Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:972

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-03-2019
Datum publicatie
22-03-2019
Zaaknummer
08/770141-17, 08/953017-17 en 08/730007-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 26-jarige man uit Enschede is veroordeeld tot 3 jaar cel voor de diefstal en heling van auto's en auto-onderdelen. Daarnaast heeft hij scooters gestolen en iemand beroofd van zijn smartphone. De man moet schadevergoedingen betalen van in totaal zo'n 5.400 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/770141-17, 08/953017-17 en 08/730007-19 (P)

Datum vonnis: 22 maart 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

8 maart 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.R.G. Nijpels en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. I. Stas, advocaat te Almere, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

met betrekking tot parketnummer 08/770141-17:

feit 1: samen met anderen of alleen een personenauto (Audi A4) heeft gestolen dan wel deze heeft geheeld;

feit 2: samen met anderen of alleen een personenauto (Audi Q5) en/of diverse onderdelen en/of voorwerpen van/uit ruim twintig verschillende personenauto’s (merk Volkswagen typen Golf, Scirocco, Polo, Transporter alsmede een Audi A4) en of diverse goederen en/of gereedschap heeft geheeld;

met betrekking tot parketnummer 08/953017-17:

een telefoon heeft gestolen terwijl hij daarbij dreigde met geweld of geweld toepaste dan wel deze telefoon heeft geheeld;

met betrekking tot parketnummer 08/730007-19:

feit 1: samen met een ander of alleen een scooter van [slachtoffer 1] heeft gestolen;

feit 2: samen met een ander of alleen een scooter van [slachtoffer 2] heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

parketnummer 08/770141-17:

Primair

hij, in of omstreeks de periode van 21 april 2016 tot en met 22 april 2016 te Duiven, gemeente Duiven, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (type Audi A4, gekentekend [kenteken 1] ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel;

Subsidiair

hij, in of omstreeks de periode van 21 april 2016 tot en met 22 april 2016 te Duiven, gemeente Duiven en/of Glanerbrug, gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een personenauto (type Audi A4, gekentekend [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het

voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den)

moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2

hij, op één of meer tijdstippen op of omstreeks 22 april 2016 te Glanerbrug,

gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

een of meer goederen, te weten

A. een personenauto (type Audi Q5, gekentekend [kenteken 2] )

en/of

B. diverse onderdelen en/of voorwerpen (waaronder motorblokken,

versnellingsbakken, airbags, radio's, brandstoftanks, stoelen, velgen, banden,

kentekenbewijzen en/of navigatiesystemen) van/uit

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 3] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 4] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 5] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 6] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 7] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 8] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 9] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 10] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 11] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 12] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 13] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 14] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Scirocco (kenteken [kenteken 15] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 16] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken 17] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 18] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 19] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Transporter (kenteken [kenteken 20] ),

- een auto van het merk Audi type A4 (kenteken [kenteken 21] )

en/of

C. diverse goederen en/of gereedschap, te weten (onder meer)

- een hogedrukreiniger (merk Hama),

- een spuitapparaat,

- een bankpas (SNS bank),

- een paspoort,

- een gereedschapskoffer (merk Ironside),

- een decoupeerzaag (merk Metabo),

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het

voorhanden krijgen van dit goed of deze goederen wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

parketnummer 08/953017-17:

hij op of omstreeks 17 september 2017 te Enschede, in elk geval in Nederland,

een mobiele telefoon, te weten een Samsung S8 plus, in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- nadat hij, verdachte, de mobiele telefoon in zijn zak had gestoken - die

[slachtoffer 3] dreigend een (zogenaamde) taser te tonen en/of deze te activeren

(waardoor deze knetterde en flitste) en/of daarbij die [slachtoffer 3] de woorden toe

te voegen: "Kom mij niet achterna, niks doen", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 17 september 2017 tot en met 20 september

2017 te Enschede/Hengelo, in elk geval in Nederland,

een goed, te weten een mobiele telefoon, te weten een Samsung S8 Plus, in elk

geval enig goed,

heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde

van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed

betrof;

parketnummer 08/730007-19:

1.

hij op of omstreeks 9 juli 2018 te Enschede ( [straat 1] ),

tezamen en In vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een scooter, In elk geval enig goed/motorvoertuig, dat geheel of ten dele aan

een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan

[slachtoffer 1] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij op of omstreeks 22 juni 2018 te Enschede ( [straat 2] )

tezamen en In vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een scooter (Sym Mio 50), In elk geval enig goed/motorvoertuig, dat geheel of

ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of-zijn mededader(s) toebehoorde,

te weten aan [slachtoffer 2] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

parketnummer 08/770141-17

4.1.1

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het onderzoek ter terechtzitting en onderhavig dossier het volgende vast.

Op 22 april 2016 is door [naam 1] aangifte gedaan van diefstal van een Audi Q5
met kenteken [kenteken 2] in Duiven. De Audi Q 5 was voorzien van een volgsysteem.2

Een medewerker van [bedrijf 2] B.V. heeft het GPS-signaal van de Audi Q5 uitgepeild en is daarbij uitgekomen op een garagebox aan de [straat 3] te Glanerbrug.3 De verbalisanten treffen na opening van de toegangsdeur in de garagebox twee auto’s aan, een donkerkleurige Audi A4 voorzien van het kenteken [kenteken 1] en een zilvergrijze Audi Q5 voorzien van het kenteken [kenteken 2] .4 De Audi A4 blijkt net zoals de Audi Q5 in de nacht van 21 april 2016 op 22 april 2016 in Duiven te zijn gestolen.5 Naast de twee gestolen Audi’s ligt er in de garagebox tevens een chassis van een Volkswagen Golf en een grote hoeveelheid auto-onderdelen van verschillende gestolen auto’s, zoals motorblokken, versnellingsbakken,

radio’s, brandstoftanks, stoelen en banden.6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26 Ook liggen er gereedschappen, zoals een hogedrukreiniger van het merk Hama, een spuitapparaat een bankpas en een paspoort.27, 28, 29

Uit de track-and-trace informatie van de Audi Q5 blijkt dat de Audi Q5 op 22 april 2016 in Duiven is gestart om 4:08:07, in één keer zonder te stoppen is doorgereden naar de [straat 3] te Glanerbrug en daar om 5:09:49 is aangekomen. Daarna is de auto niet weer verplaatst.30

Op 22 april 2016 omstreeks 10.30 uur zijn verbalisanten ter plaatse van de garagebox aan de [straat 3] te Glanerbrug gekomen en is aldaar de status quo gehandhaafd, totdat de medewerker van [bedrijf 2] ter plaatse was.31 Daarna is de garagebox geopend.

Op de B-stijl van het portier aan de bestuurderszijde aan de buitenkant van de Audi A4 is een dactyspoor van de medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen.32 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het kan kloppen dat hij de Audi A4 die op 22 april 2016 in Duiven is gestolen, heeft aangeraakt.33 Op de buitenzijde van het bestuurdersportier van de Audi Q5 is een dactyspoor van medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen.34, 35

Op het dashboard van zowel de Audi Q5 als de Audi A4 wordt een valse sleutel – zonder gefreesde baard – aangetroffen. Met deze sleutels kunnen deze auto’s worden gestart.36 Dergelijke sleutels worden, samen met andere voorwerpen die kunnen dienen om auto’s te stelen, aangetroffen in de slaapkamer van medeverdachte [medeverdachte 1] .37 Op genoemde valse sleutel uit de Audi A4 wordt een volledig DNA profiel van verdachte aangetroffen. 38

In de garagebox is van de verdachte een handpalmafdruk op een uitlaat aangetroffen.39 Op de aan/uit knop van een slijptol aangetroffen in de garage is een DNA-spoor, te weten een mengprofiel, van verdachte aangetroffen.40

Daarnaast is in de garagebox van medeverdachte [medeverdachte 1] een DNA-spoor, te weten een mengprofiel, op een boormachine41 en van medeverdachte [medeverdachte 2] meerdere DNA-sporen op verschillende gereedschappen, zoals handschoenen en autosleutels, aangetroffen.42

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op verzoek van een persoon genaamd ‘ [alias 1] ’ een handtekening heeft gezet onder het huurcontract betreffende de garagebox aan de [straat 3] in Glanerbrug. [getuige 1] herkent medeverdachte [medeverdachte 1] als deze ‘ [alias 1] ’, de persoon voor wie hij het huurcontract heeft ondertekend.43

Verdachte is in de periode van september 2015 tot en met maart 2016 diverse keren ’s-nachts gecontroleerd – te weten in Ommen, Glanerbrug, Nijmegen en Lunteren - als inzittende van een tweetal Audi’s, waarin zich (afwisselend) ook de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bevonden.44 Deze Audi’s - een grijze Audi A6 ( [kenteken 22] ) en een blauwe Audi A3 ( [kenteken 23] ) - zijn ook diverse keren door buurtbewoners op het zandpad naar de garagebox, waarin de gestolen auto’s en onderdelen zijn aangetroffen, gezien.45

4.2

Feit 1

4.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 primair, het medeplegen van de diefstal van de Audi A4, bewezen kan worden. De officier van justitie heeft aangevoerd dat op de sleutel die in de gestolen Audi A4 is aangetroffen een volledig DNA-profiel van verdachte zit. Op de B-stijl van de Audi A4 is een dactyspoor van de medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen en op het bestuurdersportier van de Audi Q5 zit een dactyspoor van medeverdachte [medeverdachte 2] . De gestolen Audi Q5, die in dezelfde garagebox is aangetroffen, is rechtstreeks vanuit Duiven naar Hengelo gereden. Gezien de korte tijd tussen de diefstal van de Audi A4, het aantreffen van de auto in de garagebox en verdachtes volledige DNA-profiel op een sleutel op het dashboard in de Audi A4, met welke sleutel de Audi A4 gestart kan worden, kan het volgens de officier van justitie niet anders zijn dan dat de verdachte deze auto heeft gestolen samen met minimaal twee anderen.

4.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het aantreffen van een enkel DNA-spoor op een sleutel niet betekent dat verdachte de auto heeft gestolen dan wel geheeld. Verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de diefstal. Uit niets blijkt dat verdachte op 21 of 22 april 2016 in de garagebox aanwezig is geweest. Dat volgt ook niet uit de verklaringen van diverse buurtbewoners: verdachte voldoet niet aan de door deze buurtbewoners opgegeven signalementen.

4.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de Audi Q5 en de Audi A4 in de nacht van 21 op 22 april 2016 in Duiven zijn gestolen en beiden in één keer zonder stoppen zijn doorgereden naar de garagebox aan de [straat 3] te Glanerbrug en niet meer zijn verplaatst. Daar zijn beide auto’s op 22 april 2016 om 10.30 uur door de politie in de garagebox aangetroffen. Op de valse sleutel die is aangetroffen op het dashboard van de Audi A4 is een DNA-spoor, te weten een volledig profiel, van verdachte aangetroffen.

Nu er sprake is van een korte tijdspanne tussen de diefstal van de Audi A4 en het moment dat deze auto in de garagebox werd aangetroffen, kan naar het oordeel van de rechtbank de onder 1 primair ten laste gelegde diefstal bewezen worden verklaard, mede gelet op het feit dat verdachte geen geloofwaardige hem ontlastende andere verklaring heeft gegeven voor het feit dat op de valse sleutel, aangetroffen op het dashboard van de Audi A4, zijn DNA is aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat uit voorgaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, volgt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de Audi A4.

4.3

Feit 2

4.3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het medeplegen van opzetheling bewezen kan worden. De officier van justitie heeft gesteld dat nu de garagebox grotendeels vol stond met onderdelen van gestolen auto’s, als ook de Audi Q5 en er op nachtelijke uren auto’s binnen werden gereden, vaststaat dat de garagebox werd gebruikt voor het demonteren van gestolen auto’s en de opslag van gestolen onderdelen tot het moment van verhandeling daarvan en dat verdachte hierbij betrokken is geweest.

4.3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 ten laste gelegde. Verdachte is slechts eenmaal ’s-avonds in de bewuste garage geweest om oude voertuigen op te knappen. Dat verklaart ook de sporen op de uitlaat, de slijptol en de handschoen. Verdachte wist niet dat het gestolen goederen waren en hij kon dit ook niet vermoeden.

4.3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft – zoals hiervoor overwogen – met anderen de Audi A4 gestolen, die in dezelfde nacht werd gestolen als de Audi Q5. Deze Audi A4 stond samen met de gestolen Audi Q5 in een garagebox, niet zijnde een officiële autogarage, welke garagebox vol gestolen auto-onderdelen stond, een chassis van een Volkswagen Golf en gereedschap. Verdachte werd regelmatig en midden in de nacht in auto’s aangetroffen waarin ook de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zaten. In deze garagebox zijn eveneens DNA-sporen van de verdachte op een slijptol en een handafdruk op een uitlaat aangetroffen. In de slaapkamer van medeverdachte [medeverdachte 1] is geschikte apparatuur voor het ontgrendelen, het omzeilen van de beveiliging en het stelen van Audi’s aangetroffen. Op basis van al deze omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien stelt de rechtbank vast dat verdachte met anderen verantwoordelijk is voor de goederen/voorwerpen in de garagebox aan de [straat 3] in Glanerbrug en de aldaar aanwezige goederen/voorwerpen voorhanden heeft gehad. Met betrekking tot de gereedschapskoffer en de decoupeerzaag ontbreekt de aangifte, zodat met betrekking tot deze voorwerpen niet blijkt dat deze gestolen zijn. Gelet op het voorgaande, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte wist dat de in de garagebox aanwezige goederen/voorwerpen van een misdrijf afkomstig waren en heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde medeplegen van opzetheling.

4.4

parketnummer 08/953017-17

4.4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen. Verdachte heeft de gestolen telefoon drie dagen na de beroving ingeleverd bij een pandjeshuis, verdachte voldoet aan specifieke kenmerken die de aangever van de dader geeft, de handtekening komt overeen, verdachte gebruikte bij de verkoop een pseudoniem, dat hij vaker gebruikt en hij heeft bij het afsluiten van het contract van de telefoon het woonadres van zijn zus opgeschreven.

4.4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak ten aanzien van het primair ten laste gelegde bepleit en ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Volgens de raadsvrouw kan niet worden vastgesteld dat verdachte de persoon is geweest die de betreffende diefstal heeft gepleegd. Het kort na de diefstal door aangever gegeven signalement past niet bij verdachte, terwijl het meer kenmerkende signalement pas zeven maanden later wordt gegeven. De camerabeelden van de dader brengt verbalisanten slechts tot het vermoeden dat het verdachte is. Verder staat allerminst vast dat verdachte gebruik heeft gemaakt van het account “ [alias 2] ” en is er geen vergelijkend onderzoek ingesteld naar de betreffende handtekeningen. Verdachte heeft de telefoon drie dagen na de diefstal ingeleverd, hieruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij degene is geweest die de telefoon heeft gestolen. Ten slotte heeft getuige [getuige 2] een ander persoon dan verdachte op de camerabeelden herkend.

4.4.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit de aangifte volgt dat iemand die zich via Facebook Messenger “ [alias 3] ” noemde, op 17 september 2017 in Enschede een smartphone van aangever [slachtoffer 3] wilde kopen. De koper stuurde via Facebook Messenger een bericht dat hij voor het appartement van [slachtoffer 3] stond en [slachtoffer 3] heeft hem de hal binnengelaten. De koper heeft een door [slachtoffer 3] opgesteld contract ondertekend. Nadat de koper wegging om, zoals hij beweerde, geld te pinnen, kwam hij terug, pakte de telefoon van aangever af en stak deze in zijn zak. Vervolgens liet de koper een in werking zijnde taser zien, waarbij hij tegen [slachtoffer 3] zei: “Kom mij niet achterna, niks doen”, waarna hij er met de telefoon vandoor ging.46

Uit de aangifte blijkt onder meer dat de dief tatoeages op zijn hand had. Uit een aanvullende aangifte blijkt dat in de aangifte abusievelijk niet is vermeld dat aangever [slachtoffer 3] ook heeft gezien dat de dader een tatoeage op zijn linkerhand had en dat dit mogelijk de letter “A” was. Daarnaast had aangever gezien dat de dader een gouden ring om zijn linker ringvinger droeg.47

Op een foto in het dossier is te zien dat verdachte onder meer de letter “A” op zijn linkerhand heeft staan en een gouden ring aan zijn linker ringvinger draagt.48 Dat heeft verdachte ook ter zitting bevestigd.

De rechtbank stelt verder vast dat verdachte degene is geweest die gebruik heeft gemaakt van het account met de naam [alias 3] , zijnde het account dat via Facebook Messenger contact heeft gehad met aangever en dat verdachte gebruik heeft gemaakt van de naam [alias 2] . [alias 3] is een niet bestaande naam, evenals de naam [alias 2] . Beide namen maken gebruik van Marketplace University Twente. Uit onderzoek door de politie blijkt dat de naam “ [alias 2] ” – sterk gelijkend op de naam “ [alias 3] ” – op Marketplace Twente University een fiets te koop aanbiedt. De bijgeplaatste foto kan een verbalisant aan de hand van het daarop te zien zijnde balkon met scheidingswand en een plantenbank met plant linken aan het adres [woonplaats] , het adres van de moeder van verdachte en – zo heeft verdachte ter terechtzitting verklaard - inmiddels ook van verdachte zelf. Verder heeft het account [alias 2] zes overeenkomstige vrienden met het account van verdachte. 49 De telefoon van aangever [slachtoffer 3] is op 20 september 2017 door verdachte bij een telefoonwinkel in Hengelo (O) verkocht voor € 480,--, hetgeen verdachte ter zitting ook heeft bekend.50

Op basis van deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld.

4.5

parketnummer 08/730007-19

Feit 1

4.5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit feit bewezen kan worden, gelet op de aangifte, de camerabeelden en het proces-verbaal van herkenning.

4.5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Het gezicht van de persoon achterop de aanrijdende scooter is namelijk niet goed zichtbaar, zodat er vraagtekens zijn te plaatsen bij de herkenning door een verbalisant. Daarbij is er slechts één verbalisant die stelt verdachte te hebben herkend.

4.5.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 10 juli 2018 doet [slachtoffer 1] aangifte van diefstal van zijn scooter op 9 juli 2018.51 Van deze diefstal zijn camerabeelden gemaakt, die door de politie worden bekeken. Daarop zien verbalisanten dat op 9 juli 2018 in Enschede twee op een scooter gezeten mannen komen aanrijden, waarna de bestuurder van die scooter afstapt. Even later rijdt deze bestuurder weg op de scooter van [slachtoffer 1] , gevolgd door de scooter waarop de andere man zit.52 Een wijkagent, die in zijn functie regelmatig met verdachte sprak, herkent op de foto’s de laatstgenoemde persoon als verdachte.53

Uit voorgaande bewijsmiddelen volgt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met een ander een scooter heeft gestolen.

Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van dit feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

  • -

    het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 23 juni 2018, pagina’s 94 en 95;

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 maart 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

parketnummer 08/770141-17:

1. Primair

hij in de periode van 21 april 2016 tot en met 22 april 2016 te Duiven, gemeente Duiven, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (type Audi A4, gekentekend [kenteken 1] ) toebehorende aan [bedrijf 1] B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

2

hij op 22 april 2016 te Glanerbrug, gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander, goederen, te weten

A. een personenauto (type Audi Q5, gekentekend [kenteken 2] )

en

B. diverse onderdelen of voorwerpen (waaronder motorblokken, versnellingsbakken, radio's, brandstoftanks, stoelen of banden uit

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 3] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 4] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 5] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 6] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 7] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 8] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 9] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 10] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 11] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 12] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 13] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 14] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Scirocco (kenteken [kenteken 15] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 16] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken 17] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 18] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken 19] ),

- een auto van het merk Volkswagen type Transporter (kenteken [kenteken 20] ),

- een auto van het merk Audi type A4 (kenteken [kenteken 21] )

en

C. diverse goederen en gereedschap, te weten

- een hogedrukreiniger (merk Hama),

- een spuitapparaat,

- een bankpas (SNS bank),

- een paspoort,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader telkens ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

parketnummer 08/953017-17:

hij op 17 september 2017 te Enschede, een mobiele telefoon, te weten een Samsung S8 plus,

die toebehoorde aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om zich die telefoon wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- nadat hij, verdachte, de mobiele telefoon in zijn zak had gestoken - die

[slachtoffer 3] dreigend een taser te tonen en deze te activeren (waardoor deze knetterde en flitste) en daarbij die [slachtoffer 3] de woorden toe te voegen: "Kom mij niet achterna, niks doen";

parketnummer 08/730007-19:

1.

hij op 9 juli 2018 te Enschede ( [straat 1] ), tezamen en in vereniging met een ander,

een scooter, die toebehoorde aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij op 22 juni 2018 te Enschede ( [straat 2] ) tezamen en in vereniging met een ander,

een scooter (Sym Mio 50), die toebehoorde aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen

met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de bewezenverklaring taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

met betrekking tot parketnummer 08/770141-17:

1 primair

het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2

het misdrijf:

medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd;

met betrekking tot parketnummer 08/953017-17:

het misdrijf:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, het bezit van het gestolene te verzekeren;

met betrekking tot parketnummer 08/730007-19:

feit 1 en 2:

telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarbij onder meer rekening is gehouden met het tijdsverloop en artikel 63 Sr.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft matiging van de strafmaat bepleit en gesteld dat indien alle feiten worden bewezen verklaard, een deel van de gevangenisstraf, gelet ook op het tijdsverloop en rekening houdend met artikel 63, voorwaardelijk dient te zijn.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een personenauto, waarbij gebruik werd gemaakt van een valse sleutel, alsmede de opzetheling van een Audi Q5 en een enorme hoeveelheid onderdelen van meerdere personenauto’s, alles binnen het luxe segment, van de merken Volkswagen en Audi. De auto’s werden in een garagebox geheel gestript en ontdaan van alle waardevolle onderdelen. De betreffende garagebox stond vol met diverse auto-onderdelen afkomstig van als gestolen opgegeven personenauto’s. De rechtbank neemt in aanmerking dat in deze zaak sprake is van heling van meerdere personenauto’s en van de onderdelen van bijna twintig als gestolen opgegeven auto’s, maar ook van gereedschap en diverse bescheiden. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van een afzetmarkt voor gestolen goederen.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een smartphone, waarbij hij het slachtoffer heeft bedreigd met een in werking gestelde taser. Dit betreft een bijzonder brutale diefstal, waarbij verdachte geen enkel respect toonde voor het bezit van een ander noch voor het slachtoffer zelf. Dat laatste geldt ook voor de diefstallen van de scooters, die tot veel ellende bij de slachtoffers aanleiding heeft geven, die immers hun kostbare bezit en vervoermiddel zijn kwijt geraakt en zich veel moeite moeten getroosten om vervangend vervoer te regelen en hun schade vergoed te krijgen. De rechtbank rekent dat verdachte ernstig aan. Verdachte heeft er ter zitting geen blijk van gegeven het strafbare van zijn handelen in te zien en toont geen inzicht in de ellende en het verdriet om verlies van eigendommen die/dat hij bij anderen veroorzaakt.

Rekening houdend met hetgeen in soortgelijke zaken als straf werd opgelegd, komt de rechtbank tot de conclusie dat een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur moet worden opgelegd.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van de verdachte van 14 januari 2019. Hieruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten als diefstal (in vereniging, met bedreiging met geweld) en bedreigingen. De rechtbank houdt ten nadele van de verdachte rekening met deze eerdere onherroepelijke veroordelingen, die verdachte er kennelijk niet van hebben weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 24 juli 2018 waaruit blijkt dat in een eerder stadium een reclasseringstoezicht is mislukt. Verdachte is besproken in een Top-X overleg van het Veiligheidshuis Twente (een overleg waarin casuïstiek wordt besproken met complexe problematiek) en hij staat te boek als zeer actieve veelpleger. Vanuit dit overleg worden er voor hulpverlening binnen een regulier ambulant dan wel klinisch kader geen mogelijkheden gezien. De reclassering adviseert een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft verder gelet op het bepaalde in artikel 63 Sr En in de zaken met parketnummer 08/770141-17 en 08/953017-17 rekening gehouden met het tijdsverloop.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst en hoeveelheid (van de) feiten, verdachtes documentatie en kijkend naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en een hogere gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank acht - alles afwegende - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij [naam 2]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 2.197,64, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Audi € 13.060,68;

  • -

    Kinderstoeltjes 2x € 100,--;

  • -

    Gevulde portemonnee € 400,--;

  • -

    Nieuwe aanvraag rijbewijs € 38,95;

  • -

    Nieuwe aanvraag paspoort € 64,75;

  • -

    Nieuwe aanvraag extra rijbewijs € 88,94;

  • -

    Steiner verrekijker € 849,--;

  • -

    Jas voor de jacht € 249,--;

  • -

    Jachtlaarzen, merk Meindel € 219,--;

  • -

    Zaklantaarn € 89,--;

  • -

    Diverse CD’s € 160,--;

  • -

    Koptelefoon dochter € 50,--;

  • -

    Zonnebril merk Joop € 139,--;

  • -

    Volle tank € 80,--;

Totaal materiële schade betreft € 15.588,32.

Door de verzekering vergoede schade betreft de volgende posten:

- Audi € 13.060,68;

- inboedel auto € 250,--.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard, nu er geen rechtstreeks verband is.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit primair dat de vordering gelet op de bepleitte vrijspraak moet worden afgewezen, subsidiair dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard meer subsidiair – als de rechtbank van oordeel is dat verdachte zich aan het feit schuldig heeft gemaakt – niet ontvankelijk vanwege een te zware belasting voor het strafproces, gelet op de complexiteit van de vordering.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering heeft betrekking op het onder parketnummer 08/770141-17 onder 2 ten laste gelegde. Ingevolge jurisprudentie van de Hoge Raad kan een benadeelde in een strafproces wanneer sprake is van het delict heling zich in beginsel voegen voor zijn schade, maar het hangt van de omstandigheden af of voldoende verband bestaat tussen de uit de bewijsmiddelen blijkende gedragingen en de heling om te kunnen spreken van rechtstreekse schade. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is niet komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 08/770141-17 onder 2 (medeplegen van opzetheling) rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [naam 2] .

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.2

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] BV

[naam 3] heeft zich namens [bedrijf 1] BV als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 3.344,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Reparatienota Care € 2.190,89;

  • -

    Nota Adviesbureau Schade € 963,81;

  • -

    Eurocross Assistance € 190,--.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] BV moet worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat, indien verdachte voor dit feit primair wordt veroordeeld, de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert aangezien het zonder nadere onderbouwing en nadere onderzoekshandelingen onmogelijk is om eenvoudig na te gaan wat de schade is geweest. De benadeelde partij dient daarom niet ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair dient het materiële deel fors te worden gematigd en dienen de nota van het adviesbureau Schade en de nota van Eurocross Assistance niet voor vergoeding in aanmerking te komen nu deze niet als rechtstreekse schade kunnen worden aangemerkt.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering heeft betrekking op het onder parketnummer 08/770141-17 feit 1 primair tenlastegelegde. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 primair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [bedrijf 1] BV. Deze schade vloeit aldus rechtstreeks voort uit het onder 1 primair ten laste gelegde feit. De opgevoerde schadeposten zijn, hoewel betwist, voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 april 2016.

8.3

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 650,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit een Samsung S8.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] moet worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt dat het materiële deel fors dient te worden gematigd omdat er van de dagwaarde moet worden uitgegaan. Bovendien is onduidelijk of de verzekeraar (een deel van) de schade heeft uitgekeerd.

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder parketnummer 08/953017-17 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet voldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.4

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit een scooter.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] moet worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in zijn vordering, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder parketnummer 08/730007-19 onder 1 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet voldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 950,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit een scooter.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] moet worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in haar vordering omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder parketnummer 08/730007-19 onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet voldoende betwist en (ter terechtzitting) voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd telkens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten zijn toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

met betrekking tot parketnummer 08/770141-17:

1 primair:

het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2

het misdrijf:

medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd;

met betrekking tot parketnummer 08/953017-17:

het misdrijf:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, het bezit van het gestolene te verzekeren;

Met betrekking tot parketnummer 08/730007-19:

feit 1 en 2:

telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Schadevergoeding

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [naam 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij [naam 2] de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 1] BV, vertegenwoordigd door [naam 3] , (parketnummer 08/770141-17 onder 1 primair) van een bedrag van € 3.344,70 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 april 2016), voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij [bedrijf 1] BV gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit met parketnummer 08/770141-17 onder 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.344,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 april 2016 ten behoeve van de benadeelde [bedrijf 1] BV, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 43 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] (parketnummer 08/953017-17) van een bedrag van € 650,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2017);

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 3] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit met parketnummer 08/953017-17 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 650,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2017 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 3] , met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 13 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (parketnummer 08/730007-19 onder 1) van een bedrag van € 450,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2018);

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit met parketnummer 08/730007-19 onder 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2018 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 1] , met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 9 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (parketnummer 08/730007-19 onder 2) van een bedrag van € 950,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2018);

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit met parketnummer 08/730007-19 onder 2tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 950,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2018 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 2] , met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 19 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, voorzitter, mr. A.M. Rikken en mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2019.

Mr. Bos is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit telkens pagina’s uit dossiers van de Politie eenheid Oost-Nederland, te weten met betrekking tot parketnummer 08/770141-17: het onderzoek ON2RO16068 Shikoku van 28 januari 2017; met betrekking tot parketnummer 08/770232-18: Districtsrecherche Twente, registratienummer 2017432928 van 31 mei 2018; met betrekking tot parketnummer 08/730007-19: district Twente, registratienummer PL0600-2019022511, van 15 januari 2019. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , pagina 709.

3 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , pagina 715.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , pagina 716.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] , pagina 1277 – 1280.

6 Het proces-verbaal van identiteitsonderzoek onderdelen, met bijlagen, pagina 798 – 842.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] van 21 mei 2015, pagina 1350 – 1352.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 6] van 17 mei 2015, pagina 1353 – 1355.

9 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 7] van 9 september 2015, pagina 1356 – 1359.

10 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 8] van 9 september 2015, pagina 1360 – 1363

11 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 9] van 10 november 2015, pagina 1364 – 1367

12 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 10] van 11 november 2015, pagina 1368 – 1371.

13 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 11] van 12 november 2015, pagina 1372 – 1375.

14 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 12] van 11 januari 2016, pagina 1376 – 1379.

15 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 13] van 15 januari 2016, pagina 1380 – 1383.

16 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 14] van 1 februari 2016, pagina 1384 – 1387.

17 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 15] van 6 februari 2016, pagina 1388 – 1391.

18 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 16] van 9 februari 2016, pagina 1392 – 1395.

19 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 17] van 1 maart 2016, pagina 1396 – 1398.

20 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 18] van 1 maart 2016, pagina 1399 – 1401.

21 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 19] van 2 maart 2016, pagina 1402 – 1405.

22 Het proces-verbaal van aangifte van politieacademie LSOP van 2 april 2016, pagina 1406 – 1409.

23 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 20] van 5 april 2016, pagina 1410 – 1413.

24 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 21] van 9 april 2016, pagina 1414 – 1417

25 Het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 21] van 18 april 2016, pagina 1418 – 1430.

26 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] van 12 april 2016, pagina 1431 – 1434.

27 Het proces-verbaal van doorzoeking garageboxen [nummers] , [straat 3] te Glanerbrug, pagina 56 – 59.

28 Het proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen goederen met fotobladen, pagina 743.

29 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 22] van 22 maart 2016, pagina 1474 – 1477.

30 Het proces-verbaal van bevindingen ontvangen track-and-trace informatie Audi Q5, pagina 901.

31 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , pagina 714.

32 Het proces-verbaal individualisatie n.a.v. dactyloscopische sporen, pagina 1001 – 1004.

33 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 mei 2017, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

34 Het proces-verbaal individualisatie n.a.v. dactyloscopische sporen, pagina 1005.

35 Het rapport dactyloscopisch onderzoek, pagina 1503 – 1506.

36 Het proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 912.

37 Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] , pagina 1037 – 1040.

38 Het rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek, pagina 963 – 968.

39 Het proces-verbaal, pagina 1018 – 1020.

40 Het proces-verbaal, pagina 995 – 996.

41 Het proces-verbaal sporenonderzoek van verbalisant [verbalisant] , pagina 910-916, en het deskundigenverslag te weten een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek n.a.v. een voertuigdiefstal, van dr. S. van Soest van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 6 januari 2017, pagina 995 – 1000.

42 Het proces-verbaal sporenonderzoek van verbalisant [verbalisant] , pagina 910-916, en het deskundigenverslag te weten een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek n.a.v. een voertuigdiefstal, van dr. S. van Soest van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 22 augustus 2016, pagina 963 – 967.

43 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , pagina 1219 – 1236.

44 Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] , pagina 24-16.

45 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , pagina 868 -876. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , pagina 879.

46 Het proces-verbaal aangifte, pagina 1 en 2.

47 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , pagina 9.

48 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , pagina 63.

49 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , pagina 42.

50 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , pagina 39.

51 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 54 en 55.

52 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 58.

53 Het proces-verbaal herkenning persoon van verbalisant [verbalisant] , pagina 62.