Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2602

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-08-2020
Datum publicatie
06-08-2020
Zaaknummer
08-760084-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tbs voor de duur van 2 jaar.

De rechtbank heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de maatregel met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Hetgeen de raadsman namens de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, vormt voor de rechtbank geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank is van oordeel dat er nog veel stappen gezet moeten worden in het behandel- en vervolgtraject.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-760084-13

Datum uitspraak: 6 augustus 2020

Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Syrië)

verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen,

hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

1 De aanleiding

De terbeschikkinggestelde is bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 13 december 2013 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van het misdrijf: poging tot doodslag.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dat vonnis bij arrest van 17 juni 2014 bevestigd.

De terbeschikkingstelling is ingegaan op 2 juli 2014.

De maatregel is voor de laatste keer verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 9 augustus 2018 en zou, behoudens nadere voorziening, op 2 juli 2020 zijn geëindigd.

2 De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:

  • -

    het adviesrapport van de kliniek FPC Dr. S. van Mesdag (hierna: de kliniek) van 1 mei 2020, opgemaakt en ondertekend door [verpleegkundige] , verpleegkundig specialist GGZ en behandelcoördinator, [psychiater] , psychiater, directeur behandelzaken en plaatsvervangend hoofd van de inrichting en/of (namens deze) [eerste geneeskundige] eerste geneeskundige;

  • -

    de wettelijke aantekeningen over de periode van 9 april 2018 tot 14 april 2020.

3 De procedure

Het openbaar ministerie heeft op 29 mei 2020 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.

Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 23 juli 2020.

De rechtbank heeft ter zitting gehoord:

  • -

    de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Doorn;

  • -

    de officier van justitie mr. G. van Roermund;

  • -

    de deskundige L. Jonker, behandelcoördinator en GZ-psycholoog, verbonden aan de kliniek.

Vanwege de landelijke maatregelen die door de rechtspraak in verband met het Covid-19 virus zijn getroffen, zijn de terbeschikkinggestelde en de deskundige middels een Skype-verbinding gehoord.

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering gehandhaafd.

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben geen bezwaar tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling, mits de verlengingstermijn wordt beperkt tot een jaar. De raadsman voert daartoe aan dat een verlenging met een jaar de terbeschikkinggestelde

gemotiveerd houdt en hem perspectief biedt. De afgelopen maanden heeft de terbeschikkinggestelde progressie geboekt. Hij zou graag zelf zijn medicatie willen beheren en zou graag zien dat de kliniek hem daarin vertrouwt.

4 De beoordeling

De vordering is op 29 mei 2020 en dus tijdig ingediend.

De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek

van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.

De rechtbank neemt bij haar overwegingen het over de terbeschikkinggestelde opgemaakte verlengingsadvies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter zitting in aanmerking.

Het verlengingsadvies van de kliniek

In het verlengingsadvies is – zakelijk weergegeven – het volgende vermeld.

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van schizofrenie en een stoornis in cannabisgebruik (ernstig, gedeeltelijk in remissie in een gereguleerde omgeving).

De afgelopen jaren is door een gebrek aan ziekte-inzicht, verzet tegen de anti psychotische medicatie en frequent softdrugsgebruik sprake van een moeizame behandeling van de kernproblematiek en zijn de risico’s op terugval in delictgerelateerd gedrag niet ingeperkt.

Verloven hebben grotendeels geen doorgang gevonden in verband met medicatiewijziging, beperkingen als gevolg van softdrugsgebruik en/of het niet consequent innemen van de voorgeschreven medicatie.

Sinds 19 maart 2020 is de terbeschikkinggestelde middels een a-dwangbehandeling ingesteld op Clozapine. Een betere instelling op medicatie zou ervoor kunnen zorgen dat andere behandelingen meer effect hebben. De terbeschikkinggestelde blijft zich echter verzetten tegen de medicatie. De behandelinspanningen die in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden hebben geen significante verandering teweeggebracht in zijn weerstand tegen de psychiatrie en medicatie.

De komende periode koerst de kliniek op een plaatsing op een behandelafdeling om daar,

adequaat ingesteld op medicatie, verder te stabiliseren. Daarna zal opnieuw verlof worden

aangevraagd en zal worden toegewerkt naar een opname in de FPA Zuidlaren.

De verwachting is dat de terbeschikkinggestelde nog geruime tijd afhankelijk zal blijven van begeleiding en structuur. Het recidiverisico wordt zonder het kader van de terbeschikkingstelling als hoog ingeschat. De kliniek adviseert de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.

De toelichting van de deskundige ter zitting

De deskundige heeft het advies ter zitting gehandhaafd en heeft – zakelijk weergegeven – aanvullend het volgende opgemerkt.

Het gebruik van medicatie is een van de belangrijkste pijlers voor behandeling. De terbeschikkinggestelde lijkt nu goed te zijn ingesteld op medicatie, functioneert aanzienlijk beter en is meewerkend en vriendelijk. Indien de terbeschikkinggestelde de medicatie goed blijft innemen zal er in september 2020 opnieuw begeleid verlof worden aangevraagd. Gelet op de nog te nemen stappen is een verlenging van kortere duur dan twee jaren niet realistisch voor het beoogde resocialisatietraject.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Tot op heden is door het gebrek aan ziektebesef en -inzicht en de ambivalente houding met betrekking tot medicatiegebruik sprake van een moeizame behandeling van de kernproblematiek. De terbeschikkinggestelde stelt zich, sinds hij door de dwangbehandeling is ingesteld op clozapine, meewerkend op. Dat is een positieve ontwikkeling, maar nog geen bestendige situatie. Ter zitting heeft de terbeschikkinggestelde gezegd dat hij zich niet kan verenigen met de voorgeschreven dosering en dat hij zijn medicatie in eigen beheer wil hebben.

Het recidiverisico is hoog zonder het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling. Naar het oordeel van de rechtbank zal er nog lange tijd nodig zijn om de terbeschikkinggestelde volledig en bestendig te resocialiseren. Dat traject dient geleidelijk en zorgvuldig te verlopen, waarbij het van groot belang is dat de terbeschikkinggestelde zijn medicatie blijft innemen. Als dat goed blijft gaan, komen volgende stappen in beeld, zoals het aanvragen en praktiseren van begeleid verlof. De problematiek van de terbeschikkinggestelde maakt dat de te nemen stappen binnen het huidige kader van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging moeten plaatsvinden.

De rechtbank heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de maatregel met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Hetgeen de raadsman namens de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, vormt voor de rechtbank geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank is van oordeel dat er nog veel stappen gezet moeten worden in het behandel- en vervolgtraject. De rechtbank ziet in het voorgaande grond voor verlenging van de maatregel met een termijn van twee jaren.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verlengt de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met twee jaren.

Aldus gegeven door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. C. Verdoold en

mr. M. van Berlo, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 augustus 2020.