Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:3054

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-09-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
8607523 EJ VERZ 20-177
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Transitievergoeding. Reorganisatie oude werkgever. Nieuw dienstverband bij gelieerde werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 8607523 EJ VERZ 20-177

Beschikking van de kantonrechter van 11 september 2020

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats],

verzoekende partij, verder te noemen [verzoekster] ,

gemachtigde: mr. C.J.M. Fens, werkzaam bij FNV,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NLS B.V., h.o.d.n. Steps Nederland B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Diemen,

verwerende partij, verder te noemen Steps,

gemachtigde: mr. S.M.J. Heeren, advocaat te Breda.

1 De procedure

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend - ontvangen op 29 juni 2020 - strekkende tot toekenning van een transitievergoeding ingevolge artikel 7:673 BW.

1.2.

Steps heeft een verweerschrift ingediend, ontvangen op 13 augustus 2020.

1.3.

Het verzoek is behandeld op 14 augustus 2020, waarbij de mondelinge behandeling vanwege de Corona-pandemie heeft plaatsgevonden via een Skype-verbinding. [verzoekster] is, bijgestaan door haar gemachtigde, verschenen en Steps is middels haar gemachtigde verschenen. Kort voorafgaand aan de mondelinge behandeling is van de zijde van Steps nog een productie overgelegd.

1.4.

De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling.

1.5.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] , geboren [1967] , is op 1 oktober 1988 in dienst getreden bij Steps op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De urenomvang bedroeg laatstelijk 20 uur per week met het uurloon van € 10,38, te verhogen met een persoonlijke toeslag, toeslagen voor onregelmatige uren en vakantiegeld.

2.2.

Steps is (geweest?1) onderdeel van de FNG Group, een beursgenoteerde modegroep die actief is (was) in binnen- en buitenland. In Nederland maakt(e) Steps, samen met Claudia Stäter Modehuizen B.V., New Fashions B.V., Promiss Fashion B.V. en Miss Etam Operations B.V. onderdeel uit van FNG NL. Genoemde besloten vennootschappen hebben in februari 2019 een sociaal plan getekend waarin, voor zover van plan, het volgende is opgenomen:

1.1.

De procedures en regels zoals opgenomen in dit Sociaal Plan zijn erop gericht de gevolgen voor de Werknemers, die getroffen worden door winkelsluiting, zoveel mogelijk te beperken, waarbij de huidige wet- en regelgeving leidend is. Uitgangspunt van dit Sociaal Plan is behoud van werkgelegenheid. Dientengevolge staat centraal het begeleiden van (potentieel) boventallige Werknemers van werk naar werk; in eerste instantie binnen FNG Nederland en in tweede instantie extern.

(…)

Definities

2.1

Werkgever

Onder Werkgever wordt verstaan Steps Nederland B.V., Miss Etam Operations B.V., New Fashions B.V., Claudia Stäter Modehuizen B.V., Promiss Fashion B.V., tezamen FNG Nederland (FNG NL).

(…)

Overplaatsing/plaatsing niet passende functie

5.1

Voor Werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt dat zij zo veel mogelijk intern binnen FNG Group NL worden overgeplaatst waarbij de anciënniteit wordt behouden. (…)

5.2.

Indien de Werknemer een passende functie weigert, kan Werknemer geen aanspraak meer maken op de voorzieningen uit het Sociaal Plan. (…).

2.3.

De verschillende merken worden met betrekking tot de Nederlandse markt centraal aangestuurd vanuit het hoofdkantoor te Diemen. Er is één HRM afdeling die activiteiten verricht ten behoeve van alle (Nederlandse) dochtervennootschappen. Ook de regiomanagers werken overkoepelend voor alle labels binnen FNG NL. Er is sprake van een geconsolideerde jaarrekening FNG NL.

2.4.

In januari 2020 is bekend geworden dat de vestiging van Steps in Enschede waar [verzoekster] werkzaam was, gaat sluiten. Binnen FNG NL is gezocht naar ander werk voor [verzoekster] met als resultaat dat [verzoekster] met ingang van 1 april 2020 in dienst is getreden bij Miss Etam Operations B.V. (hierna: Miss Etam) voor 15 uur per week in het filiaal in Almelo.

2.5.

Bij brief van 25 maart 2020 is door Steps aan [verzoekster] het volgende meegedeeld:

Hierbij bevestigen wij dat 31.3.2020 de laatste dag is van jouw dienstverband bij Steps Nederland B.V. Tevens bevestigen wij je overstap per 1.4.2020 naar Miss Etam Operations B.V.

De arbeidsovereenkomst betreffende jouw indiensttreding bij Miss Etam Operations B.V. Wordt zo spoedig mogelijk naar je toe gestuurd.

Alle tegoeden die je bij Steps Nederland B.V. hebt opgebouwd worden meegenomen naar Miss Etam Operations B.V.

Tevens verzoeken wij je om eventuele bedrijfseigendommen van Steps Nederland B.V. die nog in je bezit zijn in te leveren bij jouw leidinggevende. (…)”

2.6.

In de periode 11 – 20 mei 2020 heeft [verzoekster] een drietal emailberichten gezonden aan FNG NL. Hierin staat onder meer het volgende vermeld:

e-mailbericht van 11 mei:

“Sinds enige weken ben ik overgegaan van Steps Enschede naar Miss Etam Almelo. Behalve verandering van locatie sta ik nu voor 15 uur op de lijst. In Enschede werkte ik 20 uur. Mij Is bekend (bron: juridische afdeling FNV) dat ik voor de 5 uur gedeeltelijk ontslag, recht heb op een transitievergoeding. Wordt dit door de administratie afgehandeld of moet ik hier nog actie op ondernemen?”

emailbericht van 19 mei:

“Onlangs ben ik van 20 uur (…) naar 15 uur (…) terug gegaan. Ik heb getracht voor 5 uur ww aan te vragen. Mij is aangegeven dat dit wordt afgewezen in verband met een opzegtermijn van de werkgever. Het loon moet om die reden tot en met juli op basis van 20 uur uitbetaald worden. (…)”.

emailbericht van 20 mei:

“(…) Ik maak bezwaar tegen de wijze waarop mijn betrekking bij STEPS is beëindigd. Zoals ik al eerder aangaf heeft de werkgever de verplichting een opzegtermijn van 4 maanden aan te houden. Dit houdt in dat tijdens deze opzegtermijn het volledige loon (op basis van 20 uur) moet worden doorbetaald.

Ik ga niet akkoord met de opzegging, beschreven in de brief van 25 maart j.l. vanwege het ontbreken van de geldend opzegtermijn. Daarnaast heb ik het verzoek per omgaande een vaststellingsovereenkomst op te stellen waarbij een geldende transitievergoeding voor het verlies van 5 uur per week. (…)”.

2.7.

Delen van de FNG Group, waaronder Miss Etam zijn op 7 augustus 2020 in staat van faillissement verklaard nadat op 30 juli 2020 uitstel van betaling was aangevraagd. Ten tijde van de mondelinge behandeling was [verzoekster] op verzoek van de curator nog steeds werkzaam voor Miss Etam.

3 Het geschil

3.1.

Het verzoek

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, Steps te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding conform artikel 7:673 BW ter hoogte van € 10.510,71 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2020, met veroordeling van Steps in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van verschuldigdheid.

3.2.

Het verweer

Steps voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken. Zij stelt daartoe dat van een opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] en Steps geen sprake is. Primair is sprake is van een contractovername in de zin van artikel 6:159 BW, gebaseerd op de afspraken tot interne herplaatsing tussen Steps en Miss Etam. Subsidiair stelt Steps dat de brief van 25 maart 2020 niet anders kan worden beschouwd dan als een bevestiging van de afspraken dat [verzoekster] met ingang van 1 april 2020 werkzaamheden gaat verrichten voor Miss Etam en dat haar inzet voor Steps eindigt; van een opzegging zoals bedoeld in artikel 7:673 lid 1 sub a onder 1 BW is geen sprake. Ook als de brief wel gekwalificeerd dient te worden als een opzegging, is geen transitievergoeding verschuldigd omdat [verzoekster] is herplaatst, zodat geen situatie is ontstaan waarvoor de wetgever de transitievergoeding in het leven heeft geroepen. Ten slotte beroept Steps zich op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] en Steps is geëindigd. Dit staat niet alleen in de brief van 25 maart 2020, Steps heeft dit ook expliciet bevestigd in haar verweerschrift. Voorts staat vast dat tussen [verzoekster] en Miss Etam een nieuwe arbeidsovereenkomst is getekend. Over de wijze waarop de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] en Steps is geëindigd, verschillen partijen van mening.

4.2.

De kantonrechter stelt voorop dat het initiatief tot de beëindiging van het dienstverband tussen [verzoekster] en Steps is uitgegaan van Steps. Immers het is Steps die besloten heeft tot een reorganisatie ten gevolge waarvan onder meer haar winkel in Enschede is gesloten en de arbeidsplaats van [verzoekster] is komen te vervallen. Het is dan ook aan Steps om te zorgen dat er formeel een einde komt aan de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verzoekster] .

4.3.

Anders dan Steps is naar het oordeel van de kantonrechter van een contractovername2van Steps door Miss Etam geen sprake. Niet alleen is Steps niet in alle rechten en plichten die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] en Steps getreden, nu tussen [verzoekster] en Miss Etam sprake is van een arbeidsovereenkomst van 15 uur per week terwijl de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] en Steps een omvang kende van 20 uur per week, ook is niet gesteld of gebleken dat tussen Steps en Miss Etam een akte is opgesteld waarbij de arbeidsovereenkomst is overgegaan en die ingevolge artikel 6:159 BW vereist is. Het sociaal plan zoals dat is ondertekend in maart 2019 kan daartoe, anders dan Steps meent, niet dienen reeds omdat in het sociaal plan ‘slechts’ procedures en regels zijn opgenomen over de reorganisatie maar niets is geregeld inzake de overname van nader omschreven contracten. De brief van 25 maart 2020 kan dan ook niet aangemerkt worden als een medewerking van [verzoekster] bij de contractovername voor zover Steps dat bedoeld zou hebben met haar stelling dat ‘met de brief van 25 maart 2020 geanticipeerd is op hetgeen uitvoerig was besproken met [verzoekster] en waarmee [verzoekster] ook had ingestemd’.

4.4.

Subsidiair stelt Steps zich op het standpunt dat de brief van 25 maart 2020 niet anders beschouwd kan worden dan als een bevestiging van de tussen partijen gemaakte afspraken dat [verzoekster] ingaande 1 april 2020 werkzaamheden gaat verrichten voor Miss Etam en dat haar werkzaamheden voor Steps eindigen. Tijdens de mondelinge behandeling is dit nader toegelicht als zijnde een beëindiging met wederzijds goedvinden.

4.5.

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:670b BW is een beëindiging met wederzijds goedvinden slechts mogelijk indien deze beëindiging schriftelijk is overeengekomen. De kantonrechter stelt vast dat door partijen geen andere stukken met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in het geding zijn gebracht dan de brief van 25 maart 2020. In deze brief is slechts vastgelegd wat Steps voor ogen staat (een einde van de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verzoekster] per 1 april 2020 en aansluitend een nieuwe arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] en Miss Etam). Zelfs indien de brief van 25 maart 2020 al aangemerkt zou kunnen worden als een aanbod van Steps om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen, is niet voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste waar het betreft de instemming van [verzoekster] met de beëindiging. De conclusie is dan ook dat Steps met de brief van 25 maart 2020 de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] heeft opgezegd, met welke opzegging [verzoekster] heeft ingestemd, althans tot het verzenden van haar emailbericht van 20 mei 2020. Eerst in dit emailbericht heeft [verzoekster] geprotesteerd tegen de opzegging waar het betreft het niet in achtnemen van de opzegtermijn voor betreft de verminderde arbeidsomvang en het voor deze vermindering niet ontvangen van een transitievergoeding.

4.6.

Het betoog van Steps dat de situatie die beoordeeld is in het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 februari 20193 en waar [verzoekster] een beroep op heeft gedaan, niet vergelijkbaar is omdat de werknemer daar extern is herplaatst en [verzoekster] intern is herplaatst, volgt de kantonrechter niet. Weliswaar is [verzoekster] binnen de FNG Group herplaatst, maar dat doet niet af aan de omstandigheid dat sprake is van twee verschillende rechtspersonen. Dit blijkt reeds uit het feit dat Steps niet in staat van faillissement is verklaard terwijl dit wel het geval is bij Miss Etam, de nieuwe werkgever van [verzoekster] .

4.7.

Ook het meer subsidiaire verweer van Steps inhoudende dat de interne herplaatsing (intra-concern) geen situatie is waarvoor de wetgever de transitievergoeding in het leven heeft geroepen omdat in geval van interne herplaatsingsmogelijkheden Steps geen toestemming zou hebben gekregen van het UWV om de arbeidsverhouding op te zeggen, kan niet slagen. Weliswaar ligt het in de rede te veronderstellen dat het UWV inderdaad geen ontslagvergunning zou hebben afgegeven indien sprake is van herplaatsingsmogelijkheden in een passende functie binnen de groep waartoe de werkgever behoort, maar dit betekent niet dat om die reden niet tot een einde van de arbeidsovereenkomst gekomen zou kunnen worden. In dat geval zou, indien de onderneming behorende tot dezelfde groep als de werkgever geen arbeidsovereenkomst aanbiedt, ontbinding verzocht kunnen worden bij de kantonrechter. Overigens wordt opgemerkt dat, anders dan Steps stelt, [verzoekster] wel degelijk een verlies van inkomen uit arbeid heeft nu zij niet voor de volledige arbeidsomvang is herplaatst bij Miss Etam.

4.8.

Ten slotte is de situatie dat [verzoekster] zelf tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst zou zijn overgegaan, niet aan de orde zodat de vraag of sprake is van (een vorm van) misbruik van bevoegdheid zoals Steps stelt, niet aan de orde is. Ook acht de kantonrechter het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat een werkgever die zich inspant om een werknemer (intern) te herplaatsen, desalniettemin gehouden is een transitievergoeding te betalen, zoals Steps stelt. Indien Miss Etam een opvolgend werkgever is, zoals Steps stelt, wordt ingevolge het bepaalde in artikel 7:673 lid 5 aanhef en onder a BW de door Steps betaalde transitievergoeding in mindering gebracht op de transitievergoeding die Miss Etam verschuldigd is in geval van een opzegging van de arbeidsovereenkomst. Als Miss Etam niet als een opvolgend werkgever aangemerkt kan worden zoals bedoeld in artikel 7:673 lid 4 aanhef en onder b BW, zoals [verzoekster] stelt, is van samentelling van de duur van de arbeidsovereenkomsten voor de berekening van de transitievergoeding sowieso geen sprake.

4.9.

De conclusie is dan ook dat Steps een transitievergoeding verschuldigd is aan [verzoekster] vanwege de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Nu Steps de hoogte van de door [verzoekster] berekende transitievergoeding niet heeft betwist, zal het door [verzoekster] verzochte bedrag ter hoogte van € 10.510,71 bruto worden toegewezen. Ook de nevenverzoeken zijn toewijsbaar aangezien Steps daartegen geen zelfstandig verweer heeft gevoerd.

4.10.

Steps zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

5.1.

Veroordeelt Steps tot betaling van een bedrag van € 10.510,71 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2020 tot de dag van algehele voldoening.

5.2.

Veroordeelt Steps, in de kosten van de procedure aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 480,00 ter zake van salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.3.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2020.

(ak)

1 tijdens de mondelinge behandeling kon de gemachtigde van Steps hierover onvoldoende duidelijkheid verschaffen

2 zoals bedoeld in artikel 6:159 BW en voor zover dit anders dan in het kader van een overgang van onderneming al mogelijk zou zijn.

3 ECLI:NL:GHARL:2019:1496