Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:704

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
26-02-2019
Zaaknummer
7228005 \ CV EXPL 18-5109
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eneco vordert betaling van onbetaald gelaten nota’s. Gedaagde betwist dat hij moet betalen en voert aan dat hij door Eneco vals is voorgelicht. Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193b BW. Er kan niet worden vastgesteld dat de overeenkomst onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen, dus geen grond voor vernietiging van de overeenkomst. De vordering van Eneco wordt toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen omdat er geen grond bestaat voor schadevergoeding door Eneco.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 7228005 \ CV EXPL 18-5109

Vonnis van 5 februari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap ENECO SERVICES B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen Eneco,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[X] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie,
hierna te noemen [X] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 september 2018

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie

- de conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie

- de conclusie van dupliek in conventie, repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij brief van 4 november 2016 schrijft Eneco aan [X] :

U heeft gekozen voor energie van Eneco. Dank daarvoor.

U ontvangt als welkomstcadeau een eenmalige korting van € 230 op uw jaarnota.

2.2.

In de bij de brief gevoegde documenten staat:

Uw levering van energie tegen het bijgevoegde tarief gaat in na administratieve verwerking van uw overstap door Eneco. De startdatum levering is 1 december 2016. (…)

Uw eerste termijnbedrag voor Eneco EcoStroom ® en Aardgas Garantieprijs 1 jaar is € 183,00. Dit bedrag is gebaseerd op het historisch verbruik van uw woning. (…)

2.3.

Verder is bijgevoegd een blad waarboven staat “Uw ingeschatte jaarkosten”.

Daarop staat onderaan vermeld:
Totalen

* Totaal ingeschatte jaarkosten voor stroom en/of gas € 2.660,45

* uw cadeau: eenmalige korting € 230,00 -/-

En is bijgevoegd:

Actievoorwaarden

(…)

9. Als u zich voor deze actie heeft aangemeld, dan kunt u dit contract binnen 14 dagen na ontvangst van het contract kosteloos annuleren.

10. De korting is eenmalig. (…)

11. Wij verrekenen de korting op uw jaarnota. Indien u een betalingsachterstand heeft opgelopen of als u moet bijbetalen op uw jaarnota, dan verrekenen we dit bedrag met de eenmalige korting. (…)

2.4.

Bij brief van 5 december 2016 schrijft Eneco aan [X] onder meer:

Welkom bij Eneco!. Inmiddels is alles rondom uw overstap geregeld. De startdatum levering van uw energiecontract op het adres Beezerweg 14 is 1 december 2016. De einddatum van de vaste looptijd is 1 december 2017.

U betaalt iedere maand een voorschot op uw energiekosten. U ziet uw termijnbedrag in de tabel hieronder. We hebben het termijnbedrag gebaseerd op het energieverbruik op uw adres in het afgelopen jaar. Op uw jaarnota berekenen we uw uiteindelijke kosten. Heeft u minder energie verbruikt dan verwacht? Dan krijgt u geld terug. Als u meer energie heeft verbruikt, dan moet u aan het einde van het jaar bijbetalen. (…) Uw maandelijkse termijnbedrag is in totaal (incl. btw): € 183,00

2.5.

Bij brief van 27 november 2017 stuurt Eneco aan [X] de jaarnota, die betrekking heeft op de leveringsperiode 1 december 2016 tot 22 november 2017. Een specificatie van de nota is bijgevoegd. Op pagina 2 van de jaarnota staat dat [X] over de afgelopen periode moet bijbetalen een bedrag van € 182,59. Tevens is het nieuwe termijnbedrag voor de maand december 2017 in rekening gebracht van € 255,=. Op de jaarnota staat dat [X] in totaal moet betalen een bedrag van € 437,59.

2.6.

Bij brief van 8 januari 2018 stuurt Eneco aan [X] de eindnota, die betrekking heeft op de leveringsperiode van 22 november 2017 tot 1 januari 2018. Op de nota staat dat [X] nog € 93,71 moet betalen. Een specificatie van de nota is bijgevoegd.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

Eneco vordert veroordeling van [X] tot betaling van een bedrag van € 500,=, onder uitdrukkelijke reservering van haar rechten op het meerdere, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding (hoofdsom en rente tezamen een bedrag van € 25.000,= niet te bovengaand) en met veroordeling van [X] in de kosten van de procedure.

3.2.

Eneco legt aan haar vordering ten grondslag dat [X] met haar een overeenkomst is aangegaan voor de levering van energie (elektriciteit en gas). Aan de hand van de door [X] opgegeven meterstanden is de jaarnota opgemaakt en is berekend dat de kosten voor het verbruik niet volledig zijn gedekt door betaling van de termijnbedragen. Volgens de jaarnota dient [X] nog een bedrag van € 437,59 te betalen. Dit bedrag is door [X] niet voldaan. Hetzelfde geldt voor de eindnota. Het bedrag van die nota, € 93,71 is eveneens onbetaald gebleven. Eneco stelt dat zij [X] tot betaling heeft aangemaand en dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt ten bedrag van € 79,70. De verschuldigdheid van deze kopsten is [X] aangezegd bij brief van 15 augustus 2018. Tevens heeft Eneco aanspraak gemaakt op vergoeding van wettelijke rente. De totale vordering zou daarmee op het moment van dagvaarden € 618,41 bedragen. Zij stelt dat zij om proces-economische redenen de vordering in deze procedure heeft beperkt tot een bedrag van € 500,=, met reservering van haar rechten op het meerdere.

3.3.

[X] heeft verweer gevoerd. Hij betwist de vordering van Eneco. Volgens [X] heeft hij op 4 november 2016 een schatting ontvangen van de jaarkosten van Eneco. Hij is met Eneco een overeenkomst aangegaan en heeft netjes zijn maandelijkse nota’s aan Eneco betaald. Aangezien hij over de periode van een jaar ten opzichte van de schatting van Eneco minder gas en stroom heeft verbruikt, zou hij op de eindnota juist geld terug moeten terugkrijgen van Eneco. [X] concludeert tot afwijzing van de vordering van Eneco. Daarnaast stelt hij een tegenvordering in.

In reconventie

3.4.

[X] vordert in reconventie betaling van Eneco van een bedrag van € 100,= voor teveel betaalde energie, alsmede betaling van de reiskosten die hij heeft moeten maken in verband met deze procedure.

3.5.

Eneco heeft de tegenvordering van [X] betwist en concludeert tot afwijzing daarvan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

Vaststaat dat [X] met Eneco een overeenkomst is aangegaan. Volgens de jaarnota van Eneco van 27 november 2017 moet [X] over het eerste contractjaar een bedrag van € 182,59 bijbetalen. Volgens [X] had hij dit niet hoeven verwachten en heeft Eneco hem bij aanvang een vals aanbod gedaan. De kantonrechter begrijpt het verweer aldus dat [X] zich erop beroept dat er sprake is geweest van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193b BW en dat [X] door het aanbod van Eneco in november 2016 ertoe is gebracht een overeenkomst te sluiten die hij anders niet zou hebben gesloten. Wanneer dit verweer zou slagen, zou er sprake zijn van vernietigbaarheid van de overeenkomst op basis van een wilsgebrek.

4.2.

Gelet op het verweer is [X] er kennelijk van uitgegaan dat het totaal van de termijnbedragen uitkwam op de totaal ingeschatte jaarkosten van € 2.660,45 uit de bijlage bij de brief van 4 november 2016. Een (eenvoudige) rekensom van 12 maal het termijnbedrag van € 183,= komt echter uit op € 2.196,=. Dat bedrag is dus lager dan de schatting van de totale kosten. De vraag is dus of [X] met het aan hem gedane voorstel daadwerkelijk vals is voorgelicht, zoals hij aanvoert.

4.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet het geval. Het is immers bekend dat termijnbedragen als voorschotten in rekening worden gebracht en dat aan het eind van een jaar op basis van de meterstanden moet worden afgerekend op basis van het werkelijke verbruik van gas en elektriciteit. Uit het verweer van [X] blijkt dat hij met die werkwijze bekend is. Die werkwijze brengt mee dat wanneer een termijnbedrag ruim wordt vastgesteld de kans op teruggave aan het eind van een jaar groot is, terwijl bij een krap vastgesteld termijnbedrag vermoedelijk aan het eind van een jaar moet worden bijbetaald. Dit is ook door Eneco naar voren gebracht in haar conclusie van repliek. Uit niets blijkt dat Eneco met [X] is overeengekomen dat hij aan het eind van het jaar niets meer hoeft bij te betalen. Uit de gegevens betreffende het werkelijk verbruik en de hantering van het overeengekomen tarief per eenheid volgt dat [X] weliswaar minder gas en elektriciteit heeft gebruikt dan geschat, maar dat het totaal te betalen bedrag daarvoor met de termijnbetalingen nog niet volledig is voldaan. Verder blijkt uit de jaarrekening dat Eneco het overeengekomen tarief heeft gehanteerd (de garantieprijs voor 1 jaar) en dat zij de eenmalige korting van € 230,= eveneens in mindering heeft gebracht. Van misleiding is wat dat betreft geen sprake. Eneco heeft voldaan aan hetgeen zij op basis van het eerder gedane aanbod met [X] is overeengekomen. Daar komt bij dat [X] niet heeft aangevoerd dat hij bij zijn vorige energieleverancier minder betaalde voor zijn energie zodat hij zou zijn benadeeld door in zee te gaan met Eneco. De kantonrechter kan er daarom niet vanuit gaan dat de overeenkomst onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen. [X] heeft het gestelde verbruik niet betwist en is daarom het bedrag als omschreven op de jaarnota verschuldigd geworden.

4.4.

Hetzelfde geldt voor de kosten op de eindnota. Daarvan is evenmin betwist dat die kosten zijn ontstaan door het werkelijk verbruik van [X] .

4.5.

Eneco heeft voor buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 79,70 berekend. Dit bedrag is in overeenstemming met de staffel uit het Besluit voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Tevens zijn deze kosten aangezegd op de wijze als door de wet is voorgeschreven.

4.6.

Op basis van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van Eneco van een bedrag van € 500,= toewijsbaar is.

4.7.

Als in het ongelijk gestelde partij dient [X] te worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 84,21 voor explootkosten, € 119,= voor griffierecht en € 144,= voor salaris gemachtigde. Dat is samen een bedrag van € 347,21.

In reconventie

4.8.

Uit hetgeen hiervoor al is overwogen volgt dat er geen sprake is geweest van een oneerlijke handelspraktijk aan de kant van Eneco. Er bestaat daarom geen grond voor schadevergoeding door Eneco. Bovendien is niet gebleken dat door Eneco aan [X] teveel in rekening is gebracht. Dit betekent dat de vordering van [X] moet worden afgewezen.

4.9.

Als in het ongelijk gestelde partij dient [X] te worden veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie. Gelet op de geringe omvang van de proceshandelingen in reconventie worden de kosten daarvoor geacht te zijn begrepen in de proceskosten veroordeling in conventie.

5 De beslissing

De kantonrechter,

In conventie:

5.1.

veroordeelt [X] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eneco te voldoen een bedrag van € 500,= vermeerderd met de wettelijke rente daarover als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding – 19 september 2018 – tot aan de dag van volledige betaling, hoofdsom en rente tezamen een bedrag van € 25.000,= niet te bovengaand;

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie:

5.3.

wijst de vordering van [X] af;

In conventie en in reconventie:

5.4.

veroordeelt [X] in de kosten van de procedure tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 347,21.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2019. (AP)