Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:937

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-01-2019
Datum publicatie
21-03-2019
Zaaknummer
7259837 CV EXPL 18-5365
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2019:947
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Vraag is of eiser, als huurder, moet meewerken aan de verbouwings- en renovatiewerkzaamheden aan het appartementencomplex waarin hij woont. Daarbij is van belang of er sprake is van dringende werkzaamheden en ook of de woningstichting als verhuurder een redelijk renovatievoorstel heeft gedaan aan de huurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 7259837 CV EXPL 18-5365

Vonnis van 22 januari 2019

in de zaak van

[X] ,
wonende te Zwolle,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen [X] ,

gemachtigde: mr. E.J. Loos,

tegen

de stichting WONINGSTICHTING OPENBAAR BELANG,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen Openbaar belang,

gemachtigde: mr. M.E. Dekker.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 23 oktober 2018

- de conclusie van antwoord in reconventie

- de brief van 16 november 2018 van mr. Loos met een onderdeel van productie 12 bij

conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van op 19 november 2018 gehouden comparitie van partijen en de reactie daarop van 18 december 2018 van mr. Loos.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[X] huurt sinds 1 mei 1993 van Openbaar Belang de woning, plaatselijk bekend [adres 1] te Zwolle (hierna: de woning). De woning van [X] is gelegen in een appartementencomplex van drie verdiepingen met portiekflats onder een schuin dak. Dit complex (blok 1) is eigendom van Openbaar belang. De woning van [X] is een hoekappartement op de derde etage. Bij zijn woning behoort een zolder, direct gelegen onder het schuine dak.

2.2.

Naast het complex waarin zich de woning van [X] bevindt (woonblok 1), staan nog twee appartementencomplexen met woningen die eigendom zijn van Openbaar Belang (de woonblokken 2 en 3). De woonblokken 1, 2 en 3 zijn alle gebouwd in of omstreeks 1958.

2.3.

Openbaar belang is voornemens werkzaamheden te doen verrichten die zien op onderhoud en verbeteringen van de drie woonblokken. In verband hiermee heeft Openbaar Belang een renovatievoorstel gedaan aan de bewoners (huurders) van de woonblokken, waaronder [X] , in de vorm van een bewonersbrochure van 25 juni 2018, en voorts een maatwerkaanbod van 2 oktober 2018 aan [X] . Hieruit volgt onder meer dat de werkzaamheden zullen leiden tot verhoging van de huurprijs en verhoging van de servicekosten.

2.4.

De gemeente Zwolle heeft bij besluit van 25 juni 2018 vergunning verleend (omgevingsvergunning) aan Openbaar Belang in verband met de voorgenomen onderhouds- en renovatiewerkzaamheden.

2.5.

Bij het besluit van 25 juni 2018 tot de vergunningverlening behoort de ‘Notitie Gevelgeluidwering’ van 14 juni 2018 van Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V. te Zwolle (hierna Nieman en het rapport Nieman). In het rapport Nieman is onder meer vermeld dat aangetoond moet worden dat de gevelgeluidwering ten minste voldoet aan het rechtens verkregen niveau en dat Nieman de bestaande gevelgeluidwering heeft vergeleken met de nieuwe situatie. In het rapport Nieman zijn in dat verband berekeningen gemaakt.

2.6.

Tevens behoort bij het besluit van 25 juni 2018 tot de vergunningverlening het rapport ‘Energieconcepten’ van 26 april 2018 van Nieman (hierna energieconcepten) over energiegebruik in de woningen na de renovatie.

2.7.

[X] heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning. De hoorzitting naar aanleiding van het bezwaar heeft inmiddels plaatsgehad. De gemeente Zwolle heeft nog geen uitspraak gedaan over het bezwaar van [X] .

2.8.

Bij brief van 25 juli 2018 heeft Openbaar Belang aan [X] bericht dat tenminste 70% van de bewoners van de het bouwblok waarin [X] woont heeft ingestemd met het renovatievoorstel en dat daardoor het voorstel wordt vermoed redelijk te zijn zodat de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd. Daarbij is in de brief vermeld dat [X] in een gerechtelijke procedure de redelijkheid van het voorstel kan laten toetsen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[X] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat het voorstel van Openbaar Belang tot renovatie van de portiekflats aan de [adres 2] tot en met [adres 3] te Zwolle onredelijk is, met veroordeling van Openbaar Belang in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Openbaar Belang voert verweer. Hierna zal voor zover nodig worden ingegaan op de stellingen van partijen.

in reconventie

3.3.

Openbaar Belang vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

  1. een verklaring voor recht dat dat het renovatievoorstel een redelijk voorstel is in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW en dat [X] aan dit voorstel is gebonden;

  2. [X] te veroordelen om vanaf de zevende dag na betekening van dit vonnis de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de dringende werkzaamheden en de renovatie als beschreven in de vastgestelde bewonersbrochure en aangevuld met het maatwerkaanbod van 2 oktober 2018 te gedogen en daaraan, ter uitsluitende beoordeling van Openbaar belang alle noodzakelijke medewerking te verlenen, waaronder de door met uitvoering van de werkzaamheden belaste perso(o)n(en) toe te laten voor de uitvoering van die werkzaamheden;

  3. [X] te veroordelen de woning aan de [adres 1] in Zwolle binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen en tevens te verlaten, een en ander telkens voor de duur dat dit voor Openbaar Belang noodzakelijk is om de hiervoor onder 2 bedoelde werkzaamheden te kunnen uitvoeren;

  4. [X] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.4.

[X] voert verweer. Hierna zal voor zover nodig worden ingegaan op de stellingen van partijen.

4 De beoordeling in conventie en reconventie

samenhang van de vorderingen

4.1.

De vorderingen in conventie en reconventie houden verband met elkaar, in die zin dat als de vorderingen in conventie worden toegewezen, de vorderingen in reconventie moeten worden afgewezen, en vice versa. De vorderingen in conventie en reconventie zullen daarom hierna gezamenlijk worden beoordeeld.

dringende werkzaamheden

4.2.

In geschil is of een aantal van de beoogde werkzaamheden, te weten het werk aan het dak, de balkons en de kozijnen, alsmede het verwijderen van asbest, dringende werkzaamheden zijn in de zin van artikel 7:220 lid 1 BW. Op grond van artikel 7:220 lid 1 BW moet de huurder gedurende de huurtijd gelegenheid geven om dringende werkzaamheden te verrichten. Van dringende werkzaamheden is sprake als die niet zonder nadeel kunnen worden uitgesteld – tot na de huurtijd. Het moet dus gaan om werkzaamheden die bij uitstel tot extra kosten of tot schade of nadeel zouden kunnen leiden.

4.3.

[X] heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken dat de dakconstructie oud is en dat het dak her en der lekt. Daarmee staat voldoende vast dat het gehele dak dringend vervangen moet worden, ook als het boven de zolder van [X] (nog) niet lekt.

4.4.

[X] heeft ook niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat de kozijnen behoren tot de eerste generatie kunststofkozijnen, die niet meer gerepareerd kunnen worden als die kapot gaan, en dat ze versleten en dringend aan vervanging toe zijn. Daardoor staat ook voldoende vast dat de vervanging van de kozijnen tot de dringende werkzaamheden behoren.

4.5.

[X] heeft voorts niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken dat de balkons sinds 2017 worden gestut door stempels en dat dit betekent dat dringend werkzaamheden moeten worden verricht aan de balkons. Daarmee staat voldoende vast dat ook het werk aan de balkons dringend is.

4.6.

Verwijdering van asbest is eveneens dringend, omdat het zich mogelijk bevindt in het dak en op het balkon. Nu de werkzaamheden aan het dak en het balkon dringend zijn, brengt dat mee dat asbest verwijderd moet worden, voor zover aanwezig in het dak en op het balkon. [X] zal geen last hebben van asbestverwijdering. Hij heeft ter zitting verklaard gebruik te zullen gaan maken van het aanbod van Openbaar Belang om zich tijdens de werkzaamheden tijdelijk elders te laten huisvesten door Openbaar Belang.

redelijk voorstel

4.7.

Voor zover het gaat om renovatiewerkzaamheden, hoeft [X] die werkzaamheden op grond van artikel 7:220 lid 2 BW slechts te gedogen en dient hij aan het kunnen verrichten van die werkzaamheden slechts zijn medewerking te verlenen, als Openbaar Belang een redelijk renovatievoorstel heeft gedaan aan [X] . In dat kader is van belang dat op grond van artikel 7:220 lid 3 BW het voorstel wordt vermoed redelijk te zijn als ten minste 70% van de huurders van het woonblok waarin de woning van [X] is gelegen, heeft ingestemd met het renovatievoorstel. Vaststaat dat (tenminste) 70% van de huurders van zijn woonblok met het renovatievoorstel van Openbaar Belang heeft ingestemd. Dit betekent dat het renovatievoorstel wordt vermoed redelijk te zijn en dat het aan [X] is om dit vermoeden te ontzenuwen, nu hij het renovatievoorstel van Openbaar Belang onredelijk vindt.

4.8.

[X] heeft daartoe een aantal zaken aangevoerd die hieronder verder zullen worden beoordeeld. Daarbij wordt als uitgangspunt genomen dat voor beantwoording van de vraag of een renovatievoorstel al dan niet redelijk is, gelet moet worden op de belangen van de huurder. In dat verband spelen de navolgende omstandigheden een rol. De aard van de werkzaamheden, de noodzaak van de medewerking van de huurder, de financiële consequenties voor de verhuurder (bij niet-medewerking van de huurder), de huurprijsverhoging en de mogelijkheid van een vervangend huurobject voor de huurder (MvT Kamerstukken II 1997/98, 26089, 3, p. 31).

isolatie

4.9.

Openbaar Belang is in het kader van de renovatie voornemens om in de ruimte onder de woningen, waar zich de bergingen en garages van de huurders bevinden, PIR-isolatie aan te brengen. [X] verzet zich daartegen. Volgens [X] brengt Openbaar Belang, in strijd met de op haar rustende wettelijke zorgplicht, de veiligheid en de gezondheid van de huurders in gevaar door gebruik te maken van PIR-isolatiemateriaal. [X] voert daarvoor aan dat PIR-isolatie brandgevaarlijk is en in geval van brand zeer giftige stoffen uitstoot.

4.10.

Volgens Openbaar Belang zal er geen sprake zijn van een brandgevaarlijke situatie, met name niet door de wijze waarop het PIR-isolatiemateriaal wordt gebruikt. Het zit verpakt tussen twee platen die elk zijn voorzien van een beton-laag, dat als één geheel (als een sandwich) wordt bevestigd aan de plafonds van de bergingen en de garages onder de woningen. Daarbij heeft Openbaar belang verklaard dat met deze sandwichconstructie wordt voldaan aan de eisen in het Bouwbesluit.

4.11.

[X] heeft niet betwist dat het PIR-isolatiemateriaal, in een sandwichconstructie, verpakt zal zitten tussen twee platen en dat die platen elk zijn voorzien van een beton-laag. Verder heeft [X] niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken dat wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Vast staat dat de gemeente Zwolle de omgevingsvergunning heeft afgegeven. Daarbij dienen de plannen van Openbaar Belang te worden getoetst aan het Bouwbesluit. Het is niet aan de kantonrechter om te beoordelen of de gemeente op goede gronden tot het besluit is gekomen om de omgevingsvergunning te verlenen. Een en ander leidt ertoe dat, nu (een begin van) concrete onderbouwing van het gestelde brand- en gezondheidsgevaar niet is gegeven door [X] , aan nadere bewijslevering van het gestelde gevaar voor veiligheid en gezondheid niet wordt toegekomen en er aldus onvoldoende reden bestaat om de conclusie te trekken dat de keuze voor PIR-isolatie het renovatieplan van Openbaar Belang tot een onredelijk renovatievoorstel maakt.

zonnepanelen

4.12.

[X] vreest dat de zonnepanelen hem meer gaan kosten dan dat die hem gaan opleveren aan besparing op zijn energienota. Hij voert hiervoor aan dat de maandelijkse servicekosten in verband met de zonnepanelen gaan stijgen, dat Openbaar Belang geen zogenoemde Stepsubsidie heeft aangevraagd en dat hij een (veel) lager energiegebruik heeft dan gemiddeld.

4.13.

Openbaar Belang voert het navolgende verweer. De Stepsubsidie is wel aangevraagd, om daarmee de verhoging van de servicebijdragen zo laag mogelijk te kunnen houden. Helaas kan de Step-subsidie niet worden verstrekt omdat de ‘subsidiepot’ inmiddels leeg is. Openbaar Belang staat in verband hiermee op een wachtlijst. De verwachting is niet dat de subsidie nog verstrekt zal gaan worden. Desondanks kunnen de zonnepanelen ook voordeel opleveren voor [X] . Iedere huurder krijgt zijn eigen zonnepanelen. De elektriciteit die daarmee wordt opgewekt hoeft de huurder niet te betrekken van het elektriciteitsnet. Dat leidt over het algemeen tot een lagere energierekening voor de huurders.

4.14.

[X] heeft ter zitting niet weersproken dat Openbaar Belang wel de Stepsubsidie heeft aangevraagd en dat die (nog) niet is toegekend omdat de ‘subsidiepot’ leeg is. Verder heeft te gelden dat [X] tegenover het verweer van Openbaar Belang onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat de zonnepanelen voor hem zullen leiden tot een onredelijke kostenverhoging. Hij heeft niets overgelegd dat (een begin van) onderbouwing kan zijn van zijn stelling dat de zonnepanelen hem per saldo door extra servicekosten meer zullen kosten dan dat de panelen aan besparingen opleveren. Aan nadere bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. Daarbij komt nog dat de afweging tussen de zonnepanelen en de hoogte van de servicekosten niet enkel en alleen een financiële behoeft te zijn. In deze tijd van klimaatverandering maakt energiebesparing tegenover enige kostenstijging het renovatievoorstel niet automatisch onredelijk. Aldus bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende reden om aan te nemen dat het renovatievoorstel in verband met de zonnepanelen een voor [X] onredelijk voorstel behelst.

zolder

4.15.

Aanvankelijk heeft [X] het standpunt ingenomen dat na de renovatie de ventilatiemogelijkheden op de zolder zullen zijn verslechterd en dat hij daardoor en door de draagconstructie van het nieuwe dak niet het gebruik van de zolder kan maken dat hij er thans van maakt. Hij slaapt op zolder, studeert daar, bereidt daar exposities voor en gebruikt de zolder als kunstopslag. In verband met het gebruik dat hij van de zolder maakt, heeft [X] ook zelf voorzieningen aangebracht op de zolder. Die moeten allemaal verdwijnen, zonder dat daarvoor een vergoeding is aangeboden, en evenmin voor de ontruiming van de zolder. Daarbij kan [X] de zolder niet zonder hulp ontruimen. Ook zal er een goede opslagruimte moeten komen voor zijn kunstwerken.

4.16.

Ter zitting is gebleken dat Openbaar Belang in het maatwerkaanbod d.d. 2-10-2018 (dan wel tijdens de bespreking daarvan met [X] ) op al deze punten kosteloos maatwerk heeft aangeboden aan [X] . Vervolgens heeft [X] zijn bezwaren voor wat betreft de zolder laten varen. De vraag of sprake is van een onredelijk renovatie voorstel is in dit verband dan ook niet meer aan de orde.

schoorsteen en cv-ketel

4.17.

Openbaar Belang is voornemens de bestaande schoorsteen in het woonblok van [X] te verwijderen. De schoorsteen wordt thans nog gebruikt als rookkanaal ten behoeve van gaskachels voor de woningen die zijn gelegen onder de woning van [X] . Na de renovatie zullen de gaskachels zijn verdwenen. Alle woningen in het woonblok zullen dan zijn voorzien van cv-ketels. [X] heeft nimmer gebruikgemaakt van de schoorsteen, omdat hij geen gaskachel heeft. Zijn woning was bij aanvang van de huurovereenkomst al voorzien van een cv-ketel. [X] wil in de toekomst wel gebruik gaan maken van de schoorsteen, als rookkanaal van (bijvoorbeeld) een milieuvriendelijke pelletkachel, in het kader van duurzame bijverwarming. Verder wil hij zijn huidige cv-ketel behouden.

4.18.

Ter zitting heeft Openbaar Belang verklaard dat [X] zijn huidige cv-ketel mag behouden, overeenkomstig de wens van [X] . In zoverre is geen sprake van een onredelijk renovatievoorstel. Dat geldt ook met betrekking tot de schoorsteen. [X] maakt geen gebruik van de schoorsteen. [X] gaat er dan ook niet op achteruit als de schoorsteen wordt verwijderd. Daarbij geldt dat [X] , tegen de achtergrond dat de woning – onweersproken – beter geïsoleerd zal zijn als gevolg van de renovatie, onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat hij in de toekomst de schoorsteen nodig zal hebben in het kader van duurzame bijverwarming. Openbaar Belang heeft bovendien aangekondigd dat [X] voor een dergelijke kachel geen toestemming zal krijgen. Al met al wordt niet toegekomen aan nadere bewijslevering en bestaat ook in dit verband onvoldoende reden om te oordelen dat het renovatievoorstel jegens [X] onredelijk is.

geluidsoverlast

4.19.

[X] stelt dat de renovatie ertoe zal leiden dat hij meer geluidsoverlast van zijn buren in het woonblok zal ondervinden. Hij voert daarvoor aan dat, na de renovatie, geluid niet goed meer naar buiten kan door de nieuwe buitengevels. Het geluid zal zich daardoor meer dan thans het geval is, door de plafonds en de binnenmuren gaan verplaatsen. Daarbij komt dat er gaten in de vloeren worden geboord. Door die gaten zal het geluid zich ook verplaatsen. Die gaten worden geboord voor het aanbrengen van centrale verwarming. Nu hebben de woningen gelegen onder de woning van [X] – zoals hiervoor al is overwogen – nog gaskachels. Ook zal het geluid zich meer door de spouw gaan verplaatsen, via de scheuren en de kieren in het binnenspouwblad die niet hersteld worden. Via de scheuren en kieren komt het geluid uit de woningen in de spouw. Nu wordt dat geluid in de spouw nog geabsorbeerd door de steenwol die sinds de renovatie van 1984 in de spouw aanwezig is. Die steenwol wordt vervangen door resolschuim, een hard kunststof isolatiemateriaal (afgewerkt met een laagje steenwol van 20 mm) dat niet de geluidsabsorberende kwaliteit heeft van steenwol. Volgens [X] is in de rapportages van Nieman onvoldoende rekening gehouden met het bovenstaande. Het rapport Nieman betreft alleen de gevelgeluidwering, dus het geluid dat van buiten komt. Verder gaan de beide rapportages van Nieman uit van de situatie in 1958. De rapporten houden geen rekening met de renovatie in 1984. Volgens [X] hadden geluidsmetingen verricht moeten worden, waarbij de huidige situatie wordt vergeleken met de te verwachten situatie na de renovatie.

4.20.

Openbaar Belang voert aan dat geen sprake is van geluidverplaatsing in de door [X] veronderstelde wijze, te weten dat na de voorgenomen renovatie het geluid zich meer binnen in het gebouw verplaatst omdat het niet meer goed naar buiten kan. Na de renovatie dringt er niet méér geluid door de binnenmuren en vloeren, aldus Openbaar Belang. Wel zullen de bewoners het geluid van de buren na de renovatie (eerst) meer opmerken, omdat dan, als gevolg van de nieuwe buitengevel, veel minder geluid van buiten hoorbaar zal zijn. Daardoor valt het geluid dat van binnen komt meer op, maar binnen neemt het geluidsniveau op zich niet toe, aldus Openbaar Belang. Volgens Openbaar Belang kloppen de berekeningen van Nieman en waren geluidsmetingen niet nodig, omdat de vloeren en binnenmuren niet zullen veranderen door de renovatie.

4.21.

Nu [X] gemotiveerd stelling neemt tegen de inhoud van de rapportages van Nieman en vaststaat dat er geen geluidsmetingen zijn verricht waarbij de huidige geluidssituatie is vergeleken met de verwachte geluidssituatie na de renovatie, acht de kantonrechter het voorshands nodig een deskundigenbericht in te winnen en daartoe de heer ir. M.A. Wolfert, van Peutz, te Groningen als onafhankelijk en onpartijdig deskundige te benoemen. Ir. Wolfert is reeds benaderd door de rechtbank en heeft verklaard in te zullen stemmen met een benoeming. Ir. Wolfert heeft het navolgende onderzoek voorgesteld, en daarbij de navolgende kosten genoemd.

  • -

    Beoordeling huidige opbouw gevel middels tekeningen en documenten en een inspectie ter plaatse waarbij onder andere de kwaliteit van het binnenspouwblad wordt beoordeeld als ook de eventueel aanwezige spouwisolatie. Dit laatste zal plaatsvinden middels het boren van gaten in de buitengevel of het eventueel verwijderen van enkele metselstenen.

  • -

    Beoordeling toekomstige opbouw gevel middels tekeningen en documenten.

  • -

    Bepaling te verwachten toe- of afname van de geluidisolatie tussen twee aangrenzende appartementen.

  • -

    Bepaling te verwachten toe- of afname van de gevelgeluidwering.

  • -

    Advies indien de geluidisolatie tussen twee appartementen afneemt ten gevolge van de renovatie.

Alle opdrachten aan Peutz worden aanvaard, uitgevoerd en berekend volgens 'De Nieuwe Regeling 2011; Rechtsverhouding opdrachtgever - architect, ingenieur en adviseur' (DNR 2011). In dit geval lijkt het Peutz het meest realistisch de regeling volgens artikel 53 toe te passen, dat wil zeggen de berekening van de honorering op basis van bestede tijd. Op grond van ervaring met vergelijkbare projecten beraamt Peutz de kosten van voornoemde onderzoeks- en advieswerkzaamheden op [bedrag x] tot [bedrag y] exclusief btw. Genoemd bedragen zijn inclusief een inspectie ter plaatse, doch exclusief de navolgende onderdelen:

  • -

    exclusief aanvullende besprekingen

  • -

    exclusief laboratoriumonderzoek indien een ongebruikelijke gevelconstructie wordt toegepast waarvan de akoestische eigenschappen onbekend zijn

  • -

    exclusief kosten derden zoals huur hoogwerker indien op hoogte gaten geboord dienen te worden in het buitenblad

  • -

    exclusief kosten aannemer om stenen uit het buitenblad te verwijderen.

4.22.

De rechtbank is voornemens om de navolgende vragen te stellen aan de te benoemen deskundige.

  • -

    Kunt u aangeven wat het huidige geluidsniveau is in de woning van [X] .

  • -

    Kunt u aangeven wat het te verwachten geluidsniveau in de woning van [X] zal zijn na de renovatie.

  • -

    Kunt u aangeven of en in hoeverre het te verwachten geluidsniveau in de woning van [X] een verslechtering is ten opzichte van het huidige geluidsniveau en, indien dat het geval, hoe dat kan worden opgelost en wat daarvan de kosten zijn.

  • -

    Zijn er nog punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling.

4.23.

Voordat tot benoeming van de deskundige wordt overgegaan zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over de persoon van de deskundige, en over de voor te leggen vragen.

4.24.

Ten aanzien van de kosten van een deskundigenbericht overweegt de rechtbank dat in beginsel het voorschot op de kosten van de deskundige dient te worden voldaan door [X] , in het kader van het door hem te leveren tegenbewijs. Nu [X] op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand procedeert, zal het voorschot op de kosten van de deskundige worden voorgeschoten door de Staat, ingeval van benoeming van de deskundige. De partij die uiteindelijk deze procedure verliest, zal worden veroordeeld in de proceskosten en in dat verband ook de deskundigenkosten moeten dragen. Voor de duidelijkheid wijst de rechtbank erop dat dit betekent dat als [X] de procedure verliest, hij dan de kosten van de deskundige dient te vergoeden aan de Staat, ondanks de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hij zal dan daartoe een rekening ontvangen.

Slot

4.25.

Uit al het vorenstaande volgt dat het renovatievoorstel slechts als onredelijk jegens [X] geldt als in voldoende mate moet worden verwacht dat [X] als gevolg van de renovatie meer geluidsoverlast zal hebben dan thans het geval is, en dan alleen op dit punt. In verband hiermee zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over de hiervoor in de rechtsoverwegingen 4.21 en 4.22 aangekondigde deskundigenrapportage.

4.26.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 februari 2019 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage, over de persoon van de deskundige en over de voor te leggen vragen, zoals hiervoor is verwoord in rechtsoverwegingen 4.21 en 4.22;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2019.