Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1941

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-06-2020
Datum publicatie
08-06-2020
Zaaknummer
08/952767-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 29-jarige man uit Enschede is veroordeeld tot 24 maanden cel omdat hij schuldig is aan onder andere oplichting, computervredebreuk en pogingen tot afpersing. De slachtoffers moet hij in totaal een bedrag van rond de 29.000 euro terug betalen.

Via Marktplaats zocht hij contact met verkopers van een camper of caravan bij wie hij zich voordeed als een bonafide koper. Hij haalde hen over om hun bankcodes met hem te delen of zijn telefoon te laten koppelen aan de rekeningen van de slachtoffers. Toen hij bij de rekeningen van de slachtoffers kon maakte hij geld over naar zichzelf.

De man ging hierbij telkens geraffineerd en planmatig te werk. In zijn telefoons zaten kant en klare appjes met standaardteksten om de slachtoffers te benaderen en om te reageren. De rechtbank rekent verdachte het gebruik van een dergelijke professionele criminele strategie zwaar aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/952767-19 (P)

Datum vonnis: 8 juni 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de BRP aan [adres 1]

,

nu verblijvende in PI Achterhoek te Zutphen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 mei 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. ten Velde en van hetgeen door verdachte en de raadsman, mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting, computervredebreuk, misbruik van persoonsgegevens en pogingen tot afpersing.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 7 juni 2019 tot en met 2 december 2019 te

Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 1]

- [aangever 2]

- [aangever 3] en/of

- [aangever 4]

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van de ING bank van voornoemde personen aan verdachte, immers heeft hij, verdachte

- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel (camper of caravan),

- hij, verdachte middels een mobiele telefoon via Whatsapp-berichten contact heeft opgenomen met die persoon/personen en daarbij snel tot overeenstemming te komen kennen met betrekking tot de koop/verkoopprijs, waarna hij, verdachte vervolgens

- een afbeelding van een (vals) identiteitsbewijs en/of bankpas op naam van [aangever 8] , [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 14] en/of [aangever 9] naar die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft verzonden,

- aan voornoemde [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft gevraagd om ook een afbeelding van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,

- heeft aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,

- heeft aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon (Samsung) van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van die

[aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] ,

- een Whatsapp bericht naar die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft verzonden met daarin de aanwijzingen hoe de telefoon van verdachte toegevoegd moest worden,

- dat het voor de bevestiging van de betaling noodzakelijk was dat die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] een (6 cijferige) code aan hem, verdachte zouden doorgeven,

- waarna die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] die 6 cijfers/code heeft/hebben doorgegeven;

2.

hij in of omstreeks 7 juni 2019 tot en met 2 december 2019 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de Webserver en/of persoonlijke mobiel bankieren pagina/app/bankomgeving van de bank van

- [aangever 1] ,

- [aangever 2]

- [aangever 3] en/of

- [aangever 4] ,

is binnengedrongen

a. door het doorbreken van een beveiliging,

b. door een technische ingreep,

c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel,

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid

door

- na een door hiervoor genoemde personen geplaatste advertentie op Marktplaats i.v.m. een door hen te koop aangeboden artikel (camper of caravan),

- via Whatsapp contact met die personen te maken en snel overeenstemming te

bereiken over de vraagprijs,

- het via Whatsapp naar voornoemde personen versturen van een kopie van een bankpas en/of ID bewijs op naam van [aangever 8] , [aangever 12] , [aangever 13] ,

[aangever 14] en/of [aangever 9] waardoor/waarmee hij, verdachte zich heeft voorgedaan als een bonafide koper van die camper of caravan

- via whatsapp (vervolgens) aan te geven dat er voor de betaling van goederen gebruik diende te worden gemaakt van een zakelijke rekening,

- die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] één of meer (bevestigings)codes

aan hem, verdachte heeft laten doorgeven,

- met behulp van door die/een valse hoedanigheid verkregen inloggegevens/inlogcodes en/of bevestigingscodes, waardoor die inloggegevens/inlogcodes en/of bevestigingscodes vals waren in te loggen op/in de mobiel internetbankieren pagina/app/bankomgeving van de bank van die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] , en hij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen (te weten door (telkens) met behulp van die vals verkregen bevestigingscodes één of meer geldbedrag(en) van die rekening(en) over te boeken naar een andere rekening);

3.

hij in of omstreeks de periode van 7 juni 2019 tot en met 2 december 2019 te Enschede (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander of anderen te weten een afbeelding van een rijbewijs en/of bankpas op naam van

- [aangever 8] en/of [aangever 12] , en/of

- [aangever 9]

heeft gebruikt door die abeeldingen van die identificerende gegevens (telkens) te versturen/verzenden in een Whatsapp-bericht naar

- [aangever 1] ,

- [aangever 4] en/of

- [aangever 3]

met het oogmerk om zijn/haar identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2019 tot en met

01 december 2020 te Enschede, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 5] ,

- [aangever 6] ,

- [aangever 7]

en/of één of meer andere aangevers,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van de (ING) bank van voornoemde personen aan verdachte, immers heeft hij, verdachte

- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel (camper of caravan),

- hij, verdachte middels een mobiele telefoon via Whatsapp-berichten contact heeft opgenomen met die aangevers en daarbij snel tot overeenstemming te komen kennen met betrekking tot de koop/verkoopprijs, waarna hij, verdachte vervolgens

- een afbeelding van een (vals) identiteitsbewijs en/of bankpas op naam van één of meer nog onbekende personen naar die nog onbekende aangevers heeft verzonden,

- aan die aangevers heeft gevraagd om ook een afbeelding van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,

- heeft aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,

- heeft aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon (Samsung) van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van die aangevers,

- een Whatsapp bericht naar die aangevers heeft verzonden met daarin de aanwijzingen hoe de telefoon van verdachte toegevoegd moest worden,

- dat het voor de bevestiging van de betaling noodzakelijk was dat die aangevers een

6 cijferige (bevestigings)code aan hem, verdachte zouden doorgeven, (althans middels een soortgelijke werkwijze/berichten)

- waarna die aangevers die 6 cijfers/code heeft/hebben doorgegeven;

5.

hij in op of omstreeks de periode van 6 juni 2019 tot en met 02 juli 2019 te Enschede, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 15] te dwingen tot het ter beschikking stellen van gegevens te weten: het/de nummer(s) van één of meer

bevestigings/tancode(s), in elk geval één of meer gegeven(s), die door de ING bank ter beschikking waren gesteld aan die [aangever 10] , [aangever 11] en/of [aangever 15] ten behoeve van internetbankieren, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) de navolgende (dreigende) Whatsapp berichten naar die [aangever 10] verzonden:

- Ok ik ga het anders oplossen

- Luister goed! Mijn vrouw en ik zitten bij één van de zwaarste motorbendes van NL. Of je geeft het nummer anders ben ik het geld kwijt of ik laat nu 25 man naar je huis komen en dan ga je het nummer onder dwang afstaan!!

- [adres 2]

- Daar stuur ik ze dan nu naar toe

-Ik ga het nog eenmaal overmaken en wil het bevesitigingsnummer anders zijn

wij ons geld kwijt.

en/of

de navolgende (dreigende) Whatsapp berichten naar die [aangever 11] en/of [aangever 15] verzonden:

-Ik wil het NUMMER!!

- Anders ga ik het anders oplossen

- Uw gegevens zijn! [aangever 11] , [adres 3]

- Ik laat per direct mijn vrienden van de motorclub langskomen en dan heb je een probleem!!

- De caravan staat op [camping] , [adres 4] . Die laat ik per direct ophalen.

- Dan heeft u helemaal geen geld en geen caravan. Ik wil nu het nummer!

- Maar dan bel ik nu mijn vrienden, jij hebt een ontzettend groot probleem

- Ik laat ze je tanden uit je bek trekken

- [naam 1]

- Wacht maar,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 De voorvragen

3.1

De geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank is ambtshalve van oordeel dat de tenlastelegging onder feit 4 partieel nietig is ten aanzien van de term: “één of meer andere aangevers”. Door het gebruik van deze term, in samenhang bezien met de uitdrukkingen: “voornoemde personen” en “nog onbekende aangevers” in de daaropvolgende gedachtestreepjes, is niet duidelijk welke aangevers uit het dossier het hier betreft en tegen welke specifieke aangiftes verdachte zich moet verdedigen. Ook na het requisitoir is het de rechtbank niet duidelijk geworden op welke andere aangiftes het ten laste gelegde ziet. De rechtbank zal de dagvaarding op dit onderdeel nietig verklaren. De rechtbank is voor het overige van oordeel dat de dagvaarding geldig is.

3.2

De overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

4.1

Inleiding

In de periode van 1 juni 2019 tot en met 2 december 2019 doen aangevers [aangever 1] ,

[aangever 2] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] en

[aangever 7] aangifte van oplichting. Aangevers [aangever 8] en [aangever 9] doen aangifte van misbruik van identificerende persoonsgegevens en aangevers [aangever 10] en [aangever 11] doen aangifte van een poging tot afpersing.

De aangevers zijn in de periode van 1 juni tot en met 2 december 2019 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich voordoet als iemand anders en die doet alsof hij interesse heeft in een door aangevers op Marktplaats aangeboden caravan of camper. De pseudo-geïnteresseerde koper gebruikt telkens dezelfde bewoordingen en het gesprek verloopt telkens volgens hetzelfde stramien.

De koper deelt mee dat hij en zijn vrouw weer willen gaan kamperen. Er worden vragen gesteld over de staat van de caravan of camper en de reden voor verkoop, er wordt een bedrag overeengekomen rond de genoemde vraagprijs en een koopovereenkomst komt tot stand, nadat de koper met zijn vrouw heeft overlegd. De caravan of camper hoeft niet te worden bekeken omdat de koper bekend is met het type, omdat hij dit type naar eigen zeggen eerder heeft gehad. Ook een ophaaldatum wordt afgesproken; deze is gelegen enkele dagen na het contact, omdat de koper en zijn vrouw op dat moment op vakantie zijn. Enkele aangevers willen telefonisch contact opnemen met de koper, maar dat lukt hen niet omdat de koper alleen via WhatsApp wil communiceren omdat hij en zijn vrouw slechthorend zijn.

Om vertrouwen te geven en open kaart te spelen stuurt de koper na het overeenkomen van de prijs, een foto van een identiteitsbewijs en een bankpas. Ook geeft hij adresgegevens door en vraagt hij aangevers hetzelfde te doen. De aangevers sturen daarop een foto van hun identiteitsbewijs en bankpas.

Daarna deelt de koper mee dat hij de betaling alleen kan verrichten door een zakelijke transactie via zijn zakelijke bankrekening. De koper vraagt aangever om op zijn computer de bank- en internetomgeving te openen en aan de hand van listige vragen, mededelingen en verzoeken loodst de koper de verkoper door zijn eigen bank- en internet omgeving waardoor de aangever de mobiele telefoon van de koper aan de internetbankomgeving van de aangever koppelt. Om die koppeling tot stand te brengen moet een TAN-code ingevoerd worden en een bevestigingscode. Deze codes worden alleen aan de rechtmatige eigenaar van de internetbankomgeving verstrekt. Aangevers zijn al overgehaald om veel informatie met de koper te delen en aangevers [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] en [aangever 7] geven vervolgens de bevestigingscode door aan de koper.

Door de bevestigingscode te sturen aan de koper wordt zijn mobiele telefoon gekoppeld aan de internetbankomgeving van aangever zodat hij zichzelf toegang kan verschaffen tot die bankomgeving.

De koper zet vervolgens betalingen klaar in de internetbankomgeving van de aangever. Als blijkt dat op de lopende rekening te weinig saldo staat, boekt de koper bedragen van spaarrekeningen naar de lopende rekening.

Vervolgens worden de geldbedragen weggenomen door afschrijvingen in de

internetbankieromgeving van de aangevers door tussenkomst van mobiele pinautomaten als SumUpp, Sepay, Izettle of MyPin. Deze mobiele pinautomaten zijn gekoppeld aan een [rekening] van een bedrijf en de geldbedragen van aangevers worden door middel van het mobiele pinapparaat weggenomen van hun bankrekening.

Overschrijvingen of betalingen vinden plaats aan de bedrijven [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] .

Betaling van de overeengekomen prijs voor de camper of caravan vindt niet plaats.

De aangevers [aangever 10] en [aangever 11] zijn op identieke wijze door de pseudokoper benaderd, maar zij roken onraad en verhinderden de koper de toegang tot hun internetbankomgeving. Daarna werd door de koper getracht [aangever 10] , [aangever 11] en haar echtgenoot via grove bedreigingen alsnog tot afgifte van de noodzakelijke codes te bewegen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Volgens de verdediging is, hoewel er sterke aanwijzingen zijn voor de betrokkenheid van verdachte op basis van de aangetroffen goederen in zijn woning, er geen overtuigend bewijs dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Er is niet vastgesteld dat verdachte de enige is die in de ten laste gelegde periode de beschikking had over de telefoons die gebruikt zijn bij de oplichtingen, de modus operandi is veelvoorkomend én voor het gebruik van de toestellen heeft verdachte een verklaring afgelegd, te weten dat [naam 2] de telefoons in die periode ook heeft gebruikt, die niet hoogst onwaarschijnlijk is en niet is weerlegd door de resultaten van het opsporingsonderzoek.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Vanwege de onderlinge samenhang van de ten laste gelegde feiten zal de rechtbank deze gezamenlijk bespreken. In dat verband overweegt de rechtbank dat bij alle ten last gelegde feiten door de dader dezelfde werkwijze, zoals hiervoor weergegeven, is gevolgd. Daarbij is in bijna alle gevallen door de dader gebruik gemaakt van de hierna nader aan te duiden iPhone 7 Plus of een iPhone 6S.

Met betrekking tot de vraag of verdachte de persoon is die de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, overweegt de rechtbank het volgende.

Op 7 januari 2020 is de woning van verdachte doorzocht. Bij de doorzoeking zijn diverse mobiele telefoons en een laptop aangetroffen. Drie mobiele telefoons (iPhone 7 Plus, Samsung S6 Edge en een iPhone 6) zijn onder de zitting van de bank aangetroffen. Daarnaast is onder verdachte een iPhone X in beslag genomen. Er zijn Lebara (sim)kaarten, KPN simkaarten en Vodafone kaarten aangetroffen. Er is een Izettle-apparaat, een pinapparaat Nexqo sepay, drie MyPos-apparaten, twee kaarten MyPos.com visa, twee hoesdozen MyPos, met op de ene handgeschreven “ [bedrijf 4] ” en op de andere handgeschreven “ [naam 3] ”, aangetroffen. Er is een SumUp-apparaat en een doos van SumUp, een debetcard Mastercard en een debetcard Bunq Mastercard aangetroffen.

Uit onderzoek naar de door de potentiële koper van de caravan of camper gebruikte mobiele telefoons is gebleken dat gebruik is gemaakt van verschillende telefoonnummers. Deze telefoonnummers hebben onder andere gezeten in het telefoontoestel met IMEI-nummer [nummer 1] en de historische verkeersgegevens van dit nummer bevatten dataverkeer, gesprekken en sms-berichten in de periode van 22 april 2019 tot en met

21 oktober 2019. Het IMEI-nummer maakt het meest gebruik van mastlocaties in het centrum van Enschede, nabij de woning van verdachte

is gelegen. Het IMEI-nummer hoort bij een Apple iPhone 7 Plus. Ook is gebleken dat het IMEI-nummer veelvuldig is gebruikt in combinatie met verschillende prepaid SIM-kaarten (minimaal zeventien telefoonnummers) van provider Lebara. De zeventien telefoonnummers komen voor in 130 aangiftes en meldingen van (poging tot) oplichting en/of identiteitsfraude in de periode van april 2019 tot en met november 2019. Daarnaast is met gebruik van verschillende telefoonnummers gebruik gemaakt van een iPhone 6S met IMEI-nummer [nummer 2] . Ook dit IMEI-nummer maakt ten tijde van een drietal ten laste gelegde feiten gebruik van mastlocaties in het centrum van Enschede, nabij de woning van verdachte is gelegen. Dit toestel is eveneens in de woning van verdachte in beslag genomen.

De op 7 januari 2020 in de woning van verdachte aangetroffen iPhone 7 Plus heeft IMEI-nummer [nummer 1] .

Na onderzoek aan de aangetroffen Samsung S6 Edge is gebleken dat deze telefoon tekstfragmenten bevat die terugkomen in de aangiftes. Het zijn (concept)berichten identiek aan de berichten waarmee de aangevers via WhatsApp zijn benaderd en de berichten staan op volgorde van verzending.

De aangetroffen computer bevat in de zoekgeschiedenis veel zoekvragen op campers en caravans, en hoe limieten van een bankrekening te verhogen. De computer is verbonden met het netwerk van de iPhone X, waarvan verdachte zegt dat het zijn telefoon is en dat hij die al langere tijd gebruikt. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij gebruik maakt van de wifi van de [winkel] , gelegen onder de woning van verdachte.

De weggenomen gelden van de aangevers zijn overgeboekt via mobiele pinapparaten zoals die in de woning van verdachte zijn aangetroffen. Deze stonden op naam van de bedrijven [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 4] . De aangetroffen MyPos is gekoppeld aan [bedrijf 2] en [bedrijf 4] , Sepay is gekoppeld aan [bedrijf 1] , evenals Izettle, SumUp is gekoppeld aan [bedrijf 4] .

Na onderzoek aan de iPhone X is gebleken dat deze een zeer uitvoerige chat bevat tussen [verdachte] en [getuige 4] en dat de chat op 10 oktober 2018 is begonnen. De chat bevat gesprekken als ‘geld pinnen’, ‘gekke manier om veel te cashen’, ‘verdeling aantal’, ‘die [getuige 1] en jij worden slapend rijk’, ‘MyPos is perfect’, ‘probeer nu die van [bedrijf 4] ’. Daarnaast is er een appgesprek van 22 november 2019 tussen [getuige 4] en [verdachte] waarin wordt gesproken over “wie is [naam 6] ”, “Hij regelt die Bunq van Sum Up”, “Die … 2.4 is nog niet gevallen” en “net 750 uit de muur getrokken”. Vervolgens is er nog chat tussen deze personen op 31 december 2019, waarin gesproken wordt over ‘meer verdienen’, ‘zwaar knallen’, ‘money maken’ en ‘gaan pieken’.

Uit het onderzoek met betrekking tot het uitluisteren van de telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer] , waarvan verdachte volgens dat onderzoek gebruiker is, komt een tapgesprek naar voren van 13 december met de bewoordingen ‘ [nummer 3] ’, ‘pinnen’ en ‘zoveel mogelijk trekken’.

[getuige 1] heeft verklaard dat hij sinds 2015 een bedrijf genaamd [bedrijf 1] heeft. Hij heeft vier privé bankrekeningen en zes zakelijke bankrekeningen en hij heeft meerdere rekeningen aangemaakt. Hij heeft een betaalterminal via iZettle en het klopt dat hij een MyPos en Sepay pinterminal heeft. Hij heeft zoveel pinterminals omdat hij geld nodig had en een vriend van hem geld zou kunnen leveren als hij pinterminals zou aanschaffen. De vriend zou geld gaan pinnen. Het ging tot in augustus toen de rekeningen werden geblokkeerd. Hij heeft grote geldbedragen ontvangen en hij kreeg 32% van het binnengekomen bedrag als vergoeding.

Op 9 juni 2019 heeft hij een account aangemaakt bij SumUp. De pinterminal heeft hij daarna aan de vriend gegeven. De Sepay pinterminal heeft hij op 9 juli 2019 in ontvangst genomen en daarna aan zijn vriend gegeven. Op 20 juli 2019 heeft hij een MyPos account afgesloten. De pinterminal heeft hij drie à vier dagen in bezit gehad. Het Izettle account heeft hij al op 24 november 2017 aangemaakt en in juli 2019 heeft hij de terminal afgegeven aan een vriend.

[getuige 2] heeft op 13 januari 2020 verklaard dat zijn vriend [naam 6] Kent hem twee maanden geleden vroeg of hij een eenmanszaak wilde inschrijven. Op 26 november 2019 heeft hij het bedrijf [bedrijf 2] geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. Hij heeft een MyPos pinautomaat aangeschaft en [naam 6] heeft het MyPos apparaat meegenomen. Hij heeft [naam 6] ook de Kamer van Koophandel papieren gegeven. [naam 6] zou een zakelijke rekening bij Bunqbank openen. In het bedrijf heeft hij geen werkzaamheden verricht.

[getuige 3] heeft verklaard dat hij sinds 26 november 2019 een bedrijf [bedrijf 4] heeft. Naast hem en zijn vrouw heeft [getuige 4] , die hij in de periode van 7 september 2019 tot en met 26 oktober 2019 heeft leren kennen in de gevangenis in Lelystad, de beschikking over zijn bedrijfsrekening. [getuige 4] heeft hem geholpen met een pinapparaat bij MyPos. Nadat hij het apparaat had opgehaald, heeft hij het gegeven aan [getuige 4] . [getuige 4] heeft ook de Kamer van Koophandel papieren. In het bedrijf heeft hij geen werkzaamheden verricht. [getuige 4] heeft een bedrijf ‘ [bedrijf 5] ’ in Almere aan [adres 5] .

[getuige 4] heeft verklaard dat hij een zaak heeft in Almere aan [adres 5] , genaamd [bedrijf 5] . [getuige 4] wordt [getuige 4] genoemd. [verdachte] kent hij circa vier jaar via [getuige 1] .

Het verweer van verdachte

Door en namens verdachte is vrijspraak bepleit. Verdachte heeft ontkend dat hij de feiten heeft gepleegd. Daartoe is aangevoerd dat de bij de doorzoeking in zijn woning aangetroffen goederen grotendeels niet van hem zijn en/of hij met de aangetroffen telefoons en mobiele pinapparaten niets heeft gedaan. Verdachte heeft gesteld dat een ander, te weten [naam 2] , de hem verweten gedragingen moet hebben verricht. Hij heeft [naam 2] vanaf de zomer tot 20 december 2019 toegang gegeven tot zijn woning en [naam 2] is de gebruiker geweest van de oplichtingstoestellen en/of het verbindingstoestel.

Voor zover het gebruik de iPhone X en de laptop van verdachte betreft, heeft verdachte verklaard dat deze dan door [naam 2] moeten zijn gebruikt.

De politie noch het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de verklaring van verdachte voldoende onderzoek verricht naar de stelling van verdachte en er is niet geprobeerd om [naam 2] te horen, aldus de verdediging. Nu er geen serieuze pogingen zijn ondernomen, kan niet het standpunt worden ingenomen dat niet aannemelijk is dat [naam 2] de gebruiker is van de toestellen.

Algemene beschouwingen ten aanzien van het verweer.

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van een door de verdediging geschetste alternatieve lezing van de gebeurtenissen, geldt dat, wanneer die alternatieve lezing van de gebeurtenissen, die niet met een bewezenverklaring zou stroken, die aangedragen alternatieve gedraging zal moeten weer leggen. Dat kan geschieden door opneming van bewijsmiddelen of vermelding, al dan niet in een nadere bewijsoverweging, van aan wettige bewijsmiddelen te ontlenen feiten en omstandigheden die de alternatieve lezing van verdachte uitsluiten maar een dergelijke weerlegging is niet steeds vereist. In voorkomende gevallen zal de rechter ter weerlegging kunnen oordelen dat de gestelde alternatieve toedracht niet aannemelijk is geworden dan wel dat de lezing van verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld1.

Voorts mag de rechter er, behoudens sterke aanwijzingen voor het tegendeel, in beginsel van uitgaan dat op een computer (of in een andere beveiligde online omgeving zoals een telefoon) aangetroffen gedownloade, gekopieerde bestanden daarop zijn geplaatst door de gebruiker van die computer. Hetzelfde geldt voor handelingen die met die telefoon zijn verricht.

De beoordeling in het onderhavige geval

De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige zaak de alternatieve lezing van de verdediging dat [naam 2] de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en daartoe onder meer gebruik heeft gemaakt van de woning en de telefoons van verdachte, op geen enkele wijze aannemelijk is geworden.

Daarbij neemt de rechtbank in de eerste plaats in aanmerking dat door of namens de verdachte geen enkele feitelijke onderbouwing voor dit verweer is gegeven. Er zijn slechts algemene stellingen betrokken. Door de verdediging zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat genoemde [naam 2] in de ten laste gelegde periode vrijelijk toegang had tot de woning en de telefoons van verdachte, terwijl verdachte in diezelfde periode eveneens gebruik maakte van die woning en de telefoons. Eerst ter zitting heeft verdachte, geconfronteerd met de berichten tussen [getuige 4] en [verdachte] die zijn aangetroffen op de iPhone X van verdachte, verklaard dat genoemde [naam 2] niet alleen de beschikking had over de telefoons die volgens het dossier bij de ten laste gelegde feiten zijn gebruikt, als ook de iPhone X van verdachte. Op de telefoon van verdachte is een langdurig en uitvoerig chatgesprek tussen [verdachte] en [getuige 4] aangetroffen. Gedurende een periode van anderhalf jaar worden chatgesprekken gevoerd tussen [getuige 4] en [verdachte] die nagenoeg uitsluitend de sfeer van de ten laste gelegde feiten raken, waarbij wordt gesproken over het regelen van pinautomaten, passen van KvK-bedrijven, wachtwoorden, toegangscodes en het pinnen van geld. Het is ongeloofwaardig dat verdachte deze chats op zijn eigen telefoon niet kent, maar vervolgens wel een specifieke chat in datzelfde chatgesprek met [getuige 4] op 31 december 2019 kan verklaren.

Verdachte heeft bovendien geen medewerking willen verlenen en evenmin codes van de telefoons willen geven.

In het onderhavige onderzoek is ter beoordeling van het door verdachte gestelde onderzoek gedaan naar [naam 2] . Hieruit blijkt dat in de door verdachte gestelde periode [naam 2]

26 september 2019 tot 3 oktober 2019 in Oostenrijk verbleef. Verdachte heeft niet kunnen verklaren waarom hij [naam 2] dag en nacht, doch gratis, toegang tot zijn woning en telefoons heeft verschaft.

Tot slot acht de rechtbank het niet aannemelijk dat nadat naar zeggen van verdachte [naam 2] op 20 december 2019 na een ruzie de woning van verdachte definitief heeft verlaten, de diverse telefoons, pinapparaten - die gelet op de bevindingen van het politie-onderzoek kennelijk deel uitmaakten van een zeer lucratief crimineel verdienmodel - inclusief verpakkingsmateriaal en simkaarten tweeënhalve week later nog worden aangetroffen in de woning, en wel specifiek op de eettafel en op en onder de kussens van de bank.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het door de verdachte gepresenteerde alternatieve lezing dat een ander met gebruikmaking van de in zijn woning aangetroffen voorwerpen de feiten heeft gepleegd, allerminst aannemelijk is geworden. Evenmin is aannemelijk geworden dat anderen de feiten hebben gepleegd. Hier tegenover staat dat diverse handelingen met betrekking tot de gepleegde feiten direct te koppelen zijn aan de verdachte persoonlijk.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat, hoewel daarvoor aanwijzingen lijken te bestaan, op grond van het dossier niet bewezen kan worden dat verdachte de feiten samen en in vereniging met een of meer anderen heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 7 juni 2019 tot en met 2 december 2019 te

Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 1]

- [aangever 2]

- [aangever 3] en/of

- [aangever 4]

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van de ING Bank van voornoemde personen aan verdachte, immers heeft hij, verdachte,

- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel (camper of caravan), - hij, verdachte middels een mobiele telefoon via WhatsAppberichten contact heeft opgenomen met die persoon/personen om daarbij snel tot overeenstemming te komen kennen met betrekking tot de koop/verkoopprijs, waarna hij, verdachte vervolgens

- een afbeelding van een (vals) identiteitsbewijs en/of bankpas op naam van [aangever 8] , [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 14] en/of [aangever 9] naar die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft verzonden,

- aan voornoemde [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft gevraagd om ook een afbeelding van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,

- heeft aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,

- heeft aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon (Samsung) van hem, verdachte, toe te voegen aan de rekening van die

[aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] ,

- een WhatsAppbericht naar die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft verzonden met daarin de aanwijzingen hoe de telefoon van verdachte toegevoegd moest worden,

- dat het voor de bevestiging van de betaling noodzakelijk was dat die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] een (zescijferige) code aan hem, verdachte, zouden doorgeven,

- waarna die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] de (zes cijfer) code/code heeft/hebben doorgegeven;

2.

hij in of omstreeks de periode van 7 juni 2019 tot en met 2 december 2019 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de webserver en/of persoonlijke mobiel bankieren pagina/app/bankomgeving van de bank van

- [aangever 1] ,

- [aangever 2]

- [aangever 3] en/of

- [aangever 4] ,

is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel door

- na een door hiervoor genoemde personen geplaatste advertentie op Marktplaats i.v.m. een door hen te koop aangeboden artikel (camper of caravan),

- via WhatsApp contact met die personen te maken en snel overeenstemming te

bereiken over de vraagprijs,

- het via WhatsApp naar voornoemde personen versturen van een kopie van een bankpas en/of ID bewijs op naam van [aangever 8] , [aangever 12] , [aangever 13] ,

[aangever 14] en/of [aangever 9] waardoor/waarmee hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als een bonafide koper van die camper of caravan,

- via WhatsApp (vervolgens) heeft aangegeven dat er voor de betaling van goederen gebruik diende te worden gemaakt van een zakelijke rekening,

- die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] één of meer (bevestigings)codes

aan hem, verdachte, heeft laten doorgeven,

- met behulp van door die/een valse hoedanigheid verkregen inloggegevens/inlogcodes en/of bevestigingscodes, waardoor die inloggegevens/inlogcodes en/of bevestigingscodes vals waren in te loggen op/in de mobiel internetbankieren pagina/app/bankomgeving van de bank van die [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en/of [aangever 4] , en hij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen, (te weten door (telkens) met behulp van die vals verkregen bevestigingscodes één of meergeldbedrag(en) van die rekening(en) over te boeken naar een andere rekening);

3.

hij in of omstreeks de periode van 7 juni 2019 tot en met 2 december 2019 te Enschede (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander of anderen te weten een afbeelding van een rijbewijs en/of bankpas op naam van

- [aangever 8] en/of [aangever 12] , en/of

- [aangever 9]

heeft gebruikt door die afbeeldingen van die identificerende gegevens (telkens) te versturen/verzenden in een WhatsAppbericht naar

- [aangever 1] ,

- [aangever 4] en/of

- [aangever 3]

met het oogmerk om zijn/haar identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met

1 december 2019 te Enschede, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 5] ,

- [aangever 6] ,

- [aangever 7] ,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van de ING Bank van voornoemde personen aan verdachte, immers heeft hij, verdachte,

- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel (camper of caravan), - hij, verdachte middels een mobiele telefoon via WhatsAppberichten contact heeft opgenomen met die aangevers om daarbij snel tot overeenstemming te komen kennen met betrekking tot de koop/verkoopprijs, waarna hij, verdachte, vervolgens

- een afbeelding van een (vals) identiteitsbewijs en/of bankpas op naam van één of meer nog onbekende personen naar die nog onbekende aangevers heeft verzonden,

- aan die aangevers heeft gevraagd om ook een afbeelding van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,

- heeft aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,

- heeft aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon (Samsung) van hem, verdachte, toe te voegen aan de rekening van die aangevers,

- een WhatsAppbericht naar die aangevers heeft verzonden met daarin de aanwijzingen hoe de telefoon van verdachte toegevoegd moest worden,

- dat het voor de bevestiging van de betaling noodzakelijk was dat die aangevers een zescijferige (bevestigings)code aan hem, verdachte, zouden doorgeven, (althans middels een soortgelijke werkwijze/berichten)

- waarna die aangevers die zes cijfers/code heeft/hebben doorgegeven;

5.

hij in op of omstreeks de periode van 6 juni 2019 tot en met 2 juli 2019 te Enschede, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 10] en/of [aangever 11] en/of [aangever 15] te dwingen tot het ter beschikking stellen van gegevens te weten: het/de nummer(s) van één of meer

bevestigings/tancode(s), in elk geval één of meer gegeven(s), die door de ING Bank ter beschikking waren gesteld aan die [aangever 10] , [aangever 11] en/of [aangever 15] ten behoeve van internetbankieren, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) de navolgende (dreigende) WhatsAppberichten naar die [aangever 10] verzonden:

- Ok ik ga het anders oplossen

- Luister goed! Mijn vrouw en ik zitten bij één van de zwaarste motorbendes van NL. Of je geeft het nummer anders ben ik het geld kwijt of ik laat nu 25 man naar je huis komen en dan ga je het nummer onder dwang afstaan!!

- [adres 2]

- Daar stuur ik ze dan nu naar toe

-Ik ga het nog eenmaal overmaken en wil het bevestigingsnummer anders zijn

wij ons geld kwijt.

en/of

de navolgende (dreigende) WhatsAppberichten naar die [aangever 11] en/of [aangever 15] verzonden:

-Ik wil het NUMMER!!

- Anders ga ik het anders oplossen

- Uw gegevens zijn! [aangever 11] , [adres 3]

- Ik laat per direct mijn vrienden van de motorclub langskomen en dan heb je een probleem!!

- De caravan staat op [camping] , [adres 4] . Die laat ik per direct ophalen.

- Dan heeft u helemaal geen geld en geen caravan. Ik wil nu het nummer!

- Maar dan bel ik nu mijn vrienden, jij hebt een ontzettend groot probleem

- Ik laat ze je tanden uit je bek trekken

- [naam 1]

- Wacht maar,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 138ab, 231b 45 jo 317 en 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1 en 4

telkens het misdrijf: oplichting, meermalen gepleegd,

feit 2

het misdrijf: computervredebreuk terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd,

feit 3

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische gegevens, van een ander gebruiken met oogmerk om zijn identiteit te verhelen waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd,

feit 5

het misdrijf: poging tot afpersing, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen en de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat bij de feiten 1, 2 en 3 sprake is van samenloop, dat bij een strafoplegging louter rekening moet worden gehouden met de bewezenverklaarde feiten en het daaraan gekoppeld fraudebedrag van minder dan € 35.000,-- en met het feit dat verdachte te laat in verzekering is gesteld en te lang in beperkingen is gehouden, alsmede dat in de huidige coronatijd de voorlopige hechtenis als zwaarder moet worden aangemerkt. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de documentatie van verdachte, zijn relatief jeugdige leeftijd en het reclasseringsadvies.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen heeft de verdediging teruggave van het in beslaggenomen geldbedrag bepleit. De verdediging heeft zich niet verzet tegen de onttrekking aan het verkeer van de in beslaggenomen kleding en schoenen.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de oplichting van zeven personen, het misbruiken van identificerende persoonsgegevens van een drietal personen, computervredebreuk en pogingen tot afpersing.

Gedurende een periode van een half jaar heeft verdachte grote bedragen van zijn slachtoffers weggenomen. Zoals blijkt uit alle verklaringen van de aangevers heeft verdachte op geraffineerde wijze het vertrouwen gewekt van de aangevers; niet alleen door de teksten die hij aangevers via WhatsAppberichten stuurde maar ook door het sturen van foto’s van rijbewijzen en passen, die weliswaar toebehoorden aan anderen, door aangevers de indruk te geven dat zij van doen hadden met betrouwbare kopers. Aangevers hebben hierop ook hun identificerende persoonsgegevens per foto aan verdachte gestuurd. Verdachte heeft hierdoor op grove misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de aangevers in hem stelden.

Verdachte is telkens geraffineerd en planmatig te werk gegaan. In zijn telefoons zaten kant en klare appjes met standaardteksten om aangevers te benaderen en om te reageren.

De rechtbank rekent verdachte het gebruik van een dergelijke professionele criminele strategie zwaar aan. Dit soort handelingen leidt tot een verstoring van het vertrouwen in de markt. Een website als Marktplaats kan - tot op zekere hoogte - alleen functioneren als partijen zich te goeder trouw opstellen en zich houden aan hun afspraken. Die werking wordt verstoord door dergelijke oplichting.

Daarbij heeft verdachte identificerende persoonsgegevens van anderen gebruikt om aangevers op te lichten én heeft hij zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk door met de op slinkse wijze van aangevers verkregen toegang en codes ingang te krijgen in de internetbankieromgeving van aangevers.

Verder heeft verdachte zelfs niet geschuwd om zijn slachtoffers op agressieve wijze te bedreigen toen hem bleek dat aangevers hem niet de gevraagde codes wilden geven omdat zij in de gaten kregen dat er iets niet klopte aan de betaalwijze van de koper.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het oriëntatiepunt voor fraudedelicten als oplichting. Voor computervredebreuk, het misbruiken van identificerende persoonsgegevens en poging tot afpersing zijn geen aparte oriëntatiepunten vastgesteld.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 4 mei 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud uit het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 4 februari 2020.

Gezien de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking de periode waarin deze feiten zijn gepleegd, de geraffineerde en strak georganiseerde werkwijze van verdachte bij en de opbrengsten van het plegen van de feiten.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden passend en geboden. De rechtbank ziet, mede gelet op het door de reclassering beschrevene, geen aanleiding om daarvan een deel voorwaardelijk op te leggen.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

Onder verdachte zijn blijkens de aangehechte beslaglijst diverse kledingstukken en schoenen

(53 nummers) in beslaggenomen. Daarnaast is onder verdachte een bedrag van € 835,-- in beslaggenomen.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde kleding en schoenen (nummers 1 tot en met 53) vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank is van oordeel dat het in beslaggenomen geldbedrag van € 835,-- moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft die verdachte geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit is verkregen.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partijen

[aangever 1] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 2] , [aangever 5] ,

[aangever 6] , [aangever 7] en [aangever 11] en [aangever 15] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partijen vorderen verdachte te veroordelen om aan hen een schadevergoeding te betalen. De door de benadeelde partijen gevorderde bedragen betreffen hoofdzakelijk materiële schade. Twee benadeelde partijen hebben vergoeding van immateriële schade gevorderd. Alle benadeelde partijen hebben gevorderd hun schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente over het gevorderde bedrag vanaf het moment van ontstaan van de schade.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, behoudens het door [aangever 6] gevorderde bedrag aan immateriële schade, de vorderingen kunnen worden toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat bij vrijspraak de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat daar waar de bank de schade van de benadeelde heeft voldaan, zij wordt gesubrogeerd in de rechten van de benadeelde. Het uitzoeken van in welke gevallen daarvan sprake is, leidt tot een onevenredige belasting van het strafproces.

Meer subsidiair heeft de verdediging gesteld dat zij de vorderingen, al dan niet op onderdelen, van [aangever 1] , [aangever 6] , [aangever 7] en [aangever 11] en [aangever 15] betwist.

De overige vorderingen worden niet betwist.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

8.4.1

De vorderingen

De rechtbank is ten aanzien van de hierna te bespreken vorderingen van oordeel dat door de gebezigde bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen.

[aangever 1] heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van totaal € 8.803,--. De gevorderde schade betreft materiële schade bestaande uit een weggenomen geldbedrag van € 7.000,--, de door de benadeelde partij op een geldlening te betalen rente van € 1.740,-- en reiskosten gemaakt in verband met de zitting van € 63,84.

De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van € 8.740,-- toewijzen, nu de rechtbank dit niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

De benadeelde partij heeft ook een bedrag van € 63,-- gevorderd als zijnde door hem gemaakte reiskosten naar de zitting. In het voegingsformulier zijn deze kosten opgenomen als ‘geleden schade’. Deze kosten zijn evenwel geen rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde strafbare feit en dergelijke kosten kunnen dan ook niet in diezelfde voegingsprocedure als schadepost worden toegewezen.

De rechtbank zal de kosten scharen onder de proceskosten als bedoeld in artikel 592a Sv, waar de mogelijkheid van kostenvergoeding ten behoeve van (onder meer) de benadeelde partij wordt geregeld indien deze actief deelneemt aan de strafprocedure, zoals in het onderhavige geval is gebleken. De rechtbank ziet daarbij geen redenen voor het hanteren van een ander tarief dan door Slachtofferhulp Nederland gehanteerd.

[aangever 3] heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van € 2.499,--.

De rechtbank zal de vordering toewijzen.

[aangever 4] heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van € 2.499,--.

De rechtbank zal de vordering toewijzen.

[aangever 2] heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van € 10.000,--.

De rechtbank zal de vordering toewijzen.

[aangever 5] heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van € 2.500,--.

De rechtbank zal de vordering toewijzen.

[aangever 6] heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van totaal € 289,75. Dit bedrag betreft € 39,75 aan materiële schade (kosten rijbewijs) en € 250,-- aan immateriële schade. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade van € 39,75 toewijzen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende:

Voor vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade geldt het bepaalde in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Immateriële schade komt onder andere voor vergoeding in aanmerking indien een benadeelde partij letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. In de onderhavige zaak zijn de eerste twee categorieën niet aan de orde en moet dus gekeken worden of sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. Naar zijn aard is bij oplichting geen sprake van aantasting in de persoon. De rechtbank zal de vordering daarom voor dat deel afwijzen.

[aangever 7] heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van totaal € 2.899,--. Dit bedrag betreft materiële schade en betreft de schadeposten ‘weggenomen geld € 2.399,--’ en ‘spaargeld ivm geboorte kind’. De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van € 2.399,-- toewijzen.

Het bedrag van € 500,-- is naar het oordeel van de rechtbank niet te herleiden tot het bewezenverklaarde feit 4. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De rechtbank zal de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[aangever 11] en [aangever 15] hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot een bedrag van totaal € 547,25. Hoewel het voegingsformulier de opgave van een schadebedrag van
€ 546,75 bevat, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een telfout. Uit de optelling van de schadeposten blijkt dat het totaalbedrag € 547,75 moet zijn. De rechtbank zal dit bedrag als uitgangspunt nemen.

De gevorderde schade betreft € 47,75 aan materiële schade (nieuwe bankpas en rijbewijs) en € 500,-- aan immateriële schade. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade van

€ 47,75 toewijzen.

De rechtbank zal de benadeelde partij in de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren, omdat een onderbouwing van die gestelde schade ontbreekt. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.4.2

De wettelijke rente

De benadeelde partijen hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de gevorderde bedragen vanaf het ontstaan van de schade. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de toegewezen bedragen.

De rechtbank zal de toegewezen bedragen vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente telkens vanaf de datum dat het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan tot de dag van volledige betaling.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

De rechtbank heeft de door [aangever 1] gevorderde reiskosten aangemerkt als proceskosten. Dergelijke kosten kunnen niet in aanmerking worden genomen bij de oplegging van de in artikel 36f, eerste lid, Sr voorziene maatregel.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

geldigheid van de dagvaarding

- verklaart de dagvaarding ten aanzien van feit 4 partieel nietig ten aanzien van de zinsnede “en/of één of meer andere aangevers”;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, en 5 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, en 5 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1 en 4: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2: computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd;

feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische gegevens, van een ander gebruiken met oogmerk om zijn identiteit te verhelen, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd;

feit 5: poging tot afpersing, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 1] (feit 1) van een bedrag van € 8.740,-- (achtduizendzevenhonderdveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 63,--, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 1 en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.740,-- (achtduizendzevenhonderdveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 78 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 3] (feit 1) van een bedrag van € 2.499,-- (tweeduizendvierhonderdnegenennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.499,-- (tweeduizendvierhonderdnegenennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 34 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 4] (feit 1) van een bedrag van € 2.499,-- (tweeduizendvierhonderdnegenennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 1 en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.499,-- (tweeduizendvierhonderdnegenennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 34 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 2] (feit 1) van een bedrag van € 10.000,-- (tienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 1en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.000,-- (tienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 85 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 5] (feit 4): van een bedrag van € 2.500,-- (tweeduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 4 en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,-- (tweeduizendvijfhonderd), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 35 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 6] (feit 4) van een bedrag van € 39,75 (negenendertig euro en vijfenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2019;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 4 en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 39,75 (negenendertig euro en vijfenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 7] (feit 4) van een bedrag van € 2.399,-- (tweeduizenddriehonderdnegenennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2019);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 4 en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.399,-- (tweeduizenddriehonderdnegenennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 33 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 500,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 11] en [aangever 15] (feit 5) van een bedrag van € 47,75 (zevenenveertig euro en vijfenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 20119;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 5 en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 47,75 (zevenenveertig euro en vijfenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 500,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen geldbedrag van € 835,--;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 tot en met 53.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. J. Wentink en

mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2020.

Mr. Wentink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359