Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:3019

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-09-2020
Datum publicatie
19-10-2020
Zaaknummer
08/710018-19 en 08/121727-19 (gev.ttz) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 18-jarige jongeman tot een gevangenisstraf van 120 dagen waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en algemene en bijzondere voorwaarden voor poging tot afpersing in vereniging, vernieling (medeplegen), poging tot diefstal in vereniging en openlijk geweld in vereniging. Samen met een andere jongen probeerde hij een cafetaria te overvallen. Ongeveer twee maanden na de overval zijn de jongens samen teruggekomen om de ruiten van datzelfde cafetaria te vernielen. Daarnaast probeerde de jongeman in te breken bij een tankstation en maakte hij zich schuldig aan openlijke geweldpleging. Naast de opgelegde gevangenisstraf moet hij één slachtoffer een schadevergoeding betalen van ruim 100 euro. Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2020:3021

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710018-19 en 08/121727-19 (gev.ttz) (P)

Datum vonnis: 17 september 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,

wonende [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek met gesloten deuren van

3 september 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Weimar en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. T. Geerdink, advocaat te Borne, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

Parketnummer: 08/710017-19

Feit 1: het medeplegen van een poging tot een gewapende overval;

Feit 2 en feit 3: het medeplegen van vernieling van een ruit;

Feit 4: het medeplegen van een poging tot een (gekwalificeerde) diefstal;

Parketnummer 08/121698-19

Feit 1: het medeplegen van openlijk geweld tegen goederen;

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Parketnummer: 08/710018-19

1.

hij op of omstreeks 22 januari 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en/of een ander door geweld en/of

bedreiging met geweld wederrechtelijk te bevoordelen, twee personeelsleden van [cafetaria] , te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , te dwingen tot de afgifte van contant geld/een geldbedrag dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of aan dat cafetaria of aan een derde toebehoorde, met kleding voor zijn gezicht en/of een zonnebril voor zijn ogen, samen met zijn mededader, genoemd cafetaria is binnengestapt, daarbij zichtbaar een koevoet (of een soortgelijk voorwerp) bij zich dragend, en heeft geschreeuwd of gezegd "geld, geld", althans woorden van die strekking, terwijl verdachtes mededader met een sjaal voor zijn mond, een capuchon over zijn hoofd en een zonnebril op naar de toonbank is gelopen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een (groot) mes heeft getoond en/of dit mes in de richting van die [slachtoffer 2] heeft gehouden en een heeft geschreeuwd of gezegd: "geld, ik wil geld" en/of "geld nu", althans woorden van die strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 09 maart 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, toebehorende aan [snackbar]

en/of [slachtoffer 3] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader, heeft vernield of beschadigd door deze (met één of meer hamers) stuk te slaan;

3.

bij op of omstreeks 24 maart 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, toebehorende aan [snackbar]

en/of [slachtoffer 3] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader, heeft vernield of beschadigd door deze (met één of meer hamers) stuk te slaan;

4.

hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen

misdrijf om sigaretten en/of andere goederen van zijn/hun gading weg te nemen, die goederen geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] N.V., in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)(met het oogmerk om zich die goederen wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met een breekijzer heeft getracht de toegangsdeur van een [tankstation] te forceren en/of een ruit heeft ingeslagen, terwijl verdachte en zijn mededader

daarbij gebruik maakten van handschoenen en donkere en gezichtsbedekkende kleding en zonnebrillen droegen en een plastic zak bij zich hadden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 08/121727-19

hij op of omstreeks 17 mei 2019 te Almelo openlijk, te weten op/aan de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten een ruit door een (bak)steen door voornoemde ruit te gooien, terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

Parketnummer: 08/710018-19

Parketnummer 08/121727-19

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1. De rechtbank is aldus van oordeel dat op grond van voorgaande wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder parketnummer 08/710018-19 feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 en parketnummer 08/121727-19 tenlastegelegde feiten.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer: 08/710018-19

1.

hij op of omstreeks 22 januari 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en/of een ander door geweld en/of

bedreiging met geweld wederrechtelijk te bevoordelen, twee personeelsleden van [cafetaria] , te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , te dwingen tot de afgifte van contant geld dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of aan die cafetaria of aan een derde toebehoorde, met kleding voor zijn gezicht en/of een zonnebril voor zijn ogen, samen met zijn mededader, genoemd cafetaria is binnengestapt, daarbij zichtbaar een koevoet (of een soortgelijk voorwerp) bij zich dragend, en heeft geschreeuwd of gezegd "geld, geld", althans woorden van die strekking, terwijl verdachtes mededader met een sjaal voor zijn mond, een capuchon over zijn hoofd en een zonnebril op naar de toonbank is gelopen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een mes heeft getoond en dit mes in de richting van die [slachtoffer 2] heeft gehouden en heeft geschreeuwd of gezegd: "geld, ik wil geld" en/of "geld nu", althans woorden van die strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 09 maart 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, toebehorende aan [snackbar]

en/of [slachtoffer 3] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader, heeft vernield of beschadigd door deze (met één of meer hamers) stuk te slaan;

3.

hij op of omstreeks 24 maart 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, toebehorende aan [snackbar]

en/of [slachtoffer 3] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader, heeft vernield of beschadigd door deze (met één of meer hamers) stuk te slaan;

4.

hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen

misdrijf om sigaretten en/of andere goederen van zijn/hun gading weg te nemen, die goederen geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] N.V., in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)(met het oogmerk om zich die goederen wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met een breekijzer heeft getracht de toegangsdeur van een [tankstation] te forceren en/of een ruit heeft ingeslagen, terwijl verdachte en zijn mededader

daarbij gebruik maakten van handschoenen en donkere en gezichtsbedekkende kleding en zonnebrillen droegen en een plastic zak bij zich hadden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 08/121727-19

hij op of omstreeks 17 mei 2019 te Almelo openlijk, te weten op/aan de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten een ruit door een (bak)steen door voornoemde ruit te gooien, terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 141, 311, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer: 08/710018-19

Feit 1

Het misdrijf: poging tot afpersing, door twee of meer verenigde personen.

Feit 2 en feit 3
Telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen.

Feit 4

Het misdrijf: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Parketnummer: 08/121698-19

Feit 1

Het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 150 dagen met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd en het resterende deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden meldplicht, aanwijzingen volgen van de jeugdreclassering, behandeling bij Intermezzo of een soortgelijke instelling, eventueel vervolgbehandeling of aanvullende hulpverlening en dagbesteding.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij de eis van de officier van justitie.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, meerdere vernielingen, poging tot gekwalificeerde diefstal en openlijke geweldpleging, door te handelen als hiervoor bewezen is verklaard. Ten aanzien van de poging tot afpersing heeft de verdachte samen met zijn mededader geprobeerd een cafetaria te overvallen. Hiervoor hebben zij messen en koevoeten meegenomen en gebruikt om de medewerkers van de cafetaria angst aan te jagen. Zij hebben daarbij op een agressieve wijze geroepen dat zij geld wilden. Dat het slechts bij een poging is gebleven, is niet te danken aan de verdachte of zijn mededader, maar aan het doortastend en adequaat reageren van de medewerkers van de cafetaria. Zij hebben een hakbijl en een dweilstok gepakt waarmee zij verdachte en de mededader op een heldhaftige wijze uit de cafetaria hebben weggejaagd. Omdat de overval was mislukt heeft verdachte dreigende uitlatingen gedaan dat zij terug zouden komen. Ongeveer twee maanden later zijn verdachte en de mededader vervolgens meerdere keren teruggekomen om de ruiten van de cafetaria te vernielen. Het spreekt voor zich dat de poging tot overval voor de slachtoffers beangstigend moet zijn geweest. Dat verdachte en zijn mededader daadwerkelijk teruggekomen zijn om de ruiten van de cafetaria te vernielen versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid nog meer. Daarnaast heeft verdachte samen met zijn mededader geprobeerd om in te breken bij een tankstation door met een breekijzer de toegangsdeur te forceren en een ruit in te slaan. Bij het plegen van voornoemde feit heeft verdachte er blijk van gegeven andermans eigendomsrechten niet te respecteren, geen rekening te houden met de gevoelens van het slachtoffer en alleen maar aan zijn eigen financiële gewin te denken. Tenslotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door samen met de mededader stenen door een raam van een woning te gooien terwijl de bewoonster en haar vriend zich op dat moment in de woonkamer bevonden. Verdachte heeft het feit uit wraak gepleegd, terwijl de persoon tegen wie de wraak was gericht inmiddels niet meer in die woning woonde. Hierbij heeft verdachte in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om zo te handelen. Het dient verdachte te worden aangerekend dat hij aangeefster aan dergelijk geweld heeft blootgesteld. Het feit heeft niet alleen de nodige indruk gemaakt op aangeefster en haar vriend maar ook schade veroorzaakt aan goederen van aangeefster. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat als strafverzwarend meegewogen dat bij de gepoogde overval op [cafetaria] het optreden van verdachte en zijn mededader doelgericht en goed voorbereid was. Verdachte en zijn mededader hadden van te voren een cafetaria uitgezocht die gunstig lag en meerdere vluchtwegen had. Daarnaast droegen zij gezichtsbedekkende kleding en een zonnebril en hadden zij een mes en een koevoet bij zich. De gepoogde inbraak bij het tankstation was eveneens doelgericht en goed voorbereid.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

  • -

    een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 28 juli 2020;

  • -

    een rapport van Jeugdbescherming Overijssel van 11 december 2019, opgemaakt door [naam 1] , raadsonderzoeker.

In het rapport van Jeugdbescherming Overijssel staat onder meer beschreven, zakelijk weergegeven, dat gedurende het traject een Pro Justitia rapportage is afgenomen. In deze Pro Justitia rapportage vallen meerdere zaken op. Eén ervan is het disharmonisch intelligentieprofiel van verdachte. Verdachte is verbaal relatief sterk maar zijn performale vaardigheden en het sociale begrip blijven hierbij sterk achter. Verdachte begrijpt wat er besproken wordt maar hij heeft moeite om zaken in de praktijk toe te passen. Verder blijkt dat verdachte nauwelijks mogelijkheden heeft ontwikkeld om gevoelens, gedachten en gedrag te controleren of af te remmen. Gecombineerd met zijn extraverte instelling en zijn impulsiviteit lijkt er nauwelijks controle mogelijk over zijn gedrag. Dit wordt gedurende het lopende traject door de Jeugdbescherming gemerkt.

Ter terechtzitting heeft [naam 2] , jeugdreclasseringswerker bij de Jeugdbescherming Overijssel, als deskundige onder meer verklaard dat de begeleiding van verdachte in de beginperiode moeizaam is verlopen. Verdachte trok zijn eigen plan en wilde niet meewerken aan de schorsingsvoorwaarden met een negatieve terugmelding als gevolg. De voorlopige hechtenis van verdachte is na een periode van detentie opnieuw geschorst waarna verdachte positieve gedragsverandering heeft laten zien en goed in de samenwerking is gegaan met de jeugdreclassering. De ouders van verdachte zijn erg betrokken en positief over het gedrag van verdachte. Verdachte heeft deelgenomen aan het ITB Harde Kern traject en is gestart met cognitieve gedragstherapie bij Intermezzo. Verder heeft verdachte dagbesteding in de vorm van werk. Van belang is dat verdachte deze ingeslagen weg doorzet en om dit vast te houden is toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering noodzakelijk. Voortzetting van het ITB Harde Kern traject is niet nodig. Geadviseerd wordt een jeugddetentie op te leggen die gelijk is aan het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren. Daaraan dienen bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld zoals dagbesteding en deelname aan een behandeling bij Intermezzo of een soortgelijke instelling, ook als daar een vervolgbehandeling uit voortvloeit. Indien een behandeling langer duurt dient verdachte daar ook aan mee te werken. Een onvoorwaardelijke werkstraf wordt moeilijk voor verdachte in verband met zijn werk.

Ter terechtzitting heeft [naam 3] , casusregisseur bij de Raad voor de Kinderbescherming, als deskundige onder meer verklaard, zakelijk weergegeven, dat verdachte in de periode na de laatste schorsing goed heeft meegewerkt met de Jeugdreclassering en heeft laten zien dat hij kan functioneren zonder recidive. Door de regelmaat van zijn werk functioneert verdachte op dit moment goed. Inmiddels is verdachte gestart met gedragstherapie en het lijkt er op dat de boosheid bij hem weg is. Verdachte geeft meer openheid over wat hem bezig houdt. Het is wel van belang dat de Jeugdreclassering nog langere tijd bij verdachte betrokken blijft.

Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie is de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit veroordeeld.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan rekening gehouden met het advies van de deskundigen ter terechtzitting. Gezien de persoon van verdachte zal hij langdurige begeleiding en verdere hulpverlening nodig hebben om de kans op recidive te doen verminderen.

Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, waarvan 45 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Aan deze voorwaardelijke jeugddetentie verbindt de rechtbank bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Jeugdbescherming Overijssel.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

Parketnummer 08/121727-19

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 854,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- tv kast € 30,-;

- controller PlayStation € 33,50;

- televisie € 275;

- laminaat € 16,13

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 500,- gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering met betrekking tot de materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het rechtstreekse verband met het feit onvoldoende onderbouwd is. De gevorderde immateriële schade is toewijsbaar tot een bedrag van € 300,- plus de wettelijke rente. De vordering dient voor het overige deel niet-ontvankelijk te worden verklaard. De officier van justitie heeft verzocht om de toewijsbare schadevergoeding hoofdelijk op te leggen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat deze onvoldoende is onderbouwd, dan wel dat onvoldoende is gebleken dat de schadeposten een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezen verklaarde feit. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering gematigd dient te worden.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder feit 1 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [benadeelde] . De opgevoerde schadeposten televisiekast, controller PlayStation en laminaat zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor wat betreft de opgevoerde schadepost televisie is de rechtbank van oordeel dat deze gematigd dient te worden tot een bedrag van € 50,-. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 129,80 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De rechtbank zal de vordering tot zover (hoofdelijk) toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor het overige deel in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De benadeelde partij zal voor de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank komt de gevorderde schade niet voor vergoeding in aanmerking omdat niet wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6:106 BW. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

De rechtbank oordeelt dat er geen vervangende jeugddetentie (0 dagen) zal worden opgelegd.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/710018-19 feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 en parketnummer 08/121727-19 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 08/710018-19 feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 en parketnummer 08/121727-19 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 08/710018-19

Feit 1

Het misdrijf: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2 en feit 3
Telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen.
Feit 4

Het misdrijf: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Parketnummer 08/121727-19

Het misdrijf: openlijk in verenging geweld plegen tegen goederen.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummer 08/710018-19 feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4, parketnummer 08/121698-19 feit 1 en feit2, parketnummer 08/121727-19 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen, waarvan 45 (vijfenveertig) dagen voorwaardelijk;

- de rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich gedurende de door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Overijssel, afdeling jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op de door de Jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de Jeugdreclassering zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    deelneemt aan de gesprekken met Jeugdbescherming Overijssel, afdeling

Jeugdreclassering, die gericht zijn op het toezicht op en het begeleiden bij het

nakomen van de bijzondere voorwaarden, zo frequent als deze dat noodzakelijk

acht;

  • -

    meewerkt aan andere door Jeugdbescherming Overijssel noodzakelijk geachte ondersteuning of verwijzing naar andere hulpverleningsinstanties, die gedurende de begeleiding door de jeugdreclassering noodzakelijk wordt geacht om de kans op herhaling te verkleinen;

  • -

    meewerkt aan een behandeling bij Intermezzo of een soortgelijke instelling, zolang de Jeugdbescherming Overijssel dit noodzakelijk acht;

  • -

    een zinvolle dagbesteding heeft, zoals werk, waarbij de jeugdreclasseerder bepaalt wat passend is;

daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    draagt de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Overijssel (instantiecode AST094) op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Verantwoordelijke gemeente is gemeente Almelo;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag van € 129,80 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2019), voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 129,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat jeugddetentie voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. M.H. van der Lecq en

mr. A.J. de Loor, rechters, allen tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van

H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2020.

Mrs. Van der Lecq en De Loor zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Parketnummer 08/710018-19

Feit 1

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 september 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , van 23 januari 2019, pagina’s 15 t/m 17, voor zover inhoudende de verklaring van aangever;

3.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , van 28 januari 2019, pagina’s 18 t/m 22, voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster;

4.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , van 29 januari 2019, pagina’s 25 t/m 27, voor zover inhoudende de verklaring van aangever;

5.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , van 21 mei 2019, pagina’s 95 t/m 99, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

Feit 2 en 3

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 september 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , van 9 maart 2019, pagina’s 56 t/m 61, voor zover inhoudende de verklaring van aangever;

3.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , van 24 maart 2019, pagina’s 62 t/m 63, voor zover inhoudende de verklaring van aangever;

4.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , van 21 mei 2019, pagina’s 95 t/m 99, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

Feit 4

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 september 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , namens [bedrijf] B.V., van 17 maart 2019, pagina’s 65 t/m 67, voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster;

3.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , van 21 mei 2019, pagina’s 104 t/m 110, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

Parketnummer 08/121727-19

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 september 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] , van 18 mei 2019, pagina’s 4 t/m 5, voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster.

3.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , van 18 mei 2019, pagina’s 46 t/m 52, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

4.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , van 18 mei 2019, pagina’s 53 t/m 56, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummers BVH 2019034196 en PL0600-2019059144. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.