Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:705

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
12-03-2019
Zaaknummer
08/730171-18, 08/770245-18 en 08/069338-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 49-jarige man tot een gevangenisstraf van 9 maanden en TBS met dwangverpleging. De man heeft zich in minder dan twee jaar schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten, waaronder een poging tot zware mishandeling, een bedreiging met de dood en drie mishandelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/730171-18, 08/770245-18 en 08/069338-18 (ttz gevoegd)

Datum vonnis: 26 februari 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1970 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

nu verblijvende in PPC te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 februari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. N. Huisman en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. J.A.A.M. Rupert, advocaat te Haaksbergen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 08/730171-18

feit 1: [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

feit 2: [slachtoffer 2] met zware mishandeling en/of de dood heeft bedreigd;

Parketnummer 08/770245-18

feit 1: [slachtoffer 3] met zware mishandeling en/of de dood heeft bedreigd;

feit 2: heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] zwaar te mishandelen en/of haar heeft mishandeld;

feit 3: de eerbaarheid heeft geschonden door op een openbare plek zijn geslachtsdeel te tonen;

Parketnummer 08/069338-18

feit 1: [slachtoffer 4] heeft mishandeld;

feit 2: [slachtoffer 5] heeft mishandeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Parketnummer 08/730171-18

1.

hij op of omstreeks 09 mei 2018,

in de gemeente Enschede,

een persoon, genaamd [slachtoffer 1] , heeft mishandeld,

door genoemde [slachtoffer 1] met de al dan niet tot vuist gebalde hand in

het gezicht en/of tegen het hoofd te stompen of te slaan;

2.

hij op of omstreeks 20 juni 2018,

in de gemeente Arnhem,

een persoon, genaamd [slachtoffer 2] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen

het leven gericht en/of met zware mishandeling,

immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk dreigend genoemde [slachtoffer 2]

toegevoegd de woorden: "Jij moet nu zorgen, dat ik mijn spullen

terug krijg anders ...." en/of "Ik kan gewooon zijn deur open maken en dan

regel ik het zelf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of heeft hij (vervolgens en/of daarbij) opzettelijk dreigend een mes ter

hand genomen en/of opengeklapt ten overstaan van genoemde [slachtoffer 2]

en/of getoond aan - en/of gericht op (de borst van) genoemde [slachtoffer 2] ,

en/of heeft hij (daarbij) opzettelijk dreigend genoemde [slachtoffer 2]

toegevoegd de woorden: "Want deze heb ik ook nog. [naam] heeft hem misschien

van mijn kamer gehaald, maar ik heb hem toch terug" en/of "Ik heb geen coke

nodig om gekke dingen te doen, ik kan beter iets doen dan kom ik terug in de

gevangenis en dan kom ik bij mijn zoon", althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking;

Parketnummer 08/770245-18

1.

hij op of omstreeks 03 september 2016 te Brakel, gemeente Zaltbommel,

[slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht

en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 3] met een/de hand(en) om/bij de keel/hals vast te pakken

en/of (vervolgens)

de keel/hals van die [slachtoffer 3] dicht te knijpen en/of te drukken en/of

terwijl die [slachtoffer 3] op haar buik op een bed lag en hij, verdachte,

boven op haar zat/lag, een arm om de nek/hals van die [slachtoffer 3] te

slaan/leggen en/of (vervolgens) die arm(klem) aan te trekken en/of (daarbij)

de keel/hals dicht te drukken en/of (daarbij)

tegen die [slachtoffer 3] in diens oor te fluisteren:”Ik maak je dood, ik maak

je doooooood”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 03 september 2016 te Brakel, gemeente Zaltbommel,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [slachtoffer 3]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

voornoemde [slachtoffer 3] (met kracht) op een bed heeft gegooid en/of

(vervolgens) tegen een muur heeft gegooid en/of (vervolgens) met zijn,

verdachtes, hand(en) de keel/hals heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt

gehouden en/of een arm om de nek/hals heeft geslagen/gelegd en/of (vervolgens)

die arm(klern) heeft aangetrokken en (daarbij) de keel/hals heeft dichtgedrukt

en/of dichtgedrukt gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 03 september 2016 te Brakel, gemeente Zaltbommel,

[slachtoffer 3] heeft mishandeld

door die [slachtoffer 3]

(met kracht) op een bed te gooien en/of tegen een muur te gooien en/of

(krachtig) met zijn, verdachtes, hand(en) de keel/hals van die [slachtoffer 3]

dicht te drukken en/of dichtgedrukt te houden en/of (vervolgens) een arm om de

nek/hals van die [slachtoffer 3] te slaan/leggen en/of (daarbij) die arm(klem)

aan te trekken en (daarbij) de keel/hals dicht te drukken en/of dichtgedrukt

te houden;

3.

hij op of omstreeks 24 april 2017 te Spijk, gemeente Lingewaal,

de eerbaarheid heeft geschonden

op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten [straat]

,

door zijn, verdachtes, broek te laten zakken en/of (vervolgens) zijn

geslachtsdeel te tonen;

Parketnummer 08/069338-18

1.

hij op of omstreeks 27 juni 2017 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas

en Waal [slachtoffer 4] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 4] (met kracht) te

slaan/stompen tegen diens hoofd, althans tegen diens lichaam;

2.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel

[slachtoffer 5] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 5] (met kracht)

meermalen te slaan/stompen tegen diens hoofd, althans tegens diens

lichaam en/of te schoppen/trappen tegen diens been, althans tegen diens

lichaam.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De officier van justitie heeft zijn standpunt ten aanzien van parketnummer 08/730171-18 feit 1 en de feiten onder parketnummer 08/069338-18 steeds gebaseerd op de verklaringen van de aangevers en de (deels) bekennende verklaring van verdachte. Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 08/730171-18 heeft de officier van justitie zijn standpunt gebaseerd op de verklaring van aangever, die voor een gedeelte steun vindt in de verklaring van verdachte. Ten aanzien van parketnummer 08/770245-18 feiten 1 en 2 heeft de officier van justitie zijn standpunt gebaseerd op de verklaring van de aangeefster, die voor een gedeelte steun vindt in de verklaring van verdachte, alsmede op de bevindingen van de verbalisanten. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de verklaring van aangeefster, die voor een gedeelte steun vindt in de verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 van parketnummer 08/730171-18 gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft geslagen, zodat sprake is van een eenvoudige mishandeling. De raadsvrouw heeft vrijspraak van feit 2 bepleit. De raadsvrouw heeft eveneens vrijspraak van de feiten 1 en 3 van parketnummer 08/770245-18 bepleit, omdat de verklaringen van de aangeefster niet worden gesteund door ander bewijs. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van feit 2 van parketnummer 08/770245-18 en de feiten van parketnummer 08/069338-18 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Parketnummer 08/730171-18

Feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

  • -

    het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 9 mei 2018, pagina’s 4 tot en met 6;

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 februari 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat het gebruik door verdachte van de ten laste gelegde bewoordingen, voor zover die al wettig en overtuigend zijn te bewijzen, op zichzelf geen bedreiging in de zin van artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht opleveren en dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte daarbij dreigend een opengeklapt mes ter hand heeft genomen. De rechtbank komt gelet hierop tot de conclusie dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen en spreekt verdachte hiervan vrij.

4.3.2

Parketnummer 08/770245-18

De rechtbank stelt de volgende feiten vast.

Feiten 1 en 2

Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte haar op 3 september 2016, nadat zij verdachte te kennen had gegeven dat ze geen seks met hem wilde, heeft opgepakt, over zijn schouders heeft geslingerd en op bed heeft gegooid. Toen aangeefster uit bed wist te komen, pakte verdachte haar weer vast en gooide haar wederom op bed, waarbij aangeefster met haar lichaam tegen de muur kwam. Aangeefster zei tegen verdachte dat hij haar met rust moest laten en probeerde zijn handen weg te duwen, maar verdachte pakte vervolgens met een hand de keel van aangeefster vast en kneep. Toen aangeefster die hand weg wist te krijgen, sloeg verdachte, terwijl aangeefster op haar buik lag en verdachte bovenop haar zat, met zijn arm om de nek van aangeefster. Verdachte kneep haar keel hard dicht waardoor aangeefster geen lucht kreeg en zij vervolgens verdachte in haaroor hoorde fluisteren: ‘ik maak je dood, ik maak je dooood’. Aangeefster verloor vervolgens het bewustzijn.

Aangeefster is op 4 september 2016 naar de huisarts gegaan. De huisarts heeft in zijn medisch bericht melding gemaakt van drukpijn bij de hals, de onderrug en aan de buitenzijde van de bovenbenen, alsmede van een hematoom op de buitenzijde van het linker bovenbeen. Er leken tevens enkele kleine hematomen aan de buitenzijde van het rechterbovenbeen te ontstaan. Tijdens een gesprek met de politie op 5 september 2016 hebben de verbalisanten waargenomen dat aangeefster erg hees klonk en dat zij diverse blauwe plekken op de armen dan wel schouders had. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij aangeefster op 3 september 2016, op haar verzoek, uit Brakel heeft opgehaald en dat aangeefster vertelde dat verdachte met haar had lopen gooien, haar had gewurgd en tijdens het wurgen op zachte toon ‘ik maak je dood’ zei.

Verdachte heeft erkend dat hij aangeefster bij de strot heeft gepakt, maar heeft de overige ten laste gelegde handelingen ontkend. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster te twijfelen, aangezien zij consistent en geloofwaardig heeft verklaard en haar verklaring wordt ondersteund door de bevindingen van de verbalisanten, het medische bericht van de huisarts en de de auditu-verklaring van getuige [getuige] . De rechtbank acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Aangeefster heeft verklaard dat er op 24 april 2017 een man met een Chevrolet voor het hek bij haar woning stond die boos was, omdat een door hem gekochte, en door de echtgenoot van aangeefster gerepareerde, quad kapot was gegaan. De man trok vervolgens op enig moment zijn broek naar beneden, waardoor zijn geslachtsdeel zichtbaar was. De man gaf aangeefster even later een papieren onderbroek.

Verdachte heeft ontkend dat hij zijn broek heeft laten zakken en zijn geslachtsdeel heeft getoond, maar de rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster, aangezien zij consistent en geloofwaardig heeft verklaard en delen van haar verklaring worden ondersteund door de verklaring van verdachte, waaronder het onderdeel omtrent de boosheid over de quad en de papieren onderbroek. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan.

4.3.3

Parketnummer 08/069338-18

Feit 1

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat verdachte hem op 27 juni 2017 bij een tankstation in Beneden-Leeuwen met zijn vuist tegen zijn hoofd heeft geslagen. Verdachte heeft ter zitting van 12 februari 2019 bekend dat hij [slachtoffer 4] heeft geslagen, maar hij heeft gesteld dat hij handelde uit noodweer, omdat [slachtoffer 4] hem bij zijn benen greep. Van een noodweersituatie is de rechtbank echter niet gebleken, nu uit de verklaring van [slachtoffer 4] en de bevindingen van de verbalisanten naar aanleiding van door hen bekeken camerabeelden volgt dat verdachte begon met het uitdelen van een klap aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 4] verdachte pas nadien bij zijn benen heeft gepakt. De rechtbank verwerpt derhalve het beroep op noodweer en acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.2

  • -

    het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] van 20 juni 2017, pagina’s 52 tot en met 54;

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 februari 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor en de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

Parketnummer 08/730171-18

1.

hij op 09 mei 2018, in Enschede,

[slachtoffer 1] , heeft mishandeld,

door [slachtoffer 1] in het gezicht te slaan;

Parketnummer 08/770245-18

1.

hij op 03 september 2016 te Brakel, gemeente Zaltbommel,

[slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

door die [slachtoffer 3] met een hand bij de keel/hals vast te pakken

en vervolgens

de keel/hals van die [slachtoffer 3] dicht te knijpen en

terwijl die [slachtoffer 3] op haar buik op een bed lag en hij, verdachte,

boven op haar zat/lag, een arm om de nek/hals van die [slachtoffer 3] te

slaan en daarbij de keel/hals dicht te drukken en daarbij

tegen die [slachtoffer 3] in haar oor te fluisteren: ”Ik maak je dood, ik maak

je doooooood”;

2. primair

hij op 3 september 2016 te Brakel, gemeente Zaltbommel,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [slachtoffer 3]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

voornoemde [slachtoffer 3] met kracht op een bed heeft gegooid en

tegen een muur heeft gegooid en vervolgens met zijn,

verdachtes, hand de keel/hals heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt gehouden

en een arm om de nek/hals heeft geslagen en daarbij de keel/hals heeft dichtgedrukt

en dichtgedrukt gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 24 april 2017 te Spijk,

de eerbaarheid heeft geschonden

op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten [straat]

,

door zijn, verdachtes, broek te laten zakken en zijn geslachtsdeel te tonen;

Parketnummer 08/069338-18

1.

hij op 27 juni 2017 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal

[slachtoffer 4] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 4] met kracht te

slaan/stompen tegen diens hoofd;

2.

hij op 20 juni 2017 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel,

[slachtoffer 5] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 5]

meermalen te slaan/stompen tegen diens lichaam.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlasteleggingen voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaringen. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 239, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08/730171-18

feit 1: het misdrijf: mishandeling;

Parketnummer 08/770245-18

feiten 1 en 2: de eendaadse samenloop van:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, en

het misdrijf: poging tot zware mishandeling;

feit 3: het misdrijf: schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.

Parketnummer 08/069338-18

feiten 1 en 2: telkens het misdrijf: mishandeling.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 278 dagen met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd, met een bevel tot verpleging van overheidswege.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte zelf graag hulp wil, maar nooit de behandeling heeft gekregen die hij verdient. De raadsvrouw heeft gesteld dat een terbeschikkingstelling met dwangverpleging zich niet verhoudt met de aard en ernst van de feiten en heeft de rechtbank verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen met eventueel een korte voorwaardelijke straf, waarbij aan de reclassering de opdracht dient te worden gegeven om een geschikte woonplek en therapie voor verdachte te zoeken.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich in minder dan twee jaar schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten, waaronder een poging tot zware mishandeling, een bedreiging met de dood en drie mishandelingen. Verdachte heeft zijn toenmalige vriendin, toen zij geen seks met hem wilde, op bed gegooid en haar geprobeerd te wurgen terwijl hij met zijn grote en zware lijf op haar tengere lichaam zat en tegen haar zei dat hij haar dood zou maken. Het slachtoffer is daarbij het bewustzijn verloren en heeft later, toen verdachte in slaap was gevallen, het huis kunnen ontvluchten. Het hele gebeuren heeft begrijpelijkerwijs veel impact op het slachtoffer gehad. Ook bij de andere bewezen verklaarde feiten werden de slachtoffers min of meer verrast door het forse agressieve gedrag van verdachte, waarbij verdachte meende in zijn recht te staan omdat er in zijn beleving sprake was van een misstand. Zo heeft verdachte een medewerker van [stichting 1] in het gezicht geslagen, omdat deze medewerker in de ogen van verdachte misbruik maakte van een cliënt door hem met een bladblazer te laten werken zonder gehoorbescherming. Dit agressieve gedrag moet steeds erg beangstigend voor de slachtoffers zijn geweest.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten, waaronder in 2017. De rechtbank houdt rekening met het bepaalde in artikel 63 Sr.

De rechtbank heeft kennis genomen van de over verdachte opgemaakte pro justitia rapportage van psychiater F. Harmanny-Wiersma van 31 december 2018. Daaruit komt onder meer naar voren dat bij verdachte sprake is van een ernstige persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Tevens is sprake van niet aangeboren hersenletsel (hierna: NAH) en een stoornis in het gebruik van alcohol. De stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten en hebben de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloed. Alleen bij de schennispleging is het niet goed mogelijk om een verband met de stoornissen van verdachte te leggen. Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde verdachte in verminderde mate toe te rekenen. Verdachte vindt vanuit zijn narcistische en antisociale persoonlijkheidstrekken dat hij het recht in eigen handen mag nemen als in zijn beleving niemand wat doet aan bepaalde misstanden. Vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis en NAH heeft verdachte een sterk verminderd vermogen om zijn impulsen te onderdrukken en zijn emoties en agressie te controleren. De kans op gewelddadige recidive wordt als hoog ingeschat. Verdachte vertoont in de PI in Zwolle ook fors dreigend gedrag. De NAH kan niet worden genezen en behandelpogingen gericht op de persoonlijkheidsstoornis hebben niet iets opgeleverd. De behandeling zal moeten worden gericht op het creëren van een context waarin verdachte minder prikkels en stress ervaart en waarin hij anderen minder overlast zal bezorgen en minder een gevaar zal zijn voor anderen. Een klinische setting lijkt zeker in het begin wenselijk, omdat verdachte sterk de neiging heeft zijn eigen koers te varen en zich niets aan te trekken van wat anderen zeggen. Een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht of een terbeschikkingstelling met voorwaarden lijkt niet haalbaar, omdat verdachte eerder gestelde voorwaarden bij herhaling heeft geschonden. Een terbeschikkingstelling met dwangverpleging is een optie.

De rechtbank heeft eveneens kennis genomen van de over verdachte opgemaakte pro justitia rapportage van klinisch psycholoog M. Kemink van 31 december 2018. Daaruit komt onder meer het volgende naar voren. Verdachte kampt met een persoonlijkheidsstoornis met borderline en narcistische kenmerken en met NAH. De stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde strafbare feiten en hebben de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloed. De stoornissen versterken de mate van impulsiviteit en agressiviteit en vanuit de persoonlijkheidsstoornis is de gewetensfunctie lacunair, zeker op momenten van zowel emotionele overprikkeling als overprikkeling door NAH. Geadviseerd wordt om verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen. De kans op recidive wordt als zeer hoog ingeschat, aangezien de stoornissen de impulsiviteit ten aanzien van gevoelens van woede versterken en verdachte zeer weinig vermogen heeft om zichzelf te remmen en bij te sturen. Daar komt bij dat de bereidheid tot samenwerking slechts in geringe mate aanwezig is. Behandeling om het recidivegevaar te beperken is niet mogelijk en begeleiding is eveneens moeilijk gelet op de problemen met samenwerking. Een juridisch kader met voorwaarden heeft gelet op het onvermogen van verdachte om een samenwerkingsverband op te bouwen en te continueren, hetgeen bij herhaling is mislukt, geen kans van slagen. Externe beïnvloeding en structuur kan het beste worden geboden binnen een kliniek of een gespecialiseerde en intensieve vorm van woonbegeleiding of beschermd wonen. Een terbeschikkingstelling met dwangverpleging is een vorm die meer houvast biedt.

De rechtbank is op basis van deze adviezen van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten verdachte in verminderde mate toegerekend kunnen worden.

Uit het rapport van de reclassering van 4 februari 2019 blijkt dat een eerder in 2017 opgelegd reclasseringstoezicht is mislukt. Hoewel destijds vele inspanningen zijn verricht om verdachte onderdak en behandeling aan te bieden liet verdachte in de eerste woonvorm intimiderend, grensoverschrijdend en agressief gedrag tegenover begeleiders en medebewoners zien. Ook gebruikte hij, tegen de regels in, alcohol en drugs. Gesprekken bij het FACT-team verliepen moeizaam en moesten vaak worden afgebroken wegens verbale agressie door verdachte. In mei 2018 maakte verdachte zich binnen de woonvorm schuldig aan een mishandeling. In juni 2018 werd verdachte vervolgens verdacht van bedreiging van een medewerker van [stichting 2] . De reclassering onderstreept dat een nieuw reclasseringstoezicht onuitvoerbaar is, gelet op het eerdere mislukte toezicht, het huidige toestandsbeeld van verdachte (waaronder zijn dreigende gedrag in de PI) en de hoge risico’s voor hulpverlenend personeel.

De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Voorts zal aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling worden opgelegd.

Ten tijde van de bewezen verklaarde feiten leed verdachte aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De door verdachte begane strafbare feiten onder parketnummer 08/770245-18 betreffen een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld dan wel een misdrijf zoals genoemd in artikel 37a Sr. De rechtbank acht op grond van de inhoud van de rapportages van voornoemde deskundigen Harmanny-Wiersma en Kemink het gevaar voor herhaling bij verdachte groot, waardoor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel, alsmede verpleging van overheidswege eist.

De rechtbank overweegt dat de terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 08/730171-18 heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij heeft verzocht verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 600,--wegens immateriële schade.

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 08/069338-18 heeft [slachtoffer 5] zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces, maar geen bedrag aan schadevergoeding gevorderd van verdachte.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer 1] .

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] dient te worden afgewezen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 08-730171-18, feit 1

De rechtbank is van oordeel dat voldoende onderbouwd en aannemelijk is dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het bewezenverklaarde immateriële schade heeft opgelopen. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag van € 600,-- naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid en gelet op hetgeen in vergelijkbare zaken is toegewezen, als geleden schade van immateriële aard toewijsbaar is.

De rechtbank wijst de vordering derhalve toe, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

9 mei 2018.

Parketnummer 08/069338-18, feit 2

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft weliswaar gesteld dat hij door het bewezenverklaarde immateriële schade heeft geleden, maar hij heeft de door hem gestelde geleden schade niet op een geldbedrag begroot, waardoor het verzoek naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gespecificeerd. De rechtbank zal de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 37a, 37b, 55 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 2 van parketnummer 08/730171-18 heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1 van parketnummer 08/730171-18 en het tenlastegelegde onder de parketnummers 08/770245-18 en 08/069338-18 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 08/730171-18

feit 1: het misdrijf: mishandeling;

Parketnummer 08/770245-18

feiten 1 en 2: de eendaadse samenloop van:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, en

het misdrijf: poging tot zware mishandeling;

feit 3: het misdrijf: schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.

Parketnummer 08/069338-18

feiten 1 en 2: telkens het misdrijf: mishandeling;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel terbeschikkingstelling

- gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld;

- beveeltdat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd;

- verstaat dat de terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht

is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer

personen;

schadevergoeding

parketnummer 08/069338-18, feit 2

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

parketnummer 08/730171-18, feit 1

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 600,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 600,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2018, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 11 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en

mr. R.M. van Vuure, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Wilmink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2019.

Buiten staat

Mr. Van Vuure is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Parketnummer 08/770245-18

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met de nummers [nummer 1] en [nummer 2] van 28 maart 2018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feiten 1 en 2

1. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 30 oktober 2016, pagina’s 29 tot en met 39, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 3 september 2016 in Brakel, gemeente Zaltbommel bleef ik zeggen tegen [verdachte] dat ik geen seks wilde, maar hij bleef zeggen dat hij het wel wilde. Op een gegeven moment pakte hij me op, slingerde me over zijn schouder en nam me mee naar boven naar de slaapkamer. Bovengekomen gooide hij me op bed en ik mocht er niet meer uit. Ik probeerde elke keer omhoog te komen maar hij bleef me terug duwen. Op een gegeven moment wist ik toch twee benen uit bed te krijgen maar toen pakte hij me vast en gooide me weer hard op bed waarbij ik ook met mijn lichaam tegen de muur kwam. Toen heb ik gezegd : He gast, laat me nu met rust. Hij bleef me maar vastpakken bij mijn schouders en ik bleef zijn handen proberen weg te duwen. Hij pakte toen met een hand mijn keel vast en kneep. Ik wist die hand weg te krijgen en toen sloeg hij zijn arm om mijn nek en terwijl ik op mijn buik lag en hij bovenop me met zijn 120 kilo, kneep hij mijn keel hard dicht waardoor ik echt geen lucht meer kreeg. Ik hoorde hem in mijn oor fluisteren "ik maak je dood, ik maak je doooooood".

2. Een geschrift, zijnde een medisch bericht van M.J. Pos, arts, van 4 september 2016, pagina’s 116 en 117, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Patiënt: [slachtoffer 3] , [geboortedatum 2]

Contactdatum: 04-09-16

ODS: Hals: Drukpijn mediaan ventraal alsook dorsale halsmusculatuur. Mn pijn bij prox aanhechting aan schedel rechts. Volledige ROM maar eindstandig diffuus pijnlijk. Ovaal hematoom (4-5cm diameter) op buitenzijde linker bovenbeen.

Diffuus drukpijn gehele onderrug, met name- rechts- paravértebraal:

Diffuus drukpijn buitenzijde bovenbenen, rechts lijken enkele

kleine (l-2cm diameter) hematomen te ontstaan.

3. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2016, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina’s 26 tot en met 28, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Verbalisanten hebben diverse blauwe plekken waargenomen op armen/schouders van [slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] ) en tijdens het gesprek was ze erg hees.

4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 20 december 2017, pagina’s 64 tot en met 68, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik werd die ochtend op 3 september 2016 gebeld door [slachtoffer 3] . Ze zei: "Kom me alsjeblieft halen". Ze was nog in Brakel. Ik ben met de auto snel naar Brakel gereden. In de auto vertelde ze dat ze verwurgd was. Verder vertelde ze dat [verdachte] met haar had lopen gooien. Ze heeft wel vier of vijf keer verteld dat [verdachte] haar tijdens het wurgen op een zachte toon zei: "Ik maak je dood".

Feit 3

1. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] van 28 april 2017, pagina’s 123 tot en met 126, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik woon aan [straat] in Spijk, gemeente Lingewaal. Op 24 april 2017 stond er een man voor mijn hek

Ik zag dat hij op mij af liep, vervolgens zag ik dat hij met zijn beide handen zijn broek naar beneden deed tot aan zijn knieën. Ik zag vervolgens dat zijn geslachtsdeel zichtbaar was.

2. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 februari 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik ging naar de woning toe om verhaal te halen. Die vrouw kwam vervolgens naar buiten. .

Parketnummer 08/069338-18

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 3] van 21 april 2018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

1. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 27 juni 2017, pagina’s 9 tot en met 11, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 27 juni zag ik bij het tankstation in Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal [verdachte] staan. Ik zag en voelde dat ik een klap tegen mijn hoofd aan kreeg van [verdachte] . Ik zag dat hij mij met zijn rechtervuist raakte.

2. Het proces-verbaal van bevindingen van 1 november 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 3] , pagina’s 25 en 26, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb de camerabeelden van de [bedrijf] in Beneden-Leeuwen van 27 juni 2017 uitgekeken.

Op 27 juni 2017 om 10:27:15 uur zie ik een man (persoon 1) naar buiten komen lopen vanuit het tankstation. Om 10:27:36 uur zie ik een man (persoon 2) in het beeld komen lopen vanuit de rechterzijde van het beeld. Ik zie dat de man loopt in de richting van persoon 1. Ik zie dat persoon 1 achterwaarts weg loopt van persoon 2. Ik zie kort hierop dat persoon 2 met zijn hand krachtig in de richting van persoon 1

beweegt en hem ook raakt op zijn gezicht.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 4] van 9 mei 2018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 5] van 21 april 2018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.