Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2814

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
27-08-2020
Zaaknummer
08.045304.20, 08.307009-19 en 08.041275-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie Hardenbergse mannen zijn door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor drugshandel. Een 23-jarige man – die wordt gezien als de leider van de groep – is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden. De twee anderen, beiden 19 jaar, zijn veroordeeld tot een celstraf van 10 maanden. De mannen hebben zich ruim een jaar lang schuldig gemaakt aan de handel in harddrugs.

Naar aanleiding van diverse meldingen van drugsoverlast in Hardenberg is de politie een onderzoek gestart. In dit onderzoek kwamen onder andere de namen van de drie verdachten naar voren. De politie heeft tijdens het onderzoek hun telefoonnummers getapt en zij hebben met getuigen gesproken. Uit de (sms)gesprekken blijkt dat de mannen met verschillende afnemers communiceren. Zij hebben het bijvoorbeeld over de prijs van drugs en over afleverlocaties. Hoewel de drugs in de getapte gesprekken niet altijd bij naam genoemd worden, staat het voor de rechtbank vast dat wanneer bijvoorbeeld gesproken wordt over ‘goeie melk en goeie koffie’ dit in werkelijkheid gaat over cocaïne. Ook meerdere getuigen geven aan dat ze bij leden van de groep harddrugs kochten. In tegenstelling tot de verdediging vindt de rechtbank de verklaringen van deze getuigen wel betrouwbaar. Het enkele feit dat zij drugsgebruikers zijn maakt hen nog niet onbetrouwbaar. Bovendien hebben de verschillende getuigen afzonderlijk van elkaar eenzelfde soort verklaring afgelegd.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de zaak. Het is algemeen bekend dat harddrugs, waaronder cocaïne, schade kunnen berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige (verslavings)problematiek. Bovendien gaan de handel en het gebruik van drugs vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit. De verdachten hadden alleen oog voor eigen financiële belang. De 23-jarige hoofdverdachte heeft zich naast de handel in drugs ook schuldig gemaakt aan een mishandeling in Hardenberg en aan belediging van politieagenten. De twee plaatsgenoten hadden nog een voorwaardelijke straf boven hoofd hangen. Omdat zij zich nu opnieuw schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit worden deze werkstraffen nu alsnog ten uitvoer gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.045304.20, 08.307009-19 en 08.041275-20 (P)

Datum vonnis: 27 augustus 2020

Vonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

thans verblijvende in de P.I. Lelystad te Lelystad.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 augustus 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.P. Dronkers en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 08.045304.20:

In de periode van 1 januari 2019 tot en met 19 februari 2020 samen met anderen harddrugs heeft verhandeld in Hardenberg.

Parketnummer 08.307009-19 :

Op 24 augustus 2019 [slachtoffer] heeft mishandeld.

Parketnummer 08.041275-20:

Op 16 februari 2020 twee politieagenten heeft beledigd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Parketnummer 08.045304.20:

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 19 februari 2020 te Hardenberg, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verwerkt en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne en/of ketamine en/of crack en/of XTC zijnde cocaïne en/of heroïne en/of ketamine en/of crack en/of XTC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Parketnummer 08.307009-19:

hij op of omstreeks 24 augustus 2019 te Hardenberg [slachtoffer] heeft mishandeld door hem in/op/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen;

Parketnummer 08.041275-20:

hij op of omstreeks 16 februari 2020 te Hardenberg opzettelijk (een) ambtenaar/-naren, te weten [verbalisant 1] , agent van politie, en/of [verbalisant 2] , hoofdagent van politie gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "je moeder is een kankerhoer... vieze kankerflikker", althans woorden van

gelijke beledigende aard en/of strekking.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de in de zaak met parketnummer 08.045304.20 tenlastegelegde handel in drugs wettig en overtuigend bewezen en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Naar aanleiding van een aantal meldingen van drugsoverlast in Hardenberg heeft de politie onderzoek gedaan. In dit onderzoek kwamen onder meer de namen van verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar voren. Vervolgens zijn hun telefoonnummers getapt. Uit deze tapgesprekken en uit getuigenverklaringen van afnemers is gebleken dat verdachte en zijn medeverdachten zich bezig hielden met het verkopen van harddrugs, waarbij verdachte de leiding had.

De officier van justitie acht ook de in de zaak met parketnummer 08.307009-19 tenlastegelegde mishandeling en de in de zaak met parketnummer 08.041275-20 tenlastegelegde belediging van twee politieagenten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08.045304.20 tenlastegelegde primair vrijspraak bepleit.

De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen niet als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt aangezien het verklaringen van harddrugsgebruikers betreft. Op grond van hun verklaringen is bovendien onvoldoende aannemelijk dat verdachte in harddrugs heeft gehandeld en een leidinggevende rol had. De inhoud van de tapgesprekken is voor velerlei uitleg vatbaar. Daar waar verdachte in deze gesprekken voorkomt, is mogelijk sprake geweest van grootspraak.

Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de periode waarin de drugshandel heeft plaatsgevonden aanzienlijk moet worden ingeperkt.

De overige tenlastegelegde feiten kunnen volgens de raadsman wettig en overtuigend bewezen worden verklaard waarbij hij ten aanzien van de mishandeling wel heeft gewezen op de context; verdachten en het slachtoffer sloegen over en weer.

4.3

Het oordeel van de rechtbank. 1

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 08.045304.20:

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan de handel in verdovende middelen.

De rechtbank verwijst in dit verband naar de inhoud van diverse opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken en sms-berichten. Daarbij is het volgende van belang. Op grond van onderzoek van de politie is gebleken dat verdachte de gebruiker is van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , dat [medeverdachte 1] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 3] en dat [medeverdachte 2] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 4] en dat telefoonnummer [telefoonnummer 5] door verschillende personen is gebruikt.2 De juistheid van het hier gestelde, leidt de rechtbank af uit de verklaring van [naam 1] , inhoudende dat hij verdachte kent als [verdachte] , dat hij [medeverdachte 2] kent als [medeverdachte 2] en dat het telefoonnummer van [medeverdachte 2] [telefoonnummer 4] is en dat hij [medeverdachte 1] kent als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 1] en dat het telefoonnummer van [medeverdachte 1] [telefoonnummer 3] is. Hij heeft verder verklaard dat hij al zo’n twee jaar cocaïne koopt van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .3 [medeverdachte 2] heeft bovendien bij de politie bevestigd dat hij de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 4] .4

Tapgesprekken [medeverdachte 1] :

Uit na te noemen telefoongesprekken en sms-berichten van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] veelvuldig bestellingen heeft opgenomen en afspraken heeft gemaakt over de aflevering van verdovende middelen.

In een sms-bericht van 30 januari 2020 om 18:06 uur schrijft [medeverdachte 1] : “Jo heb vnv weer nieuwe (…)”.5

In een sms-bericht van 31 januari 2020 om 1:32 uur schrijft [medeverdachte 1] : “Ik heb weer goeie melk en goeie koffie groetjes [medeverdachte 1] ”.6

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 1:33 uur vraagt [medeverdachte 1] aan een onbekende vrouw of ze wat nodig heeft, dat zij altijd kan bellen als zij wat nodig heeft en dat hij goeie heeft en wel langs wil komen.7

In sms-berichten van 31 januari 2020 om 1:52 uur schrijft een onbekende man aan [medeverdachte 1] : “Heel anders als anders man. Ik heb nu minder als 5 gerookt en het bevalt maar niet Echt heel goed. Ik hoop dat je maandag weer peruaanse hebt. Wil je dat voor mij regelen. Bedankt maatje en nog een fijne nachtdienst“.8

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 2:10 uur wil een onbekende man voor 50 van [medeverdachte 1] hebben en vraagt of het ook in stukjes van 10 kan.9

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 2:55 uur zegt [medeverdachte 1] tegen een onbekend vrouw dat als ze vaker komt dat ze dan een mazzeltje krijgt. Bij 50 krijgt ze er extra gratis bij.10

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 3:36 uur wil een vrouw nog voor 20 euro van [medeverdachte 1] .11

In sms-bericht van 31 januari 2020 om 5:33 uur schrijft een onbekend persoon aan [medeverdachte 1] : “Tipje iets langer doorkoken was bijna goed”.12

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 12:29 uur zegt [medeverdachte 1] tegen een onbekende man dat hij in de buurt is en ook donker heeft.13

In een sms-bericht van 31 januari 2020 om 12:33 uur schrijft een onbekend persoon aan [medeverdachte 1] : “Wil jij die sms’en stoppen!!! Heel irritant!!! Als ik wat nodig heb merk je het wel oké !!!!”14

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 13:54 uur wil een onbekende man voor 20 van [medeverdachte 1] hebben, afspraak in Baalderveld.15

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 13:55 uur zegt een man genaamd [naam 2] tegen [medeverdachte 1] dat hij wel een keer donker wil en [naam 3] wil ook wel. Allemaal in Dedemsvaart.16

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 15:27 uur zegt [medeverdachte 1] tegen een onbekende man dat hij hem misschien 50 gram kan brengen. Waarop de man zegt dat hij eigenlijk wel die 200 moet hebben, waarop [medeverdachte 1] reageert dat hij die ‘Assie’ moet gaan kijken en het nog niet weet”.17

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 15:31 uur vraagt [medeverdachte 1] aan een onbekend man of hij nog mensen kent die rook willen omdat ze goeie hebben, waarop de man vraagt witte rook?, wat door [medeverdachte 1] wordt bevestigd.18

In een tapgesprek op 31 januari 2020 om 16:50 uur vraagt [medeverdachte 1] aan een onbekende man hoeveel hij wil waarop de man zegt dat hij 20 wil.19

In een tapgesprek op 1 februari 2020 om 15:48 uur vraagt een onbekende man of [medeverdachte 1] bruin en een tientje donker heeft, waarop [medeverdachte 1] reageert dat hij dit wel heeft.20

In een tapgesprek op 1 februari 2020 om 16:39 uur vraagt een onbekend man aan [medeverdachte 1] of ze twee bolletjes voor zestien euro kunnen krijgen.21

In een tapgesprek op 5 februari 2020 om 13:55 uur zegt [medeverdachte 1] tegen een onbekende man dat 2 blokken 5.50 zijn en 3 voor 8.50, en dat hij voor 800 kan doen, waarop de onbekende man zegt: “bestel 2 voor mij”.22

In een tapgesprek op 6 februari 2020 om 16:43 uur zegt [medeverdachte 1] tegen een onbekende man dat het gisteren helemaal mis ging. “Daar waar ik Assie ging halen, die kwam met grapjes”. [medeverdachte 1] zegt verder dat er de laatste tijd weinig assie in Nederland is”. 23

In een tapgesprek op 6 februari 2020 om 17:03 uur vraagt een onbekende man of [medeverdachte 1] vanavond nog drie pakjes donker heeft, waarop [medeverdachte 1] zegt dat hij nu niks heeft maar dat hij nog naar Baalder gaat en laat weten als hij wat heeft.24

In een tapgesprek op 6 februari 2020 om 18:35 uur zegt [medeverdachte 1] tegen een onbekende man dat hij eentje heeft gevonden die 12 blokken heeft liggen, dat hij zelf een halve wil en dat er dan nog 7 overblijft en vraagt of de onbekende man die wil hebben.25

In een sms-bericht van 7 februari 2020 om 21:06 uur schrijft een persoon aan [medeverdachte 1] : “Maat ik moet voor 50 hebben en je hebt je 30 ook terug”. 26

In een tapgesprek op 7 februari 2020 om 17:06 uur zegt [medeverdachte 1] tegen een onbekende man dat hij morgen goede assie kan ophalen.27

In een sms-bericht van 10 februari 2020 om 12:52 uur schrijft een persoon aan [medeverdachte 1] : “Had al wat gefixt man bel me volgende week dn heb ik weer nodig als je me dn niet laat wachten en prijs opeens omhoog gooit na t wachten haha spreek je dn pik”.28

Tapgesprekken [medeverdachte 2] :

Uit na te noemen telefoongesprekken met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] ook bij de handel in verdovende middelen betrokken is.

In een tapgesprek op 24 januari 2020 om 23:27 uur vraagt een man die met telefoonnummer [telefoonnummer 5] belt aan [medeverdachte 2] of hij die drieënhalve gramma B al klaar heeft die zo weg moet. Waarop [medeverdachte 2] zegt: “Nee, ik ben gewoon aan ..., die S aan het klaren, geen B.”, “wat moet ik klaren dan?” Vervolgens vraagt de man aan [medeverdachte 2] : “Kan je aan die 5 B beginnen? Gewoon, dat moet even gfixt worden, gewoon die drieënhalf zeg maar”, waarop [medeverdachte 2] zegt: “Broer, dat kan toch niet zonder zakjes”, waarop de man reageert: “ik heb wel zakjes man, dus als je als je wilt, je kunt alvast verdelen.”29

In een tapgesprek op 2 februari 2020 om 3:40 uur wil een onbekende man assie van [medeverdachte 2] voor iemand die nog bij [horecagelegenheid] is.30

In een tapgesprek op 2 februari 2020 om 21:13 uur vraagt [medeverdachte 2] aan een onbekend man om “een donnie assie”.31

In een tapgesprek op 5 februari 2020 om 20:21 uur wil een onbekend man assie van [medeverdachte 2] .32

In een tapgesprek op 6 februari 2020 om 23:35 uur zegt [medeverdachte 2] tegen een onbekend man dat hij nieuwe s nodig heeft.33

In een tapgesprek op 16 februari 2020 om 2:21 uur zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2] : “Pak 1 P tje voor mij’, waarop [medeverdachte 2] zegt dat hij die net heeft geklaard. [verdachte] zegt: “Dus je hebt niet meer”. [medeverdachte 2] zegt maar nog wel een H. Hierop zegt [verdachte] : “pak een H tje voor mij ik kom naar beneden.34

Tapgesprekken [verdachte] :

Uit na te noemen telefoongesprekken en sms-berichten met de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] leidt de rechtbank af dat [verdachte] ook in verdovende middelen handelt.

In een tapgesprek op 5 februari 2020 om 22:31 uur zegt [verdachte] tegen een onbekende man dat “kankermongolen uit Dronten” hem hebben proberen te racen: “Ze probeerden mijn stash te pakken maar die hebben ze niet gepakt (…)”.35

In een tapgesprek op 7 februari 2020 om 11:18 uur zegt [verdachte] tegen een onbekende man dat ze hem hebben geprobeerd te racen in Dronten, en dat als hij een blaffer bij zich had die man kanker hard gesjaft werd daar. De onbekend man zegt dat hij “nog snoep heeft liggen dat weg moet”.36

In een tapgesprek op 8 februari 2020 om 20:07 uur zegt [verdachte] tegen een onbekende man dat zij morgen een paar doezoe kunnen halen en dat hij net een paar barkie heeft gehaald.37

In een tapgesprek op 10 februari 2020 om 12:46 uur vraagt [verdachte] aan een onbekende man “of hij nog assie gaat pakken” en dat hij het [verdachte] moet laten weten omdat [verdachte] ook interesse heeft.38

In een tapgesprek op 10 februari 2020 om 18:42 uur zegt [verdachte] tegen een onbekende man: “Weet je nog dat je tegen mij zei dat je een paar van die plekken hebt waar 20 of 30 gehaald wordt toch”. Hierop vraagt de man aan [verdachte] : “Wat bedoel je die witte?” Waarop [verdachte] zegt: “Je hebt een paar plekken toch waar wat kan worden opgehaald 20 of 30” en “daar heb ik wel een paar mensen voor”.39

In een tapgesprek op 14 februari 2020 om 13:30 uur zegt een onbekende man tegen [verdachte] dat hij vandaag 5 of 6 gram cocaïne heeft gekocht en dat hij met de man heeft gesproken. Die kan hem 600 euro geven en dat kan de onbekende man dan aan [verdachte] geven. [verdachte] zegt (…) dan kun je de keuze maken of je deze wiet wil voor 5.5. Dat is een hele goede prijs. Dus wat ik moet doen is dat naar jou toe brengen, het geld van jou krijgen en dan kan ik de coke krijgen. Dan kom ik terug en dan breng ik jou dat. Omdat ik meer dingen moet hebben. [verdachte] vraagt aan een onbekende man of hij aan die ander kan vragen of zij iets kunnen doen met bruin, “Je weet wel de bruin, voor roken en snuiven”. [verdachte] zegt: “Hero. Het stofje. Ik heb dit en zou je de man kunnen vragen of zij dat willen. Dan maken ze nog een goede winst ook”. Hierop vraagt de onbekende man aan [verdachte] : “Dus je wilt dat ik vraag of ze heroïne willen?” waarop [verdachte] antwoordt: “Ja, of ze dat willen. Omdat er gisteren een man bij mij was met heel veel en die vroeg aan mij of ik het wilde. Dus ik kan heel veel fixen, te veel haha”.40

In een tapgesprek op 14 februari 2020 om 18:44 uur zegt een onbekende man tegen [verdachte] dat hij twee liter kan krijgen, waarop [verdachte] zegt dat hij veel meer zoekt en dat hij wel 100 of 80 liter zoekt, waar hij dingen van gaat maken.41

In een tapgesprek op 15 februari 2020 om 19:16 uur zegt [verdachte] tegen een onbekende man dat hij “een clennie (fon) voor een liter heeft’, “Voor mij kost hij drie doezoe maar ik ga hem doorzetten voor 4 doezoe 250”. [verdachte] zegt verder dat hij gewoon een sample gaat sturen en als diegene belang heeft dan moet hij gewoon naar hem toekomen.42

In een sms-bericht van 16 februari 2020 om 0:51 uur schrijft iemand aan [verdachte] :

Volgende keer haal ik bij jou bro, betere shit”.43

Getuigenverklaringen:

Daarnaast acht de rechtbank de verklaringen van de volgende getuigen redengevend voor het bewijs. Dit betreffen verklaringen van afnemers die in de afgetapte telefoongesprekken naar voren kwamen. Uit deze verklaringen leidt de rechtbank onder meer af dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] opereerde.

Getuige [getuige 1] heeft op 25 februari 2020 verklaard dat hij sinds twee of drie weken één keer per week bij [medeverdachte 1] bestelde. Hij herkent [medeverdachte 1] op de foto als [medeverdachte 1] . Hij kocht dan voor 10 euro cocaïne. Anderhalf jaar geleden kocht hij ook van [medeverdachte 1] .44

Getuige [getuige 2] heeft op 26 februari 2020 verklaard dat hij sinds vorige zomer van een groepje jongens drugs koopt. De baas van die groep wordt [verdachte] genoemd. Er zijn meerdere mensen die voor [verdachte] verkopen. Hij koopt een keer per week cocaïne. Hij heeft enkele keren via [medeverdachte 1] gekocht, die hij op de foto herkent als [medeverdachte 1] . Vorig jaar heeft hij bij [medeverdachte 2] afgenomen, die hij op de foto herkent als [medeverdachte 2] .45

Getuige H. [getuige 3] heeft op 23 februari 2020 verklaard dat hij ongeveer een jaar gemiddeld één keer in de twee weken één gram cocaïne snuif afneemt van een persoon die hij op de foto herkent als [medeverdachte 1] . Hij heeft ongeveer 3 á 4 keer afgenomen van een persoon die hij op de foto herkent als [medeverdachte 2] en hij ongeveer een jaar geleden ook wel eens wat heeft afgenomen van een persoon die hij op de foto herkent als [verdachte] . Hij nam de drugs af via het telefoonnummer [telefoonnummer 5] .46

Getuige [getuige 4] heeft op 27 februari 2020 verklaard dat hij al drie jaar cocaïne koopt van een groep jongens. Hij kent alleen de naam [verdachte] , wiens echte naam [verdachte] is. Een van de jongens die voor deze [verdachte] liep heet [medeverdachte 2] . Er was nog een andere jongen, maar die kent hij niet van naam. [verdachte] was de hoofdpersoon binnen de groep. Hij regelde dat [medeverdachte 2] , die getuige op de foto herkent als [medeverdachte 2] , en die andere jongen, die hij op de foto herkent als [medeverdachte 1] , voor hem verkochten.De andere jongens hadden de toestemming van [verdachte] nodig. Getuige neemt al drie jaar gemiddeld twee á drie gram cocaïne in de week van [medeverdachte 2] af. En de laatste drie maanden ook van [medeverdachte 1] . Voor een hele versneden gram betaalde hij

€ 50,-- en voor een pure onversneden gram € 60,--. Getuige heeft geen drugs van [verdachte] ( [verdachte] ) afgenomen, maar vooral de laatste twee weken, sinds de groep de beschikking heeft over een bruine Fiat, zat [verdachte] er wel eens naast of reed hij zelf bij de deal.47

Getuige [getuige 5] heeft op 28 februari 2020 verklaard dat hij sinds drie á vier maanden, drie of vier keer cocaïne heeft gekocht van [medeverdachte 1] , die hij op de foto herkent als [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] stuurde naar alle drugsgebruiker een sms-bericht met de tekst: “Jo alles Lekker? Ik heb weer goeie melk en goeie koffie.”48

Getuige [getuige 6] heeft op 22 februari 2020 verklaard dat hij om de dag snuifcoke gebruikt. Hij komt aan die cocaïne doordat die lui een appje sturen: “Nieuw nummer. Groetjes [medeverdachte 1] voor wit” (bericht van 16 januari 2020 om 16:25 uur, afkomstig van telefoonnummer [telefoonnummer 3] ). Hij neemt sinds negen maanden tot een jaar van deze jongens snuifcoke af. Hij kent één van deze jongens onder de naam [medeverdachte 1] . Hij herkent deze [medeverdachte 1] op de foto als [medeverdachte 1] . Een andere jongen kent hij onder de naam [verdachte] . Hij herkent deze [verdachte] als [medeverdachte 2] . In januari kwamen deze jongens samen.49

Getuige [getuige 7] heeft op 29 januari 2020 verklaard dat [verdachte] , [naam 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] één club zijn en dat hij sinds de aanhouding van [naam 4] in december 2019 crack van [medeverdachte 1] kocht. Hij heeft [verdachte] een keer of vier a vijf ontmoet. Hij heeft gezien dat [verdachte] cocaïne uitkookte, per keer bleef er 100 tot 200 gram pure cocaïne over. [verdachte] zei dat hij de cocaïne uit de haven van Rotterdam kreeg. [verdachte] is een Italiaan die zich [verdachte] noemt.50

Bewijsoverweging:

Anders dan de raadsman heeft bepleit ziet de rechtbank geen reden de hiervoor genoemde getuigenverklaringen als onbetrouwbaar terzijde te schuiven. Het enkele gegeven dat die verklaringen door gebruikers zijn afgelegd, is daarvoor onvoldoende.

De rechtbank ziet in dit geval ook overigens geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de door voormelde getuigen afgelegde verklaringen nu deze verklaringen worden ondersteund door de inhoud van voormelde tapgesprekken. Daarnaast hebben de getuigen onafhankelijk van elkaar verklaard, steunen die verklaringen elkaar en verklaren de getuigen ook belastend over zichzelf.

Op basis van de getuigenverklaringen komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking dat sprake is van medeplegen.

Voorts kan op basis van de verklaringen van [getuige 4] en [getuige 3] worden vastgesteld dat verdachte gedurende de gehele ten laste gelegde periode drugs heeft gedeald.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08.045304.20 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 08.307009-19:

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08.307009-19 ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.51

• Het door verbalisant [verbalisant 3] op 24 augustus 2019 in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , dossierpagina 8 tot en met 18.

• Het proces-verbaal ter terechtzitting van 13 augustus 2020, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 08.041275-20:

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08.041275-20 ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.52

• Het door verbalisant [verbalisant 4] op 16 februari 2020 opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 1] , dossierpagina 5 en 6.

• Het door verbalisant [verbalisant 1] op 16 februari 2020 opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 9 en 10.

• Het door verbalisant [verbalisant 2] op 16 februari 2020 opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 7 en 8.

• Het door verbalisant [verbalisant 2] op 16 februari 2020 opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 11.

• Het proces-verbaal ter terechtzitting van 13 augustus 2020, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 08.041275-20:

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 08.045304.20:

hij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 19 februari 2020 te Hardenberg, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, cocaïne;

Parketnummer 08.307009-19:

hij op 24 augustus 2019 te Hardenberg [slachtoffer] heeft mishandeld door hem in het gezicht te slaan;

Parketnummer 08.041275-20:

hij op 16 februari 2020 te Hardenberg opzettelijk ambtenaren, te weten [verbalisant 1] , agent van politie, en [verbalisant 2] , hoofdagent van politie gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "je moeder is een kankerhoer... vieze kankerflikker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 266, 267, 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 08.045304.20:

Het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Parketnummer 08.307009-19:

Het misdrijf: mishandeling;

Parketnummer 08.041275-20:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden wordt opgelegd met aftrek van de tijd die door verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om in geval van een bewezenverklaring een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, eventueel met oplegging een voorwaardelijk strafdeel, zonder oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Volgens de raadsman is de rol van verdachte niet groter dan die van de medeverdachten. Daarom valt niet in te zien waarom hem een hogere straf opgelegd moet worden.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte ,zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft ruim een jaar tezamen en in vereniging met anderen cocaïne verhandeld. De rechtbank leidt uit de in het dossier aanwezige tapgespreken en getuigenverklaringen af dat verdachte in die samenwerking een leidende rol had en dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar hem moesten luisteren.

De handel in drugs dient krachtig te worden bestreden. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs, waaronder cocaïne, schade kunnen berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek. Bovendien gaan de handel en het gebruik van cocaïne vaak gepaard met allerlei vormen van criminaliteit, hetgeen zorgt voor overlast voor de samenleving. Verdachte heeft zich hiervan geen rekenschap gegeven en alleen zijn eigen financiële belang voor ogen gehad. De rechtbank dit verdachte zwaar aan.

Verder heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan mishandeling door [slachtoffer] in het gezicht te slaan. Daarmee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van die [slachtoffer] en hem pijn en letsel bezorgd.

Verdachte heeft zich daarnaast nog schuldig gemaakt aan het beledigen van twee politieagenten. Verdachte heeft het gezag van die agenten ondermijnd en de agenten in hun eer en goede naam aangetast door een stortvloed van kwetsende en onsmakelijke woorden te gebruiken.

De rechtbank heeft voor wat betreft de handel in drugs acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht die uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden voor het met enige regelmaat vanuit een pand of op straat verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs gedurende een periode 6 tot 12 maanden.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het uittrekstel justitiële documentatie van 17 juni 2020 van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in 2014 door de kantonrechter is veroordeeld ter zake van overtredingen van de leerplichtwet. Gelet op het bepaalde in artikel 63 Sr houdt de rechtbank bij het opleggen van de straf ook rekening met de straf die de verdachte bij vonnis van de politierechter rechtbank Noord-Nederland van 28 oktober 2019 is opgelegd, te weten een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis wegens bedreiging, wederspannigheid en vernieling op 16 juni 2019 in Coevorden.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op een rapport van de reclassering van 13 juli 2020. De reclassering ziet als risicofactoren het sociaal netwerk van verdachte en een gebrek aan structuur. Verdachte lijkt capabel genoeg om zijn leven op orde te brengen en wordt daarbij gesteund door zijn familie. Hoewel betrokkene geen hulpvraag heeft, heeft hij laten weten open te staan voor bemoeienis van de reclassering. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij reclassering en de gedragsinterventie GI-RN SOLO. Dit is een training waardoor verdachte meer grip op zijn leven kan krijgen door het aanpassen van denkpatronen en attitudes.

De rechtbank is van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats is. Een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zoals door de raadsman is bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank ziet, gelet op de proceshouding van verdachte en het ontbreken van een hulpvraag , geen reden om een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten, passend en geboden.

7.4

De in beslag genomen voorwerpen

Gelet op het ontbreken van een lijst van in beslag genomen en niet teruggegeven goederen zal de rechtbank zich ten aanzien van het beslag van een oordeel onthouden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummers 08.045304.20, 08.307009-19 en 08.041275-20 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 08.045304.20:

Het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B

van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Parketnummer 08.307009-19:

Het misdrijf: mishandeling;

Parketnummer 08.041275-20:

Het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een

ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

meermalen gepleegd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. S.H. Peper en

mr. J. Mulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2020.

Mr. R.M. van Vuure is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal dan wel tapgesprekken dan maken deze onderdeel uit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van voorgeleiding opgesteld op 20 februari 2020 dan wel het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal raadkamer opgesteld op 2 maart 2020 door verbalisant [verbalisant 5] .

2 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] opgemaakt op 20 februari 2020 in combinatie met de bijlage tapgesprekken drugs, waaruit blijkt dat telefoonnummer [telefoonnummer 5] behoort bij een telefoon die is aangetroffen in de auto bij aanhouding van verdachte en [medeverdachte 2] .

3 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 1] , opgemaakt op 20 februari 2020 door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] .

4 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , opgemaakt op 20 februari 2020 door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] .

5 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 316, pagina 18 van 107.

6 Bijlage (sessiegesprek 409) bij proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] van 28 februari 2020.

7 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 428, pagina 20 van 107.

8 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummers 465 en 466, pagina 21 van 115.

9 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 505, pagina 23 van 107.

10 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 515, pagina 24 van 1107.

11 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 527, pagina 25 van 107.

12 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 539, pagina 26 van 107.

13 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 646, pagina 27 van 107.

14 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 648, pagina 27 van 107

15 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 684, pagina 30 van 107.

16 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 685, pagina 30 van 107.

17 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 715, pagina 32 van 107.

18 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 716, pagina 32 van 107.

19 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 749, pagina 34 van 115.

20 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 865, pagina 53 van 115.

21 Bijlage tapgesprekken drugs, sessiegesprek 872, pagina 55 van 115.

22 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 1394, pagina 54 van 107.

23 Bijlage tapgesprekken drugs, sessiegesprek 1570, pagina 66 van 107.

24 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 1586, pagina 67 van 107.

25 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 1600, pagina 69 van 107.

26 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 1715, pagina 89 van 107.

27 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 1679, pagina 83 van 107.

28 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 1896, pagina 3 van 10.

29 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 738, pagina 13 van 107.

30 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 4338, pagina 41 van 107.

31 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 4579, pagina 68 van 115.

32 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 5764, pagina 57 van 107.

33 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 5867, pagina 89 van 115.

34 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 27593, pagina 8 van 8.

35 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 10, pagina 58 van 107.

36 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 30, pagina 79 van 107.

37 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 125, pagina 98 van 107.

38 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 166, pagina 1 van 8.

39 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 174, pagina 113 van 115.

40 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 235, pagina 4 van 8

41 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 261, pagina 6 van 8.

42 Bijlage tapgesprekken drugs, sessienummer 290, pagina 8 van 8.

43 Bijlage 6 (sessienummer 316) bij proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 februari 2020.

44 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] op 25 februari 2020.

45 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] op 26 februari 2020.

46 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] op 23 februari 2020.

47 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] op 27 februari 2020.

48 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] op 28 februari 2020

49 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] op 22 februari 2020

50 Proces-verbaal van bevindingen inhoudende de verklaring van getuige [getuige 7] , opgemaakt op van 30 januari 2020 door verbalisant [verbalisant 8] .

51 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie Eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2019376322. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

52 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie Eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2020073186. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.