Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2905

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
20/134
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Klager wenst teruggave van het inbeslaggenomen motorhesje.

De raadkamer overweegt dat het op grond van de bepaling in de APV Enschede (art. 2:50a) verboden is om op openbare plaatsen zichtbaar goederen te dragen die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard. Motorclub Satudarah is thans verboden verklaard maar in de onderhavige zaak betreft het een andere motorclub zodat niet van een verboden verklaarde organisatie in de zin van voornoemde bepaling in de APV kan worden gesproken. Dit maakt dat het niet hoogst waarschijnlijk is dat de later oordelende rechter het motorhesje zal onttrekken aan het verkeer. Het klaagschrift dient derhalve gegrond te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2020/353
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Klaagschriftnummer: 20/134

Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift, op grond van artikel 552a Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],

ter dezer zake domicilie kiezende aan de Ripperdastraat 17 in Enschede, ten kantore van zijn raadsman mr. U. Ural.

verder te noemen: klager.

1 Het verloop van de procedure

Het klaagschrift, gedateerd 2 april 2020, is op dezelfde dag op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het klaagschrift is ingediend door mr. U. Ural en betreft een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag op een motorhesje. Het klaagschrift strekt tot teruggave van dit inbeslaggenomen goed.

Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van

2 september 2020.

Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. K.J.L. de Valk en de raadsman mr. U. Ural gehoord.

Klager is met bericht van kennisgeving niet verschenen.

De raadkamer heeft kennisgenomen van het mutatierapport en het proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming alsook van de door de officier van justitie overgelegde reactie naar aanleiding van het klaagschrift met betrekking tot het al dan niet handhaven van het beslag.

2 De standpunten van de officier van justitie, de raadsman en klager

De raadsman stelt dat sprake is van een onrechtmatige inbeslagname. De bepaling, art. 2:50a, in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) strekt tot een verbod van zichtbare uitingen van verboden organisaties. De motorclub [naam motorclub 1] is niet verboden en niet gezegd kan worden dat met het dragen van de hesjes van die club, geen afstand is genomen van de verboden motorclub Satudarah nu het hier om twee totaal verschillende organisaties gaat. De hesjes van [naam motorclub 1] vertonen geen gelijkenis met die van Satudarah, sterker nog de logo’s verschillen totaal van elkaar. Enkel de clubkleuren (geel en zwart) komen overeen. In dit verband merkt de raadsman op, gelet op het verbod van willekeur, dat op grond van die bepaling in de APV het dan ook verboden is om een shirtje van Vitesse of Jumbo of een hesje van motorclub Yellow Snakes (allen geel en zwart van kleur) te dragen. De raadsman is al met al van mening dat het motorhesje op basis van de hiervoor genoemde bepaling in de APV, niet in beslag genomen had mogen worden zodat tot teruggave ervan moet worden overgegaan.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard nu zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende rechter, het motorhesje met de clubnaam [naam motorclub 1] zal onttrekken aan het verkeer op de grond dat niet kan worden uitgesloten dat de rechter tot het oordeel komt dat het een voorwerp betreft waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang. Het motorhesje bevat immers voldoende kenmerken van de motorclub Satudarah waardoor lijkt te worden verwezen naar deze verboden motorclub.

3 De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen.

4 De ontvankelijkheid

Het klaagschrift is ontvankelijk.

5 De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting stelt de raadkamer het volgende vast.

Maatstaf

Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De raadkamer dient daarom a) te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b) de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de beslagene te gelasten, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van het voorwerp moet worden beschouwd. In dat laatste geval moet het beklag ongegrond worden verklaard.

De raadkamer stelt hierbij voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Niet gevergd kan worden dat ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak wordt getreden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagraadkamer vooruit loopt op het in de strafzaak te geven oordeel. De raadkamer tekent hier echter bij aan dat moet worden beslist op grond van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval op het moment van het beoordelen van het beklag. Het summiere karakter van de beklagprocedure leidt er daarom niet toe dat niet kritisch naar deze feiten en omstandigheden zal worden gekeken.

Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in art. 36b lid 1 onder 4 Sr in verbinding met art. 552f Sv (HR 14 maart 2006, LJN AV0335).

Feiten en omstandigheden

Op 24 maart 2020 werden motorrijders, waaronder klager, in Enschede gezien met hesjes (full colours) van de motorclub [naam motorclub 1]. Hen werd verzocht de hesjes uit te trekken nu het dragen ervan op grond van artikel 2:50a van de Algemene Plaatselijke Verordening Enschede niet is toegestaan. Dit werd hen ook zo uitgelegd maar de motorrijders waren het er niet mee eens. Nadat andermaal geen gehoor werd gegeven aan het bevel van de verbalisanten om de hesjes uit te trekken, zijn beide motorrijders aangehouden. De hesjes zijn vervolgens inbeslaggenomen.

Overwegingen

Klager wenst teruggave van het inbeslaggenomen motorhesje.

De raadkamer overweegt dat het op grond van de bepaling in de APV Enschede (art. 2:50a) verboden is om op openbare plaatsen zichtbaar goederen te dragen die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard. Motorclub Satudarah is thans verboden verklaard maar in de onderhavige zaak betreft het een andere motorclub, namelijk de niet verboden motorclub [naam motorclub 1] zodat niet van een verboden verklaarde organisatie in de zin van voornoemde bepaling in de APV kan worden gesproken. Dit maakt dat het niet hoogst waarschijnlijk is dat de later oordelende rechter het motorhesje zal onttrekken aan het verkeer. Het klaagschrift dient derhalve gegrond te worden verklaard.

6 De beslissing

De raadkamer verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van het motorhesje aan klager.

Deze beslissing is gegeven door mr. B.W.M. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van

S.R. Kuiper, griffier, ondertekend door de rechter en de griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2020.