Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1319

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-04-2020
Datum publicatie
06-04-2020
Zaaknummer
08-996040-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel heeft 6 verdachten veroordeeld tot celstraffen tot 5 en een half jaar voor hun rol in een grootschalige, internationale btw-carrouselfraude. Zij zijn schuldig aan valsheid in geschrift, belastingfraude, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Eén verdachte is vrijgesproken van deelname aan de criminele organisatie. Ook zijn 2 bedrijven veroordeeld tot forse geldboetes omdat zij schuldig zijn aan witwassen. Onderzoek Vertigo.

De 62-jarige H. uit Enschede is veroordeeld tot 3 jaar en 6 maanden cel. Hij was actief als systeembouwer, leverde de ploffer en buffers en stond in nauw contact met de katvangers. Hij is eerder veroordeeld voor fraude. De man mag een eventueel hoger beroep niet in vrijheid afwachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 07-04-2020
FutD 2020-1226
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-996040-12 (P)

Datum vonnis: 6 april 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1957 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Inhoudsopgave

1. Het onderzoek op de terechtzitting

2. De tenlastelegging

3. De voorvragen

3.1 Geldigheid van de dagvaarding

3.2 De overige voorvragen

4. De bewijsoverwegingen

4.1 Inleiding

4.2 Het standpunt van de officieren van justitie

4.3 Het standpunt van de verdediging

4.4 Het oordeel van de rechtbank

4.4.1 Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs met betrekking tot de ten laste gelegde BV’s en de rol van verdachte [verdachte]

4.4.2 [bedrijf 1] BV

4.4.3 [bedrijf 2] BV/ [bedrijf 2]

4.4.4 [bedrijf 3] BV

4.4.5 [bedrijf 4] BV

4.4.6 [bedrijf 5] BV

4.4.7 [bedrijf 6] BV

4.4.8 [bedrijf 7] BV

4.4.9 [bedrijf 8] BV

4.4.10 [bedrijf 9] BV

4.4.11 Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

4.4.12 Feitelijke leidinggeven

4.4.13 [bedrijf 10]

4.4.14 Ten aanzien van feit 4

4.5 De bewezenverklaring

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

6. De strafbaarheid van verdachte

7. De op te leggen straf of maatregel

7.1 De vordering van de officieren van justitie

7.2 Het standpunt van de verdediging

7.3 De gronden voor een straf of maatregel

7.4 De inbeslaggenomen voorwerpen

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

9. De beslissing

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 september 2015, 12 oktober 2015, 11 en 15 januari 2016, 31 oktober 2016, 4 november 2016, 11 september 2017, 23 april 2018, 3 en 10 december 2018, 7 en 13 februari 2019, 28 november 2019, 2 december 2019, 15 en 29 januari 2020, 4 en 13 februari 2020 en 24 maart 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. A.E.M. Doedens en mr. F.A. Demmers, en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman
mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1:

primair:

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk niet of niet tijdig indienen van aangiften omzetbelasting;

subsidiair:

in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen opzettelijk niet of niet tijdig aangiften omzetbelasting van besloten vennootschappen heeft ingediend;

meer subsidiair:

in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door één of meer besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen opzettelijk niet of niet tijdig indienen van aangiften omzetbelasting;

2:

primair:

in de periode 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig indienen van aangiften omzetbelasting;

subsidiair:

in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting heeft ingediend;

meer subsidiair:

in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting;

3:

primair:

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie;

subsidiair:

in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen niet heeft voldaan aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie;

meer subsidiair:

in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie;

4:

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrifte, het opzettelijk niet, dan wel onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting, het niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie, en bedrieglijke bankbreuk.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

primair

[bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 6] B.V. en/of [bedrijf 10] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n) , als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:

 de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [bedrijf 1] B.V. (AH-542), en/of

 de aangifte(n) omzetbelasting over de maand(en) januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [bedrijf 2] B.V. (AH-019), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 3] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 11] (AH-530), en/of

 de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [bedrijf 4] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 5] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte(n) omzetbelasting over het eerste en/of tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 6] B.V. (AH-536), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [bedrijf 10] (AH-538)

niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

subsidiair

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 6] B.V. en/of [bedrijf 10] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n) , als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:

 de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [bedrijf 1] B.V. (AH-542), en/of

 de aangifte(n) omzetbelasting over de maand(en) januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [bedrijf 2] B.V. (AH-019), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 3] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 11] (AH-530), en/of

 de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [bedrijf 4] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 5] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte(n) omzetbelasting over het eerste en/of tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 6] B.V. (AH-536), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [bedrijf 10] (AH-538)

niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

meer subsidiair

[bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 6] B.V. en/of [bedrijf 10] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en),

in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n) , als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:

 de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [bedrijf 1] B.V. (AH-542), en/of

 de aangifte(n) omzetbelasting over de maand(en) januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [bedrijf 2] B.V. (AH-019), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 3] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 11] (AH-530), en/of

 de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [bedrijf 4] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 5] B.V. (AH-532), en/of

 de aangifte(n) omzetbelasting over het eerste en/of tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 6] B.V. (AH-536), en/of

 de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [bedrijf 10] (AH-538)

(telkens) niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer andere(n) rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest,

immers heeft hij, verdachte,

 gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en) , waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(en) bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(n) namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(en) kon handelen, en/of

 zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(en) gebruik maakte(n) en/of handelde(n) namens de betreffende rechtsperso(o)n(en);

 met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(s) verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(s) geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(s) (een) schijntransactie(s) betrof (fen).

2.

primair

[bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en),

in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:

 de aangifte(n) omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [bedrijf 7] B.V. (AH-533) en/of

 de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 8] B.V. (AH-536) en/of

 de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 9] B.V. (AH-536)

onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst,

terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(n) (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

subsidiair

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:

 de aangifte(n) omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [bedrijf 7] B.V. (AH-533) en/of

 de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 8] B.V. (AH-536) en/of

 de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 9] B.V. (AH-536)

onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst,

terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(n) (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven;

meer subsidiair

[bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n) , als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:

 de aangifte(n) omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [bedrijf 7] B.V. (AH-533) en/of

 de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 8] B.V. (AH-536) en/of

 de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 9] B.V. (AH-536)

onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (de) Inspecteur(s) der belastingen of de belastingdienst,

terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(n) (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven, hij, verdachte,

in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Enschede en/of Hilversum en/of Losser en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(n) rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,

 gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(en) bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de contro1e over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n) zodat bedoelde medeverdachte(n) namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)nen) kon handelen, en/of

 zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(en) gebruik maakte(n) en/of handelde(n) namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of

 met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(s) verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(s) geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(s) (een) schijntransactie(s) betrof (fen);

3.

primair

[bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 6] B.V. en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

als administratieplichtige(n) die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot

 het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of

 het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of

 het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of

 het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers,

(telkens)

 opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of

 boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of

 een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of

 boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard,

immers heeft/hebben voornoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar/hun mededader(s), onder meer,

(telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(en) de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(en) op te nemen,

welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(en) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(en) een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(en) geen reële overeenkomst(en) tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

subsidiair

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 6] B.V. en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

als administratieplichtige(n) die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot

 het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of

 het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of

 het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of

 het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers,

(telkens)

 opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of

 boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of

 een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of

 boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar/hun mededader(s), onder meer,

(telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(en) de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(en) op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(en) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(en) een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(en) geen reële overeenkomst(en) tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven;

meer subsidiair

[bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 6] B.V. en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en),

in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

als administratieplichtige(n) die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot

 het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of

 het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of

 het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of

 het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers,

(telkens)

 opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of

 boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of

 een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of

 boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard,

immers heeft/hebben voornoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar/hun mededader(s), onder meer,

(telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(en) de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(en) op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(en) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven -dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)ren) een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(en) geen reële overeenkomst(en) tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties,

en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven, hij, verdachte,

in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(n) rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,

 gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n (en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(en) bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(n) namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(en) kon handelen, en/of

 zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(en) gebruik maakte(n) en/of handelde(n) namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of

 met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(s) verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(s) geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(s) (een) schijntransactie(s) betrof(fen);

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te Apeldoorn en/of Almelo en/of Almere en/of Amersfoort en/of Amsterdam en/of Eindhoven en/of Enschede en/of Hengelo en/of Hilversum en/of Hoogeveen en/of Losser en/of Tubbergen en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [bedrijf 12] B.V. en/of [bedrijf 13] B.V. en/of [bedrijf 14] BV en/of [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 11] en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 6] B.V. en/of [bedrijf 10] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. en/of een/of meer rechtsperso(o)n(en) en/of één of meer andere rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en),

welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten:

 valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of

 het opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig doen van bij de belastingwet voorziene aangifte(n) omzetbelasting, terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven (BTW-carrousselfraude), als bedoeld in artikel 69 eerste en/of tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of

 het opzettelijk begaan van een of meer feit(en) als omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a en/of b en/of c en/of d en/of e en/of f en/of g, als bedoeld in artikel 69, eerste en/of tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of

 bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht.

3 De voorvragen

3.1

Geldigheid van de dagvaarding - partiële nietigheid

Op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alsmede met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling staat de vraag centraal of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk.

Onder 1, 2 en 3 wordt verdachte steeds verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige betrokken is geweest bij het niet (tijdig), onvolledig of onjuist doen van aangiften omzetbelasting en het niet voldoen aan de administratieverplichtingen door met naam genoemde rechtspersonen ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)nen’. De rechtbank is van oordeel dat onduidelijk is wie wordt bedoeld met 'en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)nen'. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Het onderdeel van de tenlastelegging 'en/of één of meerdere andere rechtspers(o)n(en)' onder feiten 1, 2 en 3, in alle ten laste gelegde varianten, is dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank heeft reeds ter zitting van 12 oktober 2015 geoordeeld dat de dagvaarding in zoverre partieel nietig wordt verklaard.

Onder feiten 1 en 2, in alle ten laste gelegde varianten, wordt verdachte verweten dat hij betrokken is geweest bij het niet, niet tijdig, onvolledig of onjuist doen van aangiften, te weten ‘een groot aantal….waaronder onder meer’, waarna met behulp van gedachtestreepjes een gedetailleerde opsomming van specifieke aangiften volgt. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is op welke andere aangiften dan die in de opsomming staan, wordt gedoeld. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Het onderdeel van de tenlastelegging ‘een groot aantal….waaronder onder meer’ onder feiten 1 en 2, in alle ten laste gelegde varianten, is dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank verklaart de dagvaarding ook in zoverre partieel nietig.

De rechtbank heeft vastgesteld dat voor het overige de dagvaarding geldig is.

3.2

De overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Inleiding

Aanleiding onderzoek FIOD

In 2011 – 2012 zijn bij het Coördinatiepunt btw-fraude van de Belastingdienst/FIOD signalen binnengekomen met betrekking tot diverse in Nederland gevestigde rechtspersonen en aan hen gedane intracommunautaire leveringen van goederen als computeronderdelen, Playstations en iPhones. Die signalen hadden onder meer betrekking op de BV’s [bedrijf 1] BV, [bedrijf 2] BV, [bedrijf 7] BV, [bedrijf 4] BV, [bedrijf 3] BV, [bedrijf 5] BV en [bedrijf 15] BV. Na eerste controles werd op 12 december 2012 in het Tri Partite Overleg (TPO) besloten om ten aanzien van genoemde vennootschappen - en de hieraan verbonden natuurlijke personen - een strafrechtelijk onderzoek te starten naar de gang van zaken rond de in - en verkoop en facturering in relatie tot goederenstromen van elektronica rond genoemde rechtspersonen vanaf 1 januari 2011.2
In een volgend TPO, op 27 maart 2013, werd besloten om verdachten die tijdens het lopende onderzoek nog naar voren zouden komen ook bij het onderzoek te betrekken. De bevindingen hebben bij de Belastingdienst/FIOD geleid tot een vermoeden dat sprake was van btw-carrouselfraude.

Btw-carrouselfraude

De term btw-carrouselfraude wordt gebruikt voor een samenstel van strafbare, frauduleuze, gedragingen waarbij minimaal één bedrijf (een zogenaamde ‘ploffer’) in een handels- en facturenketen geen btw afdraagt aan de fiscus. Dat bedrijf brengt vervolgens wel btw in rekening bij zijn afnemers.

De schakels in de handelsketen na de ploffer - zogenaamde ‘buffers’- vragen de btw terug.
De namen en btw-nummers van bedrijven die als ploffer fungeren worden meestal maar korte tijd gebruikt, waarna de activiteiten worden gestaakt en een nieuwe ploffer de plaats inneemt van de eerdere ploffer. De Belastingdienst kan vervolgens de eerste ploffer niet meer aanspreken op zijn fiscale verplichtingen. Bestuurders van de bedrijven die fungeren als ploffer of buffer zijn slechts formeel leidinggevende en niet feitelijk betrokken bij de ondernemingen; zij zetten de bedrijven en bankrekeningen slechts op naam (‘katvangers’). Eén van de kenmerken van btw-carrouselfraude is dat sprake is van een prijsval: de ploffers factureren goederen aan de bufferbedrijven voor lagere bedragen dan waarvoor die aan de ploffers waren gefactureerd. Over het algemeen werd een structureel verlies geleden van gemiddeld ca. 13%. Deze prijsval kan alleen worden gerealiseerd doordat plofferbedrijven geen btw afdragen. De ‘winst’ die ten gevolge van deze handelwijze ontstaat, wordt over de diverse schakels verdeeld.

Op basis van eerste onderzoek heeft de FIOD de volgende ondernemingen als vermoedelijke ploffers aangemerkt: [bedrijf 1] BV, [bedrijf 2] BV, [bedrijf 7] BV, [bedrijf 4] BV, [bedrijf 3] BV, [bedrijf 5] BV, [bedrijf 15] BV en [bedrijf 16] BV. De eenmanszaken [bedrijf 11] ( [medeverdachte 9] ) en [bedrijf 17] ( [medeverdachte 10] ) werden als vermoedelijke buffers aangemerkt.3

[bedrijf 13] en [bedrijf 12]

Tijdens het onderzoek door de FIOD kwamen de bedrijven [bedrijf 12] BV (hierna: [bedrijf 12] ) en [bedrijf 13] BV (hierna: [bedrijf 13] ) telkens als afnemer naar voren in verschillende handelsketens met vermoedelijke ploffer - en bufferbedrijven.4 De bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 12] waren bij de Kamer van Koophandel omschreven als groothandel in witgoed, audio- en videoapparatuur en elektronische en telecommunicatieapparatuur en onderdelen.5 Uit het onderzoek bleek dat [bedrijf 12] voornamelijk handelde in ‘risicogoederen’ in het kader van btw-carrouselfraude als iPhones, cpu’s, iPads, harde schijven en spelcomputers.6 [bedrijf 13] was een groothandel in computeronderdelen.7 Op basis van de bevindingen rond [bedrijf 12] en [bedrijf 13] heeft de FIOD gerelateerd dat de directeuren/feitelijke leidinggevenden van genoemde bedrijven zich vermoedelijk schuldig maakten aan fraude en dat [bedrijf 12] en [bedrijf 13] vermoedelijk ten onrechte aftrek van voorbelasting hadden geclaimd.8

Betalingsplatforms

De FIOD heeft geconstateerd dat de elektronicagoederen aan het eind van de keten via de eindschakel (een binnenlands bedrijf) veelal werden verhandeld naar een andere lidstaat waarbij ze regelmatig weer terechtkwamen bij de oorspronkelijke leverancier.

Er bleek sprake te zijn van het gebruik van betalingsplatforms die, zo vermoedde de FIOD, zijn gebruikt om de fraude te kunnen plegen en crimineel verkregen geld - gegenereerd door het niet afdragen van omzetbelasting door de plofferbedrijven - wit te wassen. De bedrijven/betalingsplatforms [betalingsplatform 1] . (hierna: [betalingsplatform 1] ) en [betalingsplatform 2] . (hierna: [betalingsplatform 2] ) werden verdacht van betrokkenheid bij de btw-carrouselfraude. De FIOD vermoedde dat inzicht in de wijze waarop de verdeling van dat geld plaatsvond bewust werd gefrustreerd door het betalingsverkeer onoverzichtelijk te maken.9

De betalingsplatforms maakten gebruik van bankrekeningen in het buitenland waarbij over één bankrekening de transacties van meerdere bedrijven plaatsvinden. Van de buitenlandse bankrekening werd een extra (schaduw)administratie bijgehouden die als ‘black box’ functioneerde.10

De rollen van de verdachten

In het onderhavige dossier zijn de bijdragen die de verdachte natuurlijke personen zouden hebben geleverd bij het plegen van btw-carrouselfraude ingedeeld aan de hand van verschillende rollen met daarbij een globale beschrijving van de bijdragen die zouden zijn geleverd.

Deze rollen zijn de volgende.

Katvangers: formele bestuurders en leidinggevenden van de BV’s of eenmanszaken die fungeren als ploffer- en bufferbedrijven, terwijl in werkelijkheid anderen de zeggenschap hebben over die ondernemingen en/of aan die ondernemingen feitelijke leiding geven.

Systeembouwer: een ‘systeembouwer’ levert bedrijven aan die als ploffer en/of buffer kunnen worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. De systeembouwer zorgt tevens voor een snelle vervanging van een niet meer bruikbare onderneming en voor aansturing van katvangers.

Coördinator van goederen- en facturenstromen: deze persoon speelt een actieve rol in de coördinatie van goederen- en factuurstromen en betalingen en/of is aanspreekpunt voor logistieke dienstverleners.

Beheerder van betalingsplatforms: een beheerder van betalingsplatforms stuurt ondernemingen, betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan.

4.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met uitzondering van het onder 1 en 3 tenlastegelegde ter zake [bedrijf 10] . Voorts hebben de officieren van justitie verzocht om ten aanzien van [bedrijf 6] voor wat betreft de aangiften enkel de aangifte over het tweede kwartaal van 2012 bewezen te verklaren.

Daartoe hebben zij gesteld dat verdachte actief een rol heeft gehad in het regelen van ploffers en buffers ten behoeve van de btw-carrouselfraude. Verdachte vroeg anderen om op papier bestuurder van de ondernemingen te worden. De ondernemingen werden zo op naam van katvangers gezet. Verdachte zorgde voor een continue stroom van bedrijven die gebruikt konden worden om te frauderen. Het was verdachte die de volledige beschikking over de bedrijven had. Verdachte heeft de volledige bedrijfsgegevens aangeleverd aan medeverdachte [medeverdachte 8] , hij deed zaken met medeverdachte [medeverdachte 3] en kreeg betaald voor het leveren van de gegevens. De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte samen met anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan de onder 1, 2 en 3 genoemde verboden gedragingen.

De officieren van justitie hebben verder gesteld dat verdachte binnen de organisatie één van de personen was die verantwoordelijk was voor de ploffers. Iedere verdachte had een eigen rol binnen de organisatie. De organisatie had ten doel btw-carrouselfraude te plegen en het daarmee verdiende geld af te romen. Om de fraude te plegen hebben verdachten valsheid in geschrifte gepleegd, opzettelijk geen of onjuiste aangiften omzetbelasting gedaan, administraties niet of onjuist bijgehouden en faillissementsfraude gepleegd.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij gesteld dat verdachte weliswaar de bedrijfsgegevens aan medeverdachte [medeverdachte 8] heeft verstrekt, maar dat hij geen wetenschap had dat met behulp van deze ondernemingen de ten laste gelegde feiten werden gepleegd. Verdachte had na de overdracht van deze bedrijven aan [medeverdachte 8] geen zicht meer op de handelsactiviteiten die met deze bedrijven werden verricht, noch had hij vanaf dat moment belastingplichtige of boekhoudkundige verantwoordelijkheid. Bovendien zijn er geen aanwijzingen dat verdachte direct dan wel indirect betrokken is geweest bij enige financiële transactie waarmee de fraude is gepleegd, noch dat er enig uit de btw-carrouselfraude verkregen bedrag naar verdachte is gevloeid. Nu niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap had, kan niet tot een bewezenverklaring van het bestanddeel opzettelijk worden gekomen. Evenmin kan volgens de raadsman bewezen worden dat verdachte op structurele wijze heeft samengewerkt met de medeverdachten.

De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de verklaringen van getuigen [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] en [medeverdachte 13] niet voor het bewijs gebezigd mogen worden voor wat betreft het door deze getuigen verklaarde, dat zij de in hun verklaringen genoemde bedrijven op verzoek van verdachte op hun naam hebben gezet, nu er op dit specifieke punt geen althans onvoldoende betrouwbaar steunbewijs voorhanden is. Ook de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 14] mogen niet bijdragen aan het bewijs nu deze onbetrouwbaar zijn. [medeverdachte 14] heeft het bedrijf [bedrijf 9] BV zelf op naam genomen, daar geen enkele verantwoordelijkheid voor genomen en veegt zijn eigen straatje schoon, zijn verklaring is op onderdelen tegenstrijdig aan die van [medeverdachte 13] en de redenen van wetenschap van [medeverdachte 14] met betrekking tot verdachte zijn afkomstig van gesprekken met verdachte zélf dan wel gesprekken met derden.

De raadsman heeft voorts nog aangevoerd dat de bij de feiten onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde periode - 1 januari 2011 tot 5 maart 2015 - veel te ruim is. Uit het dossier blijkt dat de meeste personen die op verzoek van verdachte bestuurder zijn geworden van de in de tenlastelegging genoemde bedrijven, slechts een (zeer) korte periode, niet meer dan enkele maanden, bestuurder zijn geweest en niemand van hen dat na oktober 2012 nog was, zodat verdachte in elk geval van het ten laste gelegde voor zover dat betrekking heeft op de periode erna dient te worden vrijgesproken.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank op basis van wettige bewijsmiddelen, zoals hierna weergegeven, tot een bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde feiten.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

4.4.1

Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs met betrekking tot de ten laste gelegde BV’s en de rol van verdachte [verdachte]

Verdachte heeft tijdens zijn verhoren bij de Belastingdienst/ FIOD, alsmede ter terechtzitting, verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 8] vele bedrijven aan hem heeft aangeleverd, waar [medeverdachte 8] dan mee kon gaan handelen. Verdachte heeft bevestigd dat de man op de foto – zijnde medeverdachte [medeverdachte 8] – de [medeverdachte 8] is aan wie hij de gegevens van alle bedrijven heeft overhandigd.11

Het moesten bedrijven zijn in de elektronicahandel. [medeverdachte 8] kon zelf geen bedrijven op naam zetten. Verdachte heeft aan [medeverdachte 8] alle gegevens van een aantal bedrijven aangeleverd, ook de bankpassen en pincodes van de bankrekeningen, de gegevens voor het internetbankieren, e-mailadressen, gegevens van de Kamer van Koophandel en legitimatiebewijzen.12 Voor het aanleveren van de gegevens zou verdachte van [medeverdachte 8] geld krijgen.13 Verdachte heeft verklaard dat hij de gegevens van in elk geval de volgende ondernemingen aan [medeverdachte 8] heeft verstrekt:14

 [bedrijf 1] BV:

 [bedrijf 2] BV;

 [bedrijf 7] BV;

 [bedrijf 3] BV;

 [bedrijf 16] BV;

 [bedrijf 5] BV;

 [bedrijf 15] BV;

 [bedrijf 9] BV;

 [bedrijf 18] BV;

 [bedrijf 8] BV;

 [bedrijf 19] BV;

 [bedrijf 20] ;

 [bedrijf 17] ;

 [bedrijf 11] ;

 [bedrijf 6] BV;

 [bedrijf 21] ;

 [bedrijf 22] .

Verdachte heeft hiervoor verschillende personen benaderd met het verzoek om genoemde bedrijven op naam te nemen. [medeverdachte 8] zou dan op naam van die bedrijven gaan handelen. Verdachte vertelde tegen de personen die de bedrijven op naam hadden dat een ander met de bedrijven zou gaan handelen; zij zouden een vergoeding krijgen voor het op naam zetten.15 Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte 8] vaak in [plaats 1] sprak, of in [plaats 2] . Soms meerdere keren per week en ook wel telefonisch. Verdachte overhandigde aan [medeverdachte 8] setjes met bedrijfsgegevens van al die ondernemingen in enveloppen.16

Verdachte heeft voorts verklaard dat hij ook wel aan personen vroeg dan wel hen adviseerde om een stichting op te richten, vaak op advies van [medeverdachte 8] . [medeverdachte 8] vroeg dan aan verdachte om, als het om een vennootschap ging, er een stichting boven te plaatsen en verdachte stelde dat dan voor aan de personen die hij benaderde. Soms stond er al een stichting boven het bedrijf. Als dat niet zo was, dan gaf verdachte een daartoe strekkend advies.
gaf regelmatig gegevens van een bedrijf terug aan verdachte. Verdachte bood de bedrijven dan vervolgens aan een derde aan, zoals medeverdachte [medeverdachte 5] .

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van verdachte met betrekking tot het verstrekken van bedrijfsgegevens van diverse ondernemingen aan medeverdachte [medeverdachte 8] bevestiging vinden in verklaringen van medeverdachten en/of getuigen alsook in overige bewijsmiddelen. Deze vaststelling zal in het navolgende nader uiteen worden gezet.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat zijn rol en betrokkenheid ten aanzien van de vennootschappen beperkt en ondergeschikt zijn gebleven. Verdachte heeft naar eigen zeggen voornamelijk gegevens aan [medeverdachte 8] verstrekt; hij sprak met niemand anders over de overgedragen ondernemingen of betalingen daarmee verband houdend. Over zijn inkomsten heeft verdachte verklaard dat hij in de jaren 2011, 2012 en 2013 slechts van giften heeft geleefd, over al die jaren slechts een bedrag van € 2.500,-- in totaal. Verdachte heeft verklaard absoluut geen geld te hebben ontvangen uit btw-carrouselfraude en/of betalingen van of via bankrekeningen van bedrijven/personen waarvan hij de gegevens heeft verstrekt aan [medeverdachte 8] . De rechtbank volgt deze verklaringen van verdachte echter niet.

Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachtes bijdrage aan, en zijn rol ten aanzien van, de ten laste gelegde gedragingen onder 1, 2 en 3 veel belangrijker en intensiever is geweest dan verdachte wil doen voorkomen.

Uit het dossier blijkt – zoals hierna weergegeven in de uitgewerkte bewijsmiddelen - dat verdachte een sturende rol heeft gespeeld en zich langdurig actief heeft beziggehouden met de werving van katvangers, onder het doen van toezeggingen tot betaling of tot andere verdiensten/beloften. Verdachte was, anders dan hij wil doen voorkomen, niet slechts een ‘doorgeefluik’: na de overdracht van gegevens van vennootschappen aan [medeverdachte 8] was het verdachte die in veel gevallen contactpersoon bleef voor die katvangers. Verdachte hield zich voorts in bepaalde gevallen bezig met de betaling van katvangers en de afhandeling van schulden van bedrijven. Hij hield bankrekeningen van de bewuste vennootschappen veelal zelf in beheer, hij heeft betalingen met en pintransacties van die bankrekeningen verricht of hij zorgde ervoor dat die werden verricht. Verdachte deed daarnaast met regelmaat (loze) toezeggingen ten aanzien van de - overdracht van de - administratie van de door hem aan [medeverdachte 8] aangeleverde vennootschappen en/of bleef daar zelf verantwoordelijk voor.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel allereerst de verklaringen zoals afgelegd door medeverdachte [medeverdachte 14] tijdens zijn verhoren op 27 augustus 2013 en 17 januari 2014 en bij de rechter-commissaris op 23 februari 2016. Anders dan de raadsman acht de rechtbank die belastende verklaringen in grote lijnen en op essentiële onderdelen - daargelaten diens eigen belang om op onderdelen, mogelijk, niet volledig te verklaren - voldoende betrouwbaar, nu deze bevestiging vinden in overig bewijsmateriaal, zodat zijn verklaringen voor het bewijs kunnen worden gebezigd, in zoverre als hierna weergegeven.

[medeverdachte 14] heeft verklaard dat hij [verdachte] in de periode juni 2012 tot september 2012 naar (vooral) [plaats 1] , [plaats 2] , [plaats 3] en [plaats 4] heeft gereden.17 Na drie weken moest hij met [verdachte] steeds naar een locatie in [plaats 1] tegenover een restaurant, bij een begraafplaats. [verdachte] had dan een afspraak met een persoon die in een Audi A8 kwam aanrijden. Die persoon, ongeveer vijftig jaar oud, was - zo vertelde [verdachte] aan [medeverdachte 14] - betrokken bij de fraudezaak [fraudezaak] . [verdachte] stapte bij de man in en gaf bescheiden af. In gesprekken noemde [verdachte] de naam [medeverdachte 8] .18 [medeverdachte 14] heeft aan de hand van een geanonimiseerde foto van medeverdachte [medeverdachte 8] verklaard, dat dat de [medeverdachte 8] is met wie [verdachte] telkens afsprak in [plaats 1] .19

[verdachte] nam allerlei noodlijdende vennootschappen en bedrijven over van mensen die daar vanaf wilden en hij was de hele dag aan het regelen, aldus [medeverdachte 14] . Hij nam de vennootschappen over mét de bankrekeningen en zorgde ervoor dat de bedrijven op naam kwamen te staan van iemand die er in werkelijkheid ‘niets mee doet’; katvangers. De vennootschappen werden gebruikt om mee te kunnen frauderen.20

[medeverdachte 14] heeft verder verklaard dat hij [verdachte] hoorde praten over gigantische bedragen en allerlei geldtransacties. [medeverdachte 14] kreeg uit de gesprekken mee dat vanuit [plaats 5] geld naar Nederland werd overgemaakt dat bij geldautomaten kon worden opgenomen. [verdachte] heeft hiervan overzichten laten zien aan [medeverdachte 14] . Hij markeerde met een stift bepaalde transacties; die wilde hij aan [medeverdachte 8] laten zien.21

De bankafschriften moesten naar [plaats 1] gebracht worden, naar een vrouw met lang blond haar (de ‘grote bazin’). [medeverdachte 14] reed met [verdachte] een paar keer langs haar woning en [verdachte] deed bij haar stukken door de brievenbus.22

[verdachte] sprak ook een aantal keren met de vrouw in restaurant ‘ [restaurant] ’ aan de [adres 2] , welk restaurant (deels) eigendom was van medeverdachte [medeverdachte 2] .23 [verdachte] overhandigde dan bankafschriften aan de vrouw. [medeverdachte 14] was niet bij die gesprekken aanwezig, maar bleef in de auto wachten.24

[verdachte] beschikte over veel pasjes van bankrekeningen, die op naam van iemand anders waren geopend, en hij had met iedereen contact. Hij was ‘de spil in het geheel’. [medeverdachte 14] heeft vaak horen zeggen dat geld uit [plaats 5] kwam.25 De bankafschriften moesten naar [medeverdachte 8] of naar de ‘grote bazin’.26

[verdachte] heeft papieren van het bedrijf [bedrijf 11] naar Administratiekantoor [administratiekantoor] gebracht.27 [verdachte] beschikte over de bankpas van [medeverdachte 9] , zag [medeverdachte 14] .28 [medeverdachte 14] heeft ook een keer ING-bankafschriften op naam van [medeverdachte 9] gezien, die [verdachte] in de auto had laten liggen. Over die bankrekening liepen grote bedragen. [medeverdachte 9] had een bedrijf in elektronica, maar in werkelijkheid gebeurde daar niets, aldus [medeverdachte 14] .29

Na een paar weken heeft [verdachte] [medeverdachte 14] gevraagd om tijdelijk - tot de terugkeer van [medeverdachte 12] - bestuurder te worden van [bedrijf 9] BV. [verdachte] stelde aan [medeverdachte 14] voor om bestuurder te worden via een stichting; dan kon dat ook geen problemen opleveren, want [medeverdachte 14] zou dan niet tekeningsbevoegd zijn. [verdachte] zorgde voor alle papieren. [medeverdachte 14] ging akkoord, omdat [verdachte] zei dat het maar voor even was en er niets zou spelen. [medeverdachte 14] ging met [verdachte] naar de Kamer van Koophandel en [verdachte] bleef in de auto zitten. Via de Stichting [bedrijf 9] werd [medeverdachte 14] bestuurder. Hij nam de vennootschap over van [medeverdachte 15] . [medeverdachte 14] heeft niets met de vennootschap gedaan.30 Voor het op naam zetten van de Stichting en vennootschap heeft [medeverdachte 14] geen geld ontvangen.

Toen er problemen rezen rond [bedrijf 9] heeft [medeverdachte 14] tegen [verdachte] gezegd dat hij geen bestuurder meer wilde zijn en [verdachte] kwam toen met [medeverdachte 12] .31 Op een overdrachtsformulier staat weliswaar een bedrag van € 2.000,--, maar [medeverdachte 14] heeft dat nooit ontvangen.32

[medeverdachte 14] bemerkte op enig moment dat op zijn naam, uit naam van [bedrijf 9] BV, goederen, tuinkeukens, waren besteld zonder die te betalen.33 [medeverdachte 14] deed op 4 december 2012 aangifte tegen [verdachte] wegens oplichting.34 Medio december 2012 stopte hij met werken voor [verdachte] .

De verklaringen van [medeverdachte 14] vinden op verschillende onderdelen steun in overige bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 5] , [medeverdachte 16] en [medeverdachte 13] , als hierna zal worden weergegeven bij de bespreking van de afzonderlijke, onder de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde, vennootschappen.

In het hierna volgende wordt achtereenvolgens ten aanzien van de ten laste gelegde vennootschappen besproken hetgeen uit de bewijsmiddelen blijkt over - de ontwikkelingen met betrekking tot – het bestuur, de leidinggevenden en de feitelijke zeggenschap ten aanzien van de ten laste gelegde vennootschappen, de betrokkenheid van de betreffende BV bij de ten laste gelegde verboden gedragingen en hetgeen daarover op basis van de bevindingen en de verklaringen van getuigen, medeverdachten, en documenten is gebleken over de rol en bijdrage van verdachte en/of medeverdachten.

Voorts wordt – per vennootschap – besproken hetgeen uit bewijsmiddelen is gebleken ten aanzien van het niet, onvolledig of onjuist doen van aangiften omzetbelasting en het niet voldoen aan de administratieverplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).

Uit een ambtsedig opgemaakte verklaring van drs. [naam 1] van de Belastingdienst/FIOD blijkt dat van vrijwel alle onder de feiten 1, 2 en 3 genoemde vennootschappen is vastgesteld dat deze in de jaren 2011 tot en met 2013, telkens gedurende een periode van enkele maanden, als plofferbedrijven zijn gebruikt in een keten van samenwerkende ondernemingen voor het plegen van btw-carrouselfraude. Uit een overzicht van een twintigtal bedrijven, waaronder [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 7] BV ( [bedrijf 7] ), [bedrijf 4] BV, [bedrijf 3] BV, [bedrijf 5] BV, [bedrijf 9] BV en [bedrijf 8] BV komt naar voren dat sprake is van snelle wisseling van ondernemingen die elkaar veelal nagenoeg naadloos opvolgen in de tijd.35

Uit onderstaande bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van mede- of andere verdachten en/of getuigen, blijkt ten aanzien van de ten laste gelegde BV’s dat gedurende de ten laste gelegde periode derden op initiatief of verzoek van verdachte die BV’s op naam hebben gezet en/of (middellijk dan wel onmiddellijk) formeel bestuurder van die vennootschappen zijn geworden terwijl verdachte tezamen met één of meer anderen feitelijk zeggenschap had over, en sturing gaf aan, het handelen van die BV’s en aan de BV’s feitelijke leiding heeft gegeven.

4.4.2

[bedrijf 1] BV

Tijdens het FIOD onderzoek kwam uit het systeem ‘VIES’36 een melding naar voren naar aanleiding van intracommunautaire leveringen aan de Nederlandse onderneming [bedrijf 1] BV (hierna: [bedrijf 1] ).37

De activiteiten van deze BV waren sinds 30 mei 2007 onder meer: beheer en financiering, advisering, consultancy en management, begeleiding en re-integratie. Met ingang van 7 januari 2011 werden de activiteiten uitgebreid met de omschrijvingen ‘import, export en handelsbemiddeling’. De handelsnaam van [bedrijf 1] is [bedrijf 1] .

Vestigingsadres sinds 1 februari 2011 is de [adres 3] , en sinds 1 oktober 2011 [adres 4] (tevens bezoekadres). Zowel verdachte (in de periode 17 februari 2011 tot en met 23 december 2011) als [medeverdachte 5] (in de periode 24 juni 2011 tot en met 23 december 2011) stonden ingeschreven op het adres [adres 4] , welk adres toebehoorde aan de broer van verdachte, [broer] .383940

[bedrijf 1] werd bij uitspraak van 16 november 2011 in staat van faillissement verklaard (curator mr. E. Verwey).41

Enig aandeelhouder van [bedrijf 1] tot 21 oktober 2011 was [medeverdachte 17] en vanaf die datum tot 16 november 2011 [medeverdachte 16] . [medeverdachte 16] was tevens van 31 december 2010 tot 25 januari 2011 alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder. Vanaf 25 januari 2011 was medeverdachte [medeverdachte 5] alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 1] .

[medeverdachte 16] heeft tijdens zijn verhoor bij de FIOD op 17 september 2013 over [bedrijf 1] en verdachte als volgt verklaard, welke verklaring hij tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris op 14 september 2017 heeft gehandhaafd.42 [verdachte] heeft hem eind 2010 verteld dat de bestuurder van [bedrijf 1] , de heer [medeverdachte 17] , uit de BV wilde stappen en dat [medeverdachte 16] zijn plaats kon innemen.43 De overdracht heeft eind 2010 plaatsgevonden. [medeverdachte 16] ging niet zelf naar de Kamer van Koophandel om zich in te schrijven als bestuurder. Geconfronteerd met de inschrijving bij de Kamer van Koophandel - met terugwerkende kracht sinds 31 december 2010 - 44 heeft [medeverdachte 16] verklaard dat [verdachte] degene moet zijn geweest die daarvoor heeft gezorgd. [verdachte] had kopieën gekregen van zijn rijbewijs en ID-kaart.

Begin 2011 heeft [medeverdachte 16] een brief van de heer [naam 2] van de Belastingdienst ontvangen. [medeverdachte 16] vernam dat er in 2011 een bedrag op de bankrekening van [bedrijf 1] was gestort, ongeveer € 922.000,-- , waarover [medeverdachte 16] belasting moest betalen. [medeverdachte 16] sprak [verdachte] hierop aan, waarop [verdachte] vertelde dat het een foutieve storting betrof, die verband hield met ene [naam 3] die een kroeg of eethuisje in [plaats 1] had: ‘ [restaurant] ’. [medeverdachte 16] heeft toen direct bij [verdachte] aangegeven dat hij uit [bedrijf 1] wilde stappen. Zijn uitschrijving als bestuurder vond met terugwerkende kracht plaats.

[verdachte] heeft [medeverdachte 5] als opvolger geregeld. Hij zei dat [medeverdachte 5] zijn positie als bestuurder zou overnemen en dat hij ervoor zou zorgen dat [bedrijf 1] dan in een sterfhuisconstructie zou terechtkomen. [verdachte] vertelde dat hij de overdracht wel zou regelen.45 [medeverdachte 16] heeft verklaard dat hij het opgaveformulier met betrekking tot zijn terugtreding 46 niet kent, ook al staat zijn handtekening erop.

Toen hij, vlak voor zijn uitschrijving, [verdachte] wilde spreken over zijn vertrek uit [bedrijf 1] zei [verdachte] dat [medeverdachte 16] naar een pand in [plaats 1] moest komen, gelegen aan de [adres 5] ; een grijs pand, het eerste pand achter een bejaardencentrum, het voormalige [gebouw] , met ervoor een parkeerplaats. [medeverdachte 16] zag dat [verdachte] uit dat gebouw kwam aanlopen. [medeverdachte 16] heeft op een aan hem voorgehouden foto het pand aan de [adres 5] herkend.47

[verdachte] was de man die binnen [bedrijf 1] alles regelde, aldus [medeverdachte 16] ; zelf heeft hij geen enkele beslissing ten aanzien van [bedrijf 1] genomen. [verdachte] zei ook dat hij alles zou regelen en [medeverdachte 16] geloofde hem op zijn woord. Noch als bestuurder noch als aandeelhouder van [bedrijf 1] heeft [medeverdachte 16] enige controle uitgeoefend op activiteiten binnen de BV.48

Geconfronteerd met bankafschriften van een ING-rekening [rekeningnummer 1]49 op naam van [bedrijf 1] , waaruit bleek dat met ingang van 31 januari 2011 tot 16 februari 2011 een reeks van - deels zeer grote - betalingen heeft plaatsvonden op die rekening betreffende in - en verkopen op naam van [bedrijf 1] en waar bedrijven als [betrokken bedrijf 1] , [betrokken bedrijf 2] , [betrokken bedrijf 3] en [betrokken bedrijf 4] bij betrokken zijn geweest50, heeft [medeverdachte 16] verklaard dat hij die bankafschriften nimmer heeft gezien en van die transacties geen weet heeft gehad.51 Ten aanzien van de hem voorgehouden factuur van [bedrijf 1] van 25 januari 2011, met factuurnummer [factuurnummer 1] gericht aan [betrokken bedrijf 2] en de inkoopfacturen [inkoopfactuur 1] en [inkoopfactuur 2] van [betrokken bedrijf 3]52 heeft [medeverdachte 16] eveneens verklaard deze niet te herkennen.

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft tijdens zijn verhoor op 24 januari 2014 ten aanzien van zijn rol bij [bedrijf 1] en de rol van verdachte verklaard dat hij in 2011, toen hij een boekhoudkantoor had, onder kennissen vroeg of iemand een onderneming wist die op zoek was naar een boekhouder.53 Hij werd toen benaderd door [verdachte] .54

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij op 14 september 2011 met verdachte bij de Kamer van Koophandel is geweest om zich aan te melden als bestuurder. Zijn voorganger [medeverdachte 16] was daar toen aan het werk in het gebouw van de Kamer van Koophandel in [plaats 1] . [medeverdachte 16] vroeg aan [medeverdachte 5] om de bestuursfunctie van [bedrijf 1] op papier eerder over te nemen dan 14 september 2011. [medeverdachte 5] heeft [bedrijf 1] op zijn naam gezet als bestuurder vanaf 25 januari 2011.55 Enkele weken ervoor had verdachte hem al verzekerd dat met [bedrijf 1] in 2011 geen enkele activiteit was verricht en [medeverdachte 16] bevestigde dat op 14 september 2011.

[medeverdachte 5] had van verdachte drie ordners met administratie van [bedrijf 1] ontvangen met verouderde administratie van voor 201156; uit de inhoud ervan maakte hij op dat al lange tijd geen activiteiten hadden plaatsgevonden. In de door hem ontvangen administratie zaten geen bankgegevens van [bedrijf 1] .

Gevraagd naar de prijs die hij voor [bedrijf 1] moest betalen, heeft [medeverdachte 5] verklaard dat hij afsprak met [verdachte] dat hij zo nodig de achterstallige aangiften zou doen, dat hij de boekhouding zou doen en dat hij jaarstukken zou deponeren. In werkelijkheid heeft [medeverdachte 5] in de periode voor 14 september 2011 geen enkele bestuurlijke handeling verricht; [bedrijf 1] was voor hem ‘een BV op de plank’.57

Handels- en facturenstromen [bedrijf 1]

Uit onderzoek van de FIOD is gebleken dat [bedrijf 1] betrokken is geweest bij frauduleus handelen in het kader van btw-carrouselfraude van een goederenstroom met betrekking tot een partij [partij] (Playstations).58

De Zweedse onderneming [betrokken bedrijf 4] (hierna: [betrokken bedrijf 4] ) heeft in januari 2011 deze partij [partij] aan [bedrijf 1] verkocht. Na die aankoop vanuit het buitenland was in Nederland sprake van een keten van bedrijven die waren tussengeschoven als ploffer (missing trader) en buffer, alvorens de partij aan [bedrijf 12] werd verhandeld. Tussengeschoven ondernemingen hadden geen economisch toegevoegde waarde en er was sprake van prijsval bij de ploffer.59

Uit e-mailverkeer, aangetroffen in de administratie van de logistiek dienstverlener [logistiek dienstverlener] , blijkt dat op 16 januari 2011 zes pallets met [partij] werden vervoerd ‘for [betrokken bedrijf 4] ’.60 De partij is op 27 januari 2011 aan [betrokken bedrijf 4] gereleased.61 Op 27 januari 2011 is de partij verplaatst van [logistiek dienstverlener] naar [bedrijf 14] BV (hierna: [bedrijf 14] ).62 Uit de administratie van [bedrijf 14] is gebleken dat de partij nog dezelfde dag, op 27 januari 2011, door [betrokken bedrijf 4] (Zweden) wordt geleverd aan [bedrijf 1] en vervolgens dezelfde dag weer overgaat via een bedrijf genaamd [betrokken bedrijf 2] , naar [bedrijf 12] .63 [bedrijf 12] heeft de goederen op 31 januari 2011 vrijgegeven aan [betrokken bedrijf 5]64, dit terwijl de partij al eerder, reeds op 28 januari 2011, op naam van [betrokken bedrijf 5] werd verplaatst van [bedrijf 14] naar (opnieuw) [logistiek dienstverlener] .65

Uit betalingsmutaties van [bedrijf 1] is ten aanzien van de partij [partij] het volgende gebleken.66 Op 3 februari 2011 is van de rekening van [bedrijf 1] een bedrag van € 119.777,-- overgemaakt naar [betrokken bedrijf 4] ; verkoopprijs per stuk: € 241,--. Uit bankafschriften van [bedrijf 1] is gebleken dat [bedrijf 1] op 3 februari 2011 een bedrag van € 124.348,16 van [betrokken bedrijf 2] heeft ontvangen met als omschrijving ‘(..) [partij] ’; prijs per stuk € 210,25.

Daarmee is doorverkocht met een aanzienlijke verliesmarge en was sprake van een onzakelijke prijsval van ongeveer 12,75% van de inkoopprijs.67 [betrokken bedrijf 2] heeft blijkens een factuur van 26 januari 2011 aan [bedrijf 12] de partij aan [bedrijf 12] verkocht voor € 125.087,45 (incl. € 19.971,95 btw) ofwel € 211,50 per stuk.68 In de administratie van [bedrijf 12] is een verkoopfactuur aangetroffen, gedateerd 26 januari 2011 en gericht aan [betrokken bedrijf 5] , waarop staat dat de goederen voor € 126.861,74 (incl. € 20.255,24 btw) zijn verkocht, dat wil zeggen: € 214,50 per stuk.69 In de administratie van [betrokken bedrijf 5] werd een factuur aangetroffen van 13 januari 2011, gericht aan [betrokken bedrijf 6] , waarop staat dat een partij van [partij] wordt verkocht voor in totaal
€ 131.888,89 (incl. € 21.057,89 btw) ofwel € 223,-- per stuk.70

De FIOD heeft op grond van de hiervoor weergegeven goederen- en facturenstroom geconstateerd dat de partij [partij] niet voor de consumentenmarkt was bestemd, dat de goederen bewust werden rondgestuurd en dat tussengeschoven ondernemingen geen economisch toegevoegde waarde hadden, zodat kennelijk sprake was van schijnhandel.71

Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 1] van januari 2011

Op basis van het VIES-systeem is vastgesteld dat [bedrijf 1] in het eerste kwartaal van 2011 voor een bedrag van in totaal € 553.345,-- intracommunautair heeft verworven.72

De volgende bedrijven hebben in dat eerste kwartaal vermeld geleverd te hebben aan [bedrijf 1] :

[betrokken bedrijf 3] voor een bedrag van : € 312.750,--

[betrokken bedrijf 1] voor een bedrag van: € 240.595,--

Uit informatie uit Zweden komt verder naar voren dat de intracommunautaire verwervingen voor een bedrag van € 310.502,-- hoger liggen.

[bedrijf 1] heeft over de maand januari 2011 geen aangifte omzetbelasting gedaan bij de Belastingdienst.73 De Belastingdienst heeft op 20 januari 2011 een bericht aan [bedrijf 1] verzonden voor het doen van aangifte; in het bericht stond echter geen uiterste termijn vermeld. De uiterste inleverdatum voor de belastingaangifte van [bedrijf 1] over januari 2011 was 28 februari 2011.74

De gebruikersnaam en het wachtwoord voor het account van [bedrijf 1] bij de Belastingdienst zaten in één van de drie ordners die [medeverdachte 5] in de zomer van 2011 van verdachte kreeg; [medeverdachte 5] zag na inloggen dat [bedrijf 1] haar fiscale verplichtingen niet was nagekomen.75 Noch verdachte noch [medeverdachte 5] heeft bij de Belastingdienst navraag gedaan in verband met de fiscale verplichtingen.

Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 1]

[medeverdachte 16] en [medeverdachte 5] hebben verklaard geen enkele controle van de administratie te hebben verricht en hebben allebei verwezen naar verdachte. Verdachte zei dat hij alles wel zou regelen, aldus [medeverdachte 16] .76 In de ordners met verouderde administratie, die [medeverdachte 5] had ontvangen, zaten geen bankgegevens. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij [bedrijf 1] op naam kreeg als hij het administratieve werk zou doen wat gedaan moest worden, zoals het doen van achterstallige aangiften, en het opstellen van de boekhouding over eerdere jaren, op basis van de inhoud van de ordners. [medeverdachte 5] ging er vanuit dat het dan ging om de jaren 2009 en 2010. De ontbrekende stukken zouden hem nog verstrekt worden. De bankafschriften van [bedrijf 1] over de jaren 2010 en 2011 ontbraken.77

Ten aanzien van de administratieverplichtingen heeft [medeverdachte 5] verklaard dat hij alleen bij de Kamer van Koophandel de jaarstukken bekeek en dat hem toen was gebleken dat sprake was van een balans over het jaar 2008. [medeverdachte 5] heeft ten aanzien van twee facturen van [bedrijf 1] , gericht aan [betrokken bedrijf 2] (Invoice nr. [factuurnummer 1] , gedateerd 25-01-2011 en [factuurnummer 2] gedateerd 31 januari 201178), verklaard dat hij die niet kent. De onderneming [betrokken bedrijf 2] kende hij niet.79 Hij vertrouwde volledig op de uitlatingen van [verdachte] en [medeverdachte 16] , dat met de vennootschap in 2011 niets was gebeurd.80 Tegen de curator heeft [medeverdachte 5] verklaard dat er geen administratie van [bedrijf 1] is en was.81

[naam 2] , controlerend ambtenaar van de Belastingdienst, heeft in februari 2011 bezoeken afgelegd, ter controle ten aanzien van [bedrijf 1] en (facturen in) de administratie van de vennootschap.82

Het adres van [bedrijf 1] aan de [adres 6] , het adres op de facturen, was niet (meer) in gebruik bij [bedrijf 1] . Via de eigenaar van het pand vernam [naam 2] dat het pand in 2010 was verhuurd aan de heer [verdachte] , van [bedrijf 1] , maar dat die was vertrokken. De voormalig aandeelhouders van [bedrijf 1] , [medeverdachte 17] en [medeverdachte 16] , verklaarden tegenover [naam 2] geen administratie te hebben van [bedrijf 1] over 2011. De facturen van [bedrijf 1] aan [betrokken bedrijf 2] kwamen hen volledig onbekend voor. [medeverdachte 16] verklaarde geen enkele handeling voor [bedrijf 1] te hebben verricht, geen administratie te hebben gevoerd en ook niets te weten van de bankrekening en/of facturen van [bedrijf 1] .

4.4.3

[bedrijf 2] / [bedrijf 2]

BV (hierna: [bedrijf 2] ) is opgericht op 23 september 1997. De BV was gevestigd aan de [adres 4] , zijnde het adres, waar, zoals hiervoor omschreven, zowel verdachte als [medeverdachte 5] ingeschreven stonden. De statutaire vestigingsplaats was [plaats 6] . De activiteiten van [bedrijf 2] hebben bestaan uit: het ontwikkelen van vastgoed, handel in keukenapparatuur en witgoed, alsmede alle voorkomende electronica. De handelsnaam van [bedrijf 2] was ‘ [bedrijf 2] .nl’.83

Op 22 juni 2011 is [bedrijf 2] failliet verklaard. De curator was mr. A.C. Huisman. Enig bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2] was tot 31 december 2010, [medeverdachte 15] , alleen/zelfstandig bevoegd. Sinds 31 december 2010 is [bedrijf 23] BV enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 2] .84 Op dezelfde dag, 31 december 2010, is de Stichting [stichting bedrijf 2] - opgericht op 30 maart 2010 door [medeverdachte 18] , gevestigd te [plaats 7]85 - enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 23] BV geworden.86

Bestuurders van de Stichting [stichting bedrijf 2] waren achtereenvolgens:

 [medeverdachte 18] , van 25 maart 2010 tot 22 februari 2011;

 [verdachte] , van 22 februari 2011 tot 10 maart 2011;

 [medeverdachte 5] , van 10 maart 2011 tot 6 juni 2011;

 [medeverdachte 19] , van 6 juni 2011 tot 22 juni 2011 (datum faillissement).

[medeverdachte 5] heeft tijdens een gesprek met de heer [naam 2] van de Belastingdienst – in reactie op een verzoek om administratie van BV’s aan te leveren - aan [naam 2] een aantal overeenkomsten overhandigd.87 Eén van de overeenkomsten betrof een overeenkomst gedateerd 27 februari 2011, volgens de tekst opgemaakt tussen [medeverdachte 5] en [verdachte] . Volgens de overeenkomst neemt [medeverdachte 5] de Stichting [stichting bedrijf 2] met de aandelen van [bedrijf 23] BV en [bedrijf 2] over van [verdachte] voor een bedrag van € 2.000,-- en werd de hele boekhouding met ook de bankpassen overhandigd aan [medeverdachte 5] .88

Daarnaast heeft [medeverdachte 5] aan [naam 2] een overeenkomst overhandigd gedateerd 6 juni 2011 volgens welke overeenkomst [medeverdachte 19] de Stichting [stichting bedrijf 2] overneemt van [medeverdachte 5] , eveneens voor een bedrag van € 2.000,-- met de aandelen van [bedrijf 23] BV, [bedrijf 2] en [bedrijf 7] BV en de bijbehorende bankpassen.89

Over de handtekening op de overeenkomst van 27 februari 2011 heeft verdachte verklaard dat dat zijn handtekening is en dat hij nog weet dat hij toen heeft bemiddeld.

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat de handtekening op genoemde overeenkomst niet zijn eigen handtekening is, aangezien hij, [medeverdachte 5] , altijd ondertekent met [medeverdachte 5] , en dat hij de in de overeenkomst genoemde administratie, de hele boekhouding, alsmede bankpassen, van de Stichting [stichting bedrijf 2] , alsmede [bedrijf 23] BV en [bedrijf 2] nooit van verdachte heeft gekregen.90

[medeverdachte 5] heeft ten aanzien van de overeenkomst van 6 juni 2011 verklaard dat dat een overeenkomst is die hij zelf heeft opgemaakt en dat zijn eigen handtekening eronder staat.91

[medeverdachte 5] heeft over de overeenkomst verklaard – kort weergegeven – dat [medeverdachte 19] de overeenkomst niet in zijn aanwezigheid heeft ondertekend, dat hij [medeverdachte 19] helemaal niet kende en dat [verdachte] tussenpersoon is geweest tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 19] . [verdachte] had de door [medeverdachte 5] ondertekende overeenkomst meegenomen en [medeverdachte 5] kreeg deze later weer, ondertekend, terug.92

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hem tijdens zijn aanstelling als bestuurder van [bedrijf 2] en Stichting [stichting bedrijf 2] nooit is verteld dat iets met de BV werd gedaan. [verdachte] , die voor hem de bestuurder was, had hem daarover ook niets verteld. [medeverdachte 5] is samen met [verdachte] naar de Kamer van Koophandel gegaan, toen hij via Stichting [stichting bedrijf 2] bestuurder werd van [bedrijf 2] .93

Handels- en facturenstromen [bedrijf 2]

Uit het systeem ‘VIES’ bleek dat [bedrijf 2] in het jaar 2011, over de eerste drie kwartalen, voor een bedrag van in totaal € 3.398.914,-- aan intracommunautaire leveringen had verworven.94 Genoemd bedrag was als volgt opgebouwd:

Naam

land

1e kw 2011

2e kw 2011

3e kw 2011

Totaal

[betrokken bedrijf 7]

[land 1]

€ 108.170,--

€ 108.170,--

[betrokken bedrijf 8]

[land 2]

€ 825,--

€ 825,--

[betrokken bedrijf 9]

[land 3]

€ 806,--

20,--

(neg.) € 516,--

€ 310,--

[betrokken bedrijf 10]

[land 3]

€ 234.536,--

€ 1.064.854,--

€ 1.299.390,--

[betrokken bedrijf 11]

[land 4]

€ 0,--

€ 578.500,--

€ 578.500,--

[betrokken bedrijf 4]

[land 5]

€ 559.006,--

€ 55.354,--

€ 614.360,--

[betrokken bedrijf 12]

[land 5]

€ 173.604,--

€ 541.315,--

€ 714.919,--

[betrokken bedrijf 13]

[land 6]

-

€ 82.440,--

€ 82.440,--

Totaal: € 967.952,-- € 2.430.653,-- € 309,-- € 3.398.914,--

Ten aanzien van [bedrijf 2] zijn diverse ‘artikel 5 Scac-verzoeken’ gedaan: verzoeken om wederzijdse bijstand aan de autoriteiten van het land waaruit verhandelde goederen afkomstig zijn.95

[land 1] heeft documenten verstrekt waaruit bleek dat het bedrijf [betrokken bedrijf 7] aan [bedrijf 2] heeft gefactureerd. Op 18 mei 2011 werden tweehonderd Apple iPhones gefactureerd voor totaal een bedrag van € 108.200, --. De goederen werden blijkens de factuur overgebracht naar [logistiek dienstverlener] . [betrokken bedrijf 7] heeft volgens een factuur gedateerd 19 mei 2011 ingekocht bij [betrokken bedrijf 14] in [land 7] ; [betrokken bedrijf 14] leverde rechtstreeks aan [logistiek dienstverlener] in [land 8] . [betrokken bedrijf 7] heeft op 2 mei 2011 drie betalingen overgemaakt aan [betrokken bedrijf 14] , zijnde een bedrag van in totaal € 105.200,--.

Op 23 mei 2011 heeft [betrokken bedrijf 7] een betaling van € 108.170,-- ontvangen met als omschrijving ‘ [bedrijf 2] BV’ van een bankrekening van ABN Amro Bank N.V. met rekeningnummer [rekeningnummer 2] . Blijkens een ontvangstbewijs heeft [logistiek dienstverlener] de goederen afgegeven aan [betrokken bedrijf 15] BV te [plaats 8] . Gezien uit [land 1] verkregen gegevens zijn de iPhones via een opslagplaats in [land 8] bij [logistiek dienstverlener] door [bedrijf 2] doorgeleverd aan [betrokken bedrijf 15] BV.96

[land 3] heeft een aantal facturen verstrekt uit de administratie van [betrokken bedrijf 10] , gericht aan [bedrijf 2] , betreffende de maanden maart, april en mei 2011, betreffende leveringen van spelcomputers, Sony Playstations 3. Uit een overzicht van die facturen blijkt dat in de maanden maart – april 2011 sprake is geweest van facturering aan [bedrijf 2] in verband met tien partijen Sony Playstations, voor een bedrag van in totaal € 811.942,--.97

Op basis van uit [land 4] verkregen informatie is gebleken dat [betrokken bedrijf 11] aan [bedrijf 2] drie facturen heeft verzonden, gedateerd 13 mei 2011 (factuurnummers [factuurnummer 3] , [factuurnummer 4] , en [factuurnummer 5] ), betreffende partijen Playstations 3 en Nintendo 3DS.98 De facturen betroffen bedragen van respectievelijk € 230.000,--, € 98.500,-- en € 250.000,--. Volgens de stukken hadden de contacten inzake de handel zich afgespeeld tussen [medeverdachte 20] van [betrokken bedrijf 11] en [verdachte] , directeur. Daarbij was een kopie van het paspoort van [verdachte] verstrekt. Plaats van bestemming van de goederen was [bedrijf 14] .

De Belastingdienst heeft tijdens een controle bij het bedrijf [betrokken bedrijf 16] BV een zestal facturen aangetroffen van [bedrijf 2] gericht aan [betrokken bedrijf 16] BV99, gedateerd 5 mei 2011, 10 mei 2011, 11 mei 2011, 12 mei 2011, nog eens 12 mei 2011 en 16 mei 2011, betreffende leveringen van spelcomputers, Nintendo DS en Sony PS3. In totaal werd hiermee een bedrag van € 809.496.31 gefactureerd. Het bedrag moest worden voldaan op bankrekening [rekeningnummer 3] ten name van [bedrijf 2] .100 In totaal heeft [bedrijf 2] een bedrag van € 129.247,31 aan omzetbelasting in rekening gebracht.

Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 2]

Volgens een ambtsedige verklaring van de Belastingdienst werd [bedrijf 2] voor de maanden januari 2011 tot en met mei 2011 uitgenodigd tot het doen van aangifte omzetbelasting.101 Over genoemde periode zijn door [bedrijf 2] geen aangiften omzetbelasting ingediend.102103

Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 2]

Tijdens het onderzoek is van [bedrijf 2] geen administratie aangetroffen.104

De heer [naam 2] voornoemd heeft verklaard dat hij, nadat hij eerst in 2011 tot en met de zomer 2012 meermalen vergeefs contact had gezocht met [medeverdachte 5] , telkens van [medeverdachte 5] een smoes kreeg als hij om informatie vroeg over onder meer [bedrijf 2] . [medeverdachte 5] zei dat hij de informatie niet had, de computer of printer niet werkte, of dat hij geen administratie had ontvangen. [naam 2] heeft [medeverdachte 5] in de periode van eind 2011 tot en met de zomer 2012 vier tot vijf maal gesproken. [medeverdachte 5] heeft niet voldaan aan het verzoek van de Belastingdienst om de gevraagde bescheiden en/of (digitale) informatie te verstrekken.105

[medeverdachte 5] heeft ten aanzien van de administratieverplichtingen en de rol van verdachte verklaard dat hij nooit in het bezit is geweest van de boekhouding, alsmede de bankpassen, van de Stichting [stichting bedrijf 2] , [bedrijf 23] BV en [bedrijf 2] . [verdachte] was feitelijk in bezit van de betreffende administraties en heeft in werkelijkheid - anders dan vermeld in de overeenkomsten - aan [medeverdachte 5] geen administratie verstrekt. [medeverdachte 5] heeft voorts verklaard geen administratie te hebben verstrekt aan [medeverdachte 19] . Hij ging ervan uit dat verdachte er wel voor zou zorgen dat de administratie terecht zou komen bij [medeverdachte 19] .106

[medeverdachte 5] heeft tijdens een gesprek met de heer [naam 2] van de Belastingdienst - in reactie op een verzoek om administratie aan te leveren - aan [naam 2] voornoemde overeenkomsten overhandigd.107

Uit de verklaring van [medeverdachte 5] , ondersteund door het gegeven dat er geen administratie is aangetroffen, blijkt dat deze overeenkomsten in strijd met de waarheid zijn en dus dat [medeverdachte 5] onjuiste informatie aan de Belastingdienst heeft verstrekt.

Op 28 maart 2013 deed mr. A.C. Huisman, curator, aangifte van bedrieglijke bankbreuk tegen de bestuurder dan wel de voormalige bestuurders van [bedrijf 2] .108 Uit de aangifte blijkt dat aan de curator geen administratie is overgedragen en dat de bestuurders en/of aandeelhouders van [bedrijf 2] de administratie ‘hebben laten verdwijnen’.

4.4.4

[bedrijf 3] BV

[bedrijf 3] BV (hierna: [bedrijf 3] )109 is op 5 augustus 2004 opgericht. Sinds 20 oktober 2011 luidden de handelsnamen ‘ [bedrijf 3] BV’ en ‘ [bedrijf 3] ’. Met ingang van 1 september 2011 bestonden de activiteiten uit: winkel- en postorderbedrijf in computers.

Sinds 20 oktober 2011 is de Stichting [bedrijf 3] (hierna: [stichting bedrijf 3] ) enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 3] .

Bezoekadressen van [bedrijf 3] zijn geweest: [adres 4] en [adres 7] . De activiteiten van [bedrijf 3] werden gestaakt met ingang van 23 april 2012.

Bestuurders van [stichting bedrijf 3] waren achtereenvolgens:110

  • -

    [medeverdachte 5] , vanaf 20 oktober 2011 tot 15 februari 2012;

  • -

    [medeverdachte 13] , vanaf 15 februari 2012 tot 28 maart 2012;

  • -

    [medeverdachte 10] , vanaf 28 maart 2012 tot 1 april 2012;

  • -

    [medeverdachte 21] , vanaf 1 april 2012 tot en met 1 april 2012.

Vanaf 1 april 2012 staat geen bestuurder van [bedrijf 3] meer geregistreerd. Het bezoekadres van [stichting bedrijf 3] is [adres 7] en het e-mailadres zou zijn: [mailadres 1] (gelijk aan het e-mailadres van Stichting [stichting bedrijf 2] / [bedrijf 2] ).

[medeverdachte 13] heeft van 1 februari 2012 tot en met 27 april 2012 ingeschreven gestaan op het woonadres [adres 8]111, volgens de GBA-gegevens tevens het woonadres van verdachte en [medeverdachte 5] van 23 december 2011 tot 8/10 mei 2012. Hetzelfde adres is ook gebruikt als adres voor [bedrijf 3] .112

De rechtbank is ten aanzien van de voor verdachte belastende verklaringen van [medeverdachte 13] en [medeverdachte 10] en het door de raadsman gevoerde verweer over het gebrek aan gelegenheid tot het ondervragen van deze personen als getuigen, van oordeel dat deze verklaringen voor het bewijs kunnen worden gebezigd. De verklaringen van [medeverdachte 13] en [medeverdachte 10] staan niet op zichzelf maar vinden, als gezegd, op meerdere onderdelen steun in overige bewijsmiddelen, als hierna weergegeven, zodat geen sprake is van strijd met jurisprudentie van het Europese Hof met betrekking tot de ‘ [bedrijf 6] and decisive rule’.

[medeverdachte 13] heeft over [bedrijf 3] verklaard - verkort weergegeven - dat hij schulden had en geen eenmanszaak kon starten en dat hij daarom bestuurder werd van [stichting bedrijf 3] . [verdachte] vertelde hem in mei-juni 2011 dat hij ook via een stichting bestuurder kon worden en [verdachte] kwam toen met [stichting bedrijf 3] . [verdachte] zou de financiering regelen; er zou geen sprake zijn van schulden. [medeverdachte 13] is toen naar de Kamer van Koophandel gegaan.

Ten aanzien van de bankrekening heeft [medeverdachte 13] verklaard dat [bedrijf 3] een bankrekening had en dat hij regelde dat hij daarvoor werd gemachtigd.113 Na anderhalve maand heeft [medeverdachte 13] zich weer laten uitschrijven. [verdachte] wist wel iemand die het wel wilde overnemen; de heer [medeverdachte 10] . [medeverdachte 13] heeft samen met [medeverdachte 10] bij de Kamer van Koophandel de overschrijving geregeld. [medeverdachte 13] was in de veronderstelling dat geen sprake was van activiteiten met [bedrijf 3] .

[medeverdachte 13] heeft ten aanzien van een factuur van ‘ [bedrijf 3] ’ aan [bedrijf 11] verklaard dat hij ‘ [bedrijf 3] ’ en de factuur niet kende, ondanks het feit dat hij op de datum van de factuur (6 maart 2012) nog bestuurder was.114 Ten aanzien van de administratie van [bedrijf 3] heeft [medeverdachte 13] verklaard dat hij van [verdachte] nooit enige administratie heeft gekregen.115

[medeverdachte 10] heeft over [bedrijf 3] verklaard – kort weergegeven – dat hij zich op verzoek van [verdachte] en onder toezegging van betalingen als bestuurder heeft laten inschrijven bij diverse stichtingen, waaronder bij [stichting bedrijf 3] , met daaronder het bedrijf [bedrijf 3] . [verdachte] zou [medeverdachte 10] € 300,-- geven bij het op naam zetten van een stichting en € 250,-- voor elke BV onder een stichting. [medeverdachte 10] ging daarvoor samen met [verdachte] en/of [medeverdachte 13] naar de Kamer van Koophandel.116 [verdachte] had [medeverdachte 10] verteld dat er niets gebeurde met [bedrijf 3] . Voor zijn inschrijving als bestuurder van [bedrijf 3] kreeg [medeverdachte 10] € 550,-- van [verdachte] . Hij gaf aan [verdachte] zijn inschrijving en een kopie van zijn paspoort.117 [medeverdachte 10] heeft zich niet beziggehouden met de handel van [bedrijf 3] . Hij was niet gemachtigd voor de bankrekening van [bedrijf 3] ; dat was [verdachte] .118

[medeverdachte 10] was onbekend met de naam [bedrijf 3] en een hem voorgehouden factuur van [bedrijf 3] BV gericht aan [bedrijf 11] van 29 maart 2012, betrekking hebbende op een levering van 501 Sony Playstations à € 188,50 per stuk, was hem eveneens onbekend.119 [medeverdachte 10] heeft verklaard de namen/bedrijven [betalingsplatform 1] , [betalingsplatform 3] uit [land 9] en [bedrijf 14] niet te kennen. Ten aanzien van de administratie en belastingaangiftes van [bedrijf 3] heeft [medeverdachte 10] verklaard – zakelijk weergegeven – dat [verdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte 5] zich daarmee bezig hield. [medeverdachte 13] verrichtte ook geen werkzaamheden voor [bedrijf 3] , aldus [medeverdachte 10] .120

Handels- en facturenstromen [bedrijf 3]

Volgens het VIES-systeem heeft [bedrijf 3] in het eerste kwartaal van 2012 voor een bedrag van

€ 1.753.066,-- aan goederen intracommunautair verworven.121 In die periode is door de volgende buitenlandse bedrijven aangegeven dat zij hebben geleverd aan [bedrijf 3] : [betrokken bedrijf 17] ( [land 9] ), [betrokken bedrijf 18] ( [land 7] ) en [betrokken bedrijf 10] ( [land 3] ).

Aan [land 9] is een ‘artikel 5 Scac-verzoek’ gedaan, inzake de vennootschap [betrokken bedrijf 17] .122 Op basis van de uit [land 9] verkregen informatie is gebleken dat [betrokken bedrijf 17] - in [land 9] bekend onder [betalingsplatform 3] .- in het eerste kwartaal van 2012 een vijftal facturen heeft verzonden aan [bedrijf 3] .123 In het eerste kwartaal 2012 heeft [betalingsplatform 3] 3.100 Sony Playstations 3 (PS3-320GB EU Specs) en 340 Apple I-phones 4S (16GB EU Specs) gefactureerd voor een bedrag van € 863.100,--. De goederen werden in [land 8] in eerste instantie geleverd aan de logistiek dienstverlener [logistiek dienstverlener] . [betalingsplatform 3] ontving op
8 maart 2012 een betaling van [bedrijf 3] ten bedrage van € 132.000,--. Op 14 en 20 maart 2012 heeft [betalingsplatform 3] betalingen ontvangen van € 10.000,-- respectievelijk € 173.600,--, afkomstig van [betalingsplatform 1] .124

Medeverdachte [medeverdachte 5] was gemachtigd tot de bankrekening van [bedrijf 3] .125

Uit de bankafschriften van die bankrekening bleek dat de in het buitenland verworven goederen werden doorverkocht aan de eenmanszaak [bedrijf 11] .126 De Belastingdienst heeft op 2 mei 2012 een bezoek gebracht aan de eenmanszaak [bedrijf 11] . [medeverdachte 9] heeft verwezen naar zijn Administratiekantoor [administratiekantoor] . Mevrouw [naam 4] van Administratiekantoor [administratiekantoor] heeft verklaard dat de facturen van [bedrijf 11] aan het kantoor werden afgegeven door [verdachte] .127

Het administratiekantoor heeft 28 verkoopfacturen op naam van [bedrijf 3] gericht aan [bedrijf 11] verstrekt aan de Belastingdienst128, die zien op verkopen tussen 6 maart 2012 en 29 maart 2012. Het totaal van de 28 facturen inclusief omzetbelasting is
€ 4.288.926,--. Er werd € 684.786,-- omzetbelasting in rekening gebracht.129

Onderzoek naar de bankafschriften heeft niet een volledig beeld gegeven van de omzet van [bedrijf 3] . Betalingen waren voor een deel op een ING-rekeningnummer ( [rekeningnummer 4] ) binnengekomen. Uit de verkoopfacturen van [bedrijf 3] bleek echter dat ook gebruik is gemaakt van rekeningnummer [rekeningnummer 5] van betalingsplatform [betalingsplatform 1] , bij de [bank] , te [land 10] .130131

Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2012 van [bedrijf 3]

werd uitgenodigd tot het doen van aangifte over het eerste kwartaal van 2012. Over het eerste kwartaal 2012 werd geen aangifte omzetbelasting ingediend.

Op 11, 14 en 26 oktober 2011 zijn vanaf het IP-adres [IP-adres 1] inlogpogingen gedaan bij de Belastingdienst, op naam van [bedrijf 3] ( [IP-adres 2] ).132 Dit IP-adres stond in de periode 11 oktober 2011 tot en met 18 november 2011 op naam van het bedrijf [betrokken bedrijf 19] , de eenmanszaak van [verdachte] .133

Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 3]

De heer [naam 2] , voornoemd, heeft verklaard dat op de bezoekadressen [adres 8] en [adres 7] geen bedrijfsactiviteiten werden waargenomen en/of administratie is aangetroffen. Op een in mei 2012 verzonden schriftelijke uitnodiging aan [bedrijf 3] , gericht aan [medeverdachte 5] , ontving [naam 2] geen reactie. [medeverdachte 10] kon niet worden getraceerd. Op de uit de GBA bekende woonadressen was [medeverdachte 10] niet woonachtig. De Belastingdienst heeft een aantal malen een uitnodiging achtergelaten, echter er werd geen contact opgenomen.134 [medeverdachte 13] heeft tegenover de FIOD verklaard dat er, volgens hem, geen administratie was.135 Uiteindelijk is geen administratie verkregen.

4.4.5

[bedrijf 4] BV

[bedrijf 4] BV (hierna: [bedrijf 4] BV) is opgericht op 20 maart 2008.136 Als activiteiten staan geregistreerd: exploitatie van een expertisebureau op het terrein van interieurtextiel en de handel in elektronica. Het bezoekadres van [bedrijf 4] BV was vanaf 6 juli 2011: [adres 4] . Vanaf 6 juli 2011 was enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 4] BV de Stichting [stichting bedrijf 4] (hierna: [stichting bedrijf 4] ).

Bestuurders van de op 6 juli 2011 opgerichte [stichting bedrijf 4] , die ook als bezoekadres [adres 4] had, waren achtereenvolgens:137

  • -

    [medeverdachte 22] , van 6 juli 2011 tot 1 september 2011;

  • -

    [verdachte] , van 1 september 2011 tot 22 september 2011;

  • -

    [medeverdachte 5] , van 22 september 2011 tot 16 februari 2012;

  • -

    [medeverdachte 5] en [medeverdachte 13] , van 16 februari 2012 tot 1 juni 2012.

[medeverdachte 13] stond vanaf 1 februari 2012 tot en met 27 april 2012 ingeschreven op het woonadres [adres 8] . [adres 8] was volgens het GBA vanaf 23 december 2011 tot 8/10 mei 2012 tevens het woonadres van [medeverdachte 5] en verdachte.138 [naam 2] , voornoemd, heeft begin 2012 [adres 8] bezocht; het betrof een leegstaand winkelpand, waarvan ook de bovenruimte onbewoond was. De verhuurder [verhuurder] vertelde aan [naam 2] dat [verdachte] ooit één aanbetaling had gedaan in februari 2012, om de ruimte boven te kunnen huren. [verdachte] had die ruimte daarna nooit gehuurd of in gebruik genomen; het adres was nooit het adres van [medeverdachte 5] of [verdachte] geweest.139

Medeverdachte [medeverdachte 22] heeft ten aanzien van [bedrijf 4] BV verklaard dat [verdachte] haar rond juli 2011 gevraagd had of zij het bedrijf tijdelijk op haar naam wilde zetten. In het bedrijf zat een schuld, maar dat zou [verdachte] gaan afhandelen.140 [medeverdachte 22] wist niets over de activiteiten van het bedrijf en zij wist niet welke handelsnamen werden gebruikt.141 Over de bankrekening van de vennootschap heeft [medeverdachte 22] verklaard dat de BV een bankrekening had bij de ING Bank. [medeverdachte 22] kreeg daarvan het wachtwoord en de inlogcode en op verzoek van [verdachte] heeft zij gekeken of die nog werkten; dat was het geval. [verdachte] had de bankpas.142

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij op verzoek van [verdachte] bestuurder werd. [medeverdachte 5] had met [verdachte] afgesproken dat hij iedere maand een bedrag van € 150,-- per bedrijf of stichting zou ontvangen, voor werkzaamheden die hij zou gaan verrichten. Het bleek vooral om loze beloften te gaan. Over de gehele periode heeft [medeverdachte 5] een bedrag van € 400,-- tot € 600,-- ontvangen. 143144

[verdachte] heeft aan [medeverdachte 5] niet verteld waarom hij van [stichting bedrijf 4] af wilde. [verdachte] zei dat er geen activiteiten werden ontplooid en dat er nog een schuld openstond van ongeveer
€ 10.000,--. [medeverdachte 5] heeft bij de Kamer van Koophandel de gedeponeerde jaarrekeningen opgevraagd. De laatste jaarrekening was van 2009 en [medeverdachte 5] concludeerde dat het ging om een lege onderneming ofwel een ‘plank BV’.145 [medeverdachte 5] hield daarom ook geen administratie bij. Bij de overdracht vertelde [verdachte] hem dat er administratie zou zijn, maar die heeft [medeverdachte 5] nooit ontvangen.146

[medeverdachte 5] heeft verklaard niet betrokken te zijn geweest bij activiteiten op naam van de BV, en nooit ‘één vinger naar deze onderneming te hebben uitgestoken’.147 [medeverdachte 5] heeft niet beschikt over de bankgegevens van [bedrijf 4] BV of gegevens om in te loggen op de site van de Belastingdienst. Hij heeft ook aan niemand toestemming gegeven om activiteiten te verrichten op naam van de vennootschap148 en hij heeft van [verdachte] nooit facturen ontvangen.

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat hij aan [stichting bedrijf 4] kwam via [verdachte] . [verdachte] vertelde tegen [medeverdachte 13] dat geen sprake was van schulden en hij zou de financiering voor activiteiten gaan regelen.149

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat hij hoopte via de bedrijven zijn ideeën te kunnen uitwerken en dat [verdachte] hem toezegde de financiering daarvoor te regelen. [medeverdachte 13] verrichtte in werkelijkheid geen activiteiten en was er niet van op de hoogte dat met het bedrijf activiteiten werden ontplooid.150

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat hij nooit de beschikking heeft gehad over bankpassen van de bedrijven.151 Hij was niet op de hoogte van betalingen van de rekening van [bedrijf 4] BV in relatie tot [betalingsplatform 1] en/of facturen gericht aan het bedrijf.152

Handels- en facturenstromen [bedrijf 4] BV 153

Volgens het VIES-systeem heeft [bedrijf 4] BV in de periode van het vierde kwartaal 2011 tot en met eerste kwartaal 2012 voor een bedrag van in totaal € 5.286.494,-- aan goederen intracommunautair verworven.154 In die periode is door diverse buitenlandse bedrijven aangegeven dat zij hebben geleverd aan [bedrijf 4] BV, waaronder [betrokken bedrijf 17] ( [land 9] ).

Naar aanleiding van een ‘artikel 5 scac-verzoek’ aan [land 9]155 hebben de [land 9] autoriteiten een aantal documenten verstrekt waaruit bleek dat [betrokken bedrijf 17] oftewel [betalingsplatform 3] op 6, 9, 18 en 24 januari 2012 een vijftal facturen had verzonden aan [bedrijf 4] BV, voor totaal € 625.900,--. [medeverdachte 6] die facturen waren 2.600 CPU’s Intel 17 en 351 Sony Playstations 3 (PS3- 320GB EU Specs) verhandeld. De goederen werden afgeleverd bij [bedrijf 14] . [betrokken bedrijf 17] ontving hiervoor telkens betalingen van een [betalingsplatform 1] -bankrekening. Bij de betalingen stond telkens met de pen geschreven: ‘ [bedrijf 4] ’.156

Op 11 juni 2012 hebben de autoriteiten van [land 11] bij het CPB een ‘artikel 5 Scac-verzoek’ ingediend wegens informatie dat [betrokken bedrijf 20] , een [land 11] vennootschap, aan [bedrijf 4] BV goederen had geleverd. Bij het verzoek waren verkoopfacturen en betalingsbewijzen gevoegd waaruit bleek dat in januari 2012 voor een bedrag van € 348.058,-- aan [bedrijf 4] BV was geleverd en betaald. De betalingen van [bedrijf 4] BV bleken afkomstig te zijn van [betalingsplatform 1] .157 Uit de facturen van [betrokken bedrijf 20] en de transportdocumenten bleek dat de goederen telkens werden afgeleverd bij [bedrijf 14] .158

Uit deze documenten blijkt dat de gegevens uit het VIES-systeem niet volledig zijn, aangezien in ieder geval nog sprake was van verwervingen vanuit [land 11] à € 348.058,- in het 1e kwartaal 2012. Dat zou over het 4e kwartaal 2011 en 1e kwartaal 2012 een totaal opleveren van € 5.634.347,- aan intracommunautaire verwervingen.

Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting over januari 2012 van [bedrijf 4] BV

[bedrijf 4] BV werd uitgenodigd tot het doen van aangifte omzetbelasting, maar heeft over januari 2012 geen aangifte omzetbelasting ingediend.159

Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 4] BV

[medeverdachte 22] heeft verklaard dat zij hoorde dat [medeverdachte 5] de boekhouding zou gaan doen van alle bedrijven waar verdachte mee te maken had. [medeverdachte 22] heeft nooit administratie van [bedrijf 4] BV of [stichting bedrijf 4] gezien.160 [medeverdachte 5] zou de belastingaangiftes gaan doen, in opdracht van verdachte, aldus [medeverdachte 22] .161

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij geen administratie van [bedrijf 4] BV heeft bijgehouden omdat hij meende dat het een lege BV was.162 Bij de overdracht vertelde [verdachte] hem dat er administratie zou zijn, maar die heeft [medeverdachte 5] nooit ontvangen.163 [medeverdachte 5] heeft verklaard ook nooit facturen te hebben ontvangen en niet te hebben beschikt over bankgegevens van de BV of gegevens om in te loggen bij de Belastingdienst.164

Op 26 oktober 2011 heeft via het IP-adres [IP-adres 1] een inlogpoging plaatsgevonden op het Belastingdienstnetwerk op naam van [bedrijf 4] BV.165 Genoemd IP adres stond in de periode 11 oktober 2011 tot en met 18 november 2011 op naam van [betrokken bedrijf 19] gevestigd aan de [adres 9]166, een eenmanszaak van [verdachte] .167

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat de administratie, toen hij bestuurder werd, ongeveer twee jaar achter liep. 168

De Belastingdienst heeft naar aanleiding van de in het buitenland verworven goederen onderzoek gedaan naar de administratie van [bedrijf 4] BV. Het lukte echter niet om in contact te komen met vertegenwoordigers van de onderneming.

Van [bedrijf 4] BV kon geen administratie worden achterhaald.169

4.4.6

[bedrijf 5] BV

[bedrijf 5] BV (hierna: [bedrijf 5] ) is opgericht op 6 januari 2009. [bedrijf 5] handelde ook onder de namen [bedrijf 5] , [bedrijf 5] en [bedrijf 5] . Enig bestuurder en aandeelhouder van [bedrijf 5] tot 5 februari 2009 was [medeverdachte 23] .170 Met ingang van 20 september 2011 bestaan de activiteiten uit beheeractiviteiten, im- en export van woon- en decoratieproducten. Het bezoekadres van [bedrijf 5] is [adres 9] . Op 5 februari 2009 droeg [medeverdachte 23] de aandelen van [bedrijf 5] over aan Stichting [stichting 1] .

Bestuurders van de Stichting [stichting 1] , die als bezoekadres [adres 7] had, waren achtereenvolgens:171

  • -

    [medeverdachte 5] , vanaf 29 november 2011 tot 15 februari 2012;

  • -

    [medeverdachte 13] , vanaf 15 februari 2012 tot 28 maart 2012;

  • -

    [medeverdachte 10] , vanaf 28 maart 2012.

Op 28 maart 2012 werd het faillissement van [bedrijf 5] uitgesproken.172

Tijdens het onderzoek zijn in een woning dan wel opslagplaats van [medeverdachte 5] in [land 2] aan de [adres 10] (‘pand 1’) digitale gegevens aangetroffen173 waaronder een overnameovereenkomst gedateerd 15 februari 2012, opgemaakt tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 13] , waarbij [medeverdachte 13] de Stichting [stichting 1] overneemt met de aandelen [bedrijf 5] . Volgens de overeenkomst heeft [medeverdachte 13] de hele boekhouding alsook de bankpassen in ontvangst genomen.174

[medeverdachte 5] heeft over [bedrijf 5] verklaard dat dit bedrijf indirect in handen van [verdachte] was.175 Sinds eind 2011 heeft [medeverdachte 5] op verzoek van [verdachte] administratieve werkzaamheden verricht voor [bedrijf 5] zoals het boeken van in- en verkopen.176

[medeverdachte 5] werd op 29 november 2011 middellijk bestuurder van [bedrijf 5] via de Stichting [stichting 1] , omdat de eerdere bestuurder ermee moest stoppen. Het was [verdachte] die zei dat hij zich als bestuurder moest laten aanstellen; [verdachte] had de touwtjes in handen en besliste. [medeverdachte 13] zou dat later overnemen van [medeverdachte 5] .177

[medeverdachte 5] zag dat bij [bedrijf 5] veel contant gebeurde en dat er voorraden verdwenen, maar [verdachte] en [medeverdachte 24] zeiden dat er niets fout ging.178

[medeverdachte 5] heeft de administratie en de bankrekening van [bedrijf 5] overgedragen aan [medeverdachte 13] , zo heeft hij verklaard179 en hij heeft voornoemde overnameovereenkomst zelf ondertekend.180 Strikt genomen was het [verdachte] die bij [bedrijf 5] de leiding had, aldus [medeverdachte 5] , daar was geen twijfel over mogelijk.181

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat [verdachte] hem als opvolger had gevraagd, dat hij had verteld dat er geen schulden waren en dat hij financiering zou regelen, maar dat gebeurde niet. In de tijd dat [medeverdachte 13] bestuurder was gebeurde er niets. [medeverdachte 13] heeft voor [bedrijf 5] geen werkzaamheden verricht.182 [medeverdachte 13] heeft verklaard geen facturen te hebben gezien in relatie tot [bedrijf 5] en [bedrijf 11] .183

Ten aanzien van de overnameovereenkomst184 heeft [medeverdachte 13] verklaard dat hij die overeenkomst kent en heeft ondertekend op het kantoor van [verdachte] .185 Toen [medeverdachte 13] [bedrijf 5] overnam van [medeverdachte 5] droeg de laatste de boekhouding ‘juridisch’ aan hem over. De administratie bleef bij [medeverdachte 5] op kantoor; hij zou de administratie verzorgen.

[medeverdachte 13] heeft een bankpas gekregen van [medeverdachte 5] .186

[medeverdachte 10] heeft verklaard dat hij ervan uitging dat [verdachte] de administratie van [bedrijf 5] regelde. [verdachte] deed alles. [medeverdachte 10] ging ervan uit dat met [bedrijf 5] niets gebeurde, omdat verdachte hem dat vertelde.187

Handels- en facturenstromen [bedrijf 5]

Uit het VIES-systeem bleek dat [bedrijf 5] in het eerste kwartaal van 2012 voor een bedrag van in totaal € 25.723,-- intracommunautair heeft verworven. Diverse buitenlandse bedrijven hebben aangegeven in het eerste kwartaal van 2012 aan [bedrijf 5] te hebben geleverd.188

In de periode maart tot en met mei 2012 heeft [bedrijf 5] doorgeleverd aan ploffers [bedrijf 24] BV, [bedrijf 11] en [bedrijf 6] BV.189

Administratiekantoor [administratiekantoor] voornoemd heeft aan de Belastingdienst in- en verkoopfacturen en de bankafschriften van [bedrijf 11] verstrekt. [naam 4] , werkzaam bij het administratiekantoor, heeft verklaard dat [verdachte] de facturen heeft afgegeven bij het administratiekantoor.190 Bij de bescheiden zat een verkoopfactuur op naam van [bedrijf 5] - één van de handelsnamen van [bedrijf 5] - gericht aan [bedrijf 11] , van 26 maart 2012. Op de factuur stond dat [bedrijf 5] vijfhonderd Apple iPhone 4S white had geleverd voor de prijs van € 460,-- per stuk.191 Het nummer van de Kamer van Koophandel, het btw-nummer en de vestigingsplaats stemden overeen met de gegevens van [bedrijf 5] . Het totaalbedrag op de factuur bedroeg € 273.700,-- (€ 230.000,-- verhoogd met € 43.700,-- btw). De factuur is betaald op de [land 10] bankrekening van [betalingsplatform 1] .192

Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2012 van [bedrijf 5]

werd in 2011 en 2012 uitgenodigd tot het doen van aangifte omzetbelasting.

In de periode 11 oktober 2011 tot en met 18 november 2011 hebben inlogpogingen plaatsgevonden op de site van de Belastingdienst op naam van [bedrijf 5] ( [IP-adres 3] ) via het IP-adres [IP-adres 1] , te weten op 19, 26 en 31 oktober 2011 en op 14 en 18 november 2011.193 Het IP-adres stond in die periode op naam van [betrokken bedrijf 19] , de eenmanszaak van verdachte, tot de opheffing ervan op 16 april 2012.194

Over het eerste kwartaal van 2012 is door [bedrijf 5] geen aangifte ingediend.195

Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 5]

Zoals eerder uiteengezet is [naam 2] voornoemd in de periode eind 2011 tot en met de zomer van 2012 meerdere keren op bezoek geweest bij het administratiekantoor van [medeverdachte 5] . [naam 2] heeft om informatie gevraagd ter zake van [bedrijf 5] . [medeverdachte 5] had telkens een ander verhaal waardoor geen informatie verstrekt kon worden.196

De curator heeft, in het kader van het faillissement van [bedrijf 5] , meermalen vergeefs getracht om de administratie van [bedrijf 5] te bemachtigen. [medeverdachte 13] en [medeverdachte 10] hebben op de verzoeken van de curator niet gereageerd.197 De curator heeft zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 13] gesommeerd tot afgifte van de volledige administratie van [bedrijf 5] , maar ook hieraan is geen gehoor gegeven.198

4.4.7

[bedrijf 6] BV

[bedrijf 6] BV (hierna: [bedrijf 6] ) is opgericht op 12 januari 2009 en hield zich volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel bezig met het verzorgen van interieurverzorging en vanaf 9 maart 2012 een groothandel in (consumenten)elektronica.199 Vanaf 15 juni 2011 tot 4 april 2012 was [medeverdachte 25] aandeelhouder.

Bestuurders van [bedrijf 6] waren achtereenvolgens:

  • -

    [medeverdachte 26] , tot 15 juni 2011;

  • -

    [medeverdachte 25] , van 15 juni 2011 tot 5 maart 2012;

  • -

    Stichting [stichting 2] , van 5 maart 2012 tot 4 april 2012;

  • -

    [medeverdachte 25] , van 4 april 2012 tot 3 september 2012;

  • -

    [medeverdachte 12] , vanaf 3 september 2012.

[medeverdachte 25] heeft ten aanzien van [bedrijf 6] verklaard - verkort weergegeven - dat hij het bedrijf sinds 15 juni 2011 op naam had en van plan was om er een handel mee te gaan opzetten. [medeverdachte 25] kwam [verdachte] tegen en [verdachte] zei dat hij wel samen met [medeverdachte 25] activiteiten wilde beginnen met [bedrijf 6] ; een groothandel in elektronica. [verdachte] heeft aan [medeverdachte 25] voorgesteld dat hij op de loonlijst zou komen en dat de aandelen van [bedrijf 6] na drie maanden naar [verdachte] zouden overgaan. Voor de overname werd een bedrag van € 55.000,-- afgesproken.200 [medeverdachte 25] sprak verder met [verdachte] af dat hij uit [bedrijf 6] een salaris zou ontvangen van € 2.460,-- per maand en dat bij de overdracht van de aandelen het totaal van het uitgekeerde salaris zou worden verrekend.201

De aandelen van [bedrijf 6] werden op voorstel van verdachte op 4 april 2012 overgedragen aan Stichting [stichting 2] .202 [medeverdachte 25] was al bestuurder van die stichting sinds 17 februari 2012. 203

Rond 1 april 2012 gaf [medeverdachte 25] de bankpas van [bedrijf 6] , de code van de bankpas voor internetbankieren en een kopie van zijn rijbewijs aan [verdachte] .204

Na de start van nieuwe activiteiten zou [medeverdachte 25] de aandelen van [bedrijf 6] overnemen. Verdachte zou hem wekelijks op de hoogte brengen van de voortgang en hem de bankafschriften van [bedrijf 6] laten zien. Eind april vroeg [medeverdachte 25] aan verdachte hoe het nu met [bedrijf 6] ging. Hij kreeg echter geen informatie en daarom is [medeverdachte 25] eind mei zelf naar de bank gegaan. Op een uitdraai van de bankrekening zag [medeverdachte 25] dat op naam van [bedrijf 6] behoorlijk veel transacties hadden plaatsgevonden. [medeverdachte 25] sprak vervolgens [verdachte] hierop aan. [verdachte] liet hem daarop een aantal bankafschriften zien, op naam van [bedrijf 6] . [medeverdachte 25] zag bij een vergelijking van die bankafschriften met de originele bankgegevens, dat met de afschriften die [verdachte] liet zien was geknoeid. [medeverdachte 25] zag een ander lettertype en hij zag dat bepaalde transacties waren weggelaten. Transacties die in [plaats 5] waren gedaan en contante opnames, in [plaats 1] en [plaats 2] gedaan, stonden niet op de bankafschriften die [verdachte] liet zien. [verdachte] heeft toen tegen [medeverdachte 25] verteld dat de valse afschriften afkomstig waren van een zekere [medeverdachte 8] , en dat hij, [verdachte] , de bankpas van [bedrijf 6] aan die [medeverdachte 8] had gegeven. [verdachte] zei dat het ging om [medeverdachte 8] die ook te maken had met de zaak [fraudezaak] .205 [medeverdachte 25] ging daarop, omstreeks 13 juni 2012, naar de bank, om de bankrekening van [bedrijf 6] te laten blokkeren.206

[medeverdachte 25] heeft verklaard zelf niet met [bedrijf 6] te hebben gehandeld en ook niet te weten in welke goederen werd gehandeld; [verdachte] zou daar meer over kunnen vertellen, aldus [medeverdachte 25] .207 [medeverdachte 25] heeft verklaard dat hij als directeur van [bedrijf 6] werd vervangen door [medeverdachte 12] , met ingang van 1 april 2012. [verdachte] droeg [medeverdachte 12] aan als de nieuwe directeur van [bedrijf 6] .208 [medeverdachte 12] was een katvanger, aldus [medeverdachte 25] .209 [medeverdachte 25] heeft nooit administratie en/of in- of verkoopfacturen van [bedrijf 6] gezien.210

[medeverdachte 25] heeft verklaard dat het klopt dat hij vergoedingen op zijn privérekening ontving. Daarbij zat een bedrag van in totaal € 6.500,--, dat [medeverdachte 25] op verzoek van [verdachte] via zijn rekening liet lopen. Die bedragen waren voor [verdachte] bestemd. [medeverdachte 25] is daarvoor een keer of drie met [verdachte] naar de bank gegaan. [medeverdachte 25] nam dan het geld op en [verdachte] wachtte in de auto. [medeverdachte 25] gaf vervolgens het geld contant aan verdachte.

Na zijn verhoor heeft [medeverdachte 25] aan de Belastingdienst stukken gestuurd.211 Bij die stukken zat onder meer een door [medeverdachte 12] en [medeverdachte 25] getekende overeenkomst, waarin staat dat [medeverdachte 12] de volledige boekhouding van [bedrijf 6] , inclusief bankpas, inlogcodes van ABN-AMRO rekening [rekeningnummer 6] en een kopie van paspoort van [medeverdachte 25] op 1 april 2012 in ontvangst heeft genomen.212

Volgens een inschrijving in de Kamer van Koophandel is [medeverdachte 12] vanaf 3 september 2012 bestuurder van [bedrijf 6] .213

De rechtbank is ten aanzien van de voor verdachte belastende verklaringen van [medeverdachte 12] en het door de raadsman gevoerde verweer over het gebrek aan gelegenheid tot het ondervragen van deze persoon als getuige, van oordeel dat zijn verklaringen voor het bewijs kunnen worden gebezigd. De verklaringen van [medeverdachte 12] staan niet op zichzelf, maar vinden op meerdere onderdelen steun in overige bewijsmiddelen, zoals in de verklaringen van vele andere katvangers, zodat geen sprake is van strijd met jurisprudentie van het Europese Hof met betrekking tot de ‘ sole and decisive rule’.

[medeverdachte 12] heeft over [bedrijf 6] verklaard – verkort weergegeven – dat hij op verzoek van [verdachte] slechts op papier bestuurder werd van het bedrijf. [medeverdachte 12] ging daarvoor met [medeverdachte 25] naar de Kamer van Koophandel; het uittreksel van de Kamer van Koophandel gaf hij daarna aan [verdachte] . [medeverdachte 12] wist niets van de activiteiten van het bedrijf.214

[medeverdachte 12] is nooit gemachtigd geweest voor de bankrekening van [bedrijf 6] . [verdachte] zou alles gaan regelen, rond de handel met [bedrijf 6] . [medeverdachte 12] was er niet van op de hoogte dat [bedrijf 6] betrokken was (geweest) bij frauduleuze activiteiten. Facturen van [bedrijf 6] heeft [medeverdachte 12] nooit gezien.215

Handels- en facturenstromen [bedrijf 6]

Met het bedrijf [bedrijf 6] is in de periode april tot en met juni 2012 gehandeld binnen een keten van bedrijven waarmee btw-fraude is gepleegd. [bedrijf 6] heeft daarbij als buffer gefungeerd. Plofferbedrijven als [bedrijf 3] , [bedrijf 5] , [bedrijf 16] en [bedrijf 15] hebben aan [bedrijf 6] geleverd.216

Aan de hand van bankafschriften van [bedrijf 6] (ABN-Amrorekening [rekeningnummer 6] ) is een overzicht gemaakt van in- en verkopen in de periode 19 april 2012 tot en met 13 juni 2012. In genoemde periode is sprake geweest van inkoop voor in totaal € 3.993.843,-- en verkoop voor in totaal
€ 4.241.369,-- .217

De FIOD heeft onderzoek gedaan naar goederenstromen rond een partij Sony Playstations 3 320GB, waar [bedrijf 6] als één van de (buffer-)bedrijven bij betrokken is geweest.218 Uit de bevindingen bleek dat dezelfde partij goederen meerdere malen werd betrokken in een carrousel.219

Uit de administratie van [bedrijf 14] bleek dat [bedrijf 6] betrokken was bij het inkopen en doorvoeren van de partij, in zijn geheel of in delen. 220221222223224

Ten aanzien van één van de transacties is uitgewerkt dat [bedrijf 5] op 7 mei 2012 een bedrag van € 196.200,-- heeft betaald aan [betrokken bedrijf 20] . De 900 stuks PS3 320gb werden daarmee verkocht voor de prijs van € 218,-- per stuk. [bedrijf 6] maakte op 7 mei 2012 een bedrag van € 201.883,50 over aan [bedrijf 5] . Daarmee werden de 900 stuks PS3 320gb door [bedrijf 5] aan [bedrijf 6] verkocht voor € 188,50 per stuk; ca. 13,5 % onder de inkoopprijs.225

In de administratie van [bedrijf 12] werd nog een verkoopfactuur aangetroffen, gedateerd 17 april 2012, van [bedrijf 6] gericht aan [bedrijf 12] .226 Blijkens de factuur werd de partij van 900 stuks PS3 320gb verkocht aan [bedrijf 12] voor € 204.025,50 (inclusief € 32.575,50 btw).227 Uit de verkoopfactuur van [bedrijf 6] bleek dat de PS3 320gb voor € 190,50 per stuk waren verkocht.

Uit een overzicht van in- en verkopen met betrekking tot de handel met [bedrijf 6] bleek als volgt:228

 in de periode 19 april 2012 tot 13 juni 2012 is voor € 4.275.998,74 verkocht aan [bedrijf 12] ;

 in de periode 19 april 2012 tot 2 mei 2012 is voor € 793.964,98 gekocht van [bedrijf 5] ;

 in de periode 11 mei 2012 tot 13 juni 2012 is voor € 2.148.137,18 gekocht van [medeverdachte 27] ;

 in de periode 25 april 2012 tot 11 mei 2012 is voor € 927.292,62 gekocht van [bedrijf 3] en

 op 12 juni 2012 is voor € 124.450,20 gekocht van [bedrijf 16] .

Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 6]

heeft over het eerste en tweede kwartaal van 2012 geen aangiften omzetbelasting ingediend.229

Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 6]

[medeverdachte 25] heeft verklaard geen administratie en/of in- of verkoopfacturen van [bedrijf 6] te hebben gezien. [verdachte] zou de onderneming gaan overnemen en kwam later met [medeverdachte 12] .230

Ook [medeverdachte 12] heeft verklaard dat hij niets wist van de administratie van [bedrijf 6] ; verdachte zou ‘alles regelen’ en hij zou zich verder nergens mee bemoeien.231

Een inzichtelijke en deugdelijk gevoerde administratie van [bedrijf 6] is niet aangetroffen.232

4.4.8

[bedrijf 7] BV 233

[bedrijf 7] BV is opgericht op 23 augustus 1999.234 Sinds 14 juni 2011 staan als activiteiten geregistreerd onder meer handel in elektronica, computers, alsmede onderdelen. Handelsnamen waren (met ingang van 31 mei 2011) [bedrijf 7] , (met ingang van 14 juni 2011) tevens [bedrijf 7] en (met ingang van 1 november 2011) [bedrijf 7] .

Bestuurders waren achtereenvolgens:

 Stichting [stichting bedrijf 2] , van 31 mei 2011 tot 1 september 2011;

 Stichting [stichting bedrijf 7] (hierna: [stichting bedrijf 7] ), van 1 september 2011 tot 1 november 2011. Bestuurders van [stichting bedrijf 7] waren [verdachte] (tot 11 augustus 2011, [medeverdachte 5] (tot 15 februari 2012) en [medeverdachte 13] (vanaf 15 februari 2012)235;

 [medeverdachte 5] , van 1 november 2011 tot 6 februari 2012;

 [medeverdachte 15] , vanaf 1 november 2011.236

[bedrijf 7] BV is vanaf 9 januari 2012 gevestigd aan [adres 8]237, het adres waar [verdachte] in de periode 23 december 2011 tot 8 mei 2012 en [medeverdachte 5] van 23 december 2011 tot 8/10 mei 2012 stonden ingeschreven.238 [naam 2] , voornoemd, heeft begin 2012 dit adres bezocht; het betrof een leegstaand winkelpand, waarvan ook de bovenruimte onbewoond was en volgens de verhuurder had [verdachte] ooit één aanbetaling gedaan in februari 2012, om de ruimte boven te kunnen huren. [verdachte] had die ruimte daarna nooit gehuurd of in gebruik genomen; het adres is nooit het adres van [medeverdachte 5] of [verdachte] geweest.239

Enig aandeelhouder van [bedrijf 7] BV was vanaf 31 mei 2011 Stichting [stichting bedrijf 2] . Bestuurders van deze stichting waren achtereenvolgens240:

 [medeverdachte 5] , van 10 maart 2011 tot 6 juni 2011;

 [medeverdachte 19] , vanaf 6 juni 2011.241

[medeverdachte 5] heeft aan [naam 2] , als eerder weergegeven bij [bedrijf 2] , een tweetal overnameovereenkomsten verstrekt betreffende de overdracht van Stichting [stichting bedrijf 2] van [verdachte] aan [medeverdachte 5] op 27 februari 2011 en betreffende een overdracht van de Stichting [stichting bedrijf 2] van [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 19] , gedateerd 6 juni 2011. Ten tijde van de tweede overeenkomst waren in de Stichting [stichting bedrijf 2] de aandelen ondergebracht van [bedrijf 23] BV, [bedrijf 2] en [bedrijf 7] BV.

Voor de verklaringen van [medeverdachte 5] met betrekking tot deze overeenkomsten wordt verwezen naar hetgeen onder ‘ [bedrijf 2] BV’ is beschreven.

[medeverdachte 5] heeft over zijn betrokkenheid bij [bedrijf 7] BV – verkort weergegeven – als volgt verklaard. Het initiatief voor overname van de aandelen door [medeverdachte 5] van [bedrijf 7] BV lag bij [verdachte] .242 [medeverdachte 5] werd algemeen directeur, zelfstandig bevoegd en [medeverdachte 15] was technisch directeur. [medeverdachte 5] zou de administratie doen.243 Al voor de overname heeft [medeverdachte 5] op kantoor bij [medeverdachte 15] de fysieke en digitale administratie ingekeken. [medeverdachte 5] zag dat sprake was van financiële verplichtingen en een risico in verband met een bouwproject.244

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat het klopt dat [bedrijf 7] BV en [bedrijf 2] op 6 juni 2011 alweer werden overgedragen aan [medeverdachte 19] . [verdachte] zou de verdere overdracht van boekhouding en bankgegevens aan [medeverdachte 19] regelen.245 [medeverdachte 5] maakte voor die overdracht een overeenkomst op en die gaf hij mee aan verdachte. Hij kreeg van verdachte ondertekende overeenkomsten terug, waarna hij, omstreeks 6 juni 2011, één van de sleutels van de postbus en de gegevens van de bankrekening - bankpas, pincodes en tancodes - aan [verdachte] overhandigde; [verdachte] zou deze aan [medeverdachte 19] verstrekken.246

[medeverdachte 5] had de beschikking over de ING-rekening [rekeningnummer 7] ten name van [bedrijf 7] , een bedrijf dat hij vroeger samen met zijn broer had.247 Nadat de activiteiten van dat bedrijf waren gestaakt - per 1 februari 2010 - was alleen [medeverdachte 5] nog gemachtigd voor de bankrekening [rekeningnummer 7] . [medeverdachte 5] droeg de gegevens van die bankrekening over, zo had hij begrepen, ten behoeve van een nieuw op te zetten onderneming. [medeverdachte 5] ging ervan uit dat hij daarvan stukken zou krijgen van [verdachte] , betreffende de betalingen en ontvangsten, en dat hij die dan zou moeten verwerken. [verdachte] bleef hiervoor zijn contactpersoon.248

[medeverdachte 5] heeft een overzicht in Excel gemaakt van transacties met betrekking tot verschillende bedrijven via de ING-rekening [rekeningnummer 7] over de periode 6 juli 2011 tot en met 25 juli 2011 en heeft bankafschriften geprint. Hij schrok van de transacties en bedragen die hij zag en besprak dit met [verdachte] .249

[medeverdachte 5] heeft een vragenformulier van 20 juli 2011 van de ING-bank ingevuld over het gebruik van de rekening [rekeningnummer 7] van [bedrijf 7] – met betalingen door [bedrijf 13] en afschrijvingen ten name van [betrokken bedrijf 21]250 – maar het was verdachte die hem de antwoorden heeft gesouffleerd. [medeverdachte 5] begreep van verdachte dat [bedrijf 7] het nieuwe bedrijf was - een zelfstandige nieuwe poot van [bedrijf 7] BV - dat een bankrekeningnummer nodig had en dat zou handelen onder de naam [bedrijf 7] .

[medeverdachte 5] heeft verklaard niet op de hoogte te zijn geweest van het bestaan van facturen op naam van [bedrijf 7] BV, gericht aan [bedrijf 13]251 en zich nimmer bezig te hebben gehouden met een goederenstroom op naam van [bedrijf 7] BV en/of [bedrijf 7] . Van een handel in elektronica op naam van [bedrijf 7] BV wist hij niets.252

Handels- en facturenstromen [bedrijf 7] BV

Uit meldingen in het systeem VIES bleek ten aanzien van [bedrijf 7] BV dat over het jaar 2011 intracommunautair voor een bedrag van € 6.492.956,-- (2e kwartaal
€ 508.912,-- , 3e kwartaal € 3.324.942,-- en 4e kwartaal € 2.659.102,--) was verworven.253 Diverse bedrijven uit andere EU-lidstaten hadden aangegeven in het tweede, derde en vierde kwartaal van 2011 te hebben gehandeld met [bedrijf 7] BV.254255 Het betroffen onder meer [betrokken bedrijf 22] ( [land 12] ), [betrokken bedrijf 21] ( [land 2] ), [betrokken bedrijf 3] ( [land 2] ) en [betrokken bedrijf 12] AB ( [land 5] ).

In verband met het onderzoek naar de intracommunautaire leveringen zijn diverse scac- verzoeken om bijstand en uitlevering van gegevens gedaan door EU-lidstaten.256257 Vanuit Nederland werden scac-verzoeken gedaan aan [land 4] , [land 13] , [land 3] , [land 10] , [land 2] en [land 7] .258

Op grond van de naar aanleiding van deze ‘scac-verzoeken’ verkregen reacties, met daarbij een veelvoud aan bescheiden aan facturen, e-mailberichten, betalingsbewijzen, kopieën van identiteitsbewijzen, bankafschriften en transportgegevens – verkregen vanuit [land 5] , [land 4] , [land 13] , [land 3] , [land 10] , [land 2] en [land 7] – en in [land 8] opgedane bevindingen (onder meer bij [bedrijf 14] ) heeft de FIOD nader onderzoek gedaan naar grensoverschrijdende goederen- en facturenstromen waar [bedrijf 7] BV en/of [bedrijf 7] bij betrokken is geweest.

Eén van die goederen- en facturenstromen, waar [bedrijf 7] BV/ [bedrijf 7] dan wel [bedrijf 7] bij betrokken is geweest, wordt hierna uitgewerkt, te weten een goederenstroom die zich in of omstreeks september 2011 heeft afgespeeld met betrekking tot een partij Sony PS3 320gb.259

Uit de bevindingen van de FIOD bleek dat [bedrijf 7] BV een partij Sony PS3 320gb bij een buitenlandse onderneming heeft ingekocht, binnen één dag heeft gefactureerd aan een ander bedrijf en dat daarbij sprake was van een onzakelijke prijsval. De goederen kwamen uiteindelijk terecht bij [bedrijf 13] .

In de administratie van het bedrijf [betrokken bedrijf 21] werd een verkoopfactuur van [betrokken bedrijf 12] AB aangetroffen, van 9 september 2011, waarop staat dat een partij van 959 stuks PS3 320gb aan [betrokken bedrijf 21] is verkocht voor € 202.349,-- (zonder btw), voor € 211,-- per stuk.260 Uit de verkoopfactuur van [betrokken bedrijf 21] van 13 september 2011 gericht aan [bedrijf 7] BV blijkt dat deze partij werd verkocht aan [bedrijf 7] BV voor € 204.267,-- (zonder btw), voor € 213,-- per stuk.261

Uit de in de administratie van [bedrijf 13] aangetroffen verkoopfactuur van [bedrijf 7] BV gericht aan [bedrijf 13] , van 13 september 2011, blijkt dat de partij is verkocht aan [bedrijf 13] voor € 211.694,46 (inclusief een bedrag van € 33.799,96 aan btw). Uit deze verkoopfactuur blijkt dat de goederen zijn verkocht voor € 185,50 per stuk.262 Er is dan sprake van een onzakelijke prijsval van circa 12,9% van de inkoopprijs.

Uit een in de administratie van [bedrijf 13] aangetroffen verkoopfactuur van [bedrijf 13] gericht aan [betrokken bedrijf 23] BV van 13 september 2011 blijkt dat de partij is verkocht voor € 214.547,48 (incl. € 34.255,48 btw). De goederen worden verkocht voor € 188,-- per stuk.263

Uit een in de administratie van [betrokken bedrijf 23] BV aangetroffen verkoopfactuur van [betrokken bedrijf 23] BV van 15 september 2011, gericht aan [betrokken bedrijf 24] , blijkt dat de partij wordt verkocht voor € 193.718,-- (zonder btw).264 Op de factuur staat dat de goederen worden verkocht voor € 202,-- per stuk.

Uit de betalingen is gebleken dat de laatste schakel als eerste heeft betaald, waarna de andere schakels hun geld kregen bijgeschreven.

 Betaling van [betrokken bedrijf 23] BV aan [bedrijf 13] van € 214.547,48 vond plaats op 13 september 2011265;

 Betaling van [bedrijf 13] aan [bedrijf 7] BV van € 211.694,46 vond plaats op 14 september 2011266;

 Betaling van [bedrijf 7] BV aan [betrokken bedrijf 21] van € 204.267,-- vond plaats op 14 september 2011.267

Uit de administratie van [bedrijf 14] blijkt dat de goederen op 12 september 2011 binnenkwamen bij [bedrijf 14] .268 De partij werd op 13 september 2011 door [betrokken bedrijf 21] gereleased aan [bedrijf 7] en vervolgens diezelfde dag aan [bedrijf 13] .269 Nog diezelfde dag is de partij alweer verplaatst naar [logistiek dienstverlener] op naam van [bedrijf 13] .270

Uit de administratie van [logistiek dienstverlener] blijkt dat deze partij nog op dezelfde dag, 13 september 2011, door [bedrijf 13] werd gereleased aan [betrokken bedrijf 23] BV.271

Uit het dossier blijkt dat [bedrijf 7] BV en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 7] tijdens de ten laste gelegde periode vaker bij schijnhandel betrokken is geweest, zoals bij een goederen- en facturenstroom rond een partij van 1500 stuks HDD Samsung 2TB HD204UI, waar tevens de bedrijven [bedrijf 14] , [betrokken bedrijf 3] , [bedrijf 7] , [betrokken bedrijf 25] , [bedrijf 13] en [betrokken bedrijf 26] bij betrokken zijn geweest, in de eerste week van september 2011272 en bij een goederen- en facturenstroom rond een partij Playstations PS3 160gb waar de bedrijven [bedrijf 14] , [betrokken bedrijf 25] , [bedrijf 12] en [betrokken bedrijf 5] en [betrokken bedrijf 6] bij betrokken zijn geweest, welke stroom zich eveneens in september 2011 heeft afgespeeld.273

Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting [bedrijf 7] BV

[bedrijf 7] BV heeft over de periode april 2011 tot en met oktober 2011 aangiften omzetbelasting ingediend.274 Bij die aangiften is geen melding is gemaakt van intracommunautaire verwervingen en is geen verschuldigde omzetbelasting opgegeven.275 Dit terwijl op basis van de bankmutaties van de rekening van [medeverdachte 15] / [bedrijf 7] en onder meer de gegevens aangeleverd in verband met de scac-verzoeken is gebleken dat tijdens de ten laste gelegde periode een zeer groot bedrag aan de BV werd gefactureerd.276

Op de aangiften over de maanden april tot en met oktober 2011 stond [medeverdachte 5] vermeld als contactpersoon.277

De aangifte omzetbelasting over de maand september 2011 werd ingediend op 26 oktober 2011 via het IP-adres [IP-adres 1] .278 Genoemd IP-adres hoorde, als eerder vermeld, bij het bedrijf [betrokken bedrijf 19] te [plaats 6] , de eenmanszaak van [verdachte] .279

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij degene is geweest die de aangiften omzetbelasting voor [bedrijf 7] BV over de maanden april tot en met oktober 2011 heeft ingediend. Hij ging voor de gegevens naar het kantoor van [bedrijf 7] BV.280 [medeverdachte 5] heeft verklaard nooit te hebben begrepen dat [bedrijf 7] een link had met het bedrijf [bedrijf 7] BV, reden waarom de omzet op naam van [bedrijf 7] niet in de aangiftes van [bedrijf 7] BV is verwerkt, aldus [medeverdachte 5] .281 Voor het indienen van aangiften omzetbelasting maakte hij gebruik van een KPN-dongel, zo heeft hij verklaard. Hij maakte geen gebruik van andere (internet-)verbindingen.282

Ten aanzien van de administratieverplichtingen [bedrijf 7] BV

Ten aanzien van het niet voldoen aan de administratieverplichtingen door [medeverdachte 15] wordt hier verwezen naar hetgeen onder [bedrijf 2] en [bedrijf 5] reeds is beschreven ten aanzien van de herhaaldelijke pogingen van controleambtenaar [naam 2] om in contact te treden met [medeverdachte 5] en zijn ontmoetingen met [medeverdachte 5] .

Er werd niet voldaan aan de verplichting tot het voeren van en het overleggen van inzichtelijke administratie aan de Belastingdienst, ten aanzien van [bedrijf 7] BV, zodat een verdere controle niet mogelijk was. Ook heeft [medeverdachte 5] , zoals bij [bedrijf 2] uiteengezet, een valse overeenkomst verstrekt aan [naam 2] .

4.4.9

[bedrijf 8] BV 283

[bedrijf 8] BV (hierna: [bedrijf 8] ) is opgericht op 3 mei 2011 en handelt onder de namen [bedrijf 8] BV, [bedrijf 8] .nl en [bedrijf 8] .284 De activiteiten bestaan onder meer uit detailhandel in consumentenelektronica.

Met ingang van 1 mei 2012 is [medeverdachte 12] bestuurder. [bedrijf 8] is op 14 juni 2013 ontbonden.

[medeverdachte 12] heeft ten aanzien van zijn rol en betrokkenheid bij [bedrijf 8] en de betrokkenheid van [verdachte] verklaard dat hij op verzoek van [verdachte] bestuurder werd van [bedrijf 8] . Op diens verzoek heeft hij ook een rekening geopend bij de ING-bank. [medeverdachte 12] heeft de bankpas met pincode aan [verdachte] afgegeven. [medeverdachte 12] haalde regelmatig geld van de rekening van [bedrijf 8] . [verdachte] ging dan met hem mee naar de bank. [verdachte] vertelde hoeveel [medeverdachte 12] moest opnemen en [medeverdachte 12] gaf het geld aan [verdachte] . Op verzoek van [verdachte] heeft [medeverdachte 12] in totaal een bedrag van ongeveer € 100.000,-- opgenomen. [medeverdachte 12] heeft voor [bedrijf 8] geen werk verricht, hij haalde alleen geld van de rekening van [bedrijf 8] voor verdachte285 en hij was alleen op papier bestuurder van [bedrijf 8] . Verdachte had de touwtjes in handen, hield de pincode van de bankrekening en de inloggegevens en hij wist wanneer geld op de rekening was gestort.286

Handels- en factuurstromen van [bedrijf 8]

Uit het VIES-systeem blijkt dat [bedrijf 8] in het vierde kwartaal van 2012 voor een bedrag van € 114.500,-- intracommunautair heeft verworven.287 Het betrof verwervingen afkomstig van het bedrijf [betrokken bedrijf 10] uit [land 3] .

Op basis van onderzoek naar facturen, betalingen en bankafschriften is gebleken dat [bedrijf 8] in de tweede helft van 2012 binnen een keten van samenwerkende bedrijven heeft gehandeld met (ploffer- en buffer-)bedrijven als [bedrijf 25]288 en [bedrijf 26] .289

Uit de opgevraagde bankafschriften van de zakelijke rekening van [bedrijf 8]290 is gebleken dat [bedrijf 8] in onder meer het derde en vierde kwartaal van 2012 een behoorlijke omzet heeft gehad en € 64.800,-- heeft ontvangen van [betalingsplatform 1] .291

Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 8]

heeft over het derde en vierde kwartaal van 2012 nihilaangiften ingediend.292 Dit terwijl in deze periodes sprake is geweest van omzet.


Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 8]

[medeverdachte 12] heeft verklaard dat hij niets wist van de administratie van [bedrijf 8] ; hij is op verzoek van [verdachte] bestuurder geworden en [verdachte] zou ‘alles regelen’.293 Verdachte heeft verklaard dat hij enveloppen kreeg van [medeverdachte 8] met bankafschriften en administratie.294

Een inzichtelijke en deugdelijk gevoerde administratie van [bedrijf 8] is niet aangetroffen.295

4.4.10

[bedrijf 9] BV 296

[bedrijf 9] BV (hierna: [bedrijf 9] ) is opgericht op 21 december 2011. Als activiteiten staan geregistreerd: beleggingsinstelling in vaste activa en handel in (eigen) onroerend goed. Het bezoekadres van [bedrijf 9] is de [adres 11] , zijnde het adres waarop [verdachte] ingeschreven staat sinds 7 augustus 2012.297 Bestuurder van [bedrijf 9] is sinds 7 juni 2012 Stichting [stichting bedrijf 9] (hierna: [stichting bedrijf 9] ). [bedrijf 9] is met ingang van 5 februari 2013 in staat van faillissement verklaard.298

Bestuurders van [stichting bedrijf 9] waren achtereenvolgens: 299

 [medeverdachte 14] , van 7 juni 2012 tot 1 september 2012;

 [medeverdachte 12] , van 1 september 2012 tot 18 september 2012;

 [medeverdachte 28] , van 18 september 2012 tot 5 februari 2013.

Als activiteiten van [stichting bedrijf 9] staan geregistreerd: administratiekantoren voor aandelen en obligaties en het verwerven van aandelen.

[medeverdachte 14] , bestuurder tot 1 september 2012, heeft over zijn betrokkenheid bij [stichting bedrijf 9] verklaard dat, toen hij een paar weken chauffeur was voor verdachte, verdachte aan hem vroeg om tijdelijk, via een stichting, bestuurder te worden van een vennootschap, [bedrijf 9] , totdat [medeverdachte 12] terug zou zijn.300 [medeverdachte 14] ging daarmee akkoord. Hij ging samen met [verdachte] naar de Kamer van Koophandel; [verdachte] bleef in de auto zitten. De BV werd overgenomen van [medeverdachte 15] en [verdachte] had voor alle papieren gezorgd. Er zou geen probleem zijn, vertelde [verdachte] , want [medeverdachte 14] zou zelf niet tekeningsbevoegd zijn. [medeverdachte 14] heeft geen onderzoek gedaan naar de activiteiten van de vennootschap en/of de stichting en ook geen activiteiten ontplooid voor [bedrijf 9] .301 Toen er toch problemen ontstonden zorgde verdachte ervoor dat de onderneming weer van zijn, [medeverdachte 14] ’, naam werd gehaald.302

[medeverdachte 12] heeft over zijn betrokkenheid bij [stichting bedrijf 9] verklaard dat hij, op verzoek van [verdachte] , slechts op papier bestuurder is geworden van de vennootschap. Hij verkeerde destijds in een slechte financiële positie; [verdachte] kwam met de oplossing dat [medeverdachte 12] een paar bedrijven op zijn naam zou zetten, in ruil voor een financiële vergoeding. [medeverdachte 12] ging met [verdachte] naar de Kamer van Koophandel en [verdachte] had de benodigde formulieren al ingevuld, maar ging niet mee naar binnen. [medeverdachte 12] kreeg instructies van [verdachte] en [verdachte] regelde alles. [medeverdachte 12] wist verder niets van het bedrijf, de bankrekening en eventuele activiteiten.303 [verdachte] heeft korte tijd later alweer een opvolger geregeld.

Ook uit de verklaring van [medeverdachte 28] blijkt dat hij zich in ruil voor een beloning als katvanger bij de Kamer van Koophandel liet inschrijven als bestuurder. [medeverdachte 28] heeft tijdens zijn verhoor op 6 augustus 2013 verklaard – kort weergegeven – dat hij een jaar eerder door ‘ [medeverdachte 29] ’ werd gevraagd om mee te gaan naar de Kamer van Koophandel om bestuurder te worden van een aantal stichtingen, in ruil voor een geldbedrag.304 [medeverdachte 28] stemde daarmee in. Van de activiteiten van die stichtingen, waaronder de [stichting bedrijf 9] , wist hij niets. Evenmin was hij op de hoogte van een eventuele handel op naam van [bedrijf 9] .305

Mede naar aanleiding van de verklaring van [medeverdachte 28] heeft de FIOD de personen [medeverdachte 29] en [medeverdachte 30] als verdachte gehoord. [medeverdachte 29] heeft verklaard dat de naam [verdachte] hem bekend voorkomt en dat hij verdachte ook weleens heeft gezien.306

[medeverdachte 30] heeft verklaard dat [medeverdachte 29] , met wie hij naar de Kamer van Koophandel is gegaan, samenwerkte met [verdachte] .307

Handels- en facturenstromen [bedrijf 9]

Volgens het VIES-systeem heeft [bedrijf 9] over het derde kwartaal van 2012 voor een bedrag van in totaal € 6.792.303,-- intracommunautair verworven.

De volgende bedrijven hebben aangegeven dat zij in het derde kwartaal van 2012 aan [bedrijf 9] hebben geleverd: 308

[betrokken bedrijf 27] ( [land 2] ) € 14.878,--

[betrokken bedrijf 21] ( [land 2] ) € 3.901.274.--

[betrokken bedrijf 18] ( [land 7] ) € 417.201.--

[betrokken bedrijf 28] ( [land 3] ) € 701.475,--

[betrokken bedrijf 10] ( [land 3] ) € 1.757.475,--

Totaal: € 6.792.303,--

Uit de bankafschriften van [bedrijf 25] BV309 ( [rekeningnummer 8] ) blijkt dat [bedrijf 25] BV in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 6 februari 2013 een viertal betalingen heeft gedaan via [betalingsplatform 1] aan [bedrijf 9] voor een bedrag van in totaal van € 378.933,--.310 De bankafschriften over het derde kwartaal 2012 ontbraken.311

In de periode van 1 oktober 2012 tot en met 6 februari 2013 is een viertal betalingen gedaan via [betalingsplatform 1] aan [bedrijf 9] voor een bedrag van in totaal van € 378.933,--.312

Nader onderzoek aan de hand van bescheiden heeft uitgewezen dat in de tweede helft van augustus 2012 sprake is geweest van een goederenstroom met betrekking tot een partij HDD Seagate ST3000DM001, die via [betrokken bedrijf 4] in een keten van samenwerkende ondernemingen terechtkwam en is doorgeleverd. De partij ging via logistiek dienstverlener [logistiek dienstverlener] BV en [betrokken bedrijf 4] via [betrokken bedrijf 21] en [bedrijf 9] en [bedrijf 25] BV naar [bedrijf 12] .313

[bedrijf 12] is in een relatief kort tijdsbestek twee keer eigenaar van dezelfde goederen geworden.314

Er was sprake van een onzakelijke prijsval en de goederen werden binnen enkele dagen tweemaal door [betrokken bedrijf 21] in de [land 8] keten van handelaren gebracht.315

Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 2012 van [bedrijf 9]

heeft een uitnodiging ontvangen voor het doen van aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 2012. Over dit kwartaal is via internet op 16 oktober 2012 een aangifte ingediend.316 Als contactpersoon staat vermeld: [medeverdachte 14] .317 [medeverdachte 14] was op genoemde datum geen bestuurder meer van [bedrijf 9] ; dat was [medeverdachte 28] . In de aangifte wordt een bedrag van € 7.449,-- aan voorbelasting teruggevraagd en er wordt aangegeven dat er geen omzetbelasting verschuldigd is.318 In de aangifte wordt geen melding gedaan van verwervingen van goederen binnen de EU.

Over het derde kwartaal van 2012 is, gelet op de gegevens met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen over dit kwartaal en de inkomsten, een onjuiste aangifte omzetbelasting ingediend.

Ten aanzien van de administratieverplichtingen van [bedrijf 9]

[medeverdachte 28] heeft ten aanzien van de administratie van [bedrijf 9] verklaard dat het de bedoeling was dat hij alleen een paar stichtingen op naam zou zetten, niet dat hij zich ook met administratie zou gaan bezighouden. Hij heeft geen administratie gezien.319

Tijdens het onderzoek werd geen administratie aangetroffen.320

4.4.11

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Uit het voorgaande volgt dat [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 3] , [bedrijf 4] BV, [bedrijf 5] en [bedrijf 6] opzettelijk geen aangifte omzetbelasting hebben gedaan, alsmede dat [bedrijf 7] BV, [bedrijf 8] en [bedrijf 9] opzettelijk onjuist aangifte omzetbelasting hebben gedaan.

Ook volgt hieruit dat [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 3] , [bedrijf 4] BV, [bedrijf 5] , [bedrijf 6] , [bedrijf 7] BV, [bedrijf 8] en [bedrijf 9] gedurende de ten laste gelegde periode niet hebben voldaan aan de administratieverplichtingen in het kader van de Awr (artikel 52 jo. artikel 68 lid 1 onder d Awr en artikel 69 Awr).

4.4.12

Feitelijke leidinggeven

Nu vaststaat dat de aangiften omzetbelasting niet of onjuist zijn gedaan en dat niet aan de administratieverplichtingen is voldaan, dient de rechtbank te beoordelen of de verschillende rechtspersonen als dader van een strafbaar feit kunnen worden aangemerkt en vervolgens of bewezen kan worden dat verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven.

Rechtspersonen kunnen als dader van een strafbaar feit worden aangemerkt indien de gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon zal sprake kunnen zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:

  • -

    het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;

  • -

    de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;

  • -

    de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf;

  • -

    de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede is begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de gedraging.

Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.

De hiervoor beschreven vennootschappen hebben, ondanks het feit dat tijdens de ten laste gelegde periodes sprake is geweest van omzet - in een aantal gevallen omzet van een aanzienlijke omvang - geen aangiften omzetbelasting ingediend, dan wel aangiften omzetbelasting ingediend waarbij de opgaven apert onjuist zijn gebleken.

Daarnaast is ten aanzien van voornoemde vennootschappen gebleken dat geen inzichtelijke administratie is gevoerd, en dat - ondanks gerichte en herhaaldelijke verzoeken om de administratie van de vennootschap te overhandigen - aan de Belastingdienst geen administratie werd verstrekt.

Genoemde gedragingen houden verband met een of meer wettelijke verplichtingen op grond van de Algemene wet rijksbelastingen en de Wet op de omzetbelasting en hebben aldus plaatsgevonden binnen de sfeer van de rechtspersoon. Die gedragingen kunnen daarom in redelijkheid aan de vennootschappen worden toegerekend.

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of kan worden bewezen dat de verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven.

De rechtbank stelt voorop dat enkel aan rechtspersonen feitelijke leiding kan worden gegeven. [bedrijf 11] was gedurende de tenlastegelegde periode een eenmanszaak, en dus geen rechtspersoon of met een rechtspersoon gelijk te stellen entiteit in de zin van artikel 51 Sr.

Ten aanzien van de overige in de tenlastelegging genoemde besloten vennootschappen overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de beoordeling van de vraag of verdachte feitelijke leiding heeft gegeven dient niet uitsluitend te worden betrokken de juridische positie, maar ook de feitelijke positie van de verdachte bij de rechtspersoon en het gedrag dat de verdachte heeft vertoond of nagelaten op grond waarvan hij geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven.

Bij het gedrag dat de verdachte heeft vertoond, kan worden gedacht aan actief en effectief gedrag dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip feitelijke leiding geven valt, maar ook het algemene door de verdachte (bijvoorbeeld als bestuurder) gevoerde beleid waarvan de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is dan wel het leveren van een zodanige bijdrage aan een complex van gedragingen dat heeft geleid tot de verboden gedraging en het daarbij nemen van een zodanig initiatief dat de verdachte geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven. Als feitelijke leidinggever moet de verdachte ten minste de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de verboden gedraging zich zal voordoen. Van het bewijs van dergelijke aanvaarding kan – in het bijzonder bij meer structureel begane strafbare feiten – ook sprake zijn indien hetgeen de feitelijke leidinggever bekend was omtrent het begaan van strafbare feiten door de rechtspersoon rechtstreeks verband hield met de in de tenlastelegging omschreven verboden gedraging. Onder omstandigheden kan aan het voor de feitelijke leidinggever geldende opzetvereiste eveneens zijn voldaan indien hij de werkzaamheden van de onderneming zo heeft georganiseerd dat hij ermee rekening heeft gehouden dat de aan de betrokken werknemers gegeven opdrachten niet konden worden uitgevoerd zonder dat dit gepaard ging met het begaan van strafbare feiten.

Aan de hand van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verdachte ten aanzien van de vennootschappen [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 3] , [bedrijf 4] BV, [bedrijf 5] , [bedrijf 6] , [bedrijf 7] BV, [bedrijf 8] en [bedrijf 9] heeft beschikt over de bedrijfsgegevens van die BV’s en die gegevens ook telkens heeft verstrekt aan een medeverdachte, en op die manier heeft bijgedragen aan de mogelijkheid om op naam van die vennootschappen frauduleus te handelen. Verdachte heeft zich daarnaast intensief beziggehouden met het regelen van katvangers die, veelal wegens gedane toezeggingen, bereid waren om als formeel bestuurder een bedrijf, al dan niet via een stichting, op naam te zetten alsook met de opvolging van die katvangers door weer nieuwe katvangers. [verdachte] zorgde er daarbij voor dat hij de beschikking had of kreeg over identiteitsdocumenten van de aan te stellen of reeds aangestelde katvangers, de bankgegevens van vennootschappen/stichtingen en/of de bijbehorende bankpassen en toegangscodes van de rekeningen. [verdachte] bleef na de inschrijving bij de Kamer van Koophandel contactpersoon voor de katvangers, hij regelde alles rond (de overdracht van) de vennootschappen en maakte de dienst uit. [verdachte] heeft tevens vele malen bemoeienis gehad met de overdracht van de aandelen van de bedrijven alsook het aandragen van diverse stichtingen als bestuur voor de bedrijven.

De rechtbank is van oordeel, gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld ten aanzien van de gedragingen van de verdachte en zijn rol bij de door de rechtspersonen begane strafbare feiten, dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde gedragingen van de vennootschappen [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 3] , [bedrijf 4] BV, [bedrijf 5] , [bedrijf 6] , [bedrijf 7] BV, [bedrijf 8] en [bedrijf 9] .

4.4.13

[bedrijf 10]

Voor betrokkenheid van [verdachte] bij [bedrijf 10] is geen bewijs in het dossier aanwezig, zodat de rechtbank [verdachte] voor wat betreft die onderneming vrijspreekt van het onder feit 1 en 3 ten laste gelegde.

4.4.14

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.

Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.

Gelet op al hetgeen de rechtbank hiervoor ten aanzien van de verschillende bewezen verklaarde feiten heeft overwogen, kan zonder meer de conclusie worden getrokken dat sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot doel had om btw-carrouselfraude mogelijk te maken. Om dat doel te bewerkstelligen werden binnen het samenwerkingsverband herhaaldelijk diverse misdrijven gepleegd. Zo werden facturen valselijk opgemaakt in verband met de schijntransacties, welke facturen in bedrijfsadministraties werden opgenomen. Aangiften omzetbelasting werden niet of onjuist gedaan en de ploffers en buffers voldeden niet aan de fiscale administratieverplichtingen. Door geen dan wel een valse administratie te voeren en gebruik te maken van katvangers, konden de ondernemingen na faillissement vervolgens niet voldoen aan de inlichtingen- en administratieplichten zodat er sprake was van bedrieglijke bankbreuk.

Binnen dit samenwerkingsverband was sprake van een zekere taakverdeling. De systeembouwers binnen de carrousel waren verdachten [verdachte] en [medeverdachte 8] . Zij leverden bedrijven aan die als ploffer of buffer konden worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] daarbij zorgde voor de feitelijke aansturing van diverse katvangers en dat hij de gegevens van de ondernemingen aan [medeverdachte 8] aanleverde.

[verdachte] onderhield daarnaast contacten met anderen binnen het samenwerkingsverband. Uit de verklaring van [medeverdachte 16]321 en de verklaring van [verdachte] zelf blijkt dat [verdachte]322 meerdere malen op het kantoor aan de [adres 5] is geweest, vanaf welk kantoor onder andere medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] werkzaamheden verrichtten.

Ook is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier blijkt dat [verdachte] via Skype belde met [medeverdachte 8] (“ [alias 1] ”) en belde en chatte met [medeverdachte 3] (“ [alias 2] ”)323. Verdachte [medeverdachte 6] heeft verklaard ervan uit te gaan dat “ [alias 1] ” [medeverdachte 8] is en dat “ [alias 2] ” [medeverdachte 3] is324. Verdachte [medeverdachte 31] heeft verklaard [medeverdachte 3] te kennen onder de skypenamen: [skypenaam] en “ [alias 2] ”325. Het skype account [skype-account 1] , dat wordt gekoppeld aan [medeverdachte 4] , gebruikt meerdere malen de naam “ [alias 2] ” en “ [alias 2] ” in relatie tot [medeverdachte 3]326.

Bij de doorzoeking van de [adres 12] , het kantooradres van [verdachte]327, is een computer in beslag genomen, waarvan [verdachte] zelf heeft verklaard dat deze van hem is en dat alles wat aan de [adres 12] plaatsvond in opdracht van [verdachte] gebeurde.328 Op die computer zijn skypeberichten329 aangetroffen, gedateerd 29 april 2013 tot en met 14 mei 2013, gevoerd vanaf het account [skype-account 2] . Op de vraag van de opsporingsambtenaren van de FIOD of [naam 5] of [naam 6] , de zoon van [verdachte] , in opdracht van [verdachte] skypeberichten hebben gestuurd, heeft [verdachte] stellig ontkennend geantwoord, waarbij hij heeft verklaard dat niemand in zijn opdracht skypeberichten heeft gestuurd.330

Uit die skypegesprekken blijkt onder meer het navolgende.331 Op 13 mei 2013 heeft [skype-account 2] geskypet met [alias 2] over een betaling waarvan [skype-account 2] eerst zegt dat die naar de rekening van [naam 5] (medewerker op kantoor [verdachte] ) moet, waarna [alias 2] aangeeft dat dat niet kan omdat dat geen bedrijf is. [skype-account 2] reageert daarop met ‘ok u krijgt zo nummer’, waarna [alias 2] antwoordt ‘ [bedrijf 9] is niet goed btw nummer’ en daaropvolgend etterbak ‘ [bedrijf 9] ga ik nu achter aan bellen naar de man’. [bedrijf 9] is, zoals hiervoor uiteengezet, één van de ondernemingen die in de fraudeketen betrokken is en aan de gedragingen van welk bedrijf [verdachte] feitelijke leiding heeft gegeven.

Kort daarna verstrekt [skype-account 2] bankgegevens van firma [betrokken bedrijf 29] (zijnde het bedrijf van de zoon van [verdachte] ) aan [alias 2] voor een deelbetaling. [skype-account 2] bericht aan [alias 2] ‘bericht even als u betaal opdracht heeft gedaan, kan ik dat onze man mededelen’ waarop [alias 2] reageert ‘spoed maakt niet uit weet je komt uit systeem’. [skype-account 2] bericht vervolgens ‘oké, komt goed’ en ‘wat heeft u met spoed nodig – voor of achter’, waarop [alias 2] reageert ‘achter’ en [skype-account 2] vraagt ‘ok mag 1 manszaak of liever LTD of duitse’ en ‘kan morgen 1 man zaak aanbieden compleet D of NL dit ter info’ en ‘bericht even via deze: wat ik voor u moet doen, moet daar wel voor weg namelijk’. [alias 2] antwoordt: ‘nl’ waarop [skype-account 2] antwoordt ‘ok – ga ik zo voor weg, alleen die man heeft KVK en BTW nr NL maar duitsebank…erg Of?’. [alias 2] bericht ‘geen punt’ en ‘is achterk’ en ‘wel alles compleet svp in een keer’. Later op die dag vraagt [skype-account 2] aan [alias 2] om de gegevens van [betrokken bedrijf 29] toch niet te gebruiken. [skype-account 2] verstrekt de volgende dag de bankgegevens van [bedrijf 22] met bericht ‘op deze firma kunt u geld naar overmaken inzake betalingen welke wij moeten doen, SPOED A.U.B.’ en ‘indien mogelijk kunt u alle tegoeden hier naar overmaken AUB - mijn collega is naar meneer [naam 7] – zodra alles zo hier is, krijgt u alles compleet aangeleverd’. [alias 2] antwoordt ‘ok dan boek ik 2200 over’ en [alias 2] vraagt aan [skype-account 2] om de ‘kvk van [bedrijf 22] ’ aan te leveren via [mailadres 2] Dit e-mailadres is een e-mailadres van [betalingsplatform 2] . Op 14 mei 2013 vraagt [skype-account 2] aan [alias 2] ‘draait [bedrijf 20] nog een beetje of?’, waarop [alias 2] antwoordt ‘gaan wel iets doen’, ’22 was [bedrijf 20] ’ en ‘komt nog meer aan’. De rechtbank begrijpt, in combinatie met de hierna vermelde betaling, dat in dit bericht wordt verwezen naar [bedrijf 20] , een ploffer.

Uit de bankafschriften van [bedrijf 22] , die op het kantooradres van [verdachte] zijn aangetroffen332, blijkt vervolgens ook dat op 14 mei 2013 een bedrag van € 2.200,-- is overgeboekt vanuit [betalingsplatform 2] naar [bedrijf 22] met omschrijving ‘ [bedrijf 20] ’. [verdachte] heeft zelf verklaard dat hij verantwoordelijk was voor [bedrijf 22] .333 Medeverdachte [medeverdachte 25] , die op verzoek van [verdachte] op papier bestuurder was van [bedrijf 22] , heeft verklaard dat het bedrag van € 2.200,-- bestemd was voor [verdachte] , dat hij, [medeverdachte 25] , daarvan € 1.000,-- contant heeft opgenomen en aan [verdachte] heeft overhandigd en dat van het restant van € 1.200,-- een betaling is gedaan.334

De rechtbank concludeert dat uit vorenstaande skypegesprekken niet alleen blijkt dat [verdachte] contacten onderhield over het aanleveren van bedrijven aan de voor- en achterkant (ploffers en buffers), maar ook dat hij wetenschap heeft van de btw-carrouselfraude, dat hij zich actief bezighield met betalingen die vanuit het betalingsplatform (‘het systeem’) moeten worden gedaan, alsmede dat vanuit ‘het systeem’ gelden aan hemzelf ter beschikking zijn gesteld.

Medeverdachte [medeverdachte 8] kreeg zowel van [verdachte] als van derden de gegevens van de ondernemingen aangeleverd, welke ondernemingen vervolgens binnen de btw-carrousel werden gebruikt als ploffer en buffer. [medeverdachte 8] had een aansturende rol, op meer afstand van de katvangers dan [verdachte] .

Medeverdachte [medeverdachte 6] hield zich bezig met de transacties van zowel ploffers en buffers als [bedrijf 12] . Hij was voor logistiek dienstverlener [bedrijf 14] het aanspreekpunt en coördineerde de goederen- en facturenstromen. Hij werd daarin aangestuurd door en volgde de instructies op van medeverdachte [medeverdachte 3] . Ook [medeverdachte 3] hield zich actief bezig met de goederen- en facturenstromen.

Medeverdachte [medeverdachte 1] hield zich bezig met de transacties van ploffers en buffers, alsmede van [bedrijf 13] en vanaf 4 juli 2012 van [bedrijf 12] . Ook hij kan als coördinator van de goederen- en facturenstromen worden gekenmerkt.

Voor het verborgen blijven van de btw-carrousel was het gebruik van betalingsplatforms essentieel. Medeverdachte [medeverdachte 4] was beheerder van de betalingsplatforms [betalingsplatform 1] en [betalingsplatform 2] en daardoor in staat om de betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan te sturen en de leden van de criminele organisatie te voorzien van gelden.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte een aandeel heeft gehad in gedragingen die strekten tot/verband hielden met de verwezenlijking van het binnen de criminele organisatie bestaande oogmerk. Uit het voorgaande blijkt dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de criminele organisatie. De rechtbank acht zodoende bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:


1 primair.

[bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] B.V. en [bedrijf 4] B.V. en [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 6] B.V., in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 in Nederland,

telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten:

 de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [bedrijf 1] B.V., of

 de aangiften omzetbelasting over de maanden januari en februari en maart en april en mei 2011 ten behoeve van [bedrijf 2] B.V., of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 3] B.V., of

 de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [bedrijf 4] B.V., of

 de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 5] B.V., of

 de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 6] B.V.,

niet hebben gedaan bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven,

aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven;

2 primair.

[bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 8] B.V. en [bedrijf 9] B.V., in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 in Nederland,

telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten:

 de aangiften omzetbelasting over de periode april en mei en juni en juli en augustus en september en oktober 2011 ten behoeve van [bedrijf 7] B.V., of

 de aangiften omzetbelasting over het derde en vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 8] B.V., of

 de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [bedrijf 9] B.V.,

onjuist of onvolledig hebben gedaan bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid telkens hierin bestaan dat op de aangiften een onjuist bedrag aan omzet en/of een onjuist bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven,

aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven;

3 primair.

[bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] B.V. en [bedrijf 4] B.V. en [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 6] B.V. en [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 8] B.V. en [bedrijf 9] B.V., in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 in Nederland,

als administratieplichtigen die ingevolge de belastingwet verplicht waren tot

 het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en

 het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en

 het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en

 het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers,

 opzettelijk inlichtingen en/of gegevens onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of

 boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raadpleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of

 een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd,

immers hebben voornoemde rechtspersonen,

(telkens) geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtspersonen de onderdelen van de bedoelde administratie in valse vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie valse facturen op te nemen, welke valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde facturen telkens valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen de op de facturen genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die facturen een legitieme goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen legitieme goederentransactie had plaatsgevonden en/of aan welke facturen geen reële overeenkomst(en) tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties,
en/of in vorenbedoelde vorm verstrekt aan de Inspecteur der belastingen,

terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven,

aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] en [bedrijf 12] B.V. en [bedrijf 13] B.V. en [bedrijf 14] B.V. en [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] B.V. en [bedrijf 11] en [bedrijf 4] B.V. en [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 6] B.V. en [bedrijf 10] en [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 8] B.V. en [bedrijf 9] B.V.

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk te weten:

 valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en

 het opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig doen van bij de belastingwet voorziene aangiften omzetbelasting, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven (btw-carrouselfraude), als bedoeld in artikel 69 eerste en/of tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en

 het opzettelijk begaan van feiten als omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a en/of b en/of c en/of d en/of e en/of f en/of g, als bedoeld in artikel 69, eerste en/of tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en

 bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 68 en 69 Awr en artikel 140 Sr.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, deze opzettelijk onjuist en/of onvolledig verstrekken, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd,

en

ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze opzettelijk niet voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd,

en

ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en een zodanige administratie niet voeren, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd,

feit 4

het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gesteld dat gelet op zijn rol in het aanleveren van bedrijven, het nadeel, de aard, ernst en duur van de feiten, het georganiseerd verband waarbinnen deze werden gepleegd en de recidive van verdachte in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaren passend zou zijn. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, het gegeven dat de voorlopige hechtenis lange tijd is geschorst en er geen aanvullende geldboete wordt geëist, hebben de officieren van justitie gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3,5 jaren met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ter zake de strafmaat.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Binnen de btw-carrousel werden fictieve handelsstromen vorm gegeven door gebruik te maken van onder andere valse facturen. Doordat binnen de carrousel de ploffers geen omzetbelasting afdroegen, konden de ploffers ruim onder de inkoopprijs doorverkopen aan buffers, welke buffers dan ieder een deel van de ‘winst’ - die enkel kon worden behaald doordat de ploffer geen omzetbelasting afdroeg - konden behouden. Deze gedragingen vonden plaats in het verband van een criminele organisatie. Verdachte heeft een wezenlijke rol gespeeld binnen deze carrousel.

Bewezen is verklaard dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het opzettelijk niet doen van in totaal elf aangiften omzetbelasting van vijf ploffers en één buffer. Daarnaast is bewezen verklaard dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het opzettelijk onjuist doen van in totaal tien aangiften omzetbelasting van drie besloten vennootschappen en het niet voldoen aan de administratieverplichtingen bij al deze negen vennootschappen. De goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting staat of valt bij de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Door opzettelijk niet of onjuist aangiften te doen heeft verdachte bijgedragen aan de ondergraving van het systeem van de heffing van omzetbelasting.

Verdachte heeft bij herhaling ploffers en buffers aangeleverd voor de btw-carrousel en is ook feitelijk binnen die vennootschappen ‘de man aan de knoppen’ geweest. Binnen de criminele organisatie, waarbinnen voor honderden miljoenen euro’s werd omgezet, had verdachte dan ook een essentiële rol.

De rechtbank houdt er bij de straftoemeting in het nadeel van verdachte rekening mee dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 december 2019 diverse malen is veroordeeld voor fraude gerelateerde strafbare feiten.

De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst met ingang van 9 september 2015 tot aan de datum van de uitspraak. De rechtbank houdt in matigende zin rekening met de lange duur van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

De rechtbank acht, alles afwegende, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden.

In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Verdachte is op 3 maart 2015 in verzekering gesteld. Op die datum is de redelijke termijn gaan lopen. Op 6 april 2020 wijst de rechtbank vonnis. Aldus wordt pas na vijf jaren en één maand vonnis gewezen. Gedurende deze jaren hebben er diverse zittingen, waaronder ook meerdere regiezittingen, plaatsgevonden en is een groot aantal getuigen, waarvan een groot deel in het buitenland verbleef, gehoord. De ingewikkeldheid en omvang van de onderhavige zaak brengt met zich dat een langere duur dan twee jaren is gerechtvaardigd. Naar het oordeel van de rechtbank is in totaal een periode van 23 maanden aan te merken als overschrijding van de redelijke termijn, nu in deze periode door omstandigheden die niet aan de raadsman van verdachte te wijten zijn geen tot weinig activiteiten hebben plaatsgevonden in het uitvoeren van de toegewezen onderzoekswensen. Met deze schending van de redelijke termijn dient rekening te worden gehouden bij de strafoplegging.

De rechtbank zal de straf, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn, matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Met betrekking tot de voorlopige hechtenis van verdachte

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst tot het moment van de einduitspraak in de strafzaak. De rechtbank zal het geschorste bevel voorlopige hechtenis niet opheffen, nu de ernstige bezwaren – gezien de bewezenverklaringen – nog immer aanwezig zijn. Daarnaast is sprake van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van verdachte vordert, omdat er ernstig rekening mee gehouden moet worden dat verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen. Het bevel voorlopige hechtenis herleeft dus weer met ingang van 6 april 2020 om 9.30 uur.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officieren van justitie hebben tijdens de behandeling ter zitting gesteld dat er weliswaar administratief geregistreerd is dat onder verdachte beslag is gelegd op vijf [land 10] bankrekeningen, doch dat deze toebehoren aan medeverdachte [betalingsplatform 1] . De rechtbank begrijpt hieruit dat in de zaak van verdachte geen beslissing genomen hoeft te worden op het beslag.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 47, 51 en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

nietigverklaring

- verklaart de dagvaarding partieel nietig voor wat betreft:

- het onderdeel ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)’ onder feiten 1, 2 en 3;

- het onderdeel ‘een groot aantal…waaronder onder meer’ onder feiten 1 en 2;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 2: het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf: ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, deze opzettelijk onjuist en/of onvolledig verstrekken, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd,

en

ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze opzettelijk niet voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd,

en

ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en een zodanige administratie niet voeren, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd,

feit 4: het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

bevel voorlopige hechtenis

- het bevel tot voorlopige hechtenis wordt niet opgeheven, noch opnieuw geschorst, waardoor het bevel met ingang van heden herleeft.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. M.M. Lorist, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen en mr. J.M. van Westerlaak, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal, gesloten op 12 mei 2015.

2 OPV – AH-500, pag. 35 bovenaan en pag. 37, halverwege.

3 AH-500, pag. 36 onderaan.

4 AH-500, pag. 2 halverwege.

5 D-158, uittreksel KvK.

6 AH-503, pag. 5 halverwege.

7 AH-501, pag. 4 onderaan en AH-057 pag. 10 bovenaan, D-1110, uittreksel KvK.

8 AH-500, pag. 2; zie ook de ambtsedige verklaring van [naam 1] , AH-212, pag. 3, 4, 5.

9 AH-500, pag. 2 onderaan en pag. 3 bovenaan.

10 AH-513, pag. 4 halverwege.

11 V-010-02, pag. 4 bovenaan en D-388, foto.

12 V-010-01, pag. 2 onderaan en pag. 3 bovenaan.

13 V-010-01, pag. 3 bovenaan.

14 V-010-01, pag. 3 onderaan en pag. 4 bovenaan.

15 V-010-01, pag. 4 bovenaan.

16 V-010-01, pag. 4 onderaan.

17 V-017-01, pag. 2 onderaan, pag. 3 bovenaan en V-017-02, pag. 2.

18 V-017-01, pag. 3 halverwege.

19 V-017-02, pag. 7 halverwege en D-388, foto [medeverdachte 8] .

20 V-017-01, pag. 3 bovenaan.

21 V-017-01, pag. 3 halverwege en onderaan.

22 V-017-01, pag. 4 bovenaan.

23 V-024-01, pag. 4 halverwege.

24 V-017-02, pag. 5 onderaan, D-365, foto restaurant [adres 2] .

25 V-017-01, pag. 4 halverwege.

26 V-017-01, pag. 5 onderaan; zie ook V-017-02, pag. 6 bovenaan.

27 V-017-01, pag. 4 onderaan.

28 V-017-01, pag. 4 onderaan en pag. 5 bovenaan.

29 V-017-02, pag. 5 bovenaan.

30 V-017-01, pag. 5 halverwege en pag. 7 onderaan.

31 V-017-01, pag. 10 bovenaan.

32 V-017-01, pag. 11 bovenaan en bijlage 1 bij V-017-01.

33 V-017-01, pag. 6, pag. 9 onderaan en pag. 10 onderaan.

34 V-017-01, pag. 6 en D-139.

35 Ambtsedige verklaring [naam 1] , AH-212, pag. 13 en D-1057.

36 VIES-systeem, of: ‘Vat information Exchange System’, een gedecentraliseerd netwerk voor uitwisseling van actuele informatie tussen lidstaten om grensoverschrijdende btw-fraude tegen te gaan.

37 H-542, pag. 5.

38 D-101.

39 D-100.

40 D-084, pag. 5.

41 D-079, uittreksel KvK [bedrijf 1] .

42 V-040-01 pag. 3 halverwege, en proces-verbaal verhoor rc, getuige [medeverdachte 16] .

43 V-040-01, pag. 3 bovenaan.

44 D-356.

45 V-040-01, pag. 6 bovenaan en onderaan.

46 D-358, opgaveformulier uittreden bestuurder, datum ontvangst 14-09-2011.

47 D-360, print van foto vanaf internet, [adres 5] .

48 V-040-01, pag. 6 onderaan.

49 D-085.

50 D-1057 en D-1058, schema’s waaruit blijkt dat in januari 2011 is gehandeld met [bedrijf 1] als ploffer en aan welke buffer is verhandeld.

51 V-040-01, pag. 7 halverwege.

52 D-080 factuur, D-087 inkoopfacturen (pag. 2 en 10), V-040-01, pag. 8 bovenaan.

53 V-009-01, pag. 4 halverwege.

54 V-009-01 pag. 4 halverwege en pag. 5 onderaan.

55 V-009-01, pag. 6 bovenaan.

56 V-009-01, pag. 12 onderaan.

57 V-009-01, pag. 6 bovenaan; proces-verbaal ter terechtzitting op 16 januari 2020.

58 AH-542, pag. 7, D-701 (schematisch overzicht, goederenstroom [bedrijf 1] ).

59 AH-148, proces-verbaal van bevindingen goederenstroom, pag. 1 onderaan en pag. 2 bovenaan.

60 AH-148, pag. 2 onderaan en D-655, pag. 1-3.

61 D-655, pag. 5.

62 AH-148, pag. 3 bovenaan en D-655, pag. 6 vrachtbrief.

63 D-656.

64 D-656, pag. 7.

65 D-656, pag. 8.

66 D-085, pag. 4.

67 AH-148, pag. 3, onderaan.

68 AH-148, pag. 3 onderaan en D-453, pag. 23.

69 AH-148, pag. 4 bovenaan en D-491-29.

70 AH-148, pag. 4 bovenaan en D-657.

71 AH-148, pag. 4 halverwege en pag. 5.

72 D-083.

73 AH-542, p. 8 en 9 en AH-032 ambtsedig opgemaakte verklaring BD, 30 oktober 2012.

74 AH-542, pag. 8 en 9; AH-156, D-736 en D-737.

75 V-009-01, pag. 8 onderaan.

76 V-040-01, pag. 6 bovenaan en onderaan.

77 V-009-01, pag. 5 halverwege en onderaan.

78 D-080, pag. 1 en 2.

79 V-009-01, pag. 9 bovenaan.

80 V-009-01, pag. 8 bovenaan en onderaan.

81 D-089, pag. 11 onderaan.

82 AH-542, pag. 17 en G-003, pag. 1.

83 D-001.

84 D-001 (uittreksel KvK [bedrijf 2] ) en D-002 (uittreksel KvK [bedrijf 23] BV).

85 D-003 (uittreksel KvK Stichting [stichting bedrijf 2] ).

86 AH-019, pag. 2 onderaan.

87 G-003-01, pag. 4.

88 D-017

89 D-015.

90 V-009-01, pag. 18 onderaan.

91 V-009-01 pag. 19 bovenaan.

92 V-009-01, pag. 19 bovenaan en halverwege.

93 V-009-01, pag. 16 bovenaan.

94 AH-019, pag. 3 en D-064.

95 AH-019, pag. 9 tot en met 11; overzicht Scac-verzoeken.

96 AH-019, pag. 9 en D-007, pag. 3 t/m 8 en 10 en 11.

97 AH-019, pag. 10 halverwege, en de documenten D-008, pag. 9/20, D-014, pag. 13/23, D-014, pag. 12/23, D-009, pag.11/15, D10, pag. 8/12, D-010, pag. 9/12, D-012, pag. 5/10. D-013, pag. 6/9, D-011, pag. 27/34 en D-011, pag. 26/34.

98 D-043, pag. 4.

99 D-044 t/m D-049, facturen van [bedrijf 2] , van 5 mei 2011, 10 mei 2011, 11 mei 2011, 12 mei 2011 en 16 mei 2011.

100 D-162.

101 AH-004, ambtsedig opgemaakte verklaring [bedrijf 2] BV 27 september 2012.

102 AH-026, ambtsedig opgemaakte verklaring [bedrijf 2] 30 oktober 2012.

103 AH-019, pag. 4 bovenaan.

104 AH-174, overzichtsproces-verbaal faillissementsfraude [bedrijf 2] / [medeverdachte 5] .

105 G-003-01.

106 V-009-01, pag. 19 halverwege.

107 G-003-01, pag. 4 halverwege.

108 A-174, overzichtsproces-verbaal faillissementsfraude/ [medeverdachte 5] / [bedrijf 2] , pag. 3 bovenaan.

109 D-018.

110 D-022, uittreksel KvK.

111 D-095.

112 AH-532, pag. 8 halverwege.

113 V-013-02 pag. 2 onderaan.

114 V-013-01, pag. 3 derde alinea en D-026, pag. 6.

115 AH-532, pag. 14 en V-013-01, pag. 3 onderaan.

116 V-012-01, pag. 3 bovenaan, pag. 5 en pag. 6.

117 V-012-01, pag. 5 halverwege.

118 V-012-01, pag. 5 halverwege.

119 V-012-01, pag. 5 onderaan.

120 V-012-01, pag. 5 bovenaan en halverwege.

121 D-025 en AH-532, pag. 9 bovenaan.

122 D-027 en AH-532, pag. 10 onderaan.

123 AH-532, pag. 10 onderaan en D-027, bescheiden vanuit [land 9] , pag. 4, 7, 37, 8 en 9.

124 D-027, pag. 37.

125 AH-532, pag. 12 onderaan en G-003-01, verklaring [naam 2] .

126 AH-532, pag. 11 halverwege.

127 D-041, antwoorden op vragenbrief, 25 mei 2012.

128 D-026, verkoopfacturen, [bedrijf 3] BV.

129 AH-532, pag. 11 onderaan.

130 AH-532, pag. 13 bovenaan.

131 AH-180, pag. 11 bovenaan en pag. 13 bovenaan.

132 AH-532, pag. 10 bovenaan; AH-016, D-121.

133 D-093, D-105, AH-014.

134 G-003-01, pag. 5 onderaan.

135 V-013-01, pag. 3 onderaan

136 D-051, KvK [bedrijf 4] BV.

137 D-052, KvK [stichting bedrijf 4] .

138 AH-532, pag. 15 halverwege, en D-095, uittreksel GBA.

139 G-003-01, pag. 4.

140 V-050-01, pag. 3 e.v.

141 V-050-01, pag. 3 bovenaan en onderaan.

142 V-050, pag. 6. en proces-verbaal verhoor rechter-commissaris d.d. 23 november 2017.

143 V-009-03, pag. 4. e.v.

144 V-009-01, pag. 12 halverwege.

145 V-009-03, pag. 4 onderaan en pag. 5 halverwege.

146 V-009-03, pag. 5 bovenaan.

147 V-009-03, pag. 4 halverwege.

148 V-009-03, pag. 5 onderaan en 6 bovenaan.

149 V-013-01, pag. 4 bovenaan.

150 V-013-01, pag. 6 bovenaan.

151 V-013-01, pag. 5 halverwege.

152 V-013-01, pag. 4 halverwege.

153 AH-546, overzichtsproces-verbaal m.b.t. medeverdachte [medeverdachte 22] , pag. 6 e.v.

154 AH-546, pag. 6 en D-057 pag. 5, betalingen aan [betrokken bedrijf 20] 3 januari 2012, € 116.500,-- ; D-057 pag. 8, betaling 18 januari 2012 € 120.000,-- ; D-057 pag. 11; betaling 11 januari 2012 € 48.000, D-057 pag. 14, betaling 19 januari 2012, € 63.558,-- .

155 D-059.

156 AH-532, pag. 19 onderaan en 20 bovenaan en D-059, pag. 40, 41, 42, 43.

157 D-057, pag. 7.

158 D-057, pag. 9, 12 en 15.

159 AH-006, pag. 1 en AH-027, pag. 1.

160 V-050-01, pag. 6 bovenaan.

161 V-050-01, pag. 6 bovenaan.

162 V-009-03, pag. 4 onderaan en pag. 5 halverwege.

163 V-009-03, pag. 5 bovenaan.

164 V-009-03, pag. 7 halverwege e.v.

165 D-121.

166 D-093.

167 D-105.

168 V-013-01, pag. 4 onderaan.

169 AH-532, pag. 20 onderaan.

170 D-092 Uittreksel KvK [bedrijf 5] .

171 D-067 Uittreksel KvK Stichting [stichting 1] .

172 AH-176 en AH-177; processen-verbaal faillissementsfraude.

173 AH-532, pag. 27 onderaan en D-402 en D-404; V-009-02, pag. 10 bovenaan.

174 D-402.

175 V-009-04, pag. 5 halverwege.

176 V-009-04, pag. 5 halverwege.

177 V-009-05, pag. 5 onderaan.

178 V-009-04, pag. 6 bovenaan.

179 V-009-04, pag. 6 onderaan.

180 V-009-04, pag. 7 halverwege en D-402.

181 V-009-04, pag. 8 onderaan.

182 V-013-01, pag. 5.

183 V-013-01 pag. 5 en D-038, factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 11] .

184 D-402, overnameovereenkomst St. [stichting 1] / [bedrijf 5] BV 15 februari 2012.

185 V-013-02 onderaan; D-462.

186 V-013-02, pag. 4 bovenaan.

187 V-012-01, pag. 8 onderaan.

188 AH-021, pag. 4 bovenaan en D-094.

189 D-1058.

190 D-041.

191 D-038.

192 D-035 pag. 11.

193 AH-532, pag. 25 onderaan en D-121.

194 D-105, D-093 en AH-014

195 AH-010, ambtsedig opgemaakte verklaring belastingdienst, opgemaakt door [naam 8] , ten aanzien van [bedrijf 5] BV, [adres 9] , sofinummer [sofinummer] .

196 G-003-01, pag. 3 halverwege.

197 AH-021, pag. 4 halverwege en AH-176, proces-verbaal faillissementsfraude [medeverdachte 5] / [bedrijf 5] , pag. 3.

198 D-096, faillissementsverslag [bedrijf 5] , pag. 4.

199 D-165, uittreksel KvK [bedrijf 6] .

200 V-042-01, pag. 3 halverwege.

201 V-042-01, pag. 8 bovenaan.

202 V-042-01, pag. 3 halverwege, D-165 en D-166.

203 D-166.

204 D-387, bankgegevens [bedrijf 6] .

205 V-042-01, pag. 3 onderaan en pag. 4 bovenaan.

206 V-042-01, pag. 4 bovenaan.

207 V-042-01, pag. 5 bovenaan en onderaan.

208 V-042-01, pag. 6 onderaan.

209 V-042-01 pag. 6 en pag. 8.

210 V-042-01, pag. 7 onderaan.

211 D-398, formulier overdracht boekhouding van [medeverdachte 25] naar [medeverdachte 12] , 1 april 2012, pag. 1 van 4.

212 D-398, formulier overdracht boekhouding van [medeverdachte 25] naar [medeverdachte 12] , 1 april 2012, pag. 1 van 4.

213 D-232, overzicht betalingsgegevens in- en verkopen [bedrijf 6] 19 april 2012 – 13 juni 2012; D-445 overzicht facturen [bedrijf 6] – handelsstromen [bedrijf 12] , 17 april 2012 – 19 juni 2012.

214 V-018-01, pag. 8 halverwege.

215 V-018-01, pag. 9 bovenaan.

216 AH-212, ambtsedige verklaring [naam 1] , pag. 17, en D-1058 (schematisch overzicht).

217 D-169 bankafschriften [bedrijf 6] ; D-232, overzicht in- en verkopen.

218 D-626, overzicht goederenstroom..

219 Zie AH-143.

220 AH-143, pag. 3 onderaan en D-1011.

221 AH-143, pag. 4 e.v. D-1011, pag. 4.

222 D-530.

223 D-532.

224 D-533.

225 D-744.

226 D-239, pag. 6.

227 AH-143, pag. 9 en D-239, pag. 6.

228 AH-143, pag. 11, 12, 13; D-239, pag. 6, 28, 30, D-492, pag. 190, 195 en D-232 overzicht in- en verkopen van [bedrijf 6] a.d.h.v. bankafschriften en D-442 en D-443, facturen en D-445: berekening van alle facturen van [bedrijf 6] .

229 D-485 uitdraai digitaal intern klantensysteem Belastingdienst.

230 V-042-01, pag. 7.

231 V-018-01, pag. 8 en 9.

232 AH-536, pag. 23 onderaan en 24 bovenaan.

233 Zie o.a. AH-533, overzichtsproces-verbaal [medeverdachte 19] .

234 D-028.

235 D-066.

236 D-028, uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 7] BV.

237 AH-533, pag. 6 bovenaan en D-101.

238 D-100.

239 G-003-01, pag. 4.

240 D-003.

241 D-003.

242 V-009-02, pag. 7 onderaan.

243 V-009-02, pag. 7 onderaan.

244 V-009-02, pag. 8 bovenaan.

245 V-009-02, pag. 8 halverwege.

246 V-009-02, pag. 9 bovenaan.

247 V-009-02, pag. 8 onderaan.

248 V-009-01, pag. 11 halverwege.

249 V-009-02, pag. 10 halverwege.

250 D-466.

251 V-009-02, pag.12 halverwege en pag. 13 bovenaan.

252 V-009-02, pag. 14 bovenaan.

253 AH-533, pag. 7 onderaan.

254 AH-533, pag. 8 halverwege.

255 AH-533, pag. 8 bovenaan en D-065.

256 AH-533, pag. 9 tot en met 13.

257 AH-533, pag. 9 en D-077, pag. 1. (t.a.v. [land 5] ); AH-533, pag. 13 en D-103 (t.a.v. [land 10] ).

258 AH-533, pag. 10 bovenaan en D-076, pag. 4 en 25 tot en met 28 (t.a.v. [land 4] ), D-073, pag. 5, 6, 7, 15 en 18 (t.a.v. [land 13] ), D-075, pag. 5, 15, 23, 25, en 41, en AH-533, pag. 12 onderaan en 13 bovenaan en D-104 (t.a.v. [land 3] ), AH-533, pag. 11 bovenaan, en D-074, pag. 1, 4, 13 en 15 (t.a.v. [land 10] ), D-072, AH-533, pag. 11 en pag. 1-3 en 130 (t.a.v. [land 2] ) en AH-533, pag. 12 en D-071 (t.a.v. [land 7] ).

259 Zie AH-149.

260 D-1020, pag. 2.

261 D-650, pag. 7.

262 D-518, pag. 8.

263 D-494-314.

264 D-494-314.

265 D-216, pag. 238.

266 D-216, pag. 236.

267 D-078, pag. 25.

268 D-651 pag. 4.

269 D-651.

270 D-651 pag. 1, 5 en 6.

271 D-652 pag. 3 en 4.

272 AH-140, pag. 3 halverwege e.v.

273 AH-185, pag. 2 e.v.

274 AH-007, ambtsedig opgemaakte verklaring Belastingdienst, [bedrijf 7] BV.

275 AH-533, pag. 8 halverwege.

276 AH-533, pag. 6 onderaan en pag. 7 bovenaan en G-003-01.

277 AH-007.

278 AH-007.

279 AH-014, D-105 en D-093.

280 AH-07 en V-009-01, pag. 10 onderaan.

281 V-009-01, pag. 11 halverwege.

282 V-009-03, pag. 2 halverwege.

283 AH-536, pag. 18 e.v.

284 AH-536 onderaan en D-220, gegevens Kamer van Koophandel.

285 V-018-01, pag. 10 bovenaan en V-018-01, pag. 9 onderaan en V-018-02, pag. 3 tot en met 6.

286 V-018-02, pag. 2 halverwege.

287 D-401.

288 D-1370, Overzicht 'per customer', [betalingsplatform 1] - kopie (BlackBox).

289 D-243, facturen [bedrijf 26] .

290 BOB-88.

291 D-363.

292 AH-127, ambtsedig opgemaakte verklaring [bedrijf 8] .

293 V-018-01, pag. 9 en 11.

294 V-010-03, pag. 15.

295 AH-536, pag. 23 onderaan en 24 bovenaan.

296 D-125 Uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 9] .

297 D-101 Uittreksel GBA van 30 oktober 2012 m.b.t. verdachte.

298 AH-537, pag. 6 onderaan en AH-179, proces-verbaal faillissementsfraude [bedrijf 9] .

299 D-126 Uittreksel Kamer van Koophandel [stichting bedrijf 9] .

300 V-017-01, pag. 5 halverwege.

301 V-017-01, pag. 5 halverwege en onderaan.

302 V-017-01, pag. 10 bovenaan.

303 V-018-01, pag. 3 halverwege en onderaan.

304 V-019-01, pag. 2 onderaan.

305 V-019-01, pag. 4 onderaan en pag. 5 bovenaan.

306 V-046-01, pag. 3 halverwege.

307 V-037-01, pag. 2 onderaan.

308 D-127.

309 D-203.

310 AH-537, pag. 8 bovenaan en D-203.

311 AH-537, pag. 8 bovenaan.

312 AH-537, pag. 8 bovenaan en D-203.

313 AH-170, pag. 2 onderaan en 4 halverwege.

314 AH-170, pag. 6 onderaan.

315 AH-170, pag. 7 bovenaan en AH-163, over de dan geldende consumentenprijzen.

316 AH-039, ambtsedig opgemaakte verklaring Belastingdienst, pag. 5.

317 AH-039.

318 AH-039 en AH-537 pag. 13 halverwege.

319 V-019-01, pag. 5 halverwege.

320 Proces-verbaal faillissementsfraude [medeverdachte 28] / [bedrijf 9] BV, AH-179, pag. 5.

321 V-040-01, pag. 4 halverwege.

322 Verklaring verdachte ter zitting van 15 januari 2020.

323 D-425.

324 V021-09, pag. 6 bovenaan.

325 V-062-03, pag. 4 bovenaan.

326 o.a. AH 510, pag. 19 bovenaan.

327 AH-095.

328 V-010-03, pag. 5 halverwege.

329 D-425.

330 V-010-03, pag. 10 bovenaan.

331 AH-122.

332 D-378.

333 V-010-03, pag. 5 halverwege.

334 V-042-01, pag. 9 bovenaan e.v.