Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:563

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-02-2019
Datum publicatie
18-02-2019
Zaaknummer
08-770142-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 29-jarige man voor het dealen in soft- en harddrugs tot een gevangenisstraf van 494 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast moet verdachte zich houden aan de algemene en bijzondere voorwaarden. Uitspraak medeverdachte: ECLI:NL:RBOVE:2019:564

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-770142-18 (P)

Datum vonnis: 18 februari 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,

postadres: [adres] ,

nu verblijvende bij Tactus Verslavingszorg in Rekken.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 oktober 2018 en 4 februari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. C.P. Dronkers en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. L.J.H.M. Achten, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: met zijn vader in harddrugs heeft gedeald, dan wel deze drugs aanwezig heeft gehad

feit 2: opzettelijk harddrugs aanwezig heeft gehad

feit 3: met zijn vader hennep heeft gedeald, dan wel deze hennep aanwezig heeft gehad

feit 4: opzettelijk hennep in zijn woning aanwezig heeft gehad

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van de 01 juni

2017 tot en met 8 juni 2018, te Zuidveen en/of Ossenzijl, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens)

opzettelijk bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig

heef gehad, hoeveelheden van een materialen bevattende amfetamine en/of MDMA

en/of andere harddrugs (onder meer speed en/of XTC), (telkens) een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

hij op of omstreeks 08 juni 2018, te Zuidveen en/of Ossenzijl, gemeente

Steenwijkerland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 1840 gram

amfetamine en/of 879 XTC pillen en/of (ongeveer) 52 gram MDMA en/of (ongeveer)

4 gram speed, in elk zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

3

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juni 2017

tot en met 08 juni 2018, te Zuidveen en/of Ossenzijl, gemeente

Steenwijkerland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid

en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/of vervoerd, in elk geval een opzettelijk aanwezig heeft, een hoeveelheid

van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en

plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties

zijn toegevoegd en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde

hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

4

hij op of omstreeks 08 juni 2018, te Zuidveen en/of Ossenzijl, gemeente

Steenwijkerland, althans in Nederland, tezamen en in verenging met een of meer

anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad

(ongeveer) 223 gram hasj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram

van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van

hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of

(ongeveer) 1558 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram

hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

De bewijsmiddelen:

  1. Het proces-verbaal bevindingen d.d. 9 juni 2018, voor zover dat ziet op het de inbeslaggenomen goederen in de woning;

  2. Een schriftelijk bescheid, te weten de lijst van inbeslaggenomen goederen;

  3. Het proces-verbaal van bevindingen van 12 juli 2018;

  4. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 24 juli 2018;

  5. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 11 juli 2018;

  6. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 20 juli 2018;

  7. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 februari 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.
hij in de periode van 1 juni 2017 tot en met 8 juni 2018, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, hoeveelheden van een materialen bevattende amfetamine en MDMA en andere harddrugs (onder meer speed en XTC), telkens een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2

hij op 8 juni 2018, te Ossenzijl, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1840 gram amfetamine en 879 XTC pillen en ongeveer 52 gram MDMA en ongeveer 4 gram speed, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3

hij in de periode van 1 juni 2017 tot en met 8 juni 2018, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt

en vervoerd, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

4

hij op 8 juni 2018, te Ossenzijl, tezamen en in verenging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1558 gram hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 2, onder B en C, juncto 10 en 3, onder B en C, juncto 11 van de Opiumwet en 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2

het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 3

het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 4

het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft als standpunt ingenomen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en heeft gevorderd dat verdachte voor de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 481 dagen waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, waarbij de bijzondere voorwaarden gelden zoals die door de Reclassering Nederland zijn geadviseerd en een proeftijd van 2 jaar geldt. Het geschorste bevel voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven. Ten aanzien van het beslag merkt de officier van justitie op dat de telefoon moet worden onttrokken aan het verkeer en de auto verbeurd moet worden verklaard.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman sluit zich aan bij de vordering van de officier van justitie gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van hennep, amfetamine, XTC en MDMA. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de handel in voornoemde middelen. De verspreiding van en (groot)handel in harddrugs en als afgeleide het gebruik ervan, betekenen een ernstige bedreiging van de volksgezondheid, brengen onrust voor de samenleving met zich en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit. Verdachte heeft zich daar geen rekenschap van gegeven en heeft deze gevaren juist in stand gehouden.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 7 december 2018. Hieruit blijkt dat verdachte eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte in de ten laste gelegde periode. Uit de Pro Justitia rapportage van 6 augustus 2018 blijkt dat er bij verdachte sprake is van ADHD, laagbegaafdheid en een ernstige en langdurige verslaving. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het plegen van de feiten. Gelet op de inhoud van voornoemd advies, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ter zake het bewezenverklaarde feit als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt.

Ter zitting is gebleken dat verdachte sinds vier maanden in een verslavingskliniek van Tactus verblijft. Hier wordt hij voor zijn verslavingsproblematiek behandeld en wordt hij ondersteund op meerdere leefgebieden. Verdachte zit nu op de juiste plek. De rechtbank acht van belang dat dit verblijf en de ondersteuning voortduurt. Verder houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd sinds de feiten waarvoor hij thans wordt veroordeeld.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden, met dien verstande dat verdachte een onvoorwaardelijke straf van gelijke duur aan het voorarrest krijgt met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar. Echter heeft verdachte langer in voorarrest verbleven dan waar de officier van justitie in zijn eis vanuit is gegaan. Om te bewerkstelligen dat het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf de duur van de voorlopige hechtenis niet overstijgt, zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van 494 dagen opleggen, waarvan 365 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen telefoon en brommobiel moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de feiten zijn begaan of voorbereid.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, primair

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 3, primair

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 4

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 494 (vierhonderdenvierennegentig) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 365 (driehonderdenvijfenzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet zijns nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

- zich meldt bij Tactus Verslavingszorg, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- zich conformeert aan de klinische behandeling zoals deze wordt voorgesteld en uitgevoerd door Tactus Verslavingszorg, of soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling (waaronder behandelafspraken, huisregels, vrijhedenprotocol) door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven. De klinische behandeling duurt maximaal 12 maanden. Verdachte werkt mee aan de indicatiestelling en plaatsing wanneer de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of een maatschappelijke opvang nodig acht;

- zich aansluitend op de klinische behandeling ambulant laat behandelen en begeleiden door Tactus Verslavingszorg of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht voor zijn verslavingsproblematiek. Na indicatiestelling kan een kortdurende klinische opname plaatsvinden voor maximaal 7 weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek plaatsvinden;

- na afloop van bovengenoemde klinische behandeling begeleid gaat wonen of in een maatschappelijke opvang verblijft. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- zal meewerken aan het vinden van en het behouden van (vrijwillige) arbeid/ dagbesteding;

- zich onthoudt van het gebruik van drugs en ten behoeve van de naleving van dit verbod meewerkt aan urineonderzoek;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een telefoon en een brommobiel.

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. M. van Bruggen en
mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2018431572. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.