Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1855

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-05-2020
Datum publicatie
28-05-2020
Zaaknummer
7841402 \ CV EXPL 19-3524
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wijziging pensioenovereenkomst. Verjaring. Dynamische incorporatie pensioenreglement. Rechtsgeldigheid wijziging afhankelijk van vraag of pensioenfonds rechtsgeldig besluit tot wijziging pensioenreglement heeft genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0606
PR-Updates.nl PR-2020-0103
JAR 2020/171 met annotatie van Haaren, K.A. van
PJ 2020/106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 7841402 \ CV EXPL 19-3524

Vonnis van 26 mei 2020

in de zaak van

[eiser] ,
wonende te Dronten,

eisende partij,

hierna te noemen [eiser] ,

gemachtigde: mr. E.K.W. van Kampen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TELDER BOUW EN INDUSTRIE B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Kampen,

gedaagde partij,

hierna te noemen Telder,

gemachtigde: mr. S. van der Vegt.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 juli 2019;

- de bij brief van 14 oktober 2019 van de zijde van [eiser] toegezonden aanvullende producties ten behoeve van de comparitie van partijen, die geen doorgang heeft gevonden;

- de conclusie van repliek, tevens houdende vermeerdering van eis;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] , geboren op 19 september 1967, is sinds 14 november 1988 voor onbepaalde tijd in dienst bij Telder, in de functie van commercieel adviseur projecten.

2.2.

[eiser] neemt deel aan de bij Telder geldende collectieve pensioenregeling. Dit betreft de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel (hierna te noemen SPNG).

2.3.

In een door [eiser] op 19 oktober 1992 ondertekende “Pensioenmededeling” van Telder (hierna te noemen de Pensioenmededeling) staat onder meer het volgende vermeld:

“Voor de verzekering van pensioenen voor onze medewerkers zijn wij met ingang van 1 augustus 1990 aangesloten bij de STICHTING PENSIOENFONDS VOOR DE NEDERLANDSE GROOTHANDEL te ’s-Gravenhage.

De pensioenen worden verzekerd volgens de regeling zoals omschreven in het laatstelijk per 1 januari 1989 gewijzigd Pensioenreglement 1978 van dat pensioenfonds.

(…)

Het pensioenfonds verzekert de pensioenen bij Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V. te Rotterdam en AEGON Levensverzekering N.V. te ’s-Gravenhage.

Ontvangstverklaring

De ondergetekende,

verklaart een exemplaar van Pensioenreglement 1978 te hebben ontvangen.

Hij verklaart voorts kennis te hebben genomen van de inhoud van vorenstaande pensioenmededeling en van het pensioenreglement, daarmede akkoord te gaan en zich aan de bepalingen daarvan te onderwerpen.”

2.4.

De deelname van Telder aan de pensioenregeling van SPNG is niet verplicht gesteld als bedoeld in de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

2.5.

De arbeidsovereenkomst tussen partijen is op 24 oktober 2002 schriftelijk vastgelegd. In de bijlage bij die overeenkomst staat onder meer vermeld:

“Werknemer neemt deel aan de collectieve pensioenregeling bij Nationale Nederlanden.”

2.6.

Het in de Pensioenmededeling genoemde pensioenreglement is in de loop der tijd een aantal keer gewijzigd, onder meer bij de invoering van de Pensioenwet in 2007. In het (onder meer) op 31 december 2012 geldende pensioenreglement stond, voor zover relevant, het volgende vermeld:

Artikel 1 Pensioenregeling en deelnemers

1. Aangesloten ondernemingen bij de Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel, hierna de werkgever genoemd, hebben voor hun werknemers een pensioenregeling getroffen. Deze pensioenregeling is omschreven in dit pensioenreglement. (…)

(…)
4. Dit reglement bevat zowel de pensioenovereenkomst als het pensioenreglement als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Pensioenwet.

De pensioenovereenkomst bevat de bepalingen van hetgeen de deelnemer en de aangesloten onderneming zijn overeengekomen omtrent pensioen.

Het pensioenreglement bevat de bepalingen over de wijze waarop het fonds richting de deelnemer uitvoering geeft aan de pensioenovereenkomst.

(…)

Artikel 27 Wijzigingsvoorbehoud

1. Het pensioenfonds heeft zich het recht voorbehouden de pensioenregeling te wijzigen, te verlagen, te beperken of te beëindigen, als omstandigheden wijzigen die voor de werkgever van zodanig zwaarwegend belang zijn in relatie tot de belangen van de werknemers, dat de belangen van de werknemers daarvoor moeten wijken. Van een zwaarwegend belang is onder meer sprake als:

(…)

2. De werkgever heeft zich het recht voorbehouden zijn bijdrage aan de pensioenregeling te verlagen of te beëindigen in geval van ingrijpende wijziging van omstandigheden.

3. Als het pensioenfonds respectievelijk de werkgever gebruik wil maken van het recht zoals omschreven in lid 1 respectievelijk lid 2, zal hij de deelnemers hierover schriftelijk informeren en met hen overleggen over een eventuele herziening van de pensioenregeling.

De opgebouwde pensioenaanspraken worden niet aangetast.”

2.7.

Telder heeft ongeveer 42 werknemers in dienst en heeft geen ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of ander medezeggenschapsorgaan.

2.8.

Per 1 januari 2013 verzorgt SPNG de pensioenopbouw in eigen beheer en heeft zij het pensioen niet langer als een verzekerde regeling ondergebracht bij een verzekeraar. Daarnaast heeft zij per die datum een aantal andere wijzigingen in de pensioenregeling doorgevoerd. Telder heeft een ongeadresseerde brief d.d. 21 augustus 2012 van SPNG aan de deelnemers van de pensioenregeling overgelegd, die in verband met deze wijzigingen is verzonden. In die brief staat, voor zover relevant, vermeld:

“Met ingang van 1 januari 2013 verandert de pensioenregeling bij Stichting Pensioenfonds Nederlandse Groothandel (SPNG). In deze brief leest u wat er verandert en waarom. (…)

Waarom veranderen?

Uw pensioen is nu verzekerd bij Nationale-Nederlanden of bij AEGON. Het contract dat SPNG hiervoor met deze verzekeraars heeft gesloten loopt eind 2012 af. Als de huidige regeling zou worden voortgezet, zou de premie met minimaal 60% stijgen. Deze stijging wordt onder andere veroorzaakt door de toegenomen levensverwachting, de daling van de rente en de hogere premie die betaald moet worden voor de garantie door de verzekeraars.

Het bestuur vindt het niet verantwoord om in deze economisch zware tijden een dergelijke premiestijging neer te leggen bij de werkgevers. Daarom moet de regeling helaas worden versoberd. In de nieuwe regeling (Regeling 2013) wordt de pijn verdeeld over een versobering van de pensioenen voor werknemers en een stijging van de premie voor werkgevers.

Belangrijkste wijzigingen pensioenregeling 2013

(…)

Onderstaand zijn de wijzigingen in de Regeling 2013 ten opzichte van de huidige regeling weergegeven. Tussen haakjes staat het effect van de wijziging voor de werknemer.

  • -

    Het verhogen van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar (versobering);

  • -

    De jaarlijkse verhoging van uw pensioen om de stijging van lonen en prijzen te volgen, ontvangt u voortaan alleen als het fonds voldoende geld heeft verdiend met beleggen. Deze verhoging wordt ook wel toeslag of indexatie genoemd en werd in de huidige regeling altijd toegekend. (versobering);

  • -

    Het verlagen van het opbouwpercentage ouderdomspensioen van 2,25% naar 1,75% per jaar (versobering);

  • -

    Partnerpensioen wordt weer opgebouwd en niet slechts verzekerd (verbetering);

  • -

    Partnerpensioen wordt 70% van het ouderdomspensioen in plaats van 50% (verbetering);

  • -

    AOW-franchise (deel van het salaris waarover u geen pensioen opbouwt,) wordt vanaf 2013 voor vijf jaar bevroren op € 17.158. Dit leidt tot een hogere pensioenopbouw (verbetering).

Uw werkgever kan kiezen

De Regeling 2013 biedt de werkgever de mogelijkheid om in overleg met zijn werknemers op onderdelen de pensioenregeling aan te passen aan de specifieke wensen en de financiële mogelijkheden van de onderneming. Rekening houdend met de belastingwetgeving kan worden gekozen uit één of meer van de onderstaande mogelijkheden:

  • -

    Het verlagen van de AOW-franchise;

  • -

    Het verhogen van het opbouwpercentage ouderdomspensioen;

  • -

    Het aanbieden van tijdelijk nabestaandenpensioen;

  • -

    Het altijd aanpassen van het pensioen van werknemers aan gestegen lonen en prijzen. Dit heet een onvoorwaardelijke toeslag;

  • -

    Het verhogen van het maximum salaris waarover pensioen wordt opgebouwd;

  • -

    De werknemer meer pensioenpremie laten betalen door het verhogen van de eigen bijdrage van de werknemer van maximaal 6% naar maximaal 8% van pensioengrondslag (is salaris minus AOW-franchise).

De keuzes gelden per aangesloten onderneming voor álle werknemers.

Uw werkgever moet zijn keuze vóór 1 november 2012 kenbaar maken aan SPNG.

(…)

Ten slotte hebben wij uw werkgever aangeboden om de voorlichting over de Regeling 2013 aan u en uw collega’s te verzorgen. Als u hier prijs op stelt, vragen wij u dit kenbaar te maken aan uw werkgever.”

2.9.

Telder heeft haar werknemers per e-mail van 22 oktober 2012 over de wijzigingen in de pensioenregeling geïnformeerd. In deze e-mail staat onder meer vermeld:


“Er is sprake van versobering in de pensioenregeling, maar ook van verbeteringen.

Door deze wijzigingen zal de jaarlijkse pensioenlast echter flink gaan stijgen.

Hoewel de mogelijkheid bestaat om het pensioen onder te brengen bij een andere pensioenverzekeringsmaatschappij, hebben wij besloten om de pensioenregeling bij SPNG te houden.

Bij elke pensioenverzekeringsmaatschappij worden we geconfronteerd met versoberingen van de pensioenregeling, maar ook met verhoging van de jaarlijkse pensioenlasten.

Wij vinden het belangrijk dat jullie een goed pensioen houden, maar zijn van mening dat wij niet alle kosten die de nieuwe regeling zal geven voor onze rekening zullen moeten nemen.

Wij zullen derhalve de eigen bijdrage die jullie voor het pensioen betalen verhogen van 6% naar 8%. (…)
Wij begrijpen dat jullie vragen zullen hebben met betrekking tot de wijzigingen. Wij vinden het belangrijk dat voor jullie duidelijkheid bestaat, maar ook dat jullie inzicht krijgen in de gevolgen van de wijzigingen voor jullie. Mocht er voldoende belangstelling zijn dan zullen wij een bijeenkomst organiseren waarin het een en ander uitgelegd gaat worden.”

2.10.

Per brief van 24 maart 2015 is [eiser] door SPNG geïnformeerd dat hij minder pensioen zal gaan opbouwen vanwege een verlaging van het opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen naar 1,70 procent per 1 januari 2015.

2.11.

Per brief van maart 2016 is [eiser] door SPNG geïnformeerd over wijzigingen in de pensioenregeling per 1 januari 2016. In die brief staat onder meer:


“De wijzigingen die voor alle deelnemers gelden zijn als volgt:

  • -

    De standaard opbouw van pensioen (opbouwpercentage) is verlaagd van 1,70% naar 1,50%. Heeft uw werkgever voor een hogere opbouw gekozen, dan ziet u dat onder ‘Op welke gegevens is uw pensioenoverzicht gebaseerd?’

  • -

    De premie die uw werkgever voor uw pensioen afdraagt is sinds 1 januari 2016 afhankelijk van uw leeftijd. Hoe jonger u bent, hoe lager de premie die voor u betaald wordt. Omgekeerd geldt voor oudere deelnemers een hogere premie.”

2.12.

Telder heeft ervoor gekozen het opbouwpercentage per 1 januari 2016 niet te verlagen maar te handhaven op 1,70 procent.

2.13.

Zowel het pensioenreglement van vóór 1 januari 2013 als het reglement van na die datum voorziet in een (gedeeltelijke) premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. [eiser] blijft op grond van beide reglementen tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd deelnemer aan de collectieve pensioenregeling van Telder, ook indien Telder zijn arbeidsovereenkomst zou opzeggen op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid.

2.14.

Op 27 februari 2018 heeft een gesprek plaatsgehad tussen partijen. In een verslag dat naar aanleiding van dit gesprek is opgesteld, staat over de reden van dat gesprek onder meer vermeld:


“[eiser] heeft aangegeven dat de verandering van de pensioenregeling per 31 december 2012 niet door hem geaccepteerd wordt. Hij tekent niet voor akkoord. De kwestie is met enige regelmaat door [eiser] aan de orde gesteld aan de [toen zittende] directie.”

2.15.

Sinds 20 augustus 2018 is [eiser] volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als gevolg van een ernstige spierziekte. In een re-integratieadvies van 22 maart 2019 staat dat werken niet meer mogelijk lijkt.

2.16.

[eiser] heeft een actuaris, de heer [A] een berekening laten maken van de schade die hij stelt te lijden als gevolg van de door Telder doorgevoerde wijzigingen in de pensioenregeling. Daarbij is ervan uitgegaan dat de ziekte van [eiser] geen invloed heeft op zijn levensverwachting. De berekening van [A] komt uit op een pensioenschade van € 131.718,-, te vermeerderen met een verzekeraarskostenopslag van

€ 8.952,- en een bedrag van € 4.082,- aan schade als gevolg van de verhoging van de eigen bijdrage van 6 naar 8 procent.

2.17.

[eiser] heeft Telder (onder meer) bij brief van 29 november 2018 aansprakelijk gehouden voor voornoemde schade.

3 Het geschil

3.1.

Na vermeerdering van eis vordert [eiser] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

1. voor recht te verklaren dat Telder met de eenzijdige wijzigingen van de pensioenregeling per 1 januari 2013 en daarna onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, althans jegens hem in strijd heeft gehandeld met de beginselen van goed werkgeverschap, althans jegens [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de pensioenovereenkomst zoals die tussen partijen van kracht was op 31 december 2012;

2. voor recht te verklaren dat Telder jegens [eiser] aansprakelijk is voor de pensioenschade die hij lijdt, heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de wijzigingen die per 1 januari 2013 en nadien in de pensioenregeling van Telder zijn doorgevoerd;

3. Telder te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan [eiser] van € 135.800,- bruto, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en te betalen binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis;

4. Telder op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen eindvonnis aan [eiser] een deugdelijke bruto/netto-specificatie te verstrekken ten aanzien van voornoemde schadevergoeding;

subsidiair:

5. voor recht te verklaren dat Telder jegens [eiser] gehouden is, zoveel als mogelijk binnen de daarvoor geldende fiscale kaders, alsnog en met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013 uitvoering te geven aan de pensioenregeling zoals die op 31 december 2012 op [eiser] van toepassing was en, indien dat binnen de geldende fiscale kaders niet mogelijk is, [eiser] volledig te compenseren voor de pensioenschade die hij lijdt, heeft geleden en nog zal lijden, als gevolg van de wijzigingen die Telder per 1 januari 2013 en nadien in de pensioenregeling heeft doorgevoerd;

6. Telder op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen om binnen vier weken na betekening van het te wijzen eindvonnis ten behoeve van [eiser] een aanvullende pensioenverzekering af te sluiten waarmee wordt bewerkstelligd dat, binnen de daarvoor geldende fiscale kaders, door Telder zoveel als mogelijk alsnog uitvoering wordt gegeven aan de pensioenregeling die op 31 december 2012 op [eiser] van toepassing was;

7. indien het voor Telder niet mogelijk is om binnen de daarvoor geldende fiscale kaders alsnog volledig en onverkort uitvoering te geven aan de pensioenregeling zoals die op 31 december 2012 op [eiser] van toepassing was, Telder te veroordelen tot vergoeding aan [eiser] van de door hem geleden en nog te lijden pensioenschade, nader op te maken bij staat;

primair en subsidiair:

8. Telder te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 2.133,-, althans een door de kantonrechter in goede justitie vast te stellen bedrag, te betalen binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen eindvonnis.

9. Telder te veroordelen in de kosten van deze procedure en in de nakosten.

3.2.

[eiser] legt – kort samengevat – aan deze vorderingen het navolgende ten grondslag.
Telder was niet gerechtigd de pensioenregeling per 1 januari 2013 (en daarna) eenzijdig, dus zonder de (welbewuste) instemming van [eiser] , te wijzigen. Telder heeft onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld, althans in strijd gehandeld met de beginselen van goed werkgeverschap, althans is zij jegens [eiser] tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de pensioenovereenkomst die op 31 december 2012 tussen partijen van kracht was. [eiser] bouwt als gevolg van de doorgevoerde wijzigingen minder pensioen op dan hij deed vóór 1 januari 2013 en Telder dient primair aansprakelijk te worden gehouden voor deze schade. Subsidiair dient Telder ex artikel 3:296 lid 1 BW de op 31 december 2012 tussen partijen geldende pensioenovereenkomst na te komen, voor zover dat mogelijk is binnen de thans bestaande fiscale kaders.

3.3.

Telder heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van Telder is dat de vorderingen van [eiser] zijn verjaard. Telder stelt zich in dit kader op het standpunt dat [eiser] op 21 augustus 2012 bekend was met de wijzigingen in de pensioenregeling en dat vanaf dat moment, althans vanaf 1 januari 2013, tot aan het instellen van de rechtsvorderingen op 1 juni 2019 meer dan vijf jaren zijn verstreken. Telder beroept zich op artikel 3:307 en 3:311 BW en subsidiair op artikel 3:310 BW.

[eiser] heeft gemotiveerd weersproken dat zijn vorderingen zijn verjaard.

4.2.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Anders dan Telder betoogt, geldt ten aanzien van de primaire vorderingen van [eiser] de verjaringstermijn van artikel 3:310 BW. Op grond van lid 1 van dit artikel verjaart een rechtsvordering tot vergoeding van schade door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. De in deze bepaling genoemde vijfjarige verjaringstermijn vangt niet eerder aan dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden, ook indien voordien reeds bekend is dat de schade geleden zal worden en wie de aansprakelijke persoon is. Dat onder omstandigheden een vordering tot vergoeding van toekomstige schade kan worden ingesteld op grond van artikel 6:105 BW maakt dit niet anders (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3784).

4.3.

De schadevordering van [eiser] ziet grotendeels op toekomstige schade. Het gaat immers om pensioenschade, welke schade pas wordt geleden bij aanvang van het pensioen.
Het grootste deel van de door [eiser] gevorderde schade is dan ook nog niet opeisbaar, hetgeen betekent dat ten aanzien van die schade nog geen verjaringstermijn is gaan lopen.

Dit is anders ten aanzien van de schade die [eiser] stelt te hebben geleden als gevolg van de verhoging van de deelnemersbijdrage van 6 naar 8 procent per 1 januari 2013. Die schade betreft geen toekomstige maar reeds geleden schade en bedraagt volgens [eiser] tot 1 augustus 2019 een bedrag van € 4.082,-. Een deel van die schade is wel verjaard. De ten aanzien van de betreffende schade geldende verjaringstermijn van vijf jaar is iedere maand na het betalen van de deelnemersbijdrage gaan lopen. De verjaring is met het versturen van de hiervoor onder 2.17 genoemde brief van 29 november 2018 voor het eerst gestuit. Het gesprek van 27 februari 2018 tussen partijen, althans het verslag daarvan, kan niet als stuitingshandeling worden beschouwd, nu hiermee niet voldaan is aan de eis van een schriftelijke aanmaning of mededeling als bedoeld in artikel 3:317 lid 1 BW. Dit betekent dat de schade die [eiser] stelt te hebben geleden als gevolg van de verhoging van de deelnemersbijdrage over de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 november 2018 is verjaard. Weliswaar heeft [eiser] zich onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad op het standpunt gesteld dat sprake was van onderhandelingen over de pensioenschade en dat de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid met zich kunnen brengen dat een beroep op verjaring onaanvaardbaar is als partijen bij het verstrijken van de verjaringstermijn met elkaar in onderhandeling waren, maar deze stelling kan hem niet baten. Onderhandelingen leveren op zichzelf namelijk geen stuitingshandeling op (HR 9 april 2010, ECLI:NL:2010:BL3866) en [eiser] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat de door de Hoge Raad bedoelde situatie zich in het onderhavige geval voordoet. Het algemene beroep dat [eiser] doet op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid slaagt evenmin.

4.4.

Het voorgaande betekent dat wordt toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van de primaire vorderingen van [eiser] . Partijen verschillen in dit kader van mening of Telder gerechtigd was de tussen hen geldende pensioenovereenkomst per 1 januari 2013 zonder de uitdrukkelijke instemming van [eiser] te wijzigen. [eiser] betoogt dat zijn arbeidsovereenkomst noch het vóór 2013 geldende pensioenreglement een eenzijdig wijzigingsbeding in de zin van artikel 7:613 BW en artikel 19 Pensioenwet bevat, zodat eenzijdige wijziging van de pensioenregeling reeds om die reden niet mogelijk was. Volgens [eiser] is evenmin voldaan aan het Stoof/Mammoet-criterium, nog daargelaten het feit dat hij van Telder geen voorstel tot wijziging van de pensioenregeling heeft ontvangen en het Stoof/Mammoet-criterium alleen toepassing vindt indien sprake is van een wijziging van arbeidsvoorwaarden op individuele basis. [eiser] stelt verder dat een eenzijdige wijziging van de pensioenregeling slechts gebaseerd kon worden op artikel 6:248 lid 2 BW en dat aan het bepaalde in dat artikel niet is voldaan.

4.5.

Telder stelt zich op het standpunt dat [eiser] zich met de Pensioenmededeling heeft onderworpen aan de reglementen van het pensioenfonds en dat die reglementen aldus geïncorporeerd zijn in de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Volgens Telder was het bestuur van het pensioenfonds op grond van artikel 27 van het (oude) pensioenreglement bevoegd tot wijziging ervan, waarbij die wijziging een-op-een doorwerkt in de arbeidsovereenkomst. Voor zover artikel 27 niet is aan te merken als een incorporatiebeding, betoogt Telder dat dat artikel als een eenzijdig wijzigingsbeding moet worden aangemerkt. Volgens Telder is het betreffende artikel namelijk in lijn met de criteria die worden gesteld aan een eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW en artikel 19 Pensioenwet en had zij een zwaarwegend belang om eenzijdig de inhoud van de pensioenregeling te (laten) wijzigen. Voor het geval ook die stelling niet gevolgd wordt, stelt Telder zich op het standpunt dat voldaan is aan het Stoof/Mammoet-criterium en dat dus op grond van goed werknemerschap van [eiser] in redelijkheid verwacht had mogen worden dat hij met het redelijke voorstel van Telder tot wijziging van de pensioenregeling zou instemmen.

4.6.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Partijen hebben in oktober 1992 een pensioenovereenkomst gesloten, waarin het destijds laatstelijk per 1 januari 1989 gewijzigd pensioenreglement 1978 (hierna te noemen het pensioenreglement) van toepassing is verklaard. [eiser] heeft, zo volgt uit die overeenkomst, een exemplaar van dat reglement ontvangen en zich daarmee akkoord verklaard. Door de in de overeenkomst opgenomen verwijzing naar het pensioenreglement, is dat reglement geïncorporeerd in die pensioenovereenkomst of, anders gezegd, valt daarmee samen. Artikel 1 lid 4 van het vóór 1 januari 2013 geldende pensioenreglement zegt dat dit reglement zowel de pensioenovereenkomst bevat als het pensioenreglement als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Pensioenwet.

De pensioenovereenkomst maakt op haar beurt onderdeel uit van het pakket arbeidsvoorwaarden dat met [eiser] is afgesproken. Dat pakket is later schriftelijk vastgelegd in de arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2002. Onweersproken is gebleven dat de in de bijlage bij deze arbeidsovereenkomst opgenomen mededeling dat [eiser] deelneemt aan de collectieve pensioenregeling bij Nationale Nederlanden zo moet worden begrepen, dat SPNG de pensioenaanspraken heeft ondergebracht bij Nationale Nederlanden.

4.7.

Uit de niet, althans onvoldoende weersproken stellingen van Telder volgt, dat reeds in het pensioenreglement ten tijde van de aanvaarding daarvan door [eiser] een eenzijdig wijzigingsbeding stond, welk beding ook was opgenomen in artikel 27 van het vóór 1 januari 2013 geldende pensioenreglement. [eiser] heeft zelf gesteld dat het pensioenreglement in de loop van de tijd veelvuldig is gewijzigd en hij heeft niet gesteld dat hij daarmee telkens uitdrukkelijk heeft moeten instemmen om die wijzigingen van kracht te laten zijn, wat ook wijst op het bestaan van een eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 27. De kantonrechter gaat ervan uit dat het laatstelijk per 1 januari 1989 gewijzigd pensioenreglement dat [eiser] in oktober 1992 uitdrukkelijk heeft aanvaard, een eenzijdig wijzigingsbeding bevatte en dat dit beding in latere versies van het pensioenreglement is blijven staan.

4.8.

[eiser] wist in oktober 1992 dus, althans behoorde te weten, dat een eenzijdige wijziging van het pensioenreglement tot de mogelijkheden behoorde. Aan de rechtsgeldigheid van dit eenzijdig wijzigingsbeding doet niet af dat het beding zelf niet in de door [eiser] voor akkoord ondertekende pensioenmededeling van oktober 1992 is opgenomen, omdat voldoende is dat het beding in het door [eiser] aanvaarde pensioenreglement staat waarvan hij destijds een exemplaar heeft ontvangen. Evenals dat geldt voor een beding als bedoeld in artikel 7:613 BW, is voldoende dat het eenzijdig wijzigingsbeding van artikel 19 Pensioenwet schriftelijk is vastgelegd (vgl. ten aanzien van het beding van artikel 7:613 BW: HR 18 maart 2011, ECLI:NL: HR:2018:111).

4.9.

De inhoud van de pensioenafspraken tussen partijen wordt dus bepaald door het pensioenreglement zoals dat per 1 januari 1989 luidde én de latere wijzigingen daarvan. Dit zou anders zijn geweest indien in de pensioenmededeling had gestaan dat de inhoud van de pensioenovereenkomst werd bepaald door het op dat moment geldende exemplaar van het pensioenreglement, dus zonder toekomstige wijzigingen. In dat geval zou sprake zijn geweest van de door [eiser] bedoelde statische incorporatie. Nu is de incorporatie dynamisch van karakter, omdat het wijzigingsbeding ook is geïncorporeerd. Door de dynamische incorporatie beweegt de inhoud van de pensioenovereenkomst automatisch mee met de wijzigingen van het pensioenreglement. Deze situatie is vergelijkbaar met de algemeen aanvaarde, vrijwillige incorporatie van een cao in een arbeidsovereenkomst indien een cao niet op grond van de wet op een arbeidsverhouding van toepassing is. Wijzigt de cao, dan wijzigt ook de arbeidsovereenkomst, tenzij partijen gezamenlijk besluiten hiervan af te wijken. Deze vrijwillige incorporatie vloeit voort uit de contractsvrijheid.

4.10.

De vraag naar de rechtsgeldigheid van de wijziging van de pensioenafspraken is in het onderhavige geval dus afhankelijk van de vraag of het pensioenfonds, gelet op de statutaire en reglementaire bepalingen inzake de wijzigingsbevoegdheid, een rechtsgeldig besluit tot wijziging van het pensioenreglement heeft genomen. Als dat het geval is, dan werkt de wijziging door in de rechtsverhouding tussen Telder en [eiser] .

4.11.

In artikel 27 van het vóór 1 januari 2013 geldende pensioenreglement heeft het pensioenfonds zich het recht voorbehouden de pensioenregeling te wijzigen als omstandigheden wijzigen die voor de werkgever van zodanig zwaarwegend belang zijn in relatie tot de belangen van de werknemers, dat de belangen van de werknemers daarvoor moeten wijken. Daarbij is tevens bepaald dat het pensioenfonds de deelnemers over een voorgenomen wijziging schriftelijk moet informeren en met hen daarover dient te overleggen. Gesteld noch gebleken is dat het besluit van SPNG tot wijziging van het pensioenreglement niet rechtsgeldig is. SPNG is door [eiser] niet in rechte betrokken, zodat een oordeel over de rechtsgeldigheid van het besluit in de onderhavige procedure ook niet zou kunnen worden genomen, omdat SPNG zich daarover moet kunnen uitlaten. Overigens kan, met de hieruit voortvloeiende noodzakelijke terughoudendheid, uit de door Telder overgelegde brief van 21 augustus 2012 van SPNG en de e-mail van Telder van 22 oktober 2012, waarmee de pensioendeelnemers zijn geïnformeerd over de wijzigingen, worden afgeleid dat voldaan is aan het bepaalde in artikel 27. In die brief en e-mail wordt melding gemaakt van voor de werkgevers zwaarwegende gewijzigde omstandigheden en wordt voorlichting aangeboden, waarmee de mogelijkheid voor overleg is gecreëerd.

4.12.

Nu sprake is van een rechtsgeldige wijziging van het pensioenreglement en die wijziging automatisch doorwerkt in de pensioenovereenkomst tussen partijen, kan niet volgehouden worden dat Telder ten aanzien van die wijziging onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, althans in strijd heeft gehandeld met de beginselen van goed werkgeverschap, althans tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de op 31 december 2012 geldende pensioenovereenkomst. Dit zou mogelijk anders kunnen zijn ten aanzien van de beslissing van Telder om geen gebruik te maken van de door SPNG in het nieuwe pensioenreglement ten gunste van de pensioendeelnemers aangeboden keuzemogelijkheden. [eiser] heeft echter slechts zijdelings op deze beslissing gewezen en heeft in het kader van zijn vordering tot schadevergoeding alleen een vergelijking gemaakt tussen de oude en nieuwe pensioenregeling en niet tussen de nieuwe pensioenregeling met en zonder gebruikmaking van de keuzemogelijkheden. De kantonrechter zou daarom buiten de grenzen van de rechtsstrijd tussen partijen treden, indien hij ervan uit zou gaan dat de primaire vorderingen van [eiser] mede zijn gestoeld op de stelling dat Telder geen gebruik heeft gemaakt van de door SPNG aangeboden keuzemogelijkheden.

4.13.

De conclusie uit het voorgaande is dat de primaire vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.

4.14.

De subsidiaire vorderingen van [eiser] zien op de nakoming van de vóór 1 januari 2013 geldende pensioenregeling. Die vorderingen delen het lot van de primaire vorderingen, omdat de pensioenregeling rechtsgeldig is gewijzigd en de nakoming ervan niet met succes kan worden gevorderd, ervan afgezien of de subsidiaire vorderingen niet zijn verjaard.

4.15.

Gegeven het oordeel over de primaire en de subsidiaire vorderingen bestaat er geen grond ter zake van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag toe te wijzen.

4.16.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij geldt dat de nakosten waarop Telder aanspraak maakt, slechts toewijsbaar zijn tot een bedrag van € 120,-.

5
5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden. Deze kosten worden tot op heden aan de zijde van Telder begroot op:

- € 1.682,- aan salaris gemachtigde, en

- € 120,- aan nakosten;

5.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2020.

(md)