Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1586

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
22-04-2020
Zaaknummer
08/730134-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats: Zwolle

Parketnummer: 08/730134-18

Datum beslissing: 21 april 2020

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken op grond van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 in [land] ,

voor deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van mr. J. Vlug

[adres] ,

nu verblijvende in de PI Achterhoek te Zutphen,

verder te noemen: de veroordeelde, bijgestaan door mr. J. Vlug, advocaat te Deventer.

1 Het verloop van de procedure

Bij vonnis van de Rechtbank Overijssel van 26 juli 2018 is aan de veroordeelde de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd.

Bij brief van 25 februari 2020 heeft de raadsman van de veroordeelde verzocht om een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- de op grond van artikel 6:6:14 Sv overgelegde verklaring van de directeur van de inrichting over de stand van uitvoering van het verblijfsplan van de veroordeelde
(een tussentijdse ISD rapportage), welke verklaring is ondertekend door de directeur en door [naam 1] , casemanager ISD in de PI Achterhoek;

  • -

    het als bijlage aan die verklaring gehechte reclasseringsadvies van 23 januari 2019, opgemaakt door [naam 2] , reclasseringswerker GGZ Tactus Zwolle;

  • -

    een detentieoverzicht van de veroordeelde.

De zaak is – in verband met de uitbraak van het COVID-19 virus (coronavirus) – behandeld op een digitale skype-zitting van 7 april 2020. De veroordeelde en de deskundige
[naam 1] , senior casemanager ISD, zijn per videoconferentie, waarbij sprake is van een directe beeld- en geluidsverbinding met de rechtbank, ter terechtzitting verschenen en gehoord. De raadsman en de officier van justitie mr. M. Hoekstra zijn via een skype-verbinding ter terechtzitting verschenen en gehoord.

2 De standpunten van de officier van justitie en de veroordeelde

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de maatregel dient te worden voortgezet. De officier van justitie heeft daartoe, kort samengevat, aangevoerd dat veroordeelde op dit moment weer in de ISD-inrichting in Zutphen verblijft en dat de doelstellingen van de maatregel, te weten het beveiligen van de maatschappij en recidivevermindering, nog steeds aan de orde zijn.

Standpunt van de veroordeelde
Het standpunt van de veroordeelde en de raadsman houdt samengevat in dat op dit moment geen juiste invulling aan de maatregel wordt gegeven, waardoor de maatregel vroegtijdig moet worden beëindigd. De verdediging voert hiertoe aan dat de omstandigheid dat de veroordeelde meerdere terugvallen heeft gehad, en in de toekomst zal blijven houden, is toe te schrijven aan persoonlijke omstandigheden. Uit de tussentijdse ISD-rapportage blijkt verder dat de instelling tegenstrijdige keuzes maakt met betrekking tot de doorstroomlocaties van de veroordeelde. Veroordeelde zou gebaat zijn bij een instelling waar hij middelen kan blijven gebruiken, maar dan moet hij eerst laten zien dat hij in staat is om abstinent van middelen te blijven. De raadsman voert verder aan dat de maatregel in een vergevorderd stadium is, en dat veroordeelde na de beëindiging van de maatregel – met behulp van reclasseringstoezicht in het kader van verschillende proeftijden – zijn leven in Deventer weer zal gaan oppakken. De veroordeelde kan (naar eigen zeggen) terecht bij begeleide woonvorm [woonvorm] in Deventer, waar hij eerder heeft gewoond. Daarnaast kan hij in Deventer terugvallen op de daklozenopvang, en op zijn broer, die van zijn drugsverslaving af is en een goede invloed op de veroordeelde zal hebben.

3 De beoordeling

Toetsingskader

De rechtbank dient te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders noodzakelijk is. In dat kader dient eerst vastgesteld te worden of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt.

Verloop van het ISD traject
Uit het tussentijdse ISD rapport en het reclasseringsrapport blijkt onder meer het volgende. De veroordeelde is een ernstig verslaafde man die al jaren met politie en justitie in aanraking komt. De verslavingsproblematiek en de antisociale levensstijl van de veroordeelde leiden tot delictgedrag. Er is voornamelijk sprake van een patroon van vermogensdelicten. Ondanks vele ingezette interventies in het verleden, blijft de veroordeelde terugvallen in middelengebruik en delictgedrag en staat hij niet open voor gedragsverandering.

In oktober 2018 is de veroordeelde geplaatst in de PI in Zupthen om invulling te geven aan de maatregel. Met hem is de mogelijkheid besproken om door te stromen naar een instelling waar hij kan blijven gebruiken, maar waar de randvoorwaarden zoals huisvesting, inkomen en passende zorg geregeld zijn. Veroordeelde heeft op zijn beurt aangegeven een abstinent leven te willen en naar [woonvorm] in Deventer te willen. Dit is op dit moment geen mogelijkheid. Verblijf in [woonvorm] kan niet gefinancierd worden omdat er (nog) geen contract is met justitie. Daarnaast is de afspraak met het Veiligheidshuis dat de veroordeelde dan eerst moeten laten zien dat hij in staat is om zich te houden aan de afspraken en in staat is om abstinent te blijven. De reclassering adviseert daarom om de veroordeelde binnen de ISD te laten doorstromen naar een forensisch beschermde woonvorm, met behandeling geboden door FACT, zodat hij de nodige steun en controle heeft om zijn abstinentie te behouden en het traject positief te doorlopen.

In februari 2019 is de veroordeelde aangemeld voor forensisch beschermd wonen (FBW) van

Transfore in Deventer. Omdat het Veiligheidshuis denkt dat een plaatsing buiten Deventer een betere kans van slagen heeft, is besloten om de plaatsing bij FBW in Almelo te laten plaatsvinden. In de tussenfase krijgt de veroordeelde dagbesteding op het terrein van GGnet in Warnsveld, waar Tactus verslavingszorg een beschermde woonvoorziening heeft. Omdat dagbesteding en wonen op hetzelfde terrein een goede combinatie is, wordt de veroordeelde hiervoor aangemeld. Bij een goed verloop zou hij op den duur kunnen doorstromen naar [woonvorm] in Deventer.

In juni 2019 wordt de veroordeelde geplaatst bij Tactus beschermd wonen in Warnsveld. Hij krijgt dagbesteding op de boerderij, gaat in de weekenden op verlof naar zijn vriendin en heeft contact met een bewindvoerder. Hoewel de eerste periode goed verloopt, valt hij tijdens een vakantie in [vakantiepark] toch terug in middelengebruik. Aan deze terugval worden geen verdere consequenties gekoppeld, gezien zijn verdere (positieve) proces en de manier waarop hij gehandeld heeft. De veroordeelde start met een forensische verslavingsbehandeling bij JusTact, en de reclassering bekijkt op verzoek van de veroordeelde een eventuele aanmelding voor een opstapwoning van lrisZorg in Deventer.

In augustus 2019 krijgt de veroordeelde – wegens de beëindiging van zijn relatie – meerdere terugvallen, waardoor hij in september 2019 voor een time-out wordt teruggeplaatst in de PI in Zutphen. De veroordeelde geeft over deze terugvallen geen (of te laat) openheid bij de begeleiding en ontkent het gebruik. Als blijkt dat de veroordeelde eind oktober 2019 opnieuw drugs heeft gebruikt, en daarmee de woonvoorwaarden vanuit Tactus Wonen heeft overtreden, krijgt hij een laatste kans. Sinds dit ‘laatste kans beleid’ houdt hij zich aan de afspraken en huisregels en wordt zijn dagbesteding verder uitgebreid. Het lukt de veroordeelde vervolgens niet om zich te houden aan de meldplichtafspraken met de reclassering, en hij krijgt ook in dat kader een laatste waarschuwing. Wanneer veroordeelde op 9 januari 2020 niet aanwezig is op de woongroep, en daarnaast niet telefonisch bereikbaar is, laat Tactus Wonen weten dat veroordeelde wordt ontslagen uit de instelling. De veroordeelde geeft geen openheid van zaken en er is geen sprake meer van samenwerking. Het reclasseringstoezicht wordt eveneens voortijdig beëindigd. De veroordeelde wordt op 15 januari 2020 aangehouden en verblijft vervolgens eerst (wegens capaciteitsproblemen) in de PI in Lelystad. Op 20 maart 2020 is de veroordeelde weer teruggeplaatst naar de PI in Zutphen, waar wordt gekeken naar een passend natraject.

Advies van de deskundige
Volgens deskundige [naam 1] lijkt een woonplek gericht op abstinentie te hoog gegrepen. Het blijft voor de veroordeelde moeilijk om met frustraties/teleurstellingen om te gaan. Hij blijft terugvallen in middelengebruik. De deskundige adviseert dan ook de maatregel te continueren om in de laatste periode in samenwerking met het Veiligheidshuis in Deventer tot een natraject te komen. Ter zitting heeft de deskundige verklaard dat veroordeelde ondanks alle geboden kansen steeds terugvalt in zijn oude gedrag. De afspraak met het Veiligheidshuis in Deventer geldt nog steeds. De veroordeelde kan vooralsnog niet terecht bij [woonvorm] in Deventer. Het Veiligheidshuis wenst de veroordeelde te plaatsen in een instelling waar hij kan blijven gebruiken. Een instelling in Eefde lijkt op dit moment de meest passende plek voor de veroordeelde.

Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is op grond van het bovenstaande, alle omstandigheden in aanmerking nemende, van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel noodzakelijk is. Dat veroordeelde blijft terugvallen in middelengebruik en niet open staat voor gedragsverandering, en hem om die reden geen klinische behandeling of gedragsinterventie binnen de ISD-maatregel (meer) wordt aangeboden, betekent niet dat de noodzaak tot voortzetting van de maatregel daardoor is komen te ontvallen. Hoewel de veroordeelde denkt zich zonder hulpverlening te kunnen redden, blijft de geschiedenis zich herhalen. De rechtbank acht de kans te groot dat veroordeelde terugvalt in zijn oude gedrag en weer strafbare feiten gaat plegen als de maatregel nu zou worden beëindigd. De rechtbank ziet hierin, en in het feit dat voorafgaand aan de oplegging van de onderhavige maatregel al eerder een onvoorwaardelijke ISD-maatregel aan veroordeelde is opgelegd die hem er niet van heeft kunnen weerhouden om strafbare feiten te plegen, nog steeds aanwijzingen om aan te nemen dat de opheffing van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er op dit moment geen omstandigheden zijn die het voortijdig beëindigen van de maatregel rechtvaardigen.

4 De beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door mr. D.E. Schaap, voorzitter, mr. A. van Holten en
mr. C.A. Peterzon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. Potgieter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21april 2020.

Buiten staat

mr. Peterzon is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.