Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2572

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-08-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
08-770083-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 30-jarige man uit Rusland is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor het smokkelen van 61 kilo drugs. De man werd eind 2019 langs de A1, bij de grens met Duitsland, gecontroleerd door de Koninklijke Marechaussee. In zijn bestelauto werden 8 dozen met in totaal 61 kilo hennep gevonden.

Op 12 december vond er een controle plaats in verband met bestrijding van illegale immigratie en verblijf. De Koninklijke Marechaussee voerde deze controle uit. De Rus reed in een gehuurde bestelbus met een Duits kenteken en werd gecontroleerd. In de laadruimte van de bestelbus bevonden zich 8 dozen. Volgens de bestuurder spullen van een vriendin. In werkelijkheid ging het om 61 kilo hennep.

Dat de man een vriendin een dienst zou bewijzen door haar te helpen met een verhuizing naar Nederland vindt de rechtbank volkomen ongeloofwaardig. De man heeft geen antwoord willen – of kunnen geven – op eenvoudige vragen zoals de naam van de vriendin, het afleveradres in Nederland en waarom er 3 mobiele telefoons in de gehuurde auto. De rechtbank Overijssel oordeelt dan ook dat de man wel moest weten welke goederen hij vervoerde en dat hij zich bezig hield met strafbare feiten. Hij wilde een bijdrage leveren aan de lucratieve internationale handel in drugs. Dat het niet is gelukt is de verdienste van de Koninklijke Marechaussee.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De landelijke oriëntatiepunten voor bezit van softdrugs schrijven een gevangenisstraf voor van 12 maanden wanneer het gaat om een hoeveelheid van 25 kilo tot 250 kilo. De Rus was niet alleen in het bezit van de drugs maar hij heeft zich ook schuldig gemaakt aan de invoer. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 14 maanden geëist. Vanwege de ernst van het feit, het gegeven dat de man geen openheid van zaken geeft en zijn werkwijze aanwijzingen bevat voor een bedrijfsmatige en berekenende aanpak komt de rechtbank tot een hogere straf dan de eis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-770083-19 (P)

Datum vonnis: 3 augustus 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [plaats 1] (Rusland),

wonende aan [adres] ,

nu verblijvende in P.I. Ter Apel, HvB te Ter Apel.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 juli 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. P. Koreman en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J. De Vries, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 december 2019 opzettelijk 61 kilo hennep heeft ingevoerd en/of aanwezig heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 12 december 2019 te De Lutte opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of aanwezig heeft gehad ongeveer 61 kilogram hennep, in elk geval een (grote) hoeveelheid hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op 12 december 2019 voerde de Koninklijke Marachaussee controle uit (in het bijzonder in verband met bestrijding van illegale immigratie en verblijf) aan de Rijksweg A1 in De Lutte. Verdachte (op dat moment nog niet als zodanig aangemerkt) bestuurde een Ford Transit Courier met een Duits kenteken en werd gecontroleerd. Hij overhandigde een geldig Russisch paspoort en een visum. Verbalisant vroeg aan de bestuurder of hij in de gesloten laadruimte mocht kijken. Verdachte opende de deur en de verbalisanten zagen meerdere gesloten dozen in de laadruimte liggen. De verbalisant vroeg verdachte om een doos te openen. Verdachte vond dit geen probleem en opende een doos. De verbalisanten zagen in de doos een aantal zilverkleurige zakken zitten. De verbalisant relateert dat hij deze zakken direct herkende als zakken waarin stofdrugs wordt vervoerd. Verdachte is vervolgens gevraagd om een zak uit deze doos te openen. Verdachte zei dat hij dit wel wilde, maar dit niet kon omdat hij geen mes had om het te openen. De verbalisant vroeg of hij de zak mocht openen, waarop verdachte zei dat dit mocht. De verbalisanten troffen vervolgens marihuanatoppen in de zak aan. Uit verder onderzoek is gebleken dat de totale inhoud van de acht dozen en zakken 61 kilogram hennep betrof. Uit het huurcontract blijkt dat verdachte het voertuig in Berlijn heeft gehuurd. In het voertuig zijn verder drie mobiele telefoons en een treinkaartje van Hamburg naar Berlijn aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij de dozen vervoerde voor een vriendin die ging verhuizen en dat hij geen wetenschap had van de goederen die zich in de dozen bevonden.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft hij primair aangevoerd dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim waardoor het aantreffen van de henneptoppen van het bewijs dient te worden uitgesloten. Volgens de raadsman had de controle moeten stoppen op het moment dat aan verdachte werd gevraagd om de doos uit de laadruimte van het voertuig te openen, omdat op dat moment geen sprake was een redelijke verdenking ter zake illegale immigratie en verblijf. Daarnaast is voorzichtigheid geboden bij een Russische sprekende verdachte, waarmee - zonder bijstand van een tolk - in de Engelse taal wordt gecommuniceerd. Het is de vraag of de verdachte wel wist en/of begreep waarvoor hij precies toestemming gaf en voorts of hij wel of niet verplicht was mee te werken aan het onderzoek naar de inhoud van de dozen. Subsidiair dient verdachte van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken vanwege het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op de invoer dan wel het aanwezig hebben van drugs.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Vormverzuim

Ten eerste ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of er sprake is van een vormverzuim en zo ja, of dit vormverzuim het vervolg moet hebben dat het aantreffen van de marihuana van het bewijs moet worden uitgesloten.

De rechtbank stelt voorop dat zij geen reden heeft om te twijfelen aan de gang van zaken zoals is beschreven in de processen-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, zoals in de inleiding is weergegeven. Hieruit blijkt dat verdachte desgevraagd zelf de deuren van het voertuig en een doos heeft geopend, zodat uit zijn handelwijze al blijkt dat hij begreep wat de verbalisanten vroegen. Daarna heeft hij de verbalisant toestemming gegeven om een zak te openen. De rechtbank heeft geen feiten of omstandigheden vastgesteld op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat de verbalisanten buiten de aan hen toegekende bevoegdheden hebben gehandeld. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat verdachte de Engelse taal niet of niet voldoende machtig was om niet te begrijpen wat hem werd gevraagd of waarover werd gesproken. Uit de gedragingen van verdachte kan zelfs worden afgeleid dat hij wel degelijk begreep of moest begrijpen waarover op dat moment werd gesproken, gelet op het proces-verbaal van 18 december 2019. Hieruit blijkt immers dat verdachte tijdens het transport in de Engelse taal communiceerde over hoe veel jaar gevangenisstraf hij zou kunnen krijgen, alsmede over de beschikbaarheid van vegetarisch voedsel in de gevangenis.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een vormverzuim. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman tot bewijsuitsluiting.

Opzettelijk invoeren en aanwezig hebben

Het opzettelijk invoeren en aanwezig hebben houdt in dat verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid en de invoer van een goed, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot precieze eigenschappen en kenmerken van dat goed (waaronder begrepen de precieze omvang van het goed) of tot de exacte locatie daarvan. Voor bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat verdachte zulke bewustheid heeft gehad.

De rechtbank is van oordeel dat deze gedragingen van verdachte in de gegeven context naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als het opzettelijk invoeren van 61 kilo softdrugs, tenzij de verdachte voor zijn gedragingen een aannemelijke verklaring geeft om deze vaststelling te ontzenuwen.

Van verdachte mag een redelijke verklaring worden gevergd omtrent de aangetroffen hennep in zijn (gehuurde) voertuig. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 12 december 2019 met de trein van Hamburg naar Berlijn is gegaan, het voertuig, een bestelbus, in Berlijn heeft gehuurd en voor een vriendin (die ging verhuizen) de goederen naar Nederland vervoerde. Dit deed hij naar eigen zeggen als hobby en als vriendendienst, waarvoor hij een (kleine) onkostenvergoeding kreeg, terwijl hij zelf een gering inkomen heeft. Hij had de sleutels van het voertuig aan die vriendin gegeven op een parkeerplaats in Berlijn, waarna hij naar een supermarkt is gegaan of is gaan bellen, en vervolgens zouden de goederen door iemand – buiten zijn aanwezigheid – in het voertuig zijn geladen. Dit is volgens hem binnen een tijdsbestek van één uur gebeurd. Verdachte heeft naar eigen zeggen, voorafgaand aan het grensoverschrijdend vervoer met de bestelbus, geen enkele navraag gedaan. De rechtbank overweegt dat verdachte geen antwoord heeft willen of kunnen geven op eenvoudige en basale vragen zoals de naam van de vriendin waarvoor hij de goederen vervoerde, wie de persoon was die de goederen in de auto heeft geladen en wat het afleveradres in Nederland was dan wel op welke wijze hij te horen zou krijgen wat het afleveradres in Nederland was, terwijl er drie telefoons in de auto zijn aangetroffen.

De rechtbank acht gelet op de voornoemde omstandigheden in dat verband het door verdachte geschetste scenario volstrekt ongeloofwaardig. Gelet hierop en in het licht van hetgeen hiervoor is vooropgesteld, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wist of heeft moeten hebben geweten wat er zich in zijn auto bevond.

De rechtbank acht daarom de opzettelijke invoer van 61 kilo hennep bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 december 2019 te De Lutte opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en aanwezig heeft gehad ongeveer 61 kilogram hennep, zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 11 juncto artikel 3 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder A en C, van de Opiumwet, gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstaf wordt opgelegd voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bij een bewezenverklaring verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte tot aan het moment van de terechtzitting in voorarrest heeft gezeten. Hieraan kan eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf worden gekoppeld (dat aansluit bij de datum van het in Finland verleende visum) zodat aan verdachte een stok achter de deur wordt geboden om niet nogmaals een dergelijk feit te plegen. Voorts heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte een first-offender is, openheid van zaken heeft gegeven en inzicht heeft in de strafwaardigheid van zijn handelen.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer en het aanwezig hebben van 61 kilogram henneptoppen. Met zijn handelen heeft verdachte getracht een bijdrage te leveren aan de lucratieve (internationale) handel in drugs, die niet alleen leidt tot ontwrichting van het beleid dat in betrokken landen wordt gevoerd om het drugsgebruik te reguleren, maar bovenal een negatieve uitwerking heeft op de reeds bestaande maatschappelijke problematiek die is verbonden aan de handel in en het gebruik van verdovende middelen. De productie, verspreiding en het handelen in verdovende middelen gaat in het algemeen gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Verdachte heeft hierin een rol willen spelen en dit neemt de rechtbank hem kwalijk. Dat het niet is gelukt is enkel de verdienste van de opsporingsinstanties.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 22 mei 2020. Hieruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten ten aanzien van softdrugs zien slechts op het aanwezig hebben hiervan, waar als uitgangspunt een gevangenisstraf van 12 maanden wordt gehanteerd bij een hoeveelheid van 25 kilo tot 250 kilo. Nu verdachte zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan de invoer van 61 kilogram softdrugs, ziet de rechtbank aanleiding om over te gaan tot oplegging van een hogere straf dan hiervoor vermeld.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de hoogte van de straf als volgt. Verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven, waardoor zijn precieze rol in het geheel onduidelijk is gebleven. Wel is duidelijk geworden dat hij betrokken is (geweest) bij een grensoverschrijdend drugstransport waarbij de wijze van opereren en de wijze van verpakken aanwijzingen bevat voor een bedrijfsmatige en berekenende aanpak. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit en de hiervoor geschetste omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd, een hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist, passend en geboden is. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf en wel voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen en op artikel 91 van het wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder A en C, van de Opiumwet, gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en
mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2020.

Mr. E. Koning, mr. J. Wentink en mr. M. Melaard zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Koninklijke Marachaussee, Landelijk Tactisch Commando Brigade Oostgrens-Noord, met nummer PL27NN/20-000231. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

- Het proces-verbaal van 12 december 2019, voor zover van belang inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 19 en 20):

Op donderdag 12 december 2019 heb ik een Ford Transit Courier met het Duitse kenteken [kenteken] , staande gehouden op de afslag de Lutte aan de A1. De bestuurder overhandigde ons een Russisch paspoort en visum op naam van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [plaats 2] .

Omdat de bestuurder, [verdachte] , van het voertuig in een gesloten bestelauto reed is in de Engelse taal gevraagd wat hij met dit voertuig vervoerde, hoorden wij verbalisanten bestuurder [verdachte] zeggen: "ik vervoer spullen van mijn vriendin". Hierop heb ik gevraagd of de bestuurder dit aan ons verbalisanten kon laten zien. Hierop is bestuurder [verdachte] uitgestapt uit zijn voertuig en opende de achterportieren van het voertuig voornoemd. Hierop zagen wij, verbalisanten, een 8-tal bruin kleurige kartonnen dozen achter in het voertuig staan. Door verbalisant is aan bestuurder [verdachte] gevraagd om een doos te openen omdat niet zichtbaar was, wat hierin zat. Wij hoorden bestuurder [verdachte] zeggen, dat hij dit wel wilde doen en wij zagen dat hij 1 van deze 8 dozen open maakte. Hierop, zagen wij, verbalisanten, dat in de doos een aantal zilverkleurige zakken zaten. Ik herkende deze zakken direct als zijnde zakken waarin stoffen worden gedaan en vervoerd die genoemd zijn in artikel 3 lijst 2 van de Opiumwet. Hierop heb ik, verbalisant, aan bestuurder [verdachte] gevraagd om 1 zo'n zak te openen uit deze doos. Wij, verbalisanten, hoorden bestuurder [verdachte] zeggen, dat hij dit wel wilde maar dit niet kon want hij had geen mes om het te openen. Hierop heb ik, verbalisant, gevraagd of ik deze zak mocht openen, waarop wij bestuurder [verdachte] zeggen " Ja, dit mag". Hierop heb, verbalisant, deze zilverkleurige zak aan de bovenzijde opengesneden. Ik zag dat er in deze zak, een vacuüm getrokken pakket, voorzien van doorzichtige folie met daarin vermoedelijk Marihuana toppen, genoemd in lijst van de Opiumwet.

- Het proces-verbaal sporenonderzoek van 20 december 2019, voor zover van belang inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 35 t/m 37):


Bevindingen
Bij het betreden van de ophoudcel zagen wij 8 dozen. Wij zagen dat er 1 doos geopend was. Wij zagen in deze doos zilverkleurige sealbags waarvan er 2 geopend waren. Wij zagen in deze sealbags transparante zakken met groenkleurig plantaardig materiaal, welke door ons ambtshalve herkend werd als hennep.

Wij, verbalisanten, hebben voor het onderzoek deze dozen gemarkeerd met de cijfers 1 tot en met 8. Wij zagen tijdens ons onderzoek dat 7 dozen 8 stuks zilveren sealbags bevatten en 1 doos 5 stuks zilveren sealbags (doos nr 4). Totaal ging het om 61 pakketten.

Wij zagen dat elk pakket was voorzien van een met rode stift/pen geschreven nummer/cijfer.
Pakket 1:TH9, MA1.6, SAN1.4, 7, 4, SAN1.2, TH4, TH8
Pakket 2:6, MA1.7, SAN2.1, MA1.4, SAN1.1, SAN1.19, SAN1.2, SAN2.2,
Pakket 3:MA1.5, SAN1.13, MA 1.8, SAN1.23, MA1.12, 3, SAN1.14, MA1.9
Pakket 4:SAN1,21, SAN1.18, TH11, TH1, SAN1.20
Pakket 5:SAN1.6, 8, TH2, MA1.11, MA1.2, MA1.10, SAN1.8, SAN1.13,
Pakket 6: MA1.5, 2, TH6, SAN1.11, SAN 1.3, SAN 1.5, SAN1.22 SAN1.16
Pakket 7: TH7, TH3, MA1.1, MA1.4, TH10, SAN1.7, SAN1.9, SAN 1.15
Pakket 8: MA1.13, Al.10, DV, TH5, 5, 9, MA1.3, V

Weging
Wij, verbalisanten, hebben op een niet geijkte weegschaal verschillende pakketten gewogen. Wij zagen dat bij alle pakketten het gewicht zo goed
als hetzelfde was. Wij zagen dat het bruto gewicht circa 1220 gram was. Bij het verwijderen van de zilverkleurige sealbag zagen wij dat het bruto
gewicht circa 1140 gram was en bij het verwijderen van beide transparante zakken zagen wij dat de netto inhoud circa 1000 gram was. In totaal ging
het hier om circa 61 kilo hennep-toppen.

Ten behoeve van het onderzoek hebben wij deze zakken veiliggesteld, verpakt, gewaarmerkt en voorzien van een SIN nummer. Van iedere doos hebben wij, ten behoeve van het onderzoek, 1 monstername genomen. Met uitzondering van doos nr 1 en nr 4, zijn er van iedere doos 8 zilverkleurige sealbags (laag 1), 8 transparante zakken (laag 2) en 8 transparante zakken (laag 3) veiliggesteld. Van doos nr 1 zijn de, door de collega's geopende zakken (laag 1 en laag 2) niet veiliggesteld. Van doos nr 4 zijn er 5 zilverkleurige sealbags (laag 1), 5 transparante zakken (laag 2) en 5 transparante zakken (laag 3) veiliggesteld.

Ten behoeve van het onderzoek hebben wij een indicatieve test gedaan
Inhoud getest met MMC test: Cannabis test
Batchnummer test: 132441 210
Test te gebruiken tot: 07-2020
Uitslag test: Positief, rode verkleuring
Verschijningsvorm/ strafbaarheidstelling: De test gaf een reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish, vermeld op lijst II van de Opiumwet.

De volgende sporendragers/sporen zijn door ons, verbalisanten, veiliggesteld en meegenomen voor verder onderzoek:

Verpakkingsmateriaal doos 1: AAMV7251NL

Monstername hennep doos 1: AAMV7318NL

Verpakkingsmateriaal doos 2: AAMV7284NL

Monstername hennep doos 2: AAMV7283NL

Verpakkingsmateriaal doos 3: AAMV7276NL

Monstername hennep doos 3: AAMV7277NL

Verpakkingsmateriaal doos 4: AAMV7312NL

Monstername hennep doos 4: AAMV7313NL

Verpakkingsmateriaal doos 5: AAMV7274NL

Monstername hennep doos 5: AAMV7275NL

Verpakkingsmateriaal doos 6: AAMV7314NL

Monstername hennep doos 6: AAMV7315NL

Verpakkingsmateriaal doos 7: AAMV7316NL

Monstername hennep doos 7: AAMV7317NL

Verpakkingsmateriaal doos 8: AAMV7319NL

Monstername hennep doos 8: AAMV7320NL

- Het schriftelijk bescheid van Douane Laboratorium, zijnde een rapport van 20 februari 2020, voor zover van belang inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 134):

Op 22-01-2020 ontving ik Een verzegelde plastic zak met daarin:

AAMV7318NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

AAMV7283NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

AAMV7277NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

AAMV7313NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

AAMV7275NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

AAMV7315NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

AAMV7317NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

AAMV7320NL) een plastic zakje met groen plantaardig materiaal

Het monster is in goede staat ontvangen en bevat voldoende materiaal om onderzocht te worden. Het onderzoek is gestart op 17-02-2020.

ONDERZOEK:

Bij het microscopisch onderzoek van het materiaal (HENNEPHARS, Q*) werden voor hennep kenmerkende botanische elementen gevonden. Met behulp van gaschromatografie met massaselectieve detectie (GCMS-THC) is vastgesteld dat het materiaal THC (tetrahydrocannabinol) en andere voor hennep kenmerkende stoffen bevat. Noch bij het macroscopisch, noch bij het microscopisch en gaschromatografisch onderzoek werden andere substanties aangetoond.

CONCLUSIE:

Het materiaal van alle bovenvermelde SIN-nummers bestaat uit hennep, als vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet. Deze substantie is vermeld op lijst II, behorende bij de Opiumwet'.

- Het proces-verbaal van 13 december 2019, voor zover van belang inhoudende, zakelijk weergegeven, (pag. 64 t/m 66):

De Ford werd volgens huurcontract gehuurd door verdachte [verdachte] .

Het verhuurbedrijf was, volgens huurcontract voornoemd, genaamd; [naam verhuurbedrijf] , [adres verhuurbedrijf] ,

Tevens werd verdachte [verdachte] als enige bestuurder van de Ford, in het huurcontract, genoemd.

Ingangsdatum huurcontract voornoemd; 12 december 2019 // 12:00 uur.

Einddatum huurcontract voornoemd; 15 december 2019 // 12:00 uur.