Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2020:1233

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
23-03-2020
Zaaknummer
8348875 \ CV EXPL 20-568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming in kort geding toegewezen. Stelselmatige en ernstige overlast. Kantonrechter geeft woningstichting wegens de coronacrisis in overweging om vonnis niet meteen ten uitvoer te leggen en te bezien of de overlastsituatie al dan niet blijft voortduren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 8348875 \ CV EXPL 20-568

Vonnis in kort geding van 19 maart 2020

in de zaak van

de stichting WONINGSTICHTING SINT JOSEPH,
gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,

eisende partij, hierna te noemen Sint Joseph,

gemachtigde: mr. M. Steggink, werkzaam bij deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

gemachtigde: de heer [X] , maatschappelijk werker bij ARBE Dienstverlening.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties van 2 maart 2020,

- de mondelinge behandeling gehouden op 10 maart 2020 waar namens Sint Joseph

mevr. [A] (maatschappelijk consulent) is verschenen, bijgestaan door

mr. Steggink. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door de heer [X] .

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van het verhandelde tijdens de mondelinge

behandeling. De heer [X] heeft tijdens de mondelinge behandeling een

verweerschrift voorgelezen, dat daarna aan het dossier is toegevoegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

1.3.

Na afloop van de mondelinge behandeling is de kantonrechter ten ore gekomen dat [gedaagde] mogelijk kan worden aangemerkt als een naaste van een medewerker van deze rechtbank, een en ander als bedoeld in het Protocol eigen rechtszaken van 27 juli 2014 en dat de procedure eventueel verwezen moet worden naar de rechtbank Noord Nederland. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. Beide partijen hebben aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat de procedure bij deze rechtbank wordt voortgezet. Hierop heeft de kantonrechter besloten dat de procedure hier wordt voortgezet en zij vonnis zal wijzen.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt sinds 4 juli 2008 voor onbepaalde tijd de woning aan de [adres] , [plaats] (hierna: de woning) van Sint Joseph. Het betreft een flatwoning, gelegen op de derde verdieping.

2.2.

Op de huurovereenkomst is het “Huurreglement Woonruimte” van toepassing (hierna: huurreglement). Hierin staat onder meer het volgende:

“(…)

6.2

Gebruik

De huurder gebruikt het gehuurde als goed huurder (…)

(…)

6.8

Overlast

Huurder zorgt ervoor dat omwonenden geen overlast of hinder ondervinden door huurder, huisgenoten, (klein)kinderen, overig bezoek en huisdieren die zich met toestemming in en om het gehuurde bevinden. De huurder is verantwoordelijk voor al het gedrag van die personen

dat volgens de wet strafbaar is gesteld.”

2.3.

Sint Joseph heeft van verschillende omwonenden meldingen ontvangen over overlast van [gedaagde] . De meldingen beslaan grofweg de periode van begin 2019 tot en met begin februari 2020. De overlast zou kort samengevat bestaan uit agressief gedrag, geluidsoverlast, vernielingen, bedreigingen en overlast door het inschakelen van de politie.

2.4.

Op 20 januari 2020 heeft Sint Joseph aangifte gedaan bij de politie van een incident dat heeft plaatsgevonden tussen vrijdag 17 januari 2020 om 03.10 uur en 03.40 uur. In het proces-verbaal dat hiervan is opgemaakt staat onder meer vermeld:

“Op 17 januari 2020 tussen 03.10 uur en 03.40 uur zijn er een deur en twee ruiten vernield. De verdachte is door de politie aangehouden. De ruit van de deur van perceel 107 is vernield. De ruit naast de toegangsdeur en de toegangsdeur naar het portiek zijn vernield. Op dit moment weet ik dat de automatische vergrendeling van de toegangsdeur naar het portiek vernield is en de slotplaat. Ik weet niet hoe dit is gebeurd. Wij hebben alleen de melding ontvangen dat het vernield is. De politie weet er meer van.”

2.5.

Op 9 februari 2020 heeft een brigadier van de politie eenheid Oost-Nederland een rapport verstrekt aan Sint Joseph met onder meer de volgende inhoud:

Op 06 februari 2020 kreeg ik, rapporteur (…) het verzoek van (…) St. Joseph (…) te Almelo om informatie met hen te delen over meldingen en andere relevantie informatie van een bewoner van de [adres] te [plaats] genaamd (…) [gedaagde] .

(…)

Ik (…) kreeg te horen dat (…) St. Joseph voornemens was een ontruimingsprocedure te starten jegens (…) [gedaagde] .

De redenen waarom St. Joseph deze ontruimingsprocedure opstartte waren de navolgende:

- men had van bewoners en omwonenden van de [straatnaam] te [plaats] (welke huurders

zijn van St. Joseph) meerdere meldingen ontvangen van overlast waarvan de veroorzaker

de bewoner van [adres] zou zijn;

- verontruste en ongeruste bewoners (huurders) waren naar het kantoor van St. Joseph

gekomen en hadden aldaar aangegeven zeer angstig, bang te zijn voor de bewoner van

[adres] ;

- bewoners hadden aangegeven dat de bewoner van [adres] zeer agressief zou

zijn, veel overlast zou veroorzaken en hun woongenot zou aantasten;

- bewoners en omwonenden gaven aan bang te zijn dat er gewonden of doden zouden

vallen als er geen actie zou worden ondernomen om deze persoon aldaar weg te halen;

(…)

In het kader van zwaarwegend algemeen belang en in overeenstemming met het bevoegd gezag in deze de burgemeester van de [gemeente] en betreffende officier van justitie van het arrondissement van Oost Nederland, met het doeleinde om de openbare orde te handhaven en hulp verlenen aan hen die dit behoeven, heb ik (…) dit rapport opgesteld om politiegegevens te verstrekken aan (…) St Joseph te Almelo.

Ik (…) ben als wijkagent ambtshalve bekend met de bewoner van de [adres] te [plaats] (…) [gedaagde] (…).

Ik (…) ben wijkagent van de wijk (…) alwaar ook de woning [adres] is gelegen. Ik (…) ben bekend met het feit dat (…) [gedaagde] (…) vanaf september 2019 tot begin februari 2020 bij diverse (strafbare) feiten betrokken is waarbij hij onder andere in zijn woning met verzet is aangehouden.

De strafbare feiten waarvoor hij onder andere is aangehouden betreffen mishandeling

(huiselijke geweld), vernieling, weerspannigheid en bedreiging.

Mij (…) is bekend dat omwonenden (…) voorheen geen meldingen van overlast durfden te doen bij politie omdat men bang was voor escalatie. Men was bang voor de reactie van

[gedaagde] . Daardoor zijn er qua overlast meldingen ook maar weinig meldingen gedaan door omwonenden bij politie.

Ik (…) heb hieronder het meldingenpatroon met het soort melding vermeld van september 2019 tot en met februari 2020, waarbij (…) [gedaagde] als betrokken partij of als verdachte is vermeld. Al deze meldingen komen uit interne politie systemen.

(…)

-04/09/2019: melding van bedreiging door [gedaagde] van een medewerker welke bomen aan het snoeien is voor de flat van [gedaagde] ;

-22/10/2019: aanhouding [gedaagde] terzake verduistering auto/vernieling en 2 x

mishandeling;

-30/11/2019: melding van overlast (bestaande uit schreeuwen) komende uit de woning van

[gedaagde] ;

-08/01/2020: aanhouding van [gedaagde] terzake mishandeling (huiselijk geweld), bij

aanhouding pleegt [gedaagde] verzet, beledigd en bedreigd politie ambtenaren;

- 09/01/2020: terzake de aanhouding op 08/01/2020 word [gedaagde] een huisverbod

opgelegd;

-17/01/2020: melding dat [gedaagde] zich vreemd zou gedragen op de [straatnaam] te

[plaats] . [gedaagde] door politie aangetroffen en maakte een verwarde indruk. Vermoeden

van drugsgebruik;

-17/01/2020: aanhouding [gedaagde] terzake vernieling. Was reeds derde melding van

overlast welke binnenkwam van [gedaagde] op 17/01/2020. [gedaagde] met verzet

aangehouden;

-31/01/2020: melding vanuit GGZ dat [gedaagde] is uitbehandeld en naar zijn woning toe

mag. Volgens GGZ blijft hij echter agressief en onvoorspelbaar;

-31/01/2020: melding dat [gedaagde] dronken over de [straatnaam] zou lopen en mensen zou lastig vallen. Melder durft niet meer naar huis;

-03/02/2020: melding bij wijkagent dat [gedaagde] ruzie zou hebben met zijn

bovenbuurman;

Mij (…) is ambtshalve bekend dat [gedaagde] een explosief karakter heeft en naar de politie toe geweld heeft gebruikt. (…)

[gedaagde] heeft in de flat alwaar hij woont diverse vernielingen gepleegd, zoals vernielen van de deur van een ander appartement, vernielen van deur en ruit van de centrale ingang van de flat, het besmeuren van de centrale hal middels zijn eigen bloed.

[gedaagde] heeft via zijn balkon personen bedreigd welke aldaar op straat aan het werken waren. Er is een melding gedaan dat [gedaagde] in zijn woning aan het schreeuwen was en hiermee geluidsoverlast veroorzaakte. Er is een melding gedaan dat [gedaagde] buiten op straat aan het schreeuwen was naar een bewoner en dat deze daardoor niet naar zijn woning durfde te gaan.

Bij mij (…) is melding gedaan dat [gedaagde] personen (daklozen) toelaat in zijn

woning welke aldaar tevens verblijven. Een van deze personen is ook door politie aangetroffen in de woning van [gedaagde] .

Gezien bovenstaande meldingen en het gedrag van [gedaagde] kan er gesproken worden

van een zogenaamd “Verward persoon”. [gedaagde] is in behandeling geweest bij

de GGZ. Tevens is het bij politie bekend dat [gedaagde] een gebruiker is van

verdovende middelen. [gedaagde] is een aantal malen onder invloed van verdovende

middelen aangetroffen. (…)”

3 Het geschil

3.1.

Sint Joseph vordert -samengevat- dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen en te verlaten en deze ter vrije beschikking van Sint Joseph te stellen en te laten, op kosten van [gedaagde] en met veroordeling van [gedaagde] in de (na)kosten van deze procedure.

3.2.

Sint Joseph voert daartoe -samengevat- aan dat [gedaagde] voor ernstige overlast zorgt. Het woongenot van de omwonenden wordt daardoor ernstig aangetast. Sint Joseph vreest dat de situatie verder escaleert. Naast de ontvangen meldingen van omwonenden en de aangifte die Sint Joseph zelf bij de politie heeft gedaan, heeft de politie een rapport opgesteld over [gedaagde] . Hieruit blijkt dat [gedaagde] de openbare orde en veiligheid ernstig in gevaar brengt. [gedaagde] kan/wil zich niet als een goed huurder gedragen. Er is sprake van een fikse wanprestatie die al enige tijd duurt. Dit rechtvaardigt de gevorderde ontruiming. Van Sint Joseph kan niet verwacht worden dat zij de overlast die door

[gedaagde] wordt veroorzaakt nog langer laat voortduren, aldus steeds Sint Joseph.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gezien de ernst van de gevolgen voor de huurder, in dit geval [gedaagde] , kan een ontruiming in kort geding slechts worden uitgesproken, indien de overlast van zodanige aard en ernst is dat ontruiming op korte termijn noodzakelijk is, de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht en hoogstwaarschijnlijk is dat de bodemrechter (wanneer zijn oordeel wordt gevraagd) de huurovereenkomst zal ontbinden. Aan deze voorwaarden is in dit geval voldaan. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

4.2.

Door [gedaagde] is niet weersproken dat hij overlast heeft veroorzaakt, al herkent hij zich niet volledig in de meldingen van omwonenden. Hij heeft aangevoerd dat hij de eerste elf jaar zonder problemen in de woning heeft gewoond. Hij erkent het laatste jaar gedrag te hebben laten zien wat niet passend is. Dit komt door diverse persoonlijke problemen en schizofrene klachten. Daarvoor krijgt hij nu medicatie en begeleiding. Er is ook sprake geweest van een crisisopname van twee weken. Hij reageert daar goed op en is nu beter in staat om naar zijn aandeel in de situatie te kijken. Een ontruiming zal grote (financiële) gevolgen hebben voor hemzelf en zijn zoon, voor wie de woning zijn ouderlijk huis is. Het behouden van zijn woning is van belang bij de uitvoering van de omgangsregeling met zijn zoon. [gedaagde] wil, eventueel met een proefperiode, in de woning blijven wonen en voert verder aan dat Sint Joseph hem niet heeft gewaarschuwd voor deze ontruimingsprocedure.

4.3.

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] terecht naar voren heeft gebracht dat Sint Joseph hem niet gesommeerd of gewaarschuwd heeft alvorens deze procedure te beginnen. Dat had wel op de weg van Sint Joseph gelegen, juist ook gelet op het evidente woonbelang van [gedaagde] . De enkele omstandigheid dat [gedaagde] als agressief en onberekenbaar wordt omschreven doet daaraan niet af. [gedaagde] had schriftelijk kunnen worden gesommeerd het wangedrag te staken en kunnen worden gewaarschuwd voor de gevolgen van het niet nakomen van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Het had tevens op de weg van Sint Joseph gelegen om haar stelling, dat ook na het uitbrengen van de dagvaarding de overlast heeft voortgeduurd, te onderbouwen met verklaringen van omwonenden. De dagvaarding volgt immers kort op het einde van de crisisopname, die volgens [gedaagde] een kentering in de situatie heeft gebracht.

4.4.

Desalniettemin is de kantonrechter van oordeel dat een ontruiming op korte termijn in dit geval geboden is. De door Sint Joseph in het geding gebrachte meldingen van omwonenden geven blijk van structurele en ernstige overlast van [gedaagde] . Niet alleen van geluidsoverlast, maar ook van bedreigingen en vernielingen, zodanig dat dit leidt tot onrust en angst bij omwonenden. Voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een aanhoudend patroon van overlast, ook ná de crisisopname van twee weken. In het politierapport waaruit is geciteerd in r.o. 2.5. wordt [gedaagde] omschreven als agressief en onberekenbaar. Ook de GGZ heeft daarvan, nadat [gedaagde] was uitbehandeld, melding gemaakt. Dit, in combinatie met het feit dat de politie in het belang van de openbare orde zich genoodzaakt heeft gezien om een dergelijk rapport op te stellen, rechtvaardigt de gevorderde ontruiming. De persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] kunnen, hoe schrijnend ook, niet tot een ander oordeel leiden. Met Sint Joseph is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval haar belang, dat is gelegen in het kunnen verschaffen van woongenot aan omwonenden, zwaarder weegt dan het woonbelang van [gedaagde] . De vordering zal dan ook worden toegewezen, waarbij de ontruimingstermijn op 14 dagen zal worden gesteld vanwege de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] .

4.5.

Eerst na de mondelinge behandeling zijn verregaande maatregelen in verband met de Corona-crisis ingevoerd. Gelet daarop geeft de kantonrechter Sint Joseph in overweging om dit vonnis nog niet meteen ten uitvoer te leggen en te bezien of de overlastsituatie al dan niet blijft voortduren. De kantonrechter rekent op een coulante opstelling van Sint Joseph.

4.6.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Sint Joseph worden tot op heden begroot op € 706,96 waaronder € 480,00 aan salaris gemachtigde. De nakosten worden begroot op

€ 120,00 (0,5 punt x liquidatietarief met een maximum van € 120,00).

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning met aanhorigheden aan het adres [adres] , [plaats] te ontruimen en te verlaten en de woning ter vrije beschikking van Sint Joseph te stellen en te laten, dit alles op kosten van [gedaagde] ,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van Sint Joseph begroot op € 706,96, waaronder € 480,00 aan salaris gemachtigde, en begroot de nakosten op € 120,00,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2020