Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:5355

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-07-2019
Datum publicatie
17-02-2021
Zaaknummer
08/952653-18 en 08/137398-18 en 08/710081-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 14-jarige jongen is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een jeugddetentie van 12 maanden en legt hem de PIJ-maatregel op voor een poging tot doodslag en openlijke geweldpleging in vereniging. Daarnaast moet hij een schadevergoeding aan het slachtoffer betalen van bijna 1000 euro. De rechtbank spreekt de jongen vrij van bedreiging en mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08/952653-18 en 08/137398-18 en 08/710081-18 (P)

Datum vonnis: 1 juli 2019

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Tunesië),

wonende te [adres 1] ,

nu verblijvende in Hartelborgt Opvang te Spijkenisse.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 12 november 2018, 7 januari 2019, 4 februari 2019, 8 april 2019 en 17 juni 2019.

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 08/952653-18 en 08/137398-18 en 08/710081-18 tegen verdachte aangebrachte zaken.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.P. Dronkers en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. K. Kok, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 7 januari 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 08/952653-18

feit 1: op 14 juli 2018 te Hardenberg samen met een ander of anderen [slachtoffer 1] heeft geprobeerd te doden door hem te steken met een mes, dan wel hem zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;

feit 2: op 14 juli 2018 te Hardenberg openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

Parketnummer 08/137398-18

hij op 12 juli 2018 te Hardenberg [slachtoffer 4] heeft bedreigd met een mes;

Parketnummer 08/710081-18

hij op 22 september 2018 in het AZC Almelo [slachtoffer 5] heeft mishandeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Parketnummer 08/952653-18:

1. primair

hij op of omstreeks 14 juli 2018 te Hardenberg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een persoon genaamd [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, eenmaal of meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in/op/tegen de buik en/of de schouder en/of het gezicht, althans in/op/tegen het lichaam heeft gestoken en/of gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair

hij op of omstreeks 14 juli 2018 te Hardenberg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten,

- een steek-snijwond links achter op het (achter)hoofd;

- een diepe steekwond aan de rechter buitenzijde van de borst;

- een diepe steekwond tot in de buikholte;

- een steek-snijwond op de voorzijde van de schouder, door meermalen, althans tenminste éénmaal (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in/op/tegen de buik en/of de schouder en/of het gezicht, althans in/op/tegen het lichaam te steken en/of stompen en/of slaan;

2.

hij op één of meerdere tijdstippen of omstreeks 14 juli 2018 te Hardenberg (telkens) openlijk, te weten op of aan de openbare weg (Brink), in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere personen genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het een of meerdere malen (met kracht)

- (met een of meerdere scherpe voorwerp(en) in de hand, te weten een of meerdere sleutel(s) en/of een of meerdere kruk(ken)) in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam slaan en/of stompen en/of

- (terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) in/op/tegen het gezicht, althans

op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam schoppen en/of trappen en/of

- op/tegen het lichaam duwen en/of

- voornoemde perso(o)n(en) (met kracht) bij de keel, hals grijpen en/of vast pakken en/of in de keel en/of hals knijpen en/of te drukken en/of de keel en/of hals dichtgeknepen en/of dichtgedrukt houden;

Parketnummer 08/137398-18:

hij op of omstreeks 12 juli 2018 te Hardenberg, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een of meerdere malen met een mes, althans een scherp/puntig voorwerp naar, althans in de richting van, die [slachtoffer 4] te steken;

Parketnummer 08/710081-18:

hij op of omstreeks 22 september 2018 te Almelo [slachtoffer 5] heeft mishandeld, door één of meerdere malen in/op/tegen het oog, althans het gezicht van die [slachtoffer 5] te slaan en/of stompen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Parketnummer 08/952653-18

Op zaterdag 14 juli 2018 was verdachte [verdachte] in Hardenberg op stap, met (onder meer) de heren [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , toen in [café] in Hardenberg een telefoon werd gestolen van [slachtoffer 6] . Zij voelde dat de telefoon uit haar broekzak werd gehaald en alarmeerde haar vrienden, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] liepen de vermoedelijke dieven, onder wie [medeverdachte 1] , achterna. [slachtoffer 1] heeft de telefoon van [slachtoffer 6] van [medeverdachte 1] afgepakt. [medeverdachte 1] liep toen weg maar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn hem nog achterna gegaan, volgens [slachtoffer 2] ‘omdat hij er niet zomaar mee weg mocht komen’. Na een korte schermutseling op de brug op de Brink hebben zij [medeverdachte 1] laten gaan.

Bij terugkomst in [café] bleek echter dat [slachtoffer 6] haar telefoonhoesje nog miste. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn daarom met een derde vriend, [naam 1] , op de fiets op zoek gegaan naar [medeverdachte 1] . Zij zijn ter hoogte van de Rabobank aan de Haardijk twee andere licht getinte jongens tegengekomen, van wie zij vermoedden dat dit vrienden van [medeverdachte 1] waren. Getuigen hebben gezien dat de twee licht getinte jongens werden geslagen door de groep Nederlandse jongens, onder wie [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] zijn vervolgens in de richting van het centrum teruggefietst over de Brink.

In de tussentijd zijn twee andere vrienden van [slachtoffer 6] , [getuige 1] en [getuige 2] , ook op zoek gegaan naar [medeverdachte 1] . Onderweg sloten [naam 2] en [naam 3] zich bij [getuige 1] en [getuige 2] aan. Voor het [tankstation] op de Brink hebben deze vier personen de groep van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] en verdachte getroffen, waarbij het eveneens tot een korte gewelddadige confrontatie tussen de groepen kwam. De groep van verdachte ging toen verder richting de Haardijk, de groep waaronder [getuige 1] en [getuige 2] ging terug in de richting van het centrum.

Het strafdossier in het onderzoek Gusto bevat meerdere (getuigen)verklaringen, die zien op de hierboven genoemde verschillende geweldsincidenten, waarbij (telkens) andere groepen betrokken waren. Geen van deze incidenten zijn blijkens de tenlastelegging onderdeel van de strafzaak tegen verdachte.

Op de kruising van de Brink met het Molenplein kwamen de groepen van [slachtoffer 1] en verdachte elkaar uiteindelijk tegen. Het gevecht dat toen volgde, eindigde ermee dat [slachtoffer 1] in zijn buik, ribben, hoofd en schouders werd gestoken. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben vervolgens aangifte gedaan, hetgeen heeft geleid tot de tenlastelegging in deze strafzaak.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting bekend dat hij bij de vechtpartij betrokken is geweest, maar heeft ontkend dat hij iemand met een mes heeft gestoken.

Parketnummer 08/137398-18

Op 12 juli 2018 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan dat hij die dag in het centrum van Hardenberg was bedreigd met een mes, door een jongen die hij herkende van het AZC.

Verdachte heeft bij de politie en ter zitting ontkend dat hij aangever met een mes heeft bedreigd.

Parketnummer 08/710081-18

Op 22 september 2018 heeft [slachtoffer 5] aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij die dag in het AZC door twee jongens van Arabische afkomst werd tegengehouden. Aangever werd door één van de jongens vastgehouden en door de andere jongen werd hij in zijn gezicht geslagen. Tevens werd geld uit de zak van aangever gehaald.

Verdachte heeft bij de politie ontkend [slachtoffer 5] te hebben geslagen, maar ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 5] wel heeft geslagen. Verdachte heeft ontkend dat hij geld heeft weggenomen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor het onder 1 primair ten laste gelegde met parketnummer 08/952653-18 – de poging tot doodslag – omdat op basis van de aangifte, de getuigenverklaringen, de camerabeelden en het DNA-spoor van verdachte op [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 1] met een mes heeft gestoken.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor de onder 2 ten laste gelegde openlijke geweldspleging met parketnummer 08/952653-18. Daartoe heeft de officier aangevoerd dat verdachte deel heeft uitgemaakt van de groep die gevochten heeft, dat getuigen hebben gezien dat de hele groep aan het vechten was en dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en verdachte over elkaar verklaren dat zij gevochten hebben.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde met parketnummer 08/137398-18, omdat op basis van het dossier wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het verdachte is geweest die in het centrum van Hardenberg [slachtoffer 4] heeft bedreigd met een mes.

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde met parketnummer 08/710081-18, de mishandeling van [slachtoffer 5] , nu verdachte dit feit ter terechtzitting heeft bekend.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich – overeenkomstig een aan de rechtbank overgelegde schriftelijke pleitnota – ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde met parketnummer 08/952653-18 – poging tot doodslag – op het standpunt gesteld dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 1] heeft gestoken met een mes. Uit de camerabeelden is immers gebleken dat om 3.28 uur verdachte iemand tegen het hoofd slaat en dat om 3.28 uur een andere persoon [slachtoffer 1] in zijn buik steekt. Volgens verdachte is [medeverdachte 2] degene die steekt. Uit de aangifte van [slachtoffer 1] , de verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , de camerabeelden in combinatie met de verwondingen en het bloedspatspooronderzoek kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat het verdachte is geweest die [slachtoffer 1] heeft gestoken, zodat verdachte van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Ook via het medeplegen kan niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde worden gekomen, nu geen sprake was van een gezamenlijk plan en geen sprake was van een gezamenlijke uitvoering.

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde met parketnummer 08/952653-18 – openlijke geweldpleging – op het standpunt gesteld dat in het dossier geen bewijs aanwezig is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het ten laste gelegde met parketnummer 08/137398-18 – de bedreiging met een mes – op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat het enige bewijs in het dossier is dat verdachte voldoet aan het signalement.

Tot slot heeft de raadsman zich ten aanzien van het ten laste gelegde met parketnummer 08/710081-18 – mishandeling van [slachtoffer 5] – gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte ter zitting heeft bekend dat hij [slachtoffer 5] heeft geslagen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 08/952653-18

De rechtbank stelt vast dat in het strafdossier in het onderzoek Gusto de heer [medeverdachte 1] , onder wie aangevers de telefoon hadden aangetroffen, door aangevers wordt aangeduid als ‘degene die de telefoon gestolen heeft’. Los van de vraag wie de telefoon daadwerkelijk gestolen heeft, is [medeverdachte 1] degene onder wie zij de telefoon hebben aangetroffen. [medeverdachte 3] wordt door aangevers aangeduid als ‘de jongen op krukken’. Verdachte wordt aangeduid als ‘de minderjarige’ of ‘de 13-jarige’.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt naar aanleiding van het uitkijken van camerabeelden die zijn gemaakt van een steekincident dat op 14 juli 2018 op De Brink in Hardenberg heeft plaatsgevonden.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 17 juni 2019 voornoemde camerabeelden bekeken en heeft geconstateerd dat de beschrijving van de verbalisant in dit proces-verbaal van bevindingen adequaat is. Op de camerabeelden is zichtbaar dat op 14 juli 2018 om 3.31 uur en 9 seconden twee personen rennen richting het [tankstation] . Een persoon in een korte broek en donkere jas rent achter een andere persoon aan. Vervolgens is op de camerabeelden om 3.31 uur en 13 seconden zichtbaar dat de achterste persoon in korte broek, tweemaal met zijn rechterarm zijwaarts uithaalt naar de voorste persoon en dat daarna duwende en stekende bewegingen volgen tussen beide personen. Vervolgens is om 3.31 uur en 25 seconden zichtbaar dat de persoon in de korte broek met de rechterarm of vuist uithaalt naar de voorste persoon, die wordt geraakt ter hoogte van de borst of het gezicht. Hierop loopt de persoon in korte broek weer terug richting de kruising. Het slachtoffer loopt wat zwalkend rond en loopt daarna in de richting van de kruising met het Molenplein.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de politie en ook ter zitting heeft verklaard dat hij op de camerabeelden de persoon in korte broek is. Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij de voorste man gekleed in donkere broek en donker shirt is.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de ter zitting bekeken camerabeelden en het proces-verbaal van bevindingen vastgesteld kan worden dat het verdachte is geweest die meermalen [slachtoffer 1] heeft gestoken. Dit wordt naar het oordeel van de rechtbank voorts ondersteund door de aangifte van [slachtoffer 1] die na het zien van de camerabeelden heeft verklaard dat hij ziet dat hij om 3.31.10 rent richting de BP en dat hij ziet dat de 13-jarige achter hem aanloopt. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op de camerabeelden ziet dat de 13-jarige hem in zijn schouder steekt en dat hij zich dat ook weer goed herinnert. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat hij wel drie keer is gestoken bij [tankstation] .

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de camerabeelden en de aangifte van [slachtoffer 1] dat het verdachte is geweest die op 14 juli 2018 heeft gestoken worden ondersteund door de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Zo heeft [medeverdachte 1] verklaard dat verdachte tegen hem heeft verteld dat hij met een mes had gestoken en dat hij samen met verdachte het mes heeft achtergelaten in een park, waar het mes later door de politie ook daadwerkelijk is aangetroffen. Ook [medeverdachte 2] heeft verklaard dat ‘de minderjarige’ aan kwam rennen en schreeuwde dat hij iemand had neergestoken.

Dat het verdachte is geweest die [slachtoffer 1] heeft gestoken wordt voorts nog ondersteund door het NFI onderzoek waaruit is gebleken dat bloed van [slachtoffer 1] is aangetroffen op de korte broek van verdachte. Dat dit bloed op de broek van verdachte is gekomen, omdat [slachtoffer 1] een bloedneus had, - zoals verdachte ter zitting heeft verklaard - acht de rechtbank niet aannemelijk geworden, nu nergens uit het dossier is gebleken dat [slachtoffer 1] naast de diverse steekwonden, ook een bloedneus had.

De verdediging heeft aangevoerd dat het niet verdachte is geweest die [slachtoffer 1] in zijn buik heeft gestoken, omdat op de camerabeelden is te zien dat om 3.28 uur een andere persoon, te weten [medeverdachte 2] , een steekbeweging naar de buik van [slachtoffer 1] heeft gemaakt, welke plek overeen komt met de plek waar [slachtoffer 1] een steekwond heeft in zijn buik.

De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat uit de camerabeelden en uit de verklaring van [slachtoffer 1] is gebleken dat deze persoon die in de buik wordt gestoken c.q. geslagen niet [slachtoffer 1] is. Deze persoon maakte deel uit van een andere groep personen, te weten de groep bestaande uit [getuige 1] , [getuige 2] , [naam 3] en [naam 2] .

De rechtbank is derhalve van oordeel dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die [slachtoffer 1] op 14 juli 2018 bij de BP in Hardenberg meermalen met een mes heeft gestoken.

Poging tot doodslag

De rechtbank ziet zich thans voor de vraag gesteld of verdachte met zijn gedragingen (voorwaardelijk) opzet op de dood dan wel op zware mishandeling van aangever [slachtoffer 1] had. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood – is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Voorts is van belang dat naar vaste rechtspraak bepaalde handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg, dat het niet anders kan, dan dat degene die die handelingen heeft verricht, de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust heeft aanvaard.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door meermaals te steken met een mes in het hoofd, de borst en de buik van aangever [slachtoffer 1] zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij hem hierdoor dodelijk zou verwonden. Uit de letselrapportage is gebleken dat aangever als gevolg van dit handelen van verdachte een steek-snijwond links achter het oor heeft opgelopen, een diepe steekwond aan de rechter buitenzijde van de borstkast nabij de schouder en een diepe steekwond tot in de buikholte heeft opgelopen en dat dit heeft geleid tot fors bloedverlies bij aangever. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij het steken met een scherp voorwerp, zoals een mes, in iemands buik of borst, waar tevens vitale delen aanwezig zijn, de kans op de dood aanmerkelijk is. Indien er met een mes in de buik of borst gestoken wordt, is de kans immers groot dat bijvoorbeeld de aorta geraakt wordt of de organen zoals de lever of milt met mogelijk een fatale afloop, hetgeen in het onderhavige geval bijna was gebeurd, zoals ook uit de letselverklaring is gebleken.

De gedragingen van verdachte – het steken met een mes in de buik en borst waar zich vitale delen bevinden – kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de hierboven beschreven aanmerkelijke kans ook heeft aanvaard.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde – de poging tot doodslag – dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat er een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en diens medeverdachten bij de steekpartij is geweest, zodat verdachte van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat van het ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die ‘in vereniging’ geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting bekend dat hij op 14 juli 2018 één van de jongens, te weten de donkergekleurde jongen zijnde [slachtoffer 1] , heeft geslagen.

Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte zich bevond in de groep die het gevecht met aangevers aanging. De confrontatie begon ermee dat [medeverdachte 1] op [slachtoffer 1] toeliep, hem bij de keel greep en [slachtoffer 1] een klap gaf. [medeverdachte 3] en een andere persoon begonnen toen met de krukken in te slaan op [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] kwam op de grond terecht en werd door één van de andere personen tegen het hoofd en tegen zijn ribbenkast op zijn rug geschopt. Wie vervolgens wie slaat of schopt in de loop van het gevecht is onduidelijk.

Op grond hiervan staat voor de rechtbank vast dat verdachte – als degene die in het gezicht van één van de aangevers heeft geslagen – een actieve rol had, en dus een significante bijdrage aan de ten laste gelegde geweldshandelingen en daarmee een voldoende significante bijdrage heeft geleverd. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte of één van de andere personen met sleutels in de hand klappen heeft gegeven. De verklaring van [slachtoffer 2] op dit punt wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde – de openlijke geweldpleging – dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 08/137398-18

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

In het dossier bevindt zich de aangifte van [slachtoffer 4] die heeft verklaard dat hij op 12 juli 2018 in het centrum van Hardenberg is bedreigd door een voor hem bekende jongen uit het AZC, met welke jongen hij diezelfde morgen ruzie had gehad bij [supermarkt] . Aangever heeft voorts een signalement van deze persoon gegeven. Tevens zitten in het dossier verklaringen van twee getuigen die onafhankelijk van elkaar hebben verklaard dat zij hebben gezien dat een persoon op 12 juli 2018 in het centrum van Hardenberg een mes in zijn handen heeft gehad. Twee getuigen hebben een signalement gegeven van deze persoon. In het dossier zit voorts een proces-verbaal van aanhouding waaruit is gebleken dat van de persoon die op 12 juli 2018 in Hardenberg met een mes heeft gelopen, een foto is gemaakt toen deze op de fiets zat.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte past in het door aangever en door de twee getuigen gegeven signalement. Daarbij heeft verdachte tevens verklaard dat hij de persoon op de fiets op de foto is en dat hij die ochtend ruzie heeft gehad bij [supermarkt] .

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en in samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 12 juli 2018 in Hardenberg met een mes [slachtoffer 4] heeft bedreigd.

Parketnummer 08/710081-18

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), in de bijlage zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

Parketnummer 08/952653-18

1. primair

hij op 14 juli 2018 te Hardenberg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een persoon genaamd [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen (met kracht) met een mes, in de buik en de schouder en het gezicht, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op 14 juli 2018 te Hardenberg (telkens) openlijk, te weten op of aan de openbare weg (Brink), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen meerdere personen genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het een of meerdere malen (met kracht)

- (met een of meerdere kruk(ken)) in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam slaan en/of stompen en/of

- (terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam schoppen en trappen en/of

- op/tegen het lichaam duwen en/of

- die [slachtoffer 1] bij de keel grijpen en/of vast pakken;

Parketnummer 08/137398-18

hij op 12 juli 2018 te Hardenberg, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een of meerdere malen met een mes, naar, althans in de richting van, die [slachtoffer 4] te steken;

Parketnummer 08/710081-18:

hij op 22 september 2018 te Almelo [slachtoffer 5] heeft mishandeld, door in/op/tegen het oog, althans het gezicht van die [slachtoffer 5] te slaan of stompen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 met parketnummer 08/952653-18 en onder parketnummer 08/137398-18 en onder parketnummer 08/710081-18 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 141, 285, 287 en 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08/952653-18

feit 1 primair

het misdrijf: poging tot doodslag;

feit 2

het misdrijf: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

Parketnummer 08/137398-18

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Parketnummer 08/710081-18

het misdrijf: mishandeling.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld en heeft ten aanzien van de strafoplegging betoogd dat – gelet op de rapportages en de persoonlijke omstandigheden van verdachte – een langdurige behandeling is geïndiceerd. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) wordt opgelegd en dat gelet op de verblijfstatus van verdachte deze PIJ-maatregel van verdachte na twee jaar via een plaatsing in de gesloten jeugdzorg voorwaardelijk moet worden beëindigd, waarna verdachte op zijn 18e zal worden uitgezet naar Tunesië. Daarnaast dient gelet op de ernst van de feiten de maximale jeugddetentie voor de duur van 12 maanden te worden opgelegd.

De officier van justitie heeft tot slot verzocht de PIJ-maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van een eventueel op te leggen straf primair op het standpunt gesteld dat aan verdachte geen PIJ-maatregel opgelegd dient te worden. Verdachte is een ontkennende verdachte ten aanzien van de poging tot doodslag en is tevens first offender, zodat ten aanzien van de andere ten laste gelegde feiten oplegging van de PIJ-maatregel een te zware maatregel is. De raadsman heeft subsidiair betoogd dat bij een bewezenverklaring van de bedreiging sprake is van oplegging van een niet verlengbare PIJ-maatregel.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft aangever [slachtoffer 1] met een mes in zijn buik, schouder en hoofd gestoken. Als gevolg van het handelen van verdachte heeft slachtoffer [slachtoffer 1] meerdere steekwonden in zijn lichaam opgelopen en heeft als gevolg daarvan fors bloedverlies opgelopen en moest hij met spoed worden geopereerd. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De hiervoor beschreven letsels zijn in de medische verklaring als potentieel dodelijk aangemerkt. Operatief ingrijpen heeft kunnen voorkomen dat het slachtoffer aan zijn verwondingen is overleden. De rechtbank acht het bijzonder ernstig dat verdachte een mes heeft meegenomen naar het centrum van Hardenberg en voorts midden in het uitgaansleven op straat, waar veel mensen bij aanwezig waren, betrokken is geraakt bij een openlijke geweldpleging en tevens met dat mes iemand heeft neergestoken.

Het is aannemelijk dat deze steekpartij een grote impact heeft gehad op het uitgaansleven van Hardenberg, maar ook daarbuiten. Naast de lichamelijke gevolgen die het slachtoffer heeft ondervonden van de steekpartij, en waar hij nog steeds hinder van ondervindt, is een dergelijk gewelddadig optreden bij een uitgaansgelegenheid zeer schokkend voor de ooggetuigen en versterkt het de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid. Daarnaast heeft verdachte zich nog schuldig gemaakt aan een bedreiging met een mes op klaarlichte dag in Hardenberg en aan een mishandeling in het AZC te Almelo.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van:

  • -

    het klinisch multidisciplinair onderzoek Pro Justitia Observatieafdeling Teylingereind d.d. 22 mei 2019 opgemaakt op de observatieafdeling van het Forensisch Consortium Adolescenten (ForCa) door drs. S.A. Moonen, GZ-psycholoog en dr. R.F. Ferdinand, kinder- en jeugdpsychiater;

  • -

    een Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek d.d. 4 januari 2019, opgemaakt door
    D. Breuker, GZ-psycholoog;

  • -

    een Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek d.d. 21 december 2018, opgemaakt door C.J.F. Kemperman, psychiater;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 11 juni 2019 opgemaakt door J. Markies, raadsonderzoeker en

  • -

    een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 25 april 2019.

Uit voornoemd ForCa-rapport komt naar voren dat bij verdachte zowel sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, die zich onder meer uit in ernstige emotieregulatieproblematiek, als van een normoverschrijdende gedragsstoornis. Het is aannemelijk dat de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig was. Verdachte heeft ontkend dat hij iemand heeft gestoken, maar hij heeft wel bekend iemand te hebben geslagen. Verdachte deed dit naar eigen zeggen uit zelfverdediging, maar hij verwijst hierbij vooral naar gevoelens van vernedering – om een opmerking van aangever -, die de boosheid van verdachte triggerde. De vechtpartij tussen twee groepen bracht een (vermoed) onoverzichtelijke situatie met zich mee, waarbij het denkbaar is dat verdachte zich hierdoor bedreigd en onheus bejegend heeft gevoeld. Het is aannemelijk op basis van de belaste voorgeschiedenis dat zijn emotieregulatie ook toen reeds beperkt was en zijn persoonlijkheidsontwikkeling bedreigd was. Volgens het ForCa-rapport lijkt het erop dat verdachte primair heeft gereageerd zonder zich rekenschap te geven van de gevolgen van zijn handelen, waarbij hij nauwelijks gedragsalternatieven voor handen had om anders te handelen dan hij deed. Bij bewezenverklaring van de poging doodslag en/of de openlijke geweldpleging wordt geadviseerd om het verdachte in een verminderde mate toe te rekenen. Uit het ForCa-rapport is voorts gebleken dat de andere twee ten laste gelegde feiten door verdachte worden ontkend, zodat een delict scenario ontbreekt, maar kan dezelfde redenering worden gevolgd en wordt ook voor deze feiten een verminderde mate van toerekening geadviseerd.

Uit het ForCa-rapport komt naar voren dat het risico op toekomstig geweld als hoog wordt ingeschat. Hierbij gelden bij verdachte als kritische risicofactoren negatieve opvattingen, een gebrekkige coping, gebrek aan empathie, impulsiviteit en problemen met het hanteren van zijn boosheid. Klinisch wordt het recidive risico op geweld eveneens hoog ingeschat. Verdachte was tijdens de observatie in het ForCa veelvuldig geladen, kon plotseling boos worden om soms kleine aanleidingen en kon in moeilijke situaties nauwelijks andere oplossingen verzinnen dan het toepassen van geweld. Verdachte was regelmatig gewelddadig en gaf de schuld vervolgens in het algemeen aan anderen en toonde geen tekenen van berouw. Tevens is uit het ForCa-rapport gebleken dat bij verdachte duidelijke beschermende factoren ontbreken.

Gelet op de complexe en ernstige – maar nog grotendeels onduidelijke – problematiek bij verdachte, die ertoe leidt dat zijn persoonlijkheidsontwikkeling bedreigd is, wordt in combinatie met het hoge recidiverisico behandeling en verdere diagnostiek noodzakelijk geacht met het oog op een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling. Als verdachte in Nederland blijft is een langdurige intensieve behandeling in een situatie met een hoog beveiligingsniveau geïndiceerd, die alleen geboden kan worden in een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Alleen residentiële behandeling biedt een kans op verbetering. Een gedwongen justitieel kader is nodig en wenselijk om het recidiverisico te verminderen en er is geen alternatief voor een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Het ForCa-rapport vermeldt aan de andere kant dat er ook problemen zijn in het contact met verdachte die deels te maken hebben met taalproblemen, zodat de inzet van een tolk is vereist, zijn er acculturatieproblemen en is er een praktisch probleem met verlof omdat er geen steunnetwerk is. Daarbij is tevens de vraag hoe behandelbaar verdachte is en of deze maatregel wel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling is, omdat het niet onvoorstelbaar is dat verdachte zich verder vastdraait in zijn verzet en (zelf)destructiviteit en hij op den duur helemaal niet meer bereikbaar is. Dit is echter op voorhand niet te voorspellen en zal de praktijk moeten wijzen.

Uit het advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 11 juni 2019 komt naar voren dat verdachte een thans veertienjarige jongeman is, afkomstig uit Tunesië, die in 2018 naar Nederland is gekomen. Uit de informatie van de moeder van verdachte is gebleken dat verdachte een geschiedenis heeft van affectieve verwaarlozing, mishandeling en geweld. Voorts vermeldt het advies dat verdachte in Nederland geen toekomst heeft en binnen afzienbare tijd moet terugkeren naar het land van herkomst Tunesië. De Raad kan zich vinden in de bevindingen en het advies zoals neergelegd in het ForCa-rapport. De Raad stelt dat sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van verdachte en dat sprake is van complexe problematiek. De kans op recidive blijft erg hoog als geen behandeling plaatsvindt die is gericht op beheersing van de agressie van verdachte en het leren van basale sociale vaardigheden. De Raad adviseert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie die gelijk is aan de duur van het voorarrest met daarnaast oplegging van een PIJ-maatregel. De Raad adviseert tevens om de PIJ-maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De rechtbank onderschrijft de conclusies van de rapporteurs en maakt deze conclusies tot de hare. De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de conclusies en adviezen van de rapporteurs wijzen op een onvermijdelijke keuze voor de onvoorwaardelijke oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

De rechtbank stelt vast dat de gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, dan wel behoren tot een van de omschreven artikelen in artikel 77s Sr. Op grond van hetgeen de rapporteurs in de rapporten vermelden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestonden en dat daarnaast de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een PIJ-maatregel eisen. Bovendien is deze maatregel op dit moment in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de aan verdachte op te leggen jeugddetentie als strafverzwarende omstandigheid laten meewegen dat de steekpartij in het openbaar in aanwezigheid van veel mensen heeft plaatsgevonden, waarbij één slachtoffer meerdere steekwonden heeft opgelopen.

Als strafmatigende omstandigheden laat de rechtbank meewegen dat verdachte nog erg jong is en dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict.

Rekening houdend met al het voorgaande en kijkend naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), is de rechtbank van oordeel dat de maximale onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf, zoals ook door de officier van justitie is geëist, een passende straf is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel dient te worden opgelegd.

Nu de wet geen grondslag biedt voor het dadelijk uitvoerbaar verklaren van de opgelegde maatregel, zal de rechtbank aan het daartoe strekkende verzoek van de officier van justitie voorbij gaan.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 5.943,92 (vijfduizendnegenhonderddrieënveertig euro en tweeënnegentig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- kleding: € 321,29;

- eigen risico € 385,00;

- parkeerkosten € 14,20;

- opname ziekenhuis € 90,00;

- gemiste sport € 56,75;

- reiskosten totaal € 76,68.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,-- gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten 13 jaar oud was.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aangevoerd dat deze vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit 13 jaar was. Op grond van artikel 6:164 Burgerlijk Wetboek kan een gedraging van een kind dat de leeftijd van 14 jaar nog niet heeft bereikt aan hem niet als een onrechtmatige daad worden toegerekend.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van [slachtoffer 1] heeft betrekking op het onder 1 primair ten laste gelegde met parketnummer 08/952653-18. De vordering heeft betrekking op een als doen te beschouwen gedraging van de verdachte die de leeftijd van veertien jaren nog niet heeft bereikt en aan wie deze gedraging op grond van artikel 6:164 van het Burgerlijk Wetboek niet als een onrechtmatige daad kan worden toegerekend. Op grond van artikel 51g, vierde lid Sv en 361, vijfde lid Sv wordt de vordering in dat geval geacht te zijn gericht tegen de ouders of voogd van de minderjarige die de leeftijd van veertien jaren nog niet heeft bereikt. De wettelijke vertegenwoordiger van verdachte in Nederland is Nidos.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair met parketnummer 08/952653-18 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Deze vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken ten aanzien van de materiële kosten onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 943,92 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde immateriële schade niet voldoende is gebleken uit de vordering van de benadeelde partij en uit de schriftelijke slachtofferverklaring, omdat van het bestaan van geestelijk letsel bij [slachtoffer 1] niet is gebleken en deze daarin niet is onderbouwd.

Gelet hierop zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van € 5.000,-- niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal het materieel gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van in totaal

€ 943,92.

De vordering van de benadeelde partij heeft betrekking op een als doen te beschouwen gedraging van de verdachte die de leeftijd van veertien jaren niet heeft bereikt en aan wie deze gedraging als een onrechtmatige daad zou kunnen worden toegerekend als zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan. De voogd van de verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De voogd van de verdachte wordt veroordeeld de schade te vergoeden.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de voogd van verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht. De rechtbank ziet hierin aanleiding om geen vervangende jeugddetentie op te leggen bij de schadevergoedingsmaatregel.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77s en 77gg Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde met parketnummer 08/952653-18 en het ten laste gelegde met parketnummer 08/137398-18 en het ten laste gelegde met parketnummer 08/710081-18 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 met parketnummer 08/952653-18 en onder parketnummer 08/137398-18 en onder parketnummer 08/710081-18 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 08/952653-18:

feit 1 primair: het misdrijf: poging tot doodslag;

feit 2: het misdrijf: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

parketnummer 08/137398-18:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

parketnummer 08/710081-18:

het misdrijf: mishandeling;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

schadevergoeding

- veroordeelt de voogd van verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1 primair met parketnummer 08/952653-18) tot een bedrag van € 943,92 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2018);

- veroordeelt de voogd van verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de voogd van verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 primair met parketnummer 08/952653-18 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 943,92 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2018 ten behoeve van de benadeelde;

- bepaalt dat als de voogd van verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de voogd van verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1] voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes, voorzitter, mr. M. van Bruggen en mr. K. Haar, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2019.

Buiten staat

Mr. Haar is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Parketnummer 08/952653-18

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, Onderzoek GUSTO met onderzoeksnummer ON1R018066. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 24 juli 20181, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :

(..) Feit: Doodslag/moord (poging)

Plaats delict: De Brink, Hardenberg

Pleegdatum/tijd: Op zaterdag 14 juli 2018 om 03:32 uur.(..)

(V: Wij willen nu met je gaan praten over hetgeen wat zich op 14 juli 2018 in Hardenberg heeft afgespeeld. Kan jij zo gedetailleerd mogelijk vertellen wat er is gebeurd?)(..)

Ik en [slachtoffer 2] en [naam 1] gingen toen terug om het hoesje en de pasjes te halen bij de jongen, omdat deze nog misten. (..) Wij gingen op de fiets terug en toen kwamen we hem tegemoet. Hij was toen samen met 3 vrienden, ze waren dus met zijn vieren. Wij waren met z’n drieën.(..)

Ik zag dat er toen ineens iemand voor me stond met een mes. Hij wilde mij recht in mijn gezicht steken met het mes. Toen gaf ik hem een stoot, waardoor het mes niet meer recht naar mijn wang toe kwam maar schuin. Door mijn klap ging het mes schuin langs mijn linkerwang en door naar mijn rechterschouder. Toen liep hij weg, want mijn stoot deed hem pijn. (..) Toen waren ze ineens verdwenen en ging het heel snel. Ik wist toen dat ik in mijn schouder was gestoken. En toen ging het voor mij ook snel. Ik keek naar mijn schouder en zag bloed uit mijn schouder komen. Ik liep naar mijn vrienden toe. Ik zei “Ik ben in mijn schouder gestoken”. Toen zagen hun ook bloed langs mijn benen lopen. Mijn shirt deden ze omhoog en toen zagen ze dat het verkeerde boel was. Het bloed spoot eruit.(..)

(V: Wanneer merkte jij dat je gestoken was?)

Op het einde van het gevecht zo’n beetje. Toen iedereen uitgeput was, zag ik ineens een mes voor me. Deze raakte mijn gezicht (wang) en schouder. Maar daarvoor was ik allang gestoken.

(V: Op welk moment ben jij gestoken?)

Wat ik alleen weet is op mijn wang en in mijn schouder, op het einde dus.

(V: Hoe weet jij dat je toen gestoken bent?)

Ik zag het mes. Ik zag het mes naar mijn schouder gaan.

(V: Kunnen er meerdere momenten zijn geweest dat jij gestoken bent?)

Ja zeker, maar ik heb geen idee wanneer.(..)

(V: Wat herinner je je van het moment van dat je het mes zag?)

Ik herinner me alleen dat ik de punt van het mes heb gezien.

(V: Of hoeveel cm afstand was dat?)

Een halve meter. Ik zag dat het mes op mijn gezicht afkwam. Ik gaf hem toen een stoot met mijn rechter vuist. Deze stoot kwam op zijn kaak terecht. Ik voelde het mes toen langs mijn gezicht gaan. Door de stoot van mij zag ik dat hij duizelig werd en daarna weg liep.(..)

(V: [slachtoffer 1] we hebben beelden van 1 van de incidenten. Die willen wij jou laten zien. Wist jij dat er beelden waren?)

Ja.

(V: We gaan de beelden een paar keer bekijken. Wat kan jij vertellen?)

Ik heb de beelden bekeken. Ik zie dat er 4 mensen naast elkaar lopen.

De linker ken ik niet.

Daarnaast loopt de jongen met de krukken.

Daarnaast loopt de kleine 13 jarige.

Helemaal rechts heeft de telefoon gejat, en hij kwam op eerste op mij af. Ik zie dat deze 4 jongens terug komen lopen, en dat er 3 jongens en 1 meisje in beeld komen. Dat zijn wij niet. Ik herken ze ook niet. Ik had wel gehoord dat er meerdere ruzies waren die middag en die nacht tussen de jongens van het AZC en anderen, dus dat zou kunnen kloppen.

Dan zie ik dat de 4 jongens weer weglopen. En dan komen wij ze tegen. Dan begint het hele gevecht met dat de jongen van de telefoon mij vastpakt, maar dat is niet goed op beeld te zien. Ik zie wel nog dat ik met de kruk achter een jongen aanloop. Op 03.31.10 zie ik dat ik terugren richting de BP. Dit deed ik omdat ze met z’n tweeën of drieën op mij afkwamen en ik voelde me al wat duizelig. Ik denk daarom dat ik al gestoken was. Daarom ging ik weg uit de drukte. Maar ik zie nu op de beelden dat de kleine, 13 jarige achter mij aan loopt. Dat zie ik nu pas voor het eerst. Ik zie op beeld heel goed dat hij mij in mijn schouder steekt. Dat herinner ik me nu ook ineens goed dat dat op dat moment was. Dat was de laatste uithaal van hem die je ziet in beeld. Ik ben denk ik wel 3 keer daar bij [tankstation] gestoken door hem. Misschien voor die tijd ook al wel. Ik zie nu ook op beeld dat ik na de uithaal van de 13 jarige bij mezelf op mijn schouder keek en zag dat ik gestoken was. Je ziet mij nog weglopen richting mijn vrienden en met mijn arm zwaaien. Toen liep het bloed er al uit.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli 20182, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten of één hunner:

(..) Onderzoek camerabeelden

Op maandag 16 juli 2018, werd door mij, verbalisant, in het kader van het onderzoek naar een steekincident op De Brink in Hardenberg, een onderzoek ingesteld aan het bestand met camerabeelden(..) van [tankstation] waren verkregen. Het betreft de opname van 14 juli 2018, vanaf 3 uur 26 minuten en 13 seconden en zaterdag 14 juli 2018 te 3 uur, 37 minuten en 47 seconden.(..)

Waarneming

Door mij werd het volgende waargenomen:

Om 3.26 uur en 20 seconden zie ik 4 personen op straat, De Brink, lopen. Zij lopen uit de richting van het centrum in de richting van de Haardijk.

1 persoon draagt een lichte broek, een donkere jas, schoenen met witte hak en heeft een

fiets bij zich.

1 persoon draagt een lichte broek, een jas in twee kleuren en loopt op krukken.

1 persoon draagt een donkere korte broek, een donkere jas en heeft een fiets bij zich.

1 persoon draagt een donkere broek en een donkere jas en schoenen met witte zolen.

Deze personen noem ik groep 1.(..)

Om 3.30 uur en 52 seconden zijn in ieder geval 7 schimmen te zien. Het precieze aantal personen is niet te duiden, Op enig moment maken drie personen zich los van de groep en rennen vanaf de stoep in de richting van het [tankstation] . De persoon met donkere broek en donker shirt blijft uiteindelijk op de straat staan.

Om 3.31 uur en 9 seconden zie ik twee personen blijven rennen in de richting van het [tankstation] . Een persoon in een korte broek en donkere jas rent achter een ander persoon aan.(..)

Om 3.31 uur en 13 seconden zie ik dat de achterste persoon in korte broek, twee maal met zijn rechterarm zijwaarts uithaalt naar de voorste persoon. Ik zie dat deze persoon gekleed is in een donkere broek en een donker shirt. Daarna volgen duwende of stekende beweging naar voren.

Ik zie vervolgens dat beide personen aan elkaar zitten, wat zij precies doen is niet te zien. Het lijkt op trekkende en duwende bewegingen. Op enig moment maakt de voorste persoon een afwerende beweging naar de persoon in de korte broek.(..)

Om 3.31.25 uur zie ik dat de persoon in de korte broek met de rechterarm of vuist uithaalt naar de voorste persoon. De persoon wordt geraakt ter hoogte van de borst of het gezicht. (..)

Om 3.31 en 34 seconden loopt de persoon in een korte broek weer terug richting de kruising. Het slachtoffer, in donkere broek en donker shirt, loopt wat zwalkend rond en loopt daarna redelijk normaal, in de richting van de kruising met het Molenplein. Om 3.32 en 33 seconden zie ik dat het slachtoffer (naar later blijkt [slachtoffer 1] ) op de stoep voor een winkel gaat liggen.

De letselrapportage van de GGD IJsselland en het aanvullend letselrapport d.d. 15 juli 20183, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

(..) Naam: [slachtoffer 1]

Voornamen: [slachtoffer 1] (..)

hoofd 1/ steek-snijwond links achter het oor / op het achterhoofd links(..)

romp

borst 2/ diepe steekwond aan de rechter buitenzijde van de borstkas in de rechter flank; de steekwond is (achteraf gebleken) niet tot in de borstholte gekomen maar heeft wel geleid tot fors bloedverlies(..)

buik 3/ diepe steekwond tot IN de buikholte (dus door de hele buikwand heen) met bloedverlies in de buik (..)

beoordeling letsel

herstel Naar verwachting goed functioneel herstel binnen 4 tot 6 weken met blijvend fors litteken op de buik.

blijvend letsel Een blijvend zichtbaar en daardoor ontsierend groot litteken op de buik (zichtbaar bij badkleding e.d.); ook blijvend zichtbare littekens in rechter flank en op voorzijde rechter schouder

Letsel past bij

toedracht Diverse steekwonden op het lichaam hetgeen goed kan passen bij de door SO aangegeven toedracht

bijzonderheden potentieel dodelijke steekwonden in buik, borstkas en op hoofd.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 juli 20184, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :

(..) (V: De donkergekleurde jongen is neergestoken tijdens deze vechtpartij…)

Ik zou het echt niet weten. Nee, nee, het is na de vechtpartij gebeurd..

(V: We hebben beelden waarop staat dat het gebeurd is tijdens de vechtpartij…)

Door wie is hij gestoken?

(V: Dat mag jij vertellen..)

[verdachte] .

(V: Heb jij dat gezien?)

Ik zag [verdachte] achter hem aan gaan. Hij heeft hem gestoken met een mes dicht bij de kiosk. Ik heb het niet gezien. Hij heeft het mij verteld.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 juli 20185, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :

(..) (V: Uit verklaringen van andere verdachten lijkt het alsof jij weet waar het mes is. Weet jij dat?)

Ik heb hem niet verborgen. Wij gingen ergens zitten en toen zei die; ik heb met een mes gestoken. Toen wij vertrokken waren hebben we het mes achtergelaten. Hij weet waar het was.

(V: Wie is hij?)

[verdachte] . Ik vroeg [verdachte] hoe hij het mes had gebruikt, waar hij had ingestoken en daarna zei ik dat ik niks meer met hem te maken wil hebben en ben ik vertrokken. (..)

(V: We gaan even terug naar de avond. De Algerijnse man is met [medeverdachte 3] naar het AZC gegaan en die waren daar om 03.45 uur. [verdachte] en jij kwamen daar pas om 04.30 uur aan. Wij weten dat [verdachte] en jij in een park hebben gewacht totdat de politie weg was. Weet jij dat park nog te vinden?)

Ik weet, ik weet.

(V: Waar was de fiets op dat moment?)

In het park bij ons.

(V: Waarom zijn jullie naar het park gegaan?)

Wij waren zo moe, wij wilden daar tot rust komen. (..) Ik was heel kwaad op [verdachte] toen ik

van hem te horen kreeg dat hij zou hebben gestoken.(..)

(V: Kan jij ons het mes aanwijzen in het park als je met ons mee gaat?)

Ja zeker, dat kan ik.

(V: Waar was dit dat jij het mes in handen had?)

Wij hebben eigenlijk een plek uitgezocht, wat is bedekt met gras, wij dachten daar gaan we een sigaretje roken. Toen zijn we daar gaan zitten, toen zei [verdachte] dat hij had gestoken en toen liet [verdachte] het mes zien. Ik vroeg aan [verdachte] hoever hij had gestoken, [verdachte] liet toen zien tot de punt van het mes. Toen hebben wij het mes daar laten vallen en ik heb hem op zijn donder gegeven en zijn weggegaan.(..)

(V: Toen [verdachte] jou het mes liet zien, toen kon jij zien dat het onder het bloed zat. Klopt dat?)

Ja, er was een beetje bloed aan de voorkant.

(V: Had [verdachte] ook bloed op zijn handen of kleding?)

Een beetje aan zijn hand ja.

(V: Heb jij dit mes al eerder gezien?)
Nee, dat mes had [verdachte] meegenomen. Hier schillen we altijd de aardappels mee.

(V: Hoelang heeft [verdachte] dit mes al in zijn bezit?)

Hij heeft het mes uit het huis meegenomen, van het AZC vandaan.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 18 juli 20186, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte [medeverdachte 2] :

(..) (V: Kun je omschrijven hoe deze vechtpartij plaats vond dan? Wat gebeurde er precies?)

Zij waren aan het vechten gewoon met de vuisten. Ik riep nog in hun richting: ”Wat is er gebeurd”. Toen kwam de minderjarige en die vertelde tegen de andere twee Tunesiërs die bij hem waren dat hij iemand met een mes had gestoken.

(V: Hoe ver was jij van deze vechtpartij verwijderd dan?)

Ik was denk ik vijf a zes honderd meter bij die anderen vandaan.

(V:Kon jij dit horen dat die die minderjarige dit tegen die andere twee Tunesiërs riep dan?)

Het was donker. Maar het was heel erg rustig en stil op straat. Ik kon zodoende horen wat die minderjarige jongen riep tegen die anderen.

(V:Wat hoorde jij precies dan?)

Ik heb die minderjarige gehoord. Die zei tegen die anderen dat hij iemand met een mes had gestoken.(..)

Ik wil alleen verklaren dat de minderjarige gestoken heeft. Die minderjarige had een mes in zijn handen.

(V: Heb jij dat gezien?)

Ik heb het niet gezien. Hij had een mes.

(V: Hoe weet jij dat dan?)

Ik heb gehoord dat die minderjarige dat heeft gezegd. Hij kwam rennend en schreeuwde dat hij iemand met een mes heeft gestoken.(..)

(V: Nog even terug naar het moment dat jij zegt dat jij de minderjarige hoorde schreeuwen dat hij iemand had gestoken met een mes. Waar heeft dit dan plaats gevonden.? Bij de benzinepomp?)

De beelden die u mij heeft laten zien zijn bij de benzinepomp. Daar op die locatie hoorde ik die minderjarige schreeuwen. De minderjarige kwam dus vanuit de richting lopen van de benzinepomp. Ik was op dat moment een eind verderop. Ik hoorde hem schreeuwen dat hij iemand met een mes had gestoken. Ik zag ook iets in zijn hand. Het was donker dus ik kon het niet precies zien maar kon zien dat het een mes was.(..)

(V: Heb jij bloed gezien bij die minderjarige?)

Ja. Die minderjarige kwam op mijn kamer in het AZC en vertelde dat hij iemand met een mes had gestoken. Hij zei kijk en liet zijn handen zien. Ik heb bloed gezien aan zijn handen.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 16 juli 20187, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

(..) (V: We laten je camerabeelden van de vechtpartij in Hardenberg zien en daar mag je op reageren. Wie zijn dit?)
Aan de rechterkant loopt [medeverdachte 1] , aan de linkerkant naast hem loop ik met een fiets, daarnaast loopt [medeverdachte 3] en aan de meest linkerkant loopt de Algerijn met een fiets.

(V: Wat voor kleding droeg jij?)
Ik droeg een korte broek.(..)

(V: Wij laten jou nu beelden zien waarop de aangever kennelijk wordt gestoken. Wie is dat?)
Dat ben ik

(V: Wat gebeurt hier?)
Ik maak boksbewegingen naar hem.(..)

(V: [medeverdachte 1] heeft verklaard dat jij hebt gestoken)
(..) Ik zal u laten zien waar hij het mes heeft gegooid. Ik zal ook alles vertellen waar hij het mes heeft gegooid. Het mes is van [medeverdachte 1] . Hij weet precies waar hij het mes heeft gegooid.

(V: Heb jij gezien dat [medeverdachte 1] gestoken heeft?)
Nee, maar ik heb gezien dat hij het mes heeft weggegooid. (..)

(V: Wat is de reden dat je later terug bent gegaan naar het AZC?)

[medeverdachte 1] zei dat we eerst de politie in de gaten moesten houden of die zou komen.

(OA: ik wil nu ook weten waar [medeverdachte 1] het mes heeft gelaten)
Hij het mes in het gras/bosjes gegooid en ik kan het aanwijzen.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juli 20188, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten of één hunner:

(..) Op woensdag 18 juli 2018, te 17.30 uur, hebben wij, verbalisanten, in het kader van onderzoek Gusto en in gezelschap van de nader te noemen verdachte [medeverdachte 1] een onderzoek ingesteld in het park aan de Voordesteeg te Hardenberg. (..) In dit verhoor had de verdachte aangegeven dat hij, in de nacht van de vechtpartij (14 op 15 juli 2018) na de vechtpartij samen met de verdachte [verdachte] op weg was naar het AZC te Hardenberg en dat ze onderweg samen in een park een tijdje hadden uitgerust en op die bepaalde plek het mes, dat was gebruikt bij de vechtpartij, hadden achtergelaten. (..) De verdachte maakte ons met gebaren duidelijk dat op dit veld het mes moest liggen. (..)Hierna hebben we het mes, zwart van kleur en qua afmeting en vorm gelijkend op het mes dat de verdachte had omschreven in zijn verhoor, veiliggesteld (..)

Een proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 17 juli 20189, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten of één hunner:

(..) Betrokkene: [verdachte] , [adres 1] (..)

De volgende sporen/stukken van overtuiging werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld.

Opname spoor (..)

Plaats veiligstellen: Kleding verdachte [verdachte]

Bijzonderheden: Bloed gelijkende sporten aangetroffen(..)

Sporendrager(s)(..)

Sin: AAKA4621NL

Object: Kleding (broek)

Een proces-verbaal biologisch vooronderzoek d.d. 20 november 201810, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten of één hunner:

(..) Onderzoek broek met SIN AAKA4621NL

(..) Ik zag een blauw gekleurde korte stoffen broek van het merk “Pooopiano” maat 164. Ik heb de broek onderzocht op de aanwezigheid van bloed. (..) Ik heb een deel van een bloedspoor op de buitenzijde van de broek, aan de achterkant circa 26 cm vanaf de broeksrand en circa 14 cm vanaf de linker naad uitgeknipt. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAJT7897NL en verzegeld.

Een NFI rapport DNA onderzoek naar aanleiding van een steekincident in Hardenberg op 14 juli 2018 d.d. 4 januari 201911, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

(..) Uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek wordt geconcludeerd dat het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer 1] RABP4892NL matcht met de DNA-profielen AAJT7897NL#01 en AAJT7899NL#01. Dit betekent dat het DNA in de bemonsteringen AAJT7897NL#01 en AAJT7899NL#01 afkomstig zijn van slachtoffer [slachtoffer 1] . De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard.

Feit 2

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 24 juli 201812, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :

(..) Feit: Doodslag/moord (poging)

Plaats delict: De Brink, Hardenberg

Pleegdatum/tijd: Op zaterdag 14 juli 2018 om 03:32 uur.(..)

(V: Wij willen nu met je gaan praten over hetgeen wat zich op 14 juli 2018 in Hardenberg heeft afgespeeld. Kan jij zo gedetailleerd mogelijk vertellen wat er is gebeurd?)

(..) Wij stonden met vrienden te praten en met een vriendin van een gezamenlijke vriend van ons. Zij, de vriendin, was met haar telefoon bezig. Daarna stopte ze deze telefoon in haar broekzak. Er liep toen een jongen achter het meisje langs. Het meisje voelt dan aan haar kontzak. Ze voelde toen dat haar telefoon weg was. Wij zagen iemand, een jongen, weglopen. (..) Ik en mijn vriend [slachtoffer 2] gingen achter hem aan. Een paar honderd meter verder hebben we hem aangesproken. (..) Maar hij had de telefoon van het meisje in zijn handen. Deze pakten wij van hem. Wij gingen daarna weer terug naar het café. Dit bleek inderdaad de telefoon van het meisje te zijn, en we gaven de telefoon aan haar terug. Maar een hoesje en wat pasjes misten nog.

Ik en [slachtoffer 2] en [naam 1] gingen toen terug om het hoesje en de pasjes te halen bij de jongen, omdat deze nog misten. (..) Wij gingen op de fiets terug en toen kwamen we hem tegemoet. Hij was toen samen met 3 vrienden, ze waren dus met zijn vieren. Wij waren met z’n drieën.

Hij, de jongen die de telefoon gestolen had, kwam op mij afgelopen. Hij pakte mij met 1 hand bij mijn shirt, en de andere hand pakte hij mij mijn keel. Ik pak hem vast en drukte hem weg. Hij kwam opnieuw naar mij toe en gaf mij een klap. Ik gaf hem toen ook een klap.

Er liep ook een jongen op krukken met een rood shirt of trui. Die kon opeens goed lopen, en gaf 1 kruk weg en 1 hield hij zelf. Ik werd met een kruk geslagen door degene die de kruk had gekregen. 1 keer werd ik op mijn gezicht geraakt met de kruk, daar door kreeg ik een blauw oog. Toen hij nog een keer met de kruk wilde slaan heb ik deze afgepakt en heb ik hem de kruk geslagen. Toen heb ik de kruk weggegooid. Toen kwam er weer een jongen op mij afgerend. Dit was een andere dan met de kruk. Deze wilde mij ook raken, maar deze kon ik ontwijken. Toen werd ik nog door een andere in mijn buik geslagen, maar dit kan achteraf gezien ook de steekwond zijn geweest. Toen deelde ik ook weer een klap uit, ik laat me niet op mijn kop zitten. (..)

(V: Wat zijn de achternamen van [slachtoffer 2] en [naam 1] ?)

[slachtoffer 2] en [naam 1] .(..)

(V: Er liep een man het café uit met de telefoon van een meisje. Hoe zag deze man er uit?)

Dit was al buiten het café. (..) Ik denk dat hij tussen de 1.75 meter en 1.80 meter lang is.(..) Hij is licht getint, qua kleur tussen mij en [slachtoffer 2] in. Een kleurtje uit Syrië zeg maar. Zwart stijl haar. Het was iets omhoog achterover, een beetje stekels volgens mij. De zijkant was kort opgeschoren. (..)

(V: Later kwamen jullie deze man tegen samen met nog 3 anderen?)

Ja dat klopt. Dit was ook de man die als eerste naar mij toe kwam. En toen ontstond de vechtpartij, en ging het mis.

(V: Kreeg je nog wel de kans om te vragen naar het telefoonhoesje?)

Nee, hij kwam meteen naar mij toe en pakte mij meteen vast. Toen duwde ik hem weg. Waarschijnlijk durfde hij dit nu te doen omdat zijn vriendjes erbij waren.

(V: Kan jij een beschrijving geven van de 3 anderen?)

De ene liep dus met krukken. Hij had dat rode shirt aan. Zwart haar, licht getinte huid. Zijn haar was iets langer dan degene van de telefoon. Zijkant iets opgeschoren. Als ik ze nu zou zien zou ik precies weten wie het zouden zijn. Hij is denk ik 1.85 meter lang. En er was een kleine. Hij droeg een wit shirt. Hij was heel dun. Hij was denk ik even lang als mij, 1.68 meter? Hij heeft een lang dun hoofd. Haar is zwart, met een opgeschoren zijkant en haar op zijn hoofd naar 1 kant toe gekamd.

Die laatste kan ik me niet zo goed herinneren.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 14 juli 201813, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 2] :

(..) Feit : Eenvoudige mishandeling

Plaats delict: De Brink, Hardenberg

Pleegdatum/tijd: Tussen zaterdag 14 juli 2018 om 03:15 uur en zaterdag 14 juli 2018 om 03:30 uur.(..)

Afgelopen nacht was ik met [naam 1] , een vriend van mij, bij [café] . Ik was daar samen met [slachtoffer 6] .(..)

Er stonden op dat moment ongeveer twintig man op het terras en ik stond in een groepje van vijf samen met [naam 1] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 1] en nog twee voor mij onbekende personen.(..)

Nadat [slachtoffer 6] zei dat zij haar telefoon kwijt was, keken we om ons heen en zag ik twee getinte personen die vrij vlot wegliepen. (..) Wij kregen hierdoor het vermoeden dat deze jongens iets met de telefoon te maken hadden. [slachtoffer 1] en ik zijn toen de jongens achterna gelopen via hetzelfde steegje.(..)

[slachtoffer 1] en ik spraken de jongen aan en probeerden hem te vragen of hij een telefoon had. Ik hoorde dat hij geen Engels sprak, maar ik kreeg door dat hij wel begreep waar we het over hadden. Ik zag dat hij twee telefoons uit zijn zakken haalde en ik zag dat hij 1 van deze telefoons aan [slachtoffer 1] gaf. Op dat moment zag ik dat hij de telefoon uit een hoesje haalde. Toen [slachtoffer 1] de telefoon aandeed zag ik dat dat de telefoon van [slachtoffer 6] was. Ik zag in ieder geval iets herkenbaars. Ik zag dat de jongen het hoesje weer terug in zijn zak stopte. Nu ik dit vertel realiseer ik met dat dat hoesje ook van [slachtoffer 6] was. Dit deed ik op dat moment niet.(..)

Hierop zijn we terug gegaan naar [café] en hebben de telefoon teruggegeven aan [slachtoffer 6] . Ik hoorde [slachtoffer 6] zeggen dat ze haar hoesje met ID keert, pinpas en OV kaart nog miste. Op dat moment realiseerde ik me niet dat ik gezien had dat de jongen de telefoon uit het hoesje had gehaald maar we zeiden tegen elkaar dat hij dat geweest moet zijn. Hierop hebben [slachtoffer 1] , [naam 1] en ik de fiets gepakt en zijn we weer richting de Brink gefietst om de jongen te achterhalen.(..) Toen we ter hoogte van de huisartsenpraktijk aan de Brink waren zagen wij aan de kant van de huisartsenpraktijk vier jongens lopen. Op dat moment hoorde ik dat ze in een voor mij onbekende taal hun stem verhieven tegen elkaar en ook tegen ons. Hierop zijn we gestopt en hebben we de fiets neergezet op de straat, tegenover de [winkel 1] . Dit is tegenover de huisartsenpraktijk.

We zijn alle drie afgestapt en toen herkende ik de jongen die de telefoon had gestolen. Ik zag dat de jongens op ons af kwamen. [slachtoffer 1] liep op dat moment op de stoep en ik stond op straat ruzie te maken met 1 van de jongens. Ik weet niet zeker waar [naam 1] precies was.

Ik weet niet meer hoe maar ik kwam door de jongen met wie ik ruzie had op de grond terecht. Hij schopte mij tegen mijn hoofd en tegen mijn ribbenkast op mijn rug. Hij schopte met zijn voet ik weet niet welke voet, dat kon ik niet zien. Ik kreeg een scheut van pijn in mijn rug. Ik kon mijn hoofd wat afschermen met mijn armen. Ik kwam weer overeind en toen viel ik weer op de grond doordat hij me van achteren vastpakte. Toen ik op de grond lag voelde ik dat ik een paar keer geschopt werd weer in mijn rug en op mijn hoofd. Wederom kon ik mijn hoofd afschermen en voelde ik een scheut van pijn in mijn rug. Ik kon niet zien door wie dit gedaan werd.

Een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] d.d. 14 juli 201814, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [slachtoffer 2] :

(..) Ik kon niet zien door wie dit gedaan werd. Ik riep “What the fuck do you want.” Hierna hield het op en liet hij me los.

Ik kan deze jongen als volgt omschrijven:

- Ik schat ook tussen de 20 en 25 jaar oud

- Zelfde lengte, ongeveer 1.80 meter.

- Normaal slank postuur

- Opgeschoren kapsel, hoe hij het bovenop droeg weet ik niet meer precies. Zwart haar.

- Licht getint, zelfde type als de eerste jongen.

- Geen gezichtsbeharing, misschien stoppeltjes. Geen sieraden of tatoeages. Niet zichtbaar.

- Hij droeg een jas of een vest, ik weet de kleur niet meer. Over de schoenen en broek kan ik niets zeggen.

- Onbekende taal.

Ik zag op dat moment dat op de hoek bij de [winkel 1] [slachtoffer 1] ruzie had met een jongen die krukken bij zich had en ik zag dat [slachtoffer 1] en [naam 1] geslagen werden met die krukken. Ik zag dat meerdere personen met de krukken sloegen. Volgens mij waren de overige twee daar ook bij.

Ik kan de derde jongen als volgt omschrijven:

- Zelfde leeftijd als de anderen

- Zelfde taal als de anderen

- Ongeveer dezelfde lengte

- Normaal slank postuur

- Opgeschoren kapsel met rechtopstaand stekelig haar bovenop, ongeveer 3 cm lang. Zwart haar.

- Licht getint, zelfde type.

- Geen opvallend gezicht. Volgens mij had hij wat smallere en kleinere ogen dan de anderen.

- Geen sieraden of tatoeages gezien.

- Ik kan geen kleding omschrijven.

Ik kan de vierde persoon niet nader omschrijven. Volgens mij was hij ook van dezelfde leeftijd en afkomst.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 14 juli 201815, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 3] :

(..) Feit: Eenvoudige mishandeling

Plaats delict: De Brink, Hardenberg

Pleegdatum/tijd: Tussen zaterdag 14 juli 2018 om 03:15 uur en zaterdag 14 juli 2018 om 03:30 uur(..)

Ik zat met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in [café] , de kroeg. We kwamen op het terras een vriendin van het broertje van [slachtoffer 2] tegen. Zij miste opeens de mobiel uit haar broekzak. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zagen dit gebeuren, als het goed is en gingen achter die meneer aan.(..) Zij kwamen mij tegemoet lopen met die mobiel en zeiden dat ze die van die meneer hadden afgepakt.(..)

Op dat moment realiseerde zij dat zij het hoesje met al haar pasje er niet meer om heen zat. Dus die had ze niet terug gekregen. Toen gingen wij met z’n drieën die meneer weer op zoeken. Wij hebben hem een tijdlang gezocht, maar niet gevonden. Op het moment dat wij terug de stad in wilden fietsen, dus weer naar de Troubadour, werden wij op de Brinks staande gehouden door vier mannen. Die begonnen vrijwel direct een agressief handgemeen met ons. En toen herkende wij 1 van hen als de man die de mobiel had gestolen en dus de pasje nog had. Een van die jongen liep op krukken en begon ons daarmee wild te slaan. Alle drie kregen wij klappen van die krukken. De anderen hadden sleutels van de fiets en huissleutel tussen hun knokkels gedaan. Waarmee zij ons goed hard sloegen. Op dat moment zag ik dat [slachtoffer 2] op de grond lag en flink geschopt werd toen hij daar lag. Ik zag dat twee anderen op [slachtoffer 1] afvlogen en hem toen hebben gestoken met een mes of wat dan ook. Ik zag dat 1 van de vier begon te schreeuwen van : “Politie, politie”. Ik zag toen dat zij alle vier op de vlucht sloegen. In het beging rennend met de fiets. Vermoedelijk daarna fietsend.

Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 14 juli 201816, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [getuige 4] :

(..) Ik woon aan [adres 2] te Hardenberg. Afgelopen nacht zaterdag 14 juni (de rechtbank begrijpt 14 juli) omstreeks 3.45 a 4 uur werd ik wakker van geschreeuw buiten. Ik slaap boven op de slaapkamer aan de voorzijde van de woning. Het raam stond open. (..) Ik hoorde dat er gesproken werd in het Nederlands en in een buitenlandse taal. Het leek een Arabische taal. (..)

Vervolgens ben ik uit bed gestapt en ben ik voor het raam gaan kijken. Ik zag voor onze woning op de stoep aan onze zijde van de straat 5 mannen staan. Ze waren met elkaar in discussie. Ik kon aan het praten horen dat het om vier buitenlandse mannen ging en een Nederlandse man. Even daarna kwamen er nog twee Nederlandse mannen bij staan. (..)

Ik hoorde ineens doffe klappen. Ik ben weer voor het raam gaan kijken. Ik zag dat drie jongens staan aan de overkant van de straat voor de elektrozaak. Aan het praten hoorde ik dat dit om buitenlandse mannen ging. Ik hoorde dat aan de Arabische taal die ze spraken. Ik zag dat een van de mannen sloeg met wat krukken bleken te zijn op een Nederlandse jongen die daar stond. De ander twee buitenlandse mannen trapten hem. Het slaan en schoppen maakte het geluid van de doffe klappen. Ik zag de Nederlandse jongen op de grond vallen en vervolgens weer opstaan.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 juli 201817, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :

(..) (V: We gaan terug naar de nacht van de vechtpartij. Hoe was jij gekleed deze nacht?)

Ik droeg een zwart T-shirt Nike, zwarte sportschoenen en een zwarte pantalon.

(V: Jij vertelde vorige keer dat je met drie andere jongens was. 1 heet [medeverdachte 3] . Hoe was [medeverdachte 3] gekleed tijdens de nacht van de steekpartij?)

Rode jas.

(V: Hoe was de kleine en jonge jongen, [verdachte] , gekleed?)

Een groene jas capuchon, korte broek. Ik weet niet precies de kleur, grijs, zoals de tafel, crème.

(V: Weet je naam van de derde persoon inmiddels?)

Een Algerijn. Hij was die dag aangekomen en hij heeft meteen die dag de problemen veroorzaakt.

(V: Zijn jullie alle vier de stad in gegaan en ook alle vier bij de vechtpartij betrokken?)

Ja. Het was een normale schermutseling. Tot die man een mes heeft getrokken.

(V: Was er verder nog iemand bij de vechtpartij?)

Twee Nederlanders en een gekleurd iemand.(..)

( V: Dan gaan wij terug naar de laatste vechtpartij. Wij hebben jou beelden laten zien dat jij en je vrienden langs een benzinestation liepen. Klopt dat?)

Ja.

(V: Was dat het moment vlak voor de laatste vechtpartij?)

Ja. Dat was ongeveer 20 seconden voor de laatste vechtpartij.

(V: Hoeveel Nederlanders waren er met jullie aan het vechten?)

Twee Nederlanders en een zwarte man.

(V: Heb jij ook gevochten?)

Ja.

(V: Hebben [verdachte] , [medeverdachte 3] en de Algerijn ook gevochten?)

Ja.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 14 juli 201818, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte [medeverdachte 3] :

(..) (Je wordt verdacht van poging doodslag, betrokkenheid bij een steekpartij op zaterdag

14 juli 2018, omstreeks 03:32 uur.)(..)

(V: Waar woon ja?)

AZC Hardenberg.(..)

(V: Je bent met anderen uitgegaan naar de stad. Wie zijn die andere jongens? )

Ik ben uitgegaan met dezelfde mensen. Wij wonen in hetzelfde huis. Dit zijn [verdachte] , [medeverdachte 1] en een jongen waarvan ik de naam niet ken.(..)

(V: Wat voor kleding droeg jij?)

Ik had een spijkerbroek aan, een blauwe trui, een jasje met rode en donkerblauwe kleuren. Ik had paarse krukken bij mij.(..)

(V: Op de weg naar het AZC is er weer een vechtpartij geweest(..)

Wij waren onderweg naar het AZC en wij kwamen [medeverdachte 1] tegen, huilend en schreeuwend. Hij zei dat hij geslagen was. Hij vertelde dat die mensen van die mobiel dit hadden gedaan. Wij zeiden dat wij naar huis gingen. Toen kwamen er drie jongens op de fiets en die gingen ons slaan voor de tweede keer. Wij wilden niet stoppen maar die jongen op de fiets zocht problemen. Hij liet [medeverdachte 1] niet gaan en begon hem weer te slaan.

(V: Wie waren er bij deze vechtpartij?)

Ik vocht in eerste instantie niet mee, maar voordat de jongens vertrokken waren heb ik een van de jongens met de platte kant op zijn hand geslagen. Hij pakte mijn kruk en wilde mij op mijn hoofd slaan. Ik bedekte mijn hoofd en hij sloeg op mijn rug met de ijzeren kant van mijn kruk. Ik had pijn in mijn rug en ik sloeg hem twee keer op zijn gezicht. Toen kwamen mijn vrienden mij verdedigen.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 14 juli 201819, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

(..) De bruine jongen vroeg ik ‘wat is er’? Hij heeft met zijn vuist op mijn mond geslagen. Ik heb hem toen in zijn gezicht geslagen. Toen ontstond de vechtpartij. (..)

(V: Hoeveel tegen hoeveel was het?)

Wij waren met zijn 3en (maar 1 had een gebroken been). Dus eigenlijk met 2. De jongen met wie ik aan het vechten was, kwam uit Afrika. Bij de eerste vechtpartij was het 5 tegen 1.

Parketnummer 08/137398-18

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, district IJsselland, basisteam Vechtdal met registratienummer PL0600-2018310803. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 12 juli 201820, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 4] :

(..) Ik doe aangifte van bedreiging. Vandaag 12 juli 2018 was ik rond 14.30 uur in het centrum van Hardenberg.(..) Vandaag was ik samen met [naam 4] in het centrum van Hardenberg. (..) Om ongeveer 16.00 uur wilden wij richting huis fietsen. (..) Toen kwamen wij een bekende jongen van het AZC tegen.(..) [naam 4] en ik kwamen deze jongen tegen bij [supermarkt] op de Markt in Hardenberg. Op het moment dat wij vlak bij deze jongen zijn zeg ik iets in het Arabisch tegen mijn vriend [naam 4] . Ik zeg: ?dabon yemekke? dit betekent ?je moeder?. Op het moment dat ik dit tegen [naam 4] zeg zie ik dat de andere jongen hierop reageert. Ik kreeg direct het gevoel dat de jongen dacht dat ik het tegen hem zei. Ik zie dat deze jongen zijn fiets op de grond gooit. Ik zag dat hij een zwarte omafiets op de grond gooit. Ik hoor dat de jongen mij vervolgens in het Arabisch uitscheldt. [naam 4] en ik stapten van onze fietsen. (..)De sfeer was namelijk erg dreigend. Ik zie dat de jongen een rugzak op zijn rug heeft. Ik zie dat de jongen de rugzak af doet. Ik hoor vervolgens dat de jongen tegen mij zegt dat hij mij neer gaat steken. Ik zie dat hij hierbij aan stekende beweging maakt met zijn hand. Op dat moment heeft hij nog geen mes in zijn hand.(..)

Omstreeks 17.30 uur ben ik weer op de fietst gestapt vanaf huis om naar de sportschool te gaan.(..) Toen ik in de richting van de Markt fietste zag ik dezelfde jongen die mij eerder die middag al had bedreigd.(..) Ik zag dat hij een zwart T-shirt droeg, ik zag dat hij een pet op had waarvan ik de kleur niet meer precies weet, ik zag dat hij een zwarte trainingsbroek droeg. Deze jongen heeft een donker getinte huidskleur. Ik fietste in de richting van de Markt. Ik zag dat de jongen vanaf het Oosteinde achter mij aan fietste. Ik hoorde dat, op het moment dat hij achter mij fietste, hij mij uitschold. Ik hoorde dat hij dit in het Arabisch deed.(..) Toen ik ter hoogte van de Brasserie was heb ik mijn fiets neergezet. Ik zette mijn fiets neer omdat ik mijzelf wilde beschermen. Ik zag dat de jongen ook zijn fiets wegzette en mijn kant op kwam lopen. Op dat moment zag ik dat hij een groot mes in zijn handen had. Ik zag dat dit een keukenmes was. Ik zag dat het snijvlak van het mes zilverkleurig was. Ik schat dat het mes ongeveer 20 cm lang was.(..) Ik zag dat de jongen een aantal keer een stekende beweging in mijn richting maakte met het mes. Ik was op dat moment op ongeveer drie meter afstand van deze jongen. Toen ik het mes zag ben ik direct begonnen met rennen.

Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] d.d. 12 juli 201821, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [getuige 5] :

(..) Vandaag omstreeks 17.40/17.45 uur zat ik tezamen met andere mensen op het terras van Marktzicht ( [brasserie] ). Ik had zicht op het marktplein in Hardenberg.(..) Vrijwel direct nadat deze fiets daar werd gestald, zag ik twee personen schuin de markt oversteken naar [winkel 2] . Voorop rende een jongen met een lichtblauw shirt en de persoon die er achteraan rende had een zwart shirt aan.(..)

Op een bepaald moment was de persoon in het lichtblauwe shirt verdwenen. Misschien was hij bij [winkel 2] om de hoek gegaan. De persoon in het zwarte shirt liep weer terug in mijn richting. Ik zag toen dat deze persoon een mes in zijn rechter hand hield. Hij hield het mes omhoog. Hij had ook zijn rechter arm omhoog. Het lemmet wees naar boven.(..)

Ik zag dat hij ook met dit mes omhooghoudend langs ons terras liep waar wij zaten.(..)

Signalement man met mes:

-17 jaar of jonger;

- bruine huidskleur;

- zwart haar;

- lengte ongeveer 165 centimeter;

- normaal postuur;

- zwart shirt en

- zwarte korte broek.

Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 12 juli 201822, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [getuige 3] :

(..) Ik ben werknemer bij [brasserie] aan [adres 3] te Hardenberg. Vanmiddag omstreeks 17.45 uur bevond ik mij achter de kassa in deze brasserie. Ik had zicht op de Marktstraat dat tussen de brasserie en [winkel 3] doorloopt. Op dat moment riep er iemand dat er een persoon met een mes liep. Op dat moment keek ik naar buiten en stond deze persoon met het mes in zijn hand in deze Marktstraat ter hoogte van mijn scooter. Ik zag dat hij het mes in zijn rechter hand vasthield en naast de rechter kant van zijn lichaam hield.(..)

Signalement man:

- leeftijd 15 a 16 jaar;

- lengte tussen de 160 en 170 centimeter, maar kleiner dan 180 centimeter;

- donkerbruine huidskleur: soort Somalisch;

- slank postuur/magertjes;

- zwarte pet;

- zwart shirt en een

- donkere broek (weet niet of deze lang of kort is).

Een proces-verbaal van aanhouding d.d. 12 juli 201823, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten althans één van hunner:

(..) Verdachte:

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte] (..)

Die dag omstreeks 17.45 uur kregen wij, van de centralist van het operationeel centrum, de opdracht om te gaan naar de Marktstraat in Hardenberg. Aldaar zou nabij [supermarkt] iemand bedreigd zijn door een persoon met een mes. Deze persoon zou nu weg zijn. Wij kregen te horen dat het om een kleine jongen van +-13 jaar zou gaan. (..) Ik, verbalisant [verbalisant] , werd op dat moment aangesproken door een man die een foto van de verdachte had gekregen van een meisje. Deze foto stuurde hij naar verbalisant [verbalisant] . Wij zagen op de foto een jongen op een fiets. (..) Wij, verbalisanten, reden richting het AZC. Toen wij op de Jachthuisweg reden zagen wij ter hoogte van [winkel 4] , zagen wij een jongen welke aan genoemd signalement en de foto voldeed. Toen de jongen ons zag zette hij het op een lopen.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 juli 201824, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

(..) (V: Wie is deze jongen op de fiets?)

(O: Verbalisant laat aan de verdachte een foto zien van de jongen welke door de getuige omschreven werd als de jongen die een mes in zijn handen had)

Ja, dat ben ik. (..)

(V: Die jongen die je hebt bedreigd, heeft verklaard dat jullie elkaar eerder die dag tegenkwamen bij [supermarkt] . Wat is daar toen gebeurd?)

Ik was daar en hij begint tegen mij te schreeuwen. Hij schold mij uit. Toen kwamen zijn vrienden er ook nog bij.

Parketnummer 08/710081-18

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, district Twente, basisteam Twente-Midden met registratienummer PL0600-2018429168. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5]25;

 Het proces-verbaal van bevindingen26;

 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4]27;

 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting28.

1 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 24 juli 2018, pag. 103 t/m 109.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli 2018, pag. 159 t/m 161.

3 De letselrapportage van de GGD IJsselland en het aanvullend letselrapport d.d. 15 juli 2018, opgemaakt door S.J.Th. van Kuijk, forensisch arts, pag. 112 t/m 117.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 juli 2018, pag. 477 t/m 482.

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 juli 2018, pag. 485 t/m 491.

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 juli 2018, pag. 581 t/m 589.

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 16 juli 2018, pag. 438 t/m 443.

8 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 19 juli 2018, pag. 321 t/m 325.

9 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 17 juli 2018, losbladig.

10 Proces-verbaal biologisch vooronderzoek d.d. 20 november 2018, losbladig.

11 NFI-rapport DNA onderzoek naar aanleiding van een steekincident in Hardenberg op 14 juli 2018 d.d. 4 januari 2019, losbladig.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 24 juli 2018, pag. 103 t/m 109.

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 14 juli 2018, pag. 93 t/m 95.

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] d.d. 14 juli 2018, pag. 141 t/m 144.

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 14 juli 2018, pag. 97 t/m 98.

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 14 juli 2018, pag. 139 t/m 140.

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 juli 2018, pag. 477 t/m 482.

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 14 juli 2018, pag. 526 t/m 531.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 14 juli 2018, pag. 423 t/m 428.

20 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 12 juli 2019, pag. 5 en 6.

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] d.d. 12 juli 2018, pag. 8 en 9.

22 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 12 juli 2018, pag. 10 en 11.

23 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 12 juli 2018, pag. 14 en 15.

24 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 juli 2018, pag. 22 t/m 26.

25 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 22 september 2018, pag. 4 en 5.

26 Proces-verbaal van verhoor van bevindingen d.d. 23 september 2018, pag. 8 en 9.

27 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 23 september 2018, pag. 41 t/m 44.

28 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 17 juni 2019.