond in het midden van het kantoor. Hij miste [slachtoffer 8] net en schoot tussen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 8] door. De oudere man raapte een huls op en legde deze in de kast tegenover de bank. Toen de tweede huls gevonden werd, stopte de oudere man beide hulzen in zijn jaszak en nam deze mee. Vervolgens kreeg ik van de oudere man een pen en een stuk papier. Ik zag dat de oudere man zijn pistool op mijn hoofd richtte en zei dat ik mijn gegevens moest noteren. Ik noteerde mijn voornaam en adres in Hengelo. Hij keek me halverwege aan met het pistool in zijn hand en zei: Jongen, niet liegen. Vervolgens noteerden ze van iedereen alle gegevens en zeiden ze: Als jullie iets doen, dan weten we jullie te vinden.

Op een gegeven moment zeiden ze. We komen het geld halen en jij hebt een schuld bij ons terwijl ze [slachtoffer 5] en ons aankeken. Wij komen over een maand terug om het geld te halen en wanneer we dit niet krijgen zoeken we al jullie families op en vermoorden iedereen. Deze afspraak staat. Het gesprek bleef dreigend en langzaam liepen ze richting de deur.

Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 6] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 150, 151, 155:

Ik ging 7 november 2018 rond een uur of 13:00 uur naar het bedrijf " [autobedrijf] " van [slachtoffer 5] . Ik liep zijn bedrijf binnen en zag dat [slachtoffer 5] met twee mannen in gesprek was. Ik wilde weer weggaan, maar dat mocht niet. Ik hoorde een van de twee mannen zeggen: "Kom binnen, ga zitten". Ik schrok, want de jongere man richtte hierbij zijn vuurwapen op mij. Ik hoorde ze door elkaar allerlei dreigementen uiten naar [slachtoffer 5] . Ik hoorde iets over zestig (60) kilo "Amnesia" en vijf (5) kilo coke. Ik hoorde [slachtoffer 5] zeggen: "Ik weet niet waar je het over hebt". Ik hoorde dat de beide mannen aan [slachtoffer 5] bleven vragen naar het geld en de drugs. Ik zag het broertje van [slachtoffer 5] binnen komen. Ze lieten ook het broertje van [slachtoffer 5] niet weggaan. Toen liep de jongere man vanuit het bedrijf naar buiten en ik zag dat hij weer naar binnen kwam met [slachtoffer 8] . Ik zat toen samen met [slachtoffer 8] en het broertje van [slachtoffer 5] op de bank in het bedrijf. [slachtoffer 5] stond achter zijn bureau en de twee mannen stonden naast elkaar voor het bureau. Volgens mij bleef de oudere man iets herhalen over geld en drugs. De jongere man ging op de boomstronktafel zitten en hij richtte zijn vuurwapen op ons allemaal. Ik hoorde toen twee schoten. Ik zag dat de oudere man twee schoten afvuurde. Wat ik mij nog kan herinneren is dat er een dik pak geld op het bureau van [slachtoffer 5] lag en ik zag dat zij dit pakten. Nadat zij het geld hadden gepakt, moesten ik, [slachtoffer 8] en het broertje van [slachtoffer 5] onze adressen opschrijven.

(…)

V: Heb jij kunnen zien in welke richting er geschoten werd?

A: [slachtoffer 5] zei later toen de mannen weg waren, dat hij zag dat er door het papier was geschoten. We keken er naar en ik zag dat het papier uit elkaar gescheurd was. Dit lag op het bureau bij [slachtoffer 5] op de hoek, vlak bij [slachtoffer 8] . Ik zag dat de oude man de hulzen meenam.

V: In je eerste verklaring benoemde je trouwens dat de mannen [slachtoffer 5] even hadden vastgebonden. Ik lees terug dat ik dit niet genoteerd heb in jouw verklaring in het politiesysteem. Wat kun je hierover verklaren? Hoe en met wat hebben zij hem vastgebonden?

A: Ik dacht dat het met een spanband was. Een rood of oranje.

Het proces-verbaal uitkijken camerabeelden [adres 21] Hengelo, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 277 -279, 281 en 283:

Omstreeks 12:24:31 uur komt vanaf de linkerkant, uit de richting van de Grindweg, een lichtgekleurde personenauto aanrijden. Uit dashcambeelden van een andere auto blijkt dat het hier gaat om een lichtgrijs gekleurde Opel Meriva, voorzien van het kenteken [kenteken 4] . Op de beelden is te zien dat de Opel vervolgens aan de rechterzijde van de weg parkeert, ter hoogte van de bosschage, gelegen langs de percelen [adres 21] en 14, met de voorzijde van de auto richting de Pakhuisstraat. Vervolgens is te zien dat, vlak nadat de Opel is geparkeerd, aan de passagierszijde een wat ouder manspersoon uitstapt, hierna te noemen ‘oudere man’. Op dat moment stapt de bestuurder van de Opel uit, zijnde een wat jongere man. Beide mannen lopen vervolgens omstreeks 12:27:02 uur via de voordeur het pand binnen aan [adres 7] . Om 14:23:23 uur is te zien dat eerdergenoemde oudere en jongere man via de voordeur het pand aan [adres 7] verlaten en naar buiten lopen. Beiden lopen de straat over naar de Opel. De jongere man stapt vervolgens in de auto op de bestuurdersplaats. De oudere man stapt ook in, rechts voorin, op de passagiersplaats. Vervolgens is te zien dat de Opel rechtdoor wegrijdt richting Pakhuisstraat, en vervolgens daar omstreeks 14:24:00 uur linksaf slaat.

Het proces-verbaal sporenonderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 436 en 437:

Op donderdag 8 november 2018, werd door ons verbalisanten als forensische onderzoekers onderzoek verricht in een bedrijfsterrein/pand (bedrijfspand) te [adres 7] , [adres 7] Hengelo, binnen de gemeente Hengelo (O).

Wij zagen dat:

- er in de kantoorruimte een bankstel stond, een bureau met daar achter een houten

kast, een honden bench, nog een houten kast.

- op het bureau een papieren bescheiden beschadigd was en dat er rondom papiersnippers lagen.

- in de metalen wand, achter het bureau een deukje zat.

- boven de kast, achter het bureau, een plafondplaat licht beschadigd was.

Wij hoorden dat de aangever verklaarde dat één (l) van de daders tweemaal had geschoten en dat voornoemde beschadigingen pasten bij de schotrichting.

Wij zagen dat:

- er op de vloer voor de bench een zwart touw lag. Wij hoorden dat de aangever verklaarde dat hij met dit touw was vastgebonden.

- aan de linkerzijde, bij binnenkomst, van de kantoorruimte een tweede houten kast stond. Deze kast bevatte een gaatje en de muur achter dit gaatje bevatte eveneens een beschadiging. In de muur troffen wij een projectiel aan. Dit projectiel is door ons veilig gesteld. (SIN AAGX2184NL).

De beschadiging in de kast en in de muur zijn door ons gesondeerd om de schietbaan

aan te geven. Wij zagen dat deze naar alle waarschijnlijkheid door iemand is verschoten die zeer dicht bij de kast stond.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant] , van 14 februari 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 497:

Kogel [AAGX2184NL]

Gezien deze massa en de uiterlijke kenmerken past de kogel het best bij het kaliber .22 Long

Rifle. Patronen van het kaliber .22 Long Rifle kunnen worden verschoten uit (machine)pistolen, revolvers en geweren.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 244 en 245:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord [medeverdachte 1] )

A: Die 7 november 2018 ben ik daarheen gegaan, bij een bedrijfspand waar een garage is.

V: Weet je een naam?

A: Hij heet [slachtoffer 5] . Hij zit in vastgoed en hij doet ook in auto’s en je kunt bij hem auto’s leasen als dit bij

anderen niet lukt.

V: Met wie was je daar?

A: Ik was daar met mijn vader.

V: Hoe heet jouw vader?

A: [verdachte]

V: Hoe zijn jullie daar naartoe gegaan?

A: Met de auto.

V: Wat voor auto?

A: Een Opel Meriva, een oudere.

V: Wat voor kleur

A: Grijs, zilvergrijs, zo’n opa ding.

V: Waar zet je de auto neer?

A: Gewoon tegenover het pand.

V: En toen?

A: We zijn naar binnen gelopen. De deur was gewoon open.

V: Waar was dit gesprek?

A: In de kantoorruimte.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD-02, ordner 20, 266 en 267:

(opmerking griffier: V= vraag verbalisant, A= antwoord [verdachte] )

V: Wat wil je verklaren over dat wat heeft plaatsgevonden op 7 november 2018 in Hengelo.

A: Ik ben de 7e samen met mijn zoon naar de garage gegaan.

V: Welke zoon was dat?

A: [medeverdachte 1] .

V: Wie is die man?

A: Ik probeer zijn naam juist uit te spreken. In onze taal spreken we het uit als [slachtoffer 5] en in het

Nederlands is dat [slachtoffer 5] . Het is een voornaam. Zijn achternaam weet ik niet.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer ONRAB18013 (onderzoek Litouwen) of nummer ON2R018109 (onderzoek Schelde).Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Daar waar de afkorting (hb) is opgenomen, wordt bedoeld: ‘gevorderde kosten in verband met eventueel hoger beroep’.