Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:827

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
12-03-2019
Zaaknummer
C/08/228529 / KG ZA 19-35
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2019:828
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Conventionele vordering tot betaling van een geldsom. Onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat een onmiddellijke voorziening moet worden getroffen. Volgt afwijzing bij gebreke van een spoedeisend belang. Reconventionele vordering niet beoordeeld, omdat de voorwaarde waaronder deze was ingesteld, niet wordt vervuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/228529 / KG ZA 19-35

Vonnis in kort geding van 6 maart 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PHJ AUTOMATION B.V.,

gevestigd te Neede,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R. Bijlsma te Arnhem,

tegen

[X] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. G.W. Weenink te Almelo.

Partijen zullen hierna PHJ Automation en [X] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties;

  • -

    de door [X] ingediende producties en (voorwaardelijke) eis in reconventie;

  • -

    de mondelinge behandeling, waar beide partijen zijn verschenen (PHJ Automation

vertegenwoordigd door de heer [A] ), bijgestaan door hun advocaten. Van het

verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt;

- de pleitnota van [X] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

2.1.

[X] is 100% aandeelhouder van [B] Beheer B.V.

2.2.

De heer [A] is 100% aandeelhouder van [C] Beheer B.V.

2.3.

[B] Beheer B.V. en [C] Beheer B.V. houden ieder 50% van de aandelen van [D] Holding B.V..

2.4.

[D] Holding B.V. houdt aandelen in twee werkmaatschappijen:

[E] B.V. en PHJ Automation.

PHJ Automation houdt zich bezig met de verkoop, ontwikkeling, productie en inbedrijfstelling van geautomatiseerde systemen, vooral in de kunststofverwerkende industrie.

2.5.

Tussen [D] Holding B.V. en [X] is eveneens een kort geding procedure aanhangig bij deze rechtbank onder zaaknummer 228521 KG ZA 19-34.

De zaken hangen nauw met elkaar samen en worden daarom gelijktijdig behandeld.

In de zaak tussen [D] Holding B.V. en [X] wordt separaat vonnis gewezen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

PHJ Automation vordert samengevat - veroordeling van [X] tot betaling van een bedrag van € 75.000,--, met veroordeling van [X] in de proceskosten alsmede de nakosten.

3.2.

PHJ Automation legt - samengevat - aan haar vordering ten grondslag dat tussen [D] Holding B.V. en [X] in de periode voor 12 april 2018 een

rekening-courant verhouding is ontstaan en dat [X] uit dien hoofde een bedrag van € 44.000,51 aan [D] Holding B.V. verschuldigd is. Over het afbetalen van deze schuld zijn meermalen afspraken gemaakt, die [X] niet (volledig) is nagekomen. Mede hierdoor zijn de aandeelhouders van [D] Holding B.V., [B] Beheer B.V. en [C] Beheer B.V., gebrouilleerd geraakt. Dit heeft er in geresulteerd dat [B] Beheer B.V. haar aandelen aan [C] Beheer B.V. te koop heeft aangeboden en sindsdien geen bemoeienis meer heeft met de gang van zaken bij zowel PHJ Automation als [D] Holding B.V.. Op 21 december 2018 heeft

[X] , zonder overleg en zonder rechtsgrond, € 75.000,-- van de rekening van

PHJ Automation naar zijn privérekening overgeboekt. Hierdoor is de totale schuld van

[X] aan [D] Holding B.V. en de aan haar gelieerde dochtervennootschappen opgelopen tot € 119.000,51. PHJ Automation en [D] Holding B.V. dreigen hierdoor in de positie terecht te komen dat zij niet langer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Ondanks meerdere betalingsverzoeken en sommaties weigert [X] het bedrag van € 75.000,-- terug te storten op de rekening van PHJ Automation.

3.3.

[X] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van PHJ Automation, met veroordeling van PHJ Automation in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.4.

[X] vordert - onder de voorwaarde dat de vordering in conventie geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen - dat de voorzieningenrechter:

I. aan deze veroordeling de voorwaarde verbindt dat betaling van de vordering alleen plaats zal vinden als ABN Amro Bank N.V. schriftelijk jegens [X] heeft bevestigd dat [X] is ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank, voor zover dit betrekking heeft op het krediet dat de [D] -vennootschappen, althans

[E] B.V. gebruiken c.q. gebruikt bij

ABN Amro Bank N.V. en;

II. te gebieden dat de (mede)bestuurder en aandeelhouder, de heer [A] , van voornoemde vennootschappen zijn onvoorwaardelijke medewerking zal verlenen aan het ontslag van [X] uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid jegens

ABN Amro Bank N.V., op straffe van verbeurte van een dwangsom;

III. een en ander met veroordeling van PHJ Automation, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in (voorwaardelijke) reconventie.

3.5.

PHJ Automation voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen, zowel in conventie als in (voorwaardelijke) reconventie, wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Aan de orde is een vordering tot betaling van een geldsom. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar

- kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.2.

Aan het meest verstrekkende verweer van [X] , dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om van de onderhavige zaak kennis te nemen, zal voorbij worden gegaan. [X] heeft weliswaar betoogd dat partijen een aandeelhoudersovereenkomst hebben gesloten en dat in artikel 8 van die overeenkomst is bepaald dat alle geschillen zullen worden behandeld en beslist door één of meer scheidsmannen, maar dit is door PHJ Automation betwist en door [X] niet aannemelijk gemaakt. In zijn pleitnota vermeldt [X] dat de aandeelhoudersovereenkomst als productie 2 in het geding zou zijn gebracht, maar de voorzieningenrechter heeft deze bij de producties niet aangetroffen.

4.3.

[X] heeft betwist dat PHJ Automation een voldoende spoedeisend belang heeft om in kort geding een bevel tot betaling te krijgen. In het licht van die betwisting is de voorzieningenrechter van oordeel dat PHJ Automation het spoedeisend belang bij haar vordering onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. PHJ Automation heeft immers niet meer gesteld dan dat zij en [D] Holding B.V., vanwege de rekening-courant positie van [X] in relatie tot [D] Holding B.V. in combinatie met de overboeking van een bedrag van € 75.000,-- door [X] van de rekening van

PHJ Automation naar zijn privérekening, in de positie terecht dreigen te komen dat zij niet langer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Aan die stelling legt PHJ Automation enkel een e-mail van haar boekhouder ten grondslag met de volgende inhoud: “Gezien de financiële situatie waarin PHJ Automation B.V. zich bevindt en waar het probeert uit te komen, is het absoluut niet verantwoord dat er gelden uit de B.V. worden onttrokken voor niet-PHJ Automation B.V. gerelateerde kosten en schulden. De ontvangen gelden/voorschot-bedragen zijn nodig om de nieuwe opdrachten uit te kunnen voeren, af te kunnen ronden en zo winst te behalen om de financiële huishouding verder op orde te krijgen.”

4.4.

[X] heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat PHJ Automation hiermee onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat een onmiddellijke voorziening moet worden getroffen. Het hiervoor genoemde e-mailbericht dateert van ruim twee maanden geleden (27 december 2018) en is in het geheel niet (cijfermatig) onderbouwd. Dit klemt temeer nu [X] onweersproken heeft gesteld dat hij al geruime tijd geen inzicht meer heeft in de administratie van PHJ Automation en

[D] Holding B.V.

4.5.

De conclusie luidt dan ook dat de vordering van PHJ Automation, bij gebreke van een spoedeisend belang, moet worden afgewezen. De overige stellingen van partijen behoeven derhalve geen bespreking.

4.6.

PHJ Automation zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:

- griffierecht € 914,--

- salaris advocaat € 816,--

Totaal € 1.730,--.

in (voorwaardelijke) reconventie

4.7.

Met de beslissing dat de conventionele vordering niet toewijsbaar is, komt de voorzieningenrechter aan de beoordeling van de vordering in reconventie niet toe, aangezien door die beslissing de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering was ingesteld, niet wordt vervuld.

4.8.

[X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van PHJ Automation worden begroot op:

- salaris advocaat € 408,-- (factor 0,5 × tarief € 816,--)

Totaal € 408,--.

4.9.

De voorzieningenrechter zal de proceskostenveroordeling in (voorwaardelijke) reconventie ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

wijst de vordering van PHJ Automation af,

5.2.

veroordeelt PHJ Automation in de proceskosten, aan de zijde van [X] tot op heden begroot op € 1.730,--,

5.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in (voorwaardelijke) reconventie

5.4.

wijst de vordering van [X] af,

5.5.

veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van PHJ Automation tot op heden begroot op € 408,--,

5.6.

verklaart dit vonnis in (voorwaardelijke) reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2019.