Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2268

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
8068041 CV EXPL 19-3376
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Grensoverschrijdend geschil. In geschil is de vraag of tussen partijen een overeenkomst is gesloten, op basis waarvan eiser heeft gefactureerd. Volgens eiser is dit het geval, gedaagde stelt dat er geen sprake is van een overeenkomst. Voor zover er wel sprake is van een overeenkomst stelt gedaagde dat deze door haar medewerker is gesloten, terwijl deze medewerker daartoe niet bevoegd is. Eiser is een Duitse partij, gedaagde is een Nederlandse partij.

De kantonrechter oordeelt dat hij bevoegd is van het geschil kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 Verordening (EU) 1215/2012.

Voorts is Verordening (EG) 593/2008 van belang voor de vraag welk recht van toepassing is op de beoordeling van het geschil: Nederlands of Duits recht? De kantonrechter oordeelt dat uit deze verordening volgt dat het materiële geschil naar Duits recht moet worden beoordeeld, voor zover moet worden geoordeeld dat er tussen partijen een overeenkomst is gesloten. Verder is ingevolge die verordening het Nederlands procesrecht van toepassing. Voorts moet de vraag of er überhaupt een overeenkomst is gesloten eveneens naar Nederlands recht worden beoordeeld.

De kantonrechter oordeelt verder dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat er sprake is van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de medewerker, zodat gedaagde gebonden is aan de door de medewerker met eiser gesloten overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 8068041 CV EXPL 19-3376

Vonnis van 16 juni 2020

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht,

[eiseres] Handelsgesellschaft ,

gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland),

domicilie kiezende te Nijmegen,

eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,

gemachtigde: mr. A.G.W. Leysen,

tegen

de besloten vennootschap,

Keytech Personeelsdiensten B.V,

gevestigd te Almelo,

gedaagde partij, hierna te noemen Keytech,

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 22 oktober 2019;

- de comparitie van 9 december 2019;

- de akte na comparitie van Keytech van 16 december 2019;

- de antwoordakte na comparitie van [eiseres] van 20 december 2019;

- het tussenvonnis van 28 januari 2020;

- de brief namens de kantonrechter van 27 maart 2020;

- de e-mail van de zijde van [eiseres] van 30 maart 2020;

- de e-mail namens de kantonrechter van 31 maart 2020, waarin aan Keytech wordt verzocht de bij tussenvonnis van 28 januari 2020 verzochte verklaring van [medewerker Keytech] binnen 2 weken in het geding te brengen en een toelichting te geven op de rol die [medewerker Keytech] ten tijde van de werkzaamheden van [eiseres] binnen het bedrijf van Keytech had en waarbij zij de gelegenheid kreeg om binnen diezelfde periode een reactie te geven op de door [eiseres] in het geding gebrachte stukken;

- de e-mail van Keytech van 14 april 2020, waarin wordt verzocht om een kopie van het vonnis van 28 januari 2020;

- de schriftelijke toelichting en reactie op de stukken van [eiseres] door Keytech van 24 april 2020, waarin zij aangeeft geen verklaring van [medewerker Keytech] te kunnen overleggen;

- de schriftelijke reactie van [eiseres] van 19 mei 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Facturen

2.1.

[eiseres] heeft aan Keytech facturen geadresseerd, op de navolgende data en met de navolgende factuurbedragen:

  • -

    24 januari 2018 ad EUR 2.282,-;

  • -

    31 januari 2018 ad EUR 2.275,-;

  • -

    7 maart 2018 ad EUR 5.103,-.

2.2.

Bij e-mails van 25 april 2018 en 12 oktober 2018 van [eiseres] aan [medewerker Keytech] en [A] van Keytech, heeft [eiseres] (deze medewerkers van) Keytech aan voornoemde facturen herinnerd en verzocht tot betaling over te gaan.

2.3.

Bij e-mail van 1 augustus 2019 van de raadsman van [eiseres] is Keytech nogmaals herinnerd aan voornoemde facturen. Keytech heeft de facturen niet voldaan.


De daaraan voorafgaande correspondentie

2.4.

In een e-mail van [medewerker Keytech] aan [medewerker Handelsgesellschaft ] van [eiseres] van 19 december 2017, met cc onder meer aan [medewerker Kraanverhuur B.V.] van [naam Kraanverhuur B.V.] Kraanverhuur B.V. (hierna: [naam Kraanverhuur B.V.] ) en [F (Keytech)] ( [e-mailadres] ), [G (Keytech)] ( [e-mailadres] ) en [A] ( [e-mailadres] ), staat onder meer het volgende vermeld:

“Hallo Herr [medewerker Handelsgesellschaft ] ,

Wir haben jetzt 4 Standorte die wir einplanen möchten zum bauen in KW 2 und 3 in 2018:

340990116 – Düsseldorf [..]: Genehmigung mit Straßensperrung notwendig. Baubeginn geplant 08-01-2017.

344990365 – Herne [..]: keine Genehmigung mit Straßensperrung notwendig. Baubeginn geplant 08-01-2017.

345990692 – Gelsenkirchen [..]: Genehmigung mit Straßensperrung notwendig . Baubeginn geplant 15-01-2017.

344990123 – Herne [..]: Vielleicht Genehmigung mit Straßensperrung notwendig. Baubeginn geplant 15-01-2017.

Möchten Sie am Mittwoch 20.12.2017ab 11:00 Uhr Kontakt mit mir aufnehmen, damit wir diese Standorte durchsprechen können, somit Sie uns ein passendes Angebot machen können?

Vielen dank im Voraus.”

2.5.

Op 20 december 2017, wordt door [medewerker Handelsgesellschaft ] aan [medewerker Keytech] , met cc onder meer aan [medewerker Kraanverhuur B.V.] van [naam Kraanverhuur B.V.] en [F (Keytech)] , [G (Keytech)] en [A] , de volgende e-mail gestuurd:

“Hallo Herr [medewerker Keytech] ,

vielen Dank für die Informationen un die Unterlagen.

Damit haben wir zunächst alles was wir wissen müssen.

Wir haben uns schon mit unserem Partner und den entsprechenden Behörden in Verbindung gesetzt um abzuklären mit welchen Maßnahmen wir bei den einzelnen Projekten rechnen müssen, wie groß der Aufwand ist und mit welchen Kosten wir rechnen müssen.

Außerdem haben wir die Behörden angefragt ob es passt das zu den einzelnen Terminen die Genehmigungen fertig sind.

Wir warten nun auf die Antworten und sobald uns diese vorliegen übersenden wir Ihnen sofort ein entsprechendes Angebot mit den Kosten, Möglichkeiten und der Terminbestätigung.

Ich hoffe das passt so für Sie und es ist alles berücksichtigt.”

2.6.

Op 22 december 2017 wordt door [medewerker Handelsgesellschaft ] aan [medewerker Keytech] , met cc onder meer aan [medewerker Kraanverhuur B.V.] van [naam Kraanverhuur B.V.] Kraanverhuur B.V., [F (Keytech)] , [G (Keytech)] en [A] , een e-mail gestuurd, waarin onder meer staat vermeld:

“Hallo Herr [medewerker Keytech] ,

vielen Dank nochmal für die Anfrage.

Hier die gewünschten Kosten für die einzelnen Projekte.

340990116 – Düsseldorf [..]: Genehmigung mit Straßensperrung notwendig. Baubeginn geplant 08-01-2017.

[..]

[..] EUR 1.680,00

344990365 – Herne (Shamrockring1): keine Genehmigung mit Straßensperrung notwendig. Baubeginn geplant 08-01-2017

Nicht notwendig

[..]

345990692 – Gelsenkirchen [..]: Genehmigung mit Straßensperrung notwendig. Baubeginn geplant 15-01-2017.

[..]

[..] EUR 1.600,00

344990123 – Herne (Drostener StraBe 145): Vielleicht Genehmigung mit Straßensperrung notwendig. Baubeginn geplant 15-01-2017.

[..]

[..] EUR 1.950,00

2.7.

Op 12 januari 2018 wordt door [medewerker Handelsgesellschaft ] een e-mail naar [medewerker Keytech] gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo [medewerker Keytech] ,

anbei die Genehmigung und der Verkehrsleitplan für das Projekt in Gelsenkirchen am 16.01.2018.[..]

2.8.

Op 12 januari 2018 is door [medewerker Keytech] aan [medewerker Handelsgesellschaft ] , met cc onder meer aan “Planning – [naam Kraanverhuur B.V.] kraanverhuur B.V.”, [G (Keytech)] en [A] , de volgende e-mail gestuurd:

“Hallo [medewerker Handelsgesellschaft ] ,

Können wir das Gleiche am Dienstag 23.01.18 wiederholen?

Erst dann können wir den alten Systemtechnik abschalten und abbauen.

Der Schrank ist zu groß fürs Treppenhaus und muss mit Kran entfernt werden

Bitte antworten an Allen.

Vielen Dank im Voraus”

2.9.

Op 15 januari 2018 is door [medewerker Handelsgesellschaft ] aan [medewerker Keytech] met cc onder meer [F (Keytech)] , [G (Keytech)] en [A] , een e-mail gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo [medewerker Keytech] ,

ich habe die Kosten die bisher für das Projekt Gelsenkirchen am 16.01.2018 entstanden sind vorliegen. Im Einzelnen ist es wie folgt:

[..]

Gesamtkosten [..]

2282,00”

In antwoord daarop is door [medewerker Keytech] de volgende e-mail gestuurd:

“Danke, habe es weitergeleitet.

Melde mich wenn Ticket sichergestellt ist.”

2.10.

Op 15 januari 2018 is door [medewerker Keytech] aan [naam Kraanverhuur B.V.] Kraanverhuur B.V. en [eiseres] met cc onder meer aan [F (Keytech)] , [G (Keytech)] en [A] , een e-mail gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo Zusammen,

Wie bereits telefonisch eingeleitet, habe wir dieses Standort für Morgen leider absagen müssen, weil ZTE uns kein Ticket erstellen möchte oder könnte.

Auch habe ich euch ( [medewerker Handelsgesellschaft ] und fa. [naam Kraanverhuur B.V.] ) gebeten mir die Kosten wegen diesen kurzfristigen Annullierung per E-mail mit zu teilen, somit wir die auch kurzfristig bei ZTE in Rechnung stellen können. [..]”

2.11.

Op 23 januari 2018 is door [medewerker Keytech] aan [medewerker Handelsgesellschaft ] een e-mail gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo [medewerker Handelsgesellschaft ] ,

Anscheint ist mein Antwort von letzen Freitag nicht richtig durchgekommen.

Hatte doch schon am Telefon gemeldet dass wir am 28.01 anfangen mochten und am 04.02 nochmals das Gleiche haben sollen?

Wir haben ALLES vorbereitet zum Baubeginn am Sonntag 28.01.18 in Düsseldorf!

Sorry, aber das wird jetzt ein Notfall.

Wenn wir dies nicht schaffen haben wir richtig Ärger mit ZTE und Telefónica!

Bitte ruf mich Morgen (Mittwoch) als Erste an.

Gelsenkirchen steht voraussichtlich geplant für KW09”

2.12.

Op 24 januari 2018 wordt door [medewerker Handelsgesellschaft ] aan [medewerker Keytech] een e-mail gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo [medewerker Keytech] ,

leider erreiche ich Dich am Telefon nicht.

Es ist richtig, das Deine Antwort am Freitag nicht durchgekommen ist.

Das letzte was ich der Sache gehört habe war Deine Frage an Deine Kollegin ob sie es auf den 28.01.2018 umlegen kann.

[..]

Die Pläne für die Straßensperre haben wir schon ausgearbeitet und sie liegen auch schon bei der Stadt Düsseldorf vor.

Wir versuchen alles um mit der Stadt den Termin 28.01 zu ,,retten“.

[..]“

2.13.

Op 6 februari 2018 is door [medewerker Handelsgesellschaft ] aan [medewerker Keytech] en [naam Kraanverhuur B.V.] Kraanverhuur B.V. een e-mail gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo [medewerker Keytech] ,

ich habe mit der Stadt Düsseldorf und mit der Bezirksregierung alles geklärt.

[..]“

2.14.

Op 15 februari 2018 is door [medewerker Handelsgesellschaft ] aan [medewerker Keytech] een e-mail gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo [medewerker Keytech] ,

anbei die Genehmigung für das Projekt in Düsseldorf am 18.02.2018 und 25.02.2018.

Es geht alles wie besprochen in Ordnung.

An beiden Terminen wird morgen ab 08.00 Uhr die Sperre der Straße eingerichtet.

Sollte also auch gut in Euren Terminplan passen.“

2.15.

Op 5 maart 2018 is door [medewerker Keytech] aan [medewerker Handelsgesellschaft ] een e-mail gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

“Hallo [medewerker Handelsgesellschaft ] ,

Turnkey hat kein Steuernummer in Deutschland, nur in die Niederlande, siehe Bild unten.

MfrGr.“

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Keytech te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag ad EUR 11.558,30 vermeerderd met een rente van 8,12% naar Duits recht over een bedrag van EUR 9.660,00 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiseres] legt – samengevat en voor zover relevant – het volgende aan haar vordering ten grondslag. Keytech heeft in verband met het plaatsen van zendmasten in een aantal steden in Duitsland [eiseres] benadert om daarvoor de vergunningen, wegversperringen en andere zaken die nodig waren te regelen. [eiseres] heeft die werkzaamheden uitgevoerd, daarover is uitvoerig gecommuniceerd en er zijn facturen en sommaties verstuurd.

3.3.

Het bestaan van de overeenkomst tussen [eiseres] en Keytech volgt uit de tussen hen gevoerde correspondentie. Voor zover Keytech zich erop beroept dat [medewerker Keytech] niet bevoegd was tot het sluiten van die overeenkomst, wijst Keytech erop dat er sprake is van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Er zijn veel e-mails gestuurd door [medewerker Keytech] over de opdrachten, waarin vaak ook [G (Keytech)] , [F (Keytech)] en [A] cc stonden vermeld. Het Duitse recht is van toepassing, zodat ook de vordering naar Duits recht moet worden beoordeeld. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (EUR 725,40) zijn naar Duits recht berekend.

3.4.

In reactie op de akte na de mondelinge behandeling van Keytech heeft [eiseres] onder meer aangevoerd dat zij niet in onderaanneming voor [naam Kraanverhuur B.V.] werkzaam is geweest. [naam Kraanverhuur B.V.] heeft ook slechts voor een bedrag van EUR 18.348,44 aan Keytech gefactureerd voor kraanwerkzaamheden. De vergunningen die op die facturen staan vermeld, betreffen vergunningen die [naam Kraanverhuur B.V.] moest aanvragen zodat zij met zware kraanwagens over de openbare weg in Duitsland mocht rijden en betreffen andere vergunningen dan die [eiseres] heeft geregeld. De reden dat [naam Kraanverhuur B.V.] in een aantal e-mails cc staat vermeld komt omdat [naam Kraanverhuur B.V.] voor haar werkzaamheden afhankelijk was van de vergunningen die door [eiseres] werden aangevraagd.

4 Het verweer

4.1.

Volgens Keytech zijn veel stukken voorafgaand aan de e-mail van 1 augustus 2019, de dagvaarding en de zitting niet ontvangen. Bij antwoord heeft Keytech onder meer naar voren gebracht niet te weten op welke werkzaamheden de facturen betrekking hebben en heeft Keytech betwist de facturen verschuldigd te zijn.
Ter mondelinge behandeling heeft ( [K] ) Keytech bevestigd dat [medewerker Keytech] medewerker is geweest van Keytech. Hij kon nog geen inhoudelijke reactie op de stukken geven, omdat hij navraag wilde doen bij medewerkers die betrokken zijn geweest. Bij akte na de mondelinge behandeling van 16 december 2019 heeft Keytech kort gezegd het volgende naar voren gebracht. Op basis van de overgelegde stukken stelt Keytech, na het een en ander te hebben nagevraagd bij de betrokken medewerkers, dat het project in Duitsland werkzaamheden bevatte die uitbesteed dienden te worden. Voor het kraanwerk werd daarom [naam Kraanverhuur B.V.] ingehuurd. [naam Kraanverhuur B.V.] heeft vervolgens andere firma’s ingehuurd voor bijvoorbeeld werkzaamheden zoals [eiseres] die normaliter uitvoert. Uit de overgelegde stukken blijkt ook dat [eiseres] rechtstreeks contact had met [naam Kraanverhuur B.V.] over de uit te voeren werkzaamheden. [naam Kraanverhuur B.V.] heeft Keytech voor de uitgevoerde werkzaamheden, waaronder de werkzaamheden die [eiseres] normaal gesproken uitvoert, facturen gestuurd. [naam Kraanverhuur B.V.] staat ook vermeld op verschillende overgelegde stukken. Voorts staat op de voorpagina’s van documenten van [naam Kraanverhuur B.V.] “vorgeschlagen arbeit” vermeld welke [naam Kraanverhuur B.V.] met haar onderaannemers afstemde, liet uitvoeren en uiteindelijk factureerde aan Keytech.

4.2.

Naar aanleiding van het verzoek van de kantonrechter om de bij tussenvonnis van 28 januari 2020 verzochte verklaring van [medewerker Keytech] binnen 2 weken in het geding te brengen en een toelichting te geven op de rol die [medewerker Keytech] ten tijde van de werkzaamheden van [eiseres] binnen het bedrijf van Keytech had heeft Keytech op 24 april 2020 samengevat het volgende naar voren gebracht. [medewerker Keytech] was ten tijde van de werkzaamheden als werkvoorbereider voor Keytech werkzaam. Hij had de vrijheid toeleveranciers aan te schrijven en offertes op te vragen en hij regelde de inkomende en uitgaande goederen vanuit het magazijn. Al zijn werkzaamheden werden evenwel kortgesloten met zijn collega’s [F (Keytech)] , [A] en/of [G (Keytech)] . Geen van hen mocht echter definitieve opdrachten verstrekken, zonder de toestemming van de directeur van Keytech. [medewerker Keytech] heeft enkel op verzoek van [G (Keytech)] de bedrijven [naam Kraanverhuur B.V.] en [eiseres] aan elkaar gekoppeld, zodat er 1 factuur kon worden opgesteld. Volgens Keytech is het Nederlands recht van toepassing.

5 De beoordeling

Nederlands recht of Duits recht?

5.1.

In het onderhavige geval gaat het om diensten, bestaande uit onder meer het regelen van vergunningen en wegversperringen, die door [eiseres] (een Duits bedrijf) ten behoeve van werkzaamheden van Keytech (een Nederlands bedrijf) in Duitsland verleend zijn. In geschil is de vraag of de overeenkomst voor die dienstverlening gesloten is tussen Keytech en [eiseres] , of tussen [naam Kraanverhuur B.V.] en [eiseres] (in onderaanneming).

5.2.

Hoewel de (Nederlandse) kantonrechter, gelet op de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Verordening (EU) 1215/2012, bevoegd is van dit geschil kennis te nemen, regelt Verordening (EG) 593/2008 bij dit soort grensoverschrijdende geschillen welk recht van toepassing is op de beoordeling van het geschil. Dit kan dus betekenen dat de kantonrechter verplicht is het geschil naar Duits recht te beoordelen.

5.3.

In dit verband overweegt de kantonrechter dat uit artikel 1 lid 1 Verordening (EG) 593/2008, voor zover relevant, volgt dat die verordening ziet op verbintenissen uit overeenkomst in burgerlijke en handelszaken.

Voorts wordt in artikel 1 lid 2 aanhef en onder sub g, kortgezegd, de vertegenwoordigingsbevoegdheid van medewerkers expliciet uitgezonderd van de werkingssfeer van de verordening. Uit artikel 1, leden 1 en 2 (in samenhang bezien) volgt dan dat de verordening niet ziet op het procesrecht, noch op de vraag of er (überhaupt) een overeenkomst tussen [eiseres] en Keytech tot stand is gekomen.

5.4.

Op grond van artikel 4 lid 1 aanhef en onder sub b Verordening (EG) 593/2008 wordt de overeenkomst inzake dienstverlening beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft.

5.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat de werkzaamheden van [eiseres] betrekking hadden op het verlenen van diensten, in die zin dat [eiseres] onder meer de vergunningen en wegversperringen voor werkzaamheden in Duitsland regelde. Voor zover komt vast te staan dat Keytech en [eiseres] voor die dienstverlening een overeenkomst hebben gesloten, moeten de (gevolgen van de) verplichtingen uit die overeenkomst (en tekortkomingen ten aanzien daarvan) worden beoordeeld naar Duits recht.

5.6.

Kort en goed volgt uit het voorgaande dat de vraag of er tussen Keytech en [eiseres] een overeenkomst is gesloten, die de grondslag voor de vordering van [eiseres] vormt, naar Nederlands recht moet worden beoordeeld. Voor wat betreft de stelplicht en de bewijslast in dat kader is ook het Nederlands recht van toepassing. Pas indien de kantonrechter tot het oordeel komt dat er een overeenkomst is gesloten tussen Keytech en [eiseres] , zal de kantonrechter naar Duits recht moeten beoordelen of Keytech door de facturen niet te betalen is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en of zij (alsnog) gehouden is tot nakoming daarvan.

Is er een overeenkomst gesloten tussen Keytech en [eiseres] ?

Juridisch kader

5.7.

Ingevolge artikel 6:217 BW komt een overeenkomst tot stand op grond van aanbod en aanvaarding. Voor de totstandkoming van een overeenkomst is niet vereist dat de overeenkomst schriftelijk wordt aangegaan, noch dat deze door partijen wordt getekend.

5.8.

Een voorstel tot het aangaan van een overeenkomst kan als een aanbod worden beschouwd als het voldoende bepaald is. Zowel een aanbod als de aanvaarding daarvan kan in iedere vorm plaatsvinden: door een uitdrukkelijke wilsverklaring of door een feitelijk handelen, een nalaten daaronder begrepen. Of een wilsverklaring of een feitelijk handelen als een aanbod respectievelijk een aanvaarding daarvan heeft te gelden, is een kwestie van uitleg, waarbij het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen aan elkaars verklaringen en gedragingen en wat zij in dit opzicht van elkaar mochten verwachten (Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:692, overweging 3.5).

5.9.

Als op basis van de correspondentie tussen [medewerker Keytech] en [eiseres] , zoals door [eiseres] is gesteld, kan worden vastgesteld dat er (tussen hen) een overeenkomst is gesloten, is de vervolgvraag of Keytech gebonden is aan die overeenkomst. Beoordeeld moet dan worden of [medewerker Keytech] bevoegd was die overeenkomst te sluiten of dat, voor zover dit niet het geval is, Keytech op basis van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid gebonden is aan de overeenkomst.

5.10.

Op grond van het bepaalde in artikel 2:240 BW komt vertegenwoordigingsbevoegdheid van een vennootschap, zoals bij Keytech, toe aan het bestuur. De statuten van de vennootschap kunnen ook aan andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging toekennen.

5.11.

Op grond van artikel 3:61 lid 2 BW kan een partij gebonden zijn aan een overeenkomst die door een niet-vertegenwoordigingsbevoegde is gesloten, indien op grond van een verklaring of gedraging van die partij en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht worden aangenomen dat er een toereikende volmacht was verleend. Voor het aannemen van deze schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid moet sprake zijn van (bijkomende) feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, r.o. 3.4). Deze schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan bijvoorbeeld ontstaan door handelingen van de (onbevoegd) vertegenwoordigde zelf, ook als deze zich na de rechtshandeling hebben voorgedaan (Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1119, r.o. 3.4.2). Voorts geldt dat het optreden van een niet vertegenwoordigingsbevoegd persoon/medewerker namens zijn opdrachtgever/werkgever niet op zich een gerechtvaardigd vertrouwen met zich kan brengen dat sprake is van een toereikende volmacht (Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7490, r.o. 3.4.2).

5.12.

Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv ligt het verder op de weg van [eiseres] om te stellen en, bij een voldoende gemotiveerde betwisting door Keytech, te bewijzen dat er sprake is van een overeenkomst die tussen [eiseres] en Keytech is gesloten. Wanneer [eiseres] voldoende heeft gesteld, ligt het op de weg Keytech om de stellingen van [eiseres] voldoende gemotiveerd betwisten. Wanneer Keytech haar betwisting niet voldoende motiveert, heeft dit tot gevolg dat de stelling van [eiseres] als bewezen komt vast te staan.

5.13.

De eisen die aan de voornoemde stelplicht en (gemotiveerde) betwisting worden gesteld, laten zich als volgt uitleggen: beide partijen moeten over en weer hun feitelijke stellingen en betwistingen voldoende concreet onderbouwen of motiveren, waarbij het antwoord op de vraag hoe concreet zij moeten zijn, telkens ook afhangt van de wederpartij: hoe concreter de stellingen van een partij zijn, hoe concreter ook de wederpartij op die stellingen moet reageren (Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6508 (conclusie P-G De Vries Lentsch-Kostense), overweging 13).

Het antwoord op de vraag: is er een overeenkomst gesloten tot dienstverlening tussen Keytech en [eiseres] ?

5.14.

Voorop staat dat door Keytech niet is betwist dat de werkzaamheden waarvoor is gefactureerd ook door [eiseres] zijn uitgevoerd, noch is in geschil dat deze op basis van een overeenkomst tot dienstverlening zijn uitgevoerd. In geschil is de vraag of die werkzaamheden zijn uitgevoerd op grond van een tussen Keytech en [eiseres] gesloten overeenkomst, of dat die werkzaamheden zijn uitgevoerd op grond van een overeenkomst tot onderaanneming tussen [naam Kraanverhuur B.V.] en [eiseres] . Voorts betwist Keytech, voor zover er sprake is van een overeenkomst die gesloten is door [medewerker Keytech] , dat Keytech aan die overeenkomst is gebonden, aangezien [medewerker Keytech] geen vertegenwoordigingsbevoegdheid zou hebben.

5.15.

De kantonrechter is in dit verband van oordeel dat [eiseres] voldoende onderbouwd heeft gesteld dat er sprake is van een overeenkomst die door [medewerker Keytech] met [eiseres] is gesloten, op basis waarvan de werkzaamheden door [eiseres] zijn uitgevoerd.
Uit de in overwegingen 2.4 tot en met 2.15 geciteerde e-mails volgt immers dat [medewerker Keytech] bij [medewerker Handelsgesellschaft ] van [eiseres] offertes heeft opgevraagd voor de diensten van [eiseres] bij het verkrijgen van onder meer vergunningen ten behoeve van (bouw)werkzaamheden in Düsseldorf, Herne en Gelsenkirchen. Daarbij wordt door [medewerker Keytech] gevraagd of die offertes aan hem kunnen worden gestuurd (overweging 2.4). Die offertes zijn vervolgens ook gestuurd (overweging 2.5). Uit de geciteerde e-mails in de overwegingen 2.6 tot en met 2.12 leidt de kantonrechter voorts af dat tussen [medewerker Keytech] en [eiseres] over deze werkzaamheden is gecorrespondeerd. Uit de geciteerde e-mail in overweging 2.9 kan worden afgeleid dat werkzaamheden in Gelsenkirchen zijn uitgevoerd en dat de kosten daarvan zijn gefactureerd. Daarop geeft [medewerker Keytech] aan dat de factuur is doorgestuurd. Uit de e-mails geciteerd in overwegingen 2.11 tot en met 2.14 kan worden afgeleid dat ook over de dienstverlening van [eiseres] ten aanzien van de werkzaamheden in Düsseldorf uitgebreid is gecorrespondeerd, dat [medewerker Keytech] sturing geeft aan de momenten waarop werkzaamheden door [eiseres] moeten worden uitgevoerd, en dat door [eiseres] onder meer de vergunningen voor de werkzaamheden van Keytech zijn geregeld. Uit de geciteerde e-mail in overweging 2.10 volgt voorts dat de werkzaamheden waaraan in die e-mail wordt gerefereerd moesten worden geannuleerd, waarbij door [medewerker Keytech] aan zowel [naam Kraanverhuur B.V.] als [eiseres] wordt gevraagd welke kosten voor hen aan die annulering verbonden waren.

5.16.

Uit voornoemde correspondentie leidt de kantonrechter af dat – samengevat – offertes zijn opgevraagd voor diensten van [eiseres] door [medewerker Keytech] , die offertes aan [medewerker Keytech] door [eiseres] zijn verstrekt en dat die diensten vervolgens ook door [eiseres] zijn verleend. Uit de e-mails van [medewerker Keytech] met betrekking tot de dienstverlening van [eiseres] , waarin hij onder meer met [eiseres] afstemde wanneer die diensten zouden worden verleend en waaruit kan worden afgeleid dat hij bovendien wilde weten welke kosten voor [eiseres] bij de annulering van werkzaamheden betrokken waren, kan de aanvaarding door [medewerker Keytech] van het aanbod van [eiseres] tot het verrichten van die diensten worden afgeleid.

5.17.

Keytech heeft tegen deze achtergrond onvoldoende gemotiveerd betwist dat deze overeenkomst gesloten is tussen [eiseres] en [medewerker Keytech] . De – enkele – stelling van Keytech dat [eiseres] enkel gekoppeld was aan [naam Kraanverhuur B.V.] door [medewerker Keytech] en dat [eiseres] in onderaanneming werkzaam was voor [naam Kraanverhuur B.V.] , is onvoldoende, temeer nu deze constructie van onderaanneming niet uit voornoemde correspondentie kan worden afgeleid. Voor zover Keytech erop wijst dat [eiseres] ook vermeld zou staan op stukken van [naam Kraanverhuur B.V.] , doet dit geen afbreuk aan het voorgaande. In dat verband is door Keytech immers niet nader toegelicht hoe daaruit de constructie van onderaanneming kan worden afgeleid. Zulks kan evenmin worden afgeleid uit de voorbladen van [naam Kraanverhuur B.V.] waaraan Keytech refereert. Weliswaar staat daarin onder “VORGESCHLAGEN ARBEIT” vermeld dat bepaalde zaken geregeld moesten worden, zoals het regelen van vergunningen, maar daaruit volgt niet dat [naam Kraanverhuur B.V.] die werkzaamheden met onderaannemers zou afstemmen.

Het had tegen deze achtergrond op de weg van [eiseres] gelegen om nader te motiveren waaruit zou kunnen blijken dat niet [medewerker Keytech] , maar [naam Kraanverhuur B.V.] [eiseres] had ingeschakeld voor de door haar verrichte diensten, bijvoorbeeld door te wijzen op een tussen hen gesloten overeenkomst, of door een factuur te overleggen waaruit dit zou kunnen blijken.

5.18.

Voorts is de kantonrechter van oordeel dat er jegens [eiseres] sprake was van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [medewerker Keytech] om namens Keytech de betreffende overeenkomst te sluiten.


In dat verband overweegt de kantonrechter dat door Keytech is erkend dat [medewerker Keytech] bevoegd was offertes op te vragen, dat zij voorts niet heeft betwist dat Keytech werkzaamheden in Duitsland heeft verricht en dat zij voorts heeft erkend dat voor de werkzaamheden van Keytech in Duitsland de diensten die normaliter door [eiseres] worden uitgevoerd benodigd waren. De diensten van [eiseres] waren dus nodig voor Keytech om haar werkzaamheden in Duitsland te kunnen uitvoeren, en die werkzaamheden zijn vervolgens ook met behulp van de dienstverlening van [eiseres] uitgevoerd. Met het uitvoeren van de werkzaamheden in Duitsland met behulp van de diensten van [eiseres] , heeft Keytech een handeling verricht op basis waarvan, tezamen met de handelingen van [medewerker Keytech] , [eiseres] er op mocht vertrouwen dat de door [medewerker Keytech] gesloten overeenkomst met [eiseres] was aangegaan namens Keytech.

Materieel: de grondslag van de vordering

5.19.

Uit het voorgaande volgt dat [eiseres] op basis van een overeenkomst waaraan Keytech is gebonden, diensten aan Keytech heeft verleend. [eiseres] stelt op basis van die overeenkomst de gevorderde bedragen te hebben gefactureerd en heeft daartoe facturen overgelegd. Behalve het hiervoor verworpen verweer dat deze facturen niet op basis van een door Keytech gesloten overeenkomst zijn verricht, heeft Keytech de werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten niet betwist. Evenmin is betwist dat zij de factuurbedragen niet heeft betaald.

5.20.

De conclusie is daarom dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst (tot dienstverlening) als bedoeld in § 241, lid 1 Bürgerliches Gesetzbuch (BGB). Op grond van diezelfde bepaling is [eiseres] gehouden die facturen alsnog aan Keytech te voldoen, in zoverre wordt de vordering van [eiseres] opgevat als een vordering tot nakoming:

„Kraft des Schuldverhältnisses ist der Gläubiger berechtigt, von dem Schuldner eine Leistung zu fordern.“

Gevorderde rente

5.21.

Keytech heeft voorts niet aangevoerd dat de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend, zodat [eiseres] op grond van § 280, lid 1 BGB in beginsel aanspraak heeft op vergoeding van haar schade:

„Verletzt der Schuldner eine Pflicht aus dem Schuldverhältnis, so kann der Gläubiger Ersatz des hierdurch Entstehenden Schadens verlangen. Dies gilt nicht, wenn der Schuldner die Pflichtverletzung nicht zu vertreten hat.“

5.22.

Op grond van § 286, lid 1 BGB, dient de schuldenaar evenwel eerst in gebreke te zijn, daartoe dient in beginsel eerst een aanmaning te worden gestuurd:

“Leistet der Schuldner auf eine Mahnung des Gläubigers nicht, die nach dem Eintritt der Fälligkeit erfolgt, so kommt er durch die Mahnung in Verzug. Der Mahnung stehen die Erhebung der Klage auf die Leistung sowie die Zustellung eines Mahnbescheids im Mahnverfahren gleich.”

5.23.

Aangezien door Keytech niet is betwist dat [eiseres] haar (in ieder geval op 1 augustus 2019) heeft gesommeerd de facturen te betalen, is de kantonrechter van oordeel dat ook aan het vereiste van § 286, lid 1 BGB is voldaan. Dit betekent dat Keytech gehouden is de schade die voortvloeit uit het niet betalen van de factuurbedragen te vergoeden.
De door [eiseres] gevorderde schade betreft in dit geval de vertragingsschade, bestaande uit de gevorderde rente naar Duits recht over het openstaande factuurbedrag.

5.24.

De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiseres] met haar vordering tot betaling van de rente naar Duits recht, refereert aan de rentebepaling van § 288 BGB. Bij de overeenkomst is geen ‘Verbraucher’ (consument) betrokken, zodat § 288 lid 2 BGB van toepassing is voor wat betreft de gevorderde rente. Die rente zal als vertragingsschade worden toegewezen over de hoofdsom van EUR 9.660,- vanaf de dag der dagvaarding.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.25.

De buitengerechtelijke incassokosten betreffen geen kosten die voortvloeien uit verbintenissen uit een overeenkomst als bedoeld in artikel 1 Verordening (EG) 593/2008. De vordering tot betaling van deze kosten dient dus naar Nederlands recht te worden beoordeeld. In dit verband stelt de kantonrechter vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt verder overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal daarom worden toegewezen.

Proceskosten en nakosten

5.26.

Keytech zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [eiseres] als volgt begroot:

- salaris van de gemachtigde: 4 procespunten (dagvaarding, het bijwonen van de comparitie, de antwoordakte na comparitie en de antwoordakte na het tussenvonnis van 28 januari 2020) maal EUR 360,- (liquidatietarief voor kantonzaken voor vorderingen tot EUR 20.000,-) maakt EUR 1.440,-

- verschotten: griffierecht ad EUR 486,- en kosten uitbrengen dagvaarding ad EUR 104,42.

Nakosten

5.27.

De gevorderde nakosten zullen als niet weersproken worden toegewezen.

6. De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

bepaalt dat Keytech aan [eiseres] , tegen een behoorlijk bewijs van kwijting, een bedrag dient te betalen van EUR 9.660,-, te vermeerderen met de Duitse wettelijke rente ex § 288 lid 2 BGB vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Keytech in de buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 725,40;

6.3.

veroordeelt Keytech in de proceskosten, te voldoen aan [eiseres] , tot op heden aan de zijde van [eiseres] bepaald op EUR 1.440,- wegens het salaris van de gemachtigde en EUR 549,42 wegens verschotten;

6.4.

veroordeelt Keytech tot betaling van EUR 131,- aan nakosten verhoogd met EUR 68,- aan betekeningkosten in het geval betekening van dit vonnis plaatsvindt;

6.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst af het anders of meer gevorderde;

Dit vonnis is gewezen door mr. T.J. Thurlings-Rassa, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. F.E.J. Goffin op 16 juni 2020.