Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:3004

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
ak_20_1619
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Betreft een omgevingsvergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het herstellen van de gevel en het vernieuwen van het dak van een bijgebouw/schuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/1619

uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] en [naam], te [woonplaats], verzoekers,

gemachtigde: mr. F. Krol-Postma,

en

het college van burgemeester en wethouders van Staphorst, verweerder,

gemachtigde: A.J. Pronk.

Als derde-partij hebben aan het geding deelgenomen: [naam] en [naam], te [woonplaats],

gemachtigde: mr. R.S. Wertheim.

Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan [naam] en [naam] te [woonplaats] een omgevingsvergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor het herstellen van de gevel en het vernieuwen van het dak op het perceel [adres] te [woonplaats].

Verzoekers hebben tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het bestreden besluit tot op hun bezwaar is beslist.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Derde-partij heeft een schriftelijke reactie ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 september 2020. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Derde-partij is verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en door deskundige [naam].

Overwegingen

1.1

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening worden gevraagd.

1.2

Bij de beoordeling van een zodanig verzoek dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het onderwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig karakter.

1.3

Gelet hierop dient in het onderhavige geding de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het bestreden besluit wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

2. Verzoekers wonen op het perceel [adres], dat grenst aan het perceel [adres] waarop de verleende omgevingsvergunning betrekking heeft. Zij zijn daarom belanghebbende bij die omgevingsvergunning. Hun verzoek is ontvankelijk.

3.1

Uit het verzoekschrift en het bezwaarschrift blijkt en op de zitting is door de gemachtigde van verzoekers verklaard dat de bezwaren van verzoekers niet de herstel-werkzaamheden aan de gevel en de vernieuwing van het dak als zodanig betreffen, maar zich richten tegen het naar hun mening al bestaande strijdig gebruik van het bijgebouw/de schuur voor woondoeleinden, dat volgens hen door de vergunde bouwwerkzaamheden nog zal worden vergroot.

Verzoeker [naam], die op het perceel [adres] een autoschadeherstelbedrijf/ autospuiterij exploiteert, waarbij ook metaalbewerking en plaatwerk zijn vergund, vreest dat hij hierdoor (verder) zal worden beperkt in de uitoefening van zijn bedrijf vanwege de milieuregelgeving.

Daarbij stellen verzoekers zich op het standpunt dat bij het bestreden besluit ook impliciet een omgevingsvergunning is verleend voor strijdig gebruik in die zin dat vergunning wordt verleend voor bewoning van het bijgebouw/de schuur.

3.2

Verzoekers vragen om het bestreden besluit te schorsen tot op hun bezwaar is beslist. Zij vrezen dat de bouwwerkzaamheden die al plaatsvinden onomkeerbare gevolgen zullen hebben waardoor de uitkomst van de bezwaarprocedure zonder betekenis zou zijn.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

4.1

Van de zijde van vergunninghouders is gesteld en door verzoekers is niet weer-sproken dat de bouwwerkzaamheden al enkele maanden gaande zijn. De herstelwerkzaam-heden aan de gevels zijn inmiddels nagenoeg voltooid. Er moet alleen nog glas worden geplaatst, de deuren en kozijnen moeten nog worden geschilderd en het metselwerk moet nog worden gevoegd. De vernieuwing van het dak is voorlopig om financiƫle redenen uitgesteld en zal in ieder geval niet gedurende de bezwarenprocedure worden uitgevoerd.

4.2

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter brengt de omstandigheid dat de bouwwerkzaamheden aan de gevels nagenoeg geheel zijn gerealiseerd en dat de vernieuwing van het dak in ieder geval is uitgesteld tot na het besluit op bezwaar, met zich dat het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening in deze zaak ontbreekt.

4.3

Dat het bestreden besluit tevens (impliciet) een vergunning inhoudt voor strijdig gebruik, zoals verzoekers stellen, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet gebleken. Verweerder moet beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. Daarin wordt alleen een vergunning gevraagd voor herstellen van de gevel en vernieuwen van het dak. Verder staat in de aanvraag dat het bouwwerk zal worden gebruikt voor overige gebruiksfuncties (garage/berging/hobbyruimte). Ook in de omgevingsvergunning is alleen vermeld dat deze wordt verleend voor de activiteit bouwen van een bouwwerk.

4.4

Als verzoekers vinden dat het bijgebouw/de schuur in strijd met de bestemming wordt of zal worden gebruikt voor woondoeleinden en zij daardoor worden beperkt in de gebruiksmogelijkheden van hun perceel, dan wel dat niet alle bouwwerkzaamheden die nu plaatsvinden of hebben plaatsgevonden zijn vergund, dan kunnen zij verweerder vragen om handhavend op te treden. Blijkbaar is dat laatste inmiddels ook al gebeurd. Dat is echter een kwestie die buiten het kader van deze procedure valt.

5. Gezien het vorenstaande wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, rechter, in aanwezigheid van G. Kootstra, als griffier, op

De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende donderdag na deze datum.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.