Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2185

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
26-06-2020
Zaaknummer
8574357 \ BM VERZ 20-894 en 8574536 \ MS VERZ 20-204
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter in Almelo heeft het Bewindvoerderscollectief uit Nunspeet ontslagen als curator, bewindvoerder of mentor van ongeveer 73 mensen uit Overijssel. Het bedrijf werkte slordig, maakte veel fouten en heeft het vertrouwen van de kantonrechter ernstig geschaad. Ook de kantonrechter in Zutphen heeft het bedrijf ontslagen in de dossiers van zo’n 80 cliënten uit Gelderland. Voor de in totaal 153 cliënten is een vervangende curator, bewindvoerder of mentor gevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/214
FJR 2020/64.7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht - Bewindsbureau

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer : 8574357 \ BM VERZ 20-894 en 8574536 \ MS VERZ 20-204

dossiernummer : BM 10478 en MB 2742
datum : 23 juni 2020

Ambtshalve beschikking van de kantonrechter

inzake:

[bewindvoerder 1] , handelende onder de naam Bewindvoerderscollectief

Postbus 347
8070 AH Nunspeet
gemachtigde: mr. B.J.H.L. Brouwer, advocaat te Apeldoorn

bewindvoerder en mentor voor:

[rechthebbende]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957

wonende [woonplaats]

hierna te noemen: rechthebbende

De procedure

Bij beschikking van 11 november 2015 is een bewind ingesteld over het vermogen van rechthebbende op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Nu is [bewindvoerder 1] bewindvoerder.

Bij beschikking van 29 september 2016 is een mentorschap ingesteld ten behoeve van rechthebbende. Nu is [bewindvoerder 1] mentor.

Naar aanleiding van bevindingen bij de controle van de periodieke verantwoordingen die over het gevoerde bewind zijn afgelegd, heeft op 9 december 2019 een zitting plaatsgevonden. Hierbij zijn zowel [bewindvoerder 1] als [bewindvoerder 2] verschenen. Zij zijn maten in de maatschap met als handelsnaam: Bewindvoerderscollectief. In de uitnodigingsbrief van 29 oktober 2019 is aan beide maten medegedeeld dat hun reactie op vragen van de kantonrechter in een aantal dossiers niet tot opheldering heeft geleid en dat de bevindingen zorgen baren. Ter zitting heeft de kantonrechter Bewindvoerderscollectief voorgehouden dat zowel het gevoerde bewind als het toezicht soepel moet verlopen en dat indien Bewindvoerderscollectief verzuimt om hieraan uitvoering te geven, de kantonrechter daaruit de gevolgtrekkingen kan maken die hem geraden voorkomen.
Na deze zitting heeft de kantonrechter in diverse dossiers nadere vragen gesteld. Naar aanleiding van bevindingen heeft op 2 juni 2020 wederom een zitting plaatsgevonden, waarbij [bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2] aanwezig waren, bijgestaan door de gemachtigde.

De beoordeling

1. De maten van Bewindvoerderscollectief, [bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2] , zijn separaat in persoon benoemd tot curator, bewindvoerder en/of mentor. De maten zijn van 8 rechthebbenden curator. Daarnaast zijn zij bewindvoerder over de vermogens van 65 rechthebbenden en in 21 van die zaken zijn zij ook mentor. De bevindingen die zijn aangetroffen in de dossiers hebben betrekking op beide maten. Deze bevindingen zijn ook van gelijke aard. Om die reden zal de kantonrechter alle zaken van zowel [bewindvoerder 1] als van [bewindvoerder 2] , hierna Bewindvoerderscollectief te noemen, gezamenlijk behandelen.

2. De kantonrechter is belast met het toezicht op het gevoerde bewind en dient er actief op toe te zien dat de curator, bewindvoerder en mentor, in algemene zin, uitvoering geeft aan zijn taak. Bij onder meer de controle van de periodieke verantwoordingen toetst de kantonrechter of die taak naar behoren wordt vervuld. Bij de controle van de door Bewindvoerderscollectief overgelegde periodieke verantwoordingen zijn onregelmatigheden aangetroffen. De kantonrechter heeft om die reden onderzocht of Bewindvoerderscollectief de belangen van haar cliënten op een deugdelijke manier behartigt en zo niet, of ontslag moet volgen in alle zaken van Bewindvoerderscollectief wegens gewichtige redenen als bedoeld in de artikelen 1:385 lid 1 sub d (voor de curator), 1:448 lid 2 (voor de bewindvoerder) en 1:461 lid 2 BW (voor de mentor).

3. De bevindingen hebben onder meer betrekking op (aanvragen van) bijzondere bijstand en op de door Bewindvoerderscollectief in rekening gebrachte beloning voor haar werkzaamheden als curator/bewindvoerder/mentor. Daarnaast zijn er andere bijzonderheden aangetroffen.

4. Bijzondere bijstand
Bij de controle van diverse periodieke verantwoordingen over 2018 is gebleken dat er minder bijzondere bijstand door de gemeente is uitgekeerd, dan dat door Bewindvoerderscollectief aan beloning in rekening is gebracht. Nadat hierover meer vragen zijn gesteld aan Bewindvoerderscollectief heeft zij erkend dat zij in diverse dossiers te laat bijzondere bijstand heeft aangevraagd voor haar beloning.

4.2

In de dossiers met BM-nummers 5588, 6069, 7730, 11048, 13682, 13683 en CB 27993 heeft Bewindvoerderscollectief voor een totaalbedrag van € 8.300,22 aan misgelopen bijzondere bijstand moeten terugstorten op de rekeningen van haar cliënten. De kantonrechter vindt het kwalijk dat Bewindvoerderscollectief deze fouten niet uit eigen beweging heeft hersteld, maar pas nadat de kantonrechter hierom, in enkele gevallen herhaald, heeft verzocht. Van een bewindvoerder mag in de eerste plaats worden verwacht dat tijdig bijzondere bijstand wordt aangevraagd indien de rechthebbende daar recht op heeft en in de tweede plaats dat een bewindvoerder zijn fouten uit eigen beweging herstelt. Dat Bewindvoerderscollectief door de kantonrechter er (meer dan) een jaar na dato op moet worden gewezen om de rechthebbenden schadeloos te stellen, getuigt niet van goed bewindvoerderschap.

4.3

In een tweetal dossiers heeft Bewindvoerderscollectief foutieve informatie verstrekt, nadat de kantonrechter had verzocht om de rechthebbenden schadeloos te stellen. In het dossier met BM-nummer 9395 heeft de kantonrechter aan Bewindvoerderscollectief gevraagd waarom er minder bijzondere bijstand in 2018 is ontvangen dan dat in 2018 aan beloning in rekening is gebracht. Bewindvoerderscollectief stelde dat dit niet het geval was, omdat de bijzondere bijstand voor de maand december 2018 pas in januari 2019 was uitgekeerd, maar dit bleek nog niet uit de rekening en verantwoording over het jaar 2018. Uit aanvullende gegevens bleek dat de gemeente weliswaar een bedrag van € 382,- had uitgekeerd in de maand januari 2019, maar dit bleek geen bijzondere bijstand te zijn voor de bewindvoerderskosten voor het jaar 2018. Nadat de kantonrechter wederom om nadere toelichting vroeg, stelde Bewindvoerderscollectief dat de bijzondere bijstand toch te laat was aangevraagd, namelijk op 29 januari 2018 in plaats van op 1 januari 2018. Bewindvoerderscollectief heeft de rechthebbende pas op dat moment schadeloos gesteld voor een bedrag van € 130,09. De kantonrechter constateert dat hij verkeerd is voorgelicht.


In het dossier met BM-nummer 13624 heeft Bewindvoerderscollectief tijdens de zitting van 9 december 2019 verklaard dat er geen recht was op bijzondere bijstand, omdat de rechthebbende geen eigen bijdrage WLZ verschuldigd was en om die reden draagkracht had om de bewindvoerders- en mentorschapskosten zelf te betalen. Nadat de kantonrechter, na onderzoek, tijdens de zitting van 2 juni 2020 Bewindvoerderscollectief voorhield dat uit de rekening en verantwoording wel degelijk een eigen bijdrage bleek, verklaarde Bewindvoerderscollectief dat de rechthebbende mogelijk voor vier maanden recht had op bijzondere bijstand voor de bewindvoerders- en mentorschapskosten.

Als de kantonrechter verzoekt om nadere inlichtingen, dan mag en moet de kantonrechter er vanuit kunnen gaan dat de door de bewindvoerder verstrekte inlichtingen juist zijn. In voormelde zaken zijn door Bewindvoerderscollectief verschillende verklaringen afgelegd. De zaken steken anders in elkaar dan in eerste instantie door Bewindvoerderscollectief werd voorgesteld. Dit kwam pas aan het licht, nadat de kantonrechter meer kritische vragen heeft moeten stellen en die gang van zaken doet afbreuk aan het vertrouwen in Bewindvoerderscollectief.
5. Bewindvoerders- en/of mentorschapskosten

5.1

In de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren is een hogere beloning vastgesteld voor een bewind waarin sprake is van problematische schulden dan voor een ‘standaard’ bewind. Die hogere beloning is gerechtvaardigd indien de bewindvoerder wegens de problematische schulden extra werkzaamheden verricht. Het gaat dan om bijvoorbeeld het stabiliseren van problematische schuldsituaties of het toeleiden tot een minnelijke schuldhulpverlening of WSNP.

5.2

Bewindvoerderscollectief heeft ter zitting van 9 december 2019 verklaard dat zij in een aantal dossiers achterlopen in hun werkzaamheden met betrekking tot de schulden.

Op de vraag welke werkzaamheden Bewindvoerderscollectief in het dossier met BM-nummer 13980 ten aanzien van de schulden heeft verricht, heeft Bewindvoerderscollectief ter zitting geantwoord dat zij de schuldeisers heeft aangeschreven. Door Bewindvoerderscollectief is niet gesteld dat er andere werkzaamheden zijn verricht, zoals bijvoorbeeld het stabiliseren van de situatie of het toeleiden naar schuldhulpverlening. Bewindvoerderscollectief heeft vervolgens, op verzoek van de kantonrechter, een bedrag van € 229,-, zijnde het verschil tussen het lagere en hogere tarief, verrekend met nog achterstallige bewindvoerderskosten. Ditzelfde geldt voor het dossier met BM-nummer 13844, waar Bewindvoerderscollectief een bedrag van € 229,- heeft verrekend. In het dossier met BM-nummer 11608 heeft Bewindvoerderscollectief een bedrag van € 932,82 teruggestort, wegens dezelfde reden.

5.3

In voornoemde dossiers heeft Bewindvoerderscollectief het hogere tarief in rekening gebracht, terwijl er minimale of geen werkzaamheden zijn verricht ten aanzien van de schulden. Bewindvoerderscollectief heeft na terugbetaling weliswaar per saldo het lagere tarief in rekening gebracht, maar pas nadat Bewindvoerderscollectief hier door de kantonrechter op is gewezen. Van Bewindvoerderscollectief mag als professional worden verwacht dat zij de diensten levert waarvoor zij betaald krijgt. Als dit niet gebeurt, dan kan niet van de rechthebbenden worden verwacht dat zij voor diensten betalen die niet worden geleverd. Bewindvoerderscollectief is in deze zaken nalatig geweest. Daar komt bij dat het niet verrichten van werkzaamheden waarvoor men is aangesteld, niet door de beugel kan.

6. Overige bijzonderheden

6.1

Eén van de taken van een bewindvoerder is het aanvragen van kwijtschelding van de gemeentelijke lasten, indien de rechthebbende wegens zijn inkomen en/of vermogen de gemeentelijke lasten niet kan betalen. Bewindvoerderscollectief heeft aangevoerd dat stukken ten behoeve van de gemeentelijke lasten te allen tijde naar de rechthebbende worden verstuurd en niet naar de bewindvoerder, zo ook in het dossier met BM-nummer 10770. Bewindvoerderscollectief stelt dat iedere rechthebbende om die reden jaarlijks van hen een brief krijgt met het verzoek om gegevens aan te leveren, waaronder de gegevens die betrekking hebben op de gemeentelijke lasten. In het betreffende dossier levert de rechthebbende ondanks het verzoek daartoe geen gegevens aan, aldus Bewindvoerderscollectief en om die reden kon de bewindvoerder de aanvragen niet doen.

Navraag bij de betreffende gemeente wijst uit dat de gemeente in het betreffende dossier in de jaren 2016, 2017 en 2018 een zestal aanmaningen en een drietal dwangbevelen inzake de gemeentelijke lasten heeft verstuurd naar het adres van Bewindvoerderscollectief. Bewindvoerderscollectief ontkent dat zij deze brieven heeft ontvangen en stelt dat zij de rechthebbende meer malen heeft gesproken, maar dat de rechthebbende de stukken niet aanlevert. Het komt de kantonrechter echter zeer onwaarschijnlijk voor dat geen van deze aanmaningen en dwangbevelen Bewindvoerderscollectief heeft bereikt. Daarnaast zijn geen gespreksnotities of gespreksverslagen overgelegd waaruit blijkt dat Bewindvoerderscollectief aan de rechthebbende heeft verzocht om de benodigde gegevens aan te leveren. Bewindvoerderscollectief heeft slechts op 7 januari 2019 en 4 februari 2019 twee brieven verstuurd, waarin de rechthebbende wordt verzocht om de aanslag gemeentelijke- en waterschapsbelastingen toe te zenden. Van verdere inspanningen aan de zijde van Bewindvoerderscollectief om de benodigde gegevens te verkrijgen is niet gebleken. De minimale inspanning die Bewindvoerderscollectief had kunnen verrichten, door bijvoorbeeld contact op te nemen met de gemeente, staat niet in verhouding met de verstrekkende financiële (en kostenverhogende) gevolgen voor de rechthebbende. De kantonrechter is van oordeel dat Bewindvoerderscollectief nalatig heeft gehandeld.

6.2

In het dossier met BM-nummer 8665 heeft de gemeente de uitkering van rechthebbende met ingang van 1 juli 2018 ingetrokken en een boete van € 75,- opgelegd, wegens het niet indienen van gegevens. Om die reden werd ook geen bijzondere bijstand meer verstrekt voor de bewindvoerderskosten. Bewindvoerderscollectief stelt dat de rechthebbende verantwoordelijk is voor het indienen van de noodzakelijke bescheiden. Nog los van de vraag of die stelling juist is, is bij de door Bewindvoerderscollectief ingediende rekening en verantwoording over het jaar 2018 slechts één e-mailbericht (5 maart 2018) aangetroffen waarin Bewindvoerderscollectief aan de rechthebbende verzoekt om gegevens in te dienen. Vervolgens is weliswaar opnieuw een bijstandsuitkering aangevraagd, maar de gemeente heeft verzocht om aanvullende gegevens en heeft bij brief van 18 februari 2019, geadresseerd aan Bewindvoerderscollectief, besloten om de aanvraag niet in behandeling te nemen wegens het niet indienen van gegevens. Bewindvoerderscollectief heeft niet aangetoond dat zij voorafgaand en na de aanvraag van de bijstandsuitkering aan de rechthebbende heeft verzocht om aanvullende gegevens, terwijl de brieven van de gemeente zijn geadresseerd aan Bewindvoerderscollectief. Evenmin is de rechthebbende door Bewindvoerderscollectief aantoonbaar geconfronteerd met de consequenties van het niet indienen van de gevraagde gegevens. Bewindvoerderscollectief heeft gesteld dat de rechthebbende met zijn begeleider op kantoor is geweest, maar heeft daarvan geen bewijs overgelegd. Bewindvoerderscollectief verwijst eveneens naar dit gesprek in de rekening en verantwoording, maar dan blijkt het gesprek te hebben plaatsgevonden op 23 juni 2017, ruim voordat de uitkering werd beëindigd. De kantonrechter is ook in dit dossier van oordeel dat Bewindvoerderscollectief zich meer had moeten inspannen om de gevraagde gegevens aan te leveren en acht Bewindvoerderscollectief nalatig. Zo er al meer is gedaan dan het sturen van een enkel bericht, namelijk een of meer gesprekken met rechthebbende en/of zijn begeleider, geldt dat in dat geval de dossiervorming niet in orde is, nu van deze gestelde activiteiten geen enkel bewijs of aanwijzing in het dossier zit.

7. Conclusie

7.1

Het uitgangspunt is dat de periodieke verantwoordingen voldoende inzicht verschaffen aan de kantonrechter om een goede uitvoering te kunnen geven aan zijn toezichthoudende taak. In het geval van Bewindvoerderscollectief geven deze verantwoordingen wegens vele onduidelijkheden aanleiding tot een veelheid aan vragen. Daarbij is de informatieverschaffing aan de zijde van Bewindvoerderscollectief minimaal en in enkele gevallen ook niet juist. De antwoorden, zo al gegeven leiden doorgaans tot meer vragen dan dat zij de gevraagde duidelijkheid verschaffen. De kantonrechter overweegt dat sprake is van een veelheid van fouten, slordigheden en toerekenbare tekortkomingen in aard en omvang die een professionele organisatie zich niet kan permitteren. Gebleken is dat fouten door de bewindvoerder niet worden ontdekt, dat zaken op hun beloop worden gelaten en pas worden hersteld, nadat de kantonrechter Bewindvoerderscollectief hier (al dan niet herhaald) op wijst. De stelling van Bewindvoerderscollectief dat diverse maatregelen zijn en worden getroffen, wordt geenszins onderbouwd. Er zijn geen concrete maatregelen voorgelegd, zoals toezending van (aangepaste) werkinstructies of procesbeschrijvingen, ter verbetering.

7.2

Voor de kantonrechter is het vertrouwen in een curator, bewindvoerder en mentor cruciaal om een goede invulling te geven aan zijn taak als toezichthouder. Bewindvoerderscollectief heeft dit vertrouwen gelet op wat hiervoor is overwogen ernstig geschaad. De kantonrechter komt tot de conclusie dat Bewindvoerderscollectief wegens gewichtige redenen als bedoeld in de artikelen 1:385 lid 1 sub d, 1:448 lid 2 en 1:461 lid 2 BW moet worden ontslagen in alle dossiers die lopen bij de rechtbank Overijssel. Desgevraagd heeft Finta Beheer B.V., gevestigd te Meppel, postadres: Blankenstein 122, 7943 PE Meppel, zich bereid verklaard om tot opvolgend bewindvoerder en mentor te worden benoemd.

7.3

Bewindvoerderscollectief zal worden vrijgesteld van de verplichting om eindrekening en –verantwoording af te leggen. Het belang van een vlotte overdracht van de dossiers naar de opvolgend bewindvoerder en mentor gaat boven het belang van het afleggen van de eindrekening en –verantwoording. Indien Bewindvoerderscollectief ervoor kiest om eindrekening en –verantwoording af te leggen dan mag zij hiervoor geen kosten in rekening brengen gelet op de reden van het ontslag.

De beslissing


De kantonrechter:

  • -

    ontslaat met ingang van 1 juli 2020 [bewindvoerder 1], handelende onder de naam Bewindvoerderscollectief, correspondentieadres: Postbus 347, 8070 AH Nunspeet, als bewindvoerder en mentor;

  • -

    bepaalt dat geen eindrekening en -verantwoording hoeft te worden afgelegd;

  • -

    benoemt met ingang van 1 juli 2020 Finta Beheer B.V., gevestigd te Meppel, postadres: Blankenstein 122, 7943 PE Meppel, tot opvolgend bewindvoerder en mentor;

  • -

    gelast [bewindvoerder 1] het papieren en digitale dossier van rechthebbende, alle elektronische en/of digitale gegevensdragers waarop zich gegevens van rechthebbende bevinden en alle inlogcodes en wachtwoorden die toegang bieden tot gegevens van rechthebbende over te dragen aan de opvolgend bewindvoerder;

  • -

    bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder en mentor voor zijn/haar (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind en mentorschap gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de rechthebbende mag brengen;

  • -

    verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Verhoeven, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2020, in tegenwoordigheid van mr. A.W. Bieshaar, griffier.

Tegen deze beschikking kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden.