Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1480

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-04-2020
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
20/155
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel wijst het verzoek van de officier van justitie toe en verleent een zorgmachtiging voor een 37-jarige man uit Groningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK Overijssel

Afdeling Strafrecht

Locatie: Zwolle

Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))

Rekestnummer: 20/155

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 7 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1982,

wonende aan [adres] ,

thans verblijvende in PI Zwolle, afdeling PPC,

bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. N.F. Hoogervorst, advocaat te Hilversum,

hierna te noemen: betrokkene.

1 Procesverloop

1.1.

De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 31 maart 2020 bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen binnengekomen. De zaak is bij beschikking van 1 april 2020 ter verdere behandeling naar de rechtbank Overijsel, locatie Zwolle verwezen. Het verzoekschrift is op 2 april 2020 door de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle ontvangen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring d.d. 27 maart 2020;

  • -

    het zorgplan inclusief de bijlagen d.d. 23 maart 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 30 maart 2020;

  • -

    de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel;

  • -

    historisch overzicht afgegeven machtigingen en maatregelen d.d. 6 maart 2020.

Blijkens het zorgplan is het niet gelukt om een zorgkaart op te stellen, vanwege het verblijf van betrokkene in de PI en de omstandigheid dat hij een aantal keer telefonisch contact heeft afgehouden. De zienswijze van betrokkene is meegenomen in het zorgplan.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 april 2020 in het gebouw van de rechtbank Overijssel te Zwolle.

1.3.

Gelet op de recente ontwikkelingen omtrent het coronavirus (COVID-19) heeft de Rechtspraak besloten alle rechtbanken te sluiten. Urgente zaken zoals deze zaak gaan echter wel door, met dien verstande dat de raadsvrouw en de officier van justitie, mr. B.P.R. van Andel met kennisgeving niet zijn verschenen en hebben ingestemd met het schriftelijk indienen van hun standpunten. De rechtbank heeft kennisgenomen van het schriftelijke standpunt van de verdediging van 6 april 2020 en de schriftelijke reactie van de officier van justitie van 7 april 2020. Ook betrokkene is niet verschenen. Hij heeft laten weten dat hij niet gehoord wil worden en deze uitdrukkelijke weigering is door zijn raadsvrouw bevestigd. Betrokkene heeft ook meermaals op andere momenten geweigerd om personen te woord te staan. De rechtbank hecht veel waarde aan het horen van betrokkene in persoon, maar in dit geval acht de rechtbank het noodzakelijk dat de inhoudelijke behandeling buiten de aanwezigheid van betrokkene doorgang zal vinden om voordat de voorlopige hechtenis welke geldt voor betrokken zal eindigen een beslissing te nemen op het verzoek van de officier van justitie en daarbij de COVID-19 maatregelen die gelden in het belang van de volksgezondheid in het algemeen en de veiligheid van haar medewerkers in het bijzonder in acht te nemen.

2 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift. Gelet op het zorgplan, de medische verklaring en de bevindingen van de geneesheer-directeur acht de officier van justitie voldoende onderbouwd dat sprake is van een psychische stoornis. Voorts acht de officier van justitie voldoende onderbouwd waarom het ernstig nadeel, dat zich al heeft gemanifesteerd, niet op een andere wijze kan worden afgewend.

3 Standpunt van betrokkene

De raadsvrouw heeft primair bepleit dat het verzoek moet worden afgewezen en subsidiair verzocht de zorgmachtiging in duur te beperken. Daartoe heeft zij allereerst aangevoerd dat er geen stoornis is vastgesteld die leidt tot ernstig nadeel, omdat er redenen zijn om te twijfelen aan de gestelde diagnose. Ten tweede heeft de raadsvrouw aangevoerd dat een zorgmachtiging niet voldoet aan de beginselen van proportionaliteit, omdat het meest belangrijk geachte ernstig nadeel – het gevaar voor ernstig lichamelijk letsel bij anderen – zich niet heeft gemanifesteerd.

4 Beoordeling

4.1.

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van meerdere psychotische episodes, mogelijk in het kader van schizofrenie dan wel uitgelokt door middelen of een onderliggende persoonlijkheidsstoornis. De DSM-afgeleide classificatie is ‘schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen’. Deze stoornis uit zich al langere tijd en met grote regelmaat in dreigend en verward gedrag. De diagnose is gebaseerd op een eigen telefonische observatie van psychiater J. Huzen en dossierstudie. Verder is informatie ingewonnen bij de moeder van betrokkene, bij het Veiligheidshuis en bij de behandelcoördinator van het PPC. Uit de overgelegde stukken blijkt dat bij eerdere opnames, waaronder in het Pieter Baan Centrum (PBC), is vastgesteld dat sprake is geweest van psychoses. Er lijkt sprake te zijn van een herhalend patroon waarbij hij psychotische uitspraken doet en gedragingen laat zien welke hij bij opname niet of nauwelijks laat zien. De gedragingen ontkent of bagatelliseert hij daarna structureel op koele, onaangedane wijze. Dat als gevolg hiervan het onderliggend mechanisme voor de psychotische ontregelingen onduidelijk is, leidt niet tot het oordeel dat geen psychische stoornis kan worden vastgesteld.

4.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  1. ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële en immateriële schade;

  2. de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Dit ernstig nadeel heeft zich geuit in het ernstig mishandelen van een hulpverlener in 2017, een (poging tot) het opgraven van een doodgeboren tweeling, het in verwarde toestand midden op een kruispunt staan en het verbranden van spullen van zijn moeder in 2019 en het vernielen van een ruit bij zijn familie en het bedreigen van zijn vader met een halterstang in 2020. Laatst genoemde feiten hebben geleid tot strafrechtelijke vervolging van betrokkene en de onderhavige voorlopige hechtenis.

4.3.

Betrokkene heeft verplichte zorg nodig om:

  1. ernstig nadeel af te wenden;

  2. de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren;

  3. de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint;

  4. e fysieke gezondheid van betrokkene (in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor) te stabiliseren of te herstellen,

heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

4.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur.

De volgende vormen van zorg worden voor na te noemen duur verzocht:

Vorm van zorg

Duur

toedienen van vocht

26 weken

toedienen van voeding

26 weken

toedienen van medicatie

26 weken

het verrichten van medische controles

26 weken

het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

26 weken

beperken van de bewegingsvrijheid

26 weken

insluiten

26 weken

uitoefenen van toezicht op betrokkene

26 weken

onderzoek aan kleding of lichaam

26 weken

onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen

26 weken

controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen

26 weken

aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen

26 weken

opnemen in een accommodatie

26 weken

4.5.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de stukken blijkt dat een langer behandelcontact noodzakelijk is om de nadelen het minst ingrijpend en het meest structureel af te wenden. Betrokkene wordt dan in goede en in minder goede doen gezien en gesproken. Het hebben van frequenter contact over een langere periode is noodzakelijk om beter te kunnen diagnosticeren waar de terugkerende psychotische symptomen uit voortkomen en welke interventies daar aanvullend bij zouden kunnen passen. Daarnaast zal er een behandeling tegen de psychotische verschijnselen moeten worden opgestart. Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer dat de zorgmachtiging in duur zou moeten worden beperkt. Ten aanzien van het ernstig nadeel verwijst de rechtbank naar wat zij heeft overwogen onder 4.2.

4.7.

De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend.

4.8.

De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren.

5 Beslissing

De rechtbank:

Wijst toe het verzoek van de officier van justitie en verleent een zorgmachtiging ten aanzien van

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

Vorm van zorg

Duur

toedienen van vocht

26 weken

toedienen van voeding

26 weken

toedienen van medicatie

26 weken

het verrichten van medische controles

26 weken

het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

26 weken

beperken van de bewegingsvrijheid

26 weken

insluiten

26 weken

uitoefenen van toezicht op betrokkene

26 weken

onderzoek aan kleding of lichaam

26 weken

onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen

26 weken

controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen

26 weken

aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen

26 weken

opnemen in een accommodatie

26 weken

Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar. De machtiging is geldig vanaf dagtekening en moet binnen twee weken ten uitvoer worden gelegd.

Deze machtiging is op 7 april 2020 gegeven door

mr. A. van Holten, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.H. van den Ham-Pool, griffier,

en op 9 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor verzoeker beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,

in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad,

binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.