Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2863

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
02-09-2020
Zaaknummer
08/952175-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De 33-jarige T. uit Vroomshoop is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden voor het runnen van meerdere hennepkwekerijen. Hij hield zich op grote schaal bezig met het bedrijfsmatig telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep van in elk geval 6 kwekerijen. De man had een uitvoerende, maar niet ondergeschikte rol binnen de organisatie. Ook tapte hij elektriciteit af voor de kwekerijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/952175-15 (P)

Datum vonnis: 2 september 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 juni 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. Y. Oosterhof. Verdachte (hierna: ‘ [verdachte] ’) en zijn raadsvrouw mr. A. Gerards, advocaat in Hengelo, zijn niet ter terechtzitting verschenen.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] :

feiten 1, 2, 4, 5 en 7: (met anderen) een hennepkwekerij heeft gehad, waarbij elektriciteit illegaal werd afgetapt;

feit 3: (met anderen) een hennepkwekerij heeft gehad;

feit 6: (met anderen) hasjiesj en marihuana aanwezig heeft gehad;

feit 8: heeft deelgenomen aan een criminele drugsorganisatie.

Voluit luidt de tenlastelegging aan [verdachte] , dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van omstreeks 1

augustus 2014 tot en met 11 februari 2015 te Gramsbergen, gemeente Hardenberg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

(op het adres [adres 2] )

heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of

vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2700 hennepplanten (berekend op

basis van 900 aangetroffen hennepplanten en 2 oogsten van telkens 900

hennepplanten), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in

elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks

terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een

bedrijf heeft uitgeoefend,

waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Enexis geleverde

elektriciteit voor een bedrag van E. 4.894,51,- illegaal is afgetapt,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel (te weten 2700 hennepplanten, althans meer dan 200

hennepplanten en/of delen daarvan);

2.

hij op tijdstippen in de periode van omstreeks 9 februari 2015 tot en met 27

juli 2015 te Hoogeveen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 3]

)

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 6770 hennepplanten (berekend op basis

van 5 oogsten van telkens 1354 hennepplanten), althans een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Rendo geleverde

elektriciteit voor een bedrag van E. 56.688,54 illegaal is afgetapt,

welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur

bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 6770 hennepplanten, althans meer

dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

3.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 15

oktober 2015 te Steenwijk

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

(op het adres [adres 4] )

heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of

vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 550 hennepplanten, althans een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van

dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel (te weten 550 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten

en/of delen daarvan);

4.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 21

januari 2016 te Zuidwolde,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 5] )

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 16600 hennepplanten (berekend op

basis van 1660 aangetroffen hennepplanten en 9 eerdere oogsten), althans een

groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid

van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen

krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Enexis geleverde

elektriciteit voor een bedrag van E. 25.891,27 illegaal is afgetapt,

zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als

een bedrijf heeft uitgeoefend,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel (te weten 16600 hennepplanten, althans meer dan 200

hennepplanten en/of delen daarvan);

5.

hij in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 26 mei 2016

te Emmen.

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 6] ) een

hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 8239 hennepplanten (berekend op basis

van 7 oogsten van 1177 hennepplanten), althans een groot aantal hennepplanten

en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde

lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als

zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend,

waarbij ook een grote hoeveelheid door Enexis geleverde elektriciteit voor een

bedrag van bijna E. 18.500,- illegaal is afgetapt,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel (te weten 8239 hennepplanten, althans meer dan 200

hennepplanten en/of delen daarvan);

6.

hij op of omstreeks 10 mei 2016 te Vroomshoop, gemeente Twenterand,

tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van ongeveer 1058 gram, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en

plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere

substanties zijn toegevoegd en/of een hoeveelheid van ongeveer 185,7 gram

hennep (marihuana),

zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

7.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met

30 mei 2016 te Saasveld, gemeente Dinkelland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 7] ) een

hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1494 hennepplanten (gebaseerd op 390

aangetroffen hennepplanten en 1104 geoogste hennepplanten), althans een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

artikel 3a, vijfde lid van die wet,

waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Enexis geleverde

elektriciteit voor een bedrag van E. 6.209,74 illegaal is afgetapt,

zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als

een bedrijf heeft uitgeoefend,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel (te weten 1494 hennepplanten, althans meer dan 200

hennepplanten en/of delen daarvan);

8.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01

januari 2009 tot en met 10 mei 2016,

te Vroomshoop en/of Almelo en/of andere plaatsen in Nederland

(telkens) heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een

samenwerkingsverband van verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of

(een) ander(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het

plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vierde en/of

vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een bedrijf of

beroep) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of

verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig

hebben en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote)

hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Inleiding

Deze zaak maakt onderdeel uit van het onderzoek ‘Travee’. Dit onderzoek richt zich met name op het ontmantelen van een criminele organisatie die zich vanaf januari 2009 op grote schaal zou bezighouden met het telen en verkopen van grote hoeveelheden hennep. In de loop van het onderzoek zijn in de periode van maart 2014 tot en met mei 2016 negen hennepkwekerijen opgerold. Er zijn meerdere personen als verdachten aangemerkt. Het aandeel van [verdachte] bestaat er volgens het Openbaar Ministerie uit dat hij in de periode van

1 januari 2009 tot en met 10 mei 2016 heeft deelgenomen aan deze criminele organisatie, betrokken is geweest bij zes hennepkwekerijen en een hoeveelheid hasjiesj en marihuana voorhanden heeft gehad.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ten aanzien van de hennepkwekerij in Gramsbergen baseert de officier van justitie zich op de bekennende verklaring van [verdachte] , de verklaring van [medeverdachte 6] en de observaties.

Met betrekking tot de hennepkwekerij in het pand aan de [adres 3] in Hoogeveen verwijst de officier van justitie naar de belastende verklaring van [medeverdachte 7] . De verklaring van [verdachte] dat hij bij het bewuste pand kwam om te solliciteren strookt niet met het feit dat hij daar vijftien keer is geweest.

De betrokkenheid van [verdachte] bij de hennepkwekerij in Steenwijk volgt uit de bekennende verklaring van [verdachte] , de verklaring van [medeverdachte 6] , bakengegevens en observaties.

Wat betreft de hennepkwekerij in Zuidwolde geldt dat [verdachte] onder verdachte omstandigheden op heterdaad is aangehouden. Hij had een mobiele telefoon bij zich waarin het nummer van [medeverdachte 8] stond. Verder heeft [verdachte] een bekennende verklaring afgelegd die steun vindt in bakengegevens.

Ten aanzien van de hennepkwekerij in Emmen verwijst de officier van justitie naar de bekennende verklaring van [verdachte] en bakengegevens. Het feit dat [medeverdachte 9] als contact in de mobiele telefoon van [verdachte] staat, levert steunbewijs op.

Het opzettelijk aanwezig hebben van hasj en hennep blijkt uit het aantreffen van de drugs in de woning van [verdachte] en diens bekennende verklaring. Er is geen bewijs dat [verdachte] dit feit ‘in vereniging’ heeft begaan, zodat hij van dat onderdeel moet worden vrijgesproken.

De betrokkenheid van [verdachte] bij de hennepkwekerij in Saasveld volgt uit de bekennende verklaring van [verdachte] , de belastende verklaring van [medeverdachte 10] en het feit dat het nummer van [medeverdachte 10] in zijn mobiele telefoon stond.

Door samen met deze groep verdachten die zodanig georganiseerd waren een rol te spelen in al deze kwekerijen heeft [verdachte] in de periode van maart 2014 tot en met 10 mei 2016 deelgenomen aan deze criminele organisatie.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Aantreffen van hennepkwekerij

Op 11 februari 2015 wordt door de politie in een pand gelegen aan [adres 2] in Gramsbergen binnengetreden.2 De verbalisanten stuiten onder meer op een in werking zijnde hennepkwekerij met in totaal negenhonderd planten, verspreid over twee afgetimmerde kweekruimtes.3 In de eerste kweekruimte staat een koelinstallatie. De assimilatielampen zijn door middel van een tijdsklok ingeschakeld. In de tweede kweekruimte is een afvoer voor de warme lucht gebouwd. Ook hier staan tijdschakelaars ingesteld op assimilatielampen. Daarnaast wordt door een fraude-inspecteur, werkzaam bij Enexis, geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.4

De politie heeft onderzoek gedaan naar de vraag hoe lang de hennepkwekerij al in werking is geweest. Er zijn meerdere indicatoren dat de aangetroffen apparatuur al langer in gebruik is geweest in de kweekruimtes. Er is bijvoorbeeld onder meer sprake van een vervuiling op het filterdoek van de aanwezige koolstoffilters en op de lampenkappen die in de kweekruimtes hangen. Ook zijn er vervuilde bamboestokken aangetroffen.

Daarnaast is over de periode van 17 december 2014 tot en met 24 december 2014 door Enexis een netmeting verricht. Uit de meting blijkt dat het gemeten patroon duidt op een mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij in de betreffende loods.5

Volgens de verklaring van [medeverdachte 6] kwamen er in augustus 2014 mensen in het pand kijken die voorstelden een hennepkwekerij te starten.6 De eerste hennepplanten zijn er eind september, begin oktober 2014 ingegaan en begin december geoogst.7

Verder heeft een overbuurman omstreeks augustus/september 2015 een sterke wietlucht geroken, waarvan hij dacht dat deze uit de loods aan [adres 2] kwam.8

Onderzoek naar betrokken personen

Uit onderzoek blijkt dat op 14 februari 2014 een huurovereenkomst is afgesloten ten behoeve van het bewuste pand, waarvan de ingangsdatum 1 maart 2014 is.9 Het pand wordt gehuurd op naam van [bedrijf 1] . De bestuurder van het bedrijf is [medeverdachte 6] .10 Uit observaties is gebleken dat [medeverdachte 6] , kort voor de ontmanteling van deze kwekerij, meermalen bij en in het pand is geweest.11 Daarnaast is er sporenonderzoek verricht op voorwerpen in het pand. De verbalisanten stellen onder meer een drinkbeker12 en kauwgum waarop gekauwd was13 veilig. Uit het NFI rapport blijkt dat het daarop aangetroffen DNA-materiaal afkomstig kan zijn van [medeverdachte 6] .14 In beide gevallen is de kans dat het DNA-materiaal van een ander dan van [medeverdachte 6] afkomstig is kleiner dan één op één miljard. Op grond daarvan is [medeverdachte 6] als verdachte gehoord.

[medeverdachte 6] heeft meerdere (bekennende) verklaringen afgelegd, waarin hij ook belastend over andere betrokkenen verklaart. In zijn verhoren van 13 februari 2015, 20 oktober 2015 en 28 oktober 2015 verklaart [medeverdachte 6] over een groep van ongeveer vijf personen die (mede)verantwoordelijk zou zijn voor de hennepkwekerijen in Gramsbergen en Steenwijk.15 In eerste instantie wil [medeverdachte 6] geen namen noemen van de groepsleden, in de eerste plaats omdat hem was verteld dat hij dat niet mocht en in de tweede plaats omdat hij zich bedreigd voelt. [medeverdachte 6] zegt de jongens wel te kunnen beschrijven, maar kiest ervoor dat op dat moment niet te doen. Pas in zijn verhoor van 23 mei 2016 wil [medeverdachte 6] daar vanwege de verdenking van grootschalige hennepteelt op terugkomen. Hij noemt de namen [medeverdachte 11] (hierna ‘ [medeverdachte 11] ’), [medeverdachte 12] (hierna ‘ [medeverdachte 12] ’) en [medeverdachte 2] en [verdachte] .16 Van deze laatste twee personen weet [medeverdachte 6] de achternaam niet. De rolverdeling was dat [verdachte] de man was die onderhoud deed en de andere personen (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 12] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 11] ) kwamen zo nu en dan eens even langs om te kijken of alles goed ging (de rechtbank begrijpt met de hennepplanten).17De afspraken zijn gemaakt met [medeverdachte 2] , ook over het geld. [medeverdachte 2] is de man waar het om gaat: de jongen die de lijn uitzet en bepaalt wat er gebeurt. Zijn wil is wet. [medeverdachte 2] deed ook de specialistische dingen, zoals stroom aansluiten. [medeverdachte 6] vertelt afhankelijk te zijn geweest van [medeverdachte 2] , want die zou de hennep verkopen.18 Het contact liep via [medeverdachte 11] en [verdachte] . Verder verklaart [medeverdachte 6] dat [verdachte] de ‘waterman’ was, die elke twee á drie dagen langskwam om de plantjes te verzorgen. Hij hield ook toezicht op de hennepkwekerij.19 [medeverdachte 2] en [medeverdachte 12] hebben het (de rechtbank begrijpt de planten water geven) ook wel eens gedaan.20 [medeverdachte 12] heeft ook meegeholpen met de opbouw en kwam zo nu en dan kijken naar de plantjes.21 [medeverdachte 6] had de indruk dat hij de technische man was, wat inhoudt dat hij verstand van de plantjes had. Volgens [medeverdachte 6] was [medeverdachte 11] een meeloper. Hij had altijd geld bij zich. Er kwamen nog meer personen, maar die kent [medeverdachte 6] niet bij naam. Aan [medeverdachte 6] zijn daarom foto’s getoond van mogelijk betrokken personen.22 Aan de hand hiervan kan worden geconcludeerd dat [medeverdachte 6] met ‘ [verdachte] ’ op [verdachte] (hierna ‘ [verdachte] ’) en met ‘ [medeverdachte 2] ’ op [medeverdachte 2] doelt.23 [medeverdachte 6] herkent de persoon op foto nummer 11 ( [medeverdachte 13] ), maar weet zijn naam niet. Het was iemand die meehielp bij de opbouw in Gramsbergen.

Daarnaast heeft ook [verdachte] verklaard over de hennepkwekerij aan [adres 2] in Gramsbergen. [verdachte] bevestigt dat hij de ‘waterman’ is, waarover [medeverdachte 6] spreekt, en zegt dat hij af en toe voor [medeverdachte 6] de planten water gaf.24 [verdachte] zegt dat hij met [medeverdachte 6] in contact is gekomen omdat hij hem vroeg of hij dit wilde.

Verder zijn er in de periode van 15 januari 2015 tot 26 februari 2015 camera's geplaatst met zicht op het pand [adres 2] in Gramsbergen.25 Er zijn op verschillende momenten diverse personen waargenomen en herkend. De rechtbank zal een aantal momenten in het bijzonder vermelden.

Er is regelmatig een Hyundai Getz met het kenteken [kenteken 1] bij het pand geweest.26 Dit voertuig stond tijdens de bovengenoemde periode op naam van [verdachte] .

Ook is in diezelfde periode meermalen een Volkswagen bus met het kenteken [kenteken 2] bij het pand gesignaleerd.27 Dit voertuig stond tijdens de bovengenoemde periode op naam van [medeverdachte 12] .

Daarnaast wordt op de camerabeelden tussen 1 december 2014 en 24 februari 2015 tweemaal een Renault Vel Satis waargenomen met de kentekens [kenteken 3] en [kenteken 4] .28 Deze voertuigen stonden destijds op naam van [medeverdachte 11] . Daar komt bij dat ook een voertuig is gezien op naam van [bedrijf 2] V., welk bedrijf een rechtstreeks verband heeft met [medeverdachte 11] .

Tot slot is door het observatieteam gezien dat [medeverdachte 2] Wendels op 1 december 2014 de Renault Vel Satis met het kenteken [kenteken 3] heeft bestuurd, deze auto heeft geparkeerd nabij het bedrijf [bedrijf 1] en daar naar binnen ging.29

Overwegingen en conclusies

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 13] en [medeverdachte 12] betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij aan [adres 2] in Gramsbergen.

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] de hennepplanten water heeft gegeven. Hij hield ook toezicht op de hennepkwekerij en was samen met [medeverdachte 11] de contactpersoon. Daarnaast staat het voor de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] de lijntjes uitzette en bepaalde wat er gebeurde. Met hem werden ook de afspraken gemaakt en hij was ook degene die de hennep verkocht. Verder gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 12] , net als [verdachte] , de hennepplanten water hebben gegeven. [medeverdachte 12] heeft tevens geholpen met de opbouw en kwam net als [medeverdachte 2] en [medeverdachte 11] zo nu en dan langs om de plantjes te bekijken. [medeverdachte 12] heeft [medeverdachte 6] ook geadviseerd over de hennepkwekerij.30 [medeverdachte 13] heeft geholpen bij de opbouw van de hennepkwekerij. [medeverdachte 6] heeft het pand geregeld ten behoeve van de hennepkwekerij. [medeverdachte 6] heeft daarnaast [verdachte] gevraagd of hij werkzaamheden wilde verrichten in de kwekerij.

Voor de vraag hoe de rol van [verdachte] strafrechtelijk kan worden geduid, overweegt de rechtbank het volgende. Uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.31

De rechtbank is, gelet op deze rechtsregel, van oordeel dat de bijdrage van [verdachte] aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennepplanten van voldoende gewicht is om tot de kwalificatie medeplegen te komen. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] een essentiële en actieve rol heeft vervuld en hecht met name waarde aan het feit dat hij de hennepplanten water heeft gegeven. Voornoemde gedraging van [verdachte] is tevens van zodanige aard dat daarin het opzet op het telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep ligt besloten.

De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde, met uitzondering van het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hennepplanten.

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 6] kan de ten laste gelegde periode van 1 augustus 2014 tot en met 11 februari 2015 worden bewezen verklaard.

De rechtbank zal in de bewezenverklaring uitgaan van de capaciteit van de hennepkwekerij, in dit geval negenhonderd planten, en overweegt dat het passender is om de vraag naar de hoeveelheid oogsten onderdeel van debat te laten uitmaken in de (eventuele) ontnemingsprocedure. Om diezelfde reden zal de rechtbank zich niet uitlaten over het bedrag dat hoort bij de hoeveelheid weggenomen elektriciteit.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. De rechtbank weegt bij dat oordeel de schaalgrootte van de teelt, de mate van professionaliteit en het doel van de teelt mee. In dit geval maakte de kwekerij onderdeel uit van een georganiseerd verband waarbinnen aanmerkelijke hoeveelheden planten werden geteeld, op [adres 2] in Gramsbergen negenhonderd planten. Daar komt bij dat er in de kweekruimtes professionele klimaatbeheersingsvoorzieningen waren getroffen, zoals het instellen van tijdschakelaars op assimilatielampen, en de elektriciteit illegaal werd afgetapt. Het telen van de hennep was bovendien bestemd om geldelijk gewin te verkrijgen.

Ten aanzien van feit 2:

Aantreffen van hennepkwekerij

Op 27 juli 2015 wordt door de politie in een pand gelegen aan de [adres 3] 2114a in Hoogeveen binnengetreden. De verbalisanten zien in de opslagruimte allerlei goederen en attributen die nodig zijn voor de hennepteelt, waaronder assimilatielampen, ventilatoren, cannacutters, trafo’s en flexibele buizen.32 Vervolgens betreden de verbalisanten een kweekruimte met daarin een grotendeels ontmantelde hennepkwekerij. Er staan geen hennepplanten meer en de meeste voor een kwekerij benodigde attributen en goederen zijn weggehaald. In het plafond boven het kantoorgedeelte zijn vijf gaten voor de flexibele buizen gemaakt, vermoedelijk voor de aanvoer van verse lucht.33 Uit onderzoek naar het aantal planten lijkt te volgen dat er minimaal 1.354 planten in het pand hebben gestaan.34 In de kweekbakken liggen resten van hennepplanten. Een aantal van deze resten wordt getest met gebruikmaking van een cannabistest. De test geeft een positieve reactie, indicatief voor hennep of THC. Daarnaast wordt door een fraude-inspecteur, werkzaam bij N.V. RENDO, geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.35

De politie heeft onderzoek gedaan naar de vraag hoe lang de hennepkwekerij in werking is geweest. Er zijn meerdere indicatoren dat de aangetroffen apparatuur al langer in gebruik is geweest in de kweekruimtes. Er is bijvoorbeeld onder meer sprake van verdroogde resten van hennepplanten op, in en naast de kweekbakken en in vuilniszakken.36 Ook bevinden zich hennepresten op de in de kweek- en opslagruimtes aangetroffen knipschaartjes.

Verder valt het de verbalisanten op, afgezet tegen het feit dat het pand sinds juli 2012 wordt verhuurd, dat de in de kweekruimte aangetroffen vervuilde afzuigventilator een productiedatum van week 18 van het jaar 2012 vermeldt. In de kweekruimte worden daarnaast gipsplaten aangetroffen, die als scheidingswand dienen, waarop de productiedatum 7 juli 2012 staat.

Onderzoek naar betrokken personen

Uit onderzoek blijkt dat het pand sinds juli 2012 wordt gehuurd door [bedrijf 2] V..37 De bestuurder en enig aandeelhouder van dit bedrijf is [medeverdachte 11] (hierna ‘ [medeverdachte 11] ’).38 Tijdens de inval is er sporenonderzoek verricht op voorwerpen in het pand. Een verbalisanten stelt onder meer een in de kweekruimte aangetroffen sigarettenpeuk veilig.39 Uit het NFI rapport blijkt dat het daarop aangetroffen DNA-materiaal afkomstig kan zijn van [medeverdachte 11] .40 De kans dat het DNA-materiaal van een ander dan [medeverdachte 11] afkomstig is kleiner dan één op één miljard. Op grond hiervan wordt [medeverdachte 11] als verdachte gehoord. [medeverdachte 11] verklaart dat hij sinds januari 2015 bezig was met het opzetten van een hennepkwekerij, maar dat er nog nooit een plant in het pand heeft gestaan. In het dossier zitten echter diverse bewijsmiddelen waaruit het tegendeel blijkt.

Zo zijn er in de periode van 9 februari 2015 tot 18 augustus 2015 camera’s geplaatst met zicht op het pand aan de [adres 3] in Hoogeveen. Ook is er een observatieteam ingezet. Er zijn vanaf 10 februari 2015 op verschillende momenten diverse personen waargenomen en herkend. Verbalisant [verbalisant] relateert dat hij naast [medeverdachte 11] heeft gezien dat onder meer [medeverdachte 2] , [medeverdachte 14] (hierna ‘ [medeverdachte 14] ’), [medeverdachte 15] (hierna ‘ [medeverdachte 15] ’), [verdachte] (hierna ‘ [verdachte] ’) en [medeverdachte 7] (hierna ‘ [medeverdachte 7] ’) zich bij of in het pand aan de [adres 3] in Hoogeveen bevonden.41De rechtbank zal een aantal momenten in het bijzonder vermelden.

Op 7 april 2015 wordt om 07.32 uur een Renault Vel Satis met het kenteken [kenteken 4] voor het pand geparkeerd.42 Er wordt gerelateerd dat onder andere [medeverdachte 11] en [medeverdachte 7] uitstappen en het pand betreden. Ook wordt gezien dat om 08.34 uur een Ford Focus met het kenteken [kenteken 5] , die op naam staat van [medeverdachte 15] , achteruit de loods wordt ingereden. De inzittenden zijn niet zichtbaar. Om 13.24 uur wordt gezien dat een voertuig met [medeverdachte 2] als (mede)inzittende bij het pand arriveert. Vervolgens wordt gezien dat [medeverdachte 2] meermalen het pand in- en uitloopt met boodschappentassen.43 Om 17.32 uur verlaat een aantal mannen de loods. De verbalisant herkent onder andere [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 7] .44 Om 17.40 uur verlaat ook [medeverdachte 14] het pand.45

De dagen daarna, op 8 en/of 9 en/of 13 april 2015, worden [medeverdachte 11] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 15] , [verdachte] en [medeverdachte 14] wederom op de camerabeelden gezien bij het pand aan de [adres 3] in Hoogeveen.46

De op de foto’s dan wel camerabeelden herkende personen zijn vervolgens door de politie gehoord. [medeverdachte 7] heeft meerdere (bekennende) verklaringen afgelegd. Volgens [medeverdachte 7] wilde [medeverdachte 2] hem helpen met zijn financiële situatie.47 Hij moest daarvoor werk doen in de hennepkwekerij. [medeverdachte 7] zegt het installatiewerk te hebben gedaan, zoals het aansluiten van koolstoffilters en afzuigingen. Het was hem bij binnenkomst direct duidelijk dat het om een kweeklocatie ging. [medeverdachte 7] verklaart desgevraagd dat hij één keer heeft geholpen met oogsten.48 Hij kreeg daar € 200,- voor. [medeverdachte 2] deed hem voor hoe hij moest oogsten. [medeverdachte 2] vertelde wat [medeverdachte 7] moest doen en was dan zelf ook bezig.49 Volgens [medeverdachte 7] hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 11] de kwekerij ingericht, dat wil zeggen het neerzetten van hennepplanten. [medeverdachte 7] neemt aan dat [medeverdachte 11] en [medeverdachte 2] ook het onderhoud van de planten deden, omdat zij er altijd waren.50 Nadat [medeverdachte 7] een aantal foto’s is getoond,51geeft hij aan dat hij de personen op foto nummer 2 ( [medeverdachte 2] ), nummer 5 ( [medeverdachte 11] ), nummer 6 ( [verdachte] ), nummer 8 ( [medeverdachte 14] ) en nummer 9 ( [medeverdachte 15] ) kent. [medeverdachte 7] noemt [verdachte] ‘ [alias 1] ’ en [medeverdachte 14] ‘ [alias 2] ’.52 Hij omschrijft [medeverdachte 15] als de rechterhand van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 7] zegt over [verdachte] dat het een loopjongen van [medeverdachte 2] is. Hij zag hem ook wel eens in de kwekerij, waar hij dingen deed die hem werden opgedragen. Over [medeverdachte 14] zegt [medeverdachte 7] dat hij bezig was met de opbouw en dat hij hem heeft zien slepen met spullen voor de kwekerij.53 [medeverdachte 7] vertelt dat zij vaak bij een carpoolplek werden opgehaald in een bus en naar het pand werden gebracht.54 Wie er reed was verschillend, soms was het [medeverdachte 11] . De anderen die in de bus zaten waren [medeverdachte 14] , [verdachte] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 7] heeft meerdere oogsten gezien, namelijk twee of drie, maar heeft er zelf maar aan één meegedaan. Hij is betaald door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 7] zegt dat hij twee dagen over het knippen heeft gedaan. Daarna is de hennepkwekerij ontmanteld. [medeverdachte 7] vermoedt dat het rond 30 juni 2015 al klaar was. Bij het ontmantelen heeft [medeverdachte 7] alleen zijn eigen spullen weggehaald, dus de hele ventilatie-installatie.

Verder verklaart [medeverdachte 6] dat hij wel eens in het pand aan de [adres 3] in Hoogeveen is geweest.55 Deze verklaring vindt steun in de camerabeelden.56[medeverdachte 6] zegt dat hij daar ook wel eens planten heeft zien staan. In de beleving van [medeverdachte 6] was de kwekerij van [medeverdachte 11] .

[verdachte] verklaart dat hij bij het pand aan de [adres 3] in Hoogeveen is geweest, omdat hij wilde solliciteren bij het aldaar gevestigde glasvezelbedrijf.

Overwegingen en conclusies

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 15] betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 3] in Hoogeveen.

De verklaring van [verdachte] dat hij bij het pand aan de [adres 3] in Hoogeveen kwam om te solliciteren, acht de rechtbank onaannemelijk. Uit het dossier blijkt namelijk dat [verdachte] in de maanden februari 2015 tot en met juni 2015 vijftien keer bij het pand is geweest, waarvan in de maand maart 2015 zelfs drie achtereenvolgende dagen.57

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] de loopjongen was van [medeverdachte 2] en in de hennepkwekerij dingen deed die hem werden opgedragen. Daarnaast staat het voor de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 7] heeft benaderd voor het verrichten van werkzaamheden in de hennepkwekerij. [medeverdachte 2] gaf [medeverdachte 7] aanwijzingen en opdrachten en betaalde hem. [medeverdachte 2] heeft bovendien samen met [medeverdachte 11] de hennepkwekerij ingericht. Zij waren er altijd als [medeverdachte 7] er was. Ook heeft [medeverdachte 11] het vervoer van een carpoolplek naar de hennepkwekerij wel eens verzorgd. In het busje zaten ook [medeverdachte 15] , [medeverdachte 14] en [verdachte] . [medeverdachte 15] was de rechterhand van [medeverdachte 2] . Verder gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 7] het installatiewerk heeft gedaan, heeft geholpen met oogsten en daarna met het ontmantelen van de hennepkwekerij. Tot slot was [medeverdachte 14] betrokken bij de opbouw van de hennepkwekerij.

Voor de vraag hoe de rol van [verdachte] strafrechtelijk kan worden geduid, overweegt de rechtbank het volgende. Uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.58

De rechtbank is, gelet op deze rechtsregel, van oordeel dat de bijdrage van [verdachte] aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennepplanten van voldoende gewicht is om tot de kwalificatie medeplegen te komen. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] een essentiële en actieve rol heeft vervuld, nu [medeverdachte 2] het voor het zeggen had in de hennepkwekerij en [verdachte] zijn loopjongen was en zijn opdrachten in de kwekerij uitvoerde. Er was sprake van een samenwerkingsverband met een zekere rolverdeling. Voornoemde gedragingen van [verdachte] zijn tevens van zodanige aard dat daarin het opzet op het telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep ligt besloten.

De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde.

Gelet op de resultaten van de camerabeelden kan de ten laste gelegde periode van 9 februari 2015 tot en met 27 juli 2015 worden bewezen verklaard.

De rechtbank zal in de bewezenverklaring uitgaan van de capaciteit van de hennepkwekerij, in dit geval ongeveer 1.354 planten, en overweegt dat het passender is om de vraag naar de hoeveelheid oogsten onderdeel van debat te laten uitmaken in de (eventuele) ontnemingsprocedure. Om diezelfde reden zal de rechtbank zich niet uitlaten over het bedrag dat hoort bij de hoeveelheid weggenomen elektriciteit.

Ten aanzien van feit 3:

Aantreffen van hennepkwekerij

Na de ontmanteling van de hennepkwekerij aan [adres 2] in Gramsbergen (zie zaaksdossier 01), wordt opgemerkt dat [medeverdachte 6] wederom een pand huurt, ditmaal aan de [adres 4] in Steenwijk. Ook daar komen personen en voertuigen van de ‘organisatie’. Het vermoeden rijst daarom dat op deze locatie een hennepkwekerij wordt opgezet. In dat kader wordt op 15 oktober 2015 door de politie in het bewuste pand binnengetreden. In de ruimte achter de deur van de opslagruimte staan allerlei benodigdheden voor een hennepkwekerij, zoals potaarde, assimilatielampen en koolstooffilters.59 Vervolgens stuiten de verbalisanten op twee afgetimmerde kweekruimtes, waarvan de eerste ruimte kennelijk nog in opbouw is. In de tweede kweekruimte treffen de verbalisanten een hennepplantage aan. In deze ruimte staan 550 planten van ongeveer acht weken oud.60 In totaal hangen er 26 assimilatielampen. Alle hennepplanten worden door middel van een irrigatiesysteem van een vloeistof voorzien vanuit een watervat. De luchtverversing, luchtafvoer en warmteafvoer wordt geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Ook wordt er gebruikgemaakt van CO2 toevoeging.61 Er zijn geen indicaties die duiden op een eerdere oogst.

Onderzoek naar betrokken personen

[medeverdachte 6] heeft meerdere (bekennende) verklaringen afgelegd, waarin hij ook belastend over andere betrokkenen verklaart. Zo spreekt [medeverdachte 6] over een groep van ongeveer vijf personen die (mede)verantwoordelijk zou zijn voor de hennepkwekerijen in Gramsbergen en Steenwijk.62 De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 6] is geconfronteerd met een aantal foto’s en leidt uit zijn herkenningen af dat hij met [medeverdachte 11] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en ‘ [medeverdachte 7] ’ doelt op [medeverdachte 11] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 7] .63[medeverdachte 6] vertelt dat hij in geldproblemen kwam met de hennepkwekerij in Gramsbergen. Hij had een schuld bij ‘de jongens’. Daarom besloot [medeverdachte 6] om het pand aan de [adres 4] in Steenwijk te huren, op naam van [naam 1]64 Het huurcontract ving aan op 15 mei 2015 en de huur bedroeg € 20.000,- per jaar. [medeverdachte 6] heeft € 5.000,- van [medeverdachte 11] gekregen en € 5.000,- van de vader van [medeverdachte 2] , die hij ‘ [alias 3] ’ noemt, wonende aan de [adres 8] in Vroomshoop.65 Het contact liep toen nog uitsluitend via [medeverdachte 11] , maar [medeverdachte 2] is wel in het pand aan de [adres 4] in Steenwijk geweest.66 De planten zijn er op 24 augustus 2015 neergezet.67 ‘De jongens’ hebben de kweekruimtes ingericht, namen de planten mee en verzorgden deze. Om de twee dagen werd er iemand gestuurd om de plantjes te verzorgen.68 Ten tijde van de inval was [medeverdachte 6] naar eigen zeggen net een jongen aan het ophalen van een carpoolplek. [medeverdachte 6] verklaart dat hij [verdachte] heeft gezien bij de opbouw van de koelcel en kwekerij.69 Daarnaast hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] alle hokken gebouwd.70 De andere personen waren allemaal van [medeverdachte 2] afhankelijk. Hij weet bijvoorbeeld dat [verdachte] door [medeverdachte 2] werd betaald. [medeverdachte 6] zegt [medeverdachte 7] vermoedelijk ook in Steenwijk te hebben gezien. Zijn rol was bouwen.71

[verdachte] verklaart dat hij een koelcel heeft geplaatst in het pand aan de [adres 4] in Steenwijk.72 Hij zegt dat [medeverdachte 6] (de rechtbank begrijpt uit de context van het verhoor dat hij [medeverdachte 6] bedoelt) hem soms daarbij heeft geholpen.

Daarnaast vertelt [naam 2] over de hennepkwekerij aan de [adres 4] in Steenwijk dat [medeverdachte 6] dat pand had samen met zijn zoon en nog wat mensen uit café [cafe] in Zwolle.73 [naam 2] zegt er twee keer binnen te zijn geweest. De eerste keer dat [naam 2] er was, zag hij dat het een hennepkwekerij was. Er waren twee hokken waar hennepplanten in stonden. Hij had het idee dat [medeverdachte 6] het voor het zeggen had.74 [naam 2] heeft zelf ook werkzaamheden verricht, die bestonden uit camera’s installeren, lampen ophangen en kabels aansluiten. Volgens [naam 2] wilde [medeverdachte 6] die camera’s omdat hij problemen had gehad in Gramsbergen. [naam 2] was nog bezig met de installatie toen er al een inval was. Hij zou de nieuwe kweekruimte gaan verzorgen. De potgrond hiervoor lag al klaar bij de koelcel. De tweede keer dat [naam 2] er was, kwam de zoon van [medeverdachte 6] langs, samen met een beruchte crimineel, die de AH supermarkt (de rechtbank begrijpt Albert Heijn) had afgeperst.75 Deze crimineel is samen met de zoon van [medeverdachte 6] in het pand geweest en wilde graag de plantjes zien. De rechtbank stelt onder meer op basis van de verklaring van [medeverdachte 6]76 vast (die spreekt over [medeverdachte 11] en een Albert Heijn affaire) dat [naam 2] met de beruchte crimineel op [medeverdachte 11] doelt.

Verder verklaart [medeverdachte 7] dat hij vier keer in Steenwijk is geweest. [medeverdachte 2] was er altijd en die deed de deur voor hem open.77 Het was daar niet zo groot. In de loods stond een grote koelvriezer en daarachter was de kwekerij. [medeverdachte 7] zegt dat hij de ventilatie heeft aangesloten.78[medeverdachte 7] verklaart bij de rechter-commissaris dat hij verdacht wordt van betrokkenheid bij drie hennepkwekerijen en dat [medeverdachte 2] bij al die kwekerijen was betrokken.79 [medeverdachte 7] vond [medeverdachte 2] een beetje ogen als de baas, zo’n regelbaasje.

Tot slot volgt uit de verklaring van [medeverdachte 16] (hierna ‘ [medeverdachte 16] ’) dat hij camera’s heeft opgehangen.80

Bij [verdachte] en [medeverdachte 11] zijn bakens onder hun voertuigen geplaatst. Bij [verdachte] is dat gebeurd in de periode van 10 maart 2015 tot 26 november 2015, onder een Hyundai Getz met het kenteken [kenteken 1] .81 Hieruit is gebleken dat zijn voertuig in juni 2015 zeven keer en in juli 2015 twee keer bij het pand aan de [adres 4] in Steenwijk is geweest.

Bij [medeverdachte 11] is de baken geplaatst geweest in de periode van 5 juni 2015 tot 22 september 2015, onder een Renault Kangoo met het kenteken [kenteken 6] .82 Hieruit is gebleken dat zijn voertuig in juni 2015 vier keer bij het pand aan de [adres 4] in Steenwijk is geweest.

Daarnaast zijn er in de periode van 10 september 2015 tot en met 22 oktober 2015 camera’s geplaatst met zicht op het pand aan de [adres 4] in Steenwijk.83Ook is er een observatieteam ingezet. Een aantal observaties komt overeen met de bakengegevens van de hierboven genoemde voertuigen, bijvoorbeeld op 2 juni 2015 en op 23 juni 2015.84 Voorts zijn op verschillende momenten diverse personen waargenomen en herkend. De rechtbank zal een aantal momenten in het bijzonder vermelden.

Op 23 juni 2015 wordt door het observatieteam om 13.50 uur gezien dat [medeverdachte 6] als bestuurder van een Fiat Croma met het kenteken [kenteken 7] bij het pand arriveert.85 Wat verder opvalt is dat een Volvo met het kenteken [kenteken 8] en een Ford Transit met het kenteken [kenteken 9] van de [adres 3] in Hoogeveen (zie zaaksdossier 02) naar de [adres 4] in Steenwijk rijden. De bestuurder van de Volvo wordt als [medeverdachte 11] herkend en de bestuurder van de Ford Transit als [medeverdachte 7] .86

Op 30 juni 2015 wordt gezien dat [medeverdachte 7] met de Ford Transit met het kenteken [kenteken 9] en [medeverdachte 11] met de Mercedes met het kenteken [kenteken 10] van de [adres 3] in Hoogeveen naar de [adres 4] in Steenwijk rijden.87

Ook tussen 24 september 2015 en 15 oktober 2015 wordt [medeverdachte 6] regelmatig bij het pand waargenomen als bestuurder van de eerder genoemde Fiat Croma of van een Volkswagen Caddy met het kenteken [kenteken 11] .88

Overwegingen en conclusies

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [naam 2] en [medeverdachte 16] betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 4] in Steenwijk.89

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] en [medeverdachte 2] de hokken voor de hennepkwekerij hebben gebouwd. Daarnaast staat het voor de rechtbank vast dat de bij de hennepkwekerij betrokken personen afhankelijk waren van [medeverdachte 2] , die hen (in elk geval [verdachte] ) betaalde. Dit past ook bij de verklaring van [medeverdachte 7] , dat [medeverdachte 2] oogde als de baas, zo’n regelbaasje. [medeverdachte 7] heeft geholpen bij de opbouw en heeft de ventilatie aangesloten. Verder gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 6] onder een valse naam het pand heeft gehuurd. Hij heeft ook wel eens het vervoer van een carpoolplek naar de hennepkwekerij verzorgd. [naam 2] had bovendien het idee dat [medeverdachte 6] het voor het zeggen had in het pand. [medeverdachte 11] was de contactpersoon van [medeverdachte 6] . Hij kwam tevens meermalen bij het pand, waaronder (tenminste) één keer om de plantjes te bekijken. Tot slot staat het voor de rechtbank vast dat [medeverdachte 16] zich bezighield met de camera-installatie. Dat geldt ook voor [naam 2] , die tevens lampen ophing en kabels aansloot.

Voor de vraag hoe de rol van [verdachte] strafrechtelijk kan worden geduid, overweegt de rechtbank het volgende. Uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.90

De rechtbank is, gelet op deze rechtsregel, van oordeel dat de bijdrage van [verdachte] aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennepplanten van voldoende gewicht is om tot de kwalificatie medeplegen te komen. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] een essentiële en actieve rol heeft vervuld, nu hij heeft geholpen om de hennepkwekerij te realiseren. Er was sprake van een samenwerkingsverband met een zekere rolverdeling. Voornoemde gedraging van [verdachte] is tevens van zodanige aard dat daarin het opzet op het telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep ligt besloten.

De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde, met uitzondering van het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hennepplanten.

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 6] , bakengegevens en observaties kan de ten laste gelegde periode van 1 juni 2015 tot en met 15 oktober 2015 worden bewezen verklaard.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. De rechtbank weegt bij dat oordeel de schaalgrootte van de teelt, de mate van professionaliteit en het doel van de teelt mee. In dit geval maakte de kwekerij onderdeel uit van een georganiseerd verband waarbinnen aanmerkelijke hoeveelheden planten werden geteeld, op de [adres 4] in Steenwijk 550 planten. Daar komt bij dat de kweekruimtes waren afgetimmerd, een bevloeiingssysteem was geregeld en een afzuiging naar buiten was gemaakt. Het telen van de hennep was bovendien bestemd om geldelijk gewin te verkrijgen.

Ten aanzien van feit 4:

Aantreffen van hennepkwekerij

Op 21 januari 2016 rond 09.45 uur wordt het perceel aan de [adres 5] in Zuidwolde door de politie bezocht in verband met de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij.91 Het perceel bestaat uit een woning, met daarnaast een winkelpand en daarachter een opslagloods. Bij binnenkomst in de loods zien verbalisanten diverse hennepgerelateerde goederen staan, waaronder slakkenhuisafzuigers, assimilatielampen en armaturen. In een andere ruimte treffen verbalisanten voedingsvaten voorzien van dompelpompen, met potgrond gevulde zakken en diverse jerrycans met voeding voor cannabisplanten aan. Ook liggen er vervuilde knipscharen en flessen plantaardige olie en schoonmaakazijn. Vanuit deze ruimte zijn twee andere afgetimmerde ruimtes te betreden. Dit blijken kweekruimtes te zijn. In de eerste kweekruimte staan in totaal 820 hennepplanten van ongeveer vier weken oud.92 In de tweede kweekruimte staan in totaal 840 hennepplanten van ongeveer zes weken oud. Daarnaast wordt door een fraude-inspecteur, werkzaam bij Enexis, geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.93 Het elektriciteitscontract blijkt op naam van de viswinkel te staan. Volgens [naam 3] , de eigenaar en verhuurder van het pand, heeft [medeverdachte 8] (hierna ‘ [medeverdachte 8] ’) zijn eigen wateraansluiting laten aanleggen.94

De politie heeft onderzoek gedaan naar de vraag hoe lang de hennepkwekerij al in werking is geweest. Uit de verklaring van [naam 3] , volgt dat [medeverdachte 8] vanaf 1 januari 2014 het winkelgedeelte van hem heeft gehuurd omdat hij daarin een [bedrijf 3] wilde beginnen.95 Nog voordat de winkel was ingericht, gaf [medeverdachte 8] aan dat hij ook graag de loods wilde huren, aldus [naam 3] .

Daarnaast heeft een buurtbewoonster verklaard dat zij op 25 april 2014 met de zoon van de bewoonster van het woonhuis aan de [adres 5] in Zuidwolde contact heeft gehad via Facebook Messenger. De zoon gaf toen aan dat er illegale dingen zouden gebeuren in de loods.96 Ook viel het de buren in de winter van 2014-2015 op dat alle daken in de straat bevroren waren, behalve het dak van de loods.97

Een ander aanknopingspunt voor de pleegperiode is dat de verbalisant op het hout dat gebruikt is voor het aftimmeren van de kweekruimtes de productiedatum 30 januari 2014 ziet staan. Verder merkt de verbalisant op dat de koolstoffilters in beide kweekruimtes sterk vervuild zijn en dat er stof op de armaturen zichtbaar is. Een Pvc-buis was voorzien van de datum 29 maart 2014.98

Gelet op deze factoren vindt de politie het aannemelijk dat men begin maart 2014 is begonnen met de hennepteelt in de bewuste loods.99

Onderzoek naar betrokken personen

Om 11.10 uur, bijna anderhalf uur nadat de verbalisanten de hennepkwekerij hebben aangetroffen, zien zij [medeverdachte 8] in een Peugeot Boxer met het kenteken [kenteken 12] de parkeerplaats naast de [bedrijf 3] oprijden.100 Nadat de verbalisanten de achterdeur van de auto openen, treffen zij [verdachte] aan in de laadruimte. Op de vloer van de laadruimte zijn potgrondresten aanwezig. Verder ligt daar een gasleiding en tuinslang. [verdachte] heeft werkhandschoenen bij zich die sterk naar hennep ruiken.101 Ook heeft hij twee mobiele telefoons bij zich. In één van die telefoons staan drie contacten, genaamd ‘ [alias 4] ’, ‘ [alias 5] ’ en ‘ [alias 6] ’. De politie gaat ervan uit dat het mobiele nummer ‘ [alias 5] ’ aan [medeverdachte 8] toebehoort. In de eerste plaats vanwege het feit dat [medeverdachte 8] een [bedrijf 3] heeft, maar ook omdat ‘ [alias 5] ’ en [verdachte] een dag eerder per sms hebben afgesproken op 21 januari 2016 om 11.00 uur en die ontmoeting rijmt met de daadwerkelijke situatie.102 [verdachte] en ‘ [alias 5] ’ hebben in elk geval, voor zover zichtbaar, vanaf 7 oktober 2015 veelvuldig contact met elkaar gehad en meerdere keren met elkaar afgesproken.103

[verdachte] is daarna meermalen verhoord. In zijn verhoor van 21 januari 2016 vertelt [verdachte] dat hij de man die de bus bestuurde kent als [beroep] en dat hij als ‘ [alias 5] ’ in zijn telefoon staat.104 Op 12 juli 2016 verklaart [verdachte] dat hij planten water heeft gegeven op het betreffende adres te Zuidwolde.105 Hij weet niet hoe vaak hij er is geweest, misschien één keer, misschien honderd keer. [verdachte] zegt dat hij zijn auto op een carpoolplaats zette en dat hij werd opgepikt. Dit werd van tevoren afgesproken. [verdachte] denkt dat die man (uit de context van de door [verdachte] afgelegde verklaring maakt de rechtbank op dat hij met ‘die man’ [medeverdachte 8] bedoelt) zelf ook werkzaamheden in de kwekerij verrichte, maar als hij er was, hielp de man hem niet en was hij aan het werk in de winkel. De man wist wel wat [verdachte] kwam doen. Toen [verdachte] er voor de eerste keer kwam om de planten water te geven, stond er al een hennepkwekerij. [verdachte] verklaart dat ‘ [alias 5] ’ hem ook wel eens heeft opgehaald in een witte Fiat 500.

De verklaring van [verdachte] vindt steun in de bakengegevens van zijn voertuig, een Hyundai Getz met het kenteken [kenteken 1] .106 Hieruit blijkt namelijk dat zijn auto in de periode van

15 april 2015 tot en met 26 november 2015 op 23 verschillende data op verschillende parkeerplaatsen in Zuidwolde is geweest. Daarnaast is zijn auto op 17 december 2015 door verbalisanten gezien op één van de parkeerplaatsen in Zuidwolde.

Verder blijkt uit een observatie dat op de oprit van [bedrijf 3] ’ aan de [adres 5] in Zuidwolde een witte Fiat 500 staat, die aan de zijkant is bedrukt met reclame van [bedrijf 3] ’.107

Overwegingen en conclusies

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 8] betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 5] in Zuidwolde.

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 8] het pand heeft gehuurd en dit pand en elektriciteit ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van de hennepkwekerij. [medeverdachte 8] heeft ook een waterleiding laten aanleggen. Daarnaast verzorgde [medeverdachte 8] het vervoer (van in elk geval [verdachte] ) van carpoolplekken naar de hennepkwekerij. Het staat voor de rechtbank vast dat [verdachte] de planten water heeft gegeven. Op basis van de sms-berichten tussen [medeverdachte 8] en [verdachte] , gaat de rechtbank ervan uit dat zij niet met zijn tweeën hebben geopereerd, maar dat er ook andere onbekend gebleven personen betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij. Op 6 oktober 2015 sms’t [medeverdachte 8] bijvoorbeeld naar [verdachte] dat er vandaag al iemand is geweest en dat diegene donderdagmorgen weer komt. Op 6 januari 2016 vraagt [medeverdachte 8] aan [verdachte] of hij alleen komt. [verdachte] zegt dat hij dat nog niet weet en dat hij het er vanavond even over moet hebben met zijn baas.

Voor de vraag hoe de rol van [verdachte] strafrechtelijk kan worden geduid, overweegt de rechtbank het volgende. Uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.108 De rechtbank is, gelet op deze rechtsregel, van oordeel dat de bijdrage van [verdachte] aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennepplanten van voldoende gewicht is om tot de kwalificatie medeplegen te komen. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] een essentiële en actieve rol heeft vervuld en hecht met name waarde aan het feit dat hij de hennepplanten water heeft gegeven. Voornoemde gedraging van [verdachte] is tevens van zodanige aard dat daarin het opzet op het telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep ligt besloten.

De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde.

Gelet op de aanvang van de huurperiode, verklaringen van buurtbewoners en uiterlijke kenmerken van onderdelen van de hennepkwekerij kan de ten laste gelegde periode van

1 maart 2014 tot en met 21 januari 2016 worden bewezen verklaard.

De rechtbank zal in de bewezenverklaring uitgaan van de capaciteit van de hennepkwekerij, in dit geval 1660 planten, en overweegt dat het passender is om de vraag naar de hoeveelheid oogsten onderdeel van debat te laten uitmaken in de (eventuele) ontnemingsprocedure. Om diezelfde reden zal de rechtbank zich niet uitlaten over het bedrag dat hoort bij de hoeveelheid weggenomen elektriciteit.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. De rechtbank weegt bij dat oordeel de schaalgrootte van de teelt, de mate van professionaliteit en het doel van de teelt mee. In dit geval maakte de kwekerij onderdeel uit van een georganiseerd verband waarbinnen aanmerkelijke hoeveelheden planten werden geteeld, op de [adres 5] in Zuidwolde 1.660 planten. Daar komt bij dat de kweekruimtes waren afgetimmerd en de elektriciteit illegaal werd afgetapt. Het telen van de hennep was bovendien bestemd om geldelijk gewin te verkrijgen.

Ten aanzien van feit 5:

Aantreffen van hennepkwekerij

Op 25 mei 2016 gaan verbalisanten naar het adres de [adres 6] in Emmen in verband met de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij. Bij aankomst zien de verbalisanten een man uit de woning komen die zij woorden horen roepen als ‘ik geef me over’ of ‘ik beken’. De man, tevens bewoner van het pand, legitimeert zich als [medeverdachte 9] (hierna ‘ [medeverdachte 9] ’) en verklaart dat de verbalisanten ‘net te laat waren’ en dat ze ‘alles er al uitgehaald hadden’.109 Door de verbalisanten worden vervolgens vier kweekruimtes aangetroffen in de twee schuren die bij het perceel behoren.110 In de kweekruimtes worden geen hennepplanten meer aangetroffen. Daarom wordt het aantal planten bepaald aan de hand van een standaardberekening dat er vijftien planten per vierkante meter staan. In dit geval blijken de kweekruimtes in totaal 78,5 vierkante meter kweekoppervlak te bevatten, zodat er 1.177 planten zouden kunnen staan.111 In de kweekruimtes zijn voorzieningen getroffen om het klimaat in de ruimtes te beheersen, ter bevordering van een juiste bloei van de hennepplanten.112 Zo staan er tijdschakelaars ingesteld op assimilatielampen. Daarnaast wordt door een fraude-inspecteur, werkzaam bij Enexis, geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.113

De politie heeft onderzoek gedaan naar de vraag hoe lang de hennepkwekerij al in werking is geweest. Er zijn meerdere indicatoren dat de aangetroffen apparatuur al langer in gebruik is geweest in de kweekruimtes. Er is bijvoorbeeld onder meer sprake van een flinke vervuiling van de aangetroffen apparatuur en op de aanwezige armaturen van de assimilatielampen zit een grote hoeveelheid stof.114

De eerdere kweken worden bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 9] dat er zeven keer was geoogst. Volgens [medeverdachte 9] is hij in juni of juli 2014 benaderd en is de hennepkwekerij eind juli, begin augustus 2014 in werking gegaan.115 [medeverdachte 9] verklaart dat er zeven keer is geoogst.116 De eerste oogst vond ergens in november 2014 plaats en de laatste oogst was ongeveer drie á vier weken voor de inval op 25 mei 2016.

Onderzoek naar betrokken personen

[medeverdachte 9] bekent tegenover de politie dat hij een hennepkwekerij had in het pand aan de [adres 6] in Emmen. Hij deed zelf ook wel eens water in de bakken.117 [medeverdachte 9] heeft vanwege geldproblemen zijn chalet en schuur verhuurd voor € 500,- aan iemand die hem in juni of juli 2014 benaderde.118 [medeverdachte 9] zegt dat het hem wel wat heeft opgeleverd. Degene die hem benaderde heeft hem ook verteld wat er in de schuren zou komen en hij stemde ermee in. [medeverdachte 9] verklaart ook belastend over andere personen, waaronder ‘ [alias 7] ’ (fonetisch) en ‘ [alias 8] ’. Volgens [medeverdachte 9] heeft ‘ [alias 7] ’ een kabel gelegd naar de woning en aangesloten en was ‘ [alias 8] ’ daarbij.119 Door ‘ [alias 7] ’ is verteld dat het voor de meter afgenomen zou worden, waarmee wordt bedoeld dat het niet op de schijf komt. De rechtbank merkt op dat [medeverdachte 9] enigszins wisselend lijkt te verklaren over wie de illegale elektriciteitsvoorziening heeft aangelegd, omdat hij in een later verhoor zegt dat de elektriciteit werd aangesloten door [medeverdachte 2] en dat [medeverdachte 14] daarbij was.120Als [medeverdachte 9] wordt gevraagd hoe hij contact had met ‘ [alias 7] ’, antwoordt hij dat ze wel eens briefjes in de bus gooiden, waar bijvoorbeeld het moment op stond waarop ze zouden komen. Nadat [medeverdachte 9] een aantal foto’s is getoond,121 geeft hij aan dat hij de personen op foto nummer 2 ( [medeverdachte 2] ), nummer 8 ( [medeverdachte 14] , hierna ‘ [medeverdachte 14] ’) en nummer 9 ( [medeverdachte 15] , hierna ‘ [medeverdachte 15] ’) kent.122 De persoon op foto nummer 2 heet ‘ [medeverdachte 2] ’ of ‘ [medeverdachte 2] ’, de persoon op foto nummer 8 wordt ‘ [alias 7] of [alias 7] ’ (fonetisch) genoemd en de persoon op foto nummer 9 heet [medeverdachte 15] .123 Volgens [medeverdachte 9] bekeek [medeverdachte 2] zijn chalet en schuur en vertelde dat het kon (de rechtbank begrijpt: geschikt was voor een hennepkwekerij). [medeverdachte 9] is met [medeverdachte 2] de huurprijs overeengekomen en heeft ook met hem afgesproken dat hij per oogst een geldbedrag zou krijgen.124 [medeverdachte 9] noemt [medeverdachte 2] de baas van het geheel, omdat hij meestal het woord voerde en in eerste instantie ook kwam kijken of de locatie geschikt was. Hij was ook degene die zei dat [medeverdachte 9] de briefjes die hij door de brievenbus kreeg moest vernietigen. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 15] hebben de opbouw gedaan. Zij hebben de hennepplanten ook geknipt. [medeverdachte 9] werd de eerste keer betaald door [medeverdachte 2] en later door [medeverdachte 15] . Verder kwamen [medeverdachte 14] en [medeverdachte 15] in de schuur om water te vullen. [medeverdachte 15] kwam het vaakst.

Hoewel [medeverdachte 9] in zijn verhoor in eerste instantie niet, althans niet expliciet, belastend over [verdachte] lijkt te verklaren, blijkt diens mogelijke betrokkenheid bij de hennepkwekerij uit het volgende. [verdachte] heeft op 21 januari 2016 bij zijn aanhouding ter zake een hennepkwekerij in Zuidwolde twee mobiele telefoons bij zich. In één van die telefoons staan drie contacten, genaamd ‘ [alias 4] ’, ‘ [alias 5] ’ en ‘ [alias 6] ’.125 De politie gaat ervan uit dat het mobiele nummer ‘ [alias 4] ’ aan [medeverdachte 9] toebehoort. In de telefoon staan sms’jes tussen [verdachte] en ‘ [alias 4] ’ waarin afspraken worden gemaakt.126 Zo vraagt ‘ [alias 4] ’ op 5 januari 2016 wanneer ‘de nozems’ komen en even later vraagt ‘ [alias 4] ’ nogmaals wanneer, want alles moet weer in conditie gebracht worden. ‘ [alias 4] ’ deelt tevens mee dat alles is een paar dagen geleden gevuld. Dat [medeverdachte 9] inderdaad ‘ [alias 4] ’ is, vindt steun in de verklaring van [medeverdachte 9] dat hij een telefoon had gekregen van de jongens die de kwekerij onderhielden.127 Bovendien vertelt [medeverdachte 9] dat hij [medeverdachte 15] en [medeverdachte 14] ‘nozems’ noemde en dat zij wel eens ‘hé [alias 4] ’ tegen hem zeiden.

Verder is in de periode van 10 maart 2015 en 26 november 2015 een baken geplaatst op het voertuig van [verdachte] , een Hyundai Getz met het kenteken [kenteken 1] . Hieruit is gebleken dat zijn voertuig op 18 oktober 2015 en op 12 november 2015 bij het pand aan de [adres 6] in Emmen is geweest.128

[verdachte] verklaart in zijn verhoor van 11 juli 2016 dat hij aan de [adres 6] in Emmen is geweest om (de rechtbank begrijpt: hennepplanten) water te geven.129

Tot slot is er sporenonderzoek verricht in de hennepkwekerij. Tijdens dit forensisch onderzoek in de kwekerijruimtes zijn sporendragers aangetroffen en veiliggesteld. Deze sporendragers, twee sigarettenpeuken, werden aangetroffen en veiliggesteld in de grootste kweekruimte in het houten chalet.130 In deze kweekruimte werden ook restanten van hennepplanten gevonden. Het NFI rapporteert dat één peuk sporenmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 15] . De kans dat het DNA-profiel van een ander dan [medeverdachte 15] afkomstig is, is kleiner dan één op één miljard.131

Overwegingen en conclusies

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 15] betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 6] in Emmen.

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] de hennepplanten water heeft gegeven. Hij onderhield ook telefonisch contact met [medeverdachte 9] . Daarnaast staat het voor de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] degene is die [medeverdachte 9] heeft benaderd en de locatie heeft gekeurd, geholpen heeft met de opbouw van de hennepkwekerij, de hennepplanten heeft geknipt en [medeverdachte 9] heeft betaald. Met [medeverdachte 2] werden ook de afspraken over de betalingen gemaakt. [medeverdachte 9] heeft de schuren verhuurd ten behoeve van de hennepkwekerij, deed wel eens water in de bakken en deelde mee in de winst afkomstig van de oogst. Verder gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 14] en [medeverdachte 15] hebben geholpen met de opbouw van de hennepkwekerij en de hennepplanten hebben verzorgd en geknipt. [medeverdachte 15] heeft ook betalingen aan [medeverdachte 9] gedaan. De rechtbank overweegt dat de illegale elektriciteitsvoorziening door of in de aanwezigheid van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 15] lijkt te zijn aangelegd.

Voor de vraag hoe de rol van [verdachte] strafrechtelijk kan worden geduid, overweegt de rechtbank het volgende. Uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.132

De rechtbank is, gelet op deze rechtsregel, van oordeel dat de bijdrage van [verdachte] aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennepplanten van voldoende gewicht is om tot de kwalificatie medeplegen te komen. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] een essentiële en actieve rol heeft vervuld en hecht met name waarde aan het feit dat hij de hennepplanten water heeft gegeven. Voornoemde gedraging van [verdachte] is tevens van zodanige aard dat daarin het opzet op het telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep ligt besloten.

De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van het onder 5 ten laste gelegde.

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 9] kan de ten laste gelegde periode van 1 augustus 2014 tot en met 26 mei 2016 worden bewezen verklaard.

De rechtbank zal in de bewezenverklaring uitgaan van de capaciteit van de hennepkwekerij, in dit geval ongeveer 1.177 planten, en overweegt dat het passender is om de vraag naar de hoeveelheid oogsten onderdeel van debat te laten uitmaken in de (eventuele) ontnemingsprocedure. Om diezelfde reden zal de rechtbank zich niet uitlaten over het bedrag dat hoort bij de hoeveelheid weggenomen elektriciteit.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. De rechtbank weegt bij dat oordeel de schaalgrootte van de teelt, de mate van professionaliteit en het doel van de teelt mee. In dit geval maakte de kwekerij onderdeel uit van een georganiseerd verband waarbinnen aanmerkelijke hoeveelheden planten werden geteeld, op de [adres 6] in Emmen ongeveer 1.177 planten. Daar komt bij dat er in de kweekruimtes professionele klimaatbeheersingsvoorzieningen waren getroffen en de elektriciteit illegaal werd afgetapt. Het telen van de hennep was bovendien bestemd om geldelijk gewin te verkrijgen.

Ten aanzien van feit 6:

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 6 tenlastegelegde feit (met uitzondering van het onderdeel ‘medeplegen’) op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu [verdachte] dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal inleiding/aanleiding van 9 februari 2017 (pagina’s 22004-22007);

- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] van 20 mei 2016 (pagina 22021, onder ‘aantreffen softdrugs in woning’).

Ten aanzien van feit 7:

Aantreffen van hennepkwekerij

Op 30 mei 2016 wordt door de politie in een schuur gelegen aan de [adres 7] in Saasveld binnengetreden.133 Omdat uit observaties blijkt deze locatie wordt bezocht door personen van de ‘organisatie’, terwijl een logisch verklaarbare relatie met de bewoner ontbreekt, rijst het vermoeden dat er een hennepkwekerij op deze locatie wordt opgezet.134 Dit vermoeden blijkt juist, in die zin dat in een schuur achter het perceel een hennepkwekerij wordt aangetroffen. Deze kwekerij is onderverdeeld in twee afgetimmerde kweekruimtes. In de eerste kweekruimte staan geen planten meer. Daarom wordt het aantal planten aanvankelijk bepaald aan de hand van een standaardberekening dat er zestien planten per vierkante meter staan.135 In dit geval bedraagt de oppervlakte van de eerste kweekruimte 22,37 vierkante meter, zodat er 357 planten zouden kunnen staan. In de tweede kweekruimte treffen de verbalisanten 390 hennepplanten aan.136 De hennepplanten in deze ruimte worden gelijkelijk belicht door assimilatielampen, die door middel van een tijdsklok worden ingeschakeld. Ook wordt verse lucht aangevoerd door middel van een ventilator. De planten worden door een irrigatiesysteem van water voorzien. Daarnaast wordt door een fraude-inspecteur, werkzaam bij Enexis, geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.137

De politie heeft onderzoek gedaan naar de vraag hoe lang de hennepkwekerij al in werking is geweest. Er zijn meerdere indicatoren dat de aangetroffen apparatuur al langer in gebruik is geweest in de kweekruimtes. Er worden bijvoorbeeld verdroogde resten van hennepplanten aangetroffen in de kweekruimte.138 Ook is sprake van ernstig vervuiling op filterdoeken van de koolstoffilters, op lampenkappen en op de overige in de kweekruimte aanwezige elektra. De waterreservoirs zijn tevens ernstig vervuild en ook de dompelpompen zijn voorzien van een dikke sliblaag. Op gebruikte knipscharen zitten resten van hennepplanten.

Volgens de verklaring van [medeverdachte 17] (hierna ‘ [medeverdachte 17] ’), één van de twee bewoonsters van de [adres 7] in Saasveld, is er twee keer geoogst. Bij de eerste keer zijn beide kweekruimtes geoogst en bij de tweede keer is alleen de tweede kweekruimte geoogst.139

Onderzoek naar betrokken personen

De bewoonsters van de [adres 7] in Saasveld zijn na de doorzoeking gehoord.

[medeverdachte 17] bekent dat zij uit financiële overwegingen heeft geholpen met het onderhouden van de hennepkwekerij. Nadat [medeverdachte 17] een aantal foto’s is getoond,140 geeft zij aan dat zij de persoon op foto nummer 8 ( [medeverdachte 14] , hierna ‘ [medeverdachte 14] ’) herkent als iemand die heeft meegeholpen met de bouw van de kweekruimtes.141 Hij noemde zichzelf ‘ [alias 9] ’.142 [medeverdachte 14] heeft haar benaderd en is bij haar op bezoek geweest. Het eerste gesprek heeft ergens augustus 2015 plaatsgevonden.143 ‘Ze’ zijn half september (de rechtbank begrijpt 2015) aan het bouwen gegaan en daar ongeveer twee weken mee bezig geweest. ‘Ze’ moesten een keer bij de woning zijn voor de elektra en lieten via een briefje de datum en het tijdstip daarvoor weten. Toen [medeverdachte 17] de deur van de woning opende, zag zij [medeverdachte 14] . ‘Ze’ zijn na het bouwen meteen doorgegaan. Toen [medeverdachte 17] een keer ging kijken, stonden de planten er in. Daarna kwamen ‘ze’ om de twee of drie dagen. [medeverdachte 14] heeft ervoor gezorgd dat de kweekruimtes zijn opgebouwd en aangesloten. Hij was ook degene die [medeverdachte 17] contant betaalde.144 De komst van [medeverdachte 14] werd aangekondigd door middel van briefjes die op de deur waren geplakt. [medeverdachte 17] had met [medeverdachte 14] afgesproken dat zij deze briefjes zou vernietigen. [medeverdachte 17] herkent de persoon op foto nummer 9 ( [medeverdachte 15] , hierna ‘ [medeverdachte 15] ’) als iemand die zij één keer heeft gezien.145 [medeverdachte 15] was toen samen met [medeverdachte 14] . [medeverdachte 17] zegt dat ze er nooit bij was als ‘ze’ kwamen. Volgens [medeverdachte 17] konden ‘ze’ zelf de ruimte in, want ze had de sleutel van de schuur afgegeven aan [medeverdachte 14] . Dat [medeverdachte 17] behalve [medeverdachte 15] geen andere personen heeft gezien, wil volgens haar niet zeggen dat er geen andere personen zijn geweest. In een later verhoor verklaart [medeverdachte 17] ook over een derde persoon, genaamd ‘ [medeverdachte 2] ’.146 [medeverdachte 17] heeft hem in het begin, bij het opbouwen, twee keer gezien, namelijk bij het maken van de afspraken. [medeverdachte 17] verklaart dat [naam 5] , de zus van haar vriendin [medeverdachte 10] , een oplossing had voor de financiële problemen. [medeverdachte 10] heeft toen via [naam 5] een afspraak gemaakt met degene die een oplossing had. De afspraak was bij nog dezelfde dag of een dag later bij [medeverdachte 17] en [medeverdachte 10] thuis. Bij die afspraak kwamen ‘ [medeverdachte 2] ’ en [medeverdachte 14] .147 Het was [medeverdachte 17] wel duidelijk dat ‘ [medeverdachte 2] ’ degene is die de lijntjes uitzet. [medeverdachte 17] denkt dat ‘ [medeverdachte 2] ’ uit Vroomshoop komt. [medeverdachte 17] heeft ‘ [medeverdachte 2] ’ ook nog gezien bij de definitieve afspraak, de sleuteloverdracht en de eerste geldoverdracht. Tot slot zegt [medeverdachte 17] dat zij zelf de planten af en toe eens water heeft gegeven.148 Ook verklaart [medeverdachte 17] dat zij, na de mislukte oogst, de tweede kweekruimte heeft leeggeruimd.

[medeverdachte 10] verklaart dat zij en [medeverdachte 17] geldproblemen hadden. Haar zus (de rechtbank begrijpt [naam 5] ) is boekhoudster en kent meerdere mensen in de drugswereld en wilde een oplossing zoeken. [medeverdachte 10] heeft toen een afspraak gehad met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 15] .149 Ze boden aan om te helpen. [medeverdachte 10] zegt dat zij al van haar zus wist dat het dan om het exploiteren van een hennepkwekerij zou gaan. [medeverdachte 2] voerde het woord, hij was de hoofdpersoon, en [medeverdachte 15] was het hulpje. Ze hebben afgesproken dat [medeverdachte 2] bij hen thuis langs zou komen. [medeverdachte 2] heeft in de schuur gekeken en zei dat er ongeveer achthonderd tot duizend planten in konden, zo hoorde ze van [medeverdachte 17] . [medeverdachte 10] en [medeverdachte 17] besloten met [medeverdachte 2] in zee te gaan en hebben via haar zus weer contact gezocht met hem. [medeverdachte 2] kwam toen weer langs. Hij vertelde toen alles al geregeld te hebben en binnenkort te willen beginnen met de opbouw van de kwekerij.150 Ze zouden zelf twee of drie keer in de week langskomen om water te geven en ‘pruttel’ toe te voegen voor de planten. [medeverdachte 2] heeft ervoor gezorgd dat de elektriciteitskabel onder de grond doorkwam en dat het voor de meter werd weggehaald. Als [medeverdachte 10] wordt gevraagd hoe het met de knippers zat, verklaart ze dat [medeverdachte 2] er bij was en [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] en [verdachte] waren aan het oogsten. Ze heeft naar eigen zeggen zelf ook geknipt. Volgens [medeverdachte 10] stonden in beide kweekruimtes vierhonderd planten. [medeverdachte 10] kreeg vijftig procent van de opbrengst. Bij de betaling waren ze alle drie aanwezig: [medeverdachte 15] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 14] .151 Ze had zelf de indruk dat [medeverdachte 2] de baas was en dat de andere jongens hulpjes waren.152 Haar zus had verteld dat [medeverdachte 2] de tweede hoogste in rang was. De eerste in rang zou een autohandelaar zijn. Nadat [medeverdachte 10] een aantal foto’s is getoond, geeft zij aan dat zij de persoon op foto nummer 2 ( [medeverdachte 2] ) herkent als [medeverdachte 2] , de grote baas zelf, waar zij het steeds over heeft gehad. [medeverdachte 10] herkent de persoon op foto nummer 8 ( [medeverdachte 14] ) als [medeverdachte 14] , de persoon op foto nummer 9 ( [medeverdachte 15] ) als [medeverdachte 15] en de persoon op foto nummer 6 ( [verdachte] ) als [verdachte] .

[verdachte] heeft op 21 januari 2016 bij zijn aanhouding ter zake een hennepkwekerij in Zuidwolde twee mobiele telefoons bij zich. In één van die telefoons staan drie contacten, genaamd ‘ [alias 4] ’, ‘ [alias 5] ’ en ‘ [alias 6] ’.153 In de telefoon staan sms’jes tussen [verdachte] en [alias 6] die dateren van 2 en 5 januari 2016. De politie gaat ervan uit dat het mobiele nummer ‘ [alias 6] ’ aan [medeverdachte 10] toebehoort. [medeverdachte 10] verklaart namelijk dat zij op enig moment een prepaid telefoon van [medeverdachte 2] heeft ontvangen, omdat ze wilde dat ze altijd iemand van de groep kon bereiken.154 Er stond één contact in het toestel, genaamd ‘ [alias 10] ’, waarop [verdachte] te bereiken was.

In zijn verhoor van 11 juli 2016 verklaart [verdachte] dat hij denkt dat hij een keer in Saasveld is geweest.155 Hij heeft misschien wel werkzaamheden verricht in een kwekerij, wellicht heeft hij de hennepplanten water gegeven of geknipt. Eén dag later zegt [verdachte] honderd procent zeker te weten dat hij in de kwekerij water heeft gegeven.156

Verder is in de periode van 10 maart 2015 en 26 november 2015 een baken geplaatst op het voertuig van [verdachte] , een Hyundai Getz met het kenteken [kenteken 1] . Hieruit is gebleken dat zijn voertuig eenmaal in september 2015 en zesmaal in oktober 2015 bij het pand aan de [adres 7] in Saasveld is geweest.157

Er is ook een baken geplaatst op het voertuig van [medeverdachte 15] , een Ford Focus met het kenteken [kenteken 5] . Hieruit is gebleken dat zijn voertuig zich op 27 februari 2016 gedurende een lange tijd bij het pand aan de [adres 7] in Saasveld bevond.158

Ook is er sporenonderzoek verricht in de hennepkwekerij.159 Tijdens dit forensisch onderzoek zijn in de kwekerijruimtes sporendragers aangetroffen en veiliggesteld. Er wordt onder meer een vingerafdruk aangetroffen aan de binnenkant van een deksel van de illegale stroomtap.160 Het blijkt dat de vingerafdruk een match oplevert met de vingerafdruk van [medeverdachte 14] .161 Volgens deskundigen is de kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon verwaarloosbaar klein.

Overwegingen en conclusies

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 17] betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 7] in Saasveld.162

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 15] , [medeverdachte 14] en [verdachte] in de aanwezigheid van [medeverdachte 2] de hennepplanten hebben geknipt. De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] naast het knippen ook belast is geweest met het water geven van de hennepplanten. Hij onderhield ook per sms contact met [medeverdachte 10] . Daarnaast staat het voor de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] degene was die de lijntjes uitzette en alles regelde. Hij was degene die heeft gekeken of de locatie geschikt was voor een hennepkwekerij. [medeverdachte 2] heeft samen met [medeverdachte 14] de illegale elektriciteitsaansluiting aangelegd. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 14] waren ook betrokken in de oriënterende fase, in die zin dat zij met [medeverdachte 17] dan wel [medeverdachte 10] gesprekken hebben gevoerd over het exploiteren van een hennepkwekerij. Verder waren [medeverdachte 2] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 14] aanwezig bij een betaling aan [medeverdachte 10] . [medeverdachte 14] heeft tevens geholpen met het opbouwen en onderhouden van de hennepkwekerij. [medeverdachte 10] en [medeverdachte 17] hebben hun schuur ten behoeve van de hennepkwekerij ter beschikking gesteld aan voornoemde personen. [medeverdachte 10] heeft bovendien geholpen met het knippen van de hennepplanten en [medeverdachte 17] heeft wel eens water gegeven en heeft een kweekruimte leeggeruimd.

Voor de vraag hoe de rol van [verdachte] strafrechtelijk kan worden geduid, overweegt de rechtbank het volgende. Uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.163

De rechtbank is, gelet op deze rechtsregel, van oordeel dat de bijdrage van [verdachte] aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennepplanten van voldoende gewicht is om tot de kwalificatie medeplegen te komen. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] een essentiële en actieve rol heeft vervuld en hecht met name waarde aan het feit dat hij de hennepplanten water heeft gegeven en heeft geknipt. Voornoemde gedragingen van [verdachte] zijn tevens van zodanige aard dat daarin het opzet op het telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep ligt besloten.

De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van het onder 7 ten laste gelegde.

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 17] dat de eerste gesprekken in augustus 2015 plaatsvonden en ‘ze’ half september 2015 zijn gaan bouwen, kan de ten laste gelegde periode van

1 september 2015 tot en met 30 mei 2016 worden bewezen verklaard.

De rechtbank zal in de bewezenverklaring uitgaan van de capaciteit van de hennepkwekerij, in dit geval ongeveer 747 planten, en overweegt dat het passender is om de vraag naar de hoeveelheid oogsten onderdeel van debat te laten uitmaken in de (eventuele) ontnemingsprocedure. Om diezelfde reden zal de rechtbank zich niet uitlaten over het bedrag dat hoort bij de hoeveelheid weggenomen elektriciteit.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. De rechtbank weegt bij dat oordeel de schaalgrootte van de teelt, de mate van professionaliteit en het doel van de teelt mee. In dit geval maakte de kwekerij onderdeel uit van een georganiseerd verband waarbinnen aanmerkelijke hoeveelheden planten werden geteeld, op de [adres 7] in Saasveld ongeveer 747 planten. Daar komt bij dat de kweekruimtes waren afgetimmerd, een irrigatiesysteem was geregeld, tijdschakelaren op de assimilatielampen waren ingesteld, een afzuiging naar buiten was gemaakt en de elektriciteit illegaal werd afgetapt. Het telen van de hennep was bovendien bestemd om geldelijk gewin te verkrijgen.

Ten aanzien van feit 8:

Aanleiding van onderzoek

Op 5 december 2013 wordt een anonieme melding gemaakt inzake internationale drugshandel.164 De melding houdt in dat de heer [medeverdachte 1] (fonetisch) het brein is achter een georganiseerde organisatie die zich bezighoudt met internationale drugshandel (hennep) naar Duitsland. De geoogste hennep wordt geleverd dan wel verzameld in een pand aan de [adres 9] in Almelo. Hierna wordt de hennep ten behoeve van het knippen en verpakken overgebracht naar [bedrijf 4] in Almelo.

Hier heeft recent een inbraak plaatsgevonden, maar daarbij is de verkeerde box opengebroken. Vervolgens worden de verpakte drugs naar Duitsland getransporteerd, aldus de melder.

De politie trekt de informatie uit de melding na, en komt op basis daarvan tot de conclusie dat in de melding vermoedelijk wordt gedoeld op [medeverdachte 1] . Opvallend is dat er tussen 26 oktober 2013 en 27 oktober 2013 een inbraak heeft plaatsgevonden bij de [bedrijf 4] .165 Uit de garagebox met het nummer [nummer 1] , die volgens de eigenaar werd gehuurd door de heer [naam 6] , kwam een sterke wietlucht. In deze garagebox waren naast allerlei kweekbenodigdheden ook hennepresten en –toppen aangetroffen. Ook lagen er in de garagebox twee lege blikjes Red Bull die ten behoeve van sporenonderzoek in beslag zijn genomen. Hierop werd speeksel aangetroffen dat overeenkomsten vertoont met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] .166

In dit verband is het enigszins opmerkelijk dat een paar jaar eerder, op 3 februari 2009, in Vlagtwedde een hennepkwekerij is aangetroffen.167 In de kweekruimte waren drie personen aanwezig, namelijk [naam 6] , [naam 7] en [naam 8] . Verder werd een bedrijfsauto aangetroffen waarin hennepgerelateerde goederen waren opgeslagen. Uit de verklaringen van verdachten bleek dat zij met dit voertuig naar de hennepkwekerij waren gereden. Het voertuig bleek op naam te staan van het bedrijf [bedrijf 5] in Almelo, dat op naam staat van [medeverdachte 1] en is gevestigd aan de [adres 9] in Almelo.168 Uit informatie die bij Team Criminele Inlichtingen is binnengekomen volgt dat [medeverdachte 1] op het gebied van hennepteelt reeds jaren samenwerkt met [naam 6] .169

Op 30 oktober 2014 ontvangt de politie wederom een anonieme melding waarin onder meer staat dat de heer Van Buul exploitant is van hennepkwekerijen die hoofdzakelijk in Twente gesitueerd zijn.170 De hennep die uit de verschillende hennepkwekerijen wordt geoogst, wordt doorgezet naar een aantal mannen in Vroomshoop. Dit gaat om ongeveer tien mannen, waaronder [medeverdachte 2] en zijn vader. De hennep wordt door deze mannen verpakt en vervoerd/verkocht naar Duitsland.

Op 5 november 2014 wordt de politie opnieuw anoniem getipt over weedhandel.171 De melder vertelt dat [medeverdachte 1] in weed handelt. [medeverdachte 1] koopt spullen in bij growshops. Dit spul wordt opgehaald door jongens uit Vroomshoop, waaronder [medeverdachte 2] en zijn vrienden. Zij verpakken het ergens in Vroomshoop en rijden daarna samen naar Duitsland.

In de periode van juni tot juli 2015 is bij Team Criminele Inlichtingen via meerdere informanten informatie binnengekomen, waaronder dat [medeverdachte 2] momenteel op het gebied van de drugshandel voor [medeverdachte 1] werkt.172 [medeverdachte 1] is de baas en [medeverdachte 2] voert taken voor hem uit. Op deze manier is [medeverdachte 1] niet in de picture.

In de maand januari 2016 meldt een informant dat de groep rondom [medeverdachte 2] bestaat uit onder andere [medeverdachte 14] (hierna ‘ [medeverdachte 14] ’), [medeverdachte 21] , [medeverdachte 15] (hierna ‘ [medeverdachte 15] ’) en [medeverdachte 18] (hierna ‘ [medeverdachte 18] ).173 Ze gebruiken verschillende voertuigen, waarmee ze naar hennepkwekerijen rijden om deze te verzorgen en/of verdovende middelen te transporteren naar Duitsland.

Mede gelet op bovenstaande anonieme meldingen, die overigens slechts een fractie van het geheel zijn, is het onderzoek Travee ingesteld.

Onderzoek naar criminele organisatie

Op 10 september 2014 wordt een telefoontap aangesloten op het bij [medeverdachte 1] in gebruik zijnde telefoonnummer van [bedrijf 5] ..174 Nadat [medeverdachte 1] op 23 september 2014 telefonisch contact heeft met een medewerker van [bedrijf 6] in Almelo (hierna ‘ [bedrijf 6] ’) over hennepgerelateerde goederen, wordt op 13 oktober 2014 een camera geplaatst met zicht op het pand van [medeverdachte 1] aan de [adres 9] in Almelo. In de periode van 23 september 2014 tot en met 12 maart 2015 wordt waargenomen dat meerdere leveringen door [bedrijf 6] aan [medeverdachte 1] plaatsvinden.175 Uit de boekhouding van [bedrijf 5] . blijkt dat in de jaren 2013, 2014 en 2015 voor € 142.000,- aan inkopen is gedaan bij [bedrijf 6] . Aan verkopen werd ruim € 60.000,- ingeboekt.176 Uit de tapgesprekken blijkt dat [medeverdachte 1] hennepgerelateerde goederen bestelt waaronder trafo’s, lampenhouders, geïsoleerde slangen en een temperatuursensor.177

Er wordt meermalen kort na de leveringen waargenomen dat er personen naar de [adres 9] in Almelo komen. Zo wordt op 14 oktober 2014 gezien dat er ruim twee uur na de levering twee busjes komen aanrijden, waarvan de kentekens mogelijk [kenteken 9] en [kenteken 10] zijn.178 Beide voertuigen staan op naam van [bedrijf 2] , waarvan [medeverdachte 11] (hierna ‘ [medeverdachte 11] ’) de bestuurder is, en worden nadien veelvuldig gesignaleerd bij diverse hennepkwekerijen. De inzittenden van de voertuigen zijn meermalen in beeld en verplaatsen pallets met een palletwagen. Eén van de inzittenden wordt herkend als [medeverdachte 2] .179 Een verbalisant herkent op een later moment de andere inzittenden als [medeverdachte 15] en [medeverdachte 14] .180 Er zijn aanwijzingen dat de door [medeverdachte 1] bestelde goederen onder meer door [medeverdachte 2] worden verplaatst naar een locatie in Hoogeveen, aangezien zijn telefoon een uur na vertrek aan de Voltastraat gedurende bijna twee uren een mast aanstraalt in Hoogeveen.181 Het verdient in dat verband opmerking dat er in onderzoek Travee twee hennepkwekerijen in Hoogeveen zijn aangetroffen.

Medio 2015 is in het pand aan de [adres 9] in Almelo opnameapparatuur geplaatst. Hieruit blijkt dat er in de periode van 12 januari 2016 tot en met 23 februari 2016 meermalen Duitse afnemers van de verdovende middelen in de loods komen.182Tijdens de ontmoetingen wordt telkens gesproken over soorten en hoeveelheden verdovende middelen en de levering en betaling daarvan. Op 12 januari 2016 zegt [medeverdachte 1] dat hij het wil brengen, maar dat is duurder.183 De afnemer zegt dat het naar Bremen moet. De afnemer vraagt of [medeverdachte 1] ook Haze heeft. [medeverdachte 1] antwoordt dat hij dat hier verkoopt, gemakkelijk, en dat ze uit zijn hand eten. Als de afnemer zegt dat ze bijna elke week wat nodig hebben, zegt [medeverdachte 1] dat het geen probleem is. [medeverdachte 1] vraagt aan de afnemer of hij ook hasj neemt en deelt mee dat hij daarvan nu zes stuks heeft.184 [medeverdachte 1] zegt dat hij ook hasjiesj heeft.185 [medeverdachte 1] zegt daarna dat het beter is als de afnemer een garage heeft en zegt dat hij een chauffeur en een voorchauffeur heeft. De voorchauffeur zet het in de garage en twintig minuten later kan het worden opgehaald.

Tijdens de ontmoeting op 14 januari 2016 wordt tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de Duitse afnemers afgesproken dat ze 25 kilo wiet zullen leveren.186 [medeverdachte 2] noemt een bedrag van honderdzestien en een halve rug (de rechtbank begrijpt € 116.500,-), waarop de afnemer kenbaar maakt dat hij hier € 109.500,- heeft.187 De afnemer vraagt of [medeverdachte 1] alles markeert. [medeverdachte 1] zegt dat hij bij die normale niks erop schrijft, bij Haze een H of SH voor Silber Haze.188

Op 26 februari 2016 wordt een levering onderschept door de Duitse politie.189 Bij de levering is volgens de werkwijze gewerkt die [medeverdachte 1] heeft omschreven. Er is namelijk gebruikgemaakt van een voorchauffeur en een chauffeur die een tas met verdovende middelen in een garage achterlaat. Verder staan op de zakjes handgeschreven markeringen (N+, P, K II en SH). De bestuurder van één van de voertuigen is [medeverdachte 11] , die bij de rechter-commissaris verklaart dat hij het transport heeft verricht in opdracht van [medeverdachte 2] .190

Verder worden in de periode van 11 februari 2015 tot en met 30 mei 2016 op diverse plaatsen hennepkwekerijen opgerold. Het lijkt erop dat het merendeel van de hennepkwekerijen in verband met elkaar staat, omdat dezelfde voertuigen en personen steeds worden waargenomen op diverse kweeklocaties. De rechtbank zal hierna in een tabel per hennepkwekerij tot uitdrukking brengen ten aanzien van welke betrokkene een bewezenverklaring tot stand is gekomen en wat diens taak is geweest.

Gramsbergen (ZD01)

Betrokkene

Taak

[medeverdachte 2]

Baas, zette lijntjes uit, maakte afspraken, onderhoud, controleur en verkoop

[verdachte]

Onderhoud, contactpersoon en toezichthouder

[medeverdachte 11]

Contactpersoon en controleur

[medeverdachte 6]

Regelde pand ten behoeve van hennepkwekerij en wierf [verdachte]

[medeverdachte 13]

Opbouw

[medeverdachte 12]

Opbouw, onderhoud, toezichthouder, adviseur en controleur (technische man)

[adres 3] in Hoogeveen (ZD02)

Betrokkene

Taak

[medeverdachte 2]

(Regel)baas, inrichter en wierf [medeverdachte 7] die hij aanstuurde en betaalde

[medeverdachte 15]

Rechterhand van [medeverdachte 2]

[medeverdachte 14]

Opbouw

[verdachte]

Uitvoerder van [medeverdachte 2]

[medeverdachte 11]

Huurder pand, inrichter, geheim vervoer naar hennepkwekerij

[medeverdachte 7]

Installatiewerk, oogsten en leegruimen kweekruimte(s)

Steenwijk (ZD03)

Betrokkene

Taak

[medeverdachte 2]

(Regel)baas en opbouw

[verdachte]

Opbouw

[medeverdachte 11]

Contactpersoon en bekeek planten

[medeverdachte 6]

Regelde pand ten behoeve van de hennepkwekerij

[medeverdachte 7]

Opbouw en ventilatie

[naam 2]

Camera-installatie, montagewerkzaamheden

[medeverdachte 16]

Camera-installatie

[adres 10] Hoogeveen (ZD04)

Betrokkene

Taak

[medeverdachte 2]

(Regel)baas en inrichter

[medeverdachte 14]

Opbouw

[medeverdachte 7]

Ventilatie, oogst, inrichter

[medeverdachte 5]

Hennepplanten keuren

[medeverdachte 19]

Regelde pand ten behoeve van de hennepkwekerij, onderhoud, opruimen, toezichthouder, geheim vervoer naar hennepkwekerij en auto’s verwisselen

[medeverdachte 20]

Onderhoud

Zuidwolde (ZD05)

Betrokkene

Taak

[verdachte]

Onderhoud en had telefonisch contact met huurder pand

[medeverdachte 8]

Stelde het door hem gehuurde pand ter beschikking ten behoeve van hennepkwekerij, had telefonisch contact met [verdachte] , laten aanleggen waterleiding en geheim vervoer naar hennepkwekerij

Emmen (ZD07)

Betrokkene

Taak

[medeverdachte 2]

Benaderde pandeigenaar, keurde locatie, opbouw, knippen, maakte afspraken over en verrichtte betalingen

[medeverdachte 15]

Opbouw, onderhoud, knippen en betalingen

[medeverdachte 14]

Opbouw, onderhoud en knippen

[verdachte]

Onderhoud en had telefonisch contact met pandeigenaar

[medeverdachte 9]

Pand ter beschikking gesteld ten behoeve van hennepkwekerij, onderhoud, deelde mee in opbrengst oogst en had telefonisch contact met [verdachte]

Saasveld (ZD08)

Betrokkene

Taak

[medeverdachte 2]

Aanwezig bij oriënterend gesprek met pandeigenaar, knippen en betaling, keurde locatie, opbouw, zette lijntjes uit en regelde alles

[medeverdachte 15]

Aanwezig bij oriënterend gesprek met pandeigenaar en betaling en knippen

[medeverdachte 14]

Aanwezig bij oriënterend gesprek met pandeigenaar en betaling, opbouw, onderhoud en knippen

[verdachte]

Onderhoud, knippen en had telefonisch contact met pandeigenaar

[medeverdachte 17]

Pand ter beschikking gesteld ten behoeve van hennepkwekerij, deelde mee in opbrengst oogst, onderhoud en leegruimen kweekruimte

[medeverdachte 10]

Pand ter beschikking gesteld ten behoeve van hennepkwekerij, deelde mee in opbrengst oogst, knippen en had telefonisch contact met [verdachte]

Tot slot is er ook een hennepkwekerij in opbouw in Geesteren (ZD06) en een hennepkwekerij in Almelo (ZD09) aangetroffen. De rechtbank zal deze hennepkwekerijen buiten beschouwing laten voor het oordeel of iemand al dan niet lid is van de criminele organisatie, omdat bij geen van de verdachten een bewezenverklaring is gevolgd ter zake van die kwekerijen.

Overwegingen en conclusies

Vooropgesteld wordt dat volgens vaste jurisprudentie onder een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en 11b van de Opiumwet wordt bedoeld een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat men moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn: gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Dit zijn echter geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen spreken.

Bij de beantwoording van de vraag of in het onderhavige geval sprake is van een organisatie, heeft de rechtbank vastgesteld dat de TCI-informatie (zoals weergegeven onder het kopje ‘aanleiding van onderzoek’) voor een groot deel verankering gevonden heeft in het onderzoek Travee, dat heeft geresulteerd in het voorliggende strafdossier. Uit dit dossier kan worden afgeleid dat de hiervoor genoemde personen in wisselende combinaties betrokken zijn geweest bij een groot aantal hennepkwekerijen. De rechtbank is, gelet op voorgaande, van oordeel dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband, zoals hierboven wordt omschreven, en daarmee ook van een organisatie. Deze organisatie bestond naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval uit [medeverdachte 2] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] , [verdachte] , [medeverdachte 11] en [medeverdachte 6] .191 De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 21] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12] niet tot deze organisatie behoorden. Hoewel ten aanzien van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12] is gebleken dat zij, ieder voor zich, betrokken zijn geweest bij een aan de organisatie toebehorende hennepkwekerij, acht de rechtbank dit voor wat betreft de frequentie en taak van de betrokkene onvoldoende om van deelneming aan de organisatie te kunnen spreken.

De rechtbank is voorts van oordeel dat evenmin wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [medeverdachte 1] tot deze organisatie behoorde. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat hij samen met [medeverdachte 2] partijen verdovende middelen, waaronder hennep, heeft verkocht aan (buitenlandse) afnemers. Of deze partijen hennep afkomstig zijn van de hennepkwekerijen van de organisatie, staat echter niet vast. [medeverdachte 1] is bijvoorbeeld geen enkele keer waargenomen bij de hennepkwekerijen van de organisatie. Dit zou, zoals een anonieme tipgever omschrijft, een bewuste keuze kunnen zijn om hem uit de ‘picture’ te houden, maar ook dat blijkt onvoldoende uit het dossier. Weliswaar spreekt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] over ‘die jongens van ons’, maar daaruit valt niet af te leiden dat hij op deze specifieke organisatie doelt. Het enkele feit dat [medeverdachte 1] door enkele afnemers ‘chef’ wordt genoemd (en zichzelf ook zo noemt), beschouwt de rechtbank evenmin als redengevend bewijs, omdat het ook zo kan zijn dat deze aanduiding alleen ziet op zijn hoedanigheid als onderhandelaar en/of verkoper van verdovende middelen. Dat [medeverdachte 1] in de jaren 2013, 2014 en 2015 meerdere bestellingen heeft geplaatst bij een growshop, zegt naar het oordeel van de rechtbank ook niets over zijn rol in de criminele organisatie.

Gelet op wat de rechtbank hiervoor ten aanzien van de onderscheiden hennepkwekerijen heeft overwogen en geoordeeld, was het oogmerk van de organisatie onmiskenbaar de grootschalige hennepteelt. Ten aanzien van alle deelnemers aan de organisatie is gebleken dat zij als medepleger met anderen betrokken zijn geweest bij het telen van hennepplanten in meerdere hennepkwekerijen.

De duurzaamheid en de structuur van deze organisatie volgt uit wat de rechtbank ten aanzien van de onderscheiden hennepkwekerijen heeft overwogen. Daaruit blijkt dat gedurende een periode van ruim twee jaren de genoemde zes personen in een bestendige vorm van samenwerking hebben geopereerd. Ten aanzien van hun onderlinge rolverdeling overweegt de rechtbank het volgende.

[medeverdachte 2] was de onbetwiste leider van de organisatie. Zo verklaart [medeverdachte 17] dat hij degene was die de lijntjes uitzette.192 [medeverdachte 6] zegt dat hij met [medeverdachte 2] afspraken maakte. Als hem wordt gevraagd waarom, antwoordt hij dat hij de man is waar het om gaat. Het is de jongen die de lijn uitzet en bepaalt wat er gebeurt. Zijn wil is wet.193 Ook [medeverdachte 7] verklaart dat [medeverdachte 2] hem vertelde wat hij moest doen.194 [medeverdachte 2] gaf ook andere leden van de organisatie opdrachten, zoals [medeverdachte 11] voor wat betreft het transport van verdovende middelen naar Duitsland. [medeverdachte 10] noemt [medeverdachte 2] de hoofdpersoon. Hij heeft gekeken of de locatie geschikt was voor een hennepkwekerij. Haar zus, [naam 5] , zou haar hebben verteld dat [medeverdachte 2] momenteel de tweede hoogste in rang is. [medeverdachte 9] verklaart ook dat [medeverdachte 2] de baas van het geheel was. Hij denkt dat omdat [medeverdachte 2] vaak het woord deed en in eerste instantie kwam kijken of de locatie geschikt was.195 De huurders dan wel eigenaren van de panden van de ontmantelde kwekerijen aan de [adres 10] in Hoogeveen, de [adres 6] in Emmen en de [adres 7] in Saasveld hebben allen een bekennende verklaring afgelegd over hun rol. Zij hebben ook ieder voor zich verklaard dat zij met [medeverdachte 2] afspraken hebben gemaakt over de hennepkwekerij.196 Opvallend is dat de hennepkwekerijen ofwel werden gevestigd in panden van (leden van) de organisatie ofwel in panden van financieel kwetsbare personen, zoals [medeverdachte 19] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 17] en [medeverdachte 8] .

De overige personen, te weten [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] , [verdachte] , [medeverdachte 11] en [medeverdachte 6] hadden een uitvoerende rol binnen de organisatie. Zij waren voornamelijk betrokken bij het regelen van panden ten behoeve van de organisatie, de opbouw en inrichting van de kwekerijen, het onderhouden van de hennepplanten en ook het knippen van de planten. Ook fungeerden sommigen van hen als contactpersoon. Ten aanzien van enkele leden staat vast dat zij geheim vervoer verzorgden van carpoolplekken naar hennepkwekerijen. Tot slot heeft [medeverdachte 11] in opdracht van [medeverdachte 2] verdovende middelen naar Duitsland getransporteerd.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] heeft deelgenomen aan bovenstaande criminele organisatie. De rechtbank zal voor de aanvang van de pleegperiode aansluiting zoeken bij de datum van de eerst opgezette hennepkwekerij waarbij de betrokkenheid van [verdachte] bewezenverklaard zal worden, te weten 1 maart 2014.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen ten aanzien van [verdachte] wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 11 februari 2015 te Gramsbergen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk op het adres [adres 2] heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt een hoeveelheid van 900 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, zulks terwijl verdachte het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Enexis geleverde elektriciteit illegaal is afgetapt, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel;

2.

hij in de periode van 9 februari 2015 tot en met 27 juli 2015 te Hoogeveen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt in een pand aan de [adres 3] een hoeveelheid van 1354 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Rendo geleverde elektriciteit illegaal is afgetapt,

welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur

bepaalde hoeveelheid van een middel;

3.

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 15 oktober 2015 te Steenwijk tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk op het adres [adres 4] heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt een hoeveelheid van 550 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, zulks terwijl verdachte het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel;

4.

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 21 januari 2016 te Zuidwolde tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt in een pand aan de [adres 5] een hoeveelheid van 1660 hennepplanten, zijnde hennep een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Enexis geleverde elektriciteit illegaal is afgetapt,

zulks terwijl verdachte het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel;

5.

hij in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 26 mei 2016 te Emmen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt in een pand aan de [adres 6] een hoeveelheid van ongeveer 1177 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, zulks terwijl verdachte het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, waarbij een hoeveelheid door Enexis geleverde elektriciteit illegaal is afgetapt, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel;

6.

hij op 10 mei 2016 te Vroomshoop opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 1058 gram hasjiesj en een hoeveelheid van 185,7 gram marihuana, zijnde hasjiesj of hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

7.

hij in de periode van 1 september 2015 tot en met 30 mei 2016 te Saasveld tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt in een pand aan de [adres 7] een hoeveelheid van ongeveer 747 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, waarbij ten behoeve van die hennepteelt een hoeveelheid door Enexis geleverde elektriciteit illegaal is afgetapt, zulks terwijl verdachte het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel;

8.

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 10 mei 2016 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en anderen welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een bedrijf of beroep) opzettelijk telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan [verdachte] onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. [verdachte] is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De rechtbank constateert dat het ‘illegaal aftappen’ van elektriciteit als buitenwettelijke term geen basis vindt in het Wetboek van Strafrecht of de Opiumwet. Dit onderdeel van de bewezenverklaring kan dan ook niet als een strafbaar feit worden gekwalificeerd.

Het overig bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in samenhang met artikel 11 van de Opiumwet en de artikelen 11a (oud) en 11b van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1, 3, 4, 5 en 7

telkens het misdrijf:

medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 2

het misdrijf:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 6

het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 8

het misdrijf:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde lid van de Opiumwet.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat [verdachte] strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie houdt in het voordeel van [verdachte] rekening met het feit dat de redelijke termijn in ruime mate is overschreden, in die zin dat waar normaal per hennepkwekerij een gevangenisstraf van vier maanden of hoger nu een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden wordt geëist. Voor wat betreft de criminele organisatie wordt gekeken naar iemands positie en rol binnen de organisatie.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van [verdachte] zoals die uit het dossier naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

[verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Deze organisatie hield zich op grote schaal bezig met het bedrijfsmatig telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep. De rechtbank overweegt dat [verdachte] een uitvoerende, maar niet ondergeschikte, rol heeft gespeeld binnen de criminele organisatie. Hij is door zijn betrokkenheid een onmisbare schakel geweest bij het in stand houden daarvan. De rechtbank beschouwt de mate van organisatie, waarin in gezamenlijk verband willens en wetens buitengewoon kwalijke feiten zijn gepleegd, als een strafverzwarende omstandigheid. Ook weegt de rechtbank het professionele dan wel bedrijfsmatige karakter van de organisatie mee. De organisatie is verantwoordelijk voor (in elk geval) zeven hennepkwekerijen, waarin telkens grote hoeveelheden hennepplanten stonden. De rechtbank overweegt dat het gebruik van hennep een bedreiging voor de volksgezondheid vormt en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong in het gebruik van drugs vindt. Daarnaast heeft [verdachte] ten behoeve van enkele hennepkwekerijen gedurende enige tijd onrechtmatig elektriciteit afgetapt. Diefstal is een kwalijk feit en veroorzaakt schade. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat het illegaal aftappen van elektriciteit kan leiden tot gevaarlijke situaties, zoals kortsluiting en brand. Tot slot is in de woning van [verdachte] een hoeveelheid hasjiesj en marihuana aangetroffen.

De rechtbank heeft gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 23 april 2020. Hieruit blijkt dat [verdachte] nog niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk Opiumwetfeit.

De rechtbank neemt daarnaast in aanmerking dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat door de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn advocaat op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.197 Wanneer de redelijke termijn wordt overschreden, heeft een verdachte op grond van artikel 13 van het EVRM recht op een effectief rechtsmiddel. Uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) leidt de rechtbank enerzijds af dat dit rechtsmiddel compensatie moet kunnen bieden voor de overschrijding en er anderzijds toe moet leiden dat (toekomstige) termijnoverschrijdingen worden voorkomen.198

In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op de dag van de inverzekeringstelling, te weten 21 januari 2016. Dit betekent, uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren, dat [verdachte] in beginsel de afronding van zijn proces met een eindvonnis op 21 januari 2018 had mogen verwachten. Dit vonnis is echter gewezen op 2 september 2020, circa twee jaren en zeven maanden later. De rechtbank stelt vast dat de zaak onderdeel uitmaakt van een zeer omvangrijk onderzoek, waarvoor 22 verdachten in juni 2020 hebben terechtgestaan. Om proceseconomische redenen is besloten de zaken van deze verdachten bij elkaar te houden.

Naar het oordeel van de rechtbank geeft dat echter geen rechtvaardiging voor een voortdurende termijnoverschrijding van de vastgestelde duur en moet (een deel van) de periode aan de Nederlandse Staat worden toegerekend. De rechtbank overweegt dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

De rechtbank acht, alles afwegende, mede gelet op de betrokkenheid van [verdachte] bij zes hennepkwekerijen en zijn deelname aan de criminele organisatie, in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend en geboden. Gelet op de vereiste compensatie van de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn, zal de rechtbank per hennepkwekerij (in plaats van een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden) een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden opleggen. Voor het deelnemen aan de criminele organisatie acht de rechtbank, gelet op de uitvoerende rol, een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden op zijn plaats. De rechtbank weegt in het voordeel van [verdachte] mee dat hij grotendeels opening van zaken heeft gegeven en komt tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van het voorarrest.

7.4

De voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis is geschorst voor onbepaalde tijd. De rechtbank acht termen aanwezig om het geschorste bevel voorlopige hechtenis op te heffen.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

Feit 1

Enexis B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Namens de benadeelde partij wordt door mr. A. Vaarkamp, advocaat in Zwolle, gevorderd [verdachte] te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 5.905,96 (zegge: vijfduizend negenhonderdvijf euro en zesennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bedraagt € 4.894,51 en bestaat uit de volgende posten:

- netwerkkosten elektriciteit/CAPTAR € 65,36;

- uurtarief inspecteur € 444,00;

- elektriciteitsmeter 3 fase € 35,85;

- kosten netmeting € 334,55;

- vooronderzoek en dossieraanleg € 57,45;

- dossierverwerking en aangifte € 114,91;

- opmaken factuur € 76,62;

- afhandelingskosten € 114,91;

- verbruik elektriciteit € 3.650,86.

Daarnaast is een bedrag aan € 1.011,45 gevorderd aan (buiten)gerechtelijke kosten.

Feit 2

Rendo N.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert [verdachte] te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 56.688,54 (zegge: zesenvijftigduizend zeshonderdachtentachtig euro en vierenvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- afgenomen elektriciteit € 56.148,54;

- monteurskosten € 240,00;

- administratiekosten € 300,00.

Feit 5

Enexis B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Namens de benadeelde partij wordt door mr. A. Vaarkamp, advocaat in Zwolle, gevorderd [verdachte] te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 20.046,68 (zegge: twintigduizend zesenveertig euro en achtenzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bedraagt € 18.486,81 en bestaat uit de volgende posten:

- netwerkkosten elektriciteit/CAPTAR € 1.824,12;

- verbruik elektriciteit € 15.968,43;

- vooronderzoek en dossieraanleg € 58,48;

- dossierverwerking en aangifte € 116,99;

- opmaken factuur € 78,03;

- afhandelingskosten € 116,99;

- uurtarief inspecteur € 304,00;

- elektriciteitsmeter 1 fase € 19,77.

Daarnaast is een bedrag aan € 1.559,87 gevorderd aan (buiten)gerechtelijke kosten.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, omdat diefstal van elektriciteit niet afzonderlijk is ten laste gelegd en de Rechtbank Overijssel in een zaak van een medeverdachte oordeelde dat in dat geval een rechtstreeks verband tussen het bewezenverklaarde en de gestelde geleden schade ontbreekt.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1, 2 en 5

De rechtbank zal de benadeelde partijen Enexis B.V. en Rendo N.V. niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, omdat het schadeveroorzakende feit niet afzonderlijk als diefstal is ten laste gelegd. Aldus is door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting niet komen vast te staan dat [verdachte] door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen. De benadeelde partijen kunnen hun vorderingen in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat [verdachte] het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan [verdachte] onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1, 3, 4, 5 en 7 telkens het misdrijf: medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 2 het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 6 het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 8 het misdrijf: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde lid van de Opiumwet;

strafbaarheid verdachte

- verklaart [verdachte] strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die [verdachte] voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partijen Enexis B.V. (feiten 1 en 5) en Rendo N.V. (feit 2) in het geheel niet-ontvankelijk zijn in de vordering, en dat de benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.E. Schaap, voorzitter, mr. A. van Holten en

mr. C.A. Peterzon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Dienst Regionale Recherche, Eenheid Oost-Nederland met nummer [nummer 2] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Pagina 6155.

3 Pagina 6156.

4 Pagina 6157.

5 Pagina’s 6106-6114.

6 Pagina’s 6280-6287.

7 Pagina’s 6283.

8 Pagina 6255.

9 Pagina’s 6101-6105.

10 Pagina 6250.

11 Pagina’s 6114-6119.

12 Pagina 6207.

13 Pagina 6210.

14 Pagina’s 6212-6215.

15 Pagina 8189.

16 Pagina’s 6300-6306.

17 Pagina 6325.

18 Pagina 6329.

19 Pagina 6285.

20 Pagina 6301.

21 Pagina 6339.

22 Pagina’s 6337-6344.

23 Pagina 700.

24 Pagina 6404.

25 Pagina 6014.

26 Pagina’s 6127-6134.

27 Pagina’s 6136-6138.

28 Pagina’s 6149-6153.

29 Pagina 6335.

30 De rechtbank verwijst naar het vonnis van medeverdachte [medeverdachte 12] van 2 september 2020, waarin diens verklaring ter terechtzitting is opgenomen.

31 HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

32 Pagina 7060.

33 Pagina 7061.

34 Pagina 7112.

35 Pagina’s 7268-7270.

36 Pagina 7063.

37 Pagina 7139 en pagina 7374.

38 Pagina’s 7131-7132.

39 Pagina 7288.

40 Pagina 7291.

41 Pagina’s 7050-7059.

42 Pagina’s 7360-7372.

43 Pagina’s 7365-7367.

44 Pagina 7367.

45 Pagina 7370.

46 Pagina’s 7339-7342 (13 april 2015), pagina’s 7344-7348 (9 april 2015) en pagina’s 7349-7359 (8 april 2015).

47 Pagina 7491.

48 Pagina 7531.

49 Pagina 7492.

50 Pagina 7494.

51 De rechtbank verwijst naar pagina 700 voor de legenda.

52 Pagina 12107.

53 Pagina 7494.

54 Pagina 7531.

55 Pagina 7581.

56 Ter illustratie: pagina 7298.

57 Pagina 7016.

58 HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

59 Pagina 8123.

60 Pagina 8124.

61 Pagina 8125.

62 Pagina 8189.

63 Pagina 6337 ( [medeverdachte 11] ), pagina’s 6343-6344 ( [medeverdachte 2] ), pagina 6338 ( [verdachte] ) en pagina 6341 ( [medeverdachte 7] ).

64 Pagina’s 8185 en 8187.

65 Pagina’s 8205 en 8211.

66 Pagina 8207.

67 Pagina’s 8187 en 8189.

68 Pagina 8186.

69 Pagina 8224.

70 Pagina 8247.

71 Pagina 8264.

72 Pagina 8312.

73 Pagina 8391.

74 Pagina 8392.

75 Pagina 8391.

76 Pagina 8199.

77 Pagina’s 8365-8370.

78 Pagina 8366.

79 Het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van 19 mei 2016.

80 Pagina 8423.

81 Pagina’s 8039-8040.

82 Pagina 8012.

83 Pagina 8022.

84 Pagina’s 8048 en 8057.

85 Pagina 8060.

86 Pagina’s 8060-8062, 8108 en 8110.

87 Pagina’s 8067, 8108 en 8111.

88 Pagina’s 8085-8093.

89 Medeverdachte [naam 2] is op 22 januari 2019 en medeverdachte [medeverdachte 16] is op 23 januari 2019 veroordeeld door de politierechter.

90 HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

91 Pagina’s 10051-10062.

92 Pagina 10052.

93 Pagina 10053.

94 Pagina 10013.

95 Pagina’s 10154-10155.

96 Pagina’s 10184-10188.

97 Pagina’s 10179-10183.

98 Pagina 10099.

99 Pagina 10375.

100 Pagina 10053.

101 Pagina 10109.

102 Pagina 10269.

103 Pagina 10128.

104 Pagina 10286.

105 Pagina’s 10327-10328.

106 Pagina’s 10048-10050.

107 Pagina 10029.

108 HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

109 Pagina 12017.

110 Pagina’s 12018-12034.

111 Pagina’s 12020 en 12180.

112 Pagina 12019.

113 Pagina 12020.

114 Pagina 12179.

115 Pagina’s 12102 en 12105.

116 Pagina 12105.

117 Pagina 12119.

118 Pagina 12102.

119 Pagina 12102 en 12104.

120 Pagina 12108.

121 De rechtbank verwijst naar pagina 700 voor de legenda.

122 Pagina 12107.

123 Gelet op de herkenning van [medeverdachte 9] , zal de rechtbank hierna de personen bij hun achternaam aanduiden.

124 Pagina 12108.

125 Pagina’s 12070-12089.

126 Pagina’s 12084-12086.

127 Pagina 12118.

128 Pagina 12015.

129 Pagina 12149.

130 Pagina’s 12063.

131 Pagina 12069.

132 HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

133 Pagina’s 13023-13082.

134 Pagina 12015.

135 Pagina 12180.

136 Pagina 13024.

137 Pagina 13027.

138 Pagina 13026.

139 Pagina 36 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] .

140 De rechtbank verwijst naar pagina 700 voor de legenda.

141 Pagina 34 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] . Gelet op de herkenning van [medeverdachte 17] , zal de rechtbank de persoon op foto nummer 8 hierna aanduiden als [medeverdachte 14] .

142 Pagina 37 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] .

143 Pagina 35 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] .

144 Pagina 36 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] .

145 Pagina 34 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] . Gelet op de herkenning van [medeverdachte 17] , zal de rechtbank de persoon op foto nummer 9 hierna aanduiden als [medeverdachte 15] .

146 Pagina 41 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] .

147 Pagina 42 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] .

148 Pagina 36 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 17] .

149 Pagina 13 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 10] .

150 Pagina 14 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 10] .

151 Pagina 15 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 10] .

152 Pagina 16 uit het persoonsdossier van [medeverdachte 10] .

153 Pagina’s 10127-10146. Zie pagina’s 10025-10034 ( [alias 5] pagina’s 10128-10141, [alias 4] pagina’s 10141-10143 en [alias 6] pagina’s 10143-10145).

154 Pagina 10151.

155 Pagina’s 13191-13197.

156 Pagina’s 13198-13206.

157 Pagina 13022.

158 Pagina 13022.

159 Pagina’s 13113-13114.

160 Pagina 13122.

161 Pagina’s 13124-13131.

162 Medeverdachten [medeverdachte 17] en [medeverdachte 10] zijn op 22 januari 2019 veroordeeld door de politierechter.

163 HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

164 De rechtbank verwijst ter raadpleging naar pagina’s 567-569, maar gebruikt deze informatie niet als bewijsmiddel.

165 Pagina’s 570-573.

166 Pagina 574 juncto pagina 518.

167 Pagina’s 576-580.

168 Pagina 578.

169 De rechtbank verwijst ter raadpleging naar pagina 2572, maar gebruikt deze informatie niet als bewijsmiddel.

170 De rechtbank verwijst ter raadpleging naar pagina’s 2528-2531, maar gebruikt deze informatie niet als bewijsmiddel.

171 De rechtbank verwijst ter raadpleging naar pagina’s 2536-2537, maar gebruikt deze informatie niet als bewijsmiddel.

172 De rechtbank verwijst ter raadpleging naar pagina’s 2603-2604, maar gebruikt deze informatie niet als bewijsmiddel.

173 De rechtbank verwijst ter raadpleging naar pagina’s 2606-2607, maar gebruikt deze informatie niet als bewijsmiddel.

174 Pagina 619.

175 Pagina’s 621-657.

176 Pagina 711.

177 Pagina’s 621 en 634.

178 Pagina 624.

179 Pagina 625.

180 Pagina 711.

181 Pagina 1048.

182 Pagina 16005.

183 Pagina 16027.

184 Pagina 16028.

185 Pagina 16031.

186 Pagina 16054.

187 Pagina 16052.

188 Pagina 16050.

189 Pagina’s 16199-16201.

190 Het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van 22 mei 2019.

191 De rechtbank merkt voor de volledigheid op dat deelname aan een criminele organisatie niet aan [medeverdachte 7] is ten laste gelegd.

192 Pagina 931.

193 Pagina 938.

194 Pagina 943.

195 Pagina 970.

196 Pagina 1009 ( [medeverdachte 19] ), pagina 1028 ( [medeverdachte 9] ) en pagina 931 ( [medeverdachte 17] ) / pagina 960 ( [medeverdachte 10] ).

197 HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578.

198 EHRM 26 oktober 2000, zaaknr. 30210/96 (Kudła/Polen), r.o. 158.