Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:2007

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
08/279648-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het plegen van ontucht met 2 minderjarige kinderen uit een gezin uit Enschede en het maken en bezitten van kinderporno is een 29-jarige man veroordeeld tot een celstraf van 4 jaar, waarvan 2 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar en bijzondere voorwaarden. Hij is vrijgesproken van ontucht met een derde kind uit het gezin. De man werd door het gezin als vriend werd gezien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/279648-19 (P)

Datum vonnis: 12 juni 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1989 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in de P.I. Grave te Grave.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 mei 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. Leunk en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. T. Geerdink, advocaat te Borne, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: met zijn penis seksueel is binnengedrongen bij iemand beneden de twaalf jaar;

feit 2: ontuchtige handelingen heeft gepleegd met drie personen beneden de zestien jaar;

feit 3: kinderpornografie heeft vervaardigd en daarvan een gewoonte heeft gemaakt;

feit 4: kinderpornografie heeft verworven en in bezit gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2018 tot en met 31 mei 2019 te Enschede, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2009, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1] , te weten het:

-één of meermalen duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2018 tot en met 31 mei 2019 te Enschede, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 die toen de leeftijd van zestien nog niet had(den) bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het één of meermalen:

- betasten en/of aanraken van de billen, anus en/of penis van die [slachtoffer 1] en/of

- liggend in een bed naast en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] zichzelf af te trekken en/of

- het vastpakken van de penis van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) aftrekken van die [slachtoffer 1] en/of

- in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het pijpen van die [slachtoffer 1] en/of

- het op/tegen de mond zoenen van die [slachtoffer 1] en/of

- laten vastpakken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1] en/of

- betasten en/of aanraken van de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer 2] en/of

-opzij schuiven van de onderbroek en/of (vervolgens) betasten en/of aanraken van de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer 3] ;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2018 tot en met 31 mei 2019 in de gemeente Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer afbeelding(en) te weten een aantal foto's en/of een aantal video’s en/of film(s) - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een USB-stick (kleur blauw/wit 3.0) – heeft vervaardigd,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] 1999) was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) – zakelijk weergegeven – bestond(en) uit:

het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of vinger(s)/hand en/of de mond/tong van het lichaam van die [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

(bestandsna(a)men): [bestandsnaam] .MOV – foto 6, 7 en 8 toonmap en [bestandsnaam] .mp4 – foto 15 toonmap)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van die [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand;

(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .mp4 – foto 9 toonmap, [bestandsnaam] .mp4 – foto 11 toonmap, [bestandsnaam] .mp4 – foto 12 toonmap, [bestandsnaam] .mp4 – foto 13 toonmap)

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van die [slachtoffer 1] , althans een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele

prikkeling

(bestandsna(a)men): [bestandsnaam] .MOV – foto 6, 7 en 8 toonmap)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

4.

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2018 tot 22 november 2019 in de gemeente Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) (aantal) afbeelding(en), te weten (een) (aantal) foto(’s) en/of (een)(aantal) video(’s) en/of film(s)

en/of één of meer gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een computer (notebook Asus zwart) en/of twee harddisks (Seagate Z1DDE2TO en Western Digital WD10EADS) en/of een USB-stick (baluw/wit 3.0) –

heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken;

welke voornoemde seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) voorwerp(en);

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met (een) voorwerp(en);

(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .jpg)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong;

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong;

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en);

(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] )

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt

(bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam] .JPG)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Met betrekking tot de feiten 1 en 3 stelt de officier van justitie dat zowel sprake is geweest van oraal als van anaal seksueel binnendringen van het lichaam.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het anaal binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , zoals onder 1 en 3 is ten laste gelegd. Verdachte ontkent dit en uit de beelden blijkt ook niet dat het heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft geen reden om hierover leugenachtig te verklaren nu hij alle andere handelingen heeft bekend. Met betrekking tot de overige ten laste gelegde feiten refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Gedeeltelijke vrijspraak

Aan verdachte is onder 2, zevende gedachtestreepje, ten laste gelegd dat hij de vagina en/of schaamstreek van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) [slachtoffer 2] heeft betast en/of aangeraakt. Naar het oordeel van de rechtbank is dit gedachtestreepje niet wettig en overtuigend bewezen, nu zich in het dossier geen enkel bewijsmiddel bevindt dat verdachte de vagina en/of de schaamstreek van [slachtoffer 2] heeft betast. Verdachte heeft bij de politie weliswaar verklaard dat hij haar “mogelijk lichtelijk betast heeft”, maar deze verklaring is niet concreter geworden, ook niet ter zitting. Integendeel, verdachte heeft ter zitting bedoelde ten laste gelegde handelingen weersproken. Verdachte wordt van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijgesproken.

De rechtbank acht evenmin wettig en overtuigend bewezen dat verdachte handelingen heeft verricht waarbij sprake is geweest van penetratie van de anus van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) [slachtoffer 1] , zoals onder 1 en 3 ten laste is gelegd. In het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 4 maart 2020 wordt weliswaar beschreven dat verdachte met zijn penis tussen de billen van [slachtoffer 1] is geweest en dat verdachte bewegingen maakt alsof hij het jongetje anaal penetreert, maar niet dat daadwerkelijk sprake is geweest van anale penetratie. Verdachte ontkent dat hij [slachtoffer 1] anaal heeft gepenetreerd. Verdachte ontkent niet dat hij met zijn penis tussen de billen van [slachtoffer 1] is geweest. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat seksueel binnendringen van het lichaam als bedoeld in artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) niet zodanig ruim moet worden opgevat dat daaronder ook het drukken van een penis tussen de billen valt. Ook van dit gedeelte van de tenlastelegging wordt verdachte vrijgesproken. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat “duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 1] ” is tenlastegelegd en niet het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis tussen de billen.

Bewezenverklaring

Met betrekking tot het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer 1] , zoals ten laste gelegd onder 1 en 3, overweegt de rechtbank nog het volgende. Op bladzijde 61 van het proces-verbaal is beschreven dat op één van de door verdachte gemaakte filmpjes is te zien dat verdachte zijn penis tegen de tanden van [slachtoffer 1] drukt. Op bladzijde 182 van het proces-verbaal is beschreven dat ook te zien is dat verdachte zijn penis tussen de lippen van [slachtoffer 1] duwt. Verdachte heeft deze handelingen ter terechtzitting bekend, maar is zelf van mening dat deze handelingen geen orale penetratie opleveren. De rechtbank oordeelt dat dat wél het geval is, gezien het feit dat verdachte met zijn penis de lippen van [slachtoffer 1] is gepasseerd. Daarmee staat vast dat zijn penis zich in de mond van [slachtoffer 1] heeft bevonden en is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gedrukt.

De rechtbank komt - met uitzondering van de hiervoor genoemde partiele vrijspraken - tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten, en wat betreft het seksueel binnendringen met zijn penis in de mond van [slachtoffer 1] de handelingen, heeft bekend en door of namens hem (overigens) geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

  1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 mei 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

  2. het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 22 november 2019, bladzijde 43 en 46;

  3. het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , van
    26 november 2019, bladzijde 60 en 61;

  4. het proces-verbaal veiligstellen van verbalisant [verbalisant] van

18 februari 2020, pagina’s 95 en 96;

5. het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 4 maart 2020 met bijlagen, bladzijde 178 tot en met 193;

6. het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 11 maart 2020 met bijlage, pagina’s 194 tot en met 197;

7. het aanvullend proces-verbaal kinderpornografisch materiaal van 25 maart 2020, met bijlage.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2018 tot en met 31 mei 2019 te Enschede, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2009, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij in de periode van 1 september 2018 tot en met 31 mei 2019 te Enschede, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 die toen de leeftijd van zestien nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het:

- betasten en aanraken van de billen en penis van die [slachtoffer 1] en

- liggend in een bed naast en tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] zichzelf af te trekken en

- vastpakken van de penis van die [slachtoffer 1] en vervolgens aftrekken van die [slachtoffer 1] en

- in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 1] en vervolgens het pijpen van die

[slachtoffer 1] en

- op de mond zoenen van die [slachtoffer 1] en

- laten vastpakken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en vervolgens zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1] en

- opzij schuiven van de onderbroek en aanraken van de vagina en schaamstreek van die [slachtoffer 3] ;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2018 tot en met 31 mei 2019 in de gemeente Enschede, telkens een of meer afbeeldingen, te weten (een) foto(’s) en/of (een) film(s), heeft vervaardigd, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] 2009) was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het oraal penetreren met de penis en vingers en de tong van het lichaam van die [slachtoffer 1] , en het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen van die [slachtoffer 1] met de penis en vingers/hand, en het houden van een stijve penis bij het gezicht/lichaam van die [slachtoffer 1] ,

waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, van welke misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2018 tot 22 november 2019 in Nederland, meermalen telkens, (een) afbeelding(en), te weten (een) foto(’s) en/of (een) film(s) en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een computer (notebook Asus zwart) en twee harddisks (Seagate Z1DDE2TO en Western Digital WD10EADS) en een USB-stick (blauw/wit 3.0) heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken;

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of een vinger/hand en een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; en

het oraal en anaal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of een voorwerp; en

het oraal en anaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met een voorwerp; en

het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en een vinger/hand en/of een voorwerp en/of de mond/tong; en

het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en een vinger/hand en een voorwerp en de mond/tong; en

het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met een vinger/hand en een voorwerp; en

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen poseren in een omgeving en met voorwerpen en in erotisch getinte houdingen op een wijze die niet bij hun leeftijd past en waarbij nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling; en

het masturberen bij en ejaculeren op het lichaam en het houden van een penis bij het gezicht/lichaam van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt;

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 240b, 244 en 247 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

feit 2:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

feit 3:

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

feit 4:

het misdrijf: een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat aan verdachte op grond van artikel 38v Sr voor de duur van vijf jaren een vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd, waarbij verdachte wordt bevolen zich te onthouden van contact met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op straffe van twee weken hechtenis voor iedere overtreding van de maatregel. Daarnaast dient een locatieverbod te worden opgelegd voor de duur van vijf jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het tenlastegelegde en heeft verzocht aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform voorarrest op te leggen met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals ook genoemd door de officier van justitie. De raadsman stelt dat met een proeftijd van drie jaren kan worden volstaan.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de persoon van verdachte zoals die naar voren zijn gekomen uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting, het reclasseringsadvies van 20 mei 2020 en het psychologisch onderzoeksrapport van 2 maart 2020. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van jonge kinderen. De slachtoffers waren op het moment van het misbruik vijf en negen jaar oud. Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende een periode van negen maanden vrijwel dagelijks ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] heeft gepleegd. Verdachte heeft daarnaast met [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ), het zusje van [slachtoffer 1] , ontuchtige handelingen gepleegd. Verdachte heeft aldus de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] op die wijze ernstig geschonden. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van seksueel misbruik naast lichamelijke schade ook psychische schade kunnen oplopen, hetgeen vele jaren later nog diepe sporen kan nalaten. Dat verdachte de feiten (zoals hij verklaart) alleen heeft gepleegd toen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] sliepen, maakt dit niet anders. Bovendien blijkt hieruit dat verdachte wist wat zijn handelen voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zou kunnen betekenen als zij het bewust zouden meemaken. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad, maar liet zich enkel leiden door zijn eigen seksuele lusten. Verdachte is daarbij zeer berekenend te werk gegaan door zich een plaats te verwerven in een kwetsbaar gezin met jonge kinderen die gedeeltelijk aan zijn zorg werden toevertrouwd. Verdachte was zich op dat moment bewust van de seksuele aantrekkingskracht die jonge kinderen op hem hadden, heeft geen hulp gezocht, heeft zijn probleem niet bespreekbaar gemaakt, maar heeft zich een plek verworven in dit gezin wetende dat hij op enig moment de verleiding niet zou kunnen weerstaan. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Daar komt bij dat verdachte door zijn handelen het al kwetsbare gezin in nog grotere problemen heeft gebracht. Het gezin zal zeer waarschijnlijk nog langdurig geconfronteerd blijven met de gevolgen van verdachtes handelen. Ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.

Uit het psychologisch onderzoeksrapport volgt dat verdachte lijdt aan een pedofiele stoornis en dat hiervan ook sprake was ten tijde van de gepleegde feiten. De deskundige is daarom van mening dat de ten laste gelegde feiten verdachte in verminderde mate zijn toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over. Dit neemt echter niet weg dat verdachte wist dat zijn handelingen strafbaar waren. De rechtbank neemt het verdachte buitengewoon kwalijk dat hij geen professionele hulp heeft gezocht, maar zich juist steeds meer in de buurt van kinderen heeft begeven. Ondanks zijn jarenlange sluimerende pedoseksuele gevoelens, is verdachte leider geworden bij de scouting en was hij van plan om op een buitenschoolse opvang te gaan werken. Uiteindelijk heeft verdachte zijn gedachten omgezet in ernstige strafbare feiten.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur recht doet aan de aard en de ernst van de strafbare feiten. Daarnaast is een groot voorwaardelijk strafdeel passend om verdachte te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zowel de reclassering als de psycholoog het recidiverisico inschatten als matig tot hoog. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat verdachte weliswaar een blanco strafblad heeft, maar ter zitting heeft erkend dat hij ook al eerder kinderporno bekeek.

Nu er een reële kans op herhaling bestaat ziet de rechtbank meerwaarde in het opleggen van bijzondere voorwaarden om een gedragsverandering bij verdachte te bewerkstelligen. Verdachte heeft spijt betuigd en is bereid mee te werken aan een intensieve behandeling. De rechtbank neemt daarom de door de reclassering geadviseerde voorwaarden over. Deze voorwaarden omvatten reclasseringstoezicht, een ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, het vermijden van contact met minderjarigen en het vermijden van kinderporno. Ook het meewerken aan het COSA-project. zoals door de officier van justitie gevorderd, zal als voorwaarde worden opgelegd. Gelet op verdachtes langdurige worsteling met zijn seksuele gevoelens voor jonge kinderen, zijn belangstelling voor (vrijwilligers)werk met jonge kinderen en de inschatting van het recidiverisico door de deskundige en de reclassering is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Om die reden acht de rechtbank een proeftijd van vijf jaar op zijn plaats.

De rechtbank ziet geen meerwaarde in het opleggen van een, door de officier van justitie gevorderde en door de raadsman van de benadeelde verzochte, vrijheidsbeperkende maatregel. Op grond van de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden moet verdachte contact met minderjarigen mijden. Hieronder vallen uiteraard ook de kinderen van het gezin [slachtoffers] . Een locatieverbod wordt ook niet opgelegd, nu niet duidelijk is waar de kinderen de komende jaren zullen verblijven.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

1.
[slachtoffer 1] , wettelijk vertegenwoordigd door [aangever] , tot een bedrag van € 12.500,00 ter vergoeding van immateriële schade en € 166,24 ter vergoeding van materiele schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

2. [slachtoffer 3] , wettelijk vertegenwoordigd door [aangever] , tot een bedrag van € 2.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

3. [slachtoffer 2] , wettelijk vertegenwoordigd door [aangever] , tot een bedrag van € 2.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de drie benadeelde partijen volledig kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, dan wel dat deze dienen te worden afgewezen dan wel aanzienlijk te worden gematigd. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de vorderingen zodanig laat zijn ingediend dat hij zich niet voldoende heeft kunnen voorbereiden op de vorderingen. Voorts betwist de raadsman het causale verband tussen de gestelde schade bij de kinderen en handelen van verdachte. Ook betwist de raadsman de hoogte van de schadeposten.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De vordering aangaande [slachtoffer 2] heeft betrekking op het onder 2 ten laste gelegde. Nu verdachte van dit gedeelte van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken en aan hem geen maatregel wordt opgelegd, zal de rechtbank deze benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade aangaande [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , oordeelt de rechtbank als volgt. De gemachtigde van de kinderen is ter zitting uitvoerig ingegaan op de gevolgen van seksueel handelen voor kinderen in zijn algemeenheid en heeft ter zitting gesteld dat ook sprake is van problematiek bij de kinderen als gevolg van het handelen van verdachte, maar enige (schriftelijke) onderbouwing van zowel de gestelde problematiek als het gestelde causale verband ontbreekt, terwijl voorts uit het dossier naar voren komt dat er reeds sprake was van (enige) problematiek met betrekking tot één of meer kinderen van het gezin. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partijen om deze schadeposten alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partijen die gelegenheid niet zal bieden.

Gezien het voorgaande worden deze benadeelde partijen eveneens niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade. De benadeelde partijen kunnen de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De vordering tot vergoeding van materiele schade van [slachtoffer 1] betreft reis- en parkeerkosten van de ouders van [slachtoffer 1] voor het bijwonen van zittingen, een gesprek met de gemachtigde van de kinderen en een gesprek met de politie. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 12 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:905) worden deze kosten aangemerkt als proceskosten die zijn gemaakt in het kader van de voegingsprocedure als bedoeld in artikel 51a en volgende Sv en niet als schade die rechtstreeks het gevolg is van het strafbare feit. De rechtbank begrijpt dat bedoeld is om deze kosten te vorderen als proceskosten. De rechtbank wijst dit deel van de vordering toe.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

feit 2:

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

feit 3:

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

feit 4:

het misdrijf: een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 2 (twee) jaren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 5 (vijf) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, Eekbrouwersweg 6 in ‘s-Hertogenbosch, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- zich ambulant laat behandelen door de GGZ of een soortgelijke zorgverlener, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de zorgverlener zullen worden gegeven;

- verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen en deze contacten zoveel mogelijk vermijdt. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat hij niet alleen is, maar in de aanwezigheid van bijvoorbeeld moeder, stiefvader, toezichthouder reclassering of begeleiders van de beschermde woonvorm;

- zich op welke wijze dan ook onthoudt van:

• het seksueel getint communiceren met minderjarigen;

• gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch

materiaal kan worden verkregen;

• gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

Verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. Betrokkene werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek;

- meewerkt aan het COSA-project, indien en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en

verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partijen: [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] , in het geheel niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat de benadeelde partijen de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

- veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1] , voor een deel van € 12.500,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op € 166,24, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes en

mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2020.

Buiten staat

Mr. Eshuis is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland team Zeden, onderzoek Waal / ONRBC19551. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.