Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2992

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-09-2020
Datum publicatie
15-09-2020
Zaaknummer
08/108507-19, 16-036355-19 en 16/079253-19 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2021:2326
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 19-jarige jongeman tot een gevangenisstraf van 6 jaar voor diefstal met geweld en bedreiging in vereniging, afpersing en poging tot diefstal in vereniging. De man heeft in zeer korte tijd samen met anderen twee gewapende overvallen gepleegd en een poging daartoe. In januari vorig jaar werd een woningoverval in Kampen gepleegd en afpersing van een kluissleutel. Samen met een ander werd in dezelfde maand onder gewelddadige omstandigheden geprobeerd om de portemonnee van een sushibezorger te stelen en was hij betrokken bij een overval op een tankstation in Lelystad. Hij heeft hierbij de medewerker van de shop met een mes bedreigd. De medeverdachten van de man zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk 5 en 4,5 jaar en 420 dagen waarvan 346 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Naast de gevangenisstraf moet de man een bedrag aan schadevergoeding betalen van 800 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/108507-19, 16-036355-19 en 16/079253-19 (P)

Datum vonnis: 15 september 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

nu verblijvende in JJI Intermetzo te Lelystad.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
1 september 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E.M. Doedens en van wat door verdachte en de raadsman mr. K. Kok, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Voor de leesbaarheid van dit vonnis nummert de rechtbank het feit van parketnummer 08/108507-19 als feit 1, het feit van parketnummer 16-036355-19 als feit 2 en het feit van parketnummer 16/079253-19 als feit 3.

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 21 januari 2019 in Kampen met anderen of alleen in een woning met (bedreiging met) geweld goederen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gestolen en hen heeft afgeperst;

feit 2: op 2 januari 2019 in Lelystad met anderen of alleen heeft geprobeerd een sushibezorger te overvallen;

feit 3: op 8 januari 2019 in Lelystad met anderen of alleen een tankstation heeft overvallen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 21 januari 2019 te Kampen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in/uit een woning gelegen aan [adres 2] )

- een hoeveelheid geld (ongeveer 260 euro),

- een trouwring,

- een horloge,

- een portemonnee met inhoud en/of

- één of meerdere telefoon(s)

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of

gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te begeven,

- die [slachtoffer 1] te duwen als die [slachtoffer 1] bij de achterdeur het tafelkleed staat uit te kloppen waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen,

- (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] binnen is/zijn gegaan,

- meerdere malen te roepen/vragen waar de tienduizend euro is,

- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vast te tapen,

- die [slachtoffer 2] vervolgens aan een stoel vast te tapen,

- een bijtende vloeistof in de ogen/gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te spuiten,

- tape te plakken over de mond van die [slachtoffer 2] ,

- die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen de borst, althans het bovenlichaam, te stompen,

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: “nou vertelt u de waarheid en anders doen wij uw man wat aan. Hij leeft nu nog. Anders doen wij uw man wat aan”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of,

- (onder dreiging van dat mes) met die [slachtoffer 1] naar boven te gaan;

en/of

hij op of omstreeks 21 januari 2019 te Kampen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de

afgifte van een kluissleutel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorde, door;

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te begeven,

- die [slachtoffer 1] te duwen als die [slachtoffer 1] bij de achterdeur het tafelkleed staat uit te kloppen waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen,

- (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] binnen is/zijn gegaan,

- meerdere malen te roepen/vragen waar de tienduizend euro is,

- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vast te tapen,

- die [slachtoffer 2] vervolgens aan een stoel vast te tapen,

- een bijtende vloeistof in de ogen/gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te spuiten,

- tape te plakken over de mond van die [slachtoffer 2] ,

- die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen de borst, althans het bovenlichaam, te stompen,

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: “nou vertelt u de waarheid en anders doen wij uw man wat aan. Hij leeft nu nog. Anders doen wij uw man wat aan”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of,

- (onder dreiging van dat mes) met die [slachtoffer 1] naar boven te gaan;

2

hij op of omstreeks 2 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [bedrijf 1] (gevestigd aan de [adres 3] ) en/of [slachtoffer 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] ,

te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of mededader(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- een hoeveelheid eten bij de [bedrijf 1] heeft/hebben besteld en/of

- (vervolgens) een hoeveelheid eten van die [slachtoffer 3] heeft/hebben aangenomen en/of geld heeft/hebben betaald en/of

- (vervolgens) de portemonnee van die [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgepakt en/of naar zich toe heeft/hebben getrokken en/of

- (vervolgens) tegen een bloempot heeft/hebben gedrukt en/of geduwd en/of

- (daarbij) dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als je je portemonnee niet geeft, ga ik je doodsteken" en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- (vervolgens) een mes, althans op een mes gelijkend voorwerp in de broekzak heeft/hebben getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3

hij op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een geldbedrag en/of

- een of meerdere pakjes sigaretten,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [bedrijf 2] , heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere

deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer, terwijl hij, verdachte, zichtbaar een (groot) mes bij zich draagt en/of

- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en/of "Pas op, want ik steek, ik steek" en/of "Geef me geld, doe die la open" en/of

- vervolgens over de balie te buigen en een of meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en/of

- (vervolgens) een of meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en/of uit het schap te pakken.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Inleiding


Feit 1

Op 21 januari 2019 vindt tussen 18:00 en 18:30 uur een gewapende overval plaats aan de [adres 2] in Kampen. Uit de aangifte blijkt dat de destijds 80 en 81 jarige bewoners door drie mannen met gezichtsbedekkende kleding zijn overvallen in hun woning. Het echtpaar is met tape vastgebonden en bedreigd. Ook kregen zij een bijtende vloeistof in hun ogen gespoten. Nadat de man omver werd geduwd, werd hij onder bedreiging van een mes meegenomen naar boven, waar hij de sleutel van de kluis moest afgeven. Terwijl hij werd ontdaan van zijn sieraden, waaronder zijn trouwring, en portemonnee, werd zijn vrouw beneden door de andere overvallers bewaakt, bedreigd en gestompt tegen haar borst. Ondertussen werd de woning doorzocht naar een volgens hen aanwezig geldbedrag van

€ 10.000,-. Na de overval hebben de daders geprobeerd om met de weggenomen bankpas te pinnen.

Naar aanleiding van de gewapende overval start de politie een opsporingsonderzoek. Via meerdere meldingen, mede naar aanleiding van een uitzending van het televisieprogramma Opsporing Verzocht, getuigenverklaringen, in combinatie met zoek- en historische telefoongegevens, komt de politie vier verdachten op het spoor: [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .

Feit 2 en 3


Op 8 januari 2019 vindt tussen 19:45 uur en 19:55 een overval op het [bedrijf 2] in Lelystad plaats. Bij deze overval is de medewerkster van de shop door een jongen met een bivakmuts en donkere kleding bedreigd met een mes. Tijdens het opsporingsonderzoek naar dit strafbare feit, liep tevens een opsporingsonderzoek naar een overval op een sushi bezorger in Lelystad. Deze overval heeft plaatsgevonden op 2 januari 2019. In dit onderzoek zijn [verdachte] en [medeverdachte 4] als verdachten aangehouden. In de telefoon van [medeverdachte 4] zijn chatgesprekken aangetroffen waarin door beide personen wordt gesproken over voorbereidingshandelingen gericht op een overal. Uit nader onderzoek is gebleken dat deze gesprekken betrekking hadden op de gepleegde overval bij de [bedrijf 2] in Lelystad.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 heeft zij zich onder meer gebaseerd op de aangiftes, de aanvullende verklaringen van aangevers, de letselverklaring en de (deels) bekennende verklaring van verdachte. Uit het dossier blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 3] fungeerde als chauffeur en dat hij verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de woning heeft afgezet. Deze drie personen zijn gezamenlijk de woning binnen gegaan en hebben de bewoners omvergelopen, vastgetaped, gepepperd, (met een mes) bedreigd, geslagen en bestolen. Nadat de buit binnen was, zijn ze met z’n vieren naar een pinautomaat gereden, waar [medeverdachte 1] met de gestolen bankpas heeft geprobeerd te pinnen. Er was duidelijk sprake van een vooropgezet plan. Ten aanzien van feit 2 heeft zij verwezen naar de aangifte, de foto’s van het letsel en de belastende verklaringen van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . Wat betreft feit 3 verwijst zij naar de aangifte, de camerabeelden, de belastende verklaring van [medeverdachte 4] , de Whats-Appgesprekken en de zoekhistorie op de telefoon van verdachte.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1. De raadsman heeft bepleit dat verdachte voor de feiten 2 en 3 dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

4.4

Het oordeel van de rechtbank


Ten aanzien van feit 1

Vast staat dat op 21 januari 2019 een gewapende overval heeft plaatsgevonden in de woning aan de [adres 2] in Kampen. Betreffende de vraag of verdachte zich als medepleger hieraan schuldig heeft gemaakt overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat zij bij de vaststelling van de feiten uitgaat van de verklaringen van aangevers, het echtpaar [echtpaar] . Deze verklaringen ondersteunen elkaar en geven een heldere beschrijving over wat er de bewuste avond heeft plaatsgevonden. De verklaringen vinden bovendien steun in andere bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank stelt de volgende feiten vast.

Wanneer aangever [slachtoffer 1] buiten het tafelkleed wil uitkloppen, wordt hij plotseling naar binnen geduwd en valt achterover op de grond in de keuken. [slachtoffer 1] ziet dat er drie mannen de woning binnenlopen.2 De mannen schreeuwen hard. De mannen lopen op de aangeefster [slachtoffer 2] af, binden haar handen met tape aan elkaar en haar lichaam vast aan een stoel. Ook plakt een van hen tape over haar mond en sprayt een oranje vloeistof over haar bril, zodat zij niets meer ziet. Vervolgens worden de handen van [slachtoffer 1] met tape aan elkaar gebonden en krijgt hij een bijtende vloeistof in zijn ogen gespoten. Een van de overvallers dwingt [slachtoffer 1] naar boven te lopen en de kluis te openen. Deze overvaller heeft voortdurend een mes in zijn hand. De andere twee mannen blijven beneden bij [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] wijst de man de kluis en geeft hem de bijbehorende sleutel. Nadat de man de goederen uit de kluis haalt, roept de man meerdere keren dat er € 10.000,- in de woning moet liggen. Op dat moment heeft hij nog steeds een mes in zijn hand.3 Tegelijkertijd hoort [slachtoffer 1] dat de twee andere overvallers de woning doorzoeken. De man die boven is, trekt zijn horloge en trouwring van zijn handen en pakt zijn portemonnee uit zijn binnenzak. Daarna komt een tweede man naar boven. [slachtoffer 1] wordt door hen samen meerdere keren gevraagd naar zijn pincode, waarop hij een valse pincode doorgeeft. Ook [slachtoffer 2] wordt beneden gevraagd waar de € 10.000,- ligt en wat de pincode van de bankpas is. Tegen haar wordt gezegd dat ze de waarheid moet spreken en dat anders haar man wat wordt aangedaan. De mannen lopen van boven naar beneden en wisselen steeds van samenstelling. Een van de overvallers stompt haar vervolgens op haar borst.4 Na een half uur vertrekken de drie mannen uit de woning. [slachtoffer 1] blijft uit angst nog een aantal minuten boven in het berghok zitten. Nadat zijn vrouw roept dat de overvallers weg zijn, belt hij de politie.

De verbalisanten die naar aanleiding van de melding ter plaatse kwamen, troffen aangeefster [slachtoffer 2] met tape om haar middel en polsen aan op een stoel in de keuken.5 Aangever [slachtoffer 1] riep van boven dat ze waren overvallen door drie jonge mannen met gezichtsbedekkende kleding en dat hij zijn pinpas en pincode moest geven. Op zijn polsen zijn diverse bloeduitstortingen aangetroffen.6 Op het aanrecht lagen meerdere delen duct-tape, een schaar en een steakmes.7 Op het gezicht en op de kleding van de slachtoffers was de door hen beschreven oranje, bijtende vloeistof zichtbaar.8

Uit de letselverklaring blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 1] naast diverse bloeduitstortingen op haar lichaam, ook letsel op haar linker borst had, dat kan zijn veroorzaakt door een éénmalige stomp op de borst.9

Uit de woning is een geldbedrag van € 260,-, een trouwring, een horloge en een portemonnee met inhoud weggenomen.10


De daders

Uit de aangiften blijkt dat er drie personen in de woning aanwezig waren.11 De verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben ter zitting verklaard dat zij alle drie in de woning zijn geweest.12 Uit hun verklaringen blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 3] enkel de chauffeur was.

Het plan

Uit de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] blijkt dat zij op 21 januari 2019 door [medeverdachte 1] en verdachte zijn gebeld met de mededeling dat ze moesten komen en dat er makkelijk een groot geldbedrag te halen viel. Zij hebben vervolgens verdachte en [medeverdachte 1] opgehaald en zijn gezamenlijk richting Kampen gereden. [medeverdachte 3] bestuurde de auto en [medeverdachte 2] zat op de bijrijdersstoel. Vanuit de achterbank werd [medeverdachte 3] naar de woning in Kampen genavigeerd. [medeverdachte 3] heeft de auto in de buurt van de woning geparkeerd en heeft verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] laten uitstappen.13 De verdachte is vervolgens samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de woning binnengegaan.14

De geweldshandelingen

De rechtbank stelt op grond van de voornoemde bewijsmiddelen vast dat bij de overval gebruik is gemaakt van tape, een bijtende vloeistof en een mes. Ook is komen vast te staan dat [slachtoffer 1] door één van de overvallers is geduwd en dat zijn handen zijn vastgetaped en dat [slachtoffer 2] op een stoel is vastgetaped, dat er tape over haar mond is geplakt en dat zij door één van de overvallers tegen haar borst is gestompt.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de woning is geweest, dat hij degene is geweest die aangever [slachtoffer 1] een duw heeft gegeven en dat hij vervolgens samen met [medeverdachte 2] naar boven is gegaan. Eenmaal boven heeft hij [slachtoffer 1] gedwongen om de kluis te openen, de inhoud van de kluis in een zak gedaan en zijn horloge, trouwring en portemonnee gepakt. Ook verklaart hij meerdere keren te hebben gevraagd naar de pincode van de bankpas.15


Geen van de verdachten zegt te weten wie de slachtoffers heeft vastgetaped en wie er heeft gespoten met de bijtende vloeistof. De verdachten verklaren evenmin te weten wie [slachtoffer 1] met een mes heeft bedreigd en wie [slachtoffer 2] tegen haar borst heeft geslagen.

Medeplegen

De rechtbank stelt vast dat de verdachten op 21 januari 2019 tezamen naar Kampen zijn gereisd om geld te verdienen. Vanaf de achterbank, waar verdachte en [medeverdachte 1] zaten, werden instructies gegeven over de te volgen route. [medeverdachte 3] heeft verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de buurt van de woning van aangevers afgezet. Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens naar het huis van aangevers gelopen en in de tuin van de woning hebben zij hun gezichten bedekt.16 Zij zijn vervolgens de woning binnengedrongen en hebben daarbij meteen geweld gebruikt. Aangever [slachtoffer 1] wordt omver geduwd, waardoor hij valt, en zijn handen worden vastgetaped en [slachtoffer 2] wordt vastgetaped aan een stoel; er wordt een mes getoond en [slachtoffer 2] wordt tegen haar borst gestompt. De verdachten doorzoeken het huis. Als zij niet het verwachte geldbedrag aantreffen, verlaten zij gezamenlijk de woning. De rechtbank stelt vast dat de verdachten van het begin tot het eind samen hebben opgetreden en dat derhalve sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.

Zowel uit de verklaringen van aangevers als uit de verklaringen van verdachten blijkt dat de overvallers zich in verschillende ruimtes in de woning bevonden en dat zij afwisselend bij de man boven en bij de vrouw beneden zijn geweest.17 Ook hadden de verdachten constant samenspraak. Er was, gelet op hun optreden, naar het oordeel van de rechtbank, tijdens de overval sprake van een zodanige hechte en intensief samenwerkende dadergroep, dat voor de beoordeling van het medeplegen van de verschillende geweldshandelingen, niet van belang is wie van de verdachten welke rol bij het plegen van die handelingen heeft vervuld. De geweldshandelingen waren bovendien dienstbaar aan het gezamenlijke doel dat zij voor ogen hadden, te weten het verkrijgen van een groot geldbedrag. Ten aanzien van het opzet op de verschillende geweldshandelingen geldt dat niet is vereist dat de verdachte op de hoogte is geweest van de precieze handelingen van de medeverdachten.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van zowel het eerste als het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde, met alle in de tenlastelegging feitelijk omschreven geweldshandelingen.

Omdat uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden geconcludeerd dat de mobiele telefoons uit de woning zijn weggenomen, zal zij verdachte van dit onderdeel vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank stelt op basis van het procesdossier de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 2 januari 2019 wordt telefonisch bij [bedrijf 1] een bestelling geplaatst die moet worden bezorgd bij [adres 4] in Lelystad. Wanneer aangever op de bezorglocatie aankomt, ziet hij twee personen bovenaan de trap staan. Aangever geeft het eten aan persoon 1 en pakt zijn portemonnee om af te rekenen. Op dat moment pakt persoon 2 met twee handen de portemonnee naar zich toe. Aangever trekt de portemonnee terug en stopt deze in zijn binnenzak. Vervolgens lopen beide personen op aangever af en drukken hem richting een bloempot. Tijdens het drukken zeggen ze meerdere keren "Als je de portemonnee nu niet geeft, ga ik je doodsteken". Aangever ziet en voelt dat beide personen tegen zijn helm slaan. Wanneer persoon 2 zijn jas omhoog doet ziet aangever door de broekzak een vorm van een mes. Aangever schreeuwt om hulp. Hij ziet dat persoon 2 met zijn vuist tegen zijn hoofd slaat. Daarna ziet hij beide personen wegrennen.18

Het telefoonnummer dat bij de telefonische bestelling is doorgegeven betreft het telefoonnummer [telefoonnummer] , welk nummer in gebruik is bij verdachte.19

Uit de verklaring van [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] ) blijkt dat hij op 2 januari 2019 met vrienden in de Sisha Lounge was en dat ze telefonisch eten hebben besteld, wat moest worden bezorgd op het [adres 4] . Toen de bezorger met het eten naar boven kwam, heeft hij de sushi aangenomen en hem geld gegeven. Hij heeft vervolgens geprobeerd om zijn portemonnee te pakken. Dit is niet gelukt omdat hij een beetje tegenwerkte. Hij heeft het samen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) gedaan. Verdachte heeft tegen hem gezegd dat hij de bezorger een klap heeft gegeven.20

Uit de verklaring van [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) blijkt dat hij samen met verdachte, [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] in de Sushilounge was en dat verdachte en [medeverdachte 5] het plan hadden om sushi te bestellen bij [bedrijf 1] en dan de bezorger te overvallen. Ze hebben zijn telefoon gebruikt om de bestelling te plaatsen.21

[medeverdachte 4] heeft ter terechtzitting van de Rechtbank Midden-Nederland van 27 augustus 2019 verklaard dat hij, toen hij bij de bushalte stond, drie jongens zag staan, onder wie het slachtoffer. De sushibezorger werd geduwd en getrokken. Daarna zag hij verdachte en [medeverdachte 5] wegrennen. Zij belden hem daarna om naar hen toe te gaan. Verdachte is toen samen met [medeverdachte 6] naar hen toegegaan.22In [locatie] hebben zij gesproken over de overval. [medeverdachte 5] had een grote bak met sushi in zijn handen. Ze vertelden dat het niet gelukt was om hem van geld te beroven, dat [medeverdachte 5] de bezorger een paar klappen had verkocht en dat ze geld aan hem hadden laten zien in de hoop dat hij zijn portemonnee zou pakken.23

Verder zijn in de telefoon van de ex-vriendin van verdachte, [ex-vriendin] (hierna: [ex-vriendin] ), chatgesprekken tussen [ex-vriendin] en verdachte aangetroffen. Uit een chatgesprek van 6 maart 2019 blijkt dat verdachte [ex-vriendin] een foto van aangever stuurt, waar zij vervolgens op reageert met de opmerking ‘ [opmerking] ’.24 [ex-vriendin] heeft bij de politie verklaard dat verdachte en zijn vrienden waren opgepakt voor de overval op de bezorger en dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat [medeverdachte 4] hem had verraden.25

De rechtbank stelt op grond van de voorgaande bewijsmiddelen vast dat verdachte samen met [medeverdachte 5] heeft geprobeerd om aangever [slachtoffer 3] te overvallen.

De rechtbank schuift de verklaring van verdachte, inhoudende dat de overval is gepleegd door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , als ongeloofwaardig ter zijde. Hiertoe overweegt de rechtbank onder meer dat is gebleken dat het door verdachte opgegeven alibi, inhoudende dat hij ’s avonds aan het werk was bij [bedrijf 3] , niet blijkt te kloppen en dat zijn historische telefoongegevens niet overeenkomen met zijn verklaring, maar wel met de verklaring van [medeverdachte 4] .

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank stelt op basis van het procesdossier de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 8 januari 2019 omstreeks 19:45 uur ziet een medewerkster van de [bedrijf 2] in Lelystad een man de winkel binnenlopen. Wanneer zij zich omdraait ziet zij een man in een blauw trainingspak met een bivakmuts over zijn gezicht en de capuchon van zijn hoodie over zijn hoofd. De man heeft handschoenen aan en een groot mes in zijn hand. De man loopt in versnelde pas op aangeefster af en zegt met harde stem “Geef me geld, geef me geld". Aangeefster staat op dat moment achter de toonbank. De man roept vervolgens "Pas op, want ik steek, ik steek" en "Geef me geld, doe die la open". Aangeefster opent de geldla en ziet dat de man zich over de balie heen buigt om het geld uit de la te pakken. De man zegt vervolgens "En ik wil ook sigaretten". Aangeefster doet een greep uit het schap en geeft de man een hand vol sigaretten. De man loopt vervolgens om de balie heen en pakt zelf nog een aantal pakjes sigaretten uit het schap. De man stopt het geld en de sigaretten in een grijs plastic tasje en loopt de winkel uit.26

De aangifte wordt ondersteund door de camerabeelden van het [bedrijf 2] .27

Op de beelden is te zien dat een persoon met het door aangeefster opgegeven signalement de winkel van het [bedrijf 2] binnen rent en op de medewerkster achter de balie afrent. De man wijst met een mes in de richting van de medewerkster en maakt stekende bewegingen in haar richting. De medewerkster van de kassa doet de la open en de man pakt een bakje met briefgeld uit de kassa en stopt deze in een grijze tas. De man rent weg richting de uitgang. Hij verliest hierbij een pakje sigaretten.

[medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard dat hij met verdachte over een voorverkenning heeft gesproken en dat verdachte de overval bij de [bedrijf 2] in Lelystad heeft gepleegd.28

Deze verklaring vindt steun in Whats-Appgesprekken tussen [medeverdachte 4] en verdachte die in de telefoon van [medeverdachte 4] zijn aangetroffen.29

In de chatgesprekken van 6 januari 2019 zegt [medeverdachte 4] dat verdachte 3 barkie (300 euro) nodig heeft voor donderdag voor eten of zeg maar salaris. Dan zegt [medeverdachte 4] : “Je gat die oevvoe gooien toch”. Hierop reageert verdachte door te zeggen: “ja dinsdag”. [medeverdachte 4] zegt tegen verdachte dat hij een grote tas moet kopen en dan de sigaretten ook mee moet nemen en seren (verkopen). Ook zegt [medeverdachte 4] “Alsnhij niet wilt geven Moet je over die toonbank springen”, “Je moet niet alleen doen Beste met zn 2en”. Verdachte vraagt of [medeverdachte 4] voor hem kan observeren. Hij vraagt of [medeverdachte 4] dinsdag rond zes uur kauwgom wil gaan halen. [medeverdachte 4] zegt: “Dat is goedd denk ik”. [medeverdachte 4] vraagt aan verdachte wanneer hij die torrie (het verhaal) wil gaan doen. Verdachte zegt rond 6 uur of half 9, rond sluitingstijd. [medeverdachte 4] zegt dat hij eerst weg moet zijn, anders is hij getuige. Verdachte zegt dat hij iets nodig heeft om te vluchten. [medeverdachte 4] zegt: “We moeten scooby fixen en die kenteken er af halen. Of motor ofsow. Ik kan motor rijden dus geen stress. Scooter kan ook maar moet zwaar opgevoerd zijn”. Dan praten zij over waar verdachte naartoe zal vluchten. De naam [naam 1] wordt genoemd. Verdachte wil [medeverdachte 4] de verantwoordelijkheid geven over de sigaretten. Verdachte wil een paar pakjes voor zichzelf en de rest mag [medeverdachte 4] verkopen. Verdachte zegt ik heb toch stash (weggestopt). [medeverdachte 4] kan het volgens verdachte verkopen voor 5 euro per pakje. Dan vraagt [medeverdachte 4] waar de bivak (bivakmutsen) zijn. Die bivak van verdachte [medeverdachte 4] zou [naam 1] hebben. Hierop zegt verdachte dat ze gestasht (verstopt) zijn in de bosjes. Op 8 januari 2019 vraagt verdachte aan [medeverdachte 4] of hij zo kan gaan observeren, zeg maar kauwgom halen. [medeverdachte 4] zegt dat hij naar [naam 2] rijdt. Verdachte zegt hierop “Haal die shit voor me, die taser”.

Op de terechtzitting bij de Rechtbank Midden Nederland, locatie Lelystad, van 27 augustus 2019 heeft [medeverdachte 4] verklaard dat met “oevvoe gooien” het doen van een overval werd bedoeld.30

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 4] op 10 september 2019 door de rechtbank Midden-Nederland als medepleger is veroordeeld voor deze overval.31

Uit de webhistorie van de telefoon van verdachte blijkt verder dat op 14 en 15 januari 2019 twee keer is gezocht op de zoekterm ‘Overval [bedrijf 2] ’ (bij omroep Flevoland) en Overval woning en tankstation (bij Opsporing Verzocht).32

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 4] het [bedrijf 2] in Lelystad heeft overvallen. De rechtbank stelt ook vast dat de inhoud van de chatgesprekken overeenkomt met de wijze waarop de overval is uitgevoerd.

De verklaring van verdachte ter zitting, inhoudende dat hij de chatgesprekken heeft gevoerd uit stoerdoenerij en de overval nooit feitelijk zou uitvoeren, acht de rechtbank gelet op de bewijsmiddelen in het dossier niet aannemelijk en ongeloofwaardig, niet in de laatste plaats omdat hij hierover steeds wisselend heeft verklaard. De rechtbank acht daarom het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij op 21 januari 2019 te Kampen tezamen en in vereniging met anderen uit een woning gelegen aan [adres 2]

- een hoeveelheid geld (ongeveer 260 euro),

- een trouwring,

- een horloge,

- een portemonnee met inhoud

dat toebehoorde aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door:

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te begeven,

- die [slachtoffer 1] te duwen als die [slachtoffer 1] bij de achterdeur het tafelkleed staat uit te kloppen waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen,

- vervolgens de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] binnen is gegaan,

- meerdere malen te roepen/vragen waar de tienduizend euro is,

- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vast te tapen,

- die [slachtoffer 2] vervolgens aan een stoel vast te tapen,

- een bijtende vloeistof in de ogen/gezicht van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te spuiten,

- tape te plakken over de mond van die [slachtoffer 2] ,

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen de borst te stompen,

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: “nou vertelt u de waarheid en anders doen wij uw man wat aan. Hij leeft nu nog. Anders doen wij uw man wat aan”,

- een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en

- onder dreiging van dat mes met die [slachtoffer 1] naar boven te gaan;

en

hij op 21 januari 2019 te Kampen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een kluissleutel, dat aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toebehoorde, door;

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te begeven,

- die [slachtoffer 1] te duwen als die [slachtoffer 1] bij de achterdeur het tafelkleed staat uit te kloppen waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen,

- vervolgens de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] binnen is gegaan,

- meerdere malen te roepen/vragen waar de tienduizend euro is,

- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vast te tapen,

- die [slachtoffer 2] vervolgens aan een stoel vast te tapen,

- een bijtende vloeistof in de ogen/gezicht van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te spuiten,

- tape te plakken over de mond van die [slachtoffer 2] ,

- een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en

- onder dreiging van dat mes met die [slachtoffer 1] naar boven te gaan.

2

hij op 2 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een portemonnee met inhoud, die toebehoorde aan [bedrijf 1] (gevestigd aan de [adres 3] ) en/of [slachtoffer 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken,

- een hoeveelheid eten bij de [bedrijf 1] hebben besteld en

- vervolgens een hoeveelheid eten van die [slachtoffer 3] hebben aangenomen en geld hebben betaald en

- vervolgens de portemonnee van die [slachtoffer 3] hebben vastgepakt en naar zich toe hebben getrokken en

- vervolgens tegen een bloempot hebben gedrukt en

- daarbij dreigend de woorden hebben toegevoegd: "Als je je portemonnee niet geeft, ga ik je doodsteken" en

- vervolgens die [slachtoffer 3] meermalen tegen het hoofd hebben gestompt en

- vervolgens een mes in de broekzak hebben getoond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3

hij op 8 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een ander

- een geldbedrag en

- meerdere pakjes sigaretten,

dat toebehoorde aan [bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door

- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer, terwijl hij, verdachte, zichtbaar een groot mes bij zich draagt en

- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en "Pas op, want ik steek, ik steek" en "Geef me geld, doe die la open" en

- vervolgens over de balie te buigen en meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en

- vervolgens meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en uit het schap te pakken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De bewezenverklaarde gedragingen leveren in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt.

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 47, 312 en 317 Sr.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

Eendaadse samenloop van

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2

het misdrijf: poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3

het misdrijf: diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte met toepassing van artikel 77b Sr volgens het volwassenstrafrecht wordt berecht en dat verdachte op basis daarvan wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie verwijst in dit kader naar de aard en ernst van de zaken, de berekenende houding van verdachte en zijn initiërende/leidinggevende rol. Zij merkt daarbij op dat verdachte meerdere feiten in kortere periode heeft gepleegd en dat uit het dossier volgt dat verdachte zich voortdurend bezig houdt met het plegen dan wel voorbereiden van strafbare feiten. Daarnaast neemt verdachte geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden, wat geen blijk geeft van een lerende houding. Voorts is bij verdachte geen stoornis vastgesteld en blijkt uit de rapportage van SAVE dat hij over een sociaalwenselijke houding beschikt. De officier van justitie merkt als strafverzwarende omstandigheden aan de grove inbreuk op de veiligheid van de slachtoffers, de (hoog)bejaarde leeftijd van de slachtoffers, het plegen van de diefstal met meerdere personen die handschoenen en gezichtsbedekking dragen, het toegepaste geweld (het gebruik van tape, een bijtende vloeistof en het tonen van een mes) en het voorkomen dat hulp kon worden ingeschakeld. De officier van justitie houdt bij haar strafeis rekening met de leeftijd van verdachte.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast en dat verdachte op basis daarvan wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 24 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door SAVE. Verdachte was ten tijde van de gepleegde feiten 17 jaar. De hoofdregel luidt dan ook dat verdachte volgens het jeugdstrafrecht moet worden berecht. De raadsman heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar de deskundigenrapportages en diverse rechtelijke uitspraken. De raadsman verzoekt bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het feit dat verdachte first offender is en dat de leidende rol die aan verdachte wordt toebedeeld ontbreekt. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat, indien het volwassenstrafrecht wordt toegepast, bij de straftoemeting rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn jonge leeftijd en de inhoud van de rapportages.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een zeer korte tijd samen met anderen schuldig gemaakt aan twee gewapende overvallen en een poging daartoe. Hierbij is telkens op een laffe manier te werk gegaan.

Verdachte heeft zich allereerst op 21 januari 2019 schuldig gemaakt aan een woningoverval en afpersing van een kluissleutel. Verdachte en zijn mededaders hebben hierbij hun oog laten vallen op een kennelijk ‘gemakkelijke prooi’, namelijk een hoogbejaard echtpaar. Verdachte en zijn mededaders hebben de slachtoffers via de achterdeur overlopen, hen beide vastgebonden met tape en een bijtende vloeistof in de ogen gespoten. Terwijl slachtoffer [slachtoffer 1] boven onder bedreiging van een mes werd gedwongen tot afgifte van de kluissleutel en zijn pincode, en tevens zijn sieraden en portemonnee werden afgenomen, werd zijn vrouw in de keuken beneden bewaakt, bedreigd en geslagen. Ondertussen werd in de woning gezocht naar een geldbedrag van € 10.000 euro. Omdat zij dit niet konden vinden, zijn ze er met een kleinere buit vandoor gegaan. Zij zijn vervolgens naar een pinautomaat gereden en hebben geprobeerd met de weggenomen bankpas te pinnen.

Voorts heeft verdachte op 2 januari 2019 samen met een mededader onder gewelddadige omstandigheden geprobeerd om de portemonnee van een sushibezorger te stelen. Het slachtoffer is hierbij naar een afgelegen parkeerdek gelokt en aldaar door verdachte en zijn mededader belaagd, bedreigd en geslagen.

Zes dagen later heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een overval op een tankstation in Lelystad. Verdachte heeft hierbij de medewerker van de shop met een mes bedreigd.

Feiten als onderhavige schokken de rechtsorde en brengen gevoelens van onveiligheid met zich mee, zowel bij de aangevers als bij de maatschappij. De rechtbank overweegt dat het voor het bejaarde echtpaar in het bijzonder een traumatische ervaring moet zijn geweest dat er vanuit het niets drie (voor hen onbekende) mannen in hun woning stonden, die op onmiskenbare wijze lieten blijken dat zij uit waren op hun geld. Het is in de ogen van de rechtbank extra kwalijk dat de bewoners bij de overval zijn vastgebonden en in hun gezicht zijn gespoten met een spray. De verbalisanten die na de overval bij de woning zijn geweest beschrijven dat het echtpaar behoorlijk aangeslagen waren, emotioneel reageerden en dat zij tegen hun tranen vochten. De rechtbank vindt het verwerpelijk dat verdachte geen rekening heeft gehouden met de gevoelens van de slachtoffers, maar alleen heeft gehandeld uit eigen financieel gewin. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

De persoon van de verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 16 juli 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De rechtbank heeft verder gelet op de inhoud van de over verdachte opgemaakte rapportages van 25 juli 2019, opgemaakt door R.M.C. Hoogstraten, GZ-psycholoog, en van 29 juli 2017, opgemaakt door D. Matser, kinder- en jeugdpsychiater.

De psychiater en psycholoog hebben verdachte onderzocht en vastgesteld dat geen sprake is van een ziekelijke stoornis dan wel gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Geadviseerd wordt om de tenlastegelegde feiten volledig aan verdachte toe te rekenen. De omgang met criminele leeftijdsgenoten, het middelengebruik en zijn (destijds) gebrekkige motivatie voor school zijn volgens de deskundigen risicoverhogende factoren. Volgens beide deskundigen is verdachte pedagogisch beïnvloedbaar en is een pedagogische benadering aangewezen. Immers maakt verdachte deel uit van het kerngezin en volgt hij onderwijs. Volgens de psycholoog is verdachte sociaal-emotioneel jonger dan zijn kalender leeftijd en is hij afhankelijk van structuur, de begrenzing en het gezag van anderen. Verdachte is nog volop in ontwikkeling. Voorts worden geen contra-indicaties voor het toepassen van jeugdstrafrecht gezien. Geadviseerd wordt om het minderjarigenstrafrecht toe te passen en verdachte een voorwaardelijke detentie op te leggen met als bijzondere voorwaarden toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering.

De rechtbank sluit zich wat betreft de mate van toerekeningsvatbaarheid aan bij de voornoemde adviezen. De verdachte wordt dus volledig toerekeningsvatbaar geacht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de adviesrapporten van de Raad voor de Kinderbescherming van 6 januari 2020 en 20 juli 2020, opgemaakt door
[naam 3] , raadsonderzoeker. De raad heeft zich geconformeerd aan het advies dat in het dubbel persoonlijkheidsonderzoek is gegeven. Geadviseerd wordt een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de jeugdreclassering, en het verplicht volgen van zes maanden Intensieve trajectbegeleiding (ITB) bij de Harde Kern. Door de heer [naam 4] , medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming, is ter zitting verschenen en heeft aangegeven het advies te handhaven. Het gegeven dat verdachte ter zitting betrokkenheid bij de overval te Kampen heeft bekend maakt het advies, aldus [naam 4] , niet anders.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de adviezen van SAVE van 6 januari 2020 en 10 juli 2020. Benadrukt wordt dat gelet op de ontkennende houding van verdachte het moeilijk is om in te schatten wat de kans op recidive is en welke interventie passend is om het recidiverisico te verminderen. Er worden zorgen gezien die de kans op recidive kunnen verhogen, zoals de contacten die verdachte heeft met criminele leeftijdsgenoten en zijn mogelijke sociaal wenselijke houding. Geadviseerd wordt om een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Daarnaast wordt oplegging van de modaliteit ITB de Harde Kern als wenselijk gezien, met het oog op het inschatten van de recidivekans en het verkrijgen van inzicht en controle op de verschillende leefgebieden. Daarnaast is een behandeltraject bij de Waag op zijn plaats, waarbij aandacht is voor denkpatronen, keuzemomenten, beïnvloeding, proceshouding en, wanneer nodig, middelengebruik. Ter terechtzitting heeft mevrouw [naam 5] , medewerkster van Bureau Jeugdzorg Overijssel, aangegeven het advies te handhaven.

Toepassing jeugdstrafrecht of volwassenenstrafrecht

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het sanctierecht voor jeugdige personen of dat voor volwassenen op de verdachte dient te worden toegepast. De hoofdregel is dat ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van twaalf jaar, maar nog niet die van achttien jaar heeft bereikt, het jeugdstrafrecht van toepassing is.
Echter, ingevolge artikel 77b Sr kan ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van zestien jaar, maar nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, het jeugdstrafrecht buiten toepassing worden gelaten en recht worden gedaan overeenkomstig het strafrecht voor volwassenen, indien daartoe grond wordt gevonden in de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. In verband met het voorgaande overweegt de rechtbank als volgt.

Ten aanzien van de ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in zeer korte periode schuldig gemaakt aan het medeplegen van twee gewapende overvallen en een poging hiertoe. Deze overvallen betreffen, zoals bovenstaand reeds uiteengezet, zeer gewelddadige en geplande overvallen, waarbij de inbreuk op de veiligheid van de slachtoffers is opgeofferd uit geldelijk gewin. Deze feiten zijn zeer ernstig en dragen een volwassen karakter.

Ten aanzien van de persoonlijkheid van de verdachte
De verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 17 jaar. Uit de Pro Justitia rapportages blijkt dat bij verdachte sprake is van een normale geestelijke ontwikkeling en een gemiddelde intelligentie.

Daarnaast heeft verdachte, ondanks de grote hoeveelheid in het dossier aanwezig bewijs van zijn betrokkenheid bij de overvallen, bij de politie hiervoor geen verantwoordelijkheid willen nemen. Verdachte heeft in zijn verhoren bij de politie steeds ontkend, om pas op de zitting (1,5 jaar later) zijn betrokkenheid bij één van de overvallen toe te geven. De rechtbank is van oordeel dat hieruit een berekenende houding van de verdachte naar voren komt en dat die houding verdachte neerzet als een persoon die zijn kansen nauwkeurig inschat en daar vervolgens naar handelt. Deze houding vindt ook bevestiging in hetgeen de deskundigen over de verdachte rapporteren. Dit is een manier van handelen die blijk geeft van een volwassen houding. Daar komt bij dat verdachte volgens het rapport van SAVE in staat is een sociaal-wenselijke houding naar voren te brengen.


Een andere relevante omstandigheid is dat de aanhouding en voorlopige hechtenis van verdachte geen enkele indruk op verdachte hebben gemaakt. Gebleken is dat verdachte zich tijdens zijn schorsing voortdurend bezig hield met het plegen dan wel voorbereiden van strafbare feiten, waarbij hij niet schroomde om andere personen voor zijn karretje te spannen. Daarnaast is gebleken dat verdachte, door het overtreden van zijn schorsingsvoorwaarden, het niet zo nauw neemt met aan hem opgelegde verplichtingen. Dit alles geeft geen blijk van een lerende houding.

De rechtbank weegt daarnaast mee dat de jeugdreclassering geen interventies adviseert die alleen bij toepasselijkheid van het jeugdstrafrecht mogelijk zijn.

Ten aanzien van de omstandigheden waaronder het feit is begaan

De verdachte heeft bij onderhavige feiten een initiërende en leidinggevende rol vervuld. Zo was verdachte de initiator van ten minste twee gepleegde overvallen en heeft hij zelf diverse geweldshandelingen verricht. Bovendien had verdachte tijdens de overval in Kampen duidelijk de leiding over zijn drie (oudere) mededaders. Door aldus te handelen is van een voor jeugdigen meer karakteristiek ondoordacht, impulsief handelen dan ook geen sprake. Gelet op de meerdere feiten die door verdachte zijn gepleegd in een korte periode acht de rechtbank het evenmin aannemelijk dat het bij deze feiten gaat om een ‘beginnersfout’.


Dit alles maakt dat de rechtbank voorbij gaat aan de adviezen van de deskundigen en in alle drie de in artikel 77b Sr genoemde criteria aanleiding ziet om in het onderhavige geval het jeugdstrafrecht buiten toepassing te laten en het strafrecht voor volwassenen toe te passen.

De straf

Bij de strafoplegging zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht). Voor een woningoverval geldt, wanneer er licht geweld en/of bedreiging wordt toegepast, als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

Voor een woningoverval met ander geweld is in beginsel het uitgangspunt een gevangenisstraf van vijf jaar. Voor een overval op een tankstation betreft dit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren. Voorts wordt als vertrekpunt voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden genoemd.

In de toelichting wordt een aantal factoren genoemd waardoor de in het oriëntatiepunt genoemde straf hoger dan wel lager kan uitvallen. Als strafverzwarende omstandigheden merkt de rechtbank aan dat de feiten in samenwerkingsverband zijn gepleegd, dat het bij de woningoverval in Kampen kwetsbare slachtoffers betroffen en dat bij deze overval gebruik is gemaakt van een bijtende spray, tape en een mes.

Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten is naar het oordeel van de rechtbank alleen een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. Bij het bepalen van de duur daarvan tilt de rechtbank met name zwaar aan de aard en ernst van de delicten, de hierboven vermelde strafverzwarende omstandigheden, de initiërende en leidinggevende rol van verdachte en zijn proceshouding. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte.

Op grond van het voorgaande legt de rechtbank op een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van het voorarrest. Dat is passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partijen

Feit 2

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van
€ 2.334,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de reparatie van een scooter. Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 2.000,- gevorderd.

Feit 3

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde schade bestaat uit immateriële schade.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat uit het dossier niet blijkt dat er schade aan de scooter is ontstaan. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft zij gevorderd dat deze moet worden toegewezen tot een bedrag van € 800,-.

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4] dient volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Feit 2

Materiële schade

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is niet komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit de gevorderde schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] . Uit het dossier is niet gebleken dat er schade aan de scooter is ontstaan door verdachte of zijn medeverdachten. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schade alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat zij haar vordering in zoverre slechts kan aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft wegens immateriële schade een vordering tot schadevergoeding van € 2.000- ingediend. De rechtbank is van oordeel dat voldoende is gebleken dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 2 bewezenverklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat een immateriële schadevergoeding op zijn plaats is en acht een vergoeding ter hoogte van € 800,- billijk. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 800,- hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
2 januari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren.

Feit 3

De rechtbank heeft er begrip voor dat de benadeelde partij de immateriële schade op de daders wil verhalen. De wet bepaalt evenwel in artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek dat in een geval als het onderhavige verhaal van immateriële schade op de dader alleen dan mogelijk is als sprake is van dusdanig geestelijk letsel dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon. Hiervan is in het algemeen slechts sprake als het geestelijk letsel het karakter van een erkend ziektebeeld draagt. Dat dit geestelijk letsel is ontstaan moet uit voldoende concrete gegevens blijken. Een enkel psychisch onbehagen is onvoldoende. Gelet op dit criterium acht de rechtbank de vordering op dit punt onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De officier van justitie heeft gevorderd en de benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht mede aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 55, 57 en 77b Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf:

Eendaadse samenloop van

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2

het misdrijf: poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3

het misdrijf: diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

feit 2

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 800,- (zegge: achthonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2019, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 16 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor een deel van € 1.534,45 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Feit 3

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.A. Peterzon en mr. A.H. toe Laer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. Potgieter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit voor feit 1 pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, met onderzoeksnummer ON1R019010 (Onderzoek Antwerpen) en voor de feiten 2 en 3 pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Midden-Nederland, districtsrecherche Flevoland, met onderzoeksnummer 2019002911/201900144 (Onderzoek 25Queens en onderzoek 25Oldham). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 21 januari 2019 (pagina’s 65-67) en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 21 januari 2019 (pagina 73 e.v.).

3 Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] van 23 januari 2019 (pagina 69).

4 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] van 23 januari 2019 (pagina 86).

5 Het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2019 (pagina 182).

6 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 22 januari 2019 (pagina 100).

7 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 21 januari 2019 (pagina 110).

8 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 22 januari 2019 (pagina 100).

9 Een geschrift, te weten een letselrapportage van [slachtoffer 2] , opgemaakt door H.T. Gelderman, forensisch arts in opleiding en W. Duijst, forensisch arts (pagina 172 e.v.).

10 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 21 januari 2019 (pagina 65), het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] van 23 januari 2019 (pagina 70) en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , inclusief goederenbijlage, van 21 januari 2019 (pagina 81).

11 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 21 januari 2019 (pagina’s 65-67) en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 21 januari 2019 (pagina 73 e.v.).

12 De verklaring van verdachte [verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2020 en de verklaring van getuige [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2020.

13 De verklaring van getuige [medeverdachte 3] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2020 en de verklaring van verdachte [medeverdachte 2] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2020.

14 De verklaring van verdachte [verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2020.

15 De verklaring van verdachte [verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2020.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] van 2 mei 2019 (pagina 1302).

17 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 21 januari 2019 (pagina 74), de verklaring van getuige [medeverdachte 2] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2020 en de verklaring van getuige [verdachte] , zoals afgelegd ter zitting van 1 september 2020.

18 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 3 januari 2019 (pagina 1001-1002).

19 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 januari 2019 (pagina 1009) en het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2019 (pagina 1023).

20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 5] van 14 februari 2019 (Pagina’s 214, 215 en 217).

21 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 4] van 13 februari 2019 (pagina 1040).

22 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 augustus 2019 van de Rechtbank Midden-Nederland (locatie Lelystad) met parketnummer 16/079270-19 (gevoegd in het strafdossier van verdachte).

23 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 4] van 13 februari 2019 (pagina 1040).

24 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek telefoon [ex-vriendin] , inclusief bijlagen, van 9 mei 2019 (pagina 1181).

25 Het proces-verbaal van verhoor getuige [ex-vriendin] van 5 april 2019 (pagina 1122).

26 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 8 januari 2019 (pagina 1000-10001).

27 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [bedrijf 2] (pagina 1009).

28 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] van 12 april 2019 (pagina 243 e.v.).

29 Het proces-verbaal van bevindingen chatgesprek [verdachte] en [medeverdachte 4] van 12 maart 2019 (pagina’s 1073 tot en met 1080).

30 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 augustus 2019 van de Rechtbank Midden-Nederland (locatie Lelystad) met parketnummer 16/079270-19 (gevoegd in het strafdossier van verdachte).

31 Vonnis Rechtbank Midden-Nederland van 10 september 2019 (ECLI:NL:RBMNE:2019:4186).

32 Het proces-verbaal van bevindingen zoekopdrachten webhistorie [verdachte] , inclusief bijlage, van 21 maart 2019 (pagina 1095 en 1096).