Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2560

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-07-2020
Datum publicatie
30-07-2020
Zaaknummer
C/08/251560 / KG ZA 20-149
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming reis Curaçao, vader woont op Curaçao, Covid-19, Unaccompanied Minor Service KLM

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/251560 / KG ZA 20-149

vonnis in kort geding van 24 juli 2020

inzake

[eiser] ,

verder te noemen: de man of de vader,

wonende te [plaats] (Curaçao),

eiser,

advocaat: mr. S.C.A. van Vlijmen,

en

[verweerder] ,

verder te noemen: de vrouw of de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

advocaat: mr. D. Beuving.

1 Het procesverloop

1.1.

De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 21 juli 2020;

- een op 22 juli 2020 binnengekomen brief van mr. Beuving van 22 juli 2020 met bijlagen;

- een op 22 juli 2020 binnengekomen e-mail van mr. Beuving met bijlage.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren via Skype plaatsgevonden op 23 juli 2020. Ter zitting zijn verschenen: de man, bijgestaan door

mr. Van Vlijmen en de vrouw bijgestaan door mr. Beuving. Namens de raad voor de kinderbescherming, verder te noemen: de raad, is verschenen de heer [A] .

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie zijn geboren:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,

1.2.

[minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010.

De man heeft voornoemde minderjarigen erkend. De man en de vrouw hebben het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vrouw heeft alleen het gezag over [minderjarige 3] .

2.2.

Bij beschikking van 8 april 2016 heeft deze rechtbank bepaald dat de inhoud van het door partijen op 25 december 2015 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking. Voorts is bepaald dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal voldoen.

3 De vordering in conventie

De man vordert de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren:

Primair:

I. de vrouw te veroordelen haar volledige medewerking te verlenen aan het invullen en

ondertekenen van de toestemmingsformulieren voor reizen met een minderjarig kind naar het buitenland en alle benodigde documenten bij te voegen (zoals die blijken uit het formulier) voor het verblijf van de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gedurende de periode van [datum] augustus 2020 tot en met [datum] augustus 2020 in Curaçao bij de man ( [het adres] te [plaats] , Curaçao);

waarbij door de rechtbank wordt bepaald dat de kinderen onder begeleiding van KLM (de Unaccompanied Minor Service) mogen vliegen, en de vrouw wordt veroordeeld de kinderen op [datum] augustus 2020 op Schiphol na het inchecken (in Vertrekhal 2 Balie 9) uiterlijk 2,5 uur voor vertrek van vlucht [vluchtnummer] naar Curaçao, over te dragen aan het KLM­personeel, waarbij de kinderen ieder in het bezit zijn van hun paspoort, het door de vrouw ondertekende toestemmingsformulier voor reizen met een minderjarig kind naar het buitenland (voorzien van alle bijlagen), hun negatieve Covid-19-PCR-test en gezondheidsverklaring alsmede hun vliegticket;

dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per dag of gedeelte daarvan dat de vrouw nalaat uitvoering te geven aan het ten deze te wijzen vonnis;

Subsidiair:

II. verzoekt de man de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor het verblijf van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende de periode van [datum] augustus 2020 tot en met [datum] augustus 2020 in Curaçao bij de man ( [het adres] te [plaats] , Curaçao),

alsmede de vrouw te veroordelen haar volledige medewerking te verlenen aan het invullen en ondertekenen van het toestemmingsformulier voor reizen met een minderjarig kind naar het buitenland en alle benodigde documenten bij te voegen (zoals die blijken uit dit formulier) voor het verblijf van [minderjarige 3] gedurende de periode van [datum] augustus 2020 tot en met [datum] augustus 2020 in Curaçao bij de man ( [het adres] te [plaats] , Curaçao),

waarbij door de rechtbank wordt bepaald dat de kinderen onder begeleiding van KLM (de Unaccompanied Minor Service) mogen vliegen, en de vrouw wordt veroordeeld de kinderen op [datum] augustus 2020 op Schiphol na het inchecken (in Vertrekhal 2 Balie 9) uiterlijk 2,5 uur voor vertrek van vlucht [vluchtnummer] naar Curaçao, over te dragen aan het KLM­personeel, waarbij de kinderen ieder in het bezit zijn van hun paspoort, het door de vrouw ondertekende toestemmingsformulier voor reizen met een minderjarig kind naar het buitenland (voorzien van alle bijlagen), hun negatieve Covid-19-PCR-test en gezondheidsverklaring alsmede hun vliegticket;

dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per dag of gedeelte daarvan dat de vrouw nalaat uitvoering te geven aan het ten deze te wijzen vonnis;

III. te bepalen dat in geval de vrouw weigert om binnen twee dagen na het ten deze te wijzen vonnis in kort geding uitvoering te geven aan hetgeen in dit vonnis is bepaald, het vonnis in de plaats treedt van de benodigde toestemming van de vrouw;

IV. de vrouw te veroordelen in de daadwerkelijke kosten van dit geding, waaronder begrepen de advocaatkosten van de man, alsmede de mogelijke nakosten.

4 Het verweer in conventie

4.1.

De vrouw stelt dat er geen overleg heeft plaatsgevonden over welk deel van de vakantie de kinderen met de man zouden doorbrengen en ook niet waar de omgang zou plaatsvinden. Volgens de vrouw kwam de wens van de man om de kinderen naar Curaçao te laten afreizen dan ook als een verrassing. De vrouw ontkent dat zij toestemming heeft gegeven voor de reis naar Curaçao. De vrouw heeft de man op verschillende momenten laten weten niet in te stemmen.

4.2.

Voor de vrouw is het geen optie om de kinderen met de KLM Unaccompanied Minor service (hierna: UM-service) te laten vliegen. Twee van de kinderen hebben PDD-NOS en het is voor hen niet te doen om een dergelijke lange vliegreis af te leggen zonder een ouder naast zich. Verder kampt [minderjarige 2] met een ernstige eetstoornis en zij is bij een kinderarts geweest. Zij is doorverwezen naar Mediant/Karakter. Mogelijk zal er een opname volgen. Een reis naar Curaçao is voor [minderjarige 2] geen optie.

4.3.

Volgens de vrouw houdt de man geen rekening met de risico’s rondom Covid 19. De vrouw wil het risico op besmetting voor de kinderen niet vergroten en zij wil niet het risico lopen dat er opnieuw een lockdown komt en de kinderen niet terug kunnen komen. Verder zijn er eind juni op Curaçao ongeregeldheden geweest.

5 De beoordeling

5.1

Gebleken is dat de man wenst dat de kinderen begin augustus twee weken naar Curaçao komen voor een vakantie. De vrouw wil hiervoor geen toestemming verlenen.
Deze omstandigheden maken dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat de man een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde voorziening. Hij kan dan ook worden ontvangen in zijn vordering.

5.2.

De voorzieningenrechter stelt vast dat ten tijde van de mondelinge behandeling en deze uitspraak volgens de Nederlandse overheid reizen vanuit Nederland naar Curaçao mogelijk is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in onderhavige situatie niet enkel sprake van een vakantie van een ouder met de kinderen. De vader woont op Curaçao en vast staat dat de vader en de kinderen elkaar al enkele maanden niet fysiek hebben gezien. Door Covid-19 was het vliegen tussen maart en juli 2020 niet mogelijk en heeft vader geen uitvoering kunnen geven aan het ouderschapsplan door naar Nederland te komen. De voorzieningenrechter acht het van groot belang dat de vader en de kinderen elkaar kunnen zien en tijd met elkaar kunnen doorbrengen. Voor een goede band tussen de vader en de kinderen is dit, ondanks de afstand, essentieel. Verder is het van belang dat de kinderen tijd kunnen doorbrengen met hun halfbroertje. Kinderen hebben recht op omgang met beide ouders. Dat betekent dat in deze situatie, waar de vader op Curaçao woont, een andere afweging aan de orde is, dan louter de vraag of een vakantie in Curaçao op dit moment het meest wenselijk is.

Hoewel de voorzieningenrechter begrip heeft voor de bezwaren van moeder om op dit moment te gaan vliegen, volgt de voorzieningenrechter het advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Vliegen wordt als veilig bestempeld, voor Curaçao geldt het reisadvies code ‘geel’ en de man heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven strikt de geldende hygiënemaatregelen in acht te zullen nemen. Indien de voorschriften in acht worden genomen dient een reis naar Curaçao als voldoende verantwoord aangemerkt te worden. Derhalve ziet de voorzieningenrechter in Covid-19 geen belemmering om de gevraagde toestemming te verlenen.

5.3.

In de gestelde ongeregeldheden op Curaçao eind juni jl. ziet de voorzieningenrechter evenmin reden om de toestemming te weigeren. Op grond van deze ongeregeldheden heeft de Nederlandse overheid geen negatief reisadvies afgegeven. Bovendien heeft de man naar voren gebracht dat hij verblijft in een zogenaamde “gated community” met 24 uur per dag bewaking. Het is aan de man om gedurende het verblijf van de kinderen bij hem voor hun veiligheid te zorgen. Er zijn geen aanwijzingen daar hij daartoe niet in staat zal zijn.

5.4.

Met betrekking tot [minderjarige 2] deelt de voorzieningenrechter de zorgen omtrent haar gewicht. Het is goed dat hiervoor hulp is gezocht en dat hier op korte termijn aan gewerkt gaat worden. De voorzieningenrechter begrijpt dat [minderjarige 2] hierdoor kwetsbaar is maar ziet onvoldoende redenen om hierdoor geen toestemming te verlenen voor de reis naar Curaçao. Vader heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat hij het eetprobleem van [minderjarige 2] serieus neemt en hij er op zal toezien dat [minderjarige 2] zo nodig de speciale “krachtvoeding” zal gebruiken.

5.5.

Gelet op vorenstaande oordeelt de voorzieningenrechter dat er geen bezwaren zijn voor het reizen van de kinderen naar Curaçao. De voorzieningenrechter zal verder niet ingaan op de discussie tussen partijen of er aanvankelijk wel of geen toestemming is gegeven voor de reis nu dit voor de onderhavige afweging niet relevant is.

5.6.

De voorzieningenrechter dient zich ten slotte uit te laten over de vraag of de kinderen kunnen vliegen met de UM-service van KLM of dat de vader de kinderen dient op te halen in Nederland en na de vakantie weer dient terug te brengen naar Nederland zoals hij tijdens de mondelinge behandeling heeft aangeboden, voor het geval de voorzieningenrechter anders de vordering zou afwijzen. De voorzieningenrechter leidt uit de informatie van KLM af dat zij deze service op dit moment aanbieden vanaf de leeftijd van 8 jaar. De kinderen van partijen zijn alle drie ouder dan 8 jaar en mede gelet op het feit dat zij vaker hebben gevlogen en ook eerder naar Curaçao zijn gevlogen, ziet de voorzieningenrechter geen belemmering in het vliegen met de UM-service van KLM. De raad heeft ter zitting ook aangegeven dat het reizen met de UM-service voor kinderen van deze leeftijd niet bezwaarlijk is. Normaliter ligt de leeftijdsgrens lager. Voor zover er bij twee van de kinderen sprake zou zijn van PDD-NOS is de voorzieningenrechter niet gebleken dat de aanwezigheid van een ouder bij het reizen noodzakelijk is.

5.7

Concluderend is de voorzieningenrechter van oordeel dat de man vervangende toestemming dient te krijgen voor het verblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende de periode van [datum] 2020 tot en met [datum] 2020 op Curaçao en de vrouw de toestemmingsverklaring voor [minderjarige 3] dient te ondertekenen zoals subsidiair is verzocht door de man. De vrouw dient hierbij mede te werken aan de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gestelde eisen zoals vermeld in het dictum. Nu de vrouw heeft aangegeven niet mee te zullen werken aan de primair gevraagde, praktische oplossing voor alle drie de kinderen, kan het primair gevraagd niet worden toegewezen.

5.8.

De voorzieningenrechter zal voorbijgaan aan het verzoek van de vrouw om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De voorzieningenrechter is van oordeel dat beide partijen en de kinderen gebaat zijn bij duidelijkheid, mede gelet op de te treffen voorbereidingen en het vertrek dat reeds gepland staat op [datum] a.s. De voorzieningenrechter wil hierbij de man wel in overweging geven om bij een eventuele wijziging van omstandigheden voor vertrek rekening te houden met de belangen van de kinderen. Tevens wil de voorzieningenrechter de man meegeven om te kijken naar de retourdatum van de vlucht van Curaçao naar Nederland zoals hij tijdens de mondelinge behandeling heeft toegezegd. De voorzieningenrechter acht het in het belang van de kinderen dat zij, mede gelet op het tijdverschil tussen Nederland en Curaçao, kunnen acclimatiseren voordat zij [datum] augustus 2020 weer naar school zullen gaan.

5.9.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de gevorderde dwangsom toe te wijzen omdat de voorzieningenrechter er niet van overtuigd is dat de vrouw uit eigen beweging zal meewerken.

5.10.

De voorzieningenrechter ziet geen reden voor toewijzing van de door de man verzochte veroordeling van de vrouw in de proceskosten van de onderhavige procedure. De voorzieningenrechter zal daarom, zoals te doen gebruikelijk in familierechtelijke aangelegenheden, de proceskosten tussen hen compenseren.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. verleent de man vervangende toestemming voor het verblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende de periode van [datum] augustus 2020 tot en met [datum] augustus 2020 in Curaçao bij de man ( [het adres] te [plaats] , Curaçao);

II. veroordeelt de vrouw haar volledige medewerking te verlenen aan het invullen en ondertekenen van het toestemmingsformulier voor reizen met een minderjarig kind naar het buitenland en alle benodigde documenten bij te voegen (zoals die blijken uit dit formulier) voor het verblijf van [minderjarige 3] gedurende de periode van [datum] augustus 2020 tot en met [datum] augustus 2020 in Curaçao bij de man ( [het adres] te [plaats] , Curaçao);

III. bepaalt dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder begeleiding van KLM (de Unaccompanied Minor Service) mogen vliegen, en bepaalt dat de vrouw de kinderen op [datum] augustus 2020 op Schiphol na het inchecken (in Vertrekhal 2 Balie 9) uiterlijk 2,5 uur voor vertrek van vlucht [vluchtnummer] naar Curaçao, dient over te dragen aan het KLM­personeel, waarbij de kinderen ieder in het bezit zijn van hun paspoort, het door de vrouw ondertekende toestemmingsformulier voor reizen met een minderjarig kind naar het buitenland (voorzien van alle bijlagen) ten aanzien van [minderjarige 3] , hun negatieve Covid-19-PCR-test en gezondheidsverklaring alsmede hun vliegticket;

IV. bepaalt dat de vrouw een dwangsom verbeurt van € 1.000 (duizend euro) per dag of gedeelte daarvan dat de vrouw nalaat uitvoering te geven aan het ten deze te wijzen vonnis met een maximum van € 10.000,- (tienduizend euro);

V. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VI. compenseert de kosten van de procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

VII. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. H.J.H. van Meegen, voorzieningenrechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.C.M. Heerdink als griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2020.

Een afschrift van dit vonnis wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in dit vonnis vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.