Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:800

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-03-2019
Datum publicatie
07-03-2019
Zaaknummer
08/710871-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel verlengt de terbeschikkingstelling met 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710871-11

Datum beslissing: 7 maart 2019

Beslissing van de rechtbank Overijssel, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van de officier van justitie ten aanzien van de terbeschikkinggestelde:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats] ,

verblijvende in de FPK in Assen .

1 De aanleiding

Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 29 mei 2012 is onder meer de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, na bewezenverklaring van de misdrijven:

  • -

    telkens: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

  • -

    een afbeelding van een seksuele gedraging en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

De maatregel is ingegaan op 14 januari 2013. De maatregel is laatstelijk verlengd op 16 maart 2017 door de rechtbank Overijssel en eindigt, behoudens nadere voorziening, op 14 januari 2019.

2 De stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

  • -

    het op grond van artikel 509o Sv uitgebrachte adviesrapport van de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) Assen. Het adviesrapport van de kliniek is op 12 november 2018 opgemaakt en ondertekend door [naam 1] , Regiebehandelaar en GZ-psycholoog, en [naam 2] , plaatsvervangend hoofd van de inrichting en psychiater;

  • -

    de wettelijke aantekeningen over de periode van 1 januari 2017 tot 1 januari 2018, over de periode van 9 januari 2018 tot en met 23 april 2018 en over de periode van augustus 2018 tot 30 oktober 2018.

3 De procedure

De officier van justitie heeft op 5 december 2018 een vordering tot verlenging van de

terbeschikkingstelling met een periode van twee jaren ingediend.

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 21 februari 2019. De officier van justitie mr. L. Ruessink en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman

mr. P.A. Speijdel, advocaat in Enschede, zijn op de vordering gehoord.

Als getuige-deskundige is op de zitting gehoord [naam 1] , GZ-psycholoog en psychotherapeut.

4. De standpunten van de officier van justitie en de raadsman met de terbeschikkinggestelde

Ter zitting heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd en hebben de terbeschikkinggestelde en de raadsman met de vordering ingestemd.

5 De beoordeling

Het verlengingsadvies van de kliniek

- Diagnostiek

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van pedofilie, een pervasieve ontwikkelingsstoornis NAO en een persoonlijkheidsstoornis NAO met afhankelijke en ontwijkende kenmerken. Daarnaast is sprake van een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling door autismespectrumproblematiek, die in samenhang met belastende ervaringen, heeft geleid tot chronische sociale aansluitingsproblemen. De terbeschikkinggestelde heeft een aanhoudend gevoel van miskenning ontwikkeld, dat door pestervaringen in de puberteit is versterkt. In de kinderjaren is mogelijk sprake geweest van ADHD. Druk gedrag of gebrekkige concentratie wordt op volwassen leeftijd niet meer waargenomen, maar de terbeschikkinggestelde ervaart wel snel chaos in zijn hoofd.

- Recidiverisico

Doordat de terbeschikkinggestelde snel het overzicht kwijtraakt bij oplopende spanningen, hij hulp nodig heeft bij het tijdig signaleren van valkuilen en hij de neiging heeft zich bij negatieve emoties terug te trekken uit de samenwerking, is er onvoldoende risicomanagement wanneer de terbeschikkinggestelde op vrijwillige begeleiding aangewezen zou zijn. In dat geval loopt het recidiverisico op. Naar verwachting heeft de terbeschikkinggestelde, gezien zijn lage verwerkingssnelheid en moeite met generaliseren van aangeleerd gedrag, een langere periode nodig om te oefenen met vrijheden en het aanvaarden van hulp bij het herkennen en hanteren van probleemgedrag. Wanneer dit in een gedwongen kader plaatsvindt is er minder risico op het op zichzelf terugtrekken en zijn eigen koers varen zonder zijn valkuilen te onderkennen. Het recidiverisico kan dan beperkt worden tot laag.

Het recidiverisico bij beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt op de lange termijn als matig tot hoog ingeschat. Hoewel de terbeschikkinggestelde geen slachtoffers meer wil maken kan hij, wanneer hij onvoldoende structuur ervaart en emotioneel ontregeld raakt, zich in situaties begeven waarin hij de controle over zijn seksuele verlangens verliest. Van belang is dat hij altijd een vorm van begeleiding en toezicht blijft houden en dat op termijn COSA betrokken wordt (bij plaatsing in een woonvorm in de eigen regio).

- Verlengingsadvies

Wanneer de terbeschikkinggestelde voldoende in samenwerking is met begeleiders die hem helpen met het toepassen van zijn vaardigheden, hij zinvolle dagbesteding heeft en er een gedwongen kader is waaraan hij zich dient te houden, is de noodzaak van verblijf en behandeling in de FPK niet meer aanwezig. Het behandelteam heeft opnieuw transmuraal verlof aangevraagd, zodat overplaatsing naar de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) de Diepen mogelijk wordt, waar hij zijn vaardigheden in een minder beveiligde setting kan oefenen. Aangezien hij moeite heeft zijn vaardigheden en inzichten te generaliseren, is de verwachting dat er voor elke stap tijd genomen moet worden om zijn gedrag in te slijten. Ook zal het bij hem enige tijd kosten om gewend te raken aan nieuwe mensen in zijn omgeving met wie hij moet samenwerken. Vanuit de FPA kan gezocht worden naar een meer permanente woonvoorziening in de vorm van forensisch begeleid wonen met uiteindelijk doel overplaatsing naar een woonvorm in Deventer speciaal voor mensen met een autisme spectrumstoornis.

De kliniek adviseert om de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen.

De toelichting van de getuige-deskundige ter zitting

Ter zitting heeft de getuige-deskundige - zakelijk weergegeven - verklaard dat transmuraal verlof is aangevraagd en dat de terbeschikkinggestelde inmiddels een aantal begeleide verloven heeft gehad. Naar verwachting is op korte termijn duidelijk wat er ten aanzien van het transmuraal verlof wordt besloten. De terbeschikkinggestelde verbleef in het kader van transmuraal verlof in de FPA Transfore te Deventer. Nadat de terbeschikkinggestelde rond oktober 2017 een terugval had door te kijken naar (legale) filmpjes en afbeeldingen met daarop jonge, blote kinderen is het transmuraal verlof een jaar ingetrokken en de terbeschikkinggestelde teruggeplaatst naar FPK Assen. FPK Assen is een vertrouwde omgeving voor de terbeschikkinggestelde en er wordt onderzocht of de terbeschikkinggestelde begeleid kan wonen op het terrein. Dat moet via de weg van de geleidelijkheid om het nu goed te laten slagen. Het traject gaat nog zeker twee jaren duren.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt allereerst vast dat op de vordering tot verlenging niet uiterlijk twee maanden na de dag waarop de vordering is ingediend, is beslist. De rechtbank acht dit ongewenst, maar volstaat met de constatering dat genoemde termijn is overschreden.

Gelet op de inhoud van het verlengingsadvies en het besprokene ter zitting is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten telkens met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

De rechtbank stelt vast dat de terbeschikkinggestelde zich gedurende het traject op een positieve wijze heeft ontwikkeld en daarin het nodige heeft bereikt. Het blijkt ook dat er nog stappen moeten worden gezet en dat hiervoor de tijd moet worden genomen, met name nu de terbeschikkinggestelde eind september 2017 een terugval heeft gehad en is teruggeplaatst naar de kliniek. Het transmuraal verlof voor overplaatsing naar FPA ‘De Diepen’ is aangevraagd en het uiteindelijke doel is doorstromen naar beschermd wonen. Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, is het recidiverisico nog niet voldoende ingedamd. Het recidiverisico op een seksueel delict is thans nog matig tot hoog en hoewel de terbeschikkinggestelde tot op heden goed reageert op de behandelingen kost het tijd om de gedragsveranderingen te bestendigen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat het traject van resocialisatie zeker nog enige jaren zal duren. De komende periode is nodig voor de overplaatsing naar een FPA en om daar goed in te bedden, van waaruit gekeken zal worden naar de mogelijkheden die de terbeschikkinggestelde heeft voor verdere uitstroom. Van belang is dat de terbeschikkinggestelde stabiel blijft functioneren. Gezien de problematiek van de terbeschikkinggestelde dient dit proces geleidelijk en zorgvuldig te verlopen.

De rechtbank zal de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren verlengen.

5 De wettelijke voorschriften

De verlenging is gegrond op de artikelen 38d en 38e Wetboek van Strafrecht en de artikelen 509o, 509s en 509t Sv.

6 De beslissing

De rechtbank:

- verlengt de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mr. C. Verdoold en

mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2019.

Mr. Bos is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.