Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2694

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
18-08-2020
Zaaknummer
07/005011-95
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Er komt een einde aan de tbs-behandeling van de 51-jarige man die Alide van Eerten doodde. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling – na 22 jaar – nu stopgezet kan worden. De officier van justitie had aan de rechtbank Overijssel gevraagd om de maatregel te verlengen met één jaar. Zowel de psychiater als de reclassering hebben vertrouwen in de man en zijn er van overtuigd dat de tbs kan worden beëindigd. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 07/005011-95

Datum uitspraak: 18 augustus 2020

Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 te Amsterdam,

thans verblijvende te [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

1 De aanleiding

Betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 juni 1995 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van het misdrijf: doodslag.

Bij beslissing van deze rechtbank van 6 mei 2019 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Bij die beslissing zijn betreffende het gedrag van betrokkene voorwaarden gesteld.

De terbeschikkingstelling is ingegaan op 16 maart 1998. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 6 mei 2019 en eindigt, behoudens nadere voorziening, op 16 maart 2020.

2 De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:

  • -

    het verlengingsadvies TBS van Reclassering Nederland, daterend uit januari 2020, opgemaakt en ondertekend door [naam 1] , reclasseringswerker, en [naam 2] , unitmanager;

  • -

    het voortgangsverslag van Reclassering Nederland van 9 maart 2020 over de periode 6 november 2019 tot en met 4 maart 2020, opgemaakt en ondertekend door [naam 3] , reclasseringswerker en [naam 4] , unitmanager;

  • -

    het voortgangsverslag van Reclassering Nederland van 9 juni 2020 over de periode 4 maart 2020 tot en met 4 juni 2020, opgemaakt door [naam 3] , reclasseringswerker;

  • -

    de TBS-verlengingsrapportage van 8 januari 2020 opgemaakt door drs. [naam 5] , forensisch psychiater.

3 De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 10 februari 2020 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met één jaar.

Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 31 maart 2020 en 4 augustus 2020.

De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. V.S. Nolet, advocaat te ’s Gravenhage;

  • -

    de officier van justitie mr. N. Menouar;

  • -

    mevrouw [naam 3] , reclasseringswerker, verbonden aan Reclassering Nederland, als deskundige;

  • -

    de heer [naam 1] , reclasseringswerker, verbonden aan Reclassering Nederland, als deskundige;

- de heer drs. [naam 5] , forensisch psychiater, die aanwezig was via een Skype-verbinding, als deskundige.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met een jaar.

Betrokkene en zijn raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden kan worden beëindigd en dat de vordering van de officier van justitie aldus moet worden afgewezen. De raadsman heeft de rechtbank verzocht direct uitspraak te doen.

4 De beoordeling

De vordering is op 10 februari 2020 ingediend. Dit is tijdig.

De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek

van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.

De rechtbank neemt bij haar overwegingen de over betrokkene opgemaakte rapportage van de psychiater, de rapportages en voortgangsverslagen van de reclassering en de toelichting van de deskundigen ter zitting in aanmerking.

Het rapport van de psychiater houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.

Betrokkene is een 51-jarige man met een laaggemiddelde intelligentie. Hij was een in de kern sterk wantrouwende en krenkbare man die kritiek op zijn persoon en gedrag niet verdroeg. Als hij wel kritiek kreeg reageerde hij sterk externaliserend om zo zijn eigen aandeel niet onder ogen te hoeven zien. Thans reageert hij veel minder heftig en is als persoon een stuk milder geworden, zeker nu hij meer vrijheid heeft en meer zijn eigen gang kan gaan. Er is nog wel sprake van een zwakke persoonlijkheidsstructuur, die beschreven kan worden als een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en paranoïde trekken. De ernst van die persoonlijkheidsstoornis is door de zeer langdurige behandeling – en zeker met het stijgen van de leeftijd – afgenomen, zoals ook naar voren komt in het huidig functioneren. Betrokkene zit aan zijn behandelplafond en het is de afgelopen jaren gelukt een resocialisatietraject te doorlopen.

Betrokkene woont vanaf 14 januari 2019 in een beschermde woonvorm van Kwintes met woonbegeleiding en begeleiding van de reclassering. Betrokkene functioneert redelijk binnen de beschermde woonvorm, mede dankzij een op hem afgestemde bejegening waarbij rekening wordt gehouden met zijn autonomieproblematiek.

Voor wat betreft de toekomst is het van belang dat betrokkene voorlopig in een beschermde woonvorm blijft wonen waar de begeleiding om kan gaan met zijn autonomiegevoeligheid. Het is voor het risicomanagement van belang dat betrokkene daginvulling blijft houden, geen middelen gebruikt dan wel beperkt alcohol, geen criminele feiten pleegt en gemonitord wordt voor wat betreft irritatie en boosheid, middelengebruik en in het geval hij een nieuwe relatie krijgt. Onder de huidige beschermende omstandigheden schat de psychiater het recidiverisico in als laag. De psychiater adviseert de maatregel niet meer te verlengen op voorwaarde dat er begeleiding door Kwintes aanwezig blijft.

Uit het verlengingsadvies en de voortgangsverslagen van de reclassering blijkt dat betrokkene

op meerdere fronten een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Vanuit het transmuraal verlof is vanaf 2018 toegewerkt naar het wonen in de beschermde woonvorm van Kwintes. Er is sprake geweest van een grotendeels meewerkende houding. Betrokkene zoekt bij Kwintes de begeleiding structureel op en bespreekt zijn irritaties. Betrokkene werkt sinds 1 oktober 2019 bij [bedrijf] B.V. en zijn enthousiasme en motivatie in het werk is onveranderd hoog. Er zijn nimmer klachten bij de reclassering over betrokkene binnengekomen.

Het alcoholgebruik van betrokkene staat onder de aandacht van de reclassering. Betrokkene heeft in augustus en november 2019 twee keer positief gescoord op alcoholgebruik. Betrokkene is eerlijk geweest over het alcoholgebruik en het gebruik is minimaal geweest. De reclassering heeft vervolgens afspraken met betrokkene over het alcoholgebruik gemaakt en daar heeft betrokkene zich aan gehouden. Kijkende naar zijn relatieontwikkeling ziet de reclassering gunstige pijlers voor de toekomst, omdat betrokkene inzichtelijk heeft gemaakt dat hij in staat is tijdig adequate en gezonde beslissingen hierin te nemen. De reclassering heeft geconcludeerd dat het behandelplafond is bereikt, kijkend naar de langdurige TBS geschiedenis van betrokkene. Zolang betrokkene bij Kwintes verblijft is ondersteuning in diverse praktische zaken gewaarborgd. In het verlengingsadvies, daterend uit januari 2020, stelt de reclassering zich op het standpunt dat zij het prematuur vindt de maatregel te beëindigen. Zij wenst de huisvesting van betrokkene en het mogelijk toestaan van gecontroleerd alcoholgebruik verder te monitoren.

De reclassering schat het recidiverisico in als laag. De laatste jaren is geen sprake meer van delictpleging en betrokkene gaat op adequate wijze om met zijn vrijheden. Betrokkene is afsprakentrouw gebleken en er zijn voldoende beschermende factoren.

Ter terechtzitting van 4 augustus 2020 is door de deskundigen [naam 3] en [naam 1] , reclasseringsmedewerkers, een toelichting gegeven op bovenstaand advies.

Deskundige [naam 3] heeft onder meer verklaard dat het advies van januari 2020 was opgesteld voor de zitting van 31 maart 2020, die is aangehouden in verband met de coronamaatregelen. Hoewel in het TBS Casuïstiek Overleg (hierna: TCO) in januari 2020 is geconcludeerd dat een beëindiging van de TBS-maatregel prematuur is, staan deskundigen [naam 3] en [naam 1] op het standpunt dat de maatregel kan worden beëindigd. In het TCO was de conclusie dat betrokkene nog langere tijd gemonitord zou moeten worden inzake de overgang naar zelfstandig wonen en inzake het alcoholgebruik. [naam 3] heeft aangevoerd dat zij er vertrouwen in heeft dat betrokkene zich bij een beëindiging van de TBS-maatregel voldoende door Kwintes zal laten begeleiden, ook in geval van overgang naar zelfstandig wonen in de toekomst. Betrokkene heeft een vaste begeleider bij Kwintes, waarmee hij een goed contact heeft. Betrokkene kan nog drie jaar blijven wonen bij Kwintes, omdat de financiering via de gemeente geregeld is. De laatste drie maanden is het alcoholgebruik van betrokkene gemonitord en ook daar zijn geen zorgelijke signalen. Betrokkene heeft aangetoond dat hij verantwoord kan omgaan met zijn alcoholgebruik. [naam 3] ziet dan ook geen meerwaarde in een verdere verlenging van de terbeschikkingstelling.

Deskundige [naam 1] heeft zich bij zijn collega aangesloten en toegelicht dat betrokkene zolang hij bij Kwintes woont zal worden begeleid en de nazorg zal blijven voortduren. [naam 1] heeft verklaard dat hij ervan overtuigd is dat betrokkene zelf hulp zal zoeken door in gesprek te gaan met de begeleiding op het moment dat dat nodig is.

Deskundige [naam 5] heeft ter terechtzitting zijn rapportage toegelicht en aangevuld. Hij heeft verklaard dat het contact met betrokkene goed verloopt zolang zijn autonomie wordt gerespecteerd. Betrokkene pakt zijn eigen verantwoordelijkheden goed op en heeft grote ontwikkelingen doorgemaakt. De huidige woonvorm waarin betrokkene verblijft is een prima omgeving voor betrokkene. Er is nog enige vorm van begeleiding en ondersteuning als dat nodig is en daarnaast veel respect voor zijn vrijheid en autonomie. [naam 5] heeft er alle vertrouwen in dat betrokkene in staat is de gunstige ontwikkelingen te bestendigen, ook als de beschermende woonvorm er straks niet meer is. [naam 5] heeft verklaard dat hij blijft bij het advies dat hij in het rapport van 8 januari 2020 heeft gegeven.

Het oordeel van de rechtbank

Betrokkene heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij de begeleiding en hulp bij Kwintes waardeert en dat hij zeker nog een langere periode bij Kwintes wil blijven wonen. Hij heeft werk dat hem goed bevalt en hij heeft fijne collega’s. Hij heeft aangegeven dat hij graag verder wil met zijn leven zonder de maatregel.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene flinke stappen heeft gezet en een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zowel de psychiater als de reclassering hebben vertrouwen in betrokkene en zijn er van overtuigd dat de maatregel terbeschikkingstelling kan worden beëindigd, onder voortzetting van de huidige omstandigheden. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat en er zijn voldoende beschermende factoren. De rechtbank sluit zich aan bij het vertrouwen dat de deskundigen hebben in betrokkene. Nu alsdan niet meer wordt voldaan aan het gevaarscriterium, ziet de rechtbank aanleiding het advies van de deskundigen te volgen en de vordering van de officier van justitie af te wijzen, waarmee de terbeschikkingstelling wordt beëindigd.

5 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar waardoor de terbeschikkingstelling, zodra deze beslissing onherroepelijk is, zal zijn geëindigd.

Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. M.B. Werkhoven en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. de Bruin, als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2020.

Buiten staat

Mr. M. B. Werkhoven is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.