Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2194

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-06-2020
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
08.033411.20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 31-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaar omdat hij probeerde twee jonge meisjes zover te krijgen dat ze (naakt) foto's en video's naar hem zouden sturen. Dit probeerde hij door zich voor te doen als medewerkster van een modellenbureau. Ook beloofde hij de meisjes veel geld. Naast de gevangenisstraf moet hij zich onder andere ambulant laten behandelen als bijzondere voorwaarden. Ook legt de rechtbank hem een taakstraf op van 160 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.033411.20 (P)

Datum vonnis: 29 juni 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1989 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 juni 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. Leunk en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. E.M. Keulen, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er op neer dat verdachte een minderjarig meisje heeft overgehaald

(feit 1) en heeft gedwongen (feit 2) hem naaktfoto’s van haarzelf te sturen en dat hij dat heeft geprobeerd bij een ander minderjarig meisje (feit 3).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de maand november 2016 te Borne, althans in Nederland, door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door:

via (het chatprogramma) Messenger contact op te nemen met nader te noemen [slachtoffer 1] en/of (daarbij) zich voor te doen als medewerker van een modellenbureau en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] te vragen of zij model wil worden en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] te vragen of zij één of meerdere foto’s en/of films/video’s zou willen insturen ter beoordeling of zij als model zou kunnen werken en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] kenbaar te maken dat zij voor het insturen van één of meer foto’s en/of films (een) geldbedrag(en) zal ontvangen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] een emailadres kenbaar te maken ( [mailadres] ) waar die [slachtoffer 1] haar foto’s en/of films naar toe kan sturen

[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2003, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, door die [slachtoffer 1] één of meermalen te vragen om één of meer (naakt)foto’s te maken en/of één of meerdere (naakt)foto’s te laten insturen alwaar die [slachtoffer 1] op was afgebeeld met ontbloot bovenlichaam;

2.

hij in of omstreeks de maand november 2017 te Borne, althans in Nederland, een ander, te [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten;

het maken van één of meer (gedeeltelijke) naaktfoto’s en/of films/video’s en/of (vervolgens) deze in te sturen naar het emailadres [mailadres] , althans naar hem, verdachte, door: via Facebook voornoemde [slachtoffer 1] te benaderen en/of zich voor te doen als [alias verdachte] en/of (vervolgens) via (het chatprogramma) Messenger contact op te nemen met die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] kenbaar te maken dat – indien zij geen naaktfoto’s en/of films/video’s zou insturen, hij, verdachte, de eerder door die [slachtoffer 1] ingezonden

naakt)foto’s online zou plaatsen;

3.

hij op of omstreeks 26 december 2017 te Borne, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften of beloften van geld of goed, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, een persoon, te weten [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 3] 2001, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen, immers heeft hij, verdachte, voornoemde [slachtoffer 2] via Facebook benaderd en/of (daarbij) die

[slachtoffer 2] een vriendschapsverzoek gedaan en/of (daarbij) gebruik gemaakt van een profielfoto van een jonge vrouw en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] gecomplimenteerd met haar uiterlijk en/of die [slachtoffer 2] gevraagd of zij modellenwerk wilde doen en/of (daarbij)

die [slachtoffer 2] heeft gevraagd of zij één of meer foto’s wilde insturen alwaar die

[slachtoffer 2] (deels)naakt op was afgebeeld en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] (een) geldbedrag(en) heeft geboden voor (naakt)foto’s en/of (daarbij) gevraagd aan die [slachtoffer 2] of zij zich wil aanmelden via email bij [mailadres] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van de feiten 1 en 3 moet worden vrijgesproken, omdat er geen sprake is geweest van een handelingen met een ontuchtige karakter. De door de meisjes gestuurde foto’s zijn weliswaar als gevolg van misleiding door verdachte gestuurd, maar de foto’s hadden geen seksueel karakter.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 3

Verdachte heeft tegenover de politie en de rechtbank bekend dat hij de in de tenlastelegging beschreven feitelijke handelingen heeft verricht. Die feiten hebben ter terechtzitting dus niet ter discussie gestaan en de rechtbank stelt deze op grond van de gebruikte bewijsmiddelen vast.

Het draait in deze zaak om de vraag of de feitelijke handelingen als ontuchtige handelingen kunnen worden aangemerkt.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het sturen van de (naakt)foto’s en films geen ontuchtige handeling als bedoeld in de wet is.

De rechtbank overweegt het volgende.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een ontuchtige handeling een handeling van seksuele aard is die in strijd is met wat in het algemeen als sociaal-ethisch wordt aanvaard.

Verdachte, een volwassen man, heeft zich voorgedaan als vrouwelijke medewerker van een modellenbureau en heeft door het doen van allerlei valse beloften twee minderjarige meisjes ertoe gebracht om (naakt)foto’s van zichzelf naar hem te sturen. Bij het oudste meisje is hij er niet in geslaagd haar zover te krijgen dat ze daadwerkelijk naaktfoto’s stuurde, maar zijn opzet was daarop wel gericht. Hij vroeg haar om foto’s waarop zij steeds kleinere topjes of geen BH zou dragen en heeft haar daarbij ook gevraagd om te zorgen dat zij het koud zou krijgen, zodat haar tepels hard zouden worden. Screenshots van die conversatie bevinden zich in het dossier.

Het dertienjarige meisje heeft hij weten te verleiden om telkens een stapje verder te gaan: steeds ‘blotere’ foto’s en uiteindelijk ook naaktfoto’s.

Deze feiten en omstandigheden zijn zodanig dat de rechtbank het handelen van verdachte ontuchtig oordeelt.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.

Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen in de bijlage.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in of omstreeks de maand november 2016 te Borne, althans in Nederland, door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door:

via (het chatprogramma) Messenger contact op te nemen met nader te noemen [slachtoffer 1] en/of (daarbij) zich voor te doen als medewerker van een modellenbureau en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] te vragen of zij model wil worden en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] te vragen of zij één of meerdere foto’s en/of films/video’s zou willen insturen ter beoordeling of zij als model zou kunnen werken en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] kenbaar te maken dat zij voor het insturen van één of meer foto’s en/of films (een) geldbedrag(en) zal ontvangen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] een e-mailadres kenbaar te maken ( [mailadres] ) waar die [slachtoffer 1] haar foto’s en/of films naar toe kan sturen,

[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2003, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had

bereikt,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van

hem, verdachte, te dulden, door die [slachtoffer 1] één of meermalen te vragen om één of meer (naakt)foto’s te maken en/of één of meerdere (naakt)foto’s te laten insturen waarop die [slachtoffer 1] op was afgebeeld met ontbloot bovenlichaam;

2.

hij in of omstreeks de maand november 2017 te Borne, althans in Nederland, een ander, te [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten;

het maken van één of meer (gedeeltelijke) naaktfoto’s en/of films/video’s en/of (vervolgens) deze in te sturen naar het e-mailadres [mailadres] , althans naar hem, verdachte,

door:

via Facebook voornoemde [slachtoffer 1] te benaderen en/of zich voor te doen als [alias verdachte] en/of (vervolgens) via (het chatprogramma) Messenger contact op te nemen met die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] kenbaar te maken dat – indien zij geen naaktfoto’s en/of films/video’s zou insturen -, hij, verdachte, de eerder door die [slachtoffer 1] ingezonden (naakt)foto’s online zou plaatsen;

3.

hij op of omstreeks 26 december 2017 te Borne, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften of beloften van geld of goed, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, een persoon, te weten [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 3] 2001, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen, immers heeft hij, verdachte, voornoemde [slachtoffer 2] via Facebook benaderd en/of (daarbij) die

[slachtoffer 2] een vriendschapsverzoek gedaan en/of (daarbij) gebruik gemaakt van een profielfoto van een jonge vrouw en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] gecomplimenteerd met haar uiterlijk en/of die [slachtoffer 2] gevraagd of zij modellenwerk wilde doen en/of (daarbij)

die [slachtoffer 2] heeft gevraagd of zij één of meer foto’s wilde insturen alwaar die

[slachtoffer 2] (deels) naakt op was afgebeeld en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] (een) geldbedrag(en) heeft geboden voor (naakt)foto’s en/of (daarbij) gevraagd aan die [slachtoffer 2] of zij zich wil aanmelden via e-mail bij [mailadres] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 248a en 284 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: door beloften van geld en misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

feit 2

het misdrijf: een ander door enige andere feitelijkheid en bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

feit 3

het misdrijf: poging tot het door beloften van geld en misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en daarbij de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht, meldplicht en voortzetting van de reeds aangevangen behandeling door drs. M. Heutink, psychotherapeut in Delden, alsmede een werkstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij een strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte een bekentenis heeft afgelegd, hij hulp heeft gezocht en een behandeling volgt, hij first offender is en er sprake is van tijdsverloop.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft twee jonge meisjes, van respectievelijk dertien en zestien jaar, benaderd om hen, door middel van misleiding en het beloven van geldbedragen, ertoe te brengen (naakt)foto’s en video’s naar hem te zenden. Verdachte heeft zich daarbij voorgedaan als een vrouw, werkzaam bij een modellenbureau. Op de zich in het dossier bevindende screenshots ziet de rechtbank dat de meisjes geldbedragen per foto, dure kleding en een carrière in de modellenwereld zijn beloofd. Bij voortduring werden de meisjes complimenten over hun uiterlijk gegeven. Door het beloven van steeds hogere bedragen per foto heeft verdachte het meisje, van nog maar dertien jaar, zover gekregen dat zij naaktfoto’s en films van zichzelf heeft gestuurd. Na het eerste contact in 2016 heeft verdachte een jaar later dat meisje opnieuw via Facebook benaderd en heeft hij haar gedwongen opnieuw (naakt)foto’s van zichzelf te sturen. Ook heeft hij haar gedwongen een video te sturen waarop zij masturbeerde. Deze video heeft verdachte niet ontvangen. Dit alles onder de dreiging dat bij niet sturen, hij de al ontvangen foto’s online zou plaatsen. Ter vergroting van die dreiging heeft verdachte bovendien vriendinnen van het meisje benaderd.

Dat het bij het meisje van zestien jaar oud slechts bij een poging is gebleven is niet de verdienste van verdachte geweest, maar van het slachtoffer zelf. Hoewel zij foto’s van zichzelf in een topje en een BH naar verdachte heeft gestuurd, heeft zij geen naaktfoto’s van zichzelf gestuurd.

Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten waarbij hij de lichamelijke integriteit, gevoelens en belangen van zijn jeugdige slachtoffers tijdens een kwetsbare periode in hun (seksuele) ontwikkeling heeft geschaad. De chatgesprekken waaruit blijkt hoe verdachte te werk ging zijn ontluisterend te noemen. Verdachte was manipulatief en in veel gevallen dwingend en soms zelfs agressief in zijn benadering van de jonge slachtoffers.

Bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan houdt de rechtbank rekening met de ernst van de bewezenverklaarde feiten in verhouding tot andere feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De rechtbank neemt bij de oplegging van de straf in het bijzonder de jonge leeftijd en kwetsbaarheid van de slachtoffers en de manipulatieve aard van de gedragingen in aanmerking. Van inzicht van het kwalijke van zijn handelen heeft verdachte ter terechtzitting weinig getoond. Evenmin heeft verdachte inzicht gegeven in de feiten en omstandigheden die er toe hebben geleid dat hij deze feiten gedurende in elk geval een periode van dertien maanden heeft gepleegd.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf verder in aanmerking de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die blijken uit het reclasseringsrapport van 22 april 2020 en het daarin gegeven strafadvies. Verdachte is vanaf december 2019 in behandeling bij een psychotherapeut. De psychotherapeut heeft de reclassering laten weten dat, gezien de motivatie voor behandeling bij verdachte, in combinatie met de aard van de problematiek van verdachte, een doorverwijzing naar een forensische polikliniek niet noodzakelijk of wenselijk is. Van een vermoeden van pedoseksuele voorkeuren bij verdachte zou geen sprake zijn. De reclassering heeft op die grond voortzetting van de behandeling bij de psychotherapeut gedurende de proeftijd geadviseerd.

Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat uit het uittreksel justitiële documentatie van 15 mei 2020 betreffende verdachte blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegende en rekening houdende met het tijdsverloop is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van de straf zoals door de officier van justitie geëist, passend en geboden is.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: door beloften van geld en misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

feit 2: een ander door enige andere feitelijkheid en bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

feit 3: poging tot het door beloften van geld en misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, Molenstraat 20 in Enschede op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- zich ambulant laat behandelen bij drs. M. Heutink, psychotherapeut in Delden, of een soortgelijke zorgverlener, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht. Daarbij geldt dat de veroordeelde zich dient te houden aan de regels die door of namens de zorgverlener worden gegeven. Als de behandeling stagneert, op welke wijze dan ook, informeert drs. Heutink de reclassering. De veroordeelde geeft op voorhand toestemming aan drs. Heutink tot het geven van informatie aan de reclassering.

Daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de veroordeelde:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 160 (honderdzestig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. A.M.G. Ellenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2020.

Mr. Ellenbroek is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, dienst Regionale Recherche, afdeling Thematische opsporing, team Zeden, met nummer PL0600-2018557064, van 23 januari 2020. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feiten 1 en 3

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 juni 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van verdachte [verdachte] :

Ik beken dat ik de in de tenlastelegging beschreven handelingen heb gepleegd. Ik heb onder meer in november 2016, november 2017 en op 26 december 2017 via Facebook meisjes benaderd. Ik kwam gaandeweg het contact er achter dat de meisjes minderjarig waren. Ik heb willekeurige namen ingetoetst. Ik heb mij voorgedaan als iemand van een modellenbureau. De meisjes hebben mij foto’s gestuurd van zichzelf. Ik kreeg een foto van een meisje in een wit topje. [slachtoffer 1] heeft foto’s van zichzelf met blote borsten gestuurd. Ik heb daar ook om gevraagd.

Ik heb e-mailadressen aangemaakt omdat het dan gemakkelijker is om foto’s te krijgen.

2.

Een proces-verbaal van verhoor van 13 november 2019 (pag. 25 e.v. van het dossier), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:

V: vraag

A: antwoord

A: Ik heb meisjes benaderd en gevraagd of ze model wilden worden.

V: Wat zegt de naam [mailadres] jou?

A: Dat is een emailadres dat ik ooit heb aangemaakt. Dan konden die meisjes naar dat adres mailen.

V: Van wie is dit emailadres?

A: Van mij.

3.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 3° Sv, te weten een bijlage bij proces-verbaal OU.11.L5.001304/2018 van 3 maart 2018 van een verhoor door de verbalisant [verbalisant 1] van de politie te Zottegem in België, van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Naam, Voornaam: [slachtoffer 1]

Geboren te Gent op [geboortedatum 2] /2003

In november 2016 werd ik via Facebook gecontacteerd door een onbekende vrouw. Dezelfde vrouw nam ook contact met me op via Messenger. Ik heb via de chatbox van Messenger wel berichten gestuurd met die vrouw.

De vrouw stelde zichzelf voor als iemand van een modellenbureau, [modellenbureau] . Ik ging ervan uit dat het een vrouw betrof, gezien het Messenger profiel een foto van een vrouw toonde.

De vrouw vroeg mij om enkele foto 's van mezelf door te sturen. Ik zou hiervoor 200 euro ontvangen, voor filmpjes zou ik 500 euro krijgen. Ik heb toen enkele foto’s doorgestuurd, enkel van mijn bovenlichaam. In totaal 5 foto's waarvan 3 met mijn (sport)bh en 2 foto 's zonder bh.

Ondanks het feit dat ik de foto’s probleemloos kon doorsturen via Messenger werd mij gevraagd om dezelfde foto's ook via mail te versturen naar [modellenbureau] . Ik deed wat mij gevraagd werd en stuurde de foto’s door.

Naast die foto's heb ik toen ook een filmpje doorgestuurd via Messenger.

4.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 3° Sv, te weten een bijlage bij proces-verbaal BG.L4.002242/2018 van 9 april 2018 van een verhoor door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , van de politie te Brugge in België, van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

De minderjarige zegt ons [slachtoffer 2] te heten en is geboren op [geboortedatum 3] /2001. Betreffende de feiten vertelt [slachtoffer 2] dat zij op een dag een vriendschapsverzoek kreeg via Facebook van de genaamde [alias verdachte] . Aan de hand van de profielfoto dacht [slachtoffer 2] dat ze [alias verdachte] wel kende.

[slachtoffer 2] accepteerde het vriendschapsverzoek om reden dat zij [alias verdachte] meende te herkennen. Volgens [slachtoffer 2] werd zij gevraagd om foto’s van zichzelf te sturen. Er werden haar steeds meer foto’s gevraagd met minder kledij. Op een bepaald moment zou [slachtoffer 2] gezegd hebben dat er genoeg foto’s waren en dat zij haar kledij zou aanhouden. Die persoon begon vervolgens te dreigen dat ze meer foto’s moest sturen of dat ze haar geld niet zou krijgen.

Zij had op het profiel van [alias verdachte] gekeken en zag dat er foto’s op stonden van 2 a 3 meisjes.

Er werd onmiddellijk gevraagd naar foto’s. Die persoon deed zich ook voor als zijnde van een modellenbureau. [slachtoffer 2] zegt dat er op de website van dat modellenbureau een ander mailadres werd gebruikt dan hetgeen werd doorgegeven door de gebruiker van het facebookprofiel van [alias verdachte] . [slachtoffer 2] zou daar een opmerking op hebben gegeven, waarop zij de uitleg kreeg dat het mailadres van het modellenbureau eventjes buiten gebruik was, waardoor zij het opgegeven mailadres kon gebruiken.

5.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Sv, te weten een schriftelijke weergave van een chat-bericht tussen “ [alias verdachte] ” en de minderjarige [slachtoffer 2] ,

(bijlage 3 aan PV BG.37.008171/17 van 26 december 2017), voor zover inhoudende:

op pagina 7 van bijlage 3:

Pracht!

(…) lijkt het jou leuk een betaald model te worden!

op pagina 8 van bijlage 3:

En je bent zo supermooi!

op pagina 18 van bijlage 3:

Moet je wel meerdere en duidelijke fotos sturen.

op pagina 26 van bijlage 3:

En meld je ook even via de Mail aan. (…) [mailadres]

Feit 2

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 juni 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv.

2.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 3° Sv, te weten een bijlage bij proces-verbaal OU.11.L5.001304/2018 van 3 maart 2018 van een verhoor door de verbalisant [verbalisant 1] van de politie te Zottegem in België, van [slachtoffer 1] .