Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1506

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
15-04-2020
Zaaknummer
8294757 \ CV EXPL 20-400
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. Overeenkomstig landelijke richtlijn houdt kantonrechter beslissing over ontbinding huurovereenkomst en ontruiming aan tot na 1 juni 2020. Maar de vordering tot betaling huurachterstand c.a. wordt wel al toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2020/149
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 8294757 \ CV EXPL 20-400

Vonnis van 7 april 2020

in de zaak van

de stichting

STICHTING DUWO,
gevestigd te Delft,

eisende partij, verder te noemen Duwo,

gemachtigde: S. Azouagh,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [plaats] ,

gedaagde partij, verder te noemen [gedaagde] ,

procederend in persoon, bijgestaan door mevrouw L. van Onzen (sociaal werker).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 februari 2020

- de akte indiening producties van Duwo

- de e-mail van [gedaagde] , met daarbij de bijlagen 1 t/m 5.

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 24 maart 2020 en partijen zijn vanwege de Corona-gezondheidsmaatregelen telefonisch gehoord. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt van Duwo de woning gelegen aan de [adres] te [plaats] tegen een huurprijs van op dit moment € 532,97 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

2.2.

Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen die ten tijde van de zitting € 1.981,85 bedroeg, berekend tot en met 12 maart 2020.

3 Het geschil

3.1.

Duwo vordert – kort gezegd – ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.

3.2.

Aan deze vordering legt Duwo ten grondslag dat [gedaagde] haar betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.

3.3.

[gedaagde] erkent de betalingsachterstand, maar zij verzet zich tegen de ontbinding en ontruiming. [gedaagde] voert aan dat zij wegens persoonlijke en financiële omstandigheden de achterstallige huurpenningen niet heeft voldaan. [gedaagde] voert verder aan dat haar situatie is verbeterd. Zij krijgt namelijk momenteel hulp van meerdere instanties. [gedaagde] stelt dan ook voor om € 50,00 per maand af te lossen op de huurachterstand, de lopende huur tijdig te betalen en zich te houden aan de afspraken van de schuldhulpverlening. Daarnaast heeft Duwo ten behoeve van een ander dossier beslag gelegd op de huurtoeslag van [gedaagde] . Daarmee wordt er maandelijks afgelost op de huurachterstand ten aanzien van de maanden juli en augustus 2019, aldus [gedaagde] . Duwo gaat niet akkoord met het voorstel en persisteert bij haar vordering. Er is volgens Duwo een tekort aan woningen en zij vindt het aflossingsbedrag van € 50,00 per maand te laag. Daarbij is er in dit geval sprake van herhaalde wanprestatie.

4 De beoordeling

De huurachterstand.

4.1.

Omdat [gedaagde] erkent dat zij de huurachterstand van € 1.981,85 moet betalen, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.

De ontbinding en ontruiming.

4.2.

Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van deze huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand, waarvan in deze zaak sprake is, van zodanige omvang is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in beginsel kan rechtvaardigen. Daar komt in dit geval nog bij dat het niet de eerste keer is dat Duwo een gerechtelijke procedure moet beginnen om betaling van huurpenningen te kunnen verkrijgen.

4.4.

Inmiddels zijn er echter door de overheid gezondheidsmaatregelen uitgevaardigd vanwege de bedreiging van de volksgezondheid door het Corona-virus. En in verband daarmee hebben de kantonrechters in Nederland als richtlijn afgesproken om vanaf 6 april tot (in ieder geval)1 juni 2020 in woonruimtezaken geen ontruimingen te bevelen. Ook niet in verstek- en uitgeprocedeerde zaken.

De kantonrechter volgt die richtlijn en ziet geen aanleiding om daarop in deze zaak een uitzondering te maken.

4.5.

De kantonrechter zal daarom de beslissing op de vordering tot ontbinding en ontruiming aanhouden tot 2 juni 2020, en Duwo in de gelegenheid stellen om zich dan bij akte over de zaak uit te laten.

De bijkomende kosten.

4.6.

De gevorderde wettelijke rente van € 5,34 zal als onweersproken, worden toegewezen.

4.7.

Duwo heeft een bedrag van € 96,73 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Duwo heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

De proceskosten.

4.8.

De beslissing over de proceskosten zal de kantonrechter aanhouden tot aan het eindvonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting te betalen aan Duwo:

  1. € 1.981,85 aan opeisbaar geworden en onbetaald gelaten huurtermijnen berekend tot en met 12 maart 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.600,95 vanaf 28 januari 2020 tot de dag van betaling;

  2. € 5,34 aan wettelijke rente, berekend tot en met 9 januari 2020;

  3. € 96,73 aan buitengerechtelijke incassokosten;

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 2 juni 2020 voor een akte aan de zijde van Duwo;

5.4.

houdt voor het overige iedere beslissing aan;

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2020 door mr. A.M. Koene als kanton-rolrechter. (ST)