Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2926

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
07-09-2020
Zaaknummer
08/910037-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel oordeelt dat de ondertussen failliete handelsonderneming van Van B. zich wel schuldig maakte aan witwassen, maar legt de onderneming geen boete op omdat dat in het nadeel van de schuldeisers zou zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/910037-16 (P)

Datum vonnis: 2 september 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdacht bedrijf] B.V.,

tot de faillissementsdatum van 15 juni 2016 gevestigd aan [adres 1]

De (gefailleerde) besloten vennootschap is ter terechtzitting vertegenwoordigd door [medeverdachte 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 16 en 17 juni 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. Y. Oosterhof en mr. R.J. Wiegant en van wat, namens verdachte (hierna: ‘ [verdacht bedrijf] ’), door [medeverdachte 1] , en haar raadsman mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat:

[verdacht bedrijf] zich (met anderen) schuldig heeft gemaakt aan het gewoontewitwassen van € 309.192,- en diverse voertuigen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan [verdacht bedrijf] , dat:

zij,

op tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 maart 2014 tot en met 10 mei

2016,

te Almelo, althans in Nederland en/of Duitsland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) een aantal voorwerpen, te weten:

(in totaal) 309.192,- euro, althans enig geldbedrag heeft verworven en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van

die/dat bovenomschreven voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt

en/of

van die/dat bovenomschreven voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de

vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of

verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op

die/dat voorwerp(en) was/waren en/of wie bovenomschreven voorwerp(en)

voorhanden had(den)

en/of

de volgende voertuigen met kenteken:

Mazda M5, [kenteken]

Ford KA, [kenteken]

Ford KA, [kenteken]

Volkswagen Polo, [kenteken]

Volkswagen Golf TFSI, [kenteken]

Mercedes 180C, [kenteken]

Toyota Aygo, Rood, [kenteken]

Hyundai i10, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Mercedes SLK, [kenteken]

Seat Mii, [kenteken]

Mazda MX5, [kenteken]

BMW 1 serie, [kenteken]

Mercedes Jeeo, [kenteken]

Citroen, [kenteken]

BMW Grijs, [kenteken]

Fiat Punto, [kenteken]

Mercedes 412D, [kenteken]

mercedes 250D, [kenteken]

Mercedes 200D, [kenteken]

Citroen, DS3, [kenteken]

Opel Corsa, [kenteken]

Kia Rio, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Mini one, [kenteken]

Renault megane, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Chevrolet Corvette, [kenteken]

Peugeot 208,blauw, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Daihatsu charade, [kenteken]

Opel Roadstar, [kenteken]

Fiat, [kenteken]

Volvo C70, [kenteken]

Ford Focus, [kenteken]

Volkswagen Polo, [kenteken]

Seat MII, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Audi A-1, wit, [kenteken]

Audi A-4,blauw, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Renault Twingo

Peugot 208,zwart, [kenteken]

Kia Picanto,oranje, [kenteken]

Seat Alhambra, zwart, [kenteken]

Nissan Micra, [kenteken]

Bugatti, VW, [kenteken]

Harley Davidson type Heritage, [kenteken]

Mercedes 500sel, [kenteken]

Peugeot Bipper, [kenteken]

Mitsubushi Outlander, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Volvo V50, [kenteken]

Volvo V70, [kenteken]

Citroen Xsara, [kenteken]

Nissan Juke, [kenteken]

Kia Rio, [kenteken]

Audi A-5, [kenteken]

Volkswagen UP, [kenteken]

Skoda Roomster, [kenteken]

Ford KA, [kenteken]

Motor Sym, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Toyota Aygo, [kenteken]

Volkswagen Golf 1.6 TDI, [kenteken]

Audi A-3, [kenteken]

Mini Cooper, [kenteken]

Citroen C-3, [kenteken]

NissanCube, [kenteken]

Ford K, [kenteken]

Mini Cooper Cabrio,Geel, [kenteken]

Volkswagen Touran, [kenteken]

Ford Ka, [kenteken]

Mercedes benz 220 CDI, [kenteken]

Peugeot, grijs, geen kenteken bekend

Mini cooper,zwart, geen kenteken

Maserati Q-4, (Duits kenteken) [kenteken]

Renault Scenic, [kenteken]

Audi A-4, [kenteken]

Peugeot 308, geen kenteken

Nissan Primera, [kenteken]

Ford Focus, [kenteken]

Kia Sorento, [kenteken]

Chevrolet Aveo, [kenteken]

Volkswagen Caddy, [kenteken]

BMW 1141, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Opel Astra, [kenteken]

Opel Agila, [kenteken]

Toyota Aygo, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Audi A-3 geen kenteken

Volkswagen Beetle, [kenteken]

Citroen Berlingo, [kenteken]

Aanhanger Wilco AB 2010, [kenteken]

Camper Buerstner BT7282, [kenteken]

Toyota Avensis, [kenteken]

Mercedes-Benz Autoambulance, [kenteken]

Mercedes-Benz Sprinter, [kenteken]

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft

omgezet, althans van die/dat bovenomschreven voorwerp(en), gebruik heeft

gemaakt

en/of

van die/dat bovenomschreven voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de

vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of

verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op

die/dat voorwerp(en) was/waren en/of wie bovenomschreven voorwerp(en)

voorhanden had(den),

terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk -

(al dan niet gedeeltelijk) afkomstig waren uit enig misdrijf en zij, verdachte

al dan niet van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Deze zaak maakt onderdeel uit van het onderzoek ‘Travee’. Dit onderzoek richt zich met name op het ontmantelen van een criminele organisatie die zich vanaf januari 2009 op grote schaal zou bezighouden met het telen en verkopen van grote hoeveelheden hennep. In de loop van het onderzoek zijn in de periode van maart 2014 tot en met mei 2016 negen hennepkwekerijen opgerold. Er zijn meerdere personen als verdachten aangemerkt. Het aandeel van [verdacht bedrijf] bestaat er volgens het Openbaar Ministerie uit dat zij in de periode van 6 maart 2014 tot en met 10 mei 2016 geld verdiend met de exploitatie van hennepkwekerijen en drugstransporten heeft witgewassen. Op 15 juni 2016 is door de Rechtbank Overijssel het faillissement uitgesproken van [verdacht bedrijf] .

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het Openbaar Ministerie voert aan dat er een verdenking van witwassen is vastgesteld en dat de verklaring van de verdediging over de herkomst van het geld volstrekt te laat is gedaan en daarom als op voorhand ongeloofwaardig terzijde moet worden geschoven. Het kan dan ook niet anders dan dat de volledige handelsvoorraad van [verdacht bedrijf] voorwerp van witwassen is geworden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit dat [verdacht bedrijf] moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. [medeverdachte 1] heeft een verklaring afgelegd over de herkomst van het geld, die steun vindt in de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] . Hier tegenover stelt het Openbaar Ministerie niet anders dan suggesties, vermoedens en veronderstellingen voor de gestelde criminele herkomst.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Witwassen

Voor een veroordeling voor witwassen dient wettig en overtuigend te worden bewezen dat de geldbedragen waarop de verdenking van witwassen betrekking heeft afkomstig zijn van enig misdrijf. Als echter op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen het geldbedrag en een bepaald misdrijf (het gronddelict), kan niettemin worden bewezen verklaard dat het geldbedrag een criminele herkomst heeft, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn, dan dat de geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf.

In het onderhavige politieonderzoek is ten aanzien van [verdacht bedrijf] geen direct bewijs voorhanden voor een criminele herkomst van het ten laste gelegde geldbedrag. Derhalve moet de vraag worden beantwoord of er op basis van de feiten en omstandigheden, zoals deze uit het politieonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting naar voren zijn gekomen, bezien in samenhang met de zogenaamde typologieën van witwassen, sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Indien dat het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij concreet en min of meer verifieerbaar verklaart over een legale herkomst van het geld, welke verklaring niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk moet zijn aan te merken. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen omstandigheden waaronder het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij pas in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Wanneer het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaring van verdachte blijkende alternatieve herkomst van de geldbedragen. Voor een bewezenverklaring van witwassen zal uit dat onderzoek moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen een legale herkomst hebben.

Vermoeden van witwassen

Naar aanleiding van anonieme informatie die bij Team Criminele Inlichtingen binnen is gekomen1, inhoudende dat [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) veel auto’s koopt met geld uit drugshandel waarvan hij het bezit verhult door die auto’s bij een ander bedrijf onder te brengen, wordt een strafrechtelijk financieel onderzoek opgestart.

Bij dit onderzoek is gekeken naar de kaspositie van [verdacht bedrijf] .

[verdacht bedrijf] is opgericht op 6 maart 2014. De onderneming is gevestigd op het adres [adres 1] . Alle aandelen van deze vennootschap zijn in handen van [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres 2] .2

Op 6 maart 2014, bij de start van [verdacht bedrijf] , is kapitaal in de vorm van auto’s vanuit [bedrijf 1] ingebracht, met een waarde van € 107.076,-. Het gaat hier om daadwerkelijke voorraad, beschikbaar voor de verkoop, ter waarde van € 94.580,- en om bedrijfsauto’s ter waarde van € 12.496,-.3

[bedrijf 1] is opgericht op 25 januari 2005. De onderneming is gevestigd op het adres [adres 3] in Almelo. De beherend vennoot van de [bedrijf 1] was [medeverdachte 1] , geboren op

[geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres 2] .4

Onderzoek naar de financiële positie van [bedrijf 1] , bemoeilijkt door het feit dat de administratie met betrekking tot dit bedrijf verre van compleet was, laat zien dat daar onverklaarbare geldstromen hebben plaatsgevonden.

Over het jaar 2013 blijkt in totaal € 51.416,33 op een niet nader geduide wijze in de kas te zijn gevloeid.5

De kasopstelling betreffende [bedrijf 1] laat in 2014 bovendien meerdere keren een negatief saldo zien. Het maximale negatieve kassaldo in 2014 bedraagt € 8.912,04

(15 januari 2014). Er is dus contant meer uitgegeven dan er aan kasgeld aanwezig kon zijn; feitelijk "rood-staan" in de kas is echter onmogelijk.

Over het jaar 2014 komen bovendien meerdere onverklaarbare stortingen voor. Zo wordt er twee keer een kasontvangst van € 10.000,- geboekt met omschrijving "Privé inbreng"; daarnaast is er drie keer een kasontvangst (van respectievelijk € 15.000,-, € 16.000,- en

€ 18.000,-) geboekt met omschrijving "Gewone privé uitgaven". Het totaal van de onverklaarbare stortingen in 2014 is € 69.000,-.

Als deze onverklaarbare stortingen niet in de kasopstelling worden meegenomen ontstaat er bijna doorlopend een negatief kassaldo. De grootste negatieve kas komt dan op € 63.481,56 (18 december 2014).6

De administratie van [verdacht bedrijf] is in beslag genomen op 10 mei 2016 en nader onderzocht door de politie. De door de politie opgestelde kasopstelling, naar aanleiding van de in beslag genomen administratieve bescheiden en gegevens afkomstig van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, laat van de start van de onderneming een negatief saldo zien. Gedurende het jaar 2014 loopt dit negatieve saldo op tot € 309.192,- op 28 december 2014.7 Er is dus contant meer uitgegeven door [verdacht bedrijf] dan er aan kasgeld aanwezig kon zijn; feitelijk "rood-staan" in de kas is echter onmogelijk.

Door de politie is onderzocht of er mogelijk privégelden ingebracht zouden kunnen zijn in [verdacht bedrijf] door [medeverdachte 1] en zijn partner [medeverdachte 2] . Er is een eenvoudige kasopstelling opgesteld over de periode januari 2013 tot en met maart 2014 ten aanzien van de financiële privé-situatie van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

Uit de doorlopende kasopstelling blijkt dat de kas van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , nagenoeg voortdurend negatief is. De grootste negatieve kas ontstaat op 17 januari 2014 namelijk € 53.540,- negatief.

Uit het voorgaande concluderen de onderzoekers dat [medeverdachte 1] geen legaal contant vermogen vanuit de privésituatie in [verdacht bedrijf] kan hebben ingebracht.8

Uit de boekhouding van [verdacht bedrijf] blijkt evenmin van een legale inbreng van contant geld door een andere partij.9

De rechtbank stelt vast dat aldus een aanzienlijke hoeveelheid contant geld, minimaal

€ 309.192,-, en diverse voertuigen, zoals blijkt uit de beslaglijst,10 zijn ingebracht in [verdacht bedrijf] , die afkomstig zijn uit een onbekende bron.

De rechtbank is van oordeel dat de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, het vermoeden van witwassen rechtvaardigen.

Gelet op dit vermoeden mag van verdachte worden verwacht dat hij een voldoende concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van de geldbedragen en voertuigen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting van 17 juni 2020 onder verwijzing naar jurisprudentie aangevoerd dat het enkele feit dat inkomsten niet aan de Belastingdienst zijn opgegeven, geen reden is om aan te nemen dat de legale herkomst van die inkomsten kan worden uitgesloten. De ‘zogenaamde gelden uit onbekende bron’ laten zich eenvoudig verklaren door de lening van € 600.000,-, die is verstrekt door de heer [naam 1] (hierna ‘ [naam 1] ’). De reden dat er inkoop op de administratie ontbreekt, is gelegen in het feit dat [bedrijf 1] en daarna ook korte tijd [verdacht bedrijf] niet over een RDW-erkenning beschikten. De kentekens werden daarom in de bedrijfsvoorraad van [bedrijf 2] opgenomen. Getuige [getuige 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat op het moment dat [verdacht bedrijf] een RDW-erkenning kreeg de complete voorraad op naam van [verdacht bedrijf] is gezet. Laatstgenoemde getuige verklaarde ook dat in de autohandel heel veel met contant geld wordt betaald en dat [medeverdachte 1] in Duitsland relatief goedkope (schade)auto’s inkocht, die hij vervolgens liet opknappen en met veel winst doorverkocht. Dit laatste is bij de rechter-commissaris ook bevestigd door getuige [getuige 2] .

Bewijsoverwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de verklaring die vanuit de verdediging gegeven is voor het negatieve kasverschil en de diverse ingebrachte voertuigen gefinancierd uit onbekende bron niet.

De rechtbank stelt vast dat in het onderzoek Travee tevens onderzoek is gedaan naar de lening van [naam 1] aan [verdacht bedrijf] / [medeverdachte 1] .11

De overeenkomst van lening tussen [naam 1] en [verdacht bedrijf] / [medeverdachte 1] dateert van 13 mei 2015.12 In die overeenkomst is onder meer opgenomen dat een bedrag van € 300.000,- reeds vóór het aangaan van de overeenkomst ter leen is verstrekt.

Uit het onderzoek van de politie is gebleken dat na 13 mei 2015 een bedrag van in totaal

€ 345.000,- door [naam 1] op de bankrekening van [verdacht bedrijf] is gestort.13

Door de politie is onderzoek gedaan in de administratie van [verdacht bedrijf] . Voorts zijn de bij [naam 1] gevorderde en verstrekte gegevens omtrent de lening onderzocht. In de administratie is geen enkel bewijs gevonden ter onderbouwing van de geleende € 300.000,- die vóór 13 mei 2015 door [naam 1] verstrekt zou zijn.14

Dat er vóór 13 mei 2015 door [naam 1] aan [verdacht bedrijf] / [medeverdachte 1] geen gelden ter leen zijn verstrekt, blijkt temeer uit het getapte telefoongesprek wat [medeverdachte 1] op 2 april 2015 met [naam 2] voert. [medeverdachte 1] benoemt in het gesprek dat hij denkt dat hij de lening van ‘hem’ niet doet. Dat zou 3 ton zijn met 10% rente en dan moet [medeverdachte 1] 4200 terugbetalen in zes jaar.15 Dit telefoongesprek is op zijn minst genomen opvallend te noemen nu in de overeenkomst van lening met [naam 1] ook een rentetarief van 10% is opgenomen.16

De rechtbank stelt aldus, ook bij gebrek aan enige bewijslevering vanuit de verdediging hieromtrent, vast dat de lening van [naam 1] aan [verdacht bedrijf] / [medeverdachte 1] pas op veel latere datum is verstrekt dan de inbreng van de diverse voertuigen van [bedrijf 1] in [verdacht bedrijf] (op 6 maart 2014) en het negatieve kassaldo van [verdacht bedrijf] ter hoogte van € 309.192,- ( op 28 december 2014). De lening kan aldus geen bron zijn ter verklaring van het negatieve kassaldo en de financiering van de voertuigen vanuit [bedrijf 1] .

Bovendien lijkt het erop dat het negatieve kassaldo in werkelijkheid nóg groter is dan het bedrag van € 309.192,-, omdat niet ter discussie staat dat de inkoopgegevens van diverse voertuigen in de administratie van [verdacht bedrijf] ontbreken. Nu het een feit van algemene bekendheid is dat met de inkoop van goederen kosten zijn gemoeid, heeft het er alle schijn van dat er nóg meer geld is uitgegeven dan dat er legaal gezien beschikbaar was.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat een legale bron ten aanzien van het onverklaarbare negatieve kasverschil en de uit onbekende bron gefinancierde voertuigen kan worden uitgesloten en dat een criminele herkomst als enige verklaring kan gelden.

Strafbaarheid van [verdacht bedrijf]

Volgens vaste rechtspraak is het uitgangspunt dat een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit, indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend.17 Voor wat betreft de toerekening is een belangrijk oriëntatiepunt of de gedraging heeft plaatsgevonden, dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon zal sprake kunnen zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:

- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die, hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,

- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon,

- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf,

- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.

De rechtbank acht [verdacht bedrijf] strafbaar aan het witwassen van voornoemde geldbedragen en de diverse voertuigen. De rechtbank leidt de redelijke toerekenbaarheid en het opzet van [verdacht bedrijf] ten aanzien van de strafbare gedragingen af uit de feitelijke gang van zaken binnen [verdacht bedrijf] , daarin bestaande dat [medeverdachte 1] zich als enig aandeelhouder en bestuurder van [verdacht bedrijf] persoonlijk bezighield met en verantwoordelijk was voor de financiële bedrijfsvoering. Uit het hiervoor overwogene volgt dat een aanzienlijk deel van het vermogen via [verdacht bedrijf] is witgewassen. Uit de kasopstelling volgt dat het een substantieel deel van de bedrijfsvoering betreft. Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer is gebleken dat 467 auto’s door [verdacht bedrijf] ter keuring ten behoeve van de import zijn aangeboden.18 Uit de bankrekening blijkt dat [verdacht bedrijf] slechts 27 van deze auto’s giraal had betaald. Gezien de negatieve kassen van [verdacht bedrijf] , kan het niet anders dan dat een grote hoeveelheid auto’s is verworven met geld uit een criminele bron. [verdacht bedrijf] heeft derhalve over aanzienlijk meer vermogen beschikt dan waar zij op legale wijze over kon beschikken.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de door [medeverdachte 1] als leidinggevende van [verdacht bedrijf] verrichte strafbare gedragingen, die ten grondslag liggen aan het witwassen, zijn verricht in de sfeer van de rechtspersoon, aangezien de rechtspersoon de contante geldbedragen heeft geaccepteerd, voorhanden heeft gehad en heeft gebruikt. Dat maakt dat die strafbare gedragingen ook dienen te worden toegerekend aan de rechtspersoon.

Gewoontewitwassen

Gelet op de frequentie, duur en omvang van het witwassen en het daaruit voortvloeiende structurele karakter van de contante geldstromen en de aankoop van diverse voertuigen acht de rechtbank bewezen dat sprake is geweest van gewoontewitwassen.

Conclusie

De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van het onder 9 ten laste gelegde feit. Zij overweegt dat er geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat een Renault Twingo, een Camper Buerstner en een Maserati Q-4 onderdeel uitmaakten van de eindvoorraad. Ten aanzien van de Renault Twingo geldt dat deze onvoldoende is gespecificeerd, nu er in de tenlastelegging geen kenteken is vermeld. Voor de Camper Buerstner en de Maserati Q-4 geldt dat deze niet op de beslaglijst staan vermeld. De rechtbank zal die voertuigen wegstrepen in de bewezenverklaring. De rechtbank acht evenmin bewezen dat [verdacht bedrijf] dit feit tezamen en in vereniging met (een) ander(en) heeft gepleegd en zal haar ook van dat onderdeel vrijspreken.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen ten aanzien van [verdacht bedrijf] wettig en overtuigend bewezen dat:

zij in de periode van 6 maart 2014 tot en met 10 mei 2016 te Almelo, een aantal voorwerpen, te weten:

- in totaal 309.192,- euro heeft verworven en voorhanden heeft gehad en van dat bovenomschreven voorwerp gebruik heeft gemaakt en van dat bovenomschreven voorwerp de werkelijke aard en de herkomst heeft verborgen en verhuld,

- en de volgende voertuigen met kenteken:

Mazda M5, [kenteken]

Ford KA, [kenteken]

Ford KA, [kenteken]

Volkswagen Polo, [kenteken]

Volkswagen Golf TFSI, [kenteken]

Mercedes 180C, [kenteken]

Toyota Aygo, Rood, [kenteken]

Hyundai i10, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Mercedes SLK, [kenteken]

Seat Mii, [kenteken]

Mazda MX5, [kenteken]

BMW 1 serie, [kenteken]

Mercedes Jeep, [kenteken]

Citroen, [kenteken]

BMW Grijs , [kenteken]

Fiat Punto, [kenteken]

Mercedes 412D, [kenteken]

Mercedes 250D, [kenteken]

Mercedes 200D, [kenteken]

Citroen DS3, [kenteken]

Opel Corsa, [kenteken]

Kia Rio, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Mini one, [kenteken]

Renault Megane, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Chevrolet Corvette, [kenteken]

Peugeot 208 blauw, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Daihatsu Charade, [kenteken]

Opel Roadstar, [kenteken]

Fiat, [kenteken]

Volvo C70, [kenteken]

Ford Focus, [kenteken]

Volkswagen Polo, [kenteken]

Seat MII, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Audi A-1 wit, [kenteken]

Audi A-4 blauw, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Peugeot 208 zwart, [kenteken]

Kia Picanto oranje, [kenteken]

Seat Alhambra zwart, [kenteken]

Nissan Micra, [kenteken]

Bugatti VW, [kenteken]

Harley Davidson type Heritage, [kenteken]

Mercedes 500sel, [kenteken]

Peugeot Bipper, [kenteken]

Mitsubishi Outlander, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Volvo V50, [kenteken]

Volvo V70, [kenteken]

Citroen Xsara, [kenteken]

Nissan Juke, [kenteken]

Kia Rio, [kenteken]

Audi A-5, [kenteken]

Volkswagen UP, [kenteken]

Skoda Roomster, [kenteken]

Ford KA, [kenteken]

Motor Sym, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Toyota Aygo, [kenteken]

Volkswagen Golf 1.6 TDI, [kenteken]

Audi A-3, [kenteken]

Mini Cooper, [kenteken]

Citroen C-3, [kenteken]

Nissan Cube, [kenteken]

Ford K, [kenteken]

Mini Cooper Cabrio Geel, [kenteken]

Volkswagen Touran, [kenteken]

Ford Ka, [kenteken]

Mercedes Benz 220 CDI, [kenteken]

Peugeot grijs, geen kenteken bekend

Mini cooper zwart, geen kenteken

Renault Scenic, [kenteken]

Audi A-4, [kenteken]

Peugeot 308, geen kenteken

Nissan Primera, [kenteken]

Ford Focus, [kenteken]

Kia Sorento, [kenteken]

Chevrolet Aveo, [kenteken]

Volkswagen Caddy, [kenteken]

BMW 1141, [kenteken]

Fiat 500, [kenteken]

Opel Astra, [kenteken]

Opel Agila, [kenteken]

Toyota Aygo, [kenteken]

Volkswagen Golf, [kenteken]

Audi A-3 geen kenteken

Volkswagen Beetle, [kenteken]

Citroen Berlingo, [kenteken]

Aanhanger Wilco AB 2010, [kenteken]

Toyota Avensis, [kenteken]

Mercedes-Benz Autoambulance, [kenteken]

Mercedes-Benz Sprinter, [kenteken]

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en van die bovenomschreven voorwerpen de werkelijke aard en de herkomst heeft verborgen en verhuld,

terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - (al dan niet gedeeltelijk) afkomstig waren uit enig misdrijf en zij, verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 51, 420bis juncto 420ter van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:

het plegen van gewoontewitwassen, begaan door een rechtspersoon.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie vordert, in verband met het faillissement, dat aan [verdacht bedrijf] geen straf of maatregel wordt opgelegd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman voert geen verweer met betrekking tot de op te leggen straf of maatregel.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de rechtspersoon zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

[verdacht bedrijf] heeft zich schuldig gemaakt aan het structureel witwassen van omvangrijke geldbedragen en diverse voertuigen, wat gericht is geweest op het veiligstellen van uit misdrijf afkomstige opbrengsten. Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Met haar handelen heeft [verdacht bedrijf] opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst verschaft.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse geldboete. [verdacht bedrijf] is echter failliet, zodat oplegging van een geldboete zou inhouden dat de boedel in omvang afneemt. Met andere woorden: de schuldeisers daardoor ernstig benadeeld worden. Gelet daarop vindt de rechtbank het niet passend om aan [verdacht bedrijf] een straf op te leggen. De rechtbank zal dan ook toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a Sr en afzien van het opleggen van een straf of maatregel.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

het misdrijf: het plegen van gewoontewitwassen, begaan door een rechtspersoon;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- verklaart verdachte schuldig zonder oplegging van een straf of maatregel.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.A. Peterzon en

mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2020.

1 Pagina 28505.

2 Pagina 28624.

3 Pagina 28596.

4 Pagina 28568.

5 Pagina 28609.

6 Pagina 28568.

7 Pagina 28626.

8 Pagina 28516-28522.

9 Pagina 28508.

10 Lijst van inbeslagggenomen voorwerpen in de zaak van [verdacht bedrijf] B.V..

11 De rechtbank verwijst daartoe naar ZD40.

12 Pagina 30616-30623.

13 Pagina 30510.

14 Pagina 30510 en 30630.

15 Pagina 30521.

16 Pagina 30618.

17 HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR2003:AF7938; HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733 en HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1382.

18 Pagina 28508.