Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1633

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
29-04-2020
Zaaknummer
8298070 WM VERZ 20-47
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Mulder. Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Parkeren van een brommobiel op het trottoir is niet toegestaan. De kantonrechter verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond en stelt het bedrag van de sanctie in de beslissing van de officier van justitie en in de inleidende beschikking op nihil. De kantonrechter verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

tevens aantekening schriftelijke beslissing wahv

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht - zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8298070 WM VERZ 20-47

CJIB-nummer : 22947359

In de Mulder beroepszaak met het hierboven genoemde zaaknummer heeft

[betrokkene]

wonende [adres]

[postcode] [woonplaats]

hierna te noemen: betrokkene,

het beroepschrift ingediend tegen de beslissing van de officier van justitie. Op de openbare zitting van 12 maart 2020 heeft mr. H.R. Schimmel, kantonrechter, bijgestaan door J. Vliem als griffier, partijen de gelegenheid gegeven hun standpunt mondeling toe te lichten.

Betrokkene is verschenen en heeft haar standpunt mondeling toegelicht.

De kantonrechter deelt de betrokkene mee dat deze niet tot antwoorden verplicht is.

Namens de officier van justitie is mr. J. Meerdink verschenen.

De kantonrechter stelt vast dat het beroep ontvankelijk is: betrokkene is op tijd in beroep gegaan en heeft zekerheid gesteld.

Betrokkene is een sanctie van € 95,00 vermeerderd met € 9,00 administratiekosten opgelegd. Betrokkene wordt als kentekenhouder verweten dat zij als bestuurder van een motorvoertuig met kenteken [kenteken] op 10 januari 2019 om 14:15 uur op de Hanzelaan in Zwolle niet de rijbaan heeft gebruikt door stil te staan op het trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad.

Betrokkene voert aan dat zij de gedraging niet heeft verricht. Betrokkene is niet in het bezit van een brommobiel. Betrokkene heeft een bromfiets, een L2e. Dat is een overdekte scooter met een scooterstuur en drie wielen. Deze mogen op de stoep worden geparkeerd volgens artikel 27 RVV 1990. Betrokkene verzoekt de sanctie te vernietigen.

Op 10 maart 2020 heeft betrokkene stukken overgelegd met betrekking tot de brommobiel.

Ter zitting heeft betrokkene aangevoerd dat het voertuig waar zij in rijdt een nieuw soort voertuig betreft dat sinds 2017 Nederland is. Betrokkene was eerder in bezit van een scootmobiel, maar wilde graag droog en overdekt zitten. Dit voertuig is daarvoor geschikt. Betrokkene heeft zich voor de aanschaf van het voertuig uitgebreid laten voorlichten. Het is een elektrisch voertuig dat valt onder de categorie bromfiets. Er mag met dit voertuig overal worden geparkeerd. In 2018 heeft betrokkene zonder problemen het voertuig gebruikt en er overal meer gereden en geparkeerd. Begin 2019 heeft betrokkene echter een boete ontvangen voor het parkeren op de stoep. Betrokkene heeft een L2e voertuig. Dit valt volgens de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) onder de categorie bromfietsen en hiermee mag op de stoep worden geparkeerd. Een brommobiel is een L6e voertuig en dat valt onder de categorie motorvoertuigen en daarmee moet het op de weg parkeren. Betrokkene heeft veel brieven verstuurd en zij heeft bij vele instanties geprobeerd duidelijkheid te krijgen. Het voertuig van betrokkene is een lichte trike en die mag overal staan. Voor dit soort voertuigen is ook geen ontheffing nodig in een parkeerverbodszone. Het voertuig van betrokkene was op een brede stoep geparkeerd en stond niemand in de weg. De uitspraak van de rechter heeft niet alleen consequenties voor betrokkene maar voor alle bestuurders van dit soort voertuigen en voor de RDW en de dealers. Wanneer het beroep ongegrond wordt verklaard, kan betrokkene er niet meer mee rijden en dus nergens meer komen. Zij is afhankelijk van haar voertuig. Betrokkene heeft niets verkeerd gedaan. De wet is van 1990 en zou moeten worden aangepast. Er zijn veel technische veranderingen en er komen steeds weer andere vervoermiddelen, zoals elektrische auto’s, bromfietsen en fietsen. Betrokkene verzoekt dan ook het beroep gegrond te verklaren en de sanctie te vernietigen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep ongegrond moet worden verklaard, omdat het voertuig van betrokkene een bromfiets met meer dan twee wielen betreft en volgens artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) valt onder de categorie brommobielen. Ingevolge het RVV 1990 zijn de regels van motorvoertuigen van toepassing op brommobielen, hetgeen betekent dat de plaats van het voertuig van betrokkene de rijbaan is, tenzij anders is bepaald.

De kantonrechter sluit het onderzoek en bepaalt dat hij twee weken later schriftelijk uitspraak zal doen.

De kantonrechter overweegt het volgende.

Uit de RDW kentekencheck van het voertuig met het kenteken [kenteken] blijken de volgende kenmerken van het voertuig:

Voertuigcategorie: Bromfiets (L2e)

Merk: TOL

Type: TOL1500DZK

Variant: N/A

Uitvoering: N/A

Handelsbenaming: T414

Typegoedkeuringsnummer: [nummer]

Plaats chassisnummer: Rechts, rechter

Aantal eigenaren privé / zakelijk: 1 / 0

Uit de door betrokkene overgelegde brochure van haar voertuig blijkt dat het een voertuig is op drie wielen en dat het voorzien is van een carrosserie. Hiermee valt het voertuig binnen de in artikel 1 van de RVV 1990 neergelegde definitie van een brommobiel (bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie). Dit betekent dat de regelgeving met betrekking tot brommobielen op deze zaak van toepassing is.

In artikel 2a van de RVV 1990 is bepaald dat de regels van dit besluit betreffende motorvoertuigen en bestuurders en passagiers van motorvoertuigen, in plaats van de regels betreffende bromfietsen, bromfietsers en passagiers van bromfietsen, mede van toepassing zijn op brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen, tenzij anders is bepaald.

In artikel 5 tot en met 8 van de RVV 1990 staan verkeersregels voor fietsers en bromfietsers.

Artikel 10, eerste lid, van de RVV 1990 bepaalt dat andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 de rijbaan gebruiken. Deze bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen voortbewegen die kennelijk bestemd is om door een motorvoertuig te worden voortbewogen, mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.

Uit hiervoor vermelde bepalingen van de RVV 1990 vloeit voort dat het parkeren van een brommobiel op het trottoir niet toegestaan is. De kantonrechter ziet ook geen aanleiding deze bepalingen buiten toepassing te laten. De redenering van betrokkene dat de regelgeving verouderd is en niet aangepast is op nieuwe types voertuigen volgt de kantonrechter niet. Naar het oordeel van de kantonrechter is er juist bewust voor gekozen om niet toe te staan dat voertuigen als dat van betrokkene op het trottoir worden geparkeerd. Omdat de voertuigen drie wielen en een carrosserie hebben nemen zij veel ruimte in beslag waardoor het risico bestaat dat deze voertuigen het voetgangersverkeer ernstig belemmeren en gevaarlijke situaties kunnen veroorzaken als deze voor deuren of andere toe- en uitgangen geplaatst worden.

Gelet op het voorgaande is het beroep van betrokkene in zoverre ongegrond. De kantonrechter ziet echter wel aanleiding de sanctie op nihil te stellen. Betrokkene heeft voorafgaand aan de aanschaf van haar brommobiel alles binnen haar mogelijkheid in het werk gesteld om te achterhalen of voor haar voertuig dezelfde regels gelden als voor een fiets of bromfiets. De kantonrechter heeft geen twijfel dat zij tijdens deze zoektocht onjuist is voorgelicht, nu er bij de bevoegde autoriteiten ook onduidelijkheid bestond over de status van haar voertuig. Een aanwijzing voor deze onduidelijkheid kan onder meer gevonden worden in de hiervoor beschreven categorie-indeling van het voertuig door de RDW.

De kantonrechter realiseert zich dat de uitkomst van de procedure voor betrokkene onbevredigend is, nu hierdoor het gebruik van haar voertuig beperkt wordt, maar het hiervoor beschreven stelsel van regelgeving geeft geen ruimte voor een andere oordeel dan hiervoor gegeven.

Beslissing

  • -

    De kantonrechter verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond.

  • -

    stelt, met vernietiging van de beslissing van de officier van justitie in zoverre, het bedrag van de sanctie in de beslissing van de officier van justitie en in de inleidende beschikking op nihil;

  • -

    verklaart het beroep voor het overige ongegrond

Aldus gegeven te Zwolle door mr. H.R. Schimmel, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van J. Vliem, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 26 maart 2020.

de griffier, de kantonrechter,

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen indien:

a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Overijssel afdeling straf/kanton/Wahv, locatie Zwolle, Postbus 10067 8000 GB Zwolle, en dient door degene die beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. De procedure bij het gerechtshof in Leeuwarden verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending: